Naar de inhoud

'een vol jaar maart?'

schrijfvloer 03 ~ kronieken van 31 jaar vaart, in uitvoering
akke.beakke.be

Berichten van 1 november 2019 tot 30 november 2019

014. Michèle Cuvelier

te gast bij Wim Helsen ~ Michèle Cuvelier 
met een tekst van Lucebert 
         
           Er is alles in de wereld

        ik tracht op poëtische wijze
        dat wil zeggen
        eenvouds verlichte waters
        de ruimte van het volledig leven
        tot uitdrukking te brengen

        ware ik geen mens geweest
        gelijk aan menigte mensen
        maar ware ik die ik was
        de stenen of vloeibare engel
        geboorte en ontbinding hadden mij niet aangeraakt
        de weg van verlatenheid naar gemeenschap
        de stenen stenen dieren dieren vogels vogels weg
        zou niet zo bevuild zijn
        als dat nu te zien is aan mijn gedichten
        die momentopnamen zijn van die weg
        in deze tijd heeft wat men altijd noemde
        schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand
        zij troost niet meer de mensen
        zij troost de larven de reptielen de ratten
        maar de mens verschrikt zij
        en treft hem met het besef
        een broodkruimel te zijn op de rok van het universum
        niet meer alleen het kwade
        de doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig
        maar ook het goede
        de omarming laat ons wanhopig aan de ruimte
        morrelen

        ik heb daarom de taal
        in haar schoonheid opgezocht
        hoorde daar dat zij niet meer menselijks had
        dan de spraakgebreken van de schaduw
        dan die van het oorverdovend zonlicht

            Afbeeldingsresultaat voor michèle cuvelier                            

            De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje. 
        Cuvelier in gesprek met Helsen,
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a5/
        12min42

"Lucebert betekende een revolutie in de Nederlandse letteren.
Hij was de meest vernieuwende dichter van zijn generatie en
voegde onsterfelijke regels toe aan de Nederlandse poëzie.
Voor een nieuwe generatie behoort hij tot de voorbeelden, getuige bijvoorbeeld Ilja Leonard Pfeijffer,
die een keuze maakte uit het oeuvre van de door hem zo bewonderde dichter.
In zijn inleiding gaat hij in op de betekenis van het werk, voor hemzelf en voor de lezer van nu." Google Books

Dat kan allemaal goed zijn maar ik zal vooringenomen zijn -en blijven- door het feit
dat Lucebert nazi sympathieën had,
en zelfs vrijwillig bij de Duitse Arbeidsinzet gaan werken is.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Arbeitseinsatz


Er zijn mensen die roepen dat zoiets niet mag, dat men het werk van een kunstenaar

niet mag beoordelen naar zijn persoonlijk leven. Klimt (schilder) en Rodin (beeldhouwer)
waren toch ook geen doetjes!
Dat waren regelrechte loeders!
Ja, denk ik dan, en toch is er voor mij nog een verschil tussen een loeder-leven en nazi-sympathieën.
En dat laatste kleurt voor mij de naam Lucebert, vernieuwende dichter of niet, onsterfelijke regels of niet.

Over Michèle Cuvelier : https://nl.wikipedia.org/wiki/Mich%C3%A8le_Cuvelier 
Over Lucebert : https://nl.wikipedia.org/wiki/Lucebert#Levensloop  

Geschreven door maart om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

013. ship 01 brief 09a

1978-07-08-za, op zee

Dag Laura, dag Dee, hoe istermee? En met de vakantie? En met de Kreoon? (de hond)
Het lijkt alsof ik ulle gisteren nog gezien heb maar dat kan niet, want het is al 8 juli vandaag.
De tijd vliegt hier nogal. Ginder ook? Hoe is ’t met uw nieuw kleed? Hebt ge dat V-kraagje al aangepast?
De chief eng (een Duitser) vroeg of ik my nice dress nog had om eens to show to de captain.
- I gave it to my sister, zei ik.
- But it was a nice dress! riep hij uit.
Precies of ge moogt alleen maar mottige dresses aan uw zuster kadoo doen.
- That’s why I gave it to my sister, chief, she’s a nice girl. So I’ve put two things of beauty together.
Daar moest hij over nadenken blijkbaar, want hij zei niks meer.
Nu hoop ik maar dat ge uw thing of beauty draagt, my beauty, of ik val in affronten bij den chief.

Binnen een maand of twee zijn we weer in de buurt. Als gellie zin hebt kunt ge komen.
Als ge niet met vakantie zijt natuurlijk. Ik laat wel tijdig weten waar en wanneer.
Moest het Hamburg of Rotterdam worden, maak er maar een weekendje van, ge kunt aan boord blijven eten en slapen.
Als ge de afwas doet kan den ouwe er niks op zeggen. Hij kan op zijn kop gaan staan draaien.
Dat zou hem trouwens deugd doen, misschien wordt hij er redelijk van.

En tussendoor trekt ge weg, de stad in.
Enfin, als er iets af te spreken valt dan doen we dat later wel, te gelegener tijd.
Als ge bij Tina langs gaat, vraag haar of ze mijn telegram met verjaardagwensen ontvangen heeft.
En of hij toegekomen is, dat eerst en vooral. 

Dit is nu mijn tweede reis op dit schip, sinds twee weken, en ik heb al meer last gehad van heimwee
dan de vorige maanden samen. Is het omdat ik efkes thuis geweest ben, ik weet het niet.
Hoe zit het met Tina, spreekt zij nog niet over huiswaarts keren?

        Tina was toen samen met Toppiéke bezig aan een lange reis, nu het nog kon.
        Het jaar daarop werd de kleine zes jaar en dus schoolplichtig.
        Alles samen heeft die reis zeven maanden geduurd.
 
Enfin, heimee is een te sterk woord, maar ik denk plots : was ik nu maar bij Jeanneke, of in de huizekes, of bij SW.
Alles is goed, de KeizerKarellaan aflopen zou al volstaan. Of door de frisse regen lopen op de Adolf Max.
Want friste is hier ver te zoeken. Kijk eens mee op de kaart: na Antwerpen gingen we langs
- Madeira, ten westen van Marokko, dus warm
- Kaap Verdische eilanden, nog meer zuid, nog meer warm
- Fernando de Noronha, Eiland tsn Kaap Verdische Eilanden en Zuid-Amerika, nog warmer
- voor het ogenblik varen we ter hoogte van Recife, 
   het meest oostelijke punt van Brazilië en tegelijk ook van Zuid-Amerika.
- daarna is het nog 240 zeemijl naar Ubu Point, een nieuwe laadhaven voor ijzererts, ten zuiden van Vittoria, Brasil
Waarschijnlijk zien we in Porto de Ubú geeneens bewoonde wereld wat het is er een doods gedoe zeggen ze hier aan boord.
We gaan direct tegen de pier en in 24hrs zijn we geladen en weer weg, naar de States, gaan lossen in Port Arthur.
Dat ligt iets ten zuiden van New Orleans, over de grens in Texas. Dus niet op de Mississippi.

Wat Zuid-Amerika betreft vang ik achter het net he. Het continent van Mordillo.
Er is hier uit een of ander oud tijdschrift een mooie Mordillo tevoorschijn gekomen De 4de mecanicien
heeft die in zijn cabine hangen en wanneer hij afmonstert krijg ik die voor Dee zijn collectie.
Het is een prent van een Mexicaantje dat met gitaar en sombrero ayayay staat te zingen, zoals Mexicanen dat kunnen.
Op het eerste zicht staat hij boven op de heuvels maar als ge een tweede blik werpt (zachtjes werpen) dan ziet ge
dat hij met blote voeten op héle grote cactussen staat. Vandaar de aïeaïeaïe.
Mooi en om de slappe lach van te krijgen, zoals van de meeste Mordillo’s.
Binnen enkele maanden is de cartoon voor u hoor Dee.

Ik heb die twee Dorothy Sayers gelezen, aan deck, in de zon, toen het nog niet zo moordend heet was.
Ze zijn alletwee heel goed, die Lord Wimsey is een sympathieke knul, lijkt mij.
Eerst leekt de verhouding tsn Wimsey en zijn butler Bunter nogal op de toestanden bij Woodhouse,
maar dat was ik rap vergeten. Wimsey zegt op een bepaald moment zelfs tegen Bunter:
'Hang zo de Jeeves niet uit.' Duidelijker kan het niet he. Sayers kan zoiets toen al te horen gekregen hebben,
dat het op een kopie/plagiaat leek en dat heeft ze dan tof weerlegd. Die Wimsey is niet dwaas ookni.
Het is de eerste keer dat ik een detectieve lees die zich bezint over zijn job = hobby voor Wimsey,
want hij laat zich niet betalen. Eigenlijk heeft hij principiële bezwaren tegen zijn eigen motivaties.
Goed gevonden van Sayers. Het maakt Wimsey wat menselijker.
Maar goed, ik ga er geen boekbespreking van maken. Hebt gellie ze gelezen? Doen, Het is de moeite.
Bon, ik stop ermee kinders, het is al laat en ik moet er morgen vroeg uit. De groetjes aan Tina & Toppié en
geef de route door aub. Dag tweetjes & een goei vakantie.

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen -
https://nl.wikipedia.org/wiki/Guillermo_Mordillo , https://nl.wikipedia.org/wiki/Dorothy_L._Sayers, https://nl.wikipedia.org/wiki/Lord_Peter_Wimsey,

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

012c memorie 03

de reputatie van de allereerste stewardessen

Wanneer juist de koopvaardij ook met stewardessen begon te werken en niet met enkel stewards weet ik niet,
ergens in de jaren zestig als ik me goed herinner, maar er werd gezegd dat de eerste stewardessen
prostituees fin de carrière waren.
Mogelijk om nog iets of wat sociale zekerheid te verwerven, denk ik nu, achteraf bekeken.
Hun taakomschrijving aan boord vonden ze niet bindend, of op zijn minst bespreekbaar.
Met alle gevolgen voor het onderhoud binnen het kasteel, de huishouding en de sfeer aan boord natuurlijk. 

Achteraf bekeken vraag ik me af waarmee ze betaald werden. Op zee hadden de zeevarenden weinig baar geld
en in haven waren er jongere dames beschikbaar aan wie ze het voorschot-in-haven zouden besteden. 

        ’k Zag al een huishouding met twee Zwarte Lola’s ipv twee stewardessen.
        Daar had ik niet bij willen zijn. Nog niet als vlieg aan de wand. 

Maar dat verhaal nam ik toen voor echt want het was vóór mijn tijd en alles wat voor mijn tijd gebeurd was
én waar mondelinge getuigenissen van circuleerden hoorde bij de Kleine Geschiedenis van de Gewone Mensen.
Dat was toen al mijn dada. Ik ging ’s avonds soms naar de mess-matrozen om verhalen van anciens te horen.
Als de mannen aan het kaarten waren verdween ik weer,
als ze niet kaartten kreeg ik er soms ene op zijn praatstoel en dat was genoeg.
Zijn verhaal maakte andere los en ik hoorde van die paar veteranen onder de matrozen verhalen en verhalen,
waarover ik dom genoeg niks genoteerd heb. Geen letter. 

        Al die verhalen gingen over schepen die tot het type General Cargo hoorden. 
        Dwz dat de lading bestond uit stukgoed, gemengde lading, 
        zakken, kratten, vaten, kisten, paletten, rollen staalplaat, bobijnen staaldraad …
        die lading zeevast zetten was de job van de stouwer. Heel belangrijke job. Hij was de man die moest zorgen
        dat de lading niet begon te schuiven op zee. Zelf vaarde de stouwer niet mee, hij was havenarbeider.
        Een general cargo ligt natuurlijk langer in haven dan een bulkcarrier of een tanker of een containerschip.
        En veel van die verhalen speelden zich in verre havens af. Verhalen om met gespitste oren naar te luisteren.

        https://nl.wikipedia.org/wiki/Havenarbeider 

Nu, om over de eerste stewardessen verder te vertellen. Of Yvonne ze ooit meegemaakt heeft weet ik niet,
maar zij hamerde er wel op dat we de juiste werkkledij moesten dragen. En het juiste schoeisel!
Schorten en lage schoenen, beroepskledij. Dat tenue was inderdaad gemakkelijk en dus belangrijk, heb ik later
op andere schepen gemerkt aan de collega’s die er anders over dachten. En ooit schoot me ook een raad van
een lerares Frans te binnen: met de juiste BH en met het juiste parfum kan men alles dragen. En dat is ook zo,
dan lijkt zelfs de meest vormeloze overall op een drapage.

        ’t tenue van een kok

Toen Yvonne na vier maanden afmonsterde en vervangen werd, zag ik bij Henri iets veranderen.
Hij bleef soms dagen ongeschoren, in een tijd dat de stoppelbaard nog niet in de mode was.
Hij droeg niet meer de witte bakkerspantalons waar Yvonne haar fierheid uit haalde,
maar de grijs-witte pied de poule broeken die na verloop van tijd een beetje vormeloos om zijn lijf hingen.
En zijn schorten, de voorbinders, wisselde hij niet meer tweemaal per dag.
Kortom, als zijn vrouw weg was, vielen haar maatstaven ook weg.
Eigenlijk zag hij er uit als een doorsnee scheepskok, maar dit was mijn eerste schip dus kon ik nog niet vergelijken.
Tot dan toe dacht ik dat alle koks, door de aard van het beroep, er dag-in-dag-uit netjes en zelfs picobello uitzagen.
Latere schepen heb ik gezien, beseft en begrepen dat het zeer zelden zo was.
Chefs die de netheid in de keuken doortrokken naar netheid op hun persoon waren eerder uitzonderingen.
Jammer dat ik dit er moet bij vertellen, maar het is zo. 

        de vervangster, mijn tweede collega

De nieuwe collega hanteerde absoluut niet dezelfde maatstaven, de criteria die ik ondertussen
als de maatstaven ‘van het huis’ was gaan beschouwen. Bleuke dat ik toen nog was.
De nieuwe collega was ook vooraan in de 50, dus van dezelfde leeftijdscategorie als mijn enig en uniek voorbeeld,

maar ik stond vrij vlug alleen met de maatstaven.

Een voorval dat me bijgebleven is, is de boter. 
Tot dan toe werden de blokje boter van 250 gr in drie gesneden, en per vier personen
werd zo’n reep van ongeveer 80 gram op tafel gezet in een rechthoekig schoteltje.
Na elke maaltijd werd de boter afgeruimd en in de frigo gezet, zo wordt ze minder snel ranzig.
De restanten werden in een rechthoekig schoteltje verzameld en de volgende maaltijd werden
werden nieuwe reepjes boter op tafel gezet. Ongeveer 20 minuten voor de service kwam iemand van ons
die schaaltjes op de tafels zetten, zodat de boter smeerbaar was wanneer de service begon.
Er moest trouwens toch brood gesneden worden ook, dus dat ging in één moeite door.

Na een aantal dagen vulden de restantjes het rechthoekig schoteltje. De inhoud van dat schoteltje
werd opnieuw in drie reepjes van 80gr verdeeld en zo op tafel gezet. Dus geen verspilling,
bij ons werd geen boter ranzig!

Een van de eerste dagen met de nieuwe collega merkte ik dat de boter van het ontbijt
nog altijd op de tafels stond, ze was niet afgeruimd. Een verstrooidheid natuurlijk, dacht ik.
Neenee, geen verstrooidheid. Medam vond het niet nodig om de boter af te ruimen en later weer op tafel te zetten.
Dat was dubbel werk. En zij sneed de boters ook niet in drie repen, zij legde in elk botervlootje
een pak boter van 250g. Met alle verschillende messen die aan tafel in elk botervlootje gingen
zag het klompje er uit als een terrein dat gebombardeerd was door broodkruimels.
Smakelijk.
Het mens had gewoon geen notie van service, van dienstverlening. Het was om van te huilen.
En dit ging nog enkel over de boter. 

Op een dag had ik haar nodig omdat ik wou vragen of ze efkes kon komen helpen met iets, iets dat ik
waarschijnlijk niet alleen kon, een matras omdraaien of zo. ’t Waren toen nog van die zware matrassen hé.
’k Vond haar niet, ik liep alle cabines langs, ook die in mijn sector, en ik vond haar in de cabine van de 3de mecanicien.
Daar zat ze boven op de schrijftafel, een sigaret in de ene hand, een glas whisky in de andere en de blik op oneindig …

Ten eerste : men gaat niet zitten in een cabine die werkterrein is. En al zeker niet bovenop een tafel.
Ten tweede : whisky in de voormiddag? De eerste service moest nog beginnen! Het was nog geen 11h20, wil dat zeggen.
Ten derde : wat deed ze in een cabine die in mijn sector lag?

En toen vielen een aantal puzzelstukken op hun plaats. Het verhaal was waar.
Dat geverfd haar, sigaret, whisky, bovenop een tafel gaan zitten … zij was een Zwarte Lola.
Ik was zwaar teleurgesteld. Niet omdat zij nog ergens een broodwinning zocht, ik was zwaar teleurgesteld dat
na Yvonne het leven zo iemand op mijn pad gebracht had. ’k Herinner me zelfs haar naam niet.
Met het poetswerk en de boter en al die andere dingen zou het dus nooit goed komen.
Haar idee van dienstverlening situeerde zich op een gans ander plan dan de koopvaardij bedoelde.
Tot zover de feiten.  

Iets later kwam de schok van het besef : niet iedereen in deze wereld is een Yvonne.
Dat ik vanaf nu zonder haar zou verder moeten. Dat ik er alleen voor stond, alle komende schepen, alle komende jaren.
Het was een enorm verlaten gevoel. Wat moest ik doen? Wat moest ik doén?
We zien wel. Rug recht, diep ademhalen, vooruit kijken en verder werken. Meer kon ik niet doen. 

In 1992 heb ik haar nog eens opgebeld, 14 jaar later. Toen ik mijn naam zei wist ze onmiddellijk wie ik was.
’k Moest zelfs de naam van het schip niet vermelden. Ik belde haar om te zeggen dat ik ging trouwen (met LM)
en om haar te bedanken voor de ‘stage’ die ze mij had doen doorlopen, dat zij aan de basis lag van mijn beroepsleven.
Want dat was mijn broodwinning ondertussen geworden, mijn beroep.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

012b memorie 02

de welopgevoede aspirant

In '78 was ik op een schip waar ene BDS aangemonsterd werd als aspirant.
Aspirant deck, een stuurman in spe op Zijn Eerste Schip.

Hij zette de eerste morgen zijn patrijspoort open, omdat dat iets is
dat welopgevoede jongemannen doen: raam openzetten zodra ze opgestaan zijn.
Jawel.
Maar-in-'s hemelsnaam-niet-op-een-schip-dat-steenkool-aan-het-lossen-is!

Alles in zijn cabine zat onder zwart vettig kolenstof.
Alles. Plafond, wanden, meubels en beddengoed, alles.
Zwart en vettig. Alles vettig en zwart.
Tot zelfs de kraantjes in de badkamer, en die deur was nochtans gesloten gebleven.

Ik bleef daar kalm onder, zij het met een zenuwlachje, omdat ik me kon voorstellen
dat hij dat op pensionaat zo geleerd had en vermits hij aan boord een goede indruk wou maken,
had hij dus braafjes zijn 'raam' open gezet.
"Dat heet patrijspoort jongen!"

Yvonne en ik hebben een onvoorzien aantal uren gewerkt
om die cabine uit te wassen en weer leefbaar te krijgen.
De slungel wou helpen, maar met al zijn armen en benen liep hij danig in de weg.
Zitten en braaf zijn. Hij moest ons vooral laten werken.
Dus zat hij op zijn seat schaapachtig te kijken hoe wij in uptempo opkuisten wat hij veroorzaakt had.
Hij bleef stil, wij vergaten ongeveer dat hij er was en praatten over job en werkschema.
De uren die hij daar gezeten heeft, hebben wel opgebracht.
Het vent zag ons doende en had ook oren aan zijn hoofd.

Wij hebben daarna, voor de rest van ons contract de meest
vriendelijke, beleefde, behulpzame aspirant gehad die een mens zich maar kan indenken.
In die paar uurtjes zitten & luisteren had hij een zicht op onze job gekregen.
Hij had niet alleen oren aan zijn hoofd maar ook hersens in zijn kop.
Hersens zaten in de familie, zijn pa was de walkaptein.
Nu zou men zeggen de CEO van de firma. Toen was een rederij nog een rederij. Walkaptein dus.

Negen jaar later moest ik monsteren in Durban.
Op mijn contract stond dat het schip als kaptein BDS had.
Ach ja, sommige aspirantjes worden ooit kaptein. Zo is dat.

Toen ik aan boord kwam, doodmoe van de 36hrs onderweg
en van de bruuske klimaatovergang,
ging ik me boven melden, zeemansboek en contract in de hand.

Hij zou het allemaal niet meer weten, na negen jaren andere en belangrijker dingen aan zijn kop.
Ik klopte.
- Binnen.
- Dag kaptein, ik ben de nieuwe …
- Waar waart gij al die jaren, m? onderbrak hij met een vage glimlach.

En ineens herinnerde ik me dat men het Eerste Schip
eigenlijk nooit vergeet. Hij dus ook niet.

Waar waart gij al die jaren, m?
Dát, lieve mensen, was een verpakt compliment.
Hij had in die negen jaar tussentijd al andere dingen
in de huishouding van een schip meegemaakt/moeten meemaken.

In drie weken tijd had ik dat kasteel zoals hij het hebben wou : shipshape.

m – nu zou me dat niet meer lukken, met mijn stramme gewrichten - EZW-05/2013, HiH-07/2016, en blog 02

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

012a memorie 01

een paar losse herinneringen bij het eerste schip

           Tekst 008 is de laatste over dat fameus allereerste schip, dus als ik nog
        anekdotes wil vertellen over dat schip dan moet het nu gebeuren. 

Op de foto in tekst 008 herkende ik zo'n beetje vanalles, maar niet direct duidelijk of precies.
Maar nu zijn er toch al een paar memories. 

         de beroepseer van Henri 

Op de foto in tekst 008 ziet ge onderaan het kasteel (de bewoning)
vier rechthoekige patrijspoorten (ramen) naast mekaar. Daar was de keuken.
Er was ook een deur naar het achterdek en langs daar gingen de vuilbakken buiten.
Die deur staat links van de patrijspoorten, maar ze is niet duidelijk te zien,
ze wordt verborgen door de winch. 
Bij die winch hoort een aantal andere halfhoge bouwsels, de bolders en fairleads,
om trossen en springs (metalen kabels) aan vast te maken.
Trossen en springs moeten het schip tegen de kaai houden.
Champignons noemde ik die half-hoge dingen toen.

Op een van die champignons had chef-kok Henri (de man van Yvonne) een lage houten krat met
perziken of abrikozen in de zon gezet. Hij wou ze nog wat laten rijpen om ze die avond of 's anderendaags als dessert te geven.
Ze waren rijp, maar ze waren nog niet echt tafelklaar, ze mochten nog wat zon hebben.
's Avonds stapt hij buiten om het kratje binnen te halen en van de 24 of 25 stuks die hij te zonnen gelegd had
lag er nog eentje. Als de rest was verdwenen in de monden van de mensen van deck.
Henri wou de vruchten kunnen serveren in prima staat -beroepsfierheid kan men zoiets noemen-
maar de matrozen namen genoegen met iets minder dan prima en
in het langskomen hadden een aantal van hen zich alvast bediend. Dubbel bediend, want
de perziken voor de officieren en de staff waren ook verdwenen.

We hoorden Henri van op het achterdek vloeken tot in de pantry, met gehuil van woede.
Ik begreep zijn colère toen niet helemaal -er was toch nog ander fruit beneden in de koelkamers-
maar ik voelde wel dat men het werk van een ander niet saboteert.
En ik snapte het zinnetje van Yvonne, dat ze gebruikte wanneer er volgens haar
iets ontoelaatbaars gebeurd was: "Amai, d'er is ooit voor minder gevochten geweest zenne …"

Als daarna nog iemand van de matrozen iets speciaals wou van de keuken zou die lang kunnen wachten
eer daar gevolg aan gegeven werd: morgen pannenkoeken als dessert? In Antwerpen! Eerder niet.
In Antwerpen had iedereen verlof voor een paar dagen, de shoregang kwam het werk doen,
dus 'pannenkoeken in Antwerpen' wou zeggen 'vergeet het'.

En of het schip naar Antwerpen ging was ook niet zeker. Dus, vergéét het. Er werden geen
speciale verzoekjes meer ingewilligd. Het bleef vrede tussen de keuken en de mess-matrozen,
maar het was wel gewapende vrede. Henri had het laatste woord, want híj was baas over de koekepannen.
En over alle andere potten en pannen. En over de voedselvoorraden. Een soort machtspositie dus hé.
Van die perziken hadden ze moeten afblijven … 

         druppels, waterspoor, gladheid en smos

Er was voor de officieren één enkele wasmachine voor de gewone kledij aan boord en die machine zwierde niet.
Het was een model met opstaande trommel waar onderin een pulsator die het water met de was deed bewegen.
Het ding deed me denken aan een wasmachine die we ooit thuis hadden in de jaren 60. Een wasmachine die niet zwiert.
De kleddernatte was moest overgebracht worden naar de zwierder en daar met kennis van zaken
verdeel worden in de trommel. De zwaarste stukken onderin langs de rand gelegd. 

Er stond geen zwierder naast die overjaarse (nieuwe) wasmachine. Dat betekent dat de officieren
hun kleddernatte was in hun emmer mee naar hun cabine moesten nemen en daar in de douche ophangen.
De snuggersten onder hen wrongen hun was ter plaatse uit, propten hun was dan pas in de emmer en
brachten die zo naar boven. De minder snuggeren onder hen kledderden hun druipend wasje in hun emmer
en vroegen zich af waarom die was er niet in ging. Met druipende was in een druppelende emmer togen ze vervolgens
naar een verdiep hoger, naar hun cabine om daar dan de was op te hangen in de douche of te laten staan in de emmer
tot ze beseften dat ze geen propere kledij meer hadden. Navenant hun temperament. Of hun opvoeding.
Verbaast het u dat de grootste praatjesmakers aan tafel de grootste sloddervossen waren hun cabine ? 

Nu stond die wasmachine in de toiletruimte op het maindeck -het gelijkvloers in woorden voor walmensen-
Om het gedruppel en het gelek op te vangen had ik een dweil bij die vermaledijde wasmachine gelegd
en ook een of twee aan de deur van de toiletruimte. Het onderhoud van die ruimte viel in mijn sector. 

Op een dag kom ik er langs, iets voor 11h, ik was in de mess de tafels gaan dekken, en ik zie
een waterspoor in de alleyway. Geen druppels, maar een druipend, lekkend waterspoor.
Iemand had het niet nodig gevonden een emmer te gebruiken,
iemand was met zijn druipend wasgoed zo naar elders getogen.
Water in de bewoning wordt onmiddellijk opgekuist, daar zijn een aantal goede redenen voor.
'k Neem een emmer en een dweil en ik droog dat waterspoor, tot achter de hoek, de trap op,
weer een stuk alleyway, tot aan de deur van de 3de stuur. Die deur was dicht. Dicht?
Die had ik niet dicht gedaan want een deur moet men laten openstaan wanneer een cabine bediend is.
'Daarbinnen bekijk ik het morgen dan wel', zal ik gedacht hebben. En verder vroeg ik mij niks af.
Aan tafel vertel ik waarom ik zo laat ben. Yvonne vroeg waar dat waterspoor naartoe geleid had.
Naar de cabine van de 3de stuur. Waarschijnlijk voelde ze toen al nattigheid.

Jaa, ik weet het, waterspoor en nattigheid … het ligt teveel voor de hand hé.

Na de service spreek ik de 3de stuur daarover aan, dat men geen water morst in de gemeenschappelijke ruimtes,

kwestie van veiligheid en ook kwestie van properheid. Het larf ontkent in alle toonaarden dat hij het was.
's Anderendaags spreek ik daar de 1ste stuur over aan.
Bij die rederij was de 1ste stuur onze baas, er was geen chef steward meer wegens bezuinigingen.
De 1ste stuur was tegelijk ook de baas van de stuurlieden.
Wat doet de 1ste stuur? Hij trekt mijn woorden in twijfel.
De veiligheid en de properheid binnen de bewoning werden in het ongelijk gesteld.
Nu hoop ik dat het larf in privé een draai om de oren gekregen heeft van de 1ste stuur.
Sommige jonkies moeten echte leren wat leven in groep betekent.

'k Liep met mijn ziel onder mijn arm omdat mijn baas mijn woorden in twijfel getrokken had.
'k Vertelde de waarheid en toch werd ik niet geloofd? Die situatie deed sterk denken aan de nonnenschool.
Yvonne hielp mij uit mijn droom: 

        Om hoe laat had ik die watersmos gezien? Om 11h.
        Naar welke cabine leidde die watersmos? Naar de cabine van de 3de stuur. 
        Wel, een 3de is van wacht op de brug van 08h tot 12 h. Hij had nóóit de brug mogen verlaten
        voor het einde van zijn wacht. Die was zwaar in fout! Natúúrlijk liegt het manneke, en natuurlijk
        kiest de 1ste voor zijn stuurman en niet voor iemand van bezem&dweil. 

Ziezo, hiërarchie garandeerde dus ook geen ademruimte. Was dit occasioneel of was dit het systeem?
Wat bleef er dan over? Waar moest ik naartoe om een beetje rustig te kunnen leven. In peis en vree.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

012. schip 01 brief 08

            Tussen de vorige brief en deze is een gaping van meer dan zes weken. Schreef ik in die periode niet meer?
        Zijn die brieven verloren geraakt? Heeft Ma ze niet geklasseerd? Dat is niet meer te achterhalen.
        Ergens in een haven (ik denk dat het in de States was, mogelijk Newport News)
        heb ik een draagbaar typmachientje gekocht, want de brieven die volgen zijn getypt.
        Zeer waarschijnlijk heb ik dat toen gekocht omdat na een ganse dag handenarbeid
        de fijne spiertjes van de vingers niet meer zo goed mee willen
        en ik al schrijfkramp kreeg nog voor ik uitverteld was. 
        En nu herinner ik mij dat het een qwerty-klavier was! Horreur!

1978-07-07-vr, op zee, op weg naar Brazilië 

Duur’bre ouders, Wanneer ging gellie weer op vakantie? Ik weet het niet meer.
Toen ik in juni terug kwam van de wal lag er voor mij een brief van Ma, nagestuurd van uit New Orleans.
wat er in stond weet ik niet meer precies. ’k Zou natuurlijk de data kunnen nagaan en exact vertellen welke brief,
maar dan begin ik ze weer allemaal te lezen en dan moet ik weer hard lachen en dan
komen ze weer kijken of alles oké is met mij en ik vind mezelf al onnozel genoeg zonder dat.
Het is 21h voorbij en ik zou al in mijn nestje moeten liggen, maar de boots naast mij
is van zijn cabine weer een dancing aan het maken. Wacht tot ik mijn grote cassette-installatie heb,
dan maak ik van mijn cabine een concertzaal. Klassiek keihard luid en dan ga ik
zwemmen of buurten of wandelen om mijn eigen lawijt niet te horen en af en toe
kom ik terug om de cassette te keren. Goed he. 

Vader, ik heb u nodig. Mijn strijksonates van Rossini zijn kapot. Finaal versleten.
Het is de versie van St. Martin-in-the-fields olv Nonkel Neville. -dirigent Neville Marriner, geen familie hoor 
Ik heb het cassetje al twee jaar, minstens. Nu komt mijn vraag:
hebt ge nog ergens eentje liggen, of kunt ge die versie kopiëren voor uw kleinste dochter, AFTEBLIFT ?

Moest dit nu in België gebeurd zijn dan zou ik gedacht hebben: Tja, ’t is versleten. Dat overkomt ons allemaal,
vroeg of laat. Heel filosofisch en evenwichtig en volwassen en zo, gelijk gij het graag hebt.
Maar hier kán ik geen andere cassette bekomen en dan wordt een geknapte band plots een ramp natuurlijk.
Die ramp levert weeral conversatiestof in de pantry natuurlijk, zo van: nú heb ik wat voorgehad zie!

Doe ne keer uw best Pa, stop met handtekeningen uitdelen en zorg dat ik de cassette heb tegen dat ik thuis kom.
(dat is binnen 3 maanden fluisteren ze hier) dan vind ik u een brave vader. En een goeie ook.

Wie af & toe tijd heeft, klank aanzetten voor Strijksonates Rossini / Marriner https://www.youtube.com/watch?v=5vL3fcoXR_U , 55min12

Mama, dat kleed van u zal niet gereed zijn tegen de 12de (dan komen we aan).
Ik had gehoopt het vanuit Brazilië te kunnen versturen, maar ik heb hier zoveel werk gehad om het vuil van de lading
uit het kasteel weg te krijgen dat dat ik in mijn vrije uren geen inspanning, hoe licht ook, nog kon doen.
Nu is het

1978-07-09-zo, op zee, op weg naar Brazilië 

Wat het op de vorige blz was weet ik niet meer hoor. En waarom ik eergisteren die brief
zo onbeleefd abrupt afgebroken heb weet ik ook niet meer.
Er zal weer iets te doen geweest zijn. De dagen vliegen hier om. En ze lijken zo erg op mekaar. Als ge me zoudt vragen
wat ik gisteren gedaan heb, zou ik al erg moeten nadenken om mijn dag te kunnen reconstrueren.
Daarstraks zat ik te tellen hoe lang ik al aan boord ben. Meer dan 3 maanden al. De tijd vliegt hier.

In die drie maanden heb ik nog geen ene brief naar Tina geschreven.
Het is alsof ik haar gisteren pas gezien heb, dus waarom zou ik schrijven.
Maar toen ik klaar was met tellen, leek 3 maanden me toch wat veel. 

Het schip rolt. Mijn kleren aan de kapstok wiegen met de regelmaat van een metronoom telkens 50 cm van het schot af.
Ik vraag me af hoe de mensen op de hogere verdiepingen slapen. Zij hebben geen beddebak maar een gewoon open bed.
’k Wou dat de ouwe er ne keer uitrolde of er een blauw oog aan overhield. Of een heup uit het gelid, dan zou hij wel
ophouden met zijn gesluip. Het is ongeveer een sport geworden voor ons, ons door hem te laten betrappen
op het feit dat we aan het werk zijn. 

Met de ditjes en datjes die hij nodig heeft, onderbreekt hij dan wel het werk natuurlijk.
Die man zou een lakei of twee voor zijn persoonlijke dienstverlening moeten meebrengen aan boord.
Met noest doorwerken ontnemen we hem de gelegenheid om te zagen.
Dat pakt twee keer maar de derde keer begint hij over n’ importe quoi, omdat hij nu eenmaal een zagevent is.
En dan antwoorden we: straks commandant. Of: Je suis occupée commandant. Of : Dès que j’aurai le temps commandant.
En wanneer hij écht overdrijft : Demain à 11h. Dat wil zeggen flut en foert, als ik goesting heb
zal ik er eens over nadenken of ik het doe. 11h is namelijk het Heilig Uur van ons middageten. Tot 11h20 zijn we
vrij om te eten of te douchen of een plons in het zwembadje te nemen. Of als dat beter uitkomt met het werk,
dan pas de tafels te dekken. Om 11h20 gaat de eerste service.

Het is hier zo’n rustig en regelmatig leven dat het soms doet denken aan een klooster.
Ik vind het nog altijd niet vervelend, maar misschien komt dat nog. 

Brazilië zal een flop worden. We gaan niet op anker maar direct tegen de kaai in 24 hrs geladen en weer weg.
Waarschijnlijk kunnen we niet eens van boord.
Ik heb het idee dat varen reizen betekent al opgegeven, zonder veel moeite. Het is een manier van werken
waarbij het privéleven verandert omdat het zo nauw bij de job betrokken is. Meer is dat niet.
En af en toe komt men ergens omdat het schip vaart. Daar dienen schepen voor, om al varend te vervoeren. 

        Die 'meer is dat niet' ben ik dan wel 31 jaar blijven doen.
        Terwijl ik de brieven herlees en intik vraag ik me nu af, 41 jaar na datum, 
        hoe ik toen na drie maanden al iet of wat inzicht en doorzicht had, en tegelijk
        toch zo bleu bleef voor sommige dingen … niet te geloven.

Heeft de rederij ulle het postadres in Brazilië al bezorgd? Nu ja, dat zie ik ginder wel.
Groetjes.   

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/Neville_Marriner

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

011. schip 01 brief 07

1978-04-23-zo, op anker, Bagnoli bij Napels

Lieve allemaal, ik heb gisteren niet geschreven want ik was pompaf moe.
We zijn naar Napels, Pompeï en de Vesuvius geweest. Vandaag ben ik ook doodmoe. Slaapwel.

1978-04-24-ma, tegen de kaai, Bagnoli

Vannacht zijn we tegen de kade gaan liggen. Op ± 500 m van de bewoonde wereld. Dat valt dus mee.
Zaterdag zijn we naar Pompeï geweest. Dat viel enorm tegen. (een toeristenfuik heet zoiets nu)
Eigenlijk zoudt ge zoiets in ’t putteke van de winter moeten gaan zien, dan zijn er het minste toeristen.

En eerst een boekske kopen, twee dagen voorzien om het allemaal tegoei te lezen en wanneer ge
alles weet, dan pas gaan kijken. Want iets opzoeken terwijl ge er voor staat is ondoenbaar.

Al die kwetterende Italianen met hun krijsende kinderen, ge kunt u met moeite inbeelden dat daar 2000 jaar geleden
andere mensen rondgelopen hebben. Neenee, ik ga dat eens over doen op het gemakske, wanneer het er stil is.
Zo stil dat de spoken van vroeger terug durven komen. Dan heb ik er tenminste wat aan.

We zijn gaan eten waar de gids voor ons gereserveerd had. Oerstom natuurlijk, maar FarFigura (2de mecanicien)
was de baas en liet dat gebeuren en wij moesten wel mee natuurlijk.

Ze stonden daar met een 7derangs orkestje van drie man te kwelen van
sole mio & bella napoli & arrivederci roma en ander kul. We konden mekaar niet meer verstaan.
Toen heb ik mijn postkaarten maar geschreven. Zijn ze toegekomen? En mijn vorige brief?
Dat restaurant zat vol autocar-mensen. Vol = ± 300 mensen. Never again. Blèrk.

De gids had ons in Napels zelf al laten uitstappen bij een camee-atelier. Hij heeft daar een percentje natuurlijk.
’t Was wel interessant om zien hoe camee gemaakt wordt.

Na het middageten gingen we naar de Vesuvius. Yvonne heeft een ambetante voet, dus zij bleef beneden.
De matrozen trokken elk met een fles ongekoelde witte Lacrima Christi naar boven & rolden strontzat terug naar beneden.
Ik ben tot helemaal boven geraakt en de deckboy ook. Die zweeg tenminste.
Zo heb ik Meneer Vesuvius op mijn dooie gemakske kunnen bekijken. Prachtig hoor.
Maar als ik dat begin te beschrijven ben ik morgen nog niet aan het einde van mijn brief.
Om 17h wij terug het buske in & naar ’t bootje dat ons terug naar het schip moest brengen.
Die twee zatte spagnolen kotsten hun zetel onder. Wij allemaal een kop als vuur natuurlijk,
het was een gloednieuw en kraakproper buske. De chauffeur heeft een serieus drinkgeld gekregen van de marco,
maar ondertussen stinkt het hé. Zijn buske bedoel ik, niet het geld. Geld stinkt niet. Geld stinkt nooit.

Eén zatte spagnool viel bijna tussen het bootje en de gangway toen we aan boord klommen.
De cdt ziet dat van daarboven allemaal gebeuren.
Yvonne en ik gaan aan de middagafwas en FarFigura gaat de mess binnen.
Gaat dat stuk folie de grandeur toch niet vertellen dat we last gehad hebben met twee van de matrozen!
Den uil! De volgende dag konden die twee bij de cdt komen.
Maar de chef mecanicien heeft FarFigura zijn saus gegeven he: hij had het niet aan cdt moeten vertellen.
Ten eerste, die komt dat zo ook wel te weten.
Ten tweede, FarFigura moest nog 6 maanden of langer werken met de spagnolen.
Nu kan hij zich verwachten aan pesterijen natuurlijk. Daar geef ik ze gelijk in. ’k Zou ’t misschien ook doen.
Maar FarFigura is een kaffer. ’k Zal hem wel eens beschrijven wanneer ik geen nieuws heb, op volle zee of zo.

Gisteren was het zondag en waren we vrij van 13h tot 17h. ’k Begin na een week zon al wat kleur te krijgen.
Op weekdagen is het maar twee uurkes per dag. Dat is rap om. Gisteren was het 2x zo lang. Zalig die zon,
maar ik word er wel doodmoe van. Ge slaapt niet echt en loom dat een mens wordt! Mijn hersens kookten bijna.
Alles is van metaal. Dat voelt ge nogal. Daarna een koude douche en een ijskoude pint. Goed. 

’s Avonds zat ik bij Henri & Yvonne en de marco was daar ook. Ze praatten over de moeilijkheden en de perikelen
die een mens heeft bij het naar huis bellen. Zun maar kletsen over telefoneren. En ineens moest en zou ik naar huis bellen.
Goed, de marco en ik naar zijn station. We lagen gisteren nog op anker, het kon dus nog. Lijn bezet.
Ik bel naar Lieve, ik maak een afspraak om vanavond te bellen en nu is de marco er niet, hij is aan de wal. *
En zonder hem gaat het niet, mag het niet.
Het gaat via Radio Napels naar Radio Oostende en dan over telefoon naar Brussel. Merde die rotte marco!
Nu zit gelle ginder te wachten op foon en ik zit hier te schrijven. 

Vanmiddag ben ik met een paar mensen aan de wal geweest, naar ’t centrum. Goedkoop vervoer,
2 fr (= 50 lires) voor de tram heen en 62 fr (= 1600 lires) voor een taxi terug.
Ik moest eerder terug naar boord dan zij en ik vroeg waar ze nog zoal dachten henen te gaan.
- Naar ’t museum.
- Welk museum?
- ’t Museum van Napels.
- Wat staat daar allemaal te bezien?
Toen werden ze heel, héél vaag.
- Opgegraven dingen van Pompeï en zo … enne schone kunsten en zo …
En ik moest vanavond voor hen geen tafel dekken. Ze aten niet aan boord.
- Marco, en mijn telefoontje vanavond? vroeg ik.
- Morgen, zegt die smeerlap, of vanavond, misschien. *
Ik denk dat ze naar het museum van blote kunsten zijn. En zo …
En de marco kan het syf krijgen! Het is nu 22 h en hij is nog niet aan boord.

Mijn inkopen waren niet veel zaaks. De meeste winkels waren dicht tsn 14h & 16h wegens siësta.

’k Heb wel een parfumerieke open gevonden en daar heb ik mijn reserfke deo gekocht. Hier aan boord hebben ze enkel
spuitsprays & dat is slecht voor onze ozonlaag he mensen, dus die gebruiken we niet meer he.
Zo zijn wij nu zie. Is da ni wel da? En in rollerkes of sticks hebben ze ook frisse snufkes.
En 5 aanstekers (blauwe) en reserve mascara en ik ben een cynar gaan drinken. Allemaal helemaal alleen,
gelijk een grote meis en in het Italiaans want in Bagnoli spreken ze geen noot Engels. 

Over die Hitalianen (rokkenjagers) overdrijven ze nogal hoor. Dat zijn beleefde mensen met grote boulevards.
Sinds rue des Chandeliers (Brussel) blijf ik graag op de grote boulevards. Er zijn geen, nul, noppes warenhuizen.
Allemaal kleine winkels in Bagnoli.

Napels is een mooie stad, tegen heuvels opgebouwd. Veel balkonnetjes, planten, wasgoed en snotneuzen.
Steile, smalle straatjes om het zonlicht van de gevels weg te houden. De geur van verse vis en fruit.
Allemaal fletse roze, gele of turkooise gevels afgewisseld met vaalbruin of lichtgrijze. Kleur is er genoeg.
Da’s eens iets anders dan alleen maar water. Amaai, ik zaag nu al over monotonie op zee,
wat gaat dat zijn wanneer we aan de grote oversteek beginnen. Dan is het voor écht.

Het is hier nu 23 h, dus 22h in België. De marco kwam er juist door.
We hebben 3 x geprobeerd maar we krijgen géén contact * met Radio Napels. (hier staan dan drie krachttermen)

Morgen schrijf ik misschien over de shipchandler en bijverschijnselen. Dag brave kinders allemaal.
En schrijven naar mij he, of ik geef geen vat wanneer ik thuiskom. Na!
PS: ik heb voor mijn plantjes hangers gemaakt in touw. Zo zijn ze ook scheepsvast. 

* Bij heel dat telefoonverhaal hoort nu een woordeke uitleg, maar dat is voor later misschien.

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentievan toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/Lacryma_christi , https://en.wikipedia.org/wiki/Cynar

Geschreven door maart om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

010. schip 01 brief 06

1978-04-20-do, 20h15 – Middellandse Zee

Dag grote lui en kleine lieden.

De zee is kalm vandaag. Nergens een schuimkopke te zien. Precies olie. Er zitten veel zwaluwtjes op ’t schip.
Die moeten aan boord gekomen zijn toen we langs Gibraltar vaarden. Nu varen ze mee.
We geven ze eten en drinken, anders sterven ze. Yvonne heeft er al eentje dood gevonden. 

        Eten geven? Zwaluwen zijn insecteneters en op zee vliegen geen insecten … 

Er zitten ook 2 roodborstjes bij. Die zitten hier al sinds Rotterdam. Slapend mee uitgevaren

en nu reizen ze gratis mee. Volgens Yvonne weten die beesten dat en profiteren ze ervan. Mon oeil!
Zij kent een st’ss die eens een zieke duif verzorgd heeft. Ze vaart al 5 jaar met haar duif. Tof he!

        Dat zal wel een kwakkel geweest zijn waar toen zelfs Yvonne ingetrapt is. En ik erbij. 

Geen meeuwen hier. Da’s eigenaardig. We varen toch in de buurt van land.

In de Noordzee zat het vol meeuwen. ’k Zal dat eens aan een stuurman vragen, morgenvroeg, hoe dat komt.
Het is gek hoe iedereen hier er op gespitst is grappen uit te halen. Volgens Yvonne is dat op de meeste schepen zo.
Het is een manier als een ander om sleur te voorkomen. Ik heb er al een paar staaltjes van gezien hoor.
Van dat gedoe krijg ik inspiratie voor deugnieterij natuurlijk. Jammer dat de bedden hier met donsdekens uitgerust zijn.
Ander zouden we afspreken, Y en ik om op dezelfde dag alle bedden op te dekken in enveloppe.

Wanneer we liggen te zonnen verzinnen we grappen. Meestal zijn die onuitvoerbaar omdat we
met den état-major en de officieren zitten en we mogen ons niet te ver riskeren.
Maar ’t gedacht alleen al is lollig.
Ze stonden in de keuken weer eens te kletsen.
Ze = Henry, chef kok en echtgenoot van Yvonne met de 2de kok/bakker en met de 2de mecanicien (die Italiaan).
Gewoonlijk roept ze dan door het doorgeefluik dingen als
Verdiengde gelle zoë ulle broëd? / Eddewernikstedoeng? / Sjauwelèrs! (= babbelaars)/ En? En Ahlers ze geld?

Die dag, ipv iets te roepen zwiert Y via het doorgeefluik een inox serveerschaal op de stenen keukenvloer.
Het plots gekletter deed de drie babbelaars nogal schrikken. Maar toen zagen we
dat er een bluts gekomen was in de schotel en toen stonden zij te lachen. Dus wij ook weer.
Kortom, ik moet hier 2 x zo dikwijls pipi gaan doen als thuis, van het lachen. 

De cdt heeft een tafelbelletje. Da’s voor ’t geval hij iets extra nodig heeft.
Die mess (het salon) is maar op twee stappen van de pantry maar door een vreemd soort akoestiek
hoort men daarbuiten niks. Het enige geluid dat scherp genoeg klinkt is die bel. 

De etensklok hoort men gemakkelijk tot op de brug (vier hoog) maar om
met mekaar te praten door het trapgat -met maar 1 trap verschil- dat gaat niet. Dus als Y en ik mekaar nodig hebben
fluiten we een melodietje van vier tonen. Fluitgeluid klinkt ook ver. En het klepperen van de houten zolen van Henry.
Wanneer dan iemand op zachte binnenhuisschoenen binnenkomt en vraagt 'is er nog koffie?' dan springen wij nogal hoor. 

Nu verder over de tafelbel van de cdt. Soms zit hij met de klepel te spelen dan denkt Y dat ze geroepen wordt en ze
is al verschillende keren naar ’t salon gegaan voor niks, omdat meneer de cdt aan die bel zit te prutsen.
Dat is dan tijdverlies en een geloop voor niks en daar heeft zij een hekel aan, dus ik ook.

We zijn vol op aan het afwassen, dus moeten ze niet zeveren. Die afwas is enorm.
9 personen in mijn mess (officieren) en 3 in die van Yvonne (de état-major).
Dat is borden voor soep en hoofdgerecht + een bordje voor de sla, bordje voor het dessert,
tas en ondertas voor de koffie + bijbehorend bestek voor alle gangen + de nodige glazen
want als ’t salon Irish koffie wil is dat ook weer zo. Ik kan nu al een boek schrijven over afwas.
Wat wordt dat na 6 maanden … een encyclopedie?
Nota bene, die afwas is er 2 x per dag en ’s ochtends natuurlijk de ontbijtafwas. 

        Zojuist heb ik nog eens uitgerekend hoeveel stuks afwas dat was per persoon en per dag.
        Per persoon voor de drie maaltijden, 8 + 10 + 13 = 41 stuks per persoon / per dag 
        Voor 12 personen is dat 12 x 41 stuks = 492 stuks per dag, gespreid over de drie maaltijden. 
        En dat gedurende een contract van zes maanden, ofte contractueel minimum 180 dagen. 
        Wie wil uitrekenen hoeveel dat is, die mag. En toch werd ik daar vaardig en snel in. 
        En als bleuke dacht ik de eerste weken dat we veel werk hadden. Daar moet ik nu mee lachen, want
        later heb ik wel andere situaties meegemaakt. Maar later had ik gelukkig al meer routine. 
        En nog later kwamen de industriële vaatwassers (die van Hobart zijn de beste!).
        Goed, nu verder vertellen over die bel.

Voor het middageten hebben we de bel aan de stormhaak onder zijn stoel gehangen.
Hij schuift zijn stoel van onder tafel, er gebeurt niks.

Hij gaat zitten en dan schokt hij met stoel en al naar voor, de bel klingelt. Goed gelukt!
Zijn gezicht was lires waard.

Lires krijgen we morgen. En binnen drie dagen kunnen we aan de wal, hopelijk.
Kusjes allemaal, m is moe.

1978-04-21-vr, 09h15, op anker in Italiaanse wateren

We liggen op anker in de Baai van Bagnoli, in de Golf van Napels, op de wreef van de laars, dus in de Tyrreense Zee.
Ik ga deze brief gauw afgeven bij de marco. Wanneer de agent van de rederij aan boord komt
neemt hij onze brieven mee om ze te posten. 

PS: Het is niet waar hoor dat Italië de vorm van een laars heeft. Gelogen. Prietpraat.
En ik kan het weten want ik zienetnuzellef dat ’t niwaar is. Poeh.

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen-

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

009. A. Van Ombergen

te gast bij Wim Helsen ~ Angelique Van Ombergen
met een tekst van Siel Verhanneman , 'Gesloten Ogen'.

            Ik weet 
        dat je er niet zult zijn 
        wanneer ik mijn ogen 
        open 
        dus 
        doe ik het niet. 
        Want met gesloten kun je zien wie je wilt.


            Afbeeldingsresultaat voor Angelique Van Ombergen                             

            De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje.
        Van Ombergen in gesprek met Helsen, 
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a4/ 
        10min03

“Ik weet dat ge er niet zult zijn …”
Wanneer ik door omstandigheden niet direct mee kon aanmonsteren met LM,
of vroeger moest afmonsteren dan hij, dat vond ik verschrikkelijk.
Uiterlijk was er aan mij niks te zien maar binnenin was het dan weer één brij.
Hier thuis liep ik verloren in een leeg kot. Mijn thuis is waar LM is. 
Om te slapen had ik er iets op gevonden: ik sliep aan zijn kant van het bed.
Wanneer ik dan wakker werd, dan zag ik mijn lege plek, niet te zijne.
Een beetje zielig hé. Maar het hielp. Heel efkes.
En dan begon weer een dag zonder hem. 

Over Angelique Van Ombergen : https://nl.wikipedia.org/wiki/Angelique_Van_Ombergen , zie verder ook google !
Over Siel Verhanneman : https://www.demorgen.be/nieuws/na-de-dood-van-haar-papa-en-zus-vecht-dit-kortrijkse-instagram-idool-voor-geluk~b8878cb1/

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

008. schip 01 brief 05

1978-04-19-wo, op zee

Gisteren en vandaag hebben we gezonnebaad. Tof hoor. Op de voorpiek.
Daar hoort ge de machine niet draaien. Alleen met het klotsen van de zee.
Als ge uw oor tegen het dek legt (op een handdoek natuurlijk!) hoort ge het water langs de romp ruisen. 

Zo’n opstaand ding waaraan ze de stalen kabels (en ook trossen) vast make heet BOLLARD.
Yvonne spreekt Engels op z’n Antwerps en Nederlands ook. ’k Kan toch moeilijk elke keer vragen:
spreek dat nu eens tegoei uit. Alleyways noemt ze ollewees, switchen spreekt ze uit als sjwitse …
en eps en zo. ’k Begin al vlot Antwerps mee te praten, acchetmorwet! En wattoedena, zeenaïs. Eddedagezing?
Sinds gisteren dragen we enkel nog het minimum: slip, BH en schort erover. (witte stofjassen waren dat)
Licht en luchtig. Het is snikheet op het schip (aan deck). Als ge uw schoenen durft uit doen brandt ge uw pootjes en

als ge een reling vastpakt brandt ge uw pikkels, dat is te zien aan mijn geschrift he. 

De Straat van Gibraltar is 15 à 16 km op het smalste punt. ’k Heb het vanmorgen nog eens gevraagd.
Rond 22h passeren we Sardinië. Daar wacht ik niet op. Bibi gaat maffen. Dag schatjes allemaal. m 

PS: Da’s ook een woord van Yvonne. Die noemt me nu schatteke. Een woord waar ik niet tegen kan.
Behalve als het op zijn Antwerps uitgesproken wordt en komt van een collega. Dan klinkt het minder vulgair.
Sloppel.

        Dit is de enige foto van het schip die ik kunnen vinden heb op het Net. Zelf heb ik er geen. 
        In welke haven het schip ligt heb ik niet kunnen achterhalen. Van wanneer die foto dateert evenmin. 
        De twee grote 'wagons' zijn stuurcabines horen bij de installatie van de wal, 
        om het schip te laden of lossen met grijpers die hier niet duidelijk in beeld zijn. Was het een zondag?
        Nu is het ondenkbaar maar ooit was het gebruikelijk dat het werk in haven stil lag op zondag.

1480741.jpg

http://www.shipspotting.com/gallery/photo.php?lid=1480741
 


m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden  – uit de scheepscorrespondentie van toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/E.R._Antverpia_(schip,_1968)

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 'een vol jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten