Naar de inhoud

'een vol jaar maart?'

schrijfvloer 03 ~ kronieken van 31 jaar vaart, in uitvoering
seniorennet.beseniorennet.be

019d memorie 04

hieronder een hernomen tekst, hij komt van blog 02, een vervolg over Pinjoef

want de hond mocht mee

Ergens in de jaren 70 kwamen in het Brusselse de Chinese restaurants in beeld.
In en rond Antwerpen waren ze er al langer.
Voor de verworpenen der Culturele Revolutie duurde het blijkbaar iets langer
om Brussel te bereiken dan om Antwerpen te vinden.

Die eethuizen waren relatief goedkoop en lekker en werden onmiddellijk populair.
Ook al waren ze in achterafstraten gevestigd,
de adressen werden doorgegeven en binnen afzienbare tijd waren in die straten
parkeerproblemen. Populair dus.

Zo was er een nieuw gedoe in de Timmermansstraat in Jette en
dat restaurant moest uitgeprobeerd worden natuurlijk.
Wie heeft er al gegeten? Niemand? Zullen we die nieuwe Chinees dan eens proberen?
Allen daarheen en de hond ging mee. Dat kon toen nog, met een hond op restaurant gaan.

De hond heette Pinjoef, was zwart, iets kleiner dan middelgroot, had slimme oogjes
en ondanks haar temperament wist ze zich bij momenten welopgevoed te gedragen.
Wat zeer vreemd was, want niemand had haar opgevoed. Zo bedelde ze bvb niet, zelfs niet aan tafel.
Straatadel. Ze was een beetje nuffig ook.

Het restaurant was ingericht met veel rood en zwart, aan de muur taferelen met draken,
en op de vensterbanken stonden vazen met bloemen óp ipv ín.

We waren met veel en we werden naar de grote ronde tafel geleid.
We waren de eerste klanten. Dat is oké, een rustige moment,
dan hebben de mensen van de zaal en van de keuken geen coup de feu,
de service verloopt vlotjes. (weet ik)

Er kwam een aperitief, de kroepoek was toen nog gratis, en de bestellingen werden genoteerd.
Voor een groot gezelschap is een ronde tafel zoveel plezieriger
dan een rij rechthoekige tafels die bijeen geschoven worden.
Men ziet iedereen, men hoort ook alle anderen, iedereen is opgenomen in de kring.

Pinjoef had zich onder de tafel geïnstalleerd en lag daar met het kopje op de poten
te genieten van het feit dat zoveel mensen met haar meegekomen waren naar die fijne plek.

Het eten werd geserveerd en ten gerieve van ons werd de muziekinstallatie geactiveerd.
Uit de luidsprekers kwamen tokkelinstrumenten en hoge vrouwenstemmen die melodieën
produceerden. Toen nog niet echt voor ons Westers oor, maar goed,
we leefden in een sfeer van verdraagzaamheid.
Het eten was lekker en tolerantie was het modewoord.
De term multicultureel moest nog uitgevonden worden.

Wij aten en wij praatten en wij dronken en alles was goed en aangenaam
behalve dat hoog gemiauw van de Chinese zangstemmen uit de luidsprekers.
Tolerant of niet, trop is teveel. Pinjoef dacht daar anders over. Zij genoot.
Het duurde efkes eer ik begrepen had dat een bijgeluidje van onder de tafel kwam
en niet uit de luidsprekers. Ik keek en daar lag ze, oogjes toe, muiltje ook toe,
daar lag ze te genieten van de Chinese muziek en ze piepte/miauwde mee.
Waarschijnlijk was ze de enige van het gezelschap die de muziek wist te waarderen.
Iemand van de bediening kwam met een blij gezicht zeggen :
'dog music oké!' = zelfs de hond vindt de muziek mooi.

Yes, zei ik, verschrikkelijk gegeneerd dat die mensen zo Oosters beleefd waren.
'k Had onder de tafel willen kruipen van schaamte.
Maar daar lag dat zelfgenoegzaam hondje al, te miauwen.

m – HiH-10/2016, blog 02

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

019c memorie 03

ossestaartsoep

Of chef AK het doorhad waar ik plots mijn Duits vandaan haalde weet ik niet. Waarschijnlijk wel.
Hij mocht dan wel een krapuul zijn, maar hij was geen uil.
Hij zal wel iets aan de weet gekomen zijn, want tijdens de oversteek viel er weinig te beleven en
dan werd het minste feitje een evenement dat moest besproken worden. Zo bvb mijn plotse vorderingen in Duits.
Een schip was toen eigenlijk een roddelgehucht op het water. 

De Indonesische dame had me dan wel gered, maar het nors gemompel van AK was ik nog niet vergeten.
En op een dag … op een dag was het míjn beurt.
"Zeg, gij!" Mijn voornaam gebruikte hij niet, ik heette 'zeg, gij!'
"Ja Chef?" Altijd met twee woorden spreken, ik ben min of meer goed opgevoed.
"Gij spreekt zo wat Engels hé."
"Ja Chef." Zo wat, ja, hij moest het weer bagatelliseren natuurlijk.
"Hoe zegt ge Potage Oxtail in het Engels?" En –tail sprak hij uit als taille. 

'k Herinner me niet of ik toen op mijn lip moest bijten om niet luidop te lachen,
of dat mijn mond openviel van verbazing.

Het vent was al 30 jaar of langer chef steward, pardon, maître d’hôtel
en hij wist nog altijd niet dat oxtail gewoon ossestaart betekent? Dacht hij dat Oxtail een recept was dat ooit
opgedragen was aan iemand? Zoals Potage Dubarry, Tournedos Rossini, Pêche Melba …

"Da's oxtail soup hé Chef, oxtail is gewoon het Engels woord voor ossestaart. Ox-tail, osse-staart."
Het stak hem natuurlijk dat hij zoiets simpel niet wist, na een hele carrière in de voeding en de service.
Natuurlijk zette men niet Potage Queue de Boeuf op het menu. Bij het woord queue zouden sommige mensen al afhaken,
daarom werd het een beetje versluierd door de Engelse benaming te gebruiken.
Maar men zou toch mogen verwachten dat iemand van het vak zoiets futiel wéét. 

        Vandaag vraag ik mij af waarom hij die vertaling toen nodig had. Vreesde hij dat de twee Braziliaanse echtparen 
        oxtail niet zouden begrijpen. Als er één woord was in heel het menu dat ze begrepen, dan zou het toch wel 
        dat Engels woord zijn, waarvan hij niet wist dat het een Engels woord was.
        Die oxtail was mijn stil momentje van glorie en voor Duits had ik hem ook niet meer nodig. Er kwam ademruimte.  

        En achteraf bekeken meen ik te weten waarom Claire niet mee deed met Duits leren.
        Ik ben was nogal extravert en daarbij ook leergierig. Zodoende trok ik wel een en ander over mijne kop, ja.
        Terwijl zij rustig in de pantry kon blijven stond ik bij de bar om beleefd te zijn met de passagiers, omdat die mij 
        ongeveer in de rol van gezelschapsdame gedouwen hadden. En dat had ik ongeveer zelf veroorzaakt.
        Het is me bij de volgende lading klanten niet meer overkomen, ik werd voorzichtiger in dat soort zaken.

het hondje

In Santos (Brasil) waren Claire, de chef kok GR en ik aan de wal
om in het dichtstbijzijnde barreke onze gedachten te verzetten.
Een kroeg bestaat ginder niet, een volkscafé evenmin. Een drinkibar was wat het dichtst in de buurt kwam.
Elke wijk had wel een drinkibar. Iets verderop was een pompstation en daar zag ik een magere moederhond
vermoeid langssjokken met een kleintje dat omhoog wipte om te kunnen drinken. De moeder ging niet liggen om het
jong te voeden. Mij leek ze heel moe en veel te mager. Ik nam het jong weg om haar rust te gunnen.
Ze sjokte gewoon voort, waarschijnlijk haar uitputting tegemoet. Daar stond ik dan, met mijn impulsief gedoe …
Ik had het hondje in mijn handen en daardoor was ik plots verantwoordelijk voor het beestje. 

We gingen bij het pompstation vragen van wie het hondje kon zijn. Schouderophalen.
Wie bekommert zich om een straathond, enkel sentimentele Europeanen natuurlijk.
In de drinkibar stelde ik de vraag al niet meer. Het hondje lag in mijn schoot te slapen. 'k Had een brede jeansrok aan,
en in die wieg van textiel lag dat klein zwart mormeltje. Slapen is krachten opdoen, maar eten moet ook natuurlijk.
Het hondje ging mee naar boord. Dat dierf ik wel, omdat de kaptein zelf zijn hond aan boord had, een zwarte labrador
die Settil heette, genaamd naar Sept Îles, de streek in Canada waar hij ooit die hond cadeau gekregen had.
En de vrouw van de tweede stuur had twéé hondjes aan boord. En een kat ook, als ik me goed herinner.

Zelfs met gesloten deur rook die cabine naar dieren wanneer men er langs liep. Hoe die 2de stuur het daar uithield,
hoe die twee daarin konden slapen, snap ik nog altijd niet. Het verhaal gaat dat de rederij dieren aan boord
verboden heeft door toen die situatie met de vrouw van de 2de stuur. Bijna hadden ze de aanwezigheid van echtgenotes
ook afgeschaft, want terwijl haar man aan het werk was liep zij te flirten met al wat daar losliep aan mansvolk.
Nee, dat afschaffen fantaseer ik erbij, maar men zou haar type 'une allumeuse' kunnen noemen. 

Kok GR heeft nog wat melk of bouillon gegeven voor het hondje. Hoe dat afgelopen is weet ik niet meer.

's Anderendaags om 06h trok ik naar boven, voor het dagelijks onderhoud van de cabine van Capt R.
Zijn hond Settil stond al in de deur te kwispelen, zijn staart tikte telkens tegen het deurpaneel.
Niet omdat hij zo blij was mij te zien, maar omdat hij bij het zien van een witte schort wist dat de baas hem dan
zou laten loslopen op de wing. En zo vertrokken ze dan naar de brug, de hond en zijn baas.
De baas met een rol WC papier onder de arm voor het hoopje van de hond, dat met een zwierige zwaai overboord ging.

Die ochtend kwam ik binnen na een aai over de bol van Settil en ik zei "Bonjour Cdt, ik heb gisteren aan de wal
een klein hondje gevonden. Mag het aan boord blijven?" Hij hield zijn hand voor de ogen, met gespreide vingers.
Hij zou het dus door de vingers zien. Én hij zou zorgen dat het hondje gevaccineerd werd en de nodige papieren kreeg
om België binnen te mogen. Merci beaucoup Commandant! 

Tijdens of na het ontbijt kwam chef AK briesend de pantry binnen. "Weé eedier nen ongd?" Wie heeft hier een hond?
'k Zal wat schaapachtig zitten kijken hebben want hij wist toch zelf wie er een hond had aan boord.

Claire was rap van snap die dag: "Gíj, zei ze tegen mij, gíj hebt  toch een hond."
"Chot ja! Ik heb gisteren een hondje gevonden Chef, maar ’t is in orde, het mag …"
"Om negen uur klaar staan voor de taxi, vétérinaire!" De kaptein had hem gebeld om te zeggen dat
de stewardess zich moest gereed houden, maar hij had er niet bij gezegd wie van de stewardessen.
Om 09h? Oei, dat viel midden in de onderhoudsuren. Claire deed teken dat ze mijn resterende cabines zou overnemen.
Kijk, op zo'n moment voelt men wat kameraadschap is. Ik smolt ongeveer van dankbaarheid.
Claire, als ge dit ooit leest, ik sta nog altijd bij u in het krijt. Mail mij, dan gaan we ergens eten. Churrasco.

'k Kwam terecht in een dierenkliniekje, bij twee Japanse dierenartsen. Het voelde vreemd aan twee Aziaten rad Portugees

horen praten. Gelukkig voor mij spraken ze ook Engels. De nodige prikjes werden gegeven, ik kreeg een certificaat,
nog wat vitaminen en andere dingen en ook raadgevingen ivm de voeding. Géén rauw vlees, nóóit!
Dat laatste heb ik heel goed in mijn oren geknoopt en dat heeft later nog voor tamtam gezorgd aan boord.

Achteraf heb ik begrepen waarom AK zo brieste over dat hondje : hij voelde zich gepasseerd.
'k Had het eerst aan hem moeten melden en dan zou hij wel eens zien wat hij kon doen.
Maar hij sliep tot 07h. En mijn werkdag begon om 06h bij de kaptein. Daar was ik omzeggens kind aan huis.
De kaptein had eens gevraagd of ik het hondenhaar in zijn cabine niet te erg vond.
Maar nee kaptein, wij hebben thuis ook altijd honden gehad … en sindsdien lag ik bij hem in de goei schuif.
Het lag voor de hand dat ik de kaptein zou inlichten over het hondje, en niet zou wachten tot mijn baas wakker werd.
Als het huishoudpersoneel begint om 06h en zelfs de kaptein start om 06h, dan is de dag toch aan de vroege vogels en niet
aan knorrepotten die vinden dat ze tot 07h mogen blijven liggen. 

Het hondje had eten en onderdak, maar het kreeg natuurlijk geen nestwarmte, ik was aan het werk van
06h tot 14h en van 16h tot 20h, soms tot 22h. Vreemd genoeg was het mormel vrij vlug zindelijk.
De boodschapjes werden achtergelaten op een groot stuk bruin pekpapier dat ik elke dag verving en
waarvan voldoende rollen aan boord waren. Tijdens onze etensuren ging ik haar halen en vertroetelde ik haar,
maar dan had ik niet gegeten, en dat bleek op de duur ook geen oplossing, 3 x per dag niet eten. 

Chef kok GR stelde voor om haar overdag in zíjn cabine te zetten, zijn cabine lag vlak bij de keuken,
hij kon gemakkelijker tussendoor van zijn werk naar zijn cabine wippen dan ik. En aldus geschiedde.
Elke ochtend werd het hondje samen met een lap bruin pekpapier naar beneden gebracht.
GR voelde zich een beetje de peter van het hondje, want hij was erbij geweest van in het begin.
Én hij zette mijn ontbijt klaar in zijn cabine zodat ik het mormeltje op de schoot kon houden. 

Op een dag merkte ik een brede ring opgedroogde bruine vloeistof op zijn schrijftafel.
De ring had de diameter van een mok. 'k Haalde mijn vileda uit de zak van mijn schort en wou die ring wegwrijven.
Mijn vileda hield ik op zak want die was persoonlijke eigendom, die bracht ik mee van thuis. 

De ring liet zich niet zomaar wegpoetsen. Daardoor wist ik dat het geen koffie was, het was een dikkere vloeistof

die daar opgedroogd was, welke wist ik toen nog niet. Later op de dag kreeg het hondje buikloop.
Het diertje was zo ziek dat ze haar papier niet meer intijds bereikte. Ik vreesde werkelijk voor haar leven.
Ik had toch alle instructies van de dierenartsen opgevolgd, medicijnen op tijd en stond, voedselvoorschriften …
Die bruine ring op GR zijn bureau! Dat was opgedroogd bloed geweest … 

Ik pakte GR bij zijn nekvel en ik vroeg waarom hij het hondje rauw vlees gegeven had.
De dierenartsen hadden toch gezegd : nóóít rauw vlees!
Oui mais, euh… de vrouw van de 2de stuurman (de flirt) had gezegd dat rauw vlees voedzaam is en dus …
Het gesprek verliep in het Frans en nu is Frans toevallig mijn favoriete taal om ruzie te maken en /of
iemand omver te babbelen :
dat die mislukte Maryline Monroe uit de provincie niks kende van honden want haar dieren
zagen er helemaal niet gezond uit en dat hij moest leren nadenken met zijn hersens ipv met zijn lul.

Vanaf toen bleef het hondje weer boven in mijn cabine want ik betrouwde GR zijn oordeelvermogen
voor geen millimeter meer. En Maryline Monroe met haar expertise kreeg het beestje niet meer te zien,
godweet hoe lang hadden die twee het diertje al rauw vlees gevoerd.

Elke ochtend vroeg Capt R hoe het met het hondje ging, het diertje heette ondertussen Pinjoef.
In mijn ellende flapte ik er alles uit. Over het rauw vlees en de vrouw van de 2de stuur en de chef kok,
en hoelang kreeg het diertje al rauw vlees, en over de buikloop en dat ik vreesde voor haar leven.
Hij had direct een oplossing : binnen twee dagen (of drie?) zouden we in Rotterdam zijn,
daar zou bij aankomst een wagen op de kaai staan om mij met Pinjoef naar een dierenarts te brengen.
- Maar kaptein, mijn werk …?
- Niet aantrekken, zei hij. Wéér een engelbewaarder, iemand die mij uit de nood hielp! Merci Commandant!
Waar heb ik zoveel geluk verdiend …

Verdomme, ik zag het gezicht van maître AK al. ’k Bracht alvast Claire op de hoogte, want zij zou weer eens
moeten inspringen voor mij, dubbele job voor haar. 

In Rotterdam stond ik al op de kaai nog voor de taxi er was, Pinjoef in een badhanddoek gewikkeld onder mijn jas.
Het was half april zegt mijn zeemansboek, maar danig koud want de wind heeft daar vrij spel, aan het water.
Hoe het bezoek bij de dierenarts verliep weet ik niet meer, maar Pinjoef heeft het overleefd en is nog lange jaren
gelukkig geweest met haar maatje Kreoon, de boerenfox bij Laura.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

019b memorie 02

het ‘Restaurant’ & het ‘Salon’

Nu naar de mess. Bij de passagiers heette die ruimte het Restaurant. Die benaming was puur chichi.
Het meubilair was uitgeleefd, de vloerbekleding was versleten, het geheel oogde afgemat. Puur tristesse.
En in dat decor liep men dan met zijn allen een beetje precieus te doen.

Aan de rechthoekige tafel zaten twee Braziliaanse koppels, taal was er geen probleem, we spraken Engels.
Aan de andere rechthoekige tafel zaten de vier leden van de staff, dat was evenmin een probleem, NL/FR.
Aan de ronde tafel zaten acht Duitstalige passagiers. En mijn Duits was zero, mijn Duits was van campinggehalte.
Met die woordenschat kon ik onmogelijk service doen aan tafel. Daarom vroeg ik vóór elke service,
met het oog op het menu van de dag, een aantal vertalingen aan chef AK,
want de menu’s waren in het Frans opgesteld en ik wou kunnen antwoorden op de vragen van de Duitstalige passagiers.
Zijn antwoord kwam telkens zuchtend of neerbuigend.
"Oe? wettegadani?" Hoe? Weet gij dat niet?
"Als ik het wist zou ik het niet vragen hé chef!"
En dan produceerde hij nors een Duits woord, mompelend, zodat ik het amper verstond en drie keer
wablieft moest vragen, waarop hij dan weer of ik geen oren aan mijn kop had.

Hij had ook kunnen blij zijn dat ik een inspanning deed voor de service, dat ik de job au sérieux nam.

Maar nee, meneer verkoos het andere pad, bazig doen ipv chef zijn.
Nu ben ik opgegroeid met een bullebak in huis en was ik in '79 al lang niet meer zo mak of gedwee als ik er uit zag.
Ik was gelaarsd en gespoord, zeg maar. Hoe of waar kon ik zo snel mogelijk Duits leren, zodat ik
die sukkel niet meer nodig had. Geen literatuur-Duits, aan Goethe zou ik niks hebben wanneer het
over spruiten of schorseneren ging. Werk-Duits had ik nodig, en liefst zo snel mogelijk. Maar waar?
Op een gegeven moment wist ik het : de vrouw van de rechercheur! Een ingeving, van waar die kwam weet ik niet.
Lag het aan mijn cabine waar ook Y ooit gewoond had? Waakte zij nog over mij? Een drupje bijgeloof is nooit weg …

Aan de ronde Duitstalige tafel zat een man die in zijn beroepsleven een hoge piet bij de Duitse recherche geweest was.

Zijn echtgenote was een dame van Aziatische afkomst. In de gesprekken aan de bar of aan tafel had ik haar al eens
Java en Sumatra horen vermelden. Mogelijk was zij een Indonesische? Als zij van Indonesische afkomst was,
en gezien haar leeftijd, had zij waarschijnlijk de koloniale periode meegemaakt. En daar lag mijn hoop op redding:
mogelijk sprak die mevrouw Nederlands.

Toen ik haar tegen kwam in de alleyway sprak ik haar aan en het gesprek ging ongeveer zo:
- Mevrouw, mag ik u vragen, spreekt u Nederlands?
- Ja natuurlijk, was haar gracieus antwoord.
- Zou u voor mij een aantal zinnen in het Duits willen vertalen, zinnen die ik nodig heb voor het werk?
Dat zou zij met plezier doen. Die dame straalde zo’n rust uit dat ik haar als chef gewild had.
Iemand die iets ging oplossen voor mij! Iemand die mij onder haar vleugels nam!
Ze was klein van gestalte, een elegant popje van seniorenleeftijd. 'k Wou dat ik kon boetseren.
Veel later ben ik nog zo’n dame tegen gekomen, aan de wal in Singapore, maar dat is voor later.

In de loop van de voormiddag bracht ik haar discreet de lijst met zinnetjes die ik nodig had om
de ontbijtservice te kunnen doen. Het waren er veel meer geworden dan ik gedacht had.
En ik voelde me een beetje schuldig, want ik had gezegd
dat het maar een paar zinnetjes zouden zijn.
Enkele uren later kreeg ik even discreet de Duitse vertaling van al die lijnen.
Ja, als die vertaling er zo snel lag, dan moest ik ook een inspanning leveren.
Ik offerde de heilige siësta op en blokte die zinnen, ik leerde ze uit het hoofd alsof het voor een examen was,
want ik wou die mevrouw niet teleurstellen.
's Anderendaags deed ik de ontbijtservice in het Duits. Zonder aarzelen, zonder haperen. Wel, bijna zonder haperen.
Af en toe keek ik zijdelings naar haar en dan neeg ze zachtjes met het hoofd en sloot traag haar ogen als ja-teken.
Zeer onopvallend. Een ruggesteun zonder betutteling.

Zo ging het ook met de lijst zinnen die ik nodig had voor de middagservice en de lijst zinnen voor de avondservice.
Na twee dagen kon ik de ronde tafel bedienen zonder dat ik die ouwe gluiperd nog nodig had. Wat een rust!
Ik werkte eens zo graag want mijn engelbewaarder zat mee aan tafel!

Alles samen waren het een 700 zinnetjes. Zij heeft nooit laten horen dat ze het teveel vond.
Nu vraag ik mij ineens af, waar was Claire in heel dat het verhaal over Duits leren?
Vond ze het niet belangrijk? Of was het voor haar oké dat ík in de frontlinie stond? 

Het aperitief werd in de bar geserveerd. De bar bevond zich in de doorloopruimte tussen
het Restaurant aan stuurboord en het Salon aan bakboord. Het Salon was een groot woord voor
de gemeenschappelijke woonkamer, een zitkamer. Dat salon zag er even treurig uit als het Restaurant.
'k Vond het een eigenaardige situatie want aan de bar waren maar vier barkrukken.
Een aantal van de dames kon dus niet zitten. Daarbij komt dat barkrukken voor mensen op leeftijd
niet het meest comfortabele zitje zijn. Het aperitief werd volgens mij beter in het Salon geserveerd,
zodat alle passagiers konden zitten. Dat was een zeer stille bedenking want suggesties waren niet welkom bij AK.
De bar bedienen deed chef AK zelf.
Achter de doorloopruimte die de bar was, lag onze pantry. Elke avond was iemand van ons twee van dienst
om ijsblokjes, citroenschijfjes en desgewenst ook appelsienschijfjes te brengen. Kaasblokjes, pindanootjes …

De twee Braziliaanse koppels spraken mij soms aan, kwestie van een praatje te maken. Dat was niet naar de zin van
chef AK, maar zelf sprak hij geen Engels, daardoor moest hij mij wel laten begaan.
De Duitstalige mensen mengden zich ook in het gesprek en zij spraken blijkbaar meer Engels dan ik gedacht had.
Waarom een jonge vrouw wou gaan varen? Of ik al veel landen gezien had? Of ik kinderen had? Dat soort vragen.
Kermille, gvd … na verloop van tijd stond ik in de frontlinie en dat was niet aangenaam.
Ik wou tussen de ijsblokjes van het aperitief en de avondservice die ging komen
in de pantry mijn benen nog efkes rust gunnen, want die service duurde, met de afwas erbij, twee volle uren.
Waar was Claire in heel dat gedoe aan de bar? Ik kan het mij niet herinneren. 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

019a memorie 01

LM was blij dat ik de herinneringen aan het eerste schip achter de rug heb, want mijn gedoe over Yvonne
begon hem tegen te steken. Dan heeft hij wat vroeg gejuicht, want het derde schip was een schip
waarover zij zeer vaak vertelde. In de douches recht over de cabines kleefde zelfs nog haar naam op een van de deuren.
En ik meen te weten waarom. Als haar collega niet wekelijks haar douche schrobde en Yvonne wel,
dan wou Yvonne een eigen douche. Simpel. Toen ik haar naam daar zag staan werd mijn hart warm en
ik heb die klever laten hangen. 

"Ge zet haar op een voetstuk" vindt LM. Natúúrlijk zette ik haar toen op een voetstuk!
Zij was mijn enige bron van informatie over wat en hoe! Mijn enig houvast.
En omdat haar kennis en kunde een stevig houvast was, een fundering,
zet ik haar vandaag nog altijd op een voetstuk. Lastig manneke, die LM van mij.
Goed, oké! Ik zal haar naam niet meer voluit schrijven! Vanaf nu is het Y.
Niet veel namen beginnen met een Y, en gij-&-ik weten wie er bedoeld wordt hé.

Ik wist dat er passagiers waren aan boord van dat schip, dank zij Y.
Ik kende ongeveer de schikking van ons werkterrein, dank zij Y.
Én ik wist wie de chef stewards zouden zijn, ofwel AK ofwel GB.
Voor AK moet ge opletten, had ze gezegd, dat is een smeerlap eersteklas.
GB is ne goeie, van die kunt ge veel leren. Als aanbeveling kan dat tellen, dus ik keek uit naar chef GB.
'k Viel natuurlijk bij chef AK, dat soort malchance heb ik wel meer. Chef GB was met verlof.

Het schip was een vergane glorie. Op de verdieping van de passagiers werd nog wel chic gedaan, chiqué eigenlijk,
want het laagje vernis was zeer dun. In feite werd daar dag in dag uit toneel gespeeld.
De passagiers waren welgesteld maar waarom zij genoegen namen met dít schip, heb ik nooit begrepen.

Daarbij komt dat de bewoning nog op 110 volt stond. Dwz: géén stofzuigers aan boord.
Begin maar, in een huishouding met 16 passagiers, 4 leden van de staff, 3 personeelsleden
en nog wat loslopende passanten van andere verdiepingen. Dat alles op witte linoleumvloeren.
Het poetswerk werd daardoor loodzwaar, door het ontbreken van stofzuigers vanwege die 110 volt.
Dat alles went is larie. Mijn ruggegraat, mijn schouderbladen, mijn nek dachten er anders over.

