Naar de inhoud

oude en nieuwe vertelseltjes

Het leven begint na 50
akke.beakke.be

Archief

Van de dwaze schutter

Zekere schutter die door het woud trok, ving een nachtegaal.
Eensklaps door een wonder Gods, begon de vogel te spreken gelijk een mens:  Ach! schutter, sprak hij, wat baat het u dat gij mij gevangen hebt?   gij kunt met  mij uw honger niet stillen, ik ben veel te klein.  Laat mij liever vliegen en ik zal u drie dingen leren die u zeer nutig zullen zijn.
 -'t is goed, zei de schutter zeer verwonderd omdat de nachtegaal sprak;  Ik beloof u de vrijheid als gij mij drie dingen leert.
 - Te eerste, begon de vogel, zult gij nooit trachten te grijpen wat onbereikbaar is; 
 - Ten tweede, in wat gij niet wedervindt, zult gij u niet bedroeven;
 - Ten derde, wat ongelooflijk is, zult gij nooit geloven. 
 - Doe deze drie dingen, en zij zullen u zeer nuttig zijn.
Daarop liet de schutter de nachtegaal vliegen en deze trok hoog de lucht in .
Dan sprak hij tot de schutter: - O gij dwaze, waarom hebt gij mij, laten vliegen ? ...  Ik heb in mijn maag een kostbare steen die groter is dan een struisvogelei;  hadt gij die , ge zoudt zeer rijk zijn.
Nu werd de jager bedroefd, hij meende dat de nachtegaal de waarheid sprak, en deed alle mogelijke moeite om de vogel weer te vangen.
- Ik zal u grote eer aandoen, riep hij hem toe, als gij terug in mijn hand wilt komen.
- O !  antwoordde de nachtegaal, nu bemerk ik dat gij een dwaze zijt, want ik had u geleerd niet te willen grijpen wat onbereikbaar is, en toch zoekt gij mij te vangen.
 - Ik had u geleerd  om u niet te bedroeven in wat gij niet wedervinden kunt, en nu treurt ge omdat gij mij niet wederkrijgt. 
 - En ik had u geleerd niet te geloven wat ongelooflijk is, en nu gelooft gij dat ik in mijn maag een steen heb die groter is dan een struisvogelei, en heel mijn  lijf is zo groot nog niet!
Als hij dat gezegd had, vloog hij weg en liet de schutter staan kijken .



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door snikylou om 00:00 Reageer op dit bericht

Het aapje (oud liedje)

Een aapje liep door bos en struiken  x2
Helaas het liep, liep, liep in ene strik  x2
Daar kwam een man door 't bos gelopen  x2
Die 't aapje mee, mee, mee naar huis toe nam  x2
Het mocht er met de kinderen spelen  x2
En het dacht dat, dat, dat zijn broertjes zag x2
Het mocht somtijds ook mee naar schole x2
En allen aap, aap, aapten het aapje na x2
Maar als de kindjes groter werden x2
Toen moest hij schei, schei, scheiden van zijn broers x2
            ================
Wordt gezongen op de tonen van:
Il etait un petit navire
Qui n'avait ja, ja, jamais naviger
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door snikylou om 21:27 1 reactie Reageer op dit bericht

Van Duimke

Duimke was een liefhebber van koeken.
Eens vroeg hij aan zijn moeder om er enige te bakken.
-Dat is allemaal goed, zei de vrouw, maar, braafste ventje, ik heb noch meel, noch hout.
-Ik zal voor ales zorgen, zei Duimke.
Duimke trok naar de mulder.
-Mulder, vroeg hij, hebt gij niet wat meel ?
-Pak zoveel als gij dragen kunt, zei de mulder.
Duimke kroop onder een meelzak en liep er mee naar huis.
Nu nog hout.
Hij ging naar de houthakker.
-Houthakker, vroeg hij, hebt ge niet wat hout ?
-Pak zoveel als gij dragen kunt, zei de houthakker.
Duimke kroop onder de houtmijt en liep er mee naar huis.
Nu hadden zij meel en hout in overvloed.
Moeder begon te bakken en Duimke at zijn buikje vol.
Duimke had zijn buikje vol koeken gegeten.
-Ga nu naar 't veld, zei moeder, en neem enige koeken mee voor vader.
Duimke ging op weg.
Hij nkwam aan en beek waar hij niet over kon.
Gelukkig, daar zwommen eenden in:  Duimke wierp hun een stukje koek toe, en zij namen hem aanstonds op hun rug en zwommen naar de overkant.
Maar in 't midden van 't water gekomen, lieten zij Duike vallen.
Ons manneken was rap: hij wierp hun een tweede stukje koek toe, de eenden namen hem weer op en brachtan hem naar de overkant.
Duimke, gans nat, legde zich te drogen in het gras en viel in slaap.
Ja maar, een van de koeien die daar in de omgeving aan 't grazen waren, kwam af en slikte, met een beet gras, ons Duimke binnen. 
's avonds kwam dekoe thuis en werd in de stal geleid om gemolken te worden.
De meid bego te melken, maar wat hoorde zij daar ...
't was of de koe inwendig sprak.
Gedurig klonk het:
                           Ik zit hier zo warm
                           in 't koetje zijn darm.

