Naar de inhoud

Mijn boeken

populaire geloofshandleiding
akke.beakke.be

Archief

2.6.1.1.

2.6 WEGWIJZER ZIJN NAAR GODS RIJK (hoofdgedachte)

Gedachten:
- zij, die Wegwijzers zijn (2.6.1);
- zij, die wegwijzers worden (2.6.2);
- zij, die wegwijs worden (2.6.3);
- Jan en Joke; deel van Gods plan om mensen te redden (2.6.4);
- slotopmerkingen (2.6.5);
- epiloog bij deel 1 en 2 (2.6.6).

2.6.1 Zij, die Wegwijzer zijn (gedachte)

Overwegingen:
- eens Wegwijzer (2.6.1.1);
- altijd Wegwijzer (2.6.1.2).

2.6.1.1 Eens Wegwijzer...

De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, dien gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht; dezen heeft God door zijn rechterhand verhoogd tot een Leidsman en Heiland om Israí«l bekering en vergeving van zonden te schenken" (Hand. 5:31).

God heeft alles gedaan, wat in zijn eindeloos vermogen lag om ons maar zoveel mogelijk te helpen. Hiervoor hebben wij gezien, dat Hij werkelijk een overvoed van wegwijzers geeft. Die bebakening brengt ons eerst op de toeleidende wegen van onze 'route du soleil' (Jes. 35:8). En als wij op de 'autostrada del sol' zijn, blijven die tekens ons vergezellen. Daarmee volstaat God evenwel niet. Eens werd Hijzelf de grote Aanvangs-Wegwijzer. Aan het begin van de allereerste aanvoerstraat voor onze 'zonneweg' stond Hij! Hij zond zijn Zoon, zijn Woord, eigenlijk Zichzelf om die lichtovergoten weg überhaupt voor ons mogelijk te maken (Joh. 14:6).

Gods Zoon deed ook alles, wat in zijn eindeloos vermogen lag. Hij werkte mee aan het zenden door zijn vader (Ps. 40:8).

Het offer van dit 'zenden' en dit 'gezonden worden' was maar niet iets goedkoops. Zeker: de opbrengst, die tegenover het offer stond, overtrof alles. Na zijn dood - het offer - kreeg Jezus een nieuw leven teug - de opbrengst - nog oneindig veel meer glorieus dan het leven, dat Hij voordien had. En voor ontelbaar veel mensen werd Hij toen een Leidsman en Heiland, om ook hen te voeren van dood naar leven. Dat neemt evenwel niet weg, dat bij het offer zulke begrippen te pas kwamen als:
- aan een kruishout vastgespijkerd worden: daar hing je; tussen hemel en aarde. Geen van beide wilde je. Wat vernederend: alles en iedereen zei: "Nee" tegen je. En in dit geval geldt dit Neen" in zeker zin God zelf;
- op een smartelijke manier sterven: het lichaam kromp ineen onder de primaire pijn van bruut beschadigde spierweefsels en onder de secundaire pijn van wondkoorts, dorst en uitputting. Ziel en geest werden op een nog onbeschrijflijk veel meer intense wijze gepijnigd: door het vrijwillig leegdrinken van de beker met de zonden van alle mensen van alle tijden (Matth. 26:42).

Dit zijn omstandigheden, waaronder Zoon en Vader beide onuitsprekelijk moeten hebben geleden (Matth. 27:46).

Er is in de hemel niet gerekend. God heeft niet gezegd: Met hoe weinig kan ik toe om de grote Wegwijzer te zijn?"" Neen, Hij gaf alles, wat Hij had; zijn enige Zoon, die Hij liefhad (Joh. 3:16). Gods Zoon heeft niet gezegd: "Met hoe weinig kan ik toe om Openingswegwijzer te zijn?" Neen, Hij gaf alles, wat Hij had: zijn leven.

Even een zijwegje in; zullen wij dan ook maar niet te veel rekenen? Laatste hoorde ik iemand zeggen: "Je tienden; moet dat in procenten van je bruto- of netto loon? En je benzine voor de autorit naar de sam, mag je die ook meerekenen als tienden? Bij zulke hemelse voorbeelden vergeleken, komt deze overlegging wat benepen over. Wilt u wel bedenken, dat God en Jezus ruim en onbekrompen hebben geïnvesteerd en nu navenant rente ontvangen. Doet u dat ook maar (2 Cor. 9:6). Alleen als u weet van geven; in tijd, geld, aandacht of anderszins, zult u echt helemaal God ontmoeten in één van zijn eigenschappen, zijn vorstelijke royaliteit (Luk. 6:38).
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:46 Reageer op dit bericht

2.5.5.2

2.5.5.2 Dan de nieuwe meubelen

"Ik zend u (Paulus) tot de heidenen om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij" (Hand. 26:18).

"Telkens, wanneer iemand zich tot de Here bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen" (2 Cor. 3:16).

De nieuwe meubelen zijn:
- het opengaan van de ogen voor het licht van God;
- het bewust ervaren van zondevergeving;
- mede-erfgenamen worden van een onmetelijk fortuin;
- het vrijkomen uit een nooit onderkende inkapseling.

De eerste interieurverrijking:
Alle mensen, die God niet kenen, leven in de duisternis en de onvrede, die satan over de wereld heeft gebracht (Jes. 48:22). Het licht van God is er wel, dat kan de duivel niet te niet doen (Joh. 1:5). De tegenstander heeft echter een list verzonnen. Geestelijk gezien, hebben de mensen hun ogen dicht en zijn zo onbereikbaar voor het licht. De opbouw en het inzicht, waaraan de oprecht-bekeerde deel heeft, blijken nu allereerst hieruit, dat hem de ogen opengaan:
- hij ziet voor het eerst bewust de glimlach van God;
- duidelijk onderscheidt hij nu de hand, die hem hulp wil geven.
Na de schoonmaak worden de eerste meubelen binnengedragen, zou men overdrachtelijk kunnen zeggen.

De tweede interieurverrijking:
In het nuchter ontdekkende schijnsel ziet zo iemand in één blik:
- dat zijn levenshuis door en door vuil van zonde is;
- dat er vanuit de verpeste buitenatmosfeer ook steeds meer roet bijkomt;
- dat de vergeving van de zonden op grond van de overwinning door Jezus het levenshuis bevrijdt van de oude smeerlaag;
- dat de gewonnen slag van Golgotha ook het binnendringen van het 'buitenvuil' kan verhinderen.
- de lampen worden gehangen en aangedaan.

De derde interieurverrijking:
Een waarachtig bekeerde krijgt oog voor een heel grote groep mensen, die staat te juichen, omdat God hen rijk heeft gemaakt aan eeuwige waarden. Ze wenken hem, schikken op, schikken in. Het trilt door hem heen: ik hoor erbij. Degene, die hem tot de Heer heeft geleid, kijkt hem stralend aan en opeens voelt hij een heilige verbondenheid met hem en met alle andere blijde mensen om zich heen. Hebt u dat idee ook al eens gehad, dat u rondkeek in een samenkomst met al die andere dappere probeerders en dat u ze allemaal, met hun uitglijders en gekke streken opeens zo intens lief had als medestrijders. Ja? Wel, er is goed nieuws: samen bent u op weg naar een nog veel feestelijker vergadering van mensen, die het bereikt hebben, die het door Gods genade hebben 'gemaakt' (Hebr. 12:23). Wat wordt uw taak? Om samen met al die andere 'volkomen geoefenden' tot in alle eeuwigheden aan alles, wat geschapen is, de wijsheid van God in geuren en kleuren te vertellen (Ef. 3:10). Een heelal wacht u, niets van de schepping is uitgezonderd (Rom. 8:19).

Schuif maar weer een meubel naar binnen; de tafel, waaraan plaats is voor allen (Luk. 22:30) met Jezus aan het hoofd. Samen met Hem zullen wij eens het glas heffen (Matth. 26:29) op het herstel van alle dingen (Hand. 3:21).

De vierde interieurverrijking
Wat hebt u altijd vastgezeten in een beperkt denkpatroon. Er was een sluier om u heen, maar die wordt nu stuk getrokken (Jes. 25:7). U had een plank voor uw hoofd, uw blik was beneveld (2 Cor. 3:18). U dacht, dat het bevrijdende licht onbereikbaar was. Nu is het vlakbij, toont koel, rustgevend en eerlijk uw tekorten en uw mogelijkheden. Vroeger - in uw tijd van onwetendheid - was uw inzicht verduisterd (Ef. 4:18), kende u noch uw manco's, noch uw pluspunten. Ik zou geen naam weten voor dit meubelstuk; ach, het is maar goed ook: lampen, een tafel; de vergelijkingen gaan al zo mank, daar hoeft echt niets meer bij.

Dit echter tot slot. Begint u zulke opbouwende inzichten te krijgen? Houd ze vast, diep ze uit. U loopt de trap op.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:33 Reageer op dit bericht

2.5.5.1

2.5.5 De richtingaanwijzer van opbouw en inzicht (gedachte)

Overwegingen:
- eerst de schoonmaak... (2.5.5.1);
- dan de nieuwe meubelen (2.5.5.2).

2.5.5.1 Eerst de schoonmaak!

"Wanneer gij u tot de Almachtige bekeert, zult gij gebouwd worden, wanneer gij het onrecht uit uw tent verwijdert" (Job 22:23).

Elifaz- hier aan het woord - is eigenlijk maar een naar mannetje. Job heeft veel tegenslag. Maar hij heeft die niet aan eigen fouten te wijten. Toch probeert zijn vriend telkens weer:
" Denk nu eens goed na, Job. Je hebt vast wel op de één of andere manier gezondigd" . Dat neemt niet weg, dat de algemene regel, in deze tekst gegeven, wel juist is. Wie zich bekeert en het mes heeft gezet in zijn bindingen aan alle vormen van onrecht, wordt gebouwd. Onrecht, ongerechtigheid, is dat denken en handelen, dat niet in overeenstemming is met de wil van de Rechtvaardige.

Een voorbeeld: een diep-bekeerde heeft zijn menselijke contacten eens terdege bekeken. Zo heeft hij onder andere gesproken met de tweede vrouw, die hij naast zijn wettige echtgenote had. Het was moeilijk. Zij huilde, toen hij sprak over het onontkoombaar zijn van het verbreken van de relatie. Terwijl ze daar zat, met de handen voor de ogen, keek hij radeloos op haar schokkende schouders neer. Haar ontreddering, tranen en verdriet: voor het overgrote deel was het zijn schuld. Hij had haar overgehaald. Hij kon op dat moment alleen maar bidden, dat God voor een uitweg ging zorgen. En op hetzelfde ogenblik wist hij, dat God een oplossing zou geven, die hem vrij van haar zou maken. Hij wist, dat zij niet tot wanhoop zou worden gedreven. Zij zou ook vrij worden van hem.

Daar loopt hij; de wond schrijnt nog; een stem fluistert:
" Was dat nu nodig? Het ging tot redelijk zo? Ze vulde toch zo prachtig aan. Ben je niet te fanatiek? In een christelijke krant stond laatst, dat het mocht; dat je zo je menszijn nog puurder beleefde; dat je aan God verplicht was om ook seksueel optimaal te functioneren; dat zo'n verhouding een weg kon zijn tot nog rijkere zelfontplooiing".
Hij schudt die overwegingen van zich af in de naam van Jezus. De geniepige boze geest, die voor die oorblazingen zorgde, pakt zijn biezen (Jac. 4:7). Al voortgaande, merkt hij, dat hij krachtiger is geworden. Hij bespeurt, dat hij wordt opgebouwd, nu hij ook weer díe situatie begonnen is te saneren.

Nu kunnen er verschillende reacties zijn. Ik noem er twee:
" Ja, ja, weten, dat er een goede oplossing komt. Maar de praktijk zal toch wel zijn, dat die vrouw - die bijvrouw zogezegd - met de gebakken peren blijft zitten".
Wat: gebakken peren! Daar zat ze toch al mee. Een beëindiging van een foute toestand maakt het er in ieder geval niet slechter op. En je mag God vertrouwen voor het onmogelijke, als je zelf het mogelijke hebt gedaan. Ik weet van gevallen, waarbij alle partijen uit een driehoeksverhouding bevrijd en blij naast elkaar in een samenkomst de Heer stonden te loven en te prijzen.
" Man; wat vertel jij toch veel dezelfde dingen. Je bent zeker gecontracteerd voor zo en zoveel bladzijden" .
Welnee; als u goed vergelijkt, ziet u, dat de belichting steeds weer iets anders is. En al zouden er eens echte dubbelzeggingen zijn: wie over de eerste heen leest, neemt mogelijk de tweede in zich op.
Als u maar dit onthoudt van dit wat on-Nederlandse voorbeeld (maar ik heb ook andere culturen ontmoet): Hoe is het in het gewone leven: als u in uw kamer dat nieuwe kleed wilt uitrollen, dan zal de vloer schoon moeten zijn. Ook in het 'geestelijke' zullen de spijkers en de houtjes eerst weg moeten. U wilt toch geen kamerbreed tapijt met hobbels en bobbels?
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 18:06 Reageer op dit bericht

2.5.4.3.

2.5.4.3 Het is goed voor u om te wonen in het rijk van de rijkdom

" Kom tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende' (Hand. 3:19,20).

Hoe dikwijls bent u in het verleden niet schuw uit de weg gegaan voor die 'doornhaag' in uw 'innerlijke landschap'. Die doornhaag, waar dat wespennest zat. De roddel, de verdachtmaking, de vernedering, waaraan u blootstond: wat hadden ze een venijnige angeldrager van de haat gebaard! U wist het: ik heb het leed niet goed verwerkt. De duivel ketende mij aan mijn woede vast. Als er niet iets heel positiefs gebeurt, zal die doornstruik mijn hele levenstuin overwoekeren. Als er niet iets goeds gebeurt - en er gebeurt niets goed - dan zullen die wespen een keer uitvliegen!

Maar nu:
- u bekeerde zich en zag uw fouten in;
- u begon te onderscheiden, hoe belachelijk u deed, toen u niet kon vergeven;
- u ziet nu de zotheid ervan in om van andere mensen honderd gulden te blijven eisen, terwijl God u 'een miljoen' kwijtscheldt (Matth. 18:27,28). "Heer, vergeef me die domheid", riep u. Bekering en berouw gingen bij u samen.

En toen? God brandde het wespennest uit, de doornstruik gaat om, al het bedreigende wordt verdelgd. Wat een verademing! Jezus Christus, Die al zo lang klaar stond om aan u wel te doen, is nu uw machtige Vriend geworden. Hij leidt u naar Gods tuin en uw innerlijke wildernis verandert gedurende het samen wandelen ook in een tuin (Jes. 32:15). Alles, wat in beginsel aan bloemen in uw leven aanwezig was, wordt wakker gekust (Hoogl. 1:2) door een zacht briesje, dat als een geschenk van God tot u komt (1 Kon. 19:12). De grootste bloem, de liefde van Jezus en tot Jezus, begint te ontluiken. Wat doet dat goed! Waar die doornstruik stond, groeit nu een dennenboom. Waar die hardnekkige distel woekerde, geurt nu een mirt (Jes. 55:18).

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 19:17 Reageer op dit bericht

2.5.4.2

2.5.4.2 Innerlijke orde geeft u recht op een paspoort voor het rijk van het licht

"Indien gij u bekeert, dan moogt gij tot Mij wederkeren" (Jer. 4:1).

Al weer die tekst; niet lang deze keer. God zegt, dat u terug mag naar Hem, naar zijn land, nu u zich hebt bekeerd. De slagboom gaat open, het verkeer komt op gang. Het land, waar uw hemelse Vader de scepter zwaait, begint zich aan u te tonen. U ziet de bossen, de velden en de heuvels, de bronnen, de vijvers en de beken. U wordt zich zo bewust van dat onbelangrijke, saaie, onvruchtbare innerlijk van u. U smeekt:
"O Heer, geef ook aan mij persoonlijk die hoogten en die diepten, dat bladergeruis, die zalige geur van vers gemaaid hooi, dat geklater van die hoge waterval daarginds, de kristalklaarte van dat beekje hier beneden (Joz. 15:19). Wat is uw land mooi; maak ook mij mooi. "
God geeft.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:56 Reageer op dit bericht

2.5.4.1.

 2.5.4 De richtingaanwijzer van de terugkeer in (wat geestelijk gezien) het eigen land is
 (gedachte)
 
 Overwegingen:
- uiterlijke orde? Dat zegt niets. Innerlijke wanorde gaat verdwijnen, dat zegt alles(2.5.4.1);
-  innerlijke orde geeft u recht op een paspoort voor het land van het licht (2.5.4.2);
-  het is goed voor u om te wonen in het rijk van de rijkdom (2.5.4.3).
 
 2.5.4.1 Uiterlijke orde? Dat zegt niets. Innerlijke wanorde gaat verdwijnen, dat zegt
 alles
 
 "Wanneer zij zich tot U bekeren, uw naam belijden en tot U bidden en smeken in dit huis (de tempel), hoor dan en breng hen terug naar het land, dat Gij hun vaderen gegeven hebt" (1 Kon. 8:33,34).
 
Salomo bidt voor zijn volk. Hij voorziet al, dat ze zullen zondigen en verslagen zullen worden door de vijand. Ze zullen zich echter ook bekeren en tot God bidden. Dat gebed zal niet zo maar wat slapjes zijn: duidelijk en dringend zullen zij hun nood bij Hem voordragen. Nu is het goed om eens op iets heel merkwaardigs te letten. Met hun lichaam zijn ze nog in hun eigen land. Hoe zouden ze anders in de tempel kunnen komen? Uiterlijk is alles in orde. Maar dat is van geen enkel belang. Hun ziel, hun kostbare ziel, zwerft rond, door zonde vervreemd van God en 'aan de heidenen overgeleverd'. Hun 'inner person' is 'thuisloos', 'uitlandig', ellendig. Bij een oprechte, doorzettende bekering echter, komt er uitzicht op terugkeer, op geestelijk weer thuiskomen, op weer voor de volle honderd procent gaan horen bij het volk van God.
 
 U ' echt bekeerde ' u hebt geroepen tot God, u kon het 's nachts in bed niet meer houden. U pakte uw fiets in het grauwe uur tussen nacht en morgen en reed de grindweg naar het bos in. Temidden van de ochtendnevels schreeuwde u het uit en waarom? U was toch jeugdouderling in een nette kerk? U hoorde toch bij 'het volk'? Maar, u wist het, lijfelijk zit ik wel in die kerkbank, maar ik hoor niet bij 'het echte volk'. Mijn geest en mijn ziel lijden elke dag meer schade; ik wil die schadebrenger kwijt. "God, help me" En toen... voelde u zich aangetrokken, door wat werkelijk bij u paste. U voelde de aanwezigheid van de sfeer, waartoe u naar uw aard behoorde. U fietste weer terug. Elke verkeerspaddestoel leek te zeggen: "Jij bent op reis naar huis". Toen u de slaapkamer weer binnenstapte, vroeg uw vrouw doezelig: "Was je weg". U antwoordde: "Ik ben op reis naar huis!" . Zij snapte dat toen niet...
 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 19:21 Reageer op dit bericht

2.5.3.3 Als wij ons richten op God, begint Hij ons op een hoger plan te brengen

"Ik zal mijn oog op hen (in ballingschap weggevoerde mensen uit Juda) slaan ten goede en Ik zal hen naar dit land doen terugkeren. Ik zal hen bouwen en niet afbreken, planten en niet uitrukken. Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de Here ben en zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn, wanneer zij zich van ganser harte tot Mij bekeren (Jer. 24:6"en 7).

Heerlijke beloften, als u zich drastisch, van ganser harte bekeer. Prachtige vooruitzichten als u al uw wortels lostrekt uit de verzuurde, vergiftigde bodem van de oude levensstijl. Een nieuwe hoop, als u al die wortels overplant in de gezonde, goed bemeste grond van 'het nieuwe denken'.

Wat doet God?
- U was van oorsprong bedoeld om een 'mens uit Juda' â€? een Godlover â€? te zijn. U hebt afgeleerd om God met heel uw bestaan te verheerlijken. Omdat u weggeraakt bent van uw roeping, bent u eigenlijk in ballingschap; vervreemd van de omgeving, waar u van origine thuishoorde.
Maar:
- Nu heeft God u weer ten goede in het oog. Wat betekent dat? Zijn ogen gaan over de hele wereld om krachtig bij te staan, hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat (2 Kron. 16:9). Daar hebt u dat begrip weer: van ganser harte; met een volkomen hart. 
- Hij brengt u naar uw land terug. Het verblijven in zijn licht, dat in oorsprong voor ons bedoeld was. Het zijn in de duisternis, dat is de ballingschap, dat is de kool, die de duivel het menselijk geslacht heeft gestoofd. U : de Jood (Godlover) naar het innerlijk (Rom. 2:29) , mag weg uit het donkere land van het niet-eren van God. U krijgt een enkele reis naar het zonovergoten gebied van het wel-prijzen van de Verhevene.
- Hij zal u bouwen en niet afbreken. Er is een dreigende mogelijkheid van afbraak. Ik spreek er weinig over, omdat het zo'n impopulair onderwerp is. Maar het zou niet juist zijn om er steeds over te zwijgen, altijd maar te doen, 'of je neus bloedt'. Eventjes dan: in de hel worden de 'neezeggers' (bijvoorbeeld 1.6.6., 1.7.1 , 1.7.4 en 1.8.2 ; 1.8.3) afgebroken door eigen schuld. Een rampzalige, onvernietigbare bestaansrest, hun 'worm', blijft over (Mark. 9:44). Dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Daarmede hebben God en Jezus niet van doen (Matth. 23:37). Zij hunkeren ernaar, u op te bouwen, tot uw leven een onuitsprekelijk (2 Cor. 12:4), heerlijk, eeuwig toppunt bereikt.
- Hij zal u planten en niet uitrukken. Wie God de rug toekeert, wordt door eigen toedoen gaandeweg en tenslotte soms heel plotseling (Ps. 73:18,19) uit al zijn zekerheden gerukt. Hij heeft de beslissende vastheid niet en de houvasten, die hij denkt te hebben, raakt hij ook nog kwijt. God zoekt mensen, die de duivel de rug toekeren. Hun wil Hij nieuwe, eeuwige waarden geven, waarvan ze zelfs niet hadden gedroomd (1 Cor. 2:9). Hun wortels mogen ze ingraven in goede grond. Daar zijn ze innerlijk veilig, wat er ook gebeurt (Jes. 32:18).
- Hij zal u een hart geven om Hem te kennen. De Here God wil u wedergeboren laten worden. U wordt dan in zijn rijk 'ingeboren'. Over de heerlijke gevolgen daarvan nader in volgende bijbelstudies. Hij wil u dopen en vervullen met zijn Heilige Geest (bijbelstudie 7, die ooit eens komt). Over de daarbij horende vrucht, gaven en bedieningen: bijbelstudie 8 en volgende. Allemaal uitvloeisels en vormgevingen van het nieuwe kennen van Hem, de Eeuwige.
- Hij wil uw Leider zijn en u als zijn volk aanvaarden. Hij wil bij u horen en u bij Hem laten horen. Het juk van uw vroegere baas wordt verbroken (Jes. 9:3). Het 'juk', het geheel van arbeidsvoorwaarden, dat uw nieuwe Chef u aanbiedt, is alleszins redelijk (Matth. 11:30).

U, dieper bekeerde:
- u bespeurde al iets van leiding door Iemand, Die u kundig waarschuwt voor gevaarlijke zijpaden (Jes. 30:21);
- u kijkt soms blij rond in een feestelijke vergadering met andere gelovigen. U denkt dan: deze sfeer heb ik altijd gezocht, nu pas ervaar ik die (Ps. 84:2);
- u merkt er al iets van, dat geniepigheidjes uit uw leven wegtrekken en plaats maken voor liefde (Rom. 12:21);
- u begint zich uw geborgenheid voor de eeuwigheid met een diep gevoel van veilig welbevinden te realiseren (Col. 3:3);
- u vergelijkt blij uw hemels banksaldo met uw aardse dito. In tegenstelling tot dat laatste groeit uw saldo bij de bank van de hemel maar aan (Philipp. 4:17), zonder dat inflatie roet in het eten kan gooien;
- u bent al opmerkzaam geworden op zulke fijne begrippen als dopen na bekering en tongentaal. U verheugt er zich al bij voorbaat op, dat ook die dingen eraan zitten te komen.
Heerlijk, dat u zulke opbouwende gedachten koestert. U vordert al duidelijk op het pad van het kennen van uw hemelse Vader. De wegwijzer-afstandcijfers duiden er op, dat u op een hoger plan komt.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:53 Reageer op dit bericht

 2.5.3.2 Als wij ons richten op God, begint Hij ons rijk te maken
 
" Door bekering en rust zoudt gij verlost 
worden; in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn... maar gij hebt niet gewild" (Jes. 30:15).
 
 Jesaja spreekt hier tot mensen, die niet willen. Daarom is deze tekst 'in mineur'. U wilt echter wel, daardoor krijgt deze tekst voor u een heerlijke 'majeur' klank, zo iets jubelends. Door bekering en rust zult gij verlost worden; in stilheid en vertrouwen zal uw sterkte zijn". U hebt zich bekeerd. U zit nu niet zenuwachtig aan de bloemknop van uw geloof te wriemelen, zo van: gaat ie al een beetje open? Zal ik de schutbladen eraf trekken, om alles een beetje te bespoedigen? Neen; er begint iets in uw hart te komen van rust. Komt er een verzoeking om terug te vallen in oude fouten, dan hamert uw hart even. Maar opeens is daar een ontspannen kalmte als een hemelse koelte. " Heer, achter deze duivelse verzoeking zie ik uw beproeving om mij te oefenen. Ik heb geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan.U zult voor uitkomst zorgen, zodat ik ertegen bestand ben"  (1 Cor. 10:13).
Zo wordt uw verlossing steeds meer definitief. U bent het stadium voorbij, dat u zegt: "Aha, een nieuwe omgeving, ik ben nu in een groep christenen terecht gekomen, maak daarvan ook deel uit. Wel, ik zal ook in dit milieu eens goed van mij laten horen. Ze zullen weten, dat ik er ben. Zo was het vroeger, zo zal het nu zijn. Ik was altijd en overal, waar ik kwam, zo verschrikkelijk áánwezig. Ook hier zal ik nadrukkelijk present zijn".
 
 U bent al zo ver, dat u onopvallend uw gang kunt gaan, van God vertrouwend, dat Hij u een taak geeft op zijn tijd. U hoeft geen prestige meer op te houden, wordt dus ook niet meer zo moei in uw armen. U weet, dat God u wel inzet, wanneer u - naar zijn maatstaven - ergens klaar voor bent. U weet, dat u aan die maatstaven gaat voldoen, als u achter Jezus aangaat, kijkt, hoe Hij het gedaan heeft, in zijn spoor blijft (Philipp. 3:16). Intussen doet u, wat de hand vindt om te doen (1 Sam. 10:7, Pred. 9:10).
 
 Bespeurt u bij uzelf, dat er een begin is van een rustig, stil vertrouwen op God? Weer een hectometerpaaltje op de weg naar het leven (een mijlpaal zou wat te veel gezegd zijn) en naar uw Heilbrenger. Hij maakt u vrij van uw 'doenerigheid'.
 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 19:27 Reageer op dit bericht

2.5.3 De wegwijzer van het zich richten op God en uitredding door God (gedachte)

Overwegingen:
- Als wij ons richten op God, begint Hij ons te zegenen (2.5.3.1);
- ... en vrij te maken (2.5.3.2);
- ... en op een hoger plan te brengen (2.5.3.3).

2.5.3.1 Als wij ons richten op God, begint Hij ons te zegenen

-Wanneer zij zich bekeren, hoor Gij dan in de hemel, vergeef de zonde van uw knechten en van uw volk Israí«l  want Gij wijst hen de goede weg, waarop zij moeten wandelen en geef regen op het land, dat Gij uw volk tot erfdeel hebt geschonken? (1 Kon. 8:35,36).

Heerlijk is het om God als Redder te ervaren. Vroeger kon u zich soms zo wanhopig voelen, als er weer eens iemand tegenviel, waarvan u gedacht had, dat hí­j het dan toch uiteindelijk was. Dan riep u uit: Wie geeft nu toch werkelijk houvast Nu u zich bekeerd hebt, hoort u God zeggen:
- Ik geef houvast;
- Ik heb in mijn hoge verhevenheid uw geroep opgemerkt;
- Ik vergeef u de zonde. Bevrijd kunt u ademen in een gezuiverde sfeer;
- Ik geef aanwijzingen, welk pad stevige grond onder de voeten geeft in plaats van tot struikelen leidend gruis;
- Ik wijs u de route, waarop u thuishoort;
- Ik laat mijn malse regen over u uitdruppelen. Uw verschraald gevoelsleven krijgt nieuwe mogelijkheden. Onder de lavende plensbui krimpen de kale plekken in.

Nu een kleine opsomming van slechts enkele van de blijde dingen, die u kunt ervaren:
- er komt een antwoord op uw levensvragen; een antwoord, dat niet opjaagt, maar rust geeft;
- u begaat minder stomme streken, die nodeloze soesa geven;
- u hoeft niet meer allemaal zure dingen te zeggen om uw kritische instelling te bewijzen;
- de frustratiebarsten in uw uitgedroogde persoonlijkheid vervagen onder de invloed van een stroom van levenwekkende nieuwe ideeí«n.

Hebt u deze of enkele andere van de duizenden soortgelijke ervaringen? Ga dan dapper door. U bent lauw, warmer, warm, gloeiend (u kent dat spelletje toch). De afstand tot het rijk van het welzijn kort in. Naarmate u zich richt op uw redder, begint Hij te zegenen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 20:06 Reageer op dit bericht

2.5.2.3 U sluit de weg, die afleidt van God

“Bekeert u, keert u af van uw afgoden en wendt u af van al uw gruwelenâ€? (Ez. 14:6).

Echt bekeren houdt dus in, dat u zich afkeert en wegwendt van alles, wat duister was om u en in u. Een eerste voorbeeld: voor sommige mensen is hun omgeving hun afgod. Zij kunnen niet buiten het gezamenlijke nakaarten bij een borreltje, wanneer de voetbalwedstrijd is afgelopen. Dat is hun wereld. En toch: als die sfeer in strijd komt met het nieuwe leven, doet u er afstand van. Niet prikkelend, niet uitdagend en heus wel met een bloedend hart. Maar: zonder mensen nodeloos te ergeren, hebt u geleerd, zich door God los te laten maken. Hij geeft u een vulling voor de leegte, die er ontegenzeggelijk ontstaan is. Het had iets gezelligs, die wat rauwe kameraadschap. Maar de Heer geeft u iets beters terug. Het zal iedereen duidelijk zijn, dat ik met het bovenstaande niet heb gezegd, dat ik tegen voetballen, een glaasje of een babbeltje ben.ik heb alleen één van de duizenden sfeertjes willen tekenen, die er zijn. Geen enkel sfeertje mag u echter afhouden van de grote, geestelijke sfeer; het aanzitten aan Gods tafel.

Een tweede voorbeeld: er zijn mensen, die zo vol zitten met gram en machteloze woede, over de maatschappij, dat ze gen plezierige dag meer hebben. Altijd is er wel iets te grauwen over weer een nieuwe misstand. Ze zien niet, dat:
� de duivel achter allerlei situaties zit en dat hij moet worden bestreden en niet allereerst mensen (Ef. 6:12);
� veel onlustgevoelens over de heersende orde in feite gevoelens van onbehagen over de toestand van het eigen innerlijk zijn (Jes. 8:21).
Neen; ze gaan maar door met protesteren om het protest, met de rel om de rel. Zo brengen ze hun onrust en onvrede op anderen over. Heel dat bezig zijn is eigenlijk een offeren aan de gruwel � de afgod � van de chaos.

Even een tussenopmerking: duidelijk behoort te zijn, dat ik hier geen steek onder water geef naar de actievoerder af en toe (tegen een weg of een milieuverontreiniging). Neen; het gaat hier over een meer beperkte groep: de kankeraars om het gekanker, de sfeerbedervers om het sfeerbederven.

U echter polariseerde vroeger ook om het polariseren. Weet u nog, met dat leren vechtjasje met daarop gekalkt: “anarchie en chaosâ€?. Maar nu! U â€? de beroepsnegatieveling â€? bent bezig om u milder tegenover uw medemens op te stellen. U heeft uw werkelijke vijand â€? satan â€? ontdekt. Ook heeft u het werkelijke, enige, geestelijke wapen ter hand genomen, dat alléén voldoet: u spreekt 'innerlijk' de naam van Jezus uit tegen de macht van de tegenstander. Nu u de gruwel van uw 'aanbidden van de wanorde' hebt losgelaten, is het groeiende begrip voor en liefde tot de medemens een aanwijzing, dat u in het goede spoor zit. Dat houdt nu ook weer niet in, dat u lievige dingen gaat zeggen over een afgrijselijke dictator ergens. God geeft u verstand om evenwichtig te blijven in uw uitingen. Dat hoort ook bij het nieuwe leven.

Een laatste voorbeeld, veel tammer: u hebt het de hele dag erg druk in een moeilijke werkkring. 's morgens van half acht tot acht zou nu juist heel goed zijn voor stille tijd. U bent echter zo verslingerd aan het ochtend radiojournaal! Dat moet u horen! Al die opzwepende stemmen boren zich al direct bij het begin van de dag in uw bewustzijn. Met een opgewonden hamerend hart en een rokend hoofd gaat u op weg naar de telefoons en de memoranda en de conferenties. U hebt uw conditie nodeloos 'verslechterd'. Kan zo iets gewoons ook een afgod worden? Ja; een nette-mensen afgod. Raak maar een beetje achter in het nieuws. Lees in plaats daarvan even in uw bijbel, bid een ogenblik. Het zal u naar de jacht van uw dagtaak laten gaan met een rustig hart en een koel hoofd.

Op de hiervoor beschreven manieren barricadeert u de naar het onheil afhellende wegen van vroeger. U plaatst rotsblokken tussen u en de snijdende kou, die heerst op de weg van God af. U merkt, dat u de goede wegwijzers volgt, als ook de wil hebt om met het verleden te breken. Of u dan al 'tegen de draad ingaat', als u:
� na uw sauna nog uren in de bar rondhangt;
� met een vastbesloten gezicht de deur van het kraakpand dichtmetselt tegen de M.E.;
� met een zucht aan uw derde krant begint.
Och, dat zal ik niet zeggen. Maar:
� verstrooiing;
� overtuiging;
� op de hoogte willen blijven...
... ze kunnen afgoden worden. Gruw van die afgoden, zolang het nog tijd is, niet als het te laat is. Doe de deur dicht!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:48 Reageer op dit bericht

Meer van Mijn boeken

↑ Terug naar de berichten