En dan nu de luchtiger dingen. Dat chef AK een krapuul was, was waar. Zo waar als een klontje.
Hij deed stroperig tegenover de passagiers en de staff, nors tegenover het personeel.
Dat is geen leiding geven, dat is baas spelen. Zo’n soort chef, als ge ziet wat ik bedoel.

Y had me de accommodatie zo goed beschreven dat ik er mijn weg al kende nog voor ik aan boord was.
Over de cabine van chef AK had ze verteld dat hij een ronde spiegel op zijn bureau had staan.
Die spiegel diende om te kijken wie er achter hem aan zijn deur stond, want passagiers hebben altijd wel íéts nodig.
Passagiers zijn voor mij de moeilijkste lading. Bauxiet, kolen, ijzererts, ik kon het allemaal baas,
maar zet me niet op een schip met mensen die zich lopen te vervelen terwijl ik aan het werk ben.
Chot, wat had ik graag beneden gestaan, bij de officieren. Werken voor mensen die werken, dát was mijn job!

Goed, die spiegel dus. Y had me gewaarschuwd dat AK de spiegel op zijn slaapkamerdeur richtte
terwijl men het bed opdekte. Het bed was een hoge beddebak waar men moest inklimmen
om het werk iet of wat fatsoenlijk gedaan te krijgen. Op een dag zat hij aan zijn bureau
terwijl ik het bed aan het opdekken was. Ineens kwam er van uit mijn achterhoofd, of van uit mijn ruggemerg
een waarschuwing : AK + spiegel …

Jawel, hij had zijn spiegel gedraaid en zat naar mijn achterwerk te gluren. Een achterwerk in een witte werkschort.
Ik kreeg de slappe lach. Waar zat die sukkel nog op te hopen?
Dat er onder zijn broeksriem nog iets zou gaan wriemelen eer hij met pensioen ging?
Dat lachen heb ik achteraf moeten bekopen, maar het kwam vanzelf en het gaf me toch zoveel voldoening.
En terwijl ik dit typ weer eens. ’k Zit hier weer te lachen met die zielepoot.

Claire wist niks van dat gluren met de spiegel, zij deed de cabines aan stuurboord.
Ze wist wel dat AK een klotige chef was. En als de koopvaardij dat nog niet wist dan zou ik daar wel eens voor zorgen
via de tamtam op de vloer van de wervingszaal in Antwerpen, dé plek om weetjes & nieuwtjes door te geven.
Dat kon ik rustig doen, want dat gluren was geen eenmalig gebeuren, dus géén inbeelding van mijn kant.
Het vent zat ziek in mekaar. Hij kon me niet uitstaan en toch moest hij gluren?

Nu naar de mess. Bij de passagiers heette die ruimte het Restaurant. Die benaming was puur chichi.
Het meubilair was uitgeleefd, de vloerbekleding was versleten, het geheel oogde afgemat. Puur tristesse.
 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

019. schip 03 brief 01

Van het tweede schip bestaan geen brieven, ik ben er maar een 14 dagen aan boord geweest,
de zogezegde 'kleine reis', gaan laden en lossen in enkele Europese havens en dan weer Antwerpen.
Eens denken, Rotterdam, Hamburg, Bremen, Southampton, Le Havre, zoiets is de Kleine Reis.
Vermits het schip weerkeerde naar de thuishaven mocht men dan afmonsteren.
Die mogelijkheid was contractueel voorzien door de CAO.
Ik zag me daar niet blijven voor de 'grote reis', de oceaan over,
want het was een akelig schip, op teveel punten om mezelf daar een paar maanden vast te zetten.
Dus bibi verliet het schip. En waarschijnlijk zo komt het dat ik nooit in Peru en Chili geraakt ben.
Achteraf heb ik vreemd genoeg nooit aangemonsterd op een schip dat daar heen ging.

En dan nu van het derde schip, eerste en énige(?) brief,
hoewel ik er toch 4 maanden en 19 dagen aan boord geweest ben, zegt mijn zeemansboek


1979-03-09-vr, op zee

’k ben moe en ik klop meer naast de toetsen dan er op, (draagbaar typmachientje toen)
Dag lieve mensen allemaal,

We werken hier elf uur per dag en soms dertien,
wanneer er een dineeke is of er alleyways moeten gekuist worden.
Hier zijn ook passagiers aan boord en bibi zit dus midden in de chichi,
maar dat had ik in een vorige brief al geschreven zeker?
(géén vorige brief van dit schip te vinden in het klassement)

Bon, ik heb sindsdien nog geen woord op papier gekregen, zo moe ben ik elke avond.
En de siësta is heilig, dan ga ik in de zon liggen of ik maf in mijn kotje, mijn cabine is al ingericht,
dus dat is hier best oké. En alles, de hele zever, wordt hier gecompenseerd door Claire.
Wij krijgen hier minstens drie keer per dag een schaterlach en om de twee dagen
de slappe lach voor een half uur. Ik voel mij terug zo jong als in ’t middelbaar.
precies of Claire en ik zijn hier op schoolreis.

Een week geleden ongeveer, toen was het zo warm nog niet, vraag ik haar
of ze op de middag mee aan dek gaat, frisse lucht happen,
we waren sinds aanmonstering nog niet buiten geweest, dus al meer dan 10 dagen zonder buitenlucht.
Op de middag wil zeggen na de middagservice, om 14h was dat daar aan boord, passagierstafels, vandaar.

- Bôf, nee, zegt ze, ik ga slapen.
- Maar allez Claire, we moeten toch een béétje frisse lucht hebben.
(Het was echt nodig want we begonnen er vaal uit te zien)
- Bôf, zegt ze, -op zo’n traag toontje van 'eigenlijk wel, maar feitelijk niet'-
   frisse lucht … ja … ik zal mijn patrijspoort wat open zetten.

Toen plooide ik traagskes dubbel van het lachen. Alles wat we buiten de uren doen gebeurt TRAAG
en ik raakte nog niet zo direct weer recht. Gelukkig zijn er op een schip overal relingen om u aan vast te houden.
Haar antwoord leek me zo in de stijl van die mop:
- Gaat ge mee naar de bibliotheek?
- Nee dank u, ik heb al eens een boek gelezen.
Toen waren we weer vertrokken natuurlijk.

En toén schoot me te binnen dat als onze pa nog eens vraagt om mee te gaan wandelen in de frisse natuur,
we ook kunnen antwoorden : Och papa, ik zal mijn venster een beetje open zetten.
Met dat al was er weer een half uur van onze kostbare siësta voorbij.
Ondertussen waren we al op de vloer gaan zitten, geen van de twee kon of wou nog haar kot in.
Dat stukske alleyway is nu wel van ons, maar soms moet daar toch een mecanicien door.
Er passeert ene, dan nog ene, dan twee. Waarop Claire, droogweg : "Hier zit zeker een ganse nest?"
Het lachen hield niet op. En die mannen maar gapen : wat zitten die twee hier op de vloer te gibberen,
te gieren en te snikken van het lachen, zo midden in de alleyway.
En we hadden geen kracht meer om het nog eens uit te leggen ook.

Bon, nu ben ik mijn draad kwijt. ’k Ben moe zenne.
Daarstraks hebben we over muziek en cabaret en kleinkunst gebabbeld en ik had ineens zo’n zin in muziek.
Het zijn études van Chopin geworden (Pollini). En de sonates van Beethoven, dé sonates.
Vandaar die draad kwijt.

Claire en ik spreken hier nadrukkelijk ABN (zo heette Algemeen Nederlands toen nog)
puur en alleen om de chef steward te pesten. En ons prestige stijgt bij de passagiers.

Vooral wanneer Ilse erbij is. Ilse = de stewardess beneden bij de officieren. Zij is fotografe van opleiding.
Wij zijn hier geen van de drie stommelingen. Ook zelfs eventueel ik niet.

Dan krijgt die pee het (de chef steward, bij de passagiers heette die functie maître d’ hôtel)
Hij spreekt Antwerps, Brussels, Portugees, Frans en Duits, dat alles zeer vlot, en voldoende Engels,

maar géén ABN. Daardoor zijn al serieuze misverstanden ontstaan:
tijdens de service praat hij veel stiller en daarbij articuleert hij niet.
Probeer dat maar ne keer te verstaan, zo van dat stil gemompel.
Precies of de passagiers vinden het een schande dat het personeel praat.
Per slot moeten wíj zorgen dat de service vlot verloopt en 14 man aan 4 tafels is geen lachertje.
Toch niet met de passagiersmenus van toen.
Vooral niet wanneer er speciale etentjes zijn. Als ge dat in stilte moet organiseren gaat alles mis.

Mogen de mensen niet horen dat hij een sauslepel vraagt?

Bij deze brief hoort een flink woordeke uitleg, maar dat is voor een volgende tekst.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Etudes_(Chopin) , klank aanzetten voor virtuoze vingeroefeningen : https://www.youtube.com/watch?v=nMM6h9Yf348&list=PL7D2B9689AF8360A7 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

018. Clara Cleymans

te gast bij Wim Helsen ~ Clara Cleymans
met een tekst van Edna St Vincent Millay, vertaald door Herman De Coninck

            Deze deur zou je nooit openen, en toch heb je het gedaan.
        Kom nu maar binnen, kijk maar, niks hier aan de hand.
        Je treft hier geen verborgen schatten aan,
        geen heksenketel en geen spiegel-aan-de-wand
        die zegt dat ik de mooiste ben van heel het land;
        geen vrouwenhoofd door een of andere reus
        ooit afgehakt. Een kamer slechts, beneden jouw stand,
        vol spinnewebben, erg onluxueus.

        En toch was dit het enige uit heel mijn leven
        dat ik je nooit of nimmer prijs wou geven.
        Een kamer voor die twee-drie dromen
        waar jij nu eenmaal buiten stond. Die je mij hebt ontnomen.
        Laat je dus nooit meer zien. Verrek.
        Dit is van jou. Ik zoek een andere plek. 

        Afbeeldingsresultaat voor clara cleymans          

        De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje.
        Cleymans in gesprek met Helsen :
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a7/
        11min43

Toen ik het gesprek voor een eerste keer beluisterde,
-telkens met de ondertitels geactiveerd want er zou me zo eens een woord kunnen ontsnappen-
vond ik dat het niet per se over een man-vrouw of een partnerrelatie moet gaan.
De indringer kan gelijk welke dominante figuur binnen het persoonlijk leven zijn,
iemand die de grenzen van de privacy overschreden heeft. Een moeder of een zus, bvb.

De slotlijn vind ik heel sterk : 'Dit is van jou. Ik zoek een andere plek.'
Ik heb die reactie al vaak gehad, wanneer iets ontwijdt werd door ongewenste belangstelling
of door platte nieuwsgierigheid. Zo'n moedeloze 'Weet ge wat …, ge moogt het hebben. Hou maar!'

Daar zal wel een vakterm voor bestaan, voor die reactie.
De ogenblikkelijke onthechting, noem ik het. Met de nadruk op ogenblikkelijk.
Als een guillotine valt dat mes : onthechting.
Misschien is het een soort emotionele zelfverdediging?

Over Clara Cleymans : https://nl.wikipedia.org/wiki/Clara_Cleymans 
Over Edna St Vincent Millay : https://nl.wikipedia.org/wiki/Edna_St._Vincent_Millay
Originele tekst = Bluebeard : https://www.bartleby.com/131/23.html

Geschreven door maart om 05:57 Reageer op dit bericht

017. schip 01 brief 10

1978-07-24-ma, op zee, veel water

Dag mensen altegader, 

De 12de of de 13de van deze maand ben ik van 13h tot 16h op Braziliaanse bodem geweest. Drié volle uren.
We hebben daar op ongeveer 24 hrs geladen en dan waren we weer weg.
Braziliaanse bodem wil zeggen, een strand.
We lagen daar in een of andere lokaliteit aan een enorme pier met zo’n moderne rolband installatie
die veels te vlug laadt naar mijn zin.
Yvonne en ik zijn gaan zwemmen naar het strand. Dat deed deugd.
Van aan boord kunnen we naar de golven alleen maar kijken. 

Het landschap was typisch Braziliaans hé : geel-wit strand met zand van eigen bodem,
donkerblauw-groene zee met witte schuimkoppen. Zo wit vindt ge ze alleen maar onder deze zon.
Zee-egels en krabben, wier, rotsen, alles heeft iets Atlantisch. Niks Mediterraan, bvb.
Zoals ik het beschrijf is het niet duidelijk natuurlijk, maar toen ik het zag was het direct duidelijk.
Verder heb ik via een visser kunnen kennismaken met den Braziliaansen Volksaard, hij zat namelijk
in stilte te vissen. Ook een typisch Braziliaanse bezigheid, vooral aan de kust. 
En ze hebben hier nogal wat kust. We varen er nu al tien dagen langs, terug richting noord, naar de Golf v Mexico.
De grondigheid en de volharding waarmee hij zijn lijn in het oog hield zou door een oningewijde alras verkeerdelijk
geïnterpreteerd worden, maar ik -die er geweest ben- kan u verzekeren dat het vissen hier
een ernstige aangelegenheid is. Deze ernst zou men bij een Zuid-Amerikaan, en dan zeker een Braziliaanse visser,
niet verwachten moest men blindelings praatjes geloven en doof blijven voor mensen die
u de ogen willen openen en u met handen en voeten op het hart willen drukken dat, datteu, eh, het niet zo is.

Ik bedoel: geloof het allemaal niet zomaar. Bvb dat verhaal dat ze in Brazilië niks anders doen dan samba dansen.
Kletskool! Apelarie! Ik heb in al die tijd dat ik er geweest ben niet één mens zien samba dansen.
Zelfs niet verstolen in de handen klappen of met de vingers knippen, laat staan neuriën. Geen één! 