De pachter en al de knechten werden geroepen en allen hoorden bescheidenlijk:  
                            Ik zit hier zo warm
                            in 't koetje zijn darm

Het kon niet anders of de koe was betoverd: zij moest geslacht worden.
Toen de beenhouwer de koe openkapte, kwam Duimke er al lachend uitgekropen en haaste zich naar huis bij zijn moeder die al lang naar hem gezocht had.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door snikylou om 22:03 Reageer op dit bericht

Van de wolf en de vos

De vos was op zoek naar kiekens.Daar kwam hijaaan een hoeve waar een goede vangst zou te doen zijn.
Spijtig ! het kiekenkot was net boven een waterput.
-Opgepast ! zei Reinaart, hier moet ik goed springen.
Hij nam zijn loop, en hop ,sprong ...maar niet hoog genoeg, en hij viel met staart en al in een der emmers die aanstonds in de diepte ging.
Daar zat de vos nu bedrukt te kijken, enkel met zijn kop nog boven water.
Eensklaps bemerkt hij iemand die nieuwsgierig over de boord van de put komt kijken.
-Ei !  broeder wolf, zegt hij, hier is 't goed !... Ik zit hier volop in de boter.
-In de boter ! juicht de wolf;  kan ik bij u...?
-Zeker! zeker, vriend ! spring maar in de emmer die daar boven hangt en aanstonds gaat gij naar benenden.
Ja!  zo ging het.
Maar terwijl de wolf aan het dalen was, zag hij de vos in de andere emmer naar boven gaan.
-Wel! zei de wolf, die gaat weg als ik kom.
- Ja jongen , antwoordde de vos, dat is her 's werelds gang: de ene omhoog en de andere omlaag.
De vos, als hij hoog genoeg was sprong uit de put en liep al lachend voort.
De wolf, die in het water terecht kwam, werd de volgende dag, door de knechten van de hoeve opgehaald en met stokken onbarmhartig gedood.
Wacht u voor de valsaards!


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door snikylou om 22:28 Reageer op dit bericht

Van Mieke en Janneke

Mieke en Janneke waren zusje en broertje.
't Was prijsuitdeling geweest en zij kwamen terug van de school: Mieke had een schoon boekje; Janneke, een dikke roede tot prijs.
Daarom was Janneke boos en jaloers.
Zij waren aan een diepe waterput gekomen .
-Geef mij uw boekje, zei Jannke, en neem gij de roede.
- Dat doe ik niet, antwoodde Mieke. Vader en Moeder zouden te kwaad zijn op mij.
- Heb ik het haast ? vroeg Janneke.
-Neen, zeiMieke, ik mag het u niet geven.
Janneke greep zijn zusje vast en hij wierp haar, al riep en weende zij, in de diepe pt.
Janneke kwam thuis en toonde het boekje.
- Dat is wel, zei moeder.  En waar is Mieke ?.. Heeft zijook iets schoons gekregen ?
-Ik weet het ie, zei Janneke; ik hb ze niet gezien.
's Avonds was Mieke nog niet thuis: vader en moeder gingen haar overal zoeken, maar konden haar niet vinden.
Enige tijd daarna waren zij samen met Janneke op wandel en kwamen voorbij de waterput.
Aan de kant groeiden hele mooie bloempjes.
Moeder bukt en pukt er een af, maar nauwelijks heeft ze het in de hand of een fijn stemmetje zingt in de put:                                    
              Janneke heeft mij hier in gesmeten,
              Maar hij zal er zelf wel in vergaan...
Moeder wordt bleek en begint te beven.
Janneke wil wegvluchten maar vader houdt hem tegen en plukt ook een bloempje af.  Aanstonds klonk hetzelfde liedje:
             Janneke heeft mij hierin gesmeten,
             Maar hij zal er zelf wel in vergaan...
- Gij ook, gebiedt vader aan Janneke, gij moet ook een bloempje plukken.
Janneke doet  wat vader zegt en van uit het water klonk:
              Janneke, gij hebt mij hier in gesmeten,
              Maar gij zult er zelf wel in vergaan.
Later op die avond, moest Janneke voorbij de waterput.  Door de duisternis zag hij geen steek voor zijn ogen, en liep hij recht in de waterput en verdronk.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door snikylou om 17:06 Reageer op dit bericht

Van vier reizigers (parodie op bekend sprookje)

De kat lag rustig te ronken onder grootmoeders stoel.
Grootmoeder verzette zich eens en de stoel kraakte; de kat schoot wakker, hoorde nog half het gekraak, sprong recht en ging aan 't lopen.
Daar zat een haan op de poort der hoeve.
Waar loopt ge naartoe? vroeg hij.
- De wereld uit zei de kat; straks zal zij vergaan, ik heb haar horen kraken.
- Als 't zo is, zei de haan, dan ga ik mee; want morgen is het hier feest en ze zullen mij toch slachten.
En kat en haan, die gingen...
Daar zagen zij langs de straat een hond lopen.
- Waar gaat ge naartoe ? vroeg hij.
- De wereld uit, zei de kat, straks zal zij vergaan, ik heb haar horen kraken.
- Als 't zo is, antwoordde de hond, dan ga ik mee; want mijn baas wil mij toch geen eten geven, daar ik zijn schapen niet meer bewaken kan.
De kat, de haan en de hond, die gingen.
Daar zagen zij een Ezel op de weide staan.
- Waar gaat ge heen ? vroeg hij.
- De wereld uit, zei de kat; straks zal zij vergaan, ik heb haar horen kraken.
- Als 't zo is, antwoordde de ezel, dan ga ik mee; want mijn baas geeft mij toch meer slaag dan eten.
En de kat, de haan, de hond en de ezel gingen...
Onze gezellen kwamen , tussen licht en donker, in een groot bos.
De kat klom op een boom om de omtrek goed af te zien.
Vandaar zag de kat met haar scherpe ogen een lichtje branden.
 - Daar gaan we naartoe, zei ze.
 - Daarheen: besloten ook de anderen.
En  kat , haan , honden ezel gingen
Als zij nog een honderd stappen van de hut waren, klonk er hun een geraaas en een getier tegen van de andere wereld.
De haan vloog vooruit om een oogje daarbinnen te werpen: hij sprong op de vensterbank en keek goed toe.
 - Makkers, kwam hij versag uit brengen, 't is een bende wolven die daar zitten te eten en te drinken
dat het niet mooi meer is.
't Ware een goede kans voor ons, dacht de ezel; maar hoe gaan we die kerels daaruit krijgen ?
 - Ik heb het gevonden zei de kat. 
 - Wij gaan ons allemaal voor de deur plaatsen: de hond op de kop van de ezel, ik op de hond zijn kop, de haan op mijn kop en dan ...  zo hard mogelijk aan 't roepen gaan.
Dat geschiedde: ieder stond op zijn plaats en de ezel begon te balken, de hond te blaffen, de kat te miauwen en de haan te kraaien.
De wolven sprongen op, gaven zich geen tijd om hun baard af te vegen en stomden te viervoet de achterdeur uit en liepen zo vlug hun poten rekken konden.
Onze gezellen traden nu binnen en begonnen smakelijk te smullen aan de potjes en pannetjes die de woven in hun haast hadden laten staan.
- Ja maar, zei iemand, toen ieders buikje rond stond, zullen de wolven niet terugkomen ?
Daar werd over beraadslaagd en het besluit was dat de ezel aan de deur zou gaan staan, de kat aan de haard, de hond aan de pomp en de haan op de balken. 
Intussen waren de wolven weer bijeen geschoold en hadden weldra een hunner afgezonden om te zien hoe het in hun gasthuis gelegen was.
De afgezant keerde weldra weer.  Maar hj lachte niet...
Hij kwam af met hangende oren, ingetrokken staart en met bebloed en bevuild vel.
- Wat is er gebeurd ?  vroegen zijn gezellen allen tegelijk.
- 't Scheelde weinig, zei hij, of je zag mij nooit meer weer.  Ik kwam langs de acterdeur binnen, maar pas stond ik er half of een smid sloeg mij met zijn hamer een paar ribben in stukken.    Voorzichtig ging ik naar de haard, maar ineens sprong er een oude toverheks op mij en krabde heel mijn aangezicht open, Boven mij op de balk  zat er iemand bravo ! te roepen ; ik wou zien wie dat was en kreeg een vol truweel mortel in mijn ogen.  Ik dacht bij mezelf :dat deugt hier niet, en wou vooraleer te vertrekken, mij haastig wat gaan afwassen aan de pomp, maar eensklaps zat ik tussen een nijptang die mij een hele brok vlees uit de bil scheurde.Ge kunt denken dat ik daar niet langer meer bleef, ge ziet genoeg hoe ze mij ginds toegetakeld hebben !..

De wolven, door dat verhaal verschrikt, besloten eenparig niet meer naar hun oude woning terug te keren, en lieten er onze vier reizigers  ongestoord leven.
En, zijn kat en haan en hond en ezel nog niet dood, dan leven zij samen nog.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door snikylou om 00:00 Reageer op dit bericht

Van onnozel Jantje

Ver, zeer ver van hier woonde een arme vrouw met haar vijf kinderen.
Het oudste van de vijf, jantje, was, ocharme, onnozel !
Thuis moest hij altijd achter zijn broertjes en zusjes staan en op straat riepen de jongens hem spottend na: Zotte Jan !
Dat bedroefde het arme Jantje, en hij werd treurig en moedeloos.
Op een dag hoorde de knaap de pastoor preken over de schone hemel: O ! dacht Jantje, daar zou ik willen zijn ! Kon ik toch die schone hemel eens vinden !
Hij besloot hem te gaan zoeken.
Zonder zijn moeder iets van zijn plan te vertellen, trok hij 's anderendaags zijn beste kleren aan en vertrok, op zoek naar de hemel.
Waarheen ?  Dat wist Jantje zelf niet.
Toen hij lang, heel lang gelopen had, zag hij eensklaps een mooi groot kasteel staan.
- Haha! dacht hij, hier zal het zijn .
Hij belde aan. 
Een vrouw, met een vriendelijk gelaat en hemelsblauwe kleren aan, opende de poort.
- Gij zijt Onze Lieve Vrouw zeker: vroeg de kleine; ik kom naar de hemel.
De vrouw die wel zag dat het kind onnozel was, wou het niet teleurstellen en antwoordde: Ja,  en liet ons Jantje binnen.
Eerst toonde zij hem al de grote en prachtige kamers van het kasteel en dan de grote en goed verzorgde tuin.
Oooh! dat was daar schoon en vermakelijk ! Ja, daar wou Jantje zijn en blijven.
- Nu zijt gij in de hemel, zei Mevrouw vriendelijk glimlachend, gij moet niets anders meer doen dan spelen, gij kunt bloemetjes plukken zoveel gij wilt,  en appeltjes en peertjes eten zoveel als uw hartje lust.
Toen de knaap daar enige tijd gewoond had, bemerkte hij dat op het einde van de tuin een groot kruis met een Christusfiguur stond met daar voor een knielbankje.
Dagelijks zag hij mevrouw daar heen gaan en bidden.
Wat hem zeer verwonderde was dat zij nooit eten meebracht voor de gekruisigde.
Zekere dag nam Jantje een korfje, vulde het met de schoonste appels die hij vinden kon, en zette het op het bankje.
- Dat is voor u: zei hij tot het beeld.
Dan knielde hij en bad;..
Het werd avond en mevrouw, ongerust over het lang wegblijven van de kleine, ging hem zoeken; zij vond hem, nog neergeknield voor het kruis, maar levenloos.
Jantjes ziel was naar de hemel gevlogen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door snikylou om 21:40 Reageer op dit bericht

Van de Boon


Van de boon
   +====+
Boontje, Strootje en Kooltje-vuur gingen eens samen wandelen. Ze kwamen voor een beekje en konden er niet over. 
- wat nu gedaan ? zei Kooltje-vuur. Kom ik in 't water, dan doof ik uit en verdrink ik.
- Dat zal wel gaan, zei Boontje. Luister goed.  Strootje is nogal lang, die moet er zich over leggen; ik zal er eerst over gaan, dan Kooltje-vuur en daarna trekken wij er samen Strootje over.
Zo gezegd, zo gedaan, Strootje legde zich over het beekje en Boontje ging er over.
Maar toen Kooltje-vuur aan Strootje kwam om over te gaan schoot Strootje is brand en vielen beiden in 't water.   Ge kunt denken hoe Boontje lachen moest !
Nu stond daar in de nabijheid een schoenmaker die alles gehoord en gezien had en, uit gramschap op Boontje, wierp hij een brok pek in zijn open lachende mond.  Vandaar de zwarte plek die ge op de bonen ziet.

                            
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door snikylou om 10:39 Reageer op dit bericht

Van de spin en de koorts

Van de spin en de koorts
    ++=========++
De spin en de Koorts waren eens op wandel.  Zij kwamen elkaar tegen.
- Hoe gaat het met u ?  zei de koorts tot de spin.
- Ach ! zuchtte de spin, ik ben ongelukkig, schromelijk ongelukkig bij de juffrouw waar ik woon; nauwelijks heb ik een net gesponnen of de meid komt het wegvegen, en nergens, volstrekt nergens heb ik rust.
- En ik dan ! zei de koorts; hoe fel ik de boerin ook overval, toch wil zij niet naar haar bed gaan om mij te laten rusten; zij  blijft maar verder werken zonder mij enige verpozing te verlenen.
De spin dacht na: -  Wacht zei ze, ik heb het gevonden ;  kom jij bij de juffrouw, ik zal bij de boerin gaan en , je zult zien, wij zullen beiden goed varen.
Z gezegd, zo gedaan.  's Anderendaags was de boerin haar koorts kwijt en de Juffrouw, die ze op haar lijf kreeg, ging vliegensvlug haar bed in en dekte zich warm in zodat de koorts op haar gemak lag.
De spin kwam bij de boerin en begon haar netten te weven; daar keek de boerin weinig naar om, want zij was van de koorts verlost en kon weer ganse dagen op het veld werken.
Later kwamen de vrienden elkaar nog eens tegen.
- Hoe gaat het bij de juffrouw ? vroeg de spin.
- Bijzonder goed, antwoordde de koorts; als de juffrouw mij voelt opkomen, gaat zij naar haar bed en daar lig ik zacht en gemakkelijk .  En hoe is 't bij de boerin?
- 't Kan niet beter zijn, sprak de spin; ik hang netten uit door heel het huis en vang vliegen zoveel ik wil, zonder dat er mij iemand stoort of verjaagt.
Nu weet je waarom de boerinnen spinnen beminnen:  deze hebben hen van hun koorts verlost.


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door snikylou om 10:40 Reageer op dit bericht

Van de kei, de mol en de pad

Van de kei, de mol en de pad
      ++===========++
De kei en de mol gingen samen wandelen.
Ze zagen van verre een grote pad aankomen: Vraag wat vuur aan de pad, zei de kei aan de mol.
Als zij elkaar genaderd waren zei de mol tot de pad:
- Pad, moe rat, hebt gij mij niet wat vuur ,
- Mol drol, antwoordde de pad, ik heb geen vuur.
- Ik zal nu wat vragen, zei de kei tot de mol, en zal het wel krijgen.   - Juffrouw Trezeken, hebt gij mij niet wat vuur ?  Oja! Mijnheer de Kei, sprak de pad, ik zal u aanstonds wat geven.
En juffrouw Trezeken gaf de kei zoveel vuur als hij begeerde, omdat hij beleefd was.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door snikylou om 10:41 Reageer op dit bericht

Meer van oude en nieuwe vertelseltjes

↑ Terug naar de berichten