HOE...
Hoe lief is mij
jouw hart
van zijnen
soms geraakt
Hoe mild is mij
jouw blik
zonder besef
’n jou, ’n ik
Hoe zeer is mij
gevoel gegeven
ik gun het best
aan jou van heel het leven…

HOE...
Hoe lief is mij
jouw hart
van zijnen
soms geraakt
Hoe mild is mij
jouw blik
zonder besef
’n jou, ’n ik
Hoe zeer is mij
gevoel gegeven
ik gun het best
aan jou van heel het leven…

NADEREND ONHEIL.
De strakke blik van de oude druïde
doorziet van onder het staalblauw
van wenkbrauwen, zich fronsend
het duistere geheim aftastend
van de horizon, ware ongrijpbaar
Gedragen, sombere gedachten
vullen een koker van ongewilde
ongevraagde zwaarmoedigheid
De runen hebben gesproken
Hét Moment is aangebroken
omhuld, verborgen, door het raadsel
der aanzwevende toekomst, nu nog…
Zijn gemoed is belast als hij piekerend,
denkend aan zijn rustend, Keltisch volk
met welke stem kan hij vanuit de diepste
spelonken van het eigen zijn zeggen
“Aanvaardt uw lot in dapper besef
bij de wetten van deze tijd aanstormend
dienen wij ons neer te leggen…”
Maar hij weet, alléén hij
dat wat is vergaat
en wat komt bestaat
reeds in gedachten, straks naderbij…
Langzaam draait de grijze druïde
zijn tenger lichaam met de koortsige blik
het hart van zijn volk zal ooit weer verrijzen
plaats makend voor nieuw leven
een nieuwe jij, een nieuwe ik
De toekomst waait arrogant en fluit
de wolken van het onheil voor zich uit
Wind- en regenvlagen teisteren striemend
het doorgroefde gelaat met peinzende blik
druppels kleven zijn dunne grijze haren, lang en verward
maar de échte tranen vloeien in de zeeën van zijn brekend hart…
Seconde wijzer...
SECONDE WIJZER...
Ik lachte naar half zeven
Maar de wijzer was al weg
En ik weet, ik dacht heel even
Wat is me die gehaast toch, zeg !
Want de wijzer
Staat nooit stil
En doet ie dat op een keertje wel
Dan zit de klok
Met een platte pil !

HARTZEER.
Van de liefde
Liep hij weg
Ze maakte
Hem verward
En als je vroeg waarom
Kreeg je als uitleg :
Het had te maken
Met zijn hart …

DODE VOGELS.
Urenlang had hij, in de geborgenheid van de nacht
In zijn stille bedstee verzonken, erover nagedacht
Hoe zelden ziet men ergens dode vogel – lijven
Waar zouden de gevleugelden na hun sterven blijven?
Na veel peinzen wist hij het, kwam hij er bij uit
Hij bedacht : nu weet ik waarom een vogel zo vrolijk fluit!
Want een vogel weet immers dat de laatste vogel – vlieg – reis
Maar één richting kent, namelijk naar het vogel – paradijs!

TE LAAT.
Ze zitten dagen bij elkander, zwijgend stil
Hun samenzijn kent weinig vreugd, is doods en kil
Ze beseffen nu vol spijt dat ze hebben nagelaten
Om tijdens hun leven over hun gevoelens te praten
Hoe ze ook willen, hoezeer ze ook hopen
In hun beider ogen blinkt het treurend zeer
De deur naar elkanders hart krijgen ze niet meer open
Er is geen weg terug, het lukt niet meer…

NAKEND AFSCHEID.
De zee kolkt, grijze massa
Telkens, doch zoveel meer
In tinten gehuld, steeds glijdend weer
Golvend nat spiegelschap trachtend
Naar het land als een eeuwige minnaar smachtend
De gebeeldhouwde dame staart als stil bevroren
De gulle oktoberzon warmt, amper nu verwacht
Een man, háár man, lijfwacht haar teder bekoren
Achter muren van verdroten woorden, intens zacht
- wil mijn hart, nog één voorrecht schenken,
- aan ons liefdesverhaal af en toe denken
- als ik weldra opga in de eindeloze zee
- rest enkel de snijdende pijn van heim en wee
De trekken van haar gelaat waren reeds
Geboetseerd in de kleuren van het ritueel
Van immer kerende eindeloosheid, hem welbekend
Hoe hij haar wakend staande minde met zoekende blik
Weldra voorbij hier het aards, lievend jij en ik
Uren later zag de eenzame wandelaar
Hen beiden nog staan, turend, hij naar haar
Wijl zij de blik reeds ankerde op de komst
Van de naderende horizon, meegevoerd door
De kleurloos lijkende massa van naamloze golven
Hoe hij haar liefde, teder en vol, maar wetend
Dat verwachtingen werden meegebracht, zonder herroep
Door de boodschap van de meedogenloze tijd
- Ik zal je immer en langer minnen, want er altijd voor je zijn
- Geen zeeën of dieptes krijgen mijn verlangen voor jou klein
- Laat me los, laat me vervoeren door de vloed der wegen
- En vroeg of ooit mijn lief, komen wij elkander weer tegen
De lispelende Noordzee wind fluisterde in zijn oren
Korte tijd nog is hun beider samenzijn beschoren
De ziekte wenkte hen nog één keer naar hun geliefkoosde zee
Bracht haar liefde, verdriet en het tijdelijk afscheid met zich mee
De wandelaar op deze belevenis niet bedacht
Had dit emotievol sfeerschilderij in het geheel niet verwacht
Voelde bij het meebeleven een hartpijnende slik
En de wandelaar, die kon het weten, want die wandelaar,
Dat was ik…
Verkouden...
VERKOUDEN.
Hij had bijna de perfecte moord gepleegd!
In één beweging een mug van tafel geveegd
Doch het beestje had bijtijds onraad geroken
En hem nog vlug in zijn duim gestoken!
Het diertje was beslist
Geen alledaags kuiken
Vandaar dat het wist :
Met een verstopte neus
Kan je heus
Geen onraad ruiken!...
Schatten.SCHATTEN.
Vadertje,
Al was je nog
Zo ziek
Moedertje,
De wederzijdse blik
In jullie ogen
Zette liefde
Op muziek !

DIEF – STAL.
Lieve God ik richt me tot U
Om een diefstal aan te geven
Want iemand ontnam
Mijn hondje alle leven
Misschien als U het wil
Naar ik mag het hopen
Geeft U hem een drankje of een pil
Zodat ie weer kan lopen …

HERFST.
Stilaan wordt het ogenschijnlijk verlaten bos
Weerom eigenaar van de zo vertrouwde geuren
Als de kabbelende wandelaars de knusheid
Der huiskamers verkiezen boven de ongereptheid
Van verrassende paadjes, eertijds aangelegd
Door wild, dansend of al rennend voor het voortbestaan
Waar de argeloze bezoeker van onlangs vervlogen
Ogenblikken slechts het raden naar heeft…
De zitbankjes langs de fietsroutes zijn verworden
Tot oases voor mijmerende voorbijgangers
De blik starend naar de innerlijke overpeinzingen
Die zich afspelen buiten het gezichtsveld van passanten
De veelkleurige herfst meldt zich
En meer dan ooit zullen de oerwetten toeslaan,
Onverbiddelijk, de gemoedsrust van terneergeslagen
Zielen wacht donkere beproevingen nu ze zover af lijkt
De leven brengende lente.
Zachtjes schudt de wandelaar het hoofd
De natuur heeft altijd het laatste woord…
zonder woorden.
ZONDER WOORDEN.
Hij knipoogde
Naar het bloempje
En het bloempje
Glimlachte
Terug !
En ze beiden dachten
Van elkander :
Die heeft een goede zomer
Een goede zomer
Achter de rug !

VEEARTS.
Het moest zo zijn
Liet jij me horen
Het kalfje klein
Werd dood geboren …
En de koe
Stond er droevig bij te loeien
Alsof ze vroeg
Kunnen jullie je er aub mee moeien ?
Doch al onze kennis
Kwam er niet aan te pas
Omdat het leven
Al uit het kalfje
Verdwenen was …

V A D E R W A C H T
Vader wacht
op jou
slaap in,
heel zacht
want vader wacht
op jou
en vader lacht
naar jou
en vader denkt :
“ In het diepst
van mijn gedachten
kan ik amper wachten
Leg ik mijn armen
om de schouders
van jouw geest
en fluister ik
in je oren :
Lieve moeder mijn,
van Jou
hou ik
het meest ! “
Wolken.WOLKEN.
Als je de wolken
Kon wegen
Dan werd je nat
Van al die regen

UITTREDEN EN ZO.
Het oude vrouwtje
Was diep bedroefd
Toen ze hoorde dat haar zoon - priester
Zijn kleren had uitgedaan …
Maar ze lachte toen hij haar zei
Moeder lief, ik heb U niet beproefd,
Want het was enkel maar
Om zwemmen te gaan !

HERINNERINGEN.
Hij is al jaren niet meer
Maar toch voelt zij nog het zeer
En iedereen die haar ziet
Bemerkt haar stil verdriet
Haar handen hangen
Doelloos naar omlaag
Zij konden zo naar hem verlangen
Zij namen hem vast, zo teder, zo graag
En in haar doffe ogen
Spreekt de weemoed
Als zij tijdens het wandelen
Hun geliefkoosde plekjes groet …
Bedevaart.
Mijn sportieve francofone neef Geert
Wilde op bedevaart naar Heppeneert
Maar toffe en ondernemende nicht Ella zei : Quant à moi
Ikke verkieze ene tocht nare Santiago de Compostella !

Ergens hangt er een wit/zwart schilderij tegen een muur.
Het toppunt van soberheid.
In 1994 toen Alex en Jeanne nog maar enkele maanden hier vertoefden heeft Alex via dit schilderij uitgebeeld hoe hij zich voelde.
Een donkergrijze figuur vanaf de rug gezien.
Eenzaam tuurt de persoon naar de andere kant van het gebeuren.
Naar de profielen van de enkelingen die samen de massa vormen.
Naar zij die actief mogen en kunnen deelnemen aan de “samenleving”.
Die naarstig als mieren hun dagelijkse ding doen.
Met als ondersteunend kader de smalle profielen van de gebouwen. Statig trots.
De donkergrijze figuur is alleen, eenzaam, erger nog : alleenzaam…
Alex in al zijn twijfels, onzeker van wat de tijd hem en zijn jonge gezinnetje zou brengen. Ietwat angstig afwachtend op wat komen zou… Uitwijzing of de verlossende formulieren om te mogen blijven? En wat nadien?
Jeanne die thuis op hem wacht, met de kleine Mischa, hun oogappeltje!
Vol verwachting, ná de verwachting…
De drang om een gezonde toekomst op te bouwen, maar tegelijkertijd dat vreselijke besef van onvermogen… Altijd maar wachten.
- Dat wachten maakt je zot! Je weet niet wat het betekent om niet gewaardeerd te worden. Wij zijn toch ook mensen! Vanaf het moment dat mensen weten dat je een politiek vluchteling bent, een asielzoeker, word je met een vreemde en verdachte blik bekeken... Net of wij gegarandeerd niet deugen...
…
Je strijd is gestreden, Alex.
Het kan je alleen maar beter gaan, dáár achter die blauwe horizon waar je nooit meer alleenzaam zal zijn en waar je wordt gewaardeerd om wie je bent!
Vaarwel Sascha, schilder de hemel! Van jouw en van ónze verwachtingen…
En, dank je voor je zijn!

Alleen spijtig dat de opleiding die we in Oekraïne volgden hier niet erkend wordt…
Jeanne heeft een diploma van verpleegster, werkt hier ook als verpleegster, maar wordt betaald als bejaardenhelpster. Haar diploma dat ze in het voormalige Oostblok is hier niet geldig. Met alle gevolgen. Maar Jeanne klaagt niet.
Het is voor mij een voorrecht om in dit gezelschap te mogen vertoeven.
Om Alexander te mogen “meemaken”, te kunnen “voelen” zoals ik hem nooit ervaren heb. Bij mensen die hem op een andere manier kenden.
Normaliter draag ik donkergrijs of zwart als ik een begrafenis bijwoon.
Opeens valt het me op dat ik de enige ben die totaal “anders - kleurig” ben…
Mij pull is hemelsblauw…
De kleur van de hoop.
De kleur van Alexander.
Ik kan een kleine glimlach niet onderdrukken.
Wil de kleur schenken aan Mischa, op zijn minst in gedachten.
Want Mischa is de volgende Vishnikin.
Geboren en getogen in het nieuwe land, ontdekt door zijn ouders.
Mischa die de dromen van de naderende toekomst in zich meedraagt.
Die nog niet beseft welke verwachtingen er op zijn jonge schouders rusten…
Maar die ook kan rekenen op een haast eindeloze dosis van vergevingsgezindheid van degenen die rond deze tafel zitten.
Want deze harten treuren om Alexander, herdenken de mooie en goede momenten, maar nergens, bij geen van de aanwezigen vang ik een glimp op van een of ander verwijt.
Dank je Alexander dat ik je heb mogen kennen.
Dank je voor de prachtige werken die je op doek toverde.
Dank je voor het vertrouwen, voor de samenwerking.
Dank je voor dit afscheid.
Dat ik hier mocht zijn, en je aanwezigheid mocht voelen.
Geef je blauwe kracht en je verlangen naar hetgeen jezelf niet kon bereiken in zachte emoties door aan je zoon, aan Mischa.
En de naam Vishnikin zal voor immer verbonden worden aan het erfgoed van onze contreien. Een erfgoed waar volgende generaties met waarderend ontzag op zullen terugblikken.
Vaarwel Alexander, jouw werken zullen mede de galerijen der oneindigheid sieren!
De heraut wekt een nieuwe morgen vol eindeloze verwachtingen…