ZONDER TWIJFEL.
Oost west
Tehuis best ?…
Maar de tijd die míj rest
Blijf ik in mijn eigen nest!

ZONDER TWIJFEL.
Oost west
Tehuis best ?…
Maar de tijd die míj rest
Blijf ik in mijn eigen nest!
Jongen
JONGEN.
Lieve jongen
Ook al ben je reeds
Een ouwe heer
Als je lacht
Zie ik
Die lieve,
Kleine jongen weer !
Feest
FEEST.
Het leven
Zei de oude heer
Is voor mij een feest !
Ik ben al bijna 100 jaar
En nog geen enkele keer
Dood geweest !
Elastiek
ELASTIEK.
De zee
Op het strand
Komt eindeloos
Af en aan
En ik bedenk
Met mijn klein verstand
Zou die elastiek
Nooit over gaan ?
Hemel
HEMEL.
Ik zie de sterren
En ik zie de maan
En ik vraag me af
Zouden ze daar nu hangen
Of zouden ze daar nu staan ?

Onhandig.
ONHANDIG.
Ik kreeg vandaag in het ziekenhuis te horen
Dat ik in feite met 2 linkerhanden ben geboren
En, zo sprak de specialist :
Dat is iets wat jammer genoeg nooit went
Als je, zoals jij, geheel rechtshandig bent!...

DRUGS.
Moeder
als ik niet meer
weer
keer
Als “het” mijn geest
geheel overwonnen heeft
Vergeeft
mij dan en wees
door wroeging niet verteerd
Verweerd
heb ik mij Bezeerd
U
Rouw
niet
Beschouw
mij enkel
Heb geen verdriet
Want een moeder verdient
dit niet …

FIETSEN.
18 Augustus 2005 was een zonnige dag. Zo een dag dat de fiets onmogelijk stil kon blijven staan. En dus vertrokken vriend Jan en ik voor onze zoveelste fietstocht. Met, voor de zoveelste keer, de afspraak dat we ons aan een matige snelheid zouden houden. Zo een 26 à 27 kilometer per uur.
Zoals gewoonlijk lukte ons dat het eerste uur. Maar nadien liep het, naar aloude gewoonte, weer fout en won onze inzet het van ons verstand.
Nadat we zo enkele uurtjes hadden rondgedraaid en onze adrenaline uit het bloed hadden weggejaagd, reden we aan een gezapig tempo langs de vruchtbare akkers en de mooie groene weiden van ons geliefd Limburg.
In één van die groene weiden stonden een 15-tal koeien verzameld. De weide strekte zich uit over vele gezonde aren, en toch stonden die koeien dicht bij elkaar. Vreemd. Maar al snel zagen we de reden : een eindje verder stond een koe apart…
Stilletjes, bijna ingetogen, te eten van … haar eigen moederkoek !
Onder de koe bemerkten we iets snoezigs wit. Een klein wit kalfje. Net geboren.
Als vers van de pers… Nog wat aan het bekomen van het avontuur naar de “nieuwe wereld”. Doch duidelijk klaar om een leven aan te vatten.
In de verste verte was er, uitgezonderd wij 2, niemand te bemerken. En deze vaststelling, hoe verkeerd misschien, gaf me een warm gevoel ! Een besef dat, ondanks al ons geregel, de natuur gewoon zijn gangetje gaat. Ook zonder ons. Een koe is dan wel een koe, maar zeggen dat ze dom is ? Ik denk er niet aan !
Vandaag was een kille dag. 25 Augustus en geen straaltje zon te bespeuren. Ondanks de dreigende regenwolken heb ik, tegen goede gewoonte in, mijn fiets in gang geschoten. De tocht van vandaag liep onder andere langs de “weide der geboorte”. Het kalfje liep, veilig beschermd, temidden van de kudde. Het viel me op, er was maar één kalfje. Toen ik even aan de draad van de wei stopte, monsterden de koeien me met een rustige blik. Zorgeloos, geheel zonder stress. Koeienogen vertellen een eigen verhaal. Doch blijven al te vaak om niet te zeggen meestal, ongelezen. Een verhaal waartegen de relativiteitstheorie in het niets vervalt. Koeien gaan al ongemeen lange tijd mee. Zijn een soort apart in de dierenwereld. Door velen bespot, doch door de denkenden beschouwd als zijnde onmisbaar. En koeien drinken geen koffie. Alhoewel ze natuurlijk zelf voor de melk zouden kunnen zorgen…

VREDE.
Is het je al opgevallen
Dat het grootste deel
Van het woord “vrede”
Bestaat uit “rede”? …

EIKEL.
Ik ben net in het bos gaan wandelen
Moest onderweg een zaakje afhandelen
Aan een tak zag ik 2 eikels vechten
En ik besloot het feit te gaan beslechten
De ruzie begon, zo werd al koppend uitgelegd
Omdat de een tegen de ander “eikel” had gezegd…
Hoe werd het tenslotte opgelost?
Das voor een andere keer
Maar welke moeite het ook heeft gekost
Ze hangen terug rustig samen, net zoals weleer!…


ALZHEIMER.
Hoe eenvoud uit het ene hart het andere kan raken…
Zoals in die schrijnende reportage van vanavond op TV.
Een vrouwtje in een bejaardentehuis.
Op het eerste zicht nog te jong om er te verblijven als vaste “klant”.
Omringd door vriendelijk en behulpzaam verplegend personeel.
Zij.
Constant zoekend naar de persoon die ze ooit zelf eens was. Ooit …
Een zoektocht waaraan nimmer een einde kan gebreid worden.
Verloren lopend door de enkele gangen van het verdiep dat door anderen werd afgebakend als haar territorium. Die enkele gangen als waren het de laatsten die haar restten. Amper enkele paden, en toch een waar doolhof creërend in haar brein, of hetgeen overblijft…
Angst spreekt uit haar ogen. Wie ben ik, en waarom ben ik hier ?
Breng me toch terug naar waar ik thuishoor. Naar mijn verleden, toen “Ik” nog “Ik” was.
Hoe komt het toch dat jullie niet weten wat voor mij “Is” ? …
En dan, zo tragisch, als een dolk door ware emoties : “Er zit iets in mijn tas” …
Ik weet niet wat, maar ik ben bang, o zo bang !
Tranen bewijzen het verscheurend proces in haar hart…
“Het is iets wat er eerst niet in zat.”
Maar ik ken het niet, en ik ben zo bang … Dan, samenzwerend :
Het tasje halsstarrig tegen haar aan gedrukt om de laatste voeling met het verleden
niet te verliezen…
En o zo bang, met radeloze ogen, gedirigeerd door het laatste besef.
O zo bang want wat was is niet meer …
Zij ??? …

DROMEN.
Het zijn niet de jaren
Die de zoete dromen
Van het kind veranderen
Het is het ervaren,
Het samen leven
Met de anderen
Doch waar de “volwassen” wind
Velen de mond voor altijd snoert
Is het de droom van het kind
Die voor immer het hart beroert…

EENDAGSVLIEGEN.
Hij zocht de liefde van zijn leven
Al was het maar kort, voor even
Want langer dan 24 uren
Zou zijn bestaan niet duren
Zorgeloos vervulden zij elkanders wens
Hun liefde was passioneel vurig en intens
Dankbaar gingen ze heen onder hun beiden
Levenslange liefde zonder te scheiden…
Verbondenheid voor de eeuwigheid
Behoort nog niet tot de verleden tijd
Al moet het van ééndagsvliegen komen
Échte liefde bestaat niet enkel in boeken, films of dromen…



ZONDERLINGEN.
Zonderlingen worden schaars.
Hier en daar zie je er nog eentje opduiken in het straatbeeld van alledag.
Maar zonderlingen worden raar deze dagen.
Zonderlingen hebben me altijd geïntrigeerd.
Ze verbeelden de “luxe van het anders-zijn”.
Wars van de massa permitteren zij het zich om af te wijken van het gangbare.
Zonderlingen zijn er nog steeds.
Zij het vaak in andere gedaantes, onder andere omstandigheden.
Ik hou van zonderlingen, zij brengen kleur in het grijze gedoe.
Af en toe wandel ik naar de rustplaats van mijn ouders, zus, broer, familie, kennissen…
Wandel ik over de mooi afgebakende paadjes van het plaatselijke kerkhof.
Alhoewel, rekening houdend met de totale omgeving en aankleding, vind ik “rusttuin” een meer gepaste benaming…
Zo ook enkele dagen geleden. Na een tijdje te verpozen, mijmerend over een voorbij verleden, voor de rustplaatsen van familieleden, kuier ik nog wat rond tussen de graven van recent overleden zielen. De ovale fotootjes, allen keurig bevestigd op massieve herdenkingsstenen, vergemakkelijken de herinneringen aan iemand uit een al dan niet ver verleden.
Och, is hij er ook niet meer? En, zij, zou ze ziek zijn geweest? Zo jong nog…
Allerhande beelden uit een tijd dat we nog nauwer samenleefden, duiken vrijelijk op.
Soms voel je de blik van een ander op je rusten.
Langzaam richt ik mijn kijkers naar de persoon die me bekijkt.
De zonderling van weleer staat een tiental meters van me verwijderd. Zijn blik strak op mij gericht. Hij zoekt duidelijk oogcontact. Op zijn gekende vragende wijze, ondoordringbaar… Als hij merkt dat ik hem zie en herken, nadert hij, weliswaar minder snel dan vroeger, maar wel op zijn kenmerkende “elastische” manier. Ooit heeft iemand hem bedacht met het koosnaampje “ressort”, en sindsdien kent iedereen hem onder die naam. Ik vraag me zelfs af hoeveel mensen zijn ware familienaam kennen…
- En jong, hoe is het er nog mee? Das al een tijdje geleden hé!
Even ben ik verwonderd over de amicale begroeting. Eigenlijk heb ik nooit geweten dat hij me persoonlijk kende. Alweer een misrekening van mij…
- Ga je nog naar het voetbal? Ik heb je er anders al lang niet meer gezien?
En wat vind je van de transfer van Vanden Borre? Zou hij het ginder in Italië gaan
maken? Wat denk jij ervan?
Even volgt er zowaar een stortvloed van zinnen, ietwat binnensmonds murmelend, maar goed verstaanbaar en allesbehalve getuigend van een verwarde geest.
Bijzondere zonderling, denk ik ongewild! Bij – zonder – ling…
Terstond bemerkt hij mijn korte afwezigheid van gedachten.
Meteen gooit hij het gesprek over een andere boeg.
- Mooi kerkhof hé, en kraaknet verzorgd! De mannen doen hier ferm hun job!
Hier is het goed toeven.
- Ja, het is hier goed toeven, herhaal ik. Tussen al die mensen die hier stilletjes liggen. Zwijgzaam naast elkaar.
Even zie ik een flikkering in zijn ogen.
- Ben je wel zeker dat die niks meer tegen elkaar zeggen?…
Terwijl hij deze woorden uitspreekt keert hij zich van mij af en draait zich om. Ik hoor hem nog net een groet zeggen…
- Tot een volgende keer, ik ga mijn ma nog even bezoeken.
De warme voorjaarszon doet de rusttuin baden in een licht van verdraagzaamheid.
Het moment is te mooi om verwarring te laten overheersen.
De ovaal ingekaderde fotootjes kijken me allemaal kalm aan.
Als lijken ze de woorden van mijn gesprekspartner van daarnet in alle sereniteit te bevestigen.
- Ben je wel zeker dat wij niks tegen elkaar zeggen?
Welke geheimen zou deze bijzonderling nog met zich meedragen?
Alleszins geen angstaanjagende, want zijn open blik weerspiegelt de gave van de eeuwige jeugd!
Meer dan ooit verkies ik het woord “rusttuin” boven het eindige “kerkhof”…
Zonderlingen zullen nooit verdwijnen…