En van dat overdreven karnaval vieren, dat de pastoors daar nog maanden later
zonden aan het vergeven zijn, tussen twee doopsels in, zal ook wel overdreven zijn.
Ik heb nergens een toeter of bel gezien. Misschien wordt er met karnaval wel gevierd,
maar buiten het seizoen is er beslist niks om over te biechten te gaan. Tot zover wat ik weet over Brazil, en dan nu
rap weer naar de bewoonde wereld.

            Van de laatste zes weken in deze contractperiode vind ik geen brieven terug.
        Waarschijnlijk omdat we toch richting Europa vaarden, daar zou ik dan afmonsteren en
        ik zou het ze thuis allemaal wel vertellen ipv te schrijven. Dat maakt dat ik niet kan achterhalen
        en me ook niet kan herinneren hoe mijn eerste kennismaking met New Orleans was.
        Ik herinner me wel veel over New Orleans, leutige dingen, maar dat was later, op andere schepen.

        Volgens mijn zeemansboek duurde deze 1ste contractperiode, waarvan de briefwisseling nu ten einde is, 
        6 maanden en 16 dagen.  

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen -

 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

016. Sam De Bruyn

te gast bij Wim Helsen ~ Sam De Bruyn
een tekst van Austin Kleon

            Pas goed op jezelf.

        Ik ben een saaie man met een baan van negen tot vijf,
        die met zijn vrouw en hond in een rustige buurt woont.
        Dat hele romantische idee van het creatieve genie dat aan de drugs is,
        van hot naar her rent en met iedereen naar bed gaat, is achterhaald.
        Dat is voor supermensen en voor mensen die jong willen sterven.
        Creativiteit kost namelijk een hoop energie.
        Die energie heb je niet als je die verspilt aan andere zaken. 

            Afbeeldingsresultaat voor sam de bruyn

          De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje.
        De Bruyn in gesprek met Helsen :
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a6/
        10min56

Wat een geestige man is die Sam de Bruyn. ’k Zou hem direct adopteren als mijn ideale schoonzoon,
gesteld dat LM en ik kinderen zouden hebben.
’k Heb het gesprek nu al 3x bekeken en elke keer
ben ik opgetogen over telkens andere rake dingen die daar gezegd worden.
Wie bovenstaande link niet aanklikt doet zichzelf tekort!

Wat ook moet gelezen worden, moét zeg ik, is het artikel over het boek, geschreven door ene Johan.
Die link staat gans onderaan, bij de documentatie, de kleine grijze lettertjes.
Onderschat nooit de kleine lettertjes … smiley-smile.gif

Wat in daar staat kan dienen in denkelijk alle gebieden van het bestaan :
wanneer een idee op uw pad komt moogt ge dat gebruiken.

Of het nu over een meubelschikking in de woonst gaat, of een keukenrecept,
of een kleurencombinatie voor kledij, of tekstschrijverij, of ernstige dingen …
wanneer het leven u iets aanreikt, moogt ge dat gebruiken.
Dat laatste lijntje komt van Christine Hemmerechts.
Wat ik zeggen wou, de onderste link aanklikken, gauw!


Over Sam De Bruyn : https://nl.wikipedia.org/wiki/Sam_De_Bruyn
Over Austin Kleon : Austin Kleon is een bestsellerauteur van de New York Times van drie boeken: Steal Like an Artist, Laat je werk zien! en Krantenuitval.
De werken van Kleon richten zich op creativiteit in de wereld van vandaag. https://en.wikipedia.org/wiki/Austin_Kleon
Over het boek ‘Steal like an artist’ : https://www.proximus.be/nl/id_b_cb_steal_like_an_artist/zelfstandigen-en-kleine-bedrijven/discover/news/inspiratie/boek-steal-like-an-artist.html

Geschreven door maart om 07:48 Reageer op dit bericht

015. ship 01 brief 09b

1978-07-29-za, Golf v Mexico

Dag Lieve Mensen, ik denk dat er naar één plaats op de wereld is waar zoveel
lieve mensen bijeen wonen en dat is thuis. (Wat krijgen we nu, ze wordt sentimenteel?) 

We zijn de tropische gordel uit en sinds gisteren is het leven weer leefbaar. Een mens kan weer eens buiten komen nu.
Want amai dat klimaat in de tropen, voor mijn part mogen ze het afschaffen.
Warm is niks maar de vochtigheid erbij maakt het vreselijk vermoeiend. Vooral wanneer ge moet werken.
Ik kan me wel voorstellen dat er mensen zijn die genieten van dit soort weer maar
die zitten in een stoel op een terrasje of liggen in een hangmat op hun veranda. Zo zou ik er misschien ook van genieten,
als passagier op een (houten) deck en me laten serveren door dravende stewards. De stewardessen zou ik wat ontzien.
Alle geluk dat we hier geen passagiers hebben. Mensen wat heb ik gezweet.
Ze nemen hier allemaal zoutpillen om niet teveel vocht te verliezen. (minerale zouten, wil dat zeggen)
In het begin dacht ik dat het troela was. Maar na een week zweetpareltjes over heel het lijf werd ik wat slappekes.

En toen ik eens voor de zoveelste keer het zweet van mijn bovenlip likte, smaakte het niet eens zout meer.
Goed, dan heb ik ook maar zoutpillen genomen, gelijk alle grote mensen. ’t Was hoog tijd want ik had al febbeltes.
Wat? FEBBELTES. Dat is de Antwerpse vertaling van, denk ik, FAIBLESSES.
Zoiets als slaptitudes ongeveer, maar dan in de tropen. (en in het Antwerps)

Hier hangt zoveel vocht in de lucht dat het zweet niet opdroogt, dat ge u niet afgedroogd krijgt na de douche tenzij
ge u eerst insmeer met odeklonje maar daar droogt dan het vel van uit. En zo is ’t altijd iet.
Want tisaltijtietoor! Hier wordt veel en dikwijls drukte gemaakt, meestal om niks, om bezig te blijven,
om gespreksonderwerp te hebben. Sinds het 'verblijf' in Brazilië heb ik niet veel meer meegemaakt.
Een paar dagen geleden zijn we langs Jamaïca gevaren. Mooi.
Vooral met de verrekijker. Dan ziet ge nog eens iets van de wereld. Join Ahlers and sea the World.

Sinds Henri chefkok is blijft het eten goed, dus de stemming aan tafel ook, behalve voor de mensen die van roddel
hun reden van bestaan gemaakt hebben en niet gelukkig kunnen zijn zonder een of ander malheur. En eigenlijk
zijn die tevreden met hun eigen gejammer, dus alles gaat goed hier aan boord.
LANG LEVE DE KOOPVAARDIJ. KOM ER BIJ. KOM ER BIJ. 

De nieuwe eerste stuurman houdt nog altijd zijn manieren, dus wij ook. Geslaagde baas, we zien hem maar af en toe.
En zagen doet hij niet, dus van mij mag hij blijven.
Hij heeft zelfs al eens gegaasd. (gazen = gas spuiten tegen kakkerlakken)
De vorige wou dat niet doen omdat het gas tegen de kakkerlakken te duur is.

Op drie maanden tijd is er geen enkele keer gespoten. Ge kunt denken hoe het hier krioelde.
Wat hij gaan vertellen is op den bureau weet ik niet. Waarschijnlijk dat het ‘niet nodig’ was,
zoals hij ons eens met het afwasmiddel heeft liggen gehad. Maar deze stuur gaasde er nogal op los hoor!
Tot hij er van wegdraaide want hij had het gasmasker niet opgezet. En dat spul pakt naar de keel.
Precies of ze nijpen uw strot toe. Heel gek, want er nijpt niemand, en ge ademt toch gewoon verder?
En dan is het alsof uw ogen uit hun kassen willen.
Ik ben maar gauw buiten verse vochtige warme lucht gaan ademen (niks fris). En mijn plantjes heb ik ook buiten
gezet want die hebben maar fijne strotjes. En oogskes hebben ze al niet, ocharme.
Dan kan ik ze toch niet in het gas laten staan he.
Toen de stuurman dan toch zijn gasmasker opzette was hij precies zelf een grote kakkerlak.
Het heeft hier twee dagen gestonken en al het voedsel dat onbedekt blijven liggen was kon weg gegooid worden.
Maar dat is niet erg want hier wordt zoveel weg gegooid dat het niet eens opvalt. 

        Als ik er op terug kijk, en wetende wat ik nu weet, heeft die eerste stuurman in als zijn ijver
        een paar serieuze procedure fouten gemaakt. En dan vragen ze zich af hoe zeevarenden een aandoening 
        aan de luchtwegen kunnen oplopen … op zee is toch altijd gezonde lucht! Ja, misschien,  
        maar daarom nog niet aan boord.

Nu stop ik er mee, want seffes moet ik herbeginnen met werken.

Dag, kusjes, de groeten, let goed op ulle zelf en op mekaar allemaal. 

PS: 1/ Wie gaat wanneer op vakantie en waarheen? 
      2/ Er was geen ene brief in Brazilië. Misschien in volgende haven. Het is ulle geraden potdorie of ik
         laat ook niks meer van mij horen. Ik zwijg als een graf. Als een zeemansgraf, dat is nog vele stiller!

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen -

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

014. Michèle Cuvelier

te gast bij Wim Helsen ~ Michèle Cuvelier 
met een tekst van Lucebert 
         
           Er is alles in de wereld

        ik tracht op poëtische wijze
        dat wil zeggen
        eenvouds verlichte waters
        de ruimte van het volledig leven
        tot uitdrukking te brengen

        ware ik geen mens geweest
        gelijk aan menigte mensen
        maar ware ik die ik was
        de stenen of vloeibare engel
        geboorte en ontbinding hadden mij niet aangeraakt
        de weg van verlatenheid naar gemeenschap
        de stenen stenen dieren dieren vogels vogels weg
        zou niet zo bevuild zijn
        als dat nu te zien is aan mijn gedichten
        die momentopnamen zijn van die weg
        in deze tijd heeft wat men altijd noemde
        schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand
        zij troost niet meer de mensen
        zij troost de larven de reptielen de ratten
        maar de mens verschrikt zij
        en treft hem met het besef
        een broodkruimel te zijn op de rok van het universum
        niet meer alleen het kwade
        de doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig
        maar ook het goede
        de omarming laat ons wanhopig aan de ruimte
        morrelen

        ik heb daarom de taal
        in haar schoonheid opgezocht
        hoorde daar dat zij niet meer menselijks had
        dan de spraakgebreken van de schaduw
        dan die van het oorverdovend zonlicht

            Afbeeldingsresultaat voor michèle cuvelier                            

            De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje. 
        Cuvelier in gesprek met Helsen,
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a5/
        12min42

"Lucebert betekende een revolutie in de Nederlandse letteren.
Hij was de meest vernieuwende dichter van zijn generatie en
voegde onsterfelijke regels toe aan de Nederlandse poëzie.
Voor een nieuwe generatie behoort hij tot de voorbeelden, getuige bijvoorbeeld Ilja Leonard Pfeijffer,
die een keuze maakte uit het oeuvre van de door hem zo bewonderde dichter.
In zijn inleiding gaat hij in op de betekenis van het werk, voor hemzelf en voor de lezer van nu." Google Books

Dat kan allemaal goed zijn maar ik zal vooringenomen zijn -en blijven- door het feit
dat Lucebert nazi sympathieën had,
en zelfs vrijwillig bij de Duitse Arbeidsinzet gaan werken is.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Arbeitseinsatz


Er zijn mensen die roepen dat zoiets niet mag, dat men het werk van een kunstenaar

niet mag beoordelen naar zijn persoonlijk leven. Klimt (schilder) en Rodin (beeldhouwer)
waren toch ook geen doetjes!
Dat waren regelrechte loeders!
Ja, denk ik dan, en toch is er voor mij nog een verschil tussen een loeder-leven en nazi-sympathieën.
En dat laatste kleurt voor mij de naam Lucebert, vernieuwende dichter of niet, onsterfelijke regels of niet.

Over Michèle Cuvelier : https://nl.wikipedia.org/wiki/Mich%C3%A8le_Cuvelier 
Over Lucebert : https://nl.wikipedia.org/wiki/Lucebert#Levensloop  

Geschreven door maart om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

013. ship 01 brief 09a

1978-07-08-za, op zee

Dag Laura, dag Dee, hoe istermee? En met de vakantie? En met de Kreoon? (de hond)
Het lijkt alsof ik ulle gisteren nog gezien heb maar dat kan niet, want het is al 8 juli vandaag.
De tijd vliegt hier nogal. Ginder ook? Hoe is ’t met uw nieuw kleed? Hebt ge dat V-kraagje al aangepast?
De chief eng (een Duitser) vroeg of ik my nice dress nog had om eens to show to de captain.
- I gave it to my sister, zei ik.
- But it was a nice dress! riep hij uit.
Precies of ge moogt alleen maar mottige dresses aan uw zuster kadoo doen.
- That’s why I gave it to my sister, chief, she’s a nice girl. So I’ve put two things of beauty together.
Daar moest hij over nadenken blijkbaar, want hij zei niks meer.
Nu hoop ik maar dat ge uw thing of beauty draagt, my beauty, of ik val in affronten bij den chief.

Binnen een maand of twee zijn we weer in de buurt. Als gellie zin hebt kunt ge komen.
Als ge niet met vakantie zijt natuurlijk. Ik laat wel tijdig weten waar en wanneer.
Moest het Hamburg of Rotterdam worden, maak er maar een weekendje van, ge kunt aan boord blijven eten en slapen.
Als ge de afwas doet kan den ouwe er niks op zeggen. Hij kan op zijn kop gaan staan draaien.
Dat zou hem trouwens deugd doen, misschien wordt hij er redelijk van.

En tussendoor trekt ge weg, de stad in.
Enfin, als er iets af te spreken valt dan doen we dat later wel, te gelegener tijd.
Als ge bij Tina langs gaat, vraag haar of ze mijn telegram met verjaardagwensen ontvangen heeft.
En of hij toegekomen is, dat eerst en vooral. 

Dit is nu mijn tweede reis op dit schip, sinds twee weken, en ik heb al meer last gehad van heimwee
dan de vorige maanden samen. Is het omdat ik efkes thuis geweest ben, ik weet het niet.
Hoe zit het met Tina, spreekt zij nog niet over huiswaarts keren?

        Tina was toen samen met Toppiéke bezig aan een lange reis, nu het nog kon.
        Het jaar daarop werd de kleine zes jaar en dus schoolplichtig.
        Alles samen heeft die reis zeven maanden geduurd.
 
Enfin, heimee is een te sterk woord, maar ik denk plots : was ik nu maar bij Jeanneke, of in de huizekes, of bij SW.
Alles is goed, de KeizerKarellaan aflopen zou al volstaan. Of door de frisse regen lopen op de Adolf Max.
Want friste is hier ver te zoeken. Kijk eens mee op de kaart: na Antwerpen gingen we langs
- Madeira, ten westen van Marokko, dus warm
- Kaap Verdische eilanden, nog meer zuid, nog meer warm
- Fernando de Noronha, Eiland tsn Kaap Verdische Eilanden en Zuid-Amerika, nog warmer
- voor het ogenblik varen we ter hoogte van Recife, 
   het meest oostelijke punt van Brazilië en tegelijk ook van Zuid-Amerika.
- daarna is het nog 240 zeemijl naar Ubu Point, een nieuwe laadhaven voor ijzererts, ten zuiden van Vittoria, Brasil
Waarschijnlijk zien we in Porto de Ubú geeneens bewoonde wereld wat het is er een doods gedoe zeggen ze hier aan boord.
We gaan direct tegen de pier en in 24hrs zijn we geladen en weer weg, naar de States, gaan lossen in Port Arthur.
Dat ligt iets ten zuiden van New Orleans, over de grens in Texas. Dus niet op de Mississippi.

Wat Zuid-Amerika betreft vang ik achter het net he. Het continent van Mordillo.
Er is hier uit een of ander oud tijdschrift een mooie Mordillo tevoorschijn gekomen De 4de mecanicien
heeft die in zijn cabine hangen en wanneer hij afmonstert krijg ik die voor Dee zijn collectie.
Het is een prent van een Mexicaantje dat met gitaar en sombrero ayayay staat te zingen, zoals Mexicanen dat kunnen.
Op het eerste zicht staat hij boven op de heuvels maar als ge een tweede blik werpt (zachtjes werpen) dan ziet ge
dat hij met blote voeten op héle grote cactussen staat. Vandaar de aïeaïeaïe.
Mooi en om de slappe lach van te krijgen, zoals van de meeste Mordillo’s.
Binnen enkele maanden is de cartoon voor u hoor Dee.

Ik heb die twee Dorothy Sayers gelezen, aan deck, in de zon, toen het nog niet zo moordend heet was.
Ze zijn alletwee heel goed, die Lord Wimsey is een sympathieke knul, lijkt mij.
Eerst leekt de verhouding tsn Wimsey en zijn butler Bunter nogal op de toestanden bij Woodhouse,
maar dat was ik rap vergeten. Wimsey zegt op een bepaald moment zelfs tegen Bunter:
'Hang zo de Jeeves niet uit.' Duidelijker kan het niet he. Sayers kan zoiets toen al te horen gekregen hebben,
dat het op een kopie/plagiaat leek en dat heeft ze dan tof weerlegd. Die Wimsey is niet dwaas ookni.
Het is de eerste keer dat ik een detectieve lees die zich bezint over zijn job = hobby voor Wimsey,
want hij laat zich niet betalen. Eigenlijk heeft hij principiële bezwaren tegen zijn eigen motivaties.
Goed gevonden van Sayers. Het maakt Wimsey wat menselijker.
Maar goed, ik ga er geen boekbespreking van maken. Hebt gellie ze gelezen? Doen, Het is de moeite.
Bon, ik stop ermee kinders, het is al laat en ik moet er morgen vroeg uit. De groetjes aan Tina & Toppié en
geef de route door aub. Dag tweetjes & een goei vakantie.

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen -
https://nl.wikipedia.org/wiki/Guillermo_Mordillo , https://nl.wikipedia.org/wiki/Dorothy_L._Sayers, https://nl.wikipedia.org/wiki/Lord_Peter_Wimsey,

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

012c memorie 03

de reputatie van de allereerste stewardessen

Wanneer juist de koopvaardij ook met stewardessen begon te werken en niet met enkel stewards weet ik niet,
ergens in de jaren zestig als ik me goed herinner, maar er werd gezegd dat de eerste stewardessen
prostituees fin de carrière waren.
Mogelijk om nog iets of wat sociale zekerheid te verwerven, denk ik nu, achteraf bekeken.
Hun taakomschrijving aan boord vonden ze niet bindend, of op zijn minst bespreekbaar.
Met alle gevolgen voor het onderhoud binnen het kasteel, de huishouding en de sfeer aan boord natuurlijk. 

Achteraf bekeken vraag ik me af waarmee ze betaald werden. Op zee hadden de zeevarenden weinig baar geld
en in haven waren er jongere dames beschikbaar aan wie ze het voorschot-in-haven zouden besteden. 

        ’k Zag al een huishouding met twee Zwarte Lola’s ipv twee stewardessen.
        Daar had ik niet bij willen zijn. Nog niet als vlieg aan de wand. 

Maar dat verhaal nam ik toen voor echt want het was vóór mijn tijd en alles wat voor mijn tijd gebeurd was
én waar mondelinge getuigenissen van circuleerden hoorde bij de Kleine Geschiedenis van de Gewone Mensen.
Dat was toen al mijn dada. Ik ging ’s avonds soms naar de mess-matrozen om verhalen van anciens te horen.
Als de mannen aan het kaarten waren verdween ik weer,
als ze niet kaartten kreeg ik er soms ene op zijn praatstoel en dat was genoeg.
Zijn verhaal maakte andere los en ik hoorde van die paar veteranen onder de matrozen verhalen en verhalen,
waarover ik dom genoeg niks genoteerd heb. Geen letter. 

        Al die verhalen gingen over schepen die tot het type General Cargo hoorden. 
        Dwz dat de lading bestond uit stukgoed, gemengde lading, 
        zakken, kratten, vaten, kisten, paletten, rollen staalplaat, bobijnen staaldraad …
        die lading zeevast zetten was de job van de stouwer. Heel belangrijke job. Hij was de man die moest zorgen
        dat de lading niet begon te schuiven op zee. Zelf vaarde de stouwer niet mee, hij was havenarbeider.
        Een general cargo ligt natuurlijk langer in haven dan een bulkcarrier of een tanker of een containerschip.
        En veel van die verhalen speelden zich in verre havens af. Verhalen om met gespitste oren naar te luisteren.

        https://nl.wikipedia.org/wiki/Havenarbeider 

Nu, om over de eerste stewardessen verder te vertellen. Of Yvonne ze ooit meegemaakt heeft weet ik niet,
maar zij hamerde er wel op dat we de juiste werkkledij moesten dragen. En het juiste schoeisel!
Schorten en lage schoenen, beroepskledij. Dat tenue was inderdaad gemakkelijk en dus belangrijk, heb ik later
op andere schepen gemerkt aan de collega’s die er anders over dachten. En ooit schoot me ook een raad van
een lerares Frans te binnen: met de juiste BH en met het juiste parfum kan men alles dragen. En dat is ook zo,
dan lijkt zelfs de meest vormeloze overall op een drapage.

        ’t tenue van een kok

Toen Yvonne na vier maanden afmonsterde en vervangen werd, zag ik bij Henri iets veranderen.
Hij bleef soms dagen ongeschoren, in een tijd dat de stoppelbaard nog niet in de mode was.
Hij droeg niet meer de witte bakkerspantalons waar Yvonne haar fierheid uit haalde,
maar de grijs-witte pied de poule broeken die na verloop van tijd een beetje vormeloos om zijn lijf hingen.
En zijn schorten, de voorbinders, wisselde hij niet meer tweemaal per dag.
Kortom, als zijn vrouw weg was, vielen haar maatstaven ook weg.
Eigenlijk zag hij er uit als een doorsnee scheepskok, maar dit was mijn eerste schip dus kon ik nog niet vergelijken.
Tot dan toe dacht ik dat alle koks, door de aard van het beroep, er dag-in-dag-uit netjes en zelfs picobello uitzagen.
Latere schepen heb ik gezien, beseft en begrepen dat het zeer zelden zo was.
Chefs die de netheid in de keuken doortrokken naar netheid op hun persoon waren eerder uitzonderingen.
Jammer dat ik dit er moet bij vertellen, maar het is zo. 

        de vervangster, mijn tweede collega

De nieuwe collega hanteerde absoluut niet dezelfde maatstaven, de criteria die ik ondertussen
als de maatstaven ‘van het huis’ was gaan beschouwen. Bleuke dat ik toen nog was.
De nieuwe collega was ook vooraan in de 50, dus van dezelfde leeftijdscategorie als mijn enig en uniek voorbeeld,

maar ik stond vrij vlug alleen met de maatstaven.

Een voorval dat me bijgebleven is, is de boter. 
Tot dan toe werden de blokje boter van 250 gr in drie gesneden, en per vier personen
werd zo’n reep van ongeveer 80 gram op tafel gezet in een rechthoekig schoteltje.
Na elke maaltijd werd de boter afgeruimd en in de frigo gezet, zo wordt ze minder snel ranzig.
De restanten werden in een rechthoekig schoteltje verzameld en de volgende maaltijd werden
werden nieuwe reepjes boter op tafel gezet. Ongeveer 20 minuten voor de service kwam iemand van ons
die schaaltjes op de tafels zetten, zodat de boter smeerbaar was wanneer de service begon.
Er moest trouwens toch brood gesneden worden ook, dus dat ging in één moeite door.

Na een aantal dagen vulden de restantjes het rechthoekig schoteltje. De inhoud van dat schoteltje
werd opnieuw in drie reepjes van 80gr verdeeld en zo op tafel gezet. Dus geen verspilling,
bij ons werd geen boter ranzig!

Een van de eerste dagen met de nieuwe collega merkte ik dat de boter van het ontbijt
nog altijd op de tafels stond, ze was niet afgeruimd. Een verstrooidheid natuurlijk, dacht ik.
Neenee, geen verstrooidheid. Medam vond het niet nodig om de boter af te ruimen en later weer op tafel te zetten.
Dat was dubbel werk. En zij sneed de boters ook niet in drie repen, zij legde in elk botervlootje
een pak boter van 250g. Met alle verschillende messen die aan tafel in elk botervlootje gingen
zag het klompje er uit als een terrein dat gebombardeerd was door broodkruimels.
Smakelijk.
Het mens had gewoon geen notie van service, van dienstverlening. Het was om van te huilen.
En dit ging nog enkel over de boter. 

Op een dag had ik haar nodig omdat ik wou vragen of ze efkes kon komen helpen met iets, iets dat ik
waarschijnlijk niet alleen kon, een matras omdraaien of zo. ’t Waren toen nog van die zware matrassen hé.
’k Vond haar niet, ik liep alle cabines langs, ook die in mijn sector, en ik vond haar in de cabine van de 3de mecanicien.
Daar zat ze boven op de schrijftafel, een sigaret in de ene hand, een glas whisky in de andere en de blik op oneindig …

Ten eerste : men gaat niet zitten in een cabine die werkterrein is. En al zeker niet bovenop een tafel.
Ten tweede : whisky in de voormiddag? De eerste service moest nog beginnen! Het was nog geen 11h20, wil dat zeggen.
Ten derde : wat deed ze in een cabine die in mijn sector lag?

En toen vielen een aantal puzzelstukken op hun plaats. Het verhaal was waar.
Dat geverfd haar, sigaret, whisky, bovenop een tafel gaan zitten … zij was een Zwarte Lola.
Ik was zwaar teleurgesteld. Niet omdat zij nog ergens een broodwinning zocht, ik was zwaar teleurgesteld dat
na Yvonne het leven zo iemand op mijn pad gebracht had. ’k Herinner me zelfs haar naam niet.
Met het poetswerk en de boter en al die andere dingen zou het dus nooit goed komen.
Haar idee van dienstverlening situeerde zich op een gans ander plan dan de koopvaardij bedoelde.
Tot zover de feiten.  

Iets later kwam de schok van het besef : niet iedereen in deze wereld is een Yvonne.
Dat ik vanaf nu zonder haar zou verder moeten. Dat ik er alleen voor stond, alle komende schepen, alle komende jaren.
Het was een enorm verlaten gevoel. Wat moest ik doen? Wat moest ik doén?
We zien wel. Rug recht, diep ademhalen, vooruit kijken en verder werken. Meer kon ik niet doen. 

In 1992 heb ik haar nog eens opgebeld, 14 jaar later. Toen ik mijn naam zei wist ze onmiddellijk wie ik was.
’k Moest zelfs de naam van het schip niet vermelden. Ik belde haar om te zeggen dat ik ging trouwen (met LM)
en om haar te bedanken voor de ‘stage’ die ze mij had doen doorlopen, dat zij aan de basis lag van mijn beroepsleven.
Want dat was mijn broodwinning ondertussen geworden, mijn beroep.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

012b memorie 02

de welopgevoede aspirant

In '78 was ik op een schip waar ene BDS aangemonsterd werd als aspirant.
Aspirant deck, een stuurman in spe op Zijn Eerste Schip.

Hij zette de eerste morgen zijn patrijspoort open, omdat dat iets is
dat welopgevoede jongemannen doen: raam openzetten zodra ze opgestaan zijn.
Jawel.
Maar-in-'s hemelsnaam-niet-op-een-schip-dat-steenkool-aan-het-lossen-is!

Alles in zijn cabine zat onder zwart vettig kolenstof.
Alles. Plafond, wanden, meubels en beddengoed, alles.
Zwart en vettig. Alles vettig en zwart.
Tot zelfs de kraantjes in de badkamer, en die deur was nochtans gesloten gebleven.

Ik bleef daar kalm onder, zij het met een zenuwlachje, omdat ik me kon voorstellen
dat hij dat op pensionaat zo geleerd had en vermits hij aan boord een goede indruk wou maken,
had hij dus braafjes zijn 'raam' open gezet.
"Dat heet patrijspoort jongen!"

Yvonne en ik hebben een onvoorzien aantal uren gewerkt
om die cabine uit te wassen en weer leefbaar te krijgen.
De slungel wou helpen, maar met al zijn armen en benen liep hij danig in de weg.
Zitten en braaf zijn. Hij moest ons vooral laten werken.
Dus zat hij op zijn seat schaapachtig te kijken hoe wij in uptempo opkuisten wat hij veroorzaakt had.
Hij bleef stil, wij vergaten ongeveer dat hij er was en praatten over job en werkschema.
De uren die hij daar gezeten heeft, hebben wel opgebracht.
Het vent zag ons doende en had ook oren aan zijn hoofd.

Wij hebben daarna, voor de rest van ons contract de meest
vriendelijke, beleefde, behulpzame aspirant gehad die een mens zich maar kan indenken.
In die paar uurtjes zitten & luisteren had hij een zicht op onze job gekregen.
Hij had niet alleen oren aan zijn hoofd maar ook hersens in zijn kop.
Hersens zaten in de familie, zijn pa was de walkaptein.
Nu zou men zeggen de CEO van de firma. Toen was een rederij nog een rederij. Walkaptein dus.

Negen jaar later moest ik monsteren in Durban.
Op mijn contract stond dat het schip als kaptein BDS had.
Ach ja, sommige aspirantjes worden ooit kaptein. Zo is dat.

Toen ik aan boord kwam, doodmoe van de 36hrs onderweg
en van de bruuske klimaatovergang,
ging ik me boven melden, zeemansboek en contract in de hand.

Hij zou het allemaal niet meer weten, na negen jaren andere en belangrijker dingen aan zijn kop.
Ik klopte.
- Binnen.
- Dag kaptein, ik ben de nieuwe …
- Waar waart gij al die jaren, m? onderbrak hij met een vage glimlach.

En ineens herinnerde ik me dat men het Eerste Schip
eigenlijk nooit vergeet. Hij dus ook niet.

Waar waart gij al die jaren, m?
Dát, lieve mensen, was een verpakt compliment.
Hij had in die negen jaar tussentijd al andere dingen
in de huishouding van een schip meegemaakt/moeten meemaken.

In drie weken tijd had ik dat kasteel zoals hij het hebben wou : shipshape.

m – nu zou me dat niet meer lukken, met mijn stramme gewrichten - EZW-05/2013, HiH-07/2016, en blog 02

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

012a memorie 01

een paar losse herinneringen bij het eerste schip

           Tekst 008 is de laatste over dat fameus allereerste schip, dus als ik nog
        anekdotes wil vertellen over dat schip dan moet het nu gebeuren. 

Op de foto in tekst 008 herkende ik zo'n beetje vanalles, maar niet direct duidelijk of precies.
Maar nu zijn er toch al een paar memories. 

         de beroepseer van Henri 

Op de foto in tekst 008 ziet ge onderaan het kasteel (de bewoning)
vier rechthoekige patrijspoorten (ramen) naast mekaar. Daar was de keuken.
Er was ook een deur naar het achterdek en langs daar gingen de vuilbakken buiten.
Die deur staat links van de patrijspoorten, maar ze is niet duidelijk te zien,
ze wordt verborgen door de winch. 
Bij die winch hoort een aantal andere halfhoge bouwsels, de bolders en fairleads,
om trossen en springs (metalen kabels) aan vast te maken.
Trossen en springs moeten het schip tegen de kaai houden.
Champignons noemde ik die half-hoge dingen toen.

Op een van die champignons had chef-kok Henri (de man van Yvonne) een lage houten krat met
perziken of abrikozen in de zon gezet. Hij wou ze nog wat laten rijpen om ze die avond of 's anderendaags als dessert te geven.
Ze waren rijp, maar ze waren nog niet echt tafelklaar, ze mochten nog wat zon hebben.
's Avonds stapt hij buiten om het kratje binnen te halen en van de 24 of 25 stuks die hij te zonnen gelegd had
lag er nog eentje. Als de rest was verdwenen in de monden van de mensen van deck.
Henri wou de vruchten kunnen serveren in prima staat -beroepsfierheid kan men zoiets noemen-
maar de matrozen namen genoegen met iets minder dan prima en
in het langskomen hadden een aantal van hen zich alvast bediend. Dubbel bediend, want
de perziken voor de officieren en de staff waren ook verdwenen.

We hoorden Henri van op het achterdek vloeken tot in de pantry, met gehuil van woede.
Ik begreep zijn colère toen niet helemaal -er was toch nog ander fruit beneden in de koelkamers-
maar ik voelde wel dat men het werk van een ander niet saboteert.
En ik snapte het zinnetje van Yvonne, dat ze gebruikte wanneer er volgens haar
iets ontoelaatbaars gebeurd was: "Amai, d'er is ooit voor minder gevochten geweest zenne …"

Als daarna nog iemand van de matrozen iets speciaals wou van de keuken zou die lang kunnen wachten
eer daar gevolg aan gegeven werd: morgen pannenkoeken als dessert? In Antwerpen! Eerder niet.
In Antwerpen had iedereen verlof voor een paar dagen, de shoregang kwam het werk doen,
dus 'pannenkoeken in Antwerpen' wou zeggen 'vergeet het'.

En of het schip naar Antwerpen ging was ook niet zeker. Dus, vergéét het. Er werden geen
speciale verzoekjes meer ingewilligd. Het bleef vrede tussen de keuken en de mess-matrozen,
maar het was wel gewapende vrede. Henri had het laatste woord, want híj was baas over de koekepannen.
En over alle andere potten en pannen. En over de voedselvoorraden. Een soort machtspositie dus hé.
Van die perziken hadden ze moeten afblijven … 

         druppels, waterspoor, gladheid en smos

Er was voor de officieren één enkele wasmachine voor de gewone kledij aan boord en die machine zwierde niet.
Het was een model met opstaande trommel waar onderin een pulsator die het water met de was deed bewegen.
Het ding deed me denken aan een wasmachine die we ooit thuis hadden in de jaren 60. Een wasmachine die niet zwiert.
De kleddernatte was moest overgebracht worden naar de zwierder en daar met kennis van zaken
verdeel worden in de trommel. De zwaarste stukken onderin langs de rand gelegd. 

Er stond geen zwierder naast die overjaarse (nieuwe) wasmachine. Dat betekent dat de officieren
hun kleddernatte was in hun emmer mee naar hun cabine moesten nemen en daar in de douche ophangen.
De snuggersten onder hen wrongen hun was ter plaatse uit, propten hun was dan pas in de emmer en
brachten die zo naar boven. De minder snuggeren onder hen kledderden hun druipend wasje in hun emmer
en vroegen zich af waarom die was er niet in ging. Met druipende was in een druppelende emmer togen ze vervolgens
naar een verdiep hoger, naar hun cabine om daar dan de was op te hangen in de douche of te laten staan in de emmer
tot ze beseften dat ze geen propere kledij meer hadden. Navenant hun temperament. Of hun opvoeding.
Verbaast het u dat de grootste praatjesmakers aan tafel de grootste sloddervossen waren hun cabine ? 

Nu stond die wasmachine in de toiletruimte op het maindeck -het gelijkvloers in woorden voor walmensen-
Om het gedruppel en het gelek op te vangen had ik een dweil bij die vermaledijde wasmachine gelegd
en ook een of twee aan de deur van de toiletruimte. Het onderhoud van die ruimte viel in mijn sector. 

Op een dag kom ik er langs, iets voor 11h, ik was in de mess de tafels gaan dekken, en ik zie
een waterspoor in de alleyway. Geen druppels, maar een druipend, lekkend waterspoor.
Iemand had het niet nodig gevonden een emmer te gebruiken,
iemand was met zijn druipend wasgoed zo naar elders getogen.
Water in de bewoning wordt onmiddellijk opgekuist, daar zijn een aantal goede redenen voor.
'k Neem een emmer en een dweil en ik droog dat waterspoor, tot achter de hoek, de trap op,
weer een stuk alleyway, tot aan de deur van de 3de stuur. Die deur was dicht. Dicht?
Die had ik niet dicht gedaan want een deur moet men laten openstaan wanneer een cabine bediend is.
'Daarbinnen bekijk ik het morgen dan wel', zal ik gedacht hebben. En verder vroeg ik mij niks af.
Aan tafel vertel ik waarom ik zo laat ben. Yvonne vroeg waar dat waterspoor naartoe geleid had.
Naar de cabine van de 3de stuur. Waarschijnlijk voelde ze toen al nattigheid.

Jaa, ik weet het, waterspoor en nattigheid … het ligt teveel voor de hand hé.

Na de service spreek ik de 3de stuur daarover aan, dat men geen water morst in de gemeenschappelijke ruimtes,

kwestie van veiligheid en ook kwestie van properheid. Het larf ontkent in alle toonaarden dat hij het was.
's Anderendaags spreek ik daar de 1ste stuur over aan.
Bij die rederij was de 1ste stuur onze baas, er was geen chef steward meer wegens bezuinigingen.
De 1ste stuur was tegelijk ook de baas van de stuurlieden.
Wat doet de 1ste stuur? Hij trekt mijn woorden in twijfel.
De veiligheid en de properheid binnen de bewoning werden in het ongelijk gesteld.
Nu hoop ik dat het larf in privé een draai om de oren gekregen heeft van de 1ste stuur.
Sommige jonkies moeten echte leren wat leven in groep betekent.

'k Liep met mijn ziel onder mijn arm omdat mijn baas mijn woorden in twijfel getrokken had.
'k Vertelde de waarheid en toch werd ik niet geloofd? Die situatie deed sterk denken aan de nonnenschool.
Yvonne hielp mij uit mijn droom: 

        Om hoe laat had ik die watersmos gezien? Om 11h.
        Naar welke cabine leidde die watersmos? Naar de cabine van de 3de stuur. 
        Wel, een 3de is van wacht op de brug van 08h tot 12 h. Hij had nóóit de brug mogen verlaten
        voor het einde van zijn wacht. Die was zwaar in fout! Natúúrlijk liegt het manneke, en natuurlijk
        kiest de 1ste voor zijn stuurman en niet voor iemand van bezem&dweil. 

Ziezo, hiërarchie garandeerde dus ook geen ademruimte. Was dit occasioneel of was dit het systeem?
Wat bleef er dan over? Waar moest ik naartoe om een beetje rustig te kunnen leven. In peis en vree.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

012. schip 01 brief 08

            Tussen de vorige brief en deze is een gaping van meer dan zes weken. Schreef ik in die periode niet meer?
        Zijn die brieven verloren geraakt? Heeft Ma ze niet geklasseerd? Dat is niet meer te achterhalen.
        Ergens in een haven (ik denk dat het in de States was, mogelijk Newport News)
        heb ik een draagbaar typmachientje gekocht, want de brieven die volgen zijn getypt.
        Zeer waarschijnlijk heb ik dat toen gekocht omdat na een ganse dag handenarbeid
        de fijne spiertjes van de vingers niet meer zo goed mee willen
        en ik al schrijfkramp kreeg nog voor ik uitverteld was. 
        En nu herinner ik mij dat het een qwerty-klavier was! Horreur!

1978-07-07-vr, op zee, op weg naar Brazilië 

Duur’bre ouders, Wanneer ging gellie weer op vakantie? Ik weet het niet meer.
Toen ik in juni terug kwam van de wal lag er voor mij een brief van Ma, nagestuurd van uit New Orleans.
wat er in stond weet ik niet meer precies. ’k Zou natuurlijk de data kunnen nagaan en exact vertellen welke brief,
maar dan begin ik ze weer allemaal te lezen en dan moet ik weer hard lachen en dan
komen ze weer kijken of alles oké is met mij en ik vind mezelf al onnozel genoeg zonder dat.
Het is 21h voorbij en ik zou al in mijn nestje moeten liggen, maar de boots naast mij
is van zijn cabine weer een dancing aan het maken. Wacht tot ik mijn grote cassette-installatie heb,
dan maak ik van mijn cabine een concertzaal. Klassiek keihard luid en dan ga ik
zwemmen of buurten of wandelen om mijn eigen lawijt niet te horen en af en toe
kom ik terug om de cassette te keren. Goed he. 

Vader, ik heb u nodig. Mijn strijksonates van Rossini zijn kapot. Finaal versleten.
Het is de versie van St. Martin-in-the-fields olv Nonkel Neville. -dirigent Neville Marriner, geen familie hoor 
Ik heb het cassetje al twee jaar, minstens. Nu komt mijn vraag:
hebt ge nog ergens eentje liggen, of kunt ge die versie kopiëren voor uw kleinste dochter, AFTEBLIFT ?

Moest dit nu in België gebeurd zijn dan zou ik gedacht hebben: Tja, ’t is versleten. Dat overkomt ons allemaal,
vroeg of laat. Heel filosofisch en evenwichtig en volwassen en zo, gelijk gij het graag hebt.
Maar hier kán ik geen andere cassette bekomen en dan wordt een geknapte band plots een ramp natuurlijk.
Die ramp levert weeral conversatiestof in de pantry natuurlijk, zo van: nú heb ik wat voorgehad zie!

Doe ne keer uw best Pa, stop met handtekeningen uitdelen en zorg dat ik de cassette heb tegen dat ik thuis kom.
(dat is binnen 3 maanden fluisteren ze hier) dan vind ik u een brave vader. En een goeie ook.

Wie af & toe tijd heeft, klank aanzetten voor Strijksonates Rossini / Marriner https://www.youtube.com/watch?v=5vL3fcoXR_U , 55min12

Mama, dat kleed van u zal niet gereed zijn tegen de 12de (dan komen we aan).
Ik had gehoopt het vanuit Brazilië te kunnen versturen, maar ik heb hier zoveel werk gehad om het vuil van de lading
uit het kasteel weg te krijgen dat dat ik in mijn vrije uren geen inspanning, hoe licht ook, nog kon doen.
Nu is het

1978-07-09-zo, op zee, op weg naar Brazilië 

Wat het op de vorige blz was weet ik niet meer hoor. En waarom ik eergisteren die brief
zo onbeleefd abrupt afgebroken heb weet ik ook niet meer.
Er zal weer iets te doen geweest zijn. De dagen vliegen hier om. En ze lijken zo erg op mekaar. Als ge me zoudt vragen
wat ik gisteren gedaan heb, zou ik al erg moeten nadenken om mijn dag te kunnen reconstrueren.
Daarstraks zat ik te tellen hoe lang ik al aan boord ben. Meer dan 3 maanden al. De tijd vliegt hier.

In die drie maanden heb ik nog geen ene brief naar Tina geschreven.
Het is alsof ik haar gisteren pas gezien heb, dus waarom zou ik schrijven.
Maar toen ik klaar was met tellen, leek 3 maanden me toch wat veel. 

Het schip rolt. Mijn kleren aan de kapstok wiegen met de regelmaat van een metronoom telkens 50 cm van het schot af.
Ik vraag me af hoe de mensen op de hogere verdiepingen slapen. Zij hebben geen beddebak maar een gewoon open bed.
’k Wou dat de ouwe er ne keer uitrolde of er een blauw oog aan overhield. Of een heup uit het gelid, dan zou hij wel
ophouden met zijn gesluip. Het is ongeveer een sport geworden voor ons, ons door hem te laten betrappen
op het feit dat we aan het werk zijn. 

Met de ditjes en datjes die hij nodig heeft, onderbreekt hij dan wel het werk natuurlijk.
Die man zou een lakei of twee voor zijn persoonlijke dienstverlening moeten meebrengen aan boord.
Met noest doorwerken ontnemen we hem de gelegenheid om te zagen.
Dat pakt twee keer maar de derde keer begint hij over n’ importe quoi, omdat hij nu eenmaal een zagevent is.
En dan antwoorden we: straks commandant. Of: Je suis occupée commandant. Of : Dès que j’aurai le temps commandant.
En wanneer hij écht overdrijft : Demain à 11h. Dat wil zeggen flut en foert, als ik goesting heb
zal ik er eens over nadenken of ik het doe. 11h is namelijk het Heilig Uur van ons middageten. Tot 11h20 zijn we
vrij om te eten of te douchen of een plons in het zwembadje te nemen. Of als dat beter uitkomt met het werk,
dan pas de tafels te dekken. Om 11h20 gaat de eerste service.

Het is hier zo’n rustig en regelmatig leven dat het soms doet denken aan een klooster.
Ik vind het nog altijd niet vervelend, maar misschien komt dat nog. 

Brazilië zal een flop worden. We gaan niet op anker maar direct tegen de kaai in 24 hrs geladen en weer weg.
Waarschijnlijk kunnen we niet eens van boord.
Ik heb het idee dat varen reizen betekent al opgegeven, zonder veel moeite. Het is een manier van werken
waarbij het privéleven verandert omdat het zo nauw bij de job betrokken is. Meer is dat niet.
En af en toe komt men ergens omdat het schip vaart. Daar dienen schepen voor, om al varend te vervoeren. 

        Die 'meer is dat niet' ben ik dan wel 31 jaar blijven doen.
        Terwijl ik de brieven herlees en intik vraag ik me nu af, 41 jaar na datum, 
        hoe ik toen na drie maanden al iet of wat inzicht en doorzicht had, en tegelijk
        toch zo bleu bleef voor sommige dingen … niet te geloven.

Heeft de rederij ulle het postadres in Brazilië al bezorgd? Nu ja, dat zie ik ginder wel.
Groetjes.   

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/Neville_Marriner

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

011. schip 01 brief 07

1978-04-23-zo, op anker, Bagnoli bij Napels

Lieve allemaal, ik heb gisteren niet geschreven want ik was pompaf moe.
We zijn naar Napels, Pompeï en de Vesuvius geweest. Vandaag ben ik ook doodmoe. Slaapwel.

1978-04-24-ma, tegen de kaai, Bagnoli

Vannacht zijn we tegen de kade gaan liggen. Op ± 500 m van de bewoonde wereld. Dat valt dus mee.
Zaterdag zijn we naar Pompeï geweest. Dat viel enorm tegen. (een toeristenfuik heet zoiets nu)
Eigenlijk zoudt ge zoiets in ’t putteke van de winter moeten gaan zien, dan zijn er het minste toeristen.

En eerst een boekske kopen, twee dagen voorzien om het allemaal tegoei te lezen en wanneer ge
alles weet, dan pas gaan kijken. Want iets opzoeken terwijl ge er voor staat is ondoenbaar.

Al die kwetterende Italianen met hun krijsende kinderen, ge kunt u met moeite inbeelden dat daar 2000 jaar geleden
andere mensen rondgelopen hebben. Neenee, ik ga dat eens over doen op het gemakske, wanneer het er stil is.
Zo stil dat de spoken van vroeger terug durven komen. Dan heb ik er tenminste wat aan.

We zijn gaan eten waar de gids voor ons gereserveerd had. Oerstom natuurlijk, maar FarFigura (2de mecanicien)
was de baas en liet dat gebeuren en wij moesten wel mee natuurlijk.

Ze stonden daar met een 7derangs orkestje van drie man te kwelen van
sole mio & bella napoli & arrivederci roma en ander kul. We konden mekaar niet meer verstaan.
Toen heb ik mijn postkaarten maar geschreven. Zijn ze toegekomen? En mijn vorige brief?
Dat restaurant zat vol autocar-mensen. Vol = ± 300 mensen. Never again. Blèrk.

De gids had ons in Napels zelf al laten uitstappen bij een camee-atelier. Hij heeft daar een percentje natuurlijk.
’t Was wel interessant om zien hoe camee gemaakt wordt.

Na het middageten gingen we naar de Vesuvius. Yvonne heeft een ambetante voet, dus zij bleef beneden.
De matrozen trokken elk met een fles ongekoelde witte Lacrima Christi naar boven & rolden strontzat terug naar beneden.
Ik ben tot helemaal boven geraakt en de deckboy ook. Die zweeg tenminste.
Zo heb ik Meneer Vesuvius op mijn dooie gemakske kunnen bekijken. Prachtig hoor.
Maar als ik dat begin te beschrijven ben ik morgen nog niet aan het einde van mijn brief.
Om 17h wij terug het buske in & naar ’t bootje dat ons terug naar het schip moest brengen.
Die twee zatte spagnolen kotsten hun zetel onder. Wij allemaal een kop als vuur natuurlijk,
het was een gloednieuw en kraakproper buske. De chauffeur heeft een serieus drinkgeld gekregen van de marco,
maar ondertussen stinkt het hé. Zijn buske bedoel ik, niet het geld. Geld stinkt niet. Geld stinkt nooit.

Eén zatte spagnool viel bijna tussen het bootje en de gangway toen we aan boord klommen.
De cdt ziet dat van daarboven allemaal gebeuren.
Yvonne en ik gaan aan de middagafwas en FarFigura gaat de mess binnen.
Gaat dat stuk folie de grandeur toch niet vertellen dat we last gehad hebben met twee van de matrozen!
Den uil! De volgende dag konden die twee bij de cdt komen.
Maar de chef mecanicien heeft FarFigura zijn saus gegeven he: hij had het niet aan cdt moeten vertellen.
Ten eerste, die komt dat zo ook wel te weten.
Ten tweede, FarFigura moest nog 6 maanden of langer werken met de spagnolen.
Nu kan hij zich verwachten aan pesterijen natuurlijk. Daar geef ik ze gelijk in. ’k Zou ’t misschien ook doen.
Maar FarFigura is een kaffer. ’k Zal hem wel eens beschrijven wanneer ik geen nieuws heb, op volle zee of zo.

Gisteren was het zondag en waren we vrij van 13h tot 17h. ’k Begin na een week zon al wat kleur te krijgen.
Op weekdagen is het maar twee uurkes per dag. Dat is rap om. Gisteren was het 2x zo lang. Zalig die zon,
maar ik word er wel doodmoe van. Ge slaapt niet echt en loom dat een mens wordt! Mijn hersens kookten bijna.
Alles is van metaal. Dat voelt ge nogal. Daarna een koude douche en een ijskoude pint. Goed. 

’s Avonds zat ik bij Henri & Yvonne en de marco was daar ook. Ze praatten over de moeilijkheden en de perikelen
die een mens heeft bij het naar huis bellen. Zun maar kletsen over telefoneren. En ineens moest en zou ik naar huis bellen.
Goed, de marco en ik naar zijn station. We lagen gisteren nog op anker, het kon dus nog. Lijn bezet.
Ik bel naar Lieve, ik maak een afspraak om vanavond te bellen en nu is de marco er niet, hij is aan de wal. *
En zonder hem gaat het niet, mag het niet.
Het gaat via Radio Napels naar Radio Oostende en dan over telefoon naar Brussel. Merde die rotte marco!
Nu zit gelle ginder te wachten op foon en ik zit hier te schrijven. 

Vanmiddag ben ik met een paar mensen aan de wal geweest, naar ’t centrum. Goedkoop vervoer,
2 fr (= 50 lires) voor de tram heen en 62 fr (= 1600 lires) voor een taxi terug.
Ik moest eerder terug naar boord dan zij en ik vroeg waar ze nog zoal dachten henen te gaan.
- Naar ’t museum.
- Welk museum?
- ’t Museum van Napels.
- Wat staat daar allemaal te bezien?
Toen werden ze heel, héél vaag.
- Opgegraven dingen van Pompeï en zo … enne schone kunsten en zo …
En ik moest vanavond voor hen geen tafel dekken. Ze aten niet aan boord.
- Marco, en mijn telefoontje vanavond? vroeg ik.
- Morgen, zegt die smeerlap, of vanavond, misschien. *
Ik denk dat ze naar het museum van blote kunsten zijn. En zo …
En de marco kan het syf krijgen! Het is nu 22 h en hij is nog niet aan boord.

Mijn inkopen waren niet veel zaaks. De meeste winkels waren dicht tsn 14h & 16h wegens siësta.

’k Heb wel een parfumerieke open gevonden en daar heb ik mijn reserfke deo gekocht. Hier aan boord hebben ze enkel
spuitsprays & dat is slecht voor onze ozonlaag he mensen, dus die gebruiken we niet meer he.
Zo zijn wij nu zie. Is da ni wel da? En in rollerkes of sticks hebben ze ook frisse snufkes.
En 5 aanstekers (blauwe) en reserve mascara en ik ben een cynar gaan drinken. Allemaal helemaal alleen,
gelijk een grote meis en in het Italiaans want in Bagnoli spreken ze geen noot Engels. 

Over die Hitalianen (rokkenjagers) overdrijven ze nogal hoor. Dat zijn beleefde mensen met grote boulevards.
Sinds rue des Chandeliers (Brussel) blijf ik graag op de grote boulevards. Er zijn geen, nul, noppes warenhuizen.
Allemaal kleine winkels in Bagnoli.

Napels is een mooie stad, tegen heuvels opgebouwd. Veel balkonnetjes, planten, wasgoed en snotneuzen.
Steile, smalle straatjes om het zonlicht van de gevels weg te houden. De geur van verse vis en fruit.
Allemaal fletse roze, gele of turkooise gevels afgewisseld met vaalbruin of lichtgrijze. Kleur is er genoeg.
Da’s eens iets anders dan alleen maar water. Amaai, ik zaag nu al over monotonie op zee,
wat gaat dat zijn wanneer we aan de grote oversteek beginnen. Dan is het voor écht.

Het is hier nu 23 h, dus 22h in België. De marco kwam er juist door.
We hebben 3 x geprobeerd maar we krijgen géén contact * met Radio Napels. (hier staan dan drie krachttermen)

Morgen schrijf ik misschien over de shipchandler en bijverschijnselen. Dag brave kinders allemaal.
En schrijven naar mij he, of ik geef geen vat wanneer ik thuiskom. Na!
PS: ik heb voor mijn plantjes hangers gemaakt in touw. Zo zijn ze ook scheepsvast. 

* Bij heel dat telefoonverhaal hoort nu een woordeke uitleg, maar dat is voor later misschien.

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentievan toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/Lacryma_christi , https://en.wikipedia.org/wiki/Cynar

Geschreven door maart om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

010. schip 01 brief 06

1978-04-20-do, 20h15 – Middellandse Zee

Dag grote lui en kleine lieden.

De zee is kalm vandaag. Nergens een schuimkopke te zien. Precies olie. Er zitten veel zwaluwtjes op ’t schip.
Die moeten aan boord gekomen zijn toen we langs Gibraltar vaarden. Nu varen ze mee.
We geven ze eten en drinken, anders sterven ze. Yvonne heeft er al eentje dood gevonden. 

        Eten geven? Zwaluwen zijn insecteneters en op zee vliegen geen insecten … 

Er zitten ook 2 roodborstjes bij. Die zitten hier al sinds Rotterdam. Slapend mee uitgevaren

en nu reizen ze gratis mee. Volgens Yvonne weten die beesten dat en profiteren ze ervan. Mon oeil!
Zij kent een st’ss die eens een zieke duif verzorgd heeft. Ze vaart al 5 jaar met haar duif. Tof he!

        Dat zal wel een kwakkel geweest zijn waar toen zelfs Yvonne ingetrapt is. En ik erbij. 

Geen meeuwen hier. Da’s eigenaardig. We varen toch in de buurt van land.

In de Noordzee zat het vol meeuwen. ’k Zal dat eens aan een stuurman vragen, morgenvroeg, hoe dat komt.
Het is gek hoe iedereen hier er op gespitst is grappen uit te halen. Volgens Yvonne is dat op de meeste schepen zo.
Het is een manier als een ander om sleur te voorkomen. Ik heb er al een paar staaltjes van gezien hoor.
Van dat gedoe krijg ik inspiratie voor deugnieterij natuurlijk. Jammer dat de bedden hier met donsdekens uitgerust zijn.
Ander zouden we afspreken, Y en ik om op dezelfde dag alle bedden op te dekken in enveloppe.

Wanneer we liggen te zonnen verzinnen we grappen. Meestal zijn die onuitvoerbaar omdat we
met den état-major en de officieren zitten en we mogen ons niet te ver riskeren.
Maar ’t gedacht alleen al is lollig.
Ze stonden in de keuken weer eens te kletsen.
Ze = Henry, chef kok en echtgenoot van Yvonne met de 2de kok/bakker en met de 2de mecanicien (die Italiaan).
Gewoonlijk roept ze dan door het doorgeefluik dingen als
Verdiengde gelle zoë ulle broëd? / Eddewernikstedoeng? / Sjauwelèrs! (= babbelaars)/ En? En Ahlers ze geld?

Die dag, ipv iets te roepen zwiert Y via het doorgeefluik een inox serveerschaal op de stenen keukenvloer.
Het plots gekletter deed de drie babbelaars nogal schrikken. Maar toen zagen we
dat er een bluts gekomen was in de schotel en toen stonden zij te lachen. Dus wij ook weer.
Kortom, ik moet hier 2 x zo dikwijls pipi gaan doen als thuis, van het lachen. 

De cdt heeft een tafelbelletje. Da’s voor ’t geval hij iets extra nodig heeft.
Die mess (het salon) is maar op twee stappen van de pantry maar door een vreemd soort akoestiek
hoort men daarbuiten niks. Het enige geluid dat scherp genoeg klinkt is die bel. 

De etensklok hoort men gemakkelijk tot op de brug (vier hoog) maar om
met mekaar te praten door het trapgat -met maar 1 trap verschil- dat gaat niet. Dus als Y en ik mekaar nodig hebben
fluiten we een melodietje van vier tonen. Fluitgeluid klinkt ook ver. En het klepperen van de houten zolen van Henry.
Wanneer dan iemand op zachte binnenhuisschoenen binnenkomt en vraagt 'is er nog koffie?' dan springen wij nogal hoor. 

Nu verder over de tafelbel van de cdt. Soms zit hij met de klepel te spelen dan denkt Y dat ze geroepen wordt en ze
is al verschillende keren naar ’t salon gegaan voor niks, omdat meneer de cdt aan die bel zit te prutsen.
Dat is dan tijdverlies en een geloop voor niks en daar heeft zij een hekel aan, dus ik ook.

We zijn vol op aan het afwassen, dus moeten ze niet zeveren. Die afwas is enorm.
9 personen in mijn mess (officieren) en 3 in die van Yvonne (de état-major).
Dat is borden voor soep en hoofdgerecht + een bordje voor de sla, bordje voor het dessert,
tas en ondertas voor de koffie + bijbehorend bestek voor alle gangen + de nodige glazen
want als ’t salon Irish koffie wil is dat ook weer zo. Ik kan nu al een boek schrijven over afwas.
Wat wordt dat na 6 maanden … een encyclopedie?
Nota bene, die afwas is er 2 x per dag en ’s ochtends natuurlijk de ontbijtafwas. 

        Zojuist heb ik nog eens uitgerekend hoeveel stuks afwas dat was per persoon en per dag.
        Per persoon voor de drie maaltijden, 8 + 10 + 13 = 41 stuks per persoon / per dag 
        Voor 12 personen is dat 12 x 41 stuks = 492 stuks per dag, gespreid over de drie maaltijden. 
        En dat gedurende een contract van zes maanden, ofte contractueel minimum 180 dagen. 
        Wie wil uitrekenen hoeveel dat is, die mag. En toch werd ik daar vaardig en snel in. 
        En als bleuke dacht ik de eerste weken dat we veel werk hadden. Daar moet ik nu mee lachen, want
        later heb ik wel andere situaties meegemaakt. Maar later had ik gelukkig al meer routine. 
        En nog later kwamen de industriële vaatwassers (die van Hobart zijn de beste!).
        Goed, nu verder vertellen over die bel.

Voor het middageten hebben we de bel aan de stormhaak onder zijn stoel gehangen.
Hij schuift zijn stoel van onder tafel, er gebeurt niks.

Hij gaat zitten en dan schokt hij met stoel en al naar voor, de bel klingelt. Goed gelukt!
Zijn gezicht was lires waard.

Lires krijgen we morgen. En binnen drie dagen kunnen we aan de wal, hopelijk.
Kusjes allemaal, m is moe.

1978-04-21-vr, 09h15, op anker in Italiaanse wateren

We liggen op anker in de Baai van Bagnoli, in de Golf van Napels, op de wreef van de laars, dus in de Tyrreense Zee.
Ik ga deze brief gauw afgeven bij de marco. Wanneer de agent van de rederij aan boord komt
neemt hij onze brieven mee om ze te posten. 

PS: Het is niet waar hoor dat Italië de vorm van een laars heeft. Gelogen. Prietpraat.
En ik kan het weten want ik zienetnuzellef dat ’t niwaar is. Poeh.

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen-

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

009. A. Van Ombergen

te gast bij Wim Helsen ~ Angelique Van Ombergen
met een tekst van Siel Verhanneman , 'Gesloten Ogen'.

            Ik weet 
        dat je er niet zult zijn 
        wanneer ik mijn ogen 
        open 
        dus 
        doe ik het niet. 
        Want met gesloten kun je zien wie je wilt.


            Afbeeldingsresultaat voor Angelique Van Ombergen                             

            De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje.
        Van Ombergen in gesprek met Helsen, 
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a4/ 
        10min03

“Ik weet dat ge er niet zult zijn …”
Wanneer ik door omstandigheden niet direct mee kon aanmonsteren met LM,
of vroeger moest afmonsteren dan hij, dat vond ik verschrikkelijk.
Uiterlijk was er aan mij niks te zien maar binnenin was het dan weer één brij.
Hier thuis liep ik verloren in een leeg kot. Mijn thuis is waar LM is. 
Om te slapen had ik er iets op gevonden: ik sliep aan zijn kant van het bed.
Wanneer ik dan wakker werd, dan zag ik mijn lege plek, niet te zijne.
Een beetje zielig hé. Maar het hielp. Heel efkes.
En dan begon weer een dag zonder hem. 

Over Angelique Van Ombergen : https://nl.wikipedia.org/wiki/Angelique_Van_Ombergen , zie verder ook google !
Over Siel Verhanneman : https://www.demorgen.be/nieuws/na-de-dood-van-haar-papa-en-zus-vecht-dit-kortrijkse-instagram-idool-voor-geluk~b8878cb1/

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

008. schip 01 brief 05

1978-04-19-wo, op zee

Gisteren en vandaag hebben we gezonnebaad. Tof hoor. Op de voorpiek.
Daar hoort ge de machine niet draaien. Alleen met het klotsen van de zee.
Als ge uw oor tegen het dek legt (op een handdoek natuurlijk!) hoort ge het water langs de romp ruisen. 

Zo’n opstaand ding waaraan ze de stalen kabels (en ook trossen) vast make heet BOLLARD.
Yvonne spreekt Engels op z’n Antwerps en Nederlands ook. ’k Kan toch moeilijk elke keer vragen:
spreek dat nu eens tegoei uit. Alleyways noemt ze ollewees, switchen spreekt ze uit als sjwitse …
en eps en zo. ’k Begin al vlot Antwerps mee te praten, acchetmorwet! En wattoedena, zeenaïs. Eddedagezing?
Sinds gisteren dragen we enkel nog het minimum: slip, BH en schort erover. (witte stofjassen waren dat)
Licht en luchtig. Het is snikheet op het schip (aan deck). Als ge uw schoenen durft uit doen brandt ge uw pootjes en

als ge een reling vastpakt brandt ge uw pikkels, dat is te zien aan mijn geschrift he. 

De Straat van Gibraltar is 15 à 16 km op het smalste punt. ’k Heb het vanmorgen nog eens gevraagd.
Rond 22h passeren we Sardinië. Daar wacht ik niet op. Bibi gaat maffen. Dag schatjes allemaal. m 

PS: Da’s ook een woord van Yvonne. Die noemt me nu schatteke. Een woord waar ik niet tegen kan.
Behalve als het op zijn Antwerps uitgesproken wordt en komt van een collega. Dan klinkt het minder vulgair.
Sloppel.

        Dit is de enige foto van het schip die ik kunnen vinden heb op het Net. Zelf heb ik er geen. 
        In welke haven het schip ligt heb ik niet kunnen achterhalen. Van wanneer die foto dateert evenmin. 
        De twee grote 'wagons' zijn stuurcabines horen bij de installatie van de wal, 
        om het schip te laden of lossen met grijpers die hier niet duidelijk in beeld zijn. Was het een zondag?
        Nu is het ondenkbaar maar ooit was het gebruikelijk dat het werk in haven stil lag op zondag.

1480741.jpg

http://www.shipspotting.com/gallery/photo.php?lid=1480741
 


m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden  – uit de scheepscorrespondentie van toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/E.R._Antverpia_(schip,_1968)

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

007. H. Brusselmans

te gast bij Wim Helsen ~ Herman Brusselmans
met een fragment uit 'Bezorgde Ouders' van Gerard Reve

Een man die heb dus een keer aardbeien, begon Treger zichzelve in zijn verbeelding een tekst voor te lezen
die hij nooit had opgeschreven maar wel zo goed als uit het hoofd kende.
Hij gaat dus naar de dokter en hij zegt tegen die dokter: dokter, ik geloof dat ik aardbeien heb.
Nu, zegt die dokter, doet u uw pantalon maar eens naar beneden. Juist, en bukt u maar,
en trekt u de boel maar eens goed van elkaar. Ja hoor, u hebt aardbeien. Er is geen twijfel mogelijk.
Ik zie ze duidelijk hangen. Ik zal u pillen geven, en die doet u in het rectum.
En als het niet overgaat, dan komt u over een week maar terug. Dus die man gaat langs bij de apotheek
en die komt thuis en hij zegt tegen zijn vrouw ik heb pillen gekregen maar die moeten in een rectum.
Hebben wij een rectum?

Nee, zegt die vrouw, ik geloof van niet. Ze vraagt bij de buren of die misschien een rectum hebben.
Nee, niemand. En ze gaat voor alle zekerheid ook nog langs bij tante Aal, om de hoek,
want die heeft wel eens hulpstukken te leen gehad van het Wit-Gele Kruis.
Nee hoor, tante Aal die heb geen rectum, nooit gehad ook.
Dus die man die komt een week later weer bij de dokter en die dokter die vraagt dus hoe is het nu?
Nou, zegt die man, je zou toch zeggen: zulke grote pillen…
En ik heb ze allemaal ingenomen, allemaal, maar het heb niks niemendal geholpen…
Ik had ze bij wijze van spreken net zo goed in mijn reet kunnen steken…! 

                Afbeeldingsresultaat voor herman brusselmans          

           De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje. 
        Brusselmans in gesprek met Helsen, 
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a3/ 
        12min39 

Voor mij was dit een heel verhelderend gesprek.
Wanneer hij panellid is in spelprogramma’s vind ik zijn humor geforceerd.
Zijn schrijfwerk spreekt mij absoluut niet aan. En gelukkig zit hij met zijn voetbalgezwam bij NPO.
Kortom ik heb genoeg motieven om hem niet te waarderen.

En nu blijkt uit dit gesprekje van 12 minuten dat hij een interessante mens is!
Waarom verkoopt hij dan van die geforceerde humor op TV, waarom schrijft hij dan flutboeken?
Waarom doet hij zichzelf onrecht aan?
Want hij schrijft goed, maar voor mij blijven het flutboeken.

Over Herman Brusselmans : https://nl.wikipedia.org/wiki/Herman_Brusselmans 
Over Gerard Reve : https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_Reve 

Over Berzorgde Ouders : De hoofdpersoon, de eenenveertigjarige drankzuchtige dichter Hugo Treger,
woont samen met Eenhoorn, een achttien jaar jongere student tegenover de hoofdstedelijke dierentuin Artis.
Aan de vooravond van Kerstmis wordt hij geweld door erotische fantasieën en angsten.
In de hoofdpersoon herkennen we een afsplitsing van Frits van Egters, de hoofdpersoon uit De Avonden.
Het is opnieuw een hard, bijna genadeloos boek, maar er valt voor de lezer, net als in De Avonden, weer veel en onbedaarlijk te lachen.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 'een vol jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten