Naar de inhoud

'een vol jaar maart?'

schrijfvloer 03 ~ kronieken van 31 jaar vaart, in uitvoering
akke.beakke.be

Archief

010. schip 01 brief 06

1978-04-20-do, 20h15 – Middellandse Zee

Dag grote lui en kleine lieden.

De zee is kalm vandaag. Nergens een schuimkopke te zien. Precies olie. Er zitten veel zwaluwtjes op ’t schip.
Die moeten aan boord gekomen zijn toen we langs Gibraltar vaarden. Nu varen ze mee.
We geven ze eten en drinken, anders sterven ze. Yvonne heeft er al eentje dood gevonden. 

        Eten geven? Zwaluwen zijn insecteneters en op zee vliegen geen insecten … 

Er zitten ook 2 roodborstjes bij. Die zitten hier al sinds Rotterdam. Slapend mee uitgevaren

en nu reizen ze gratis mee. Volgens Yvonne weten die beesten dat en profiteren ze ervan. Mon oeil!
Zij kent een st’ss die eens een zieke duif verzorgd heeft. Ze vaart al 5 jaar met haar duif. Tof he!

        Dat zal wel een kwakkel geweest zijn waar toen zelfs Yvonne ingetrapt is. En ik erbij. 

Geen meeuwen hier. Da’s eigenaardig. We varen toch in de buurt van land.

In de Noordzee zat het vol meeuwen. ’k Zal dat eens aan een stuurman vragen, morgenvroeg, hoe dat komt.
Het is gek hoe iedereen hier er op gespitst is grappen uit te halen. Volgens Yvonne is dat op de meeste schepen zo.
Het is een manier als een ander om sleur te voorkomen. Ik heb er al een paar staaltjes van gezien hoor.
Van dat gedoe krijg ik inspiratie voor deugnieterij natuurlijk. Jammer dat de bedden hier met donsdekens uitgerust zijn.
Ander zouden we afspreken, Y en ik om op dezelfde dag alle bedden op te dekken in enveloppe.

Wanneer we liggen te zonnen verzinnen we grappen. Meestal zijn die onuitvoerbaar omdat we
met den état-major en de officieren zitten en we mogen ons niet te ver riskeren.
Maar ’t gedacht alleen al is lollig.
Ze stonden in de keuken weer eens te kletsen.
Ze = Henry, chef kok en echtgenoot van Yvonne met de 2de kok/bakker en met de 2de mecanicien (die Italiaan).
Gewoonlijk roept ze dan door het doorgeefluik dingen als
Verdiengde gelle zoë ulle broëd? / Eddewernikstedoeng? / Sjauwelèrs! (= babbelaars)/ En? En Ahlers ze geld?

Die dag, ipv iets te roepen zwiert Y via het doorgeefluik een inox serveerschaal op de stenen keukenvloer.
Het plots gekletter deed de drie babbelaars nogal schrikken. Maar toen zagen we
dat er een bluts gekomen was in de schotel en toen stonden zij te lachen. Dus wij ook weer.
Kortom, ik moet hier 2 x zo dikwijls pipi gaan doen als thuis, van het lachen. 

De cdt heeft een tafelbelletje. Da’s voor ’t geval hij iets extra nodig heeft.
Die mess (het salon) is maar op twee stappen van de pantry maar door een vreemd soort akoestiek
hoort men daarbuiten niks. Het enige geluid dat scherp genoeg klinkt is die bel. 

De etensklok hoort men gemakkelijk tot op de brug (vier hoog) maar om
met mekaar te praten door het trapgat -met maar 1 trap verschil- dat gaat niet. Dus als Y en ik mekaar nodig hebben
fluiten we een melodietje van vier tonen. Fluitgeluid klinkt ook ver. En het klepperen van de houten zolen van Henry.
Wanneer dan iemand op zachte binnenhuisschoenen binnenkomt en vraagt 'is er nog koffie?' dan springen wij nogal hoor. 

Nu verder over de tafelbel van de cdt. Soms zit hij met de klepel te spelen dan denkt Y dat ze geroepen wordt en ze
is al verschillende keren naar ’t salon gegaan voor niks, omdat meneer de cdt aan die bel zit te prutsen.
Dat is dan tijdverlies en een geloop voor niks en daar heeft zij een hekel aan, dus ik ook.

We zijn vol op aan het afwassen, dus moeten ze niet zeveren. Die afwas is enorm.
9 personen in mijn mess (officieren) en 3 in die van Yvonne (de état-major).
Dat is borden voor soep en hoofdgerecht + een bordje voor de sla, bordje voor het dessert,
tas en ondertas voor de koffie + bijbehorend bestek voor alle gangen + de nodige glazen
want als ’t salon Irish koffie wil is dat ook weer zo. Ik kan nu al een boek schrijven over afwas.
Wat wordt dat na 6 maanden … een encyclopedie?
Nota bene, die afwas is er 2 x per dag en ’s ochtends natuurlijk de ontbijtafwas. 

        Zojuist heb ik nog eens uitgerekend hoeveel stuks afwas dat was per persoon en per dag.
        Per persoon voor de drie maaltijden, 8 + 10 + 13 = 41 stuks per persoon / per dag 
        Voor 12 personen is dat 12 x 41 stuks = 492 stuks per dag, gespreid over de drie maaltijden. 
        En dat gedurende een contract van zes maanden, ofte contractueel minimum 180 dagen. 
        Wie wil uitrekenen hoeveel dat is, die mag. En toch werd ik daar vaardig en snel in. 
        En als bleuke dacht ik de eerste weken dat we veel werk hadden. Daar moet ik nu mee lachen, want
        later heb ik wel andere situaties meegemaakt. Maar later had ik gelukkig al meer routine. 
        En nog later kwamen de industriële vaatwassers (die van Hobart zijn de beste!).
        Goed, nu verder vertellen over die bel.

Voor het middageten hebben we de bel aan de stormhaak onder zijn stoel gehangen.
Hij schuift zijn stoel van onder tafel, er gebeurt niks.

Hij gaat zitten en dan schokt hij met stoel en al naar voor, de bel klingelt. Goed gelukt!
Zijn gezicht was lires waard.

Lires krijgen we morgen. En binnen drie dagen kunnen we aan de wal, hopelijk.
Kusjes allemaal, m is moe.

1978-04-21-vr, 09h15, op anker in Italiaanse wateren

We liggen op anker in de Baai van Bagnoli, in de Golf van Napels, op de wreef van de laars, dus in de Tyrreense Zee.
Ik ga deze brief gauw afgeven bij de marco. Wanneer de agent van de rederij aan boord komt
neemt hij onze brieven mee om ze te posten. 

PS: Het is niet waar hoor dat Italië de vorm van een laars heeft. Gelogen. Prietpraat.
En ik kan het weten want ik zienetnuzellef dat ’t niwaar is. Poeh.

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen-

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

009. A. Van Ombergen

te gast bij Wim Helsen ~ Angelique Van Ombergen
met een tekst van Siel Verhanneman , 'Gesloten Ogen'.

            Ik weet 
        dat je er niet zult zijn 
        wanneer ik mijn ogen 
        open 
        dus 
        doe ik het niet. 
        Want met gesloten kun je zien wie je wilt.


            Afbeeldingsresultaat voor Angelique Van Ombergen                             

            De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje.
        Van Ombergen in gesprek met Helsen, 
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a4/ 
        10min03

“Ik weet dat ge er niet zult zijn …”
Wanneer ik door omstandigheden niet direct mee kon aanmonsteren met LM,
of vroeger moest afmonsteren dan hij, dat vond ik verschrikkelijk.
Uiterlijk was er aan mij niks te zien maar binnenin was het dan weer één brij.
Hier thuis liep ik verloren in een leeg kot. Mijn thuis is waar LM is. 
Om te slapen had ik er iets op gevonden: ik sliep aan zijn kant van het bed.
Wanneer ik dan wakker werd, dan zag ik mijn lege plek, niet te zijne.
Een beetje zielig hé. Maar het hielp. Heel efkes.
En dan begon weer een dag zonder hem. 

Over Angelique Van Ombergen : https://nl.wikipedia.org/wiki/Angelique_Van_Ombergen , zie verder ook google !
Over Siel Verhanneman : https://www.demorgen.be/nieuws/na-de-dood-van-haar-papa-en-zus-vecht-dit-kortrijkse-instagram-idool-voor-geluk~b8878cb1/

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

008. schip 01 brief 05

1978-04-19-wo, op zee

Gisteren en vandaag hebben we gezonnebaad. Tof hoor. Op de voorpiek.
Daar hoort ge de machine niet draaien. Alleen met het klotsen van de zee.
Als ge uw oor tegen het dek legt (op een handdoek natuurlijk!) hoort ge het water langs de romp ruisen. 

Zo’n opstaand ding waaraan ze de stalen kabels (en ook trossen) vast make heet BOLLARD.
Yvonne spreekt Engels op z’n Antwerps en Nederlands ook. ’k Kan toch moeilijk elke keer vragen:
spreek dat nu eens tegoei uit. Alleyways noemt ze ollewees, switchen spreekt ze uit als sjwitse …
en eps en zo. ’k Begin al vlot Antwerps mee te praten, acchetmorwet! En wattoedena, zeenaïs. Eddedagezing?
Sinds gisteren dragen we enkel nog het minimum: slip, BH en schort erover. (witte stofjassen waren dat)
Licht en luchtig. Het is snikheet op het schip (aan deck). Als ge uw schoenen durft uit doen brandt ge uw pootjes en

als ge een reling vastpakt brandt ge uw pikkels, dat is te zien aan mijn geschrift he. 

De Straat van Gibraltar is 15 à 16 km op het smalste punt. ’k Heb het vanmorgen nog eens gevraagd.
Rond 22h passeren we Sardinië. Daar wacht ik niet op. Bibi gaat maffen. Dag schatjes allemaal. m 

PS: Da’s ook een woord van Yvonne. Die noemt me nu schatteke. Een woord waar ik niet tegen kan.
Behalve als het op zijn Antwerps uitgesproken wordt en komt van een collega. Dan klinkt het minder vulgair.
Sloppel.

        Dit is de enige foto van het schip die ik kunnen vinden heb op het Net. Zelf heb ik er geen. 
        In welke haven het schip ligt heb ik niet kunnen achterhalen. Van wanneer die foto dateert evenmin. 
        De twee grote 'wagons' zijn stuurcabines horen bij de installatie van de wal, 
        om het schip te laden of lossen met grijpers die hier niet duidelijk in beeld zijn. Was het een zondag?
        Nu is het ondenkbaar maar ooit was het gebruikelijk dat het werk in haven stil lag op zondag.

1480741.jpg

http://www.shipspotting.com/gallery/photo.php?lid=1480741
 


m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden  – uit de scheepscorrespondentie van toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/E.R._Antverpia_(schip,_1968)

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

007. H. Brusselmans

te gast bij Wim Helsen ~ Herman Brusselmans
met een fragment uit 'Bezorgde Ouders' van Gerard Reve

Een man die heb dus een keer aardbeien, begon Treger zichzelve in zijn verbeelding een tekst voor te lezen
die hij nooit had opgeschreven maar wel zo goed als uit het hoofd kende.
Hij gaat dus naar de dokter en hij zegt tegen die dokter: dokter, ik geloof dat ik aardbeien heb.
Nu, zegt die dokter, doet u uw pantalon maar eens naar beneden. Juist, en bukt u maar,
en trekt u de boel maar eens goed van elkaar. Ja hoor, u hebt aardbeien. Er is geen twijfel mogelijk.
Ik zie ze duidelijk hangen. Ik zal u pillen geven, en die doet u in het rectum.
En als het niet overgaat, dan komt u over een week maar terug. Dus die man gaat langs bij de apotheek
en die komt thuis en hij zegt tegen zijn vrouw ik heb pillen gekregen maar die moeten in een rectum.
Hebben wij een rectum?

Nee, zegt die vrouw, ik geloof van niet. Ze vraagt bij de buren of die misschien een rectum hebben.
Nee, niemand. En ze gaat voor alle zekerheid ook nog langs bij tante Aal, om de hoek,
want die heeft wel eens hulpstukken te leen gehad van het Wit-Gele Kruis.
Nee hoor, tante Aal die heb geen rectum, nooit gehad ook.
Dus die man die komt een week later weer bij de dokter en die dokter die vraagt dus hoe is het nu?
Nou, zegt die man, je zou toch zeggen: zulke grote pillen…
En ik heb ze allemaal ingenomen, allemaal, maar het heb niks niemendal geholpen…
Ik had ze bij wijze van spreken net zo goed in mijn reet kunnen steken…! 

                Afbeeldingsresultaat voor herman brusselmans          

           De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje. 
        Brusselmans in gesprek met Helsen, 
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a3/ 
        12min39 

Voor mij was dit een heel verhelderend gesprek.
Wanneer hij panellid is in spelprogramma’s vind ik zijn humor geforceerd.
Zijn schrijfwerk spreekt mij absoluut niet aan. En gelukkig zit hij met zijn voetbalgezwam bij NPO.
Kortom ik heb genoeg motieven om hem niet te waarderen.

En nu blijkt uit dit gesprekje van 12 minuten dat hij een interessante mens is!
Waarom verkoopt hij dan van die geforceerde humor op TV, waarom schrijft hij dan flutboeken?
Waarom doet hij zichzelf onrecht aan?
Want hij schrijft goed, maar voor mij blijven het flutboeken.

Over Herman Brusselmans : https://nl.wikipedia.org/wiki/Herman_Brusselmans 
Over Gerard Reve : https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_Reve 

Over Berzorgde Ouders : De hoofdpersoon, de eenenveertigjarige drankzuchtige dichter Hugo Treger,
woont samen met Eenhoorn, een achttien jaar jongere student tegenover de hoofdstedelijke dierentuin Artis.
Aan de vooravond van Kerstmis wordt hij geweld door erotische fantasieën en angsten.
In de hoofdpersoon herkennen we een afsplitsing van Frits van Egters, de hoofdpersoon uit De Avonden.
Het is opnieuw een hard, bijna genadeloos boek, maar er valt voor de lezer, net als in De Avonden, weer veel en onbedaarlijk te lachen.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

006. schip 01 brief 04

1978-04-17-ma, op zee & door de straat van Gibraltar

Dag mensen. Vanmorgen om 06h waren we ter hoogte van Cadiz (Z-Spanje) en daarstraks
om ± 18h gingen we door de straat van Gibraltar. Mooi hoor. Aan de ene kant de Rots en aan de andere kant
Marrokko en Ceúta. En niet eens zo veraf. ’k Ben vergeten te vragen hoe breed de straat is op haar smalste punt. 

        Het smalste punt is 14 km, zegt Wikipedia, maar in ’78 was er nog geen wiki. En een atlas had ik niet bij. 
        Voor elke morzel informatie was ik afhankelijk van anderen, onder wie specimen die er van uitgingen
        dat iemand die met bezem & dweil werkt en de afwas doet beslist niet veel in de bovenkamer heeft en 
        zij maakten zich er van af met flutantwoordjes. Mogelijk om te maskeren dat ze het zelf ook niet wisten.

Het is ineens veel warmer geworden. Alle heren lopen hier in short. Ook den 'état-major'. Er zijn grappige benen bij.
Yvonne en ik hebben ons hier al meerdere krieken gelachen. ’s Morgens en ’s avonds, voor en na het eten,
bij het beginnen van een belangrijk werk, in bekoringen en gevaren moeten wij lachen. Met de zotste dingen.
Op een morgen vergeet ik de kraan van het boilerke (5L) in de pantry dicht te draaien.

De filter loopt vol, de filter loopt over, al dat koffiegruis in de thermos, alles onder de koffie en ik
sta een halve meter verder ijverig brood te snijden & zie of hoor niks gebeuren.
Yvonne komt binnen: "Zeg, wa zijde gij hier aan ’t doen?"
Ik bekijk de ravage en zeg "Koffie zetten."
Waarop Yvonne, droogweg : "Ha, dan is ’t goed."
En ik sloeg bijna met mijn hoofd tegen de broodplank van het lachen.

Maar soms wordt ze razend nerveus voor zaken die minder belangrijk of dringend zijn dan tijdig
5L koffie op de ontbijttafels krijgen. Dan ga ik ergens iets ver weg doen en tegen etenstijd is het over.
Ze kan grappige verhalen vertellen. Ik ken ondertussen heel haar familie al en de helft van haar leven.
Maar ik krijg er geen speld tussen. Vandaag zweeg ze efkes en toen heb ik haar gevraagd of we soms langs
Algerije of Saoudi-Arabië zouden gaan. Dat is weinig waarschijnlijk volgens haar.
Aan de stuurmannen moet ik zoiets niet vragen, dat zijn allemaal snotneuzen. Yvonne vaart al 10 jaar. 

Vanmiddag hebben we 1h op het dek gezeten, in de zon. (het is áán deck, bleuke!)
Met kleren aan en opgerolde mouwen => mijn voeten en voorarmen hebben een zonneslag.
Dat is ineens wat anders dan de sneeuw vorige dinsdag in Rotterdam. Morgen ga ik in bikini op de voorpiek.
Maar geen gans uur meer of ik brand kapot.

Met de 2de machinist hebben we ook al veel lol gehad. Hij is een klein zwart springeding, een beau male die zichzelf
erg au sérieux neemt. Meneer is op de koop toe Italiaan. Hij praat vlot Nederland en Frans, Italiaans en Engels ook.
Owee, da’s een lang verhaal waar ik nu aan begin. Da’s voor morgen. Slaapjes !

1978-04-18-di, Middellandse Zee

Ben moe. Schrijf morgen wel. m

PS: Het is hier 21h30, bij ulle 20h30. Shift of Timeshift heet dat hier.
En Change is … nee geen geldwissel, het is de dag van het proper beddegoed. Linenchange.
Al 2 x gedaan. Da’s altijd zwaar, pff. Val in slaap. Ciao.

        Hadden ze me toen gezegd dat er nog 1000 linnenchanges zouden volgen,
        had ik die dag waarschijnlijk niet meer uit mijn stoel gekund om te gaan slapen.
        Het is zwaar werk, maar mits wat methode houdt men dat hanteerbaar.
        Men krijgt er 'de pak van', men krijgt er vat op.

        En zo kwam alles toch nog goed … smiley-smile.gif

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentievan toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/Straat_van_Gibraltar ,

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

005. Jan Paternoster

te gast bij Wim Helsen ~ Jan Paternoster met een fragment uit
'Zelfs de vogels vallen' van Frederik Willem Daem

       
            ‘Je wilt dit al lang, meer nog, je hebt het verdiend,’ zeg ik tegen mezelf,
        al weet ik niet meer waarvoor ik mezelf dan moet belonen.
        Het is mijn beurt en achter de toonbank kijkt zij naar mij, met een M op haar pet en polo,
        haar naam (Keisha) op haar borst gepind. Te mooi om hier te werken,
        het levende bewijs dat dromen veelal bedrog zijn.
        Ik twijfel tussen de Big Mac, die een favoriet is, en dus sneller in omloop, of het tegenovergestelde,
        iets als een Filet-O-Fish, die ik niet zie liggen en die dus vers gemaakt moet worden.
        Neem van mij aan dat er in fastfood niet zoiets als een gulden middenweg bestaat.
        Haar vinger zweeft boven de kassa, wachtend op mijn bestelling.
        Ze heeft alle tijd, maar toch belichaamt ze ongeduld.     

                   Afbeeldingsresultaat voor Jan Paternoster                

           De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje. 
        Paternoster in gesprek met Helsen,
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a2/
        12min48


De periodes die Paternoster 'zich vervelen' noemt,
noem ik lummelen en niksen. De bovenkamer rust gunnen,
vooral het achterhoofd -wat daar ook mee bedoeld moge worden-
het achterhoofd rust gunnen. Daar draait het gedoe dan in vrijstand, in point mort.

Persoonlijk zou ik actief lummelen en niksen absoluut geen verveling noemen.
Verveling zuigt een mens leeg volgens mij en dat is schadelijk voor het energiepeil.
Lummelen en niksen zijn bewuste rust, en dat helpt een mens op weg naar een volgende stap.
Het achterhoofd een periode laten rusten is geen verveling, er staan in die periode
meer praktische dingen op het programma.
'k Spreek enkel voor mezelf natuurlijk.

Over Jan Paternoster : geen wiki gevonden, wel allerlei op google, zelf een kijkje nemen.
Over Frederik Willem Daem : https://nl.wikipedia.org/wiki/Frederik_Willem_Daem

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

004. schip 01 brief 03

1978-04-16-zo, op zee, ± Porto, naar de straat van Gibraltar

Hier zijn we weer. Vanmorgen rond 06h waren we ter hoogte van Porto.
We vaarden 16 km in zee (uit de kust heet dat hoor) en hebben geen land gezien vandaag. 

         Geen land zien vond ik toen nog, als bleuke, blijkbaar iets dat moest vermeld worden. 

Morgen namiddag gaan we langs Gibraltar, de Middellandse Zee in.

Vandaag hebben we maar 8 uren gewerkt, op weekdagen zijn het er 10.
Het schip rolt behoorlijk, maar ik ben niet meer zeeziek geworden.
’k Heb mijn doop gehad. Naar het schijnt ben ik er door. Olé!

Ik wil nooit meer zeeziek worden, of luchtziek of wagenziek of iets anders. ’t Is gene lol.

’k Heb nu wat meer gegevens over het schip. Gekregen van de 2de stuur.
Het heeft een laadvermogen van 65.000 ton, naar gelang de lading geeft dat dan een ander volume.
Het schip zelf weegt, met bemanning en al, 20.000 ton We doen gemiddeld 12 knopen, dat is een 22 km/h.
Fruitschepen gaan tot 60 km/h. Die rollen meer: ze zijn lichter geladen en varen sneller.

Voor het ogenblik varen we 'ralenti' (economical speed, in Algemeen Goed Scheeps) want we mogen niet te vroeg toekomen.
Onze plaats is nog niet vrij => hoogstwaarschijnlijk zullen we aan de kade liggen deze keer. (Napels)

Ivm met ladingen die gaan schuiven, de marco had enkele nachten geleden een SOS van een schip ontvangen
van een schip dat daardoor in moeilijkheden gekomen is.
We zaten er ± 100 km van af. (km? Blijkbaar dierf ik toen nog niet over zeemijlen praten)
En aangezien dit een druk bevaren route is waren andere schepen dichter bij dan wij.
De 11 opvarenden zijn gered. ’t Zal wel in de krant staan zeker?
De Hollanders zijn gaan redden. De marco vertelde dat Nederlanders echte haaien zijn. (sleepvaart)
De wet op het bergen van wrakken bestaat nog, snapt ge. En de %-tjes tellen, amai! Proper he. 


Druk bevaren is het hier wel. ’s Avonds zie ik wel 8 of 10 schepen.
Op zee kunt ge goed zien dat de aarde rond is en bol.
Dat ze daar voor ooit ene ter dood veroordeeld hebben pleit toch niet voor de katholieken he.

’k Heb eens overlezen wat ik tot hier toe geschreven heb. Er staat veel over mij en weinig over andere mensen.
Die info hou ik voor als er eens 3 weken niks te beleven valt. Dan schrijf ik over de anderen, de hiërarchie,
de 'standing' van een stewardess (houdulle vast) en de algemene toestand en zo. Het schip beschrijven ook.
U vraagt, wij antwoorden.  

Vanaf vandaag moeten we niet zuinig zijn met water. Dat zit zo: het water wordt hier aan boord gemaakt,
ontzout en bewaard in tanks. Dat zoet water wordt dan gebruikt voor de hele huishouding (26 personen)
Maar met die Amoco Cadiz (Bretagne, 1974) konden ze in grote zones geen zeewater meer pompen omdat
het vervuild zeewater de installaties zou naar de bliksem helpen.
Daardoor moesten we het doen met wat in voorraad was. Tof hoor.
Vol zeep onder de douche staan en dan ineens geen water meer, geen warm of geen koud. Enfin, da’s nu over.

Verwarming en /of airconditioning komen ook van de machine.
Elektriciteit ook => iedereen laat zijn lichten branden. MAAR: die TL lampen hebben een beperkte levensduur.
Die lampen trekken zich dat niet aan, dat ze gratis consumeren. Die floepen na een tijd. En dan brult
de elektrieker dat hij wel wat anders te doen heeft in ’t machien dan buislampen te vervangen in de cabines,
de gangen (alleyways, m!) en de wc’s. Over dat brullen heb ik het later wel eens.

De verhoudingen liggen hier heel raar. Hiërarchisch staat alles op papier, maar in de praktijk loopt het wel anders.
Gelukkig ben ik niet op mijn toot gevallen.
En nu vallen mijn ogen toe. Slaapwel.

m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/Amoco_Cadiz_(schip,_1974)

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

003. Lize Feryn

te gast bij Wim Helsen ~ Lize Feryn,
met een tekst uit de musical The Lion King

         (…) deze tekst is een aanpassing

            zij leeft in jou
        zij leeft in mij
        in al wat ademt 
        daarin ademt zij 
        in wens en waarheid 
        in grauw en blauw 
        kijk in de spiegel 
        zij leeft in jou

         
            Gerelateerde afbeelding

          De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, het rechthoekje.
        Feryn in gesprek met Helsen, 
        https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/5/winteruur-s5a1/ 
        10min35

Wat me opviel was dat ze in het begin van het gesprek in kleermakerszit op de sofa zit.
Met haar schoenen aan. Géén schoenen op de sofa! Hoe dikwijls moet ik het nog zeggen? 
Natuurlijk ga ik zo aan de kern van het gesprek voorbij :

hoe iemand bij een groot verlies troost en steun vindt in een tekstfragment.

En Wim Helsen is hier op zijn best, hij ondersteunt het gesprek zonder het te sturen. 

Over Lize Feryn : https://nl.wikipedia.org/wiki/Lize_Feryn , wat een palmares al!
 

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

002. schip 01 brief 02

1978-04-15-za, op zee

 
We zullen ne keer gauw verder vertellen zie, want als ik aan dit slakkentempo blijf voort doen
geraak ik nooit bij met mijn verhaal. Het is nu 22h en we hebben zojuist film gehad. 

        Toen nog met een projector, een scherm en een film op 3 bobijnen in metalen dozen.

Het was een domme spaghetti-western maar de commentaren van de bemanning waren plezant.
De captain voerde het hoge woord natuurlijk.
Nu verder met mijn relaas.

De eerste dag na vertrek moesten we alle gangen (dat heet toch alleyways, m!) schuren.
Yvonne had voor mekaar gekregen dat we ze tijdens de middagpauze konden doen.
Dwz 2 overuren aan 200%. Zij is echt een gehaaide. Maar ze vaart al 10 j ook.
Al goed dat ik bij zo iemand terecht ben gekomen. 

        Dank zij de lessen van Yvonne was ik 3 jaar later ook een gehaaide, en hoe …
        In gedachte noem ik haar nog altijd ‘ma marraine de la marine’. Zij was 52, ik 26 en
        ik slorpte als een spons alles op wat ze me zei, leerde en vertelde. 
        ’k Heb veel aan haar te danken. Methode en tenue, ruggegraat vooral. En ‘hou het fluweel’.

Met 2 beginnelingen zou het hier nogal lief uitzien.
Wat ik allemaal al verkeerd gedaan heb durf ik niet opsommen, de brief zou te lang worden.

Die middag (do-13/04) passeerden we de klippen van Dover. Heel mooi.
Witte strepen met een lijntje groen bovenop. Maar we zaten zo ver van de kust
dat ik verder niks kon zien, huizen of torens bvb.
Enfin, ik sta zo danig te staren naar die witte streep krijtrots met dat lijntje groene begroeiing bovenop
dat ik vergeet de soepterrine neer te zetten.
De kaptein vraagt heel vriendelijk wat ik zie. "Dover, Cdt" antwoordde ik.

"Ah oui, zei hij, en aan bakboord kunt ge Oostende zien."

Gelukkig had Yvonne me gewaarschuwd voor grappen van die aard.
Anders was ik misschien naar bakboord gegalopeerd om naar de Belgische kust te wuiven.

Die dag heb ik een wandelingske gedaan op het dek. (Het is áán dek. Chot wat was ik toen bleu …)
Voor de boeg zag ik een hele grote vis zwemmen. ’k Dacht eerst dat het een haai was en toen een dolfijn,

maar dat kan niet he, dolfijnen zwemmen in scholen en in warmere wateren. De Noordzee is te killig voor hen.
Voor mij ook.
De marconist zei later dat het mogelijk een bruinvis geweest was.
Zoek eens op wat een bruinvis is en weet het me te vertellen wanneer ik weer thuis ben.
Of beter, schrijf het mij. Dan heb ik in volgende haven post. 

        Over bruinvissen weet ik vandaag alles, of toch wat mijn kopke aan kan. 
        Dat laatste lijntje is mijn eerste verzoek om terug te schrijven. 
        Met de jaren zal het regelrecht gebedel worden. Bij momenten zelf zielig.

De 2de stuur had me gezegd dat het schip een beetje zou rollen in de Golf van Biskaje
omdat daar verschillende stromingen samenkomen. Allemaal ulle Atlas van het Middelbaar Onderwijs afstoffen en
opzoeken waar de Golf van Biskaje ligt. Ik zeg niks. Ik heb hier een wereldkaart hangen maar ik zeg niks.
Wie het eerst gevonden heeft krijgt 1 taksvrije sigaret. Ja mensen, alles is hier ± taksvrij.

Enfin, na die waarschuwing berg ik alles weg, maak alles toe & vast. En ’s nachts begint dat schip te rollen.

’k Word wakker van het geknots van mijn stoel, die was tsn het burootje en mijn bed heen en weer aan het schuiven.
’k Leg de stoel plat en slaap verder. ’k Sta intijds op, kuis de mess, ik dek de tafels.
Het schip rolde, maar verder was alle oké, de ontbijtservice verliep zonder brokken.
Ik was af, ruim op en ga kotsen.
Mensen, wat was ik plots zeeziek. Die voormiddag heb ik 5 keer moeten overgeven.
Eén van die keren dacht ik 'en nu drink ik nooit meer' maar toen bedacht ik
dat ik de voorbije twee weken niks gedronken had. Daar moest ik efkes om lachen
maar toen nam het schip weer een duik. Kortom, ik voelde me ellendig en wou sterven. Of op zijn minst
in Napels afmonsteren en een trein naar huis nemen. Géén vliegtuig – o nee – niet nog eens.
En toen moest ik van Yvonne droge koekjes eten. Petit Beurre. Ik kon er geen meer zien.
En ze kwamen er telkens weer uit.
Gelukkig heeft elke cabine een badkamer + wc. Ik heb mijn ochtendtaken gedaan gekregen
maar ik heb wel alle wc’s nodig gehad.
Tijdens de middagpauze heb ik geslapen als een blok. Uitgeput.
Yvonne heeft me laten slapen tot 16h30 ipv tot 15h. Lief van haar he! 

De service aan tafel heeft ze in haar eentje gedaan, zowel hat salon als de mess.
Ze hield me in de pantry, ik heb de twee afwassen gedaan. Daarna ging het wat beter, ± 19h.
Dat was dus mijn entrée in de Golf van Biskaye. Ik stierf van de dorst maar ik mocht niks drinken 
volgens Yvonne want dat 'klotst' in de maag. Ze schilde een appeltje voor mij. Vocht.
Dat appeltje klotste toch ook hoor … 

        Hét gevaar bij zeeziekte is uitdroging, hebben we later geleerd in de cursus Survival at Sea.

Vandaag za-15/04 is het oer-kalm, we zijn uit Biskaje.
Het water ligt zo plat & is zo zwart dat ge er precies kunt op lopen.
Elke ochtend om 06h breng ik een thermos koffie naar de 1ste stuur op de brug.
Vandaar heeft men een machtig zicht.
De 1ste doet de wacht 04h-08h & 16h-20h. Elke ochtend vraag ik waar we zijn.
Vandaag ter hoogte van Bordeaux. Om 15h breng ik een thermos naar de 2de stuur en de marconist.
We zitten aan de west-piek van Spanje, San Sebastian ±.
De kust is te zien. Een streepje van 3 cm hoog. Het weer wordt warmer.

Dag mensen, tot morgen.

        Koffie brengen naar de brug was vrij vlug verleden tijd, toen de koopvaardij
        met 20 jaar vertraging het bestaan van koffiezetapparaten had ontdekt.

 m, toen 26j en het bleuke onder de opvarenden - tekst uit de scheepscorrespondentie van toen - https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruinvis

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

001a memorie 01

een woordje context bij dat eerste schip

            Hetgeen ik hier ga vertellen komt misschien moeilijk aan bij degene die het leest,
         maar als ik het hier niet vertel dan klopt de chronologie niet meer. 
         En als ik het nu niet vertel, vertel ik het misschien nooit meer. 
         Dan blijft het in de volgende brieven bij vage terloopse opmerkingen die moeilijk te plaatsen zijn, 
         omdat ik dit stuk voorgeschiedenis onvermeld gelaten heb. 
         Hieronder volgt het relaas.

Toen ik gesolliciteerd had bij de Pool der Zeelieden, eind november of begin december 1977,
zeiden ze daar dat ze iets zouden laten weten
maar dat ik tamelijk gerust kon zijn: begin januari zou ik waarschijnlijk kunnen vertrekken.
Mijn officieel adres was toen nog altijd bij mijn ouders, ook al was ik al zes of zeven jaar het huis uit.
Dat was zo omdat ons dat het gemakkelijkste leek. Ze legden mijn post opzij en ik ging die ophalen.
En zo bleven ze thuis het kindergeld ontvangen natuurlijk, niet dat die som iets te betekenen had
voor een kind van zelfstandigen, maar goed. Ik bleef dus enkele maanden te lang thuis gedomicilieerd staan,
want sinds zomer 1977 ontvingen ze voor mij al geen kindergeld meer. 

Een aantal keren per week belde ik om te vragen of er post uit Antwerpen voor mij was, want
ik zat werkelijk te springen om te mogen gaan varen, om te kunnen vertrekken uit dit landje.
Heel de maand december was er geen post uit Antwerpen. Januari gaat voorbij.
Eind februari bel ik naar de Pool. ’k Had lang genoeg met mijn ziel onder de arm gelopen.
Ik vraag of ze van gedacht veranderd zijn, of ik dan niét goedgekeurd was, terwijl ze toch gezegd hadden … 

         Nu, ik had mijn ouders niet verteld waarover die post uit Antwerpen ging, 
         voor het geval het uiteindelijk tóch niks zou worden. 

In Antwerpen zeiden ze, na wat geritsel met papieren, dat ik goedgekeurd was, en dat ze mij dat laten weten hadden
in december reeds, met een brief op datum zo-&-zo, maar dat ik niet was komen opdagen voor verdere paperassen.
Toen bevroor ik helemáál in dat telefoonkotje … ik stamelde dat ik geen brief gezien had, dat ik nergens van op de hoogte was! 

Wel, dat was niet erg, want in maart kwam de commissie opnieuw bijeen en dan zou mijn kandidatuur
opnieuw voorgelegd worden. Waarschijnlijk zou ik dan kunnen vertrekken begin april.
De commissie kwam vier maal per jaar bijeen: maart, juni, september, december telkens in de loop van de maand.
Zodoende moest ik nog wachten tot maart om bevestiging te krijgen en afwachten tot april of ik al kon vertrekken. 

In de loop van de volgende dagen zag ik Tina en ik vertelde haar wat er gebeurd was.
Het verbaasde haar niet dat ik wou gaan varen maar het verbaasde haar blijkbaar ook niet
dat die belangrijke brief mij niet bereikt had.
Ze zou het thuis eens vragen …
Een paar dagen later kwam ze toe met de bewuste brief van de Pool, gedateerd in december.

Toen ik de brief eindelijk vasthad trilden mijn handen, van opluchting, van blijdschap. Dus tóch? Ik was tóch aanvaard!
Ik sneed de envelop open en daar stond het allemaal: aangeworven, aanmelden dan en dan om zo laat voor verdere dinges.
'k Vroeg Tina hoe het kon dat die brief van december tot februari in Zellik blijven liggen was, terwijl ik toch regelmatig
geïnformeerd had. 'k Was vaak genoeg langs gegaan, ik had tot driemaal per week gebeld … waar was de brief al die tijd? 

En toen begon Tina een wazige uitleg die mij direct wakker schudde: "Jaaa … ons ma denkt dat de facteur die onder de deur
heeft geschoven maar de brief is onder het tapijt van de inkom geraakt of zo …"

Op slag was ik alert, bij de pinken. Die uitleg klopte langs geen kanten.
Facteurs komen niet meer tot aan de voordeur voor een gewone brief. Zo’n brief gaat in de brievenbus in de voortuin.
En áls ze tot aan de deur moeten komen, dan bellen ze. Iets onder de deur schuiven doen ze niet.
Én de voordeur is onderaan afgewerkt met een borstelrand tegen tocht en vuil. Iets onder dié deur schuiven gaat gewoon niet.
En dat die brief onder het tapijt zou geraakt zijn kon ook niet, de voorste tapijttegels zijn tegen de vloer gelijmd.
En hoe komt dat ons ma nu ineens die brief gevonden had? Had ze de tapijttegels losgeweekt van de vloer?

Nadat ik mijn vier of vijf bedenkingen opgesomd had werd Tina zeer vaag.
Ze was mij efkes liever kwijt dan rijk, denk ik: dat ik het in Zellik allemaal zelf maar eens moest gaan vragen. 

Ik ging met de brief mijn appartement en bleef puzzelen om te begrijpen of er toch iets kon kloppen
in dat verhaal over de facteur en de tapijt. Er klopte just niks.

Na een paar dagen viel het me op de dat brief nogal rommelig dichtgeplakt was. Met glooiingen in de lijmstroken,
helemaal niet glad en strak, op de wijze van een kantoor. DIE BRIEF WAS OPENGESTOOMD GEWEEST.
Nu volgt efkes mijn hypothetische constructie van toen. 

         Mijn ma had op die brief als afzender zien staan : Pool der Zeelieden. Waaruit volgt : haar oudste zou gaan varen? 
         Met als enige reden dat mijn varen haar niet schikte, voelde zij zich gerechtigd de brief open te stomen. 
         Toen ze achteraf zag hoe stuntelig dat openstomen en weer dichtlijmen verlopen was, 
         dierf ze mij de brief niet meer geven.

Zo. Dat was mijn vermoeden en dat is achteraf nog ongeveer juist gebleken ook. Mettertijd.
Time was on my side. Vroeg of laat verspreekt iemand zich, zelfs jaren later, en pas dan is het aan mij.
Ik heb het toen niet tot een confrontatie gebracht, want men haalt geen informatie uit mensen die men in het defensief drijft.
En ik wou weten wat haar ertoe gebracht had om zoiets ongeoorloofds te doen, post van iemand openstomen en dan achterhouden.
'k Heb de hele situatie laten bezinken en voor lange tijd laten rusten. 

         Mogelijk was Tina al langer op de hoogte van die manipulatie van ma. 't Zou niet de eerste keer geweest zijn.
         Of mijn pa van het gedoe op de hoogte was heb ik nooit geweten, nooit willen weten. 
         Het loste niks op of ik het wist, en klaarheid verlangen zou maar olie op het vuur geweest zijn.
         Ik wou weg van heel die mentaliteit, zo ver mogelijk weg en verder interesseerde het mij niet meer.

Enige dagen later heb ik Antwerpen gebeld om te melden wat er gebeurd was,
dat ik niet opzettelijk weggebleven was de dag dat de administratie van de aanwerving zouden afgewerkt worden,
maar dat mijn moeder de brief opengemaakt had en hem daarop gedurende twee volle maanden achtergehouden had.
Aan de andere kant van de lijn bleef het stil. En het was zo al koud in het telefoonkotje.

"Hoe oud zijt gij" vroeg de stem in Antwerpen.
"Zesentwintig, Mevrouw"
"En uw moeder maakt nog altijd uw post open?"
"Nee, enkel deze brief Mevrouw, ik weet niet wat haar bezielde."
Mogelijk had die mevrouw zelf dochters en wist zij wél wat mijn ma bezield had. 

Mijn kandidatuur zou opnieuw voorgelegd worden aan de commissie . 'k Vroeg dame om het antwoord naar
mijn verblijfsadres te zenden, niet meer naar het ouderlijk adres, waar ik mijn domicilie had. Dat werd genoteerd.
'k Heb toen ook spoorslag mijn domicilie laten veranderen. Dat laatste vermeldde ik terloops in Zellik en als reden gaf ik
'dan gaat er misschien geen post meer verloren'.
Geen reactie, want kindergeld ontvingen ze voor mij al een zes maanden niet meer. Alsof het dáárover ging.

Toen ik de tweede brief in handen had liet ik in Zellik efkes terloops horen dat het in orde was met Antwerpen.
Verder zei ik niks. Niks over het soort job. Niks over varen, niks over de duur van de contracten, niks, niks, niks.
Er kwamen ook geen vragen. Integendeel, mijn mededeling werd druk overbabbeld door mij ma.
Ze was aan het spartelen. Laat ze maar wat spartelen dacht ik. Laat zij nu ook maar wat wakker liggen.
Want die brief achterhouden had me wel drie maanden broodwinning gekost.
Iemand drie maanden broodwinning beletten. Hoe zou ik dat kunnen noemen, diefstal? 

En het gaat niet enkel over die drie maanden. Ze had gehoopt dat de idee vanzelf uit beeld zou verdwijnen.
Dat ik dat plan zou laten varen. Maar ik zou dat plan niet laten varen, ik wou zélf gaan varen.
Daarvoor was ik in november toch naar Antwerpen gegaan!
Daarvoor was ik zo gretig naar die brief.
Daarom had ik in februari Antwerpen weer gebeld.
Ze had niet gedacht dat ik zo vasthoudend zou zijn … Jajaja, dat is wensdenken ipv nadenken hé.
Dat ze me zo weinig kende vind ik vandaag nog altijd lachwekkend en zielig tegelijk.

En welk soort mens belet een volwassen kind een weg te zoeken in het leven, een bestaan te vinden.
Ik vond haar achterbaks gedoe afstotelijk.
Wat van mijn kant voorzichtigheid was geweest ivm mijn plannen, botste op haar kortzichtigheid.
De minachting die ik toen voor haar voelde … mijn klavier is te klein om ze te beschrijven.
En ik voel ze nu weer terwijl ik dit typ. Waarschijnlijk is die minachting nooit meer ver weg geweest. 

         Vergeven en vergeten?
         Vergeten kan ik niet, daarvoor zit mijn geheugen te lastig ineen.
         Herinneringen springen soms ongevraagd tevoorschijn. Dat is al jaren zo. 
         Soms zijn ze zelfs te levendig of te intens naar mijn zin.
         En vergeven … och kom, zelfs een opperwezen heeft daarvoor grondpersoneel nodig.

Gelukkig was mijn eerste collega Yvonne. Zij was twee jaar ouder dan mijn moeder, een generatiegenote dus,
maar zij had een realistischer kijk op het leven en zij had zeer praktische prioriteiten. Eindelijk een rolmodel! 

Yvonne zag mij als een zelfstandig volwassen wezen en niet als een aanhangsel van zichzelf.
Zij nam mijn keuze om te varen als een vaststaand feit, niet als een idee dat uit beeld moest verdwijnen.
Het contrast tussen Yvonne en mijn moeder had in niet groter kunnen zijn.
Yvonne had mij nodig als collega, en liefst als een collega die zo snel mogelijk niet meer stuntelt maar functioneert.
 

Yvonne had mij niet nodig als vehikel of doelwit voor vage affectie die eigenlijk vermomde, platte bezitsdrang was.
Yvonne was niet egocentrisch.
Integendeel, zij was zeer genereus in het doorgeven van haar kennis en kunde, opdat het verder
goed zou gaan met mij. Ook op het volgende schip en op alle andere schepen waarop ik zou terecht komen.

Ik kan niet voldoende duidelijk stellen hoeveel ik aan haar te danken heb.
Zij heeft in de vier maanden dat we samengewerkt en gevaren hebben,
mij klaargestoomd voor de volgende 31 jaar koopvaardij.

Eigenlijk voor de rest van mijn leven.
En dát, dat kan niemand anders zeggen.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van 'een vol jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten