Naar de inhoud

Mijn boeken

populaire geloofshandleiding
akke.beakke.be

Archief

2.4.3.4 Volharding bij tegenspoed hoort bij een zich inzetten voor een nieuwe
levenshouding

“Al wie Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik. Wees dan ijverig en bekeer uâ€? (Op. 3:19).

Jezus richt zich hier tot een erg lauwe groep gelovigen. Ze zijn in die lauwheid zo ver van Hem komen af te staan, dat Hij ze eigenlijk als een half gestold, zouteloos hapje uit zijn mond zou moeten spuwen (:16). Ze kunnen door Hem niet getraind en opbouwend gekritiseerd worden. Ze horen niet bij de uitgezochte spelers, die door de Oefenmeester klaar gemaakt worden voor de grote wedstrijd. Als ze zich bekeren, dan pas ervaren ze zijn bestraffing en tuchtiging, die uiteindelijk weldaden zullen blijken te zijn.

Er zijn veel, heel zoete, stille, aangepaste christenen. Ze zijn zo net eender als hun omgeving (wereldgelijkvormig), dat de wereld (de omgeving) geen last van hen heeft. Wel, dan hebben zij ook geen last van de wereld. Soms zeggen ze wel eens gehinderd: “Wat zijn we toch geí«erd in de wereld (Luk. 6:26). Onze omgeving zou ons toch eigenlijk om Jezus' wil moeten haten! (Matth. 10:22). Doen we iets fout?â€? Maar daarna gaan ze over tot de orde van de dag. Zo stevenen ze met volle zeilen aan op hun 'uitgespuwd worden'.

Sommigen uit de groep van die 'lauwen' doen er iets aan: ze leggen zichzelf strenge wetten op, trekken ouderwetse of andere opvallende kleding aan, nemen een ander gedragspatroon aan dan de mensen om hen heen. Die reageren spottend en geí«rgerd. Dan zeggen zij voldaan: “Hí¨, hí¨, we zijn er, we lijden smaadheidâ€?. Maar de wereldgelijkvormigheid, het niet eender zijn als iedereen, zit van binnen. Die is er nog niet uit (Matth. 23:25).

Maar die wereldgelijkvormigheid móet er uit. Hoe dan? Door bekering; echt, radicaal, tot op de bodem. Maar dan zegt de Oefenmeester ook: “Zo, ben je daar? Meisje, meisje, wat ben je laat! Maar je kan nog mee; in de looppas tweemaal het veld rond, lekker in de hagelâ€? (Jac. 1:2).

Komt er bestraffing en tuchtiging in uw leven: verblijd u. Jezus, de groet Trooster, heeft interesse in u. U zit niet meer in het zevende elftal. Nee, u wordt klaargemaakt voor het eerste.

Bestraffing en tuchtiging zijn middelen, waarmee God die mensen 'bijwerkt' en 'bijpraat', die zijn liefdevolle belangstelling waard blijken te zijn. Laten wij nu even de 'lauwen' vergeten. Mijn uitweiden daarover was een uitstapje naar een veel later onderwerp. Ik had me niet zo mogen laten gaan. Maar net als daarstraks met 'de engelen': soms word ik wat ongeduldig, wil althans een voorschotje. Terug nu naar ons onderwerp: een voorbeeld.

U heeft zich misschien in eerste aanleg 'bekeerd'. Nu komt er werk in de gemeente. U acht zich bekwaam om dat uit te voeren en meldt zich aan. De leiding acht dit werk te hoog gegrepen voor u. Men zegt: “Zou het niet beter voor je zijn om na afloop van de dienst de stoelen recht te zetten?â€? Het doet er nu niet allereerst toe, of die uitspraak wel of niet terecht is. Zie achter dat oordeel van mensen een deel van de conditietraining van de Heer. Misschien zit er een terechtwijzing zijnerzijds in, omdat u inderdaad wat overmoedig was. Misschien ook bent u inderdaad capabel en wordt u onderschat. Dan onderkent u achter het op zichzelf foutieve oordeel van mensen een liefdevolle oplettendheid van de Heer. Hij is bezig met zijn trainingsprogramma om uw ziel te oefenen in nederigheid en incasseringsvermogen. Maar hoe het ook zij: wees zeker van de liefde van Jezus, die alleen uw welzijn zoekt (Joh. 10:10).

Voor ons deelonderwerp deze gevolgtrekking: de ernst en blijvendheid van uw bekering blijkt uit uw houding bij minder prettige gebeurtenissen. Laat u het hoofd hangen? Klaagt u: “Er is daar geen liefde. Ik probeer het maar eens in een andere gemeenteâ€?. Foute boel: natuurlijk mag u wel eens verkassen van samenkomst, maar niet uit puur ongeduld of om elk wissewasje. Als het u ernst is met Jezus, zult u gebeurtenissen, zoals boven geschetst, goed verwerken. Volhardend en ijverig verdiept u de eerste aanzet tot bekering. Achter alle voorvallen hoort u de ware, krachtige, vriendelijke stem van Jezus, die met duidelijke instructies aan uw geestelijke opbouw werkt (Joh. 10:3).
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 14:51 Reageer op dit bericht

2.4.3.3 Voortdurend verder willen komen met de Heer hoort bij een zich inzetten voor
een nieuwe levenshouding

“En gij, Petrus, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broedersâ€? (Luk. 22:32).

Petrus was de voornaamste onder de discipelen. Hij had alles voor Jezus achtergelaten (Luk. 5:11), hij had wonderen en tekenen gedaan (Mark. 6:13), hij had al een schat van ervaring. Toch zegt Jezus tot hem: “Als je eenmaal bekeerd zult zijn, dan pas komt voor jou het echt grote werk: het trainen van medegelovigenâ€?. Was Petrus dan nog niet bekeerd? Jawel, maar niet voldoende. Die bekering had nog niet diep genoeg doorgewerkt om een volstrekt loyale volgeling van hem te maken. Jezus kon nog niet helemaal zeker zijn van deze discipel. Dat bleek wat later heel pijnlijk. Er kwam een verzoeking. Sommigen zeggen, dat het een verzoeking van niets was. Daarmee ben ik het niet eens. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, ben ik van oordeel, dat het een zware verzoeking was. Ik doel uiteraard op het bijzonder onplezierige voorval, bekend als: de verloochening (Matth. 26:69-75). We zullen hierover uiteraard niet twisten. Feit is, dat Petrus onderuit ging (Matth. 26:70), driemaal 'knock out' (:74). Maar: bij het grote verdriet daarna (:75), zette de blijvende bekering door. Was hij er toen? Och, wanneer 'is een mens er'? Later, na de doop in de Heilige Geest (Hand. 2:4), dat was me even een andere Petrus (2:14-36). Was hij er toen? Nou, nee… later, veel later, moest Paulus hem nog eens terecht wijzen voor iets, dat toch wel wat huichelachtig aandoet (Gal. 2:12). Die kleine uitglijder neemt toch de algemene indruk niet weg. Jezus kon op Petrus rekenen. Deze apostel versterkte inderdaad zijn broeders (Hand. 9:34,40).

Wat betekent dit voor u? Uw eerste toewijding op die onvergetelijke jeugdsamenkomst legde een voorlopige grondslag. U gaf heel wat gewoonten, liefhebberijen en contacten prijs; getuigde blij van uw Heer. Ook voor u komen de verzoekingen. Die brengen aan het licht, of het toen om een bevlieging ging of om een dieper gaande ervaring. Als het in wezen een beslissing is geweest, waar u met uw hele hart achterstond, dan blijkt dat uit latere gebeurtenissen. Zulke gebeurtenissen kunnen zijn:
� berouw na een misgreep;
� zoeken nar de doop in de Heilige Geest, omdat u daardoor sterker wilt worden.

De conclusie van de hoofdgedachte is nu deze: radicaal komt u los van de boze weg, als u na mislukking niet uit het veld bent geslagen. Het is een goed teken, als u voortdurend uitkijkt naar middelen om geestelijk meer mens te worden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 18:51 Reageer op dit bericht

2.4.3.2      Laf terugkrabbelen hoort niet bij een zich inzetten voor een geheel nieuwe

levenshouding

 

“Gij nu had u bekeerd, maar gij zijt weer omgekeerd” (Jer. 34:15,16).

 

In deze tekst gaat het om een groep mensen, die erg had klemgezeten. In die periode herinnerden zij zich opeens, dat zij een bepaald gebod van God – de vrijlating van slaven betreffende – niet meer hielden. Wel, ze lieten hun slaven vrij, de druk verdween. Waarom? Het onderhouden van Gods geboden begon hen uit het rampgebied te brengen. Het rekening houden met Gods wet werd door Hem als een aanzet tot bekering gezien. Maar toen de druk verdwenen was, zeiden ze ieder tot zijn slaaf: “Had ik jou vrijgelaten? Had ik dat zelf gezegd? Kom nou, je moet je vergist hebben!” Daarna konden ze nog best zalvend bidden, maar voor God was het klaar. Het terugkrabbelen van hun nauwelijks begonnen gehoorzaamheid aan Hem zag Hij als een ‘zich weer omkeren’. Wat laf; wat stom: bekering in de verdrukking… omkeren… de bekering teniet doen na de verdrukking. En toch: wat veel voorkomend.

 

Misschien hebt u zich ook zo wankel bekeerd. U merkte, dat het niet goed met u ging. Uit uw herinnering puttend, schoot het u te binnen, dat sommige aspecten van uw leven in strijd waren met Gods voorschriften. Laten we eens een voorbeeld noemen. Het betreft niet u, maar ‘zo maar iemand’. Er is een man, die zijn vrouw kwelt door voortdurend te schimpen op haar huishoudvoering, kleding, opvoeding van de kinderen. Hij houdt haar als het ware gevangen in een web van pesterij. Waarom  handelt hij zo? Innerlijke onvrede drijft hem ertoe, zich af te reageren. Zijn vrouw, die als ‘allernaaste’ het dichtst in zijn buurt is, kiest hij voor dat ‘stoom afblazen’ uit. Deze vorm van ‘stress-vermindering’ blijkt toch niet voldoende. Hoge bloeddruk wordt geconstateerd.

 

Onze ‘voorbeeldman’ heeft een christelijk verleden. Hij krijgt er oog voor, dat hij fout was tegenover zijn vrouw en tegenover God. Hij houdt zijn tong verder in toom. Zij heeft een heerlijke tijd; zijn bloeddruk herstelt zich. Maar zodra de gezondheid weer in orde is…! “’t Was een mooie periode”, mijmert zijn vrouw later wel eens onder zijn hernieuwde scheldkanonnades. Deze man had zich – zeer voorlopig en zeer wankel – bekeerd. Al was het dan ook uit angst, hij deed althans iets ter wille van God. Dat was – hoe schamel ook – in ieder geval een begin. Maar: hij schoof onder dat wankele vloertje geen hecht fundament. Op die manier keerde hij zich weer van God af. Hoe doet u het nu beter? Als u er zo voorstaat, kunt u bijvoorbeeld bidden: “Heer, in de naam van Jezus biecht ik u iets op: ik gebruik u als een verzekeringspolis. Wanneer U de schade geregeld hebt, ben ik van plan, U weer op te bergen. En toch wil ik U niet opbergen. Ik ben van plan om mijn vroegere streken weer te gaan uithalen. En toch: ik wil ze eigenlijk niet meer gaan uithalen. Help mij, Heer”.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 18:42 Reageer op dit bericht

2.4.3         Hoezeer het nodig is, dat bekering een beslissing is, waar iemand met heel zijn

wezen achter staat; geen bevlieging, maar een blijvend andere levenshouding

(gedachte)

 

Overwegingen:

–         angst voor God hoort niet bij een zich inzetten voor een geheel nieuwe levenshouding (2.4.3.1);

–         laf terugkrabbelen evenmin (2.4.3.2);

–         voortdurend verder willen komen met de Heer daarentegen wel (2.4.3.3);

–         volharding bij tegenspoed eveneens (2.4.3.4).

 

2.4.3.1      Angst voor God hoort niet bij een zich inzetten voor een geheel nieuwe

levenshouding

 

“Als Hij hen doodde, dan vroegen zij naar Hem, bekeerden zich en zochten God. Maar: hun hart was niet bestendig bij Hem” (Ps. 78:34,37).

 

Het volk, waarover het in onze tekst gaat, kwam telkens in moeilijkheden, werkte zich voortdurend in de nesten. Dat kwam, omdat ze steeds weer God verlieten. Ze kwamen dan in het gebied, waar rampen, soms zelfs met dodelijk gevolg, hen konden overvallen. Dan bekeerden zij zich en zochten God weer op, omdat ze bang waren geworden. Maar: het was geen liefde voor de Heer, die hun diepste drijfveer was. Het was angst voor de duistere krachten, die ze ontketend hadden.

 

Soms komt bekering voort uit angst. De tegenslagen zijn zo fel en levensgevaarlijk, dat men wel tot God moet vluchten, hoewel men Hem eigenlijk niet vertrouwt en denkt, dat Hij aan het straffen is. Dat lijkt wel een beetje op een hond, die jankend en om vergeving smekend toekruipt op de hand, die hem slaat. Goed: men moet ergens beginnen, maar deze start is wel heel armzalig. Toch kan zelfs deze zielige uitgangspositie het begin zijn van iets positiefs. Vrees en de wens om ‘weer in een goed blaadje te komen’ zijn mogelijke aanleidingen om naar God op zoek te gaan.

 

Zover waren de Israëlieten uit onze tekst ook. De liefde tot God echter behoort:

–         de angst voor God;

–         en de angst om de situatie

op de kortste keren te vervangen (1 Joh. 4:18). Bangheid is geen goede bouwgrond, liefde wel. In de oorlog 40-45 werden de kerken gaandeweg beter gevuld. Nadien liep dat terug. Een bodem van angst brengt geen blijvende relatie te weeg. U behoort radicaal los te komen van de boze weg en niet weer daarop neer te ploffen. Daarvoor is angst een volstrekt onvoldoende middel. Die brengt u maar tijdelijk tot God. U hebt liefde tot Hem nodig om de gemeenschap tot Hem te zoeken en vast te houden. Weer is gebed de oplossing. Leg Hem uw probleem eerlijk voor. Speel geen verstoppertje. Zeg maar ronduit: “God, ik ben benauwd voor alles, wat mij overkomt, maar ik ben ook bang voor U. Natuurlijk, ’t is idioot, ik vertrouw U niet en toch ook weer wel. Wilt U mij helpen om U lief te hebben? Ik vraag het U in de naam van Jezus (Joh. 14:13). Dank U (Philipp. 4:6). U helpt (Ps. 28:7).

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:43 Reageer op dit bericht

2.4.2.4      Door te volharden bij dit goede begin, veroorzaakt u vreugde

 

“Ik (Jezus) zeg u, dat er blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert” (Luk. 15:7).

 

“Jezus zei: “Ik ben niet gekomen om ‘rechtvaardigen’ te roepen, maar zondaars… tot bekering” (Luk. 5:32).

 

Jezus was erg doelmatig in zijn optreden. Hij verspilde zijn krachten niet. Hij riep zich niet schor tot mensen, die toch zeiden: “Nee dank u, niet nodig”. Hij ging liever naar de mensen, die zichzelf niet rechtvaardig waanden. Dan hoefde Hij ook niet zo hard te roepen; ze verstonden Hem toch wel. En bij hen streefde Hij ook naar resultaat: hun bekering. Hij wilde van hen geen woorden, maar daden (Joh. 15:14). Hij wilde die daden ook maar niet even zien, maar steeds (Joh. 15:9).

 

Over zulk een blijvende bekering is er blijdschap in de hemel. Is er dan gevaar, dat een bekering, zo prachtig begonnen, als hiervoor bij 2.4.2.1 t/m 2.4.2.3 omschreven, toch nog verzandt, niet blijvend is? Als U u zo ‘in de Geest’ begonnen bent, kunt u dan nog ‘in het vlees’ eindigen? (Gal. 3:3). Kunt u nog ontsporen? (1 Tim. 6:21). Zeker, zeker, waakzaamheid blijft geboden (1 Cor. 16:13). Er kan nog van alles gebeuren, waardoor u uit de koers raakt (1 Tim. 1:6).

 

Het goede begin is nog niet het beslissende element. Het komt aan op volharding (Luk. 21:19). Het is geen kleine taak, die u zich gesteld heeft. In uw levenshuis zijn veel kamers. Voor die allemaal een inspectie gehad hebben! Alleen al die – ook door toedoen van anderen – zoekgeraakte sleutels (Luk. 11:52); die vastgeroeste grendels (Ps. 107:16) en dan nog: die frustrerende dief en bederver (Joh. 10:10). De duivel loopt, als hij maar even kans heeft, met vuile voeten over pas schoongemaakte vloeren, bevingert met zijn smerige vingers het nieuwe behang, legt de grauwsluier van zijn adem over net gesteven gordijnen (zelfde tekst).

 

Een job voor uw leven…

 

Volharding onder deze beproevingen toont, wat u werkelijk waard bent (Deut. 8:2). De engelen in de hemel slaan uw strijd ademloos gade, helpen als het maar even kan (Dan. 3:28). We spreken nog wel nader over hen, maar nu even een voorbeeld: Dat we vijanden hebben – de demonen – weten we nu wel. Ze dringen zich tot walgens toe aan ons op. Onze vrienden – de engelen – daarentegen zijn zeer bescheiden. Ze staan klaar (Matth. 4:11), maar zij dringen zich niet op. Als u God vraagt om hen tot uw hulp te zenden, komen ze. Maar u dient dan wel tot zijn volk te behoren (Dan. 6:23,25). Even opletten: niet rechtstreeks hulp van hen zelf vragen. Laat uw verzoek via de Heer lopen. Dat is de juiste gang van zaken (Matth. 26:53). Ga die vrienden ook niet vereren (Col. 2:18). Dat geeft geen pas. Hoe gek het ook klinkt: deze geweldige hemelse wezens zijn bedienden van God (Ps. 103:21). U bent bedoeld om een zoon van God te worden (Rom. 8:14). Ze willen zelf ook niet anders dan juiste verhoudingen (Op. 19:10). Maar nu stoppen we met het voorschot.

 

Jezus en de engelen zijn blij, als u zich diep en blijvend bekeert. Als u uw zonden belijdt en laat en dat een constante levenshouding wordt, verheugen zich uw hemelse vrienden.

 

Wilt u uzelf toch nog eens nagaan, of u na een prima start toch weer niet doorgezet hebt. U zult zeggen: “Komt er dan nooit een eind aan?” Even een fijn onderscheid: een aanvankelijke bekering in de gevoelssfeer heeft geen blijvend nut. Ze moet gevolgd worden door een dieper gaande bekering. In de sfeer van het meest innerlijke van uw persoon. Maar zelfs die bekering heeft alleen onvergankelijk effect, als u ze jaar na jaar in praktijk brengt in steeds wisselende levenssituaties. Eerst was uw bekering een ‘wezenloos’ iets. Het zout ontbrak eraan. Toen voegde u zout toe. Maar nu moet u wel roeren – en uw leven laten roeren – zodat het zout uw hele leven doortrekt. Anders heet het nog geen functie.

 

Mag ik u eens een voorbeeld noemen van iemand, die het zout niet door zijn hele leven roerde? Er was een man, die altijd de mening had, dat zijn kerk de meest zuivere openbaring was van wat God wilde. Vanuit die parmantigheid beschouwde hij de hele buitenwereld als ‘een schare, die de wet niet kende’ (Joh. 7:49). Toen werd hij bekeerd; tot in de diepste lagen van zijn ‘binnenwereld’ geschud.  Hij zocht en vond en andere groep van volgelingen van Jezus. Maar: hij bleef het bekeringszout niet jaar na jaar door zijn leven roeren. Zijn parmantheid werd niet beslissend geraakt. Nu denkt hij, dat de groep, waar hij dan nu is, ‘het helemaal heeft’. Met een medelijdende blik op allen, die net een streepje anders denken, zegt hij: “Des Heren tempel zijn wij”. Hij was verstard, hij bleef verstard. Jammer hè? Hij denkt, dat hij een rechtvaardige is. Maar: hij vergeet, dat alleen samen met alle heiligen Gods wezen nu enigszins en later helemaal te kennen is (Ef. 3:18). In zijn zelfgewilde, arrogante beperktheid is deze gewaande rechtvaardige voor Jezus niet meer zo goed te beroepen. Maar: als hij die zonde van hoogmoed ook nog inlevert, dan kan Jezus echt veel met hem doen tot heil van anderen. Dan veroorzaakt hij pas volle vreugde. Jezus en de engelen maak je – pardonnez le mot – niet ‘blij met een dooie mus’. Zij juichen om levende adelaars (Ps. 103:5).

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:03 Reageer op dit bericht

2.4.2.3      Houd u niet groot voor de buitenwereld: het beste voor uw conditie

 

“De Joden lieten zich dopen door (Johannes de Doper) onder belijdenis van hun zonden: en Johannes zei: “Ik doop u met water tot bekering” (Matth. 3:5,6.11).

 

Het is hier nog niet de tijd om over de betekenis van de doop door Johannes de Doper te spreken. In een volgende bijbelstudie komt dat aan de orde. Voor dit moment letten wij er vooral op, dat er ook bij dat dopen weer schuldbelijdenis te pas kwam. Toch wil ik ook die doop niet helemaal onbehandeld laten. De Joden lieten zich dopen en zij beleden hun schuld. Tweemaal een getuigenis voor de buitenwereld:

–         het opbiechten van wat verkeerd was geweest, al zal Johannes niet geëist hebben, dat zij in bijzonderheden afdaalden;

–         het kopje-onder gaan in water: een vorm van zelfverloochening. Alleen heidenen hoefden zich in die dagen te laten dopen om ‘cultisch rein’ te worden, dat is: deel te mogen hebben aan de joodse cultuur. Maar hier lieten zich Joden dopen. Ze zeiden: “Uiterlijk ben ik een Jood, een Godlover, en heb de doop niet nodig. Maar: innerlijk ben ik geen Godlover. Daarom ben ik in beginsel aan de heidenen gelijk”. Geen geringe stap om zo je natuurlijke voorsprong prijs te geven.

 

Wanneer u echt heel bepaald van de slechte weg af wilt, belijd dan uw zonden. Zeg niet slapjes tegen anderen: “De Heer weet, dat ik Hem mijn zonden beleden heb!” Neen, laat die anderen maar horen, dat u ze Hem belijdt. En laat ze het ook maar zien: laat u dopen… maar daarover later meer.

 

Nog even twee opmerkingen:

–         ik zei zo even, dat het goed is om uw zonden ten aanhoren van anderen te belijden. Daarmee heb ik echter niet bedoeld, dat op elke bidstond iedereen dat altijd zou moeten doen. De wijze kent de tijd en de manier (Pred. 8:5). God zal u zeker leiden om dat opbiechten met mate en op de daarvoor geschikte plaatsen en tijden te doen plaatsvinden;

–         zo’n geschikte plaats en tijd is zeker het overdekte zwembad op het ogenblik, dat u vlak voor uw doop staat. Ik zeg ook alweer: het hoeft niet, maar toch; stel u eens een veel voorkomende situatie voor: tien dopelingen, een blij-rumoerende, handenklappende, handenopheffende gemeente. Daartussen een beetje griezelend de welwillende, kerkelijke familieleden van de dopelingen. Wat bevangen kijken ze rond zich heen: “Waar ben ik nu toch terecht gekomen?” Negen van hen zijn er al gedoopt. Misschien was er toch – naast alle positieve elementen – ook iets uitdagends in de houding van sommigen van hen: “Kijk, hoe vrij ik ben geworden van banden van traditie”. Daar is de tiende. Bij haar in ieder geval niets triomfaals. Ootmoedig belijdt zij haar zonden, zij het niet al te gedetailleerd. Het is heel stil. Later zegt een bezoekster: “De laatste hè, dat was mooi. Weet je: ik verlangde er even naar, om naast haar te staan”.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:04 Reageer op dit bericht

2.4.2.2 Vraag God ook om vergeving: nog beter voor uw conditie!

“Kom met woorden van schuldbelijdenis, bekeert u tot de Here, zeg tot Hem: “Vergeef de ongerechtigheid geheel en al en wees genadig. Wij bieden als offerstieren de belijdenis onzer lippen” (Hosea 14:3).

Hosea geeft een duidelijk raad aan zijn volk: de echte bekering begint met schuldbelijdenis, fouten erkennen. Daarover schreef ik zojuist al, bij 2.4.2.1. maar die echte bekering gaat nog langs andere stations: vergeving en genade. De afronding ervan geschiedt met het lofoffer van dankzegging en –gebeden.

Nu even een tussengedachte, die eigenlijk nergens mee te maken heeft. Bij zulk een uitvoerige bijbelstudie over één onderwerp, is het niet te voorkomen, dat er wel eens in herhalingen wordt vervallen. Als u dat merkt, raak dan niet geïrriteerd; tweemaal hetzelfde lezen kan soms wel eens heilzaam zijn. Een tweede maal wordt het ook meestal juist weer iets ander belicht. Ik kom hier zo op, omdat de rest van deze overweging ‘oude elementen’ bevat.

Bekering is niet een handeling van een ogenblik, maar een blijvende verandering van de levensinstelling. Stel u het afkomen van de slechte weg niet al te gemakkelijk voor. Die levenswagen van u wordt niet uit de zuigende modder getrokken door zo maar eens even een duwtje hier of daar. Daar moet een tractor aan te pas komen! Alleen die kan hem vrij krijgen en uit die brij wegslepen.
– een eerste ruk: fouten-erkenning. Er komt beweging, luchtbellen stijgen op uit de modderplas, waarin uw vehikel is vastgeraakt;
– nog één: vragen om vergeving; je hoort het zompige vollopen van de achtergelaten afdrukken, als de wielen omhoog komen;
– weer één: vragen om genade; beslijkt wordt de onderkant van de banden zichtbaar;
– en dan die laatste ruk: dankzegging en gebed; een blij loflied klinkt. Daar staat uw levensauto; vies, besmeurd chassis, de bagger druipt eraf. Doet er niet toe. Uw kar staat zo, dat hij kan ‘omdraaien en wegwezen’.

Ik hoor een enkeling onder u klagen: “Dat kan je nu wel zeggen; maar ik kan niet meer losgesleept worden, het dak is zelfs onder het drab weggezonken”. God ziet me niet eens. Bewijs? Ik riep om hulp, zag even een glimpje licht. Daarna echter kwam het weten, dat alles wat u vertelt, flauwekul is, sterker dan ooit terug. Laat u me maar. Ik zal het scherper zeggen: door uw onrustig makend gedram kwam er beweging in me. En het resultaat? Ik ben dieper weggezakt dan ooit. Ga maar weg, jij van de wal in de sloot helper! God weet, dat ik wil, maar niet kan en Hij is me niet te hulp gekomen!

Mijn antwoord: ik ga een beetje uit de buurt, maar ik ga niet weg. Het wordt juist spannend. God is even weggegaan, maar Hij komt terug met een kraanwagen. Als u naar Hem luistert, doet Hij dat naar u (Jac. 4:icon_cool.gif. Toon, dat u naar Hem luistert, erken uw fouten, vraag God excuus, vertrouw u aan Hem toe, begin Hem maar vast te danken. Daar is de kraanwagen, de motor brult, kettingen rammelen, het hijsen begint.
– het dak, de ramen, de wielen…;
– daar bungelt u in de bolle wind, in de milde zon;
– boven het stinkende moeras;
– nu wordt u neergezet op vaste grond.
Aan uw herconditionering kan worden begonnen. Schoonmaken, revisie, het is een kwestie van tijd. God had even tijd nodig om zijn kraanwagen in positie te brengen. Hij heeft wat tijd nodig voor de verdere tune-up. Het is redelijk om Hem die tijd te geven. Haast Hem nu niet (Jes. 28:16).

Wel, u heeft uw conditie al beter zien worden door erkennen van misslagen en vragen om vergeving; u moet er evenwel nog beter aan toe worden.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:23 Reageer op dit bericht

2.4.2 Wat schuldbelijdenis kan uitwerken (gedachte)

Overwegingen:
– geef aan God toe, dat u fout zit: goed voor uw conditie (2.4.2.1);
– vraag Hem ook om vergeving, nog beter voor uw conditie (2.4.2.2);
– houd u niet groot voor de buitenwereld, het beste voor uw conditie (2.4.2.3);
– door te volharden bij dit goede begin veroorzaakt u vreugde (2.4.2.4).

2.4.2.1 Geef aan God toe, dat u fout zit; goed voor uw conditie

“Wanneer zij zeggen: “Wij hebben gezondigd, ongerechtigheid bedreven en goddeloos gehandeld”, wanneer zij zich dan tot U bekeren met hun gehele hart en hun gehele ziel en wanneer zij tot U bidden in de richting van het land, dat Gij aan hun vaderen gegeven hebt, hoor dan Heer in de hemel naar hun gebed” (1 Kon. 8:48,49).

Salomo voorzag al iets van wat er in de toekomst zou gebeuren. Het volk, waarvan hij koning was, zou domme dingen gaan doen, zich van God afwenden. Door zo te handelen, zouden ze gegarandeerd in de knoei komen. Maar: daarna zouden ze belijden, dat ze gezondigd hadden, oneerlijk en onoprecht waren geweest. Ze zouden erkennen, dat ze door het leven waren gegaan, zonder God te raadplegen. En daarna, daarna dus pas, zouden zij zich bekeren. Misschien kunnen wij ons de volgorde zo voorstellen:
– oppervlakkig, in eerste aanleg bekeren;
– tot schuldbesef komen;
– diepgaand, meer definitief bekeren; bekeren met het gehele hart en met de gehele ziel.
‘Met het gehele hart’ betekent: met het meest innerlijke van de persoonlijkheid, met dat gebied van de geest, waar geloof, geweten en dieper-kennen zetelen. ‘Met de gehele ziel’ betekent: met het meer aan de oppervlakte liggende deel van de persoonlijkheid, met het gebied van de geest, dat domein is van verstand, gevoel en wil.

Het diepgaande karakter van die bekering zou zelfs blijken uit hun manier van bidden. Hun gebed zou laten zien, hoe ze nu helemaal ‘in de sfeer van God’ waren, zo er in, dat ze zelfs gingen knielen in de richting, waarvandaan zij hun heil verwachtten. Dan zou God ook verhoren. Salomo durft dus niet aan God te vragen of Hij ook verhoort bij een oppervlakkige bekering. Met die term bedoel ik een bekering, die niet dieper gaat dan wat beweging in het gevoelsleven.

U, die dit leest, bent misschien wel eens ingegaan op een uitnodiging om ‘een beslissing te nemen’. Dat is een bekende wijze van uitdrukken in evangelisatiesamenkomsten (reclamecampagnes voor Jezus). Met honderden anderen in zo’n grote zaal of tent stond u van uw plaats op en liep naar voren, tot bij het podium. Daar sprak u samen met die velen om u heen een gebed uit. Ook voerde u met een daar aanwezige, verder gevorderde christen een gesprek. Waarom handelde u zo?
– het orgel speelde zo mooi;
– of er was juist zulk een indrukwekkende stilte,
En toen moest u wel. Goed gedaan hoor; maar er is een mogelijkheid, dat u op de golven van uw emoties ‘naar voren dreef’. Daar kon die evangelist niets aan doen. Het is zijn bediening en zijn roeping om het visnet uit te werpen en massa’s vissen te vangen. Maar daarna komt het ‘uitsorteren’. Als u inderdaad bij uw eerste keuzebepaling in hoofdzaak sentimenteel zou zijn geweest, is het zaak om de bekering te verdiepen. Anders gaat het met u als met de vissen in het verhaal – de gelijkenis – door Jezus verteld: wel even aangetrokken, maar niet blijvend (Matth. 13:4icon_cool.gif. À propos – even tussendoor – als u die gelijkenis leest, zult u misschien denken: “Die teruggegooide vissen boften toch eigenlijk!” maar dat is het nu juist met gelijkenissen: de kerngedachten moeten vertaald worden in geestelijke begrippen. Voor allerlei ‘rand’ gedachten is dat niet nodig of zelfs niet mogelijk. Maar nu weer naar ons onderwerp terug: wij zagen, dat u zich moet laten uitsorteren, dat u een aanvankelijke bekering behoort te verdiepen. Hoe doet u dat nu? Vraag aan de Heer, of Hij uw vervelende streken aan u te binnen wil brengen. Vraag Hem om dat zo te doen, dat u berouw krijgt en eraf wilt. Vraag Hem maar om de ballon van uw hoogmoed en uw tevredenheid met uzelf door te prikken. Vraag Hem zelfs om zijn fijne, scherpe mes te zetten in de zweer van uw grofheden, kwetsende houding jegens anderen, roddel en liefdeloosheid. Dat is: schuldbelijdenis, erkennen dat al uw poeha ook gewoon poeha is.

Misschien zegt u: “Nooit en te nimmer! God mag vele van mijn zweren genezen. Maar dat ene abces… Laat Hij daar maar vanaf blijven. Dat is maar zo klein. Dat gaat vanzelf wel over”. Flink zijn. Ook het foutje van die kleine ontsteking aan God voor genezing toevertrouwen. Als God die nu open mag maken, gaat de etter er naar buiten uit. Later zou die vuiligheid wel eens naar binnen kunnen doorbreken. Wanneer de Heilige Geest u overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh. 16:icon_cool.gif, dan krijgt u een geneesmiddel voor uw geestelijke ogen om te zien (Openb. 3:1icon_cool.gif.

U ziet uw oneerlijkheid, onoprechtheid, eigenwijsheid en de door u geslagen wonden. Schuldbelijdenis, bevrijdend erkennen, dat het niets gedaan is met u, brengt u tot diepere bekering. Even terug naar uw eerste bekering; weet u nog, hoe een groot koor van mensen toen zong: “Zoals ik ben en anders niet”. Onder de klanken van dat lied liep u ontroerd in de richting van het podium. Nu – bij uw diepere bekering – zingt een engelenkoor een vreugdelied (Luk. 15:10). En u zingt innerlijk zelf mee: “Zoals ik ben en anders niet”. De bekering begint nu door te werken naar de diepste lagen van uw persoonlijkheid. Eindelijk houdt u op, om de paraplu van uw prestige op te houden… en wat werden tot voor kort uw armen daar moe van. Wat is het goed voor de conditie om die paraplu van ‘zich groot houden’ dicht te klappen. Wat is het heilzaam om toe te geven, dat u een klein, foutenmakend mens bent, die zichzelf niet kan herstellen.

Wat zijn de eerste gevolgen: nu gaat u ermee beginnen om uw gebedsleven te zuiveren van storende bijmengsels. U stemt de radio van uw ziel tijdens uw gebed zo af, dat Gods zender beter doorkomt. U vraagt aan Hem om u met zijn Heilige Geest zo te helpen, dat u steeds meer haarzuiver Gods golflengte kiest. U vraagt aan God om hulp om de antenne van uw zieleradio precies, maar dan ook precies op zijn koninkrijkszender te richten. Dat is – overdrachtelijk gezien – ‘bidden in de richting van het land’. En dan komt de stem van de Heer door. Hoe? Dat is moeilijk te beschrijven. ‘Gods stem’ is bijna altijd verpakt in uw eigen gedachten. Wat er aan nieuwe ideeën bij u opwelt, is blijer, reiner, positiever. Daaraan herkent u Gods wil, waarvan die andere, betere, gezondere gedachten de voertuigen zijn. De stem van de Heer begint hoorbaar te worden, zoals het kan: luid, sterk, storingloos, fadingloos, zelfs zonder de minste ruis. En de inhoud? Boodschappen van vergeving en aanwijzingen voor verder handelen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 19:22 Reageer op dit bericht

2.4 HOE U DAADWERKELIJK VAN DE VERKEERDE WEG AFKOMT EN
ER AF BLIJFT (hoofdgedachte)

Gedachten:
– hoe tegenspoed een aansporing kan zijn (2.4.1);
– wat schuldbelijdenis kan uitwerken (2.4.2);
– hoezeer het nodig is, dat bekering een beslissing is, waar iemand met zijn hele wezen achterstaat; geen bevlieging, maar een blijvend andere levenshouding (2.4.3);
– hoe nodig het is om die andere levenshouding te tonen door zonden los te laten (2.4.4);
– hoe God degene, die zich gaat bekeren, aanvuurt (2.4.5);
– hoe Jan en Joke van de verkeerde weg afkomen en een veelbelovend begin maken met het er ook vanaf blíjven (2.4.6);
– slotopmerkingen (2.4.7).

2.4.1 Hoe tegenspoed een aansporing kan zijn

“Wanneer het u bang zal zijn en in de toekomst u al deze dingen zullen overkomen, dan zult gij u bekeren tot de Here uw God en naar Hem luisteren, want de Here uw God is een barmhartig God” (Deut. 4:30,31).

Mozes waarschuwt voor nare dingen, die afval van God met zich brengt:
– tegenspoed (Jer. 2:27);
– vervagen van wat nog aan besef van God rest (1 Cor. 10:17);
– wegraken uit de geestelijke omgeving – het milieu – waar men eigenlijk thuishoort (2. Kon. 24:14).
Maar hij komt ook met een troostend uitzicht voor diegenen uit het volk, die het in het diepst van hun wezen goed bedoelen. Tot die kernmensen, waar het uiteindelijk toch om gaat, zegt hij:
– je zult niet verhard worden onder de tegenslagen;
– het zal je alleen wel bang te moede worden;
– daarom zullen jullie willen veranderen;
– je zult op weg gaan om God te hervinden;
– de drang daartoe werkt Hij in jullie harten, dus is het nog genade ook.

Wanneer u dit leest, kan het zijn, dat ook u:
– tegenspoed heeft;
– alleen nog wat vage ideeën heeft over ‘Petrus aan de hemelpoort’, over ‘het vagevuur’ of over ‘Maria’;
– in een omgeving vertoeft, die u innerlijk vreemd is;
– gebonden bent aan verslavingen, gewenningen en gedragspatronen, waarvan u zegt: “Ze horen niet eens bij me!”
Wanneer u echter toch – ondanks alles – een ‘jazegger’ bent (zie bijbelstudie 1), dan wordt u aan het denken gezet door de woorden van Mozes, die ik zojuist citeerde. U krijgt het er benauwd van, zegt: “Ik moet weg uit deze rampen brengende, wezensvreemde sfeer; weg uit dit oneigene milieu, dat de slechtste kanten van mijn persoonlijkheid activeert”. U keert zich tot God. Want: Hij zoekt u en Hij vindt u! (Luk. 15:4). Haal alle positieve elementen, die in uw tegenspoed en verdwaald zijn, nochtans verborgen liggen, eruit (Ps. 119:71). Laat uit verlies winst worden geboren. Gebruik uw verontrusting niet als een hefboom om uzelf nog verder in de modder te drukken. Gebruik haar als een hand, die u naar God uitstrekt om u uit de derrie te laten trekken.

En hoe steekt u de hand uit? Door te bidden; gewoon zeggen: “Jezus… help… ik wil eruit. Ik geloof, dat U mijn hand grijpt”. Gesteld, dat u dat ’s avonds op bed vraagt, is het zo fijn om dan verder te gaan: “Dank U; ik ga nu slapen. Mijn eerste nacht onder uw bescherming en morgen mijn eerste dag”.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:49 Reageer op dit bericht

2.3.8 Slotopmerkingen

Eerst even een technische opmerking over ‘Jan en Joke’. Die mooie bijbelteksten, waarmee hun verhaal doorspekt is, kennen zij lang niet allemaal zelf. Hun gedachten vertonen echter telkens weer raakpunten met schriftplaatsen. Ik ben er dan als de kippen bij om die verbanden zichtbaar te maken.

Dan een verdedigende opmerking over deze twee. U hebt misschien gezucht: “Nou zeg, ze nemen er wel de tijd voor, wat een teuten”. U hebt wel een beetje gelijk. Maar er zijn ook mensen, die zonder nadenken pardoes in het avontuur met God duiken. Soms klagen die in de kortste keren weer: “Dat het zo tegenvalt en dat dit ook niks is” (Luk. 8:13). Daar hoeft u bij Jan en Joke niet bang voor te zijn. Geeft u ze de tijd, bij 2.4.6 komen ze er heus door.

En tenslotte: wat zult u bedenken, wanneer u ontdekt, dat u op de slechte weg bent en eraf wilt (u bent dan iets verder dan Jan en Joke, maar die zijn ook ontaard langzaam):
– “ik ga niet jammeren! Goed, ik ben gestruikeld, maar ik probeer op te staan. Als ik dat probeer op de door God aangeraden manier, zal het zeker lukken”;
– “ik toon mijn berouw, allereerst aan God. Maar daarna toon ik het aan mensen, die onder mijn verkeerde daden hebben geleden”. U bent dan al verder dan Joke ten opzichte van Leontien (2.3.7.9). Zij constateert nog maar, u komt al tot voornemens;
– “ik luister niet naar de duivel. Ik heb hem door. Eerst heeft hij mij opgestookt. Nu zegt hij, dat ik veel te slecht ben om mij te bekeren. Maar ik geloof zijn smoesjes niet”. Jan is hier nog niet aan toe. U wel!;
– “ik weet, dat God mij gaat helpen”;
– “ik weet, dat het kracht kost om los te komen, maar nu wil ik eindelijk eens flink worden”;
– “ik stel het niet meer uit. Mijn opeenvolgende pechgevallen spreken een duidelijk taal. Ik ga niet meer op een – misschien fataal – volgend pechgeval zitten wachten”;
– “ik dank God, dat Hij het überhaupt mogelijk maakt, dat ik mij bekeer. Want de kracht daartoe heb ik niet eens zelf”.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:35 Reageer op dit bericht

Meer van Mijn boeken

↑ Terug naar de berichten