Naar de inhoud

Mijn leven

momenten van belang
akke.beakke.be

Archief

Jaap in de jaren 19657-1971

Jaap van 1967 tot 1971.

Jaap was in die jaren van 22 tot 26 jaar.

Natuurlijk zijn de ouders van groot belang voor de vorming ván de kinderen.
Maar omgekeerd laat God een deel van het vormgevingswerk van de ouders over áan de kinderen.

En aan Jaap was ons boetseringswerk in hoofdzaak geëindigd reeds in 1963, toen hij als 17 jarige 'op kamers ging' en student werd.

Men zou zeggen dat hij het zwaar gehad moet hebben in de ontgroeningstijd als student omdat hij als kind zo gepest was. Maar hij verzekerde mij later nog wel eens:
"Ik heb toch wel nut gehad van mijn opvoeding. Soms zeiden ze bij de ontgroening tegen me, dat ik het meest walgelijke onderkruipsel was dat ze ooit gezien hadden,  gewone opmerkingen bij dit ceremonieel. Dan zei ik, op deze en dergelijke ontboezemingen reagerend:
'Meneer belieft te schertsen
öf:
'Meneer is waarlijk ál te vriendelijk',
standaardgrapjes van u".
Maar dat is dan ook het enige, waarin hij mij prees.

Verder hoorden wij eigenlijk niets van hem.
Hij volgde diverse studierichtingen aan die universiteit, haalde briljante cijfers. En toen opeens....bleef hij daar maar hángen.
"Ja pa....ze hebben daar zulke goede lezingen en apparatuur. Het zou zonde zijn om de studie  zomaar af te roffelen".
"Maar Jaap....27 is een critieke leeftijd voor studeren. Wanneer je die leeftijd bereikt, gaat de inspecteur belastingen vervelende vragen stellen, (dat was toen zo)...En ook houdt de kinderbijslag op"
.
Maar toen wij naar Suriname vertrokken in 1967, studeerde hij nóg en was het eind niet in zicht, hoewel wij daar het zicht op verloren hadden.

Hij kwam nog mar zelden thuis, had geen enkele geloofsinteresse meer. Wij stonden alleen met een financiële band via giro-overmakingen nog met elkaar in uiterst los verband.

Wij hadden veel in hem geïnvesteerd, maar hij investeerde niets in ons. Maar de bijbel zegt toch ook: in 2 Corinthe 12 v 14:
"Niet de kinderen moeten voor de ouders sparen, maar de ouders voor hun kinderen".

Wel; we investeren tot op de dag van vandaag nog in hem. Elke zondag is daar ons gebed voor hem en zijn vrouw.
En wij vragen ons maar niet meer af, wat er toch ooit met hem verkeerd is gegaan en of wij daar schuld aan hadden.

Gebeurd is gebeurd is gebeurd.

Maar u, die dit leest en die soortgelijke ervaringen hebt gehad of die misschien nog zult krijgen....laat nooit de hand los van de Heer Jezus
Psalm 146 v 3 zegt:
"Vertrouw niet op mensen met macht,
op een sterveling bij wie geen redding is"..

En kinderen heben een zekere morele macht ten opzichte van de  ouders. Je hele leven blijf je aan hen denken en bent gevoelig voor hun denken over jou.
Vertrouw niet zonder meer op uw kinderen dat u de liefde en al het overige, in hen geënvesteerd, terug krijgt. Het is immers gewoon onze ouderplicht om zo ons geestelijk en stoffelijk kapitaal te beleggen.
Puur geluk, als wij iets terugkrijgen.
Overigens......
maar ik loop niet op de nog komende , vele jaren voor uit
....hebben wij van diverse van onze kinderen later véel teruggekregen.

Ja, zelfs Jaap en zijn vrouw komen nog wel eens langs, meer dan in vele voorafgaande decennia.
"Ach....er komt nog zoveel goed",
zei een lieve Christenvrouw laatst tegen ons.
Wij kennen haar ervaringen, die vele waren. En zij kent de onze.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:58 Reageer op dit bericht

Periode 1967-1971: het begin.

1967-1971: nieuwe start

Met een wat verdrietig gevoel verlieten wij de gemeente, waar wij met onze ´midden-Nederlandse'  ideeën toch wat te licht gevonden werden en waar het op de duur botste.

En wij vonden een rustpunt in een gemeente in Midden-Nederland met  een wat andere insteek.Ander type mensen, meer ons slag. Want dat is nu eenmaal heel belangrijk: Twee Volle Evangeliegemeenten kunnen precies dezelfde leer hebben. Maar de sfeer in de ene gemeente zal déze wat meer passen en die in de andere gemeente géne.
De Heer geeft in zijn gemeenten over een heel land genoeg veelkleurigheid, dat er - met behouden  van de volle , goede leer-  toch 'elck wat wils'  is.

Wij streken dus in de nieuwe omgeving neer. met veel plezier. En de kinderen vonden ook allemaal wel hun kameraadjes. En omdat zij gaandeweg 'huwbaar' werden, kwam het ook tot verkeringen. Maar daarover nader.

Toch was het wennen.
Marijke bracht de nieuwe situatie als volgt onder woorden:
"Vroeger had u veel te vertellen in de sam-van-toen hè pa. En nú -in deze sam- niks".
Zo'n klein, pienter nest hè. Moest nog negen worden en wist zo zuiver de vinger te leggen op de zere plek.

Want ik was wel een beetje een 'haantje'. Ik wilde wel iets doen, iiets zíjn.
In de maatschappij had ik een eervolle en voldoening gevende werkkring. Dan wil je dat graag ' in het geestelijke'ook zo zien. Maar niemand zag me staan.

Ja; wat een wonder. Uit mijn vorige gemeenten kwamen wel eens berichten:
"O...is die ruziemaker nu bij jullie".
Het is in het Evangelie geen aanbeveling , wanneer je -terecht of ten onrechte- zo'n verleden meetortst.

Maar dat neemt niet weg; wij hadden het daar wel goed. Ik zette mijn aspiraties maar op een laag pitje, genoot van de veelsoortige predikers, die toch allemaal eenzelfde hoofdlijn hadden, want daar werd goed opgelet.  In alle rust kon ik mijn geloofsleven verdiepen en aanvullen met nieuwe inzichten, die duidelijk werden.

Zo' n periode van stabilisatie was echt wel nodig na de bonte plekken en de kneuzingen, die wij al hadden opgelopen.

Deze gemeente zag zichzelf ook als ' een vluchtheuvel' voor allerlei vermoeide mensen.

Zo kijk ik ook op deze jaren terug. ; Het was een tijd van verademing, die soms in het Christenleven heel nodig kan zijn. En ook deze tijd gebruikte God om aan ons innerlijk te werken en het verder te boetseren.

Goed; zie dit maar als een inleiding. Ook voor deze tijd zou gelden:
"God heeft ons geen rustige vaart beloofd, maar wel een behouden aankomst".

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 19:32 Reageer op dit bericht

Laatste terugblik op 1962-1966

Balans over de jaren 1962-1966:

In 1959 hadden wij- mijn vrouw en ik- het Volle Evangelie ontdekt. We hadden gezien, hoe de Heer Jezus ons een veel groter schat had nagelaten dan wat tot dusver in de kerk, die wij bezochten, werd gezegd.

Hij had ons ook - dat zagen wij nú- de bijstand van de Heiligre geest aangeboden, de Geest, die altijd Jezus' woorden in je gedachten terugbracht en je aan de hand van die woorden heenleidde naar het hart van God de Vader.

En wij hadden de gevaarlijke belangrijkheid van de duivel leren waarnemen, die onze voornaamste vijand is, hoewel wijzelf aansprakelijk blijven.

Wij waren na al die waarnemingen door grote crises heengegaan. Eerst waren wij uit een huiskring gegaan in 1961 en aan het slot van de bovengenoemde periode uit een gemeente. Maar...waren wij bij al die avonturen nu wezenlijk vooruitgegaan ?.
Ik denk dat ik daar niet somber over moet doen.

Een voorbeeld uit de gewone gang der dingen. Ooit eens werd tussen Noord-Holland en Frieslnd de Afsluitdijk aangelegd. Vele jaren waren nodig om op het hechte fundament van gevlochten matten, samengedrukt en aan de grond geklonken door zware stenen, een lichaam van keileen te laten verrijzen. Staag werkten kranen door,  die bakken vol van dit dijkenbouwmateriaal leegmaakten. En al die tijd bleef de dijk onder water. Ondeskundigen konden zeggen, dit jarenlang volgehouden noeste bedrijf aanziende:
"Maar er gebeurt niets. Als jíj een dijk ziet dan mag je het zeggen".
Maar al die tijd was daar het brede dijklichaam onder water, totdat in 1932- denk ik- de een de ander toeriep:
"De dijk....de DIJK....daar is t ie eindelijk".

De volharding van de bouwers, van de kraandrijvers en de keileem-aanbrengers tezamen, had er tenslotte toegeleid, dat het bouwwerk boven water kwam.

En zo hebben mijn vrouw en ik, door Gods genade, volgehouden, ook al maakten wij beiden ontegenzeggelijk fouten in de opvoeding van die kostelijke kinderschaar.En de Heilige geest zwoegde maar keileem aan om die in 1959 gelegde fundering zinvol te maken

Denk nu ook weer niet te luchtig over onze manier van opvoeding.
Een veel voorkomend familiegrapje was, dat ik de boven aan de trap staande dochters waarschuwde , dat ma het eten klaar had. Dat ging op de volgende wijze:

"Mieke....de bevalligheid is...?
"...bedrog..." (Statenvertaling van Spreuken 31 v 30)
`Willie : ...en de schoonheid...?
" ...ijdelheid..."
" Ida....maar een vrouw die de HERE vreest..."..
".....die zal geprezen worden...."
En dan sprongen die mooie, levenslustige wichten de trap af.

Tot in onze familiegrapjes toe speelde Gods woord een rol.

Ach.....door veel meer beproevingen/verzoekingen heen is op de duur 'onze dijk' boven water gekomen. En wij zijn nu bezig om op die dijk een heerbaan voor de koning aan te leggen volgens dit woord van Jesaja: 35 v 8:
"Daar zal een gebaande weg lopen,
'Heilige weg' genaamd".

Wij bidden voor al onze kinderen, die nu ook al de 'zestig' gaan naderen of die grens zelfs al hebben overschreden , behalve de 'jonkies', die nog tegen de 'vijftig' aanzitten.
En wij vragen de Heer:
"Ach Heer....mogen zij ook nog eens de roep verstaan uwerzijds:
'Je zult een stem achter je horen zeggen:
Dit is de weg die je moet volgen'(Jesaja 30 v 21)" .

En nu is het de tijd om de jaren 1967-1971 te gaan bezien, toen dat 'grote gebeuren' plaats greep: ons vertrek voor vele jaren naar Suriname.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:41 Reageer op dit bericht

.....en 'de kleintjes....'?

1962 -1966; De 'kleine twee'...het 'nagezin' ...

In 1958 werd Marijke geboren. En in 1961 Mariëtta. Zij waren dus in de bovengenoemde jaren van 4 tot 8 en van 2 tot 6.

Er zit zo iets liefs in ´een nagezin´. Wij -als de ouders- waren in de periode dat er vijf kinderen kwamen, nog zo jong... van 22/23 tor 28/29 en wij hadden nog zo weinig voortgang gemaakt op de ladder van welvaart en maatschappelijk aanzien, dat we als betrekkelijk onervarenen ´alle zeilen  moesten bijzetten´ om de kids althans aan het eten te houden en te zorgen dat ze gekleed werden.

Maar deze twee 'nakomertjes'...'late lammetjies' noemen onze ´Afrikaonder´ kennissen dat...wat bezorgden zij ons veel plezier. Je hebt je beoogde klimplekje op de maatschappelijke ladder bereikt; je hebt een ruim toereikend salaris. En je bent zélf je jeugdige onevenwichtigheden te boven.

Vooral van Mariëtta genoten wij. Marijke werd nog geboren in een tijd van geestelijke crisis. Het zou nog éen jaar duren vóor ons gezegende geloofsréveil kwam.  Maar toen Mariëtrta leerde lopen, had ik er zo´n vreugde in met haar te gaan wandelen. Ik was begin veertig, had een blij geloof en een goede baan en een leven vol ervaringen achter de rug. En om dan nog eens te mogen wandelen mert zo´n klein snoesje aan je hand, zo´n kindje, dat bij elk huis , waar we voorbijgaan even het hekje moet binnenlopen om ´naar de kindjes te zwaaien´.

En met Marijke hadden we ook veel plezier.En van de dialoogjes tussen deze twee al evenzeer.
Zo herinner ik mij een vraag van Mariëtta.
`Marijke.....de Here Jezus kan best over onze drooglijn springen hè`.
En dat antwoord
`O jawel hoor. Alleen.... hij doet het nooit waar wij bij zijn`..

Wij lachten. Maar ... goed beluisterd.... was het net of er bezig was in Marijke een critische gezindheid te ontwaken.
En in een kerstperiode betrapten wij die beiden er op, dat ze op de wijze van ´Stille Nacht´ aan het zingen waren.
"Worst op m'n brood".

Mogelijk hadden wij  streng moeten berispen, dat zij zo´n heilig liedje niet moesten bespotten. Maar het kwam er niet van. We hadden zoveel te stellen met ´de grote vijf´, dat we door ´de kleine twee´alleen maar geamuseerd wilden worden.

Och... ik kan eigenlijk alleen maar voor mijzelf spreken.

Vanmorgen behandelde ik met de kinderen van de kinderclub de levensgeschiedenis van koning Asa. Die begon goed als koning, maar op latere leeftijd ging de scherpte er steeds meer af en ..1 Koningen 15 v 16 / 24....  hij liet steeds meer  steken vallen.

En zo kan ook het gebrek aan scherpte worden verklaard, waarmee wij onze ´jongste twee´ bezagen.

Jullie zullen niet onder de indruk zijn gekomen van de wijze waarop wij onze kinderen´aan vaders en moeders hand tot Jezus leidden´, zoals professor Waterink dat zo mooi omschreef.

Maar misschien kunnen jullie die dit lezen, alert blijven, nu jullie lezen, hoe een heel gewoon ouderpaar de zaken toch niet helemaal goed aanpakte ondanks de degelijke Christelijke opvoeding, die ze toch wel gaven.

Nu ja... er komt nog tijd genoeg om de verdere ontwikkelingen aan te stippen. We zijn pas in 1966, nu al weer veertig jaar geleden.

Maar tot nu toe was het ´Leitmotiv´.
` Hoe zie ik, nu... min of meer....achter de feiten staande, de hand van God in mijn leven, de hand die mij kneden wilde tot ´een man van God´.

En dan moet ik zeggen. Die hand wílde mij wel kneden, maar door onoplettendheid mijnerzijds ging dat niet zo goed als God wel kon .wensen.

Leer maar uit mijn suffigheden.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:31 Reageer op dit bericht

1962-1966: Ida.

Hoe het liep met Ida...(Jonkvrouw)

Ida groiede in die jaren op van 11 tot 15.

Maar ze had al eerder hevige ervaringen.
In 1960 begon ze al met ons mee te gasan naar bevrijdings- en genezingsdiensten en ze was toen toch nog maar 9 jaar. En ze had iets speciaals, waardoor ze alles heviger beleefde dan onze andere dochters, die al 'meetelden': Mieke en Willie. En zeker beleefde ze het ook intenser dan haar goedmoedige broer Harry. Jaap was er nooit bij, bij welke dienst dan ook, nu ja; soms eens een keer verdwaald, maar vanaf 1963 was hij dus uit ons gezichtsveld verdwenen.

Maar dít kind; later heeft ze ons nog wel eens verteld, dat het haar altijd nogal hevig beroerde, de soms wel wat tumulteuze ´bevrijdingen´, zoals dat toen ging in die tijd. en toen ze dat een keer vertelde, dacht ik er ook opeens aan terug, dat ze als nog kleiner kind soms erg getroost moest worden, omdat er ´enge dingen'waren.

In ieder geval: in de jaren 1962-1966 had ze aanvanlelijk ook nog eens de pech, datr er in haar leeftijdsklasse in de gemeente, waar we toen waren, alleen maar een nogal ruw meisje beschikbaar was om vriendinetje mee te worden. En door ons vertek uit normaal kerkgaande gezinnen verloor ze ook een lief vriendinnetje, dat heel keurig was.

Eigenlijk groeide ze wat zorggevend op. Leuk kind, maar tikje geneigd om buiten de nette burgerpaadjes te gaan springen.

En dan dat stemmetje van haar. Ik kan niet zeggen, dat het hard was. Maar het was op een zekere manier zodanig, dat je....
een groot gezelschap naderende, waarin zij ook was
....temidden van alle gedruis van zo'n grote groep pratende personen, haar stem altijd hoorde 'bovendrijven'..

De oudere zusjes gingen al gauw mee op evangelisatie enz. |maar zij kwam daar niet, voor zover ik mij herinner.

Och; ze was in die jaren zo'n luchthart-treurniet. Thuis kreeg ze er wel eens van langs vanwege haar belhamelstreken. maar dan ging ze ´s morgens naar haar vriendinnetjes. en zodra ze het tuinpad af was, was alles vergeten en de hele dag stond in het teken van vriendinnetjes, want , na dat wat ruwe kind, waarover ik zoëven sprak,  kwamen er alras andere vriendinnen, waarmee ze hevige avonturen deelde.

Ach, je ziet het, een heel gewoon gezin, met alle gebeurlijkheden van onderling sterk uiteenlopende karakters. Maar in al die ´kopstukken´was Ida toch nog weer ´extra apart´.

En zo ging heel dat lieve stellteje van vijf, de eerste grote groep van onze kinderen met volle zeilen de volwassenheid tegemoet.
En in geestelijk opzicht is het geen ´successtory´geworden.

Maar dat hoor je wel bij het zich ontwikkelen van het verhaal.Later zei eens iemand tegen ons
`Zo....geen enkele van jullie zeven kinderen is bij het geloof gebleven. Dan moeten jullie je toch maar eens duchtig achter de oren krabben`.
En dat hebben we dus gedaan. maar het heeft niets uitgehaald.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 18:51 Reageer op dit bericht

Jaren 1962- 1966….en hoe ontwikkelde Harry zich. ?

 

Deze tweede zoon, tevens dit vierde kind, groeide in die jaren op van 12 tot 16.

 

Een heel andere jongen dan Jaap. Terwijl Jaap, wanneer hij het lange eind naar zijn Gymnasium moest fietsen, telkens mopperde:

“De marteling gaat weer beginnen”,

ging dit jongske, toen ook voor hem de tijd gekomen was om naar de H.A.V.O. te gaan, (toen heette het nog nét H.B.S.) blijmoedig derwaarts. Het was een echt sportjochie.

Nooit hoefde je hem, in tegenstelling tot zijn ongemakkelijke broer, aan te porren om nu eens naar buiten te gaan.
Hierboven had ik het er  over, dat hij ook naar de ´HAVO´  moest fietsen, evenals Jaap naar het Gym. maar dat was dus in latere jaren.
Van eerdere jaren herinner ik mij veel grappigs. Zo kwam hij een keer  van het 'hengelen' terug met een heel klein visje als buit. Ik prees hem, zeggende:
"Prima voor de poes. Scheelt al weer een dubbeltje in kattenvoer".
En hij, verontwaardigd:
Ëen dúbbeltje....een dubbeltje!!! ..zeg maar rustig : EEN GULDEN !!!

Maar ik zit hier nu niet om de grappige gezegden van de kinderen te beschrijven. Daarvoor is , onder andere,  dat ándere dagboek, dat nu al meer dan 9000 pagina´s telt en dat vooralsnog ´binnen de familie´ blijft.

Belangrijk voor zijn geestelijke ontwikkeling is het volgende voorval. Hij kwam een keer druipnat uit school thuis en klaagde.
` Ik had aan ´m´ gevtraagd of ´hij´ het wilde laten ophouden met regenen....en ´hij´ deed het niet`.
Wie weet wat voor geloofscrisis dat bij hem veroorzaakt heeft. Maar
ik stond er niet zo zeer bij stil.

Later kreeg ik eens inzage in het jongensdagboek, dat hij toendertijd bijhield. Een zin trok zeer mijn aandacht
`Wij konden tot mijn spijt niet naar de samenkomst, omdat de auto niet door de sneeuw heen kon komen. Maar toen heeft vader thuis een bijbelstudie gehouden en dat was ook erg leerzaam`.

Veel en veel later, toen hij getrouwd én afgedwaald was, had zijn vrouw de gewoonte om deze zinsnede uit dat dagboek overluid voor te lezen aan de verjaardagsvisite, luchthartige jonge mensen, zoals zijzelf.
Dan had hij het altijd  wat ongemakkelij onder het gegier. Zijn ´vrome´verleden lag opeens ´te kijk´voor dat hele gezelschap.

Maar nu grijp ik te ver vooruit. In de jaren, hierboven genoemd, was het een zelden dwarsliggend kind, dat trouw meeging, in de ´muziek´zijn aandeel had met heel aardig gitaarspel, met kerst wel eens een bijdrage leverde aan het gezellig gemeente samenzijn.

Wij hielden hem ´het goede´ heus wel voor. Pas in de jaren na 1966 kwam er een duidelijke ontwikkeling van Jezus en God en de blijde boodschap áf.

Echter....we hadden onze kinderen lief...en we hadden Harry lief, wat in deze periode niet zo moeilijk was . En we hebben ze nog allemaal lief en tot aan onze dood zal ons gebed voor hen allen niet ophouden.
Nóg weten ze allemaal.... Zondag Jaap en echtgenote, Maandag Mieke en gezin, Dinsdag Millie en kind, Woensdag Harry met zijn gezinnen. Donderdag Ida met man en kinderen. Vrijdag Marijke met man, zaterdag Mariëtta met man en kinderen.

En dat is , wat we nu nog kunnen doen.

Daag
Ger











Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 15:21 Reageer op dit bericht

1962-1966:....en nu Willie.

Willie groeide in die jaren op van 13 tot 17. Evenals Mieke een aantrekkelijk, goed-ogend meisje. Dat bleek tijdens de lange kampeertochten, die we in die jaren maakten, door Duitsland, Italië en Frankrijk. Dan was er volop belangstelling van de kamperende jongens voor Mieke, Willie en Ida, (zij komt nog). En de kamperende meisjes hadden alras belangstelling voor Harry, (komt nog)..

Willie en Mieke:
- allebei gingen ze op straatevangelisatie
- allebei gingen ze mee bij  evangelisatietochten door het hele land van groepen jeugdigen uit onze kringen
- maar bij Willie was er nog iets extra's: ze had een hechte vriendin in onze kring, nog al liefst de dochter van onze voorganger, met wie ze zelfs 'ínternatrionaal' ging, op bezoek bij evangelisten  in Frankrijk.

Zeg niet:
"Die ouders hadden het veel te druk met huisbezoek en evangelisatie; ze lieten die kinderen maar ronddarren".
Nee hoor:
- ze gingen naar allerlei jeugdkampen
- bij het orgel zongen wij thuis alle leuke en fijne liedjes
Echt....we konden niet verwachten, dat het later liep, zoals het gelopen is.

Onder de lezers zullen er vast wel zijn, die zich net als wij van alles moeten afvragen.
Och; we komen nog wel over die latere ontwikkelingen te spreken.
maar mijn vrouw en ik willen aan de bovengenoemde jaren terugdenken als aan fijne jaren met meedenkende dochters.

Eén lief ding wil ik nog van Willie vertellen: toen ik in 1962 een auto kreeg en bij het leren erg veel moeite had, kwam toch de tijd, dat ik frank en vrij overal naar toe reed. En toen was er opeens dat lieve stemmetje van een veertienjarige:
"Weet u nog pa, dat u zich zo veel zorgen maakte. En kijk nu eens, hoe fijn u nu rijdt".

Dat deed zo goed. Dat vergeet je nooit meer. En toen we later eens door Bonn reden...
de grote rondwegen om die stad waren er toen nog niet
....was daar weer Willie:
"Pa; u rijdt hier, alsof u hier elke dag komt".

En toen we na zo'n lange, avontuurlijke reis thuiskwamen, zeiden de drie meidjes in koor:
"Bedankt voor die 3000 veilige en mooie kilometers Wat hebben we veel gezien".

Ach; laten wij allen vooral zien naar de mooie dingen, die we met de kinderen meemaakten. We hebben allemaal wel van die zoete herinneringen.

Over de wolken, die ooit kwamen, hoor je behoorlijk veel later,.

En nu is er al jaren veel zonneschijn in de omgang met vele van onze kinderen. Met de andere wegen, die zij gingen, hebben wij geleerd te leven.

Daag
Ger 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 17:00 Reageer op dit bericht

... en de kinderen; hoe ging dat tussen 1962 en 1966

De kinderen in de opgroei: allereerst Mieke

Laten we even recapituleren.

Jaap: dat heb ik al met jullie behandeld: in 1963 ging hij op kamers bij zijn oma. Op geestelijk gebied was zijn opvoeding een teleurstelling geworden; dat heb ik jullie al verteld. Hij verdween in 1963 ook in grote trekken uit ons leven. Niet omdat hij kwaad was of zo. Maar hij was totaal niet familieziek en liet zich weinig meer zien.

Maar de tweede; Mieke: Ze groeide van 1962 tot 1966 op van 15 tot 20; hoe ging het met haar ?

Ach; je weet, hoe het is met dochters. de puberteit verloopt , zeer in het algemeen gesproken, rustiger dan bij jongens.
Ze slaagde in 1964 , -meen ik- voor haar M.U.L.O, (tegenwoordig Mavo). Ze ging trouw mee naar de samenkomst, geen greintje pijn, had daar, zoals dat gaat met meisjes in die leeftijd, al eens een 'boyfriend' , waar wij als ouders dan weer niet zo blij mee waren. Soms kwam ze thuis met weer eens een nieuwe uitverkorene en vroeg dan:
"Pa...hoe vindt u Wijnand".
En dan kon ik weinig meer zeggen dan:
"Hij heeft wel een mooie winterjas aan hè".
Want haar keus was altijd een beetje op oppervlakkige jongens. Knapen, die ze toch wel in onze kring ontmoette, knapen met enige geestelijke 'diepgang', waren niet haar 'eerste keus'.

Na haar Mulo ging ze direct op kantoor. Ik herinner mij een Kerstweekend, waarop wij allen nog te bed lagen. Plotseling hoorden wij de buitendeur dichtklappen en we wisten:
"Mieke, die op kantoor, door de 'cultuur'daar, geen vrije dagen heeft rond de kerst, zoals de meeste mensen wél, is op weg naar haar baantje".

En mijn vrouw en ik zeiden tegen elkaar:
"We worden al wel een beetje oud hè. onze dochter gaat naar haar baan en wij luieren verder nog allemaal".

Best wel een ijverig meisje. Ging keurig naar de jeugd voor bijbelstudie en vriendinnen. Maar haar hart was er niet echt bij.

En alweer: ik denk wel eens dat ik meer met haar had moeten praten. Maar dat heb ik niet genoeg gedaan. Ze was gemakkelijk, meed conflicten en toen vond ik het als vader al wel weer goed.

En mijn vrouw; die kreeg in de periode 1962 onze twee nakomertjes: Marijke, 1958...nu ja, die begon eraan als driejarige, en Mariëtta, (1962); die eindigde deze periode als 4-jarige..

Nu zullen jullie zeggen;
"Wat heb ik hier nu géestelijk aan".
Maar jullie hebben gezien, hoe er in ons gezin een kind opgroeide, dat wij wel onderwezen en lieten onderwijzen in 'de dingen van de Heer', maar aan welk kind wij verder niet zoveel aandacht besteedden, omdat zij zo weinig problemen gaf, vergeleken met haar boefbaffende oudere broer.
Kijken jullie je kinderschaar eens na en vergeet de 'zich stil houdenden' niet.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:42 Reageer op dit bericht

En hoe ging het in de samenkomst

1962-1966: oudste geworden en oudste áf:.

In 1961 hadden mijn vrouw en ik kennis gemaakt met een grote groep Midden-Nederlandse mensen, die ons wel lagen.
Maar de groep daar kon er maar niet toe overgaan om zich om te vormen tot een gemeente.
En in het westen van het land ontstond ergens wél een gemeente. En wij vonden het gewenst voor de kinderen om ons aan te sluiten bij een samenkomst, waar ook kinder-, tiener- en jeugdwerk was. En dat alles begon dáar te groeien.
De  moeilijkheid was echter, dat wij daar met een mentaliteit te maken kregen, die ons  minder lag. De bezoekers van deze samenkomst waren voor een deel afkomstig van erg conservatieve kringen op geloofsgebied. Het was al een wonder, dat zij de doorbraak hadden gemaakt naar het ´Volle Evangelie´, maar zij kwamen daar binnen met een heel pak van de oude ideeën, die zij  niet af wilden of konden leggen.

Op de duur zou dat tot brokken leiden. Maar in de eerste jaren -1962/1964- was alles heel harmoniasch. Ik zat in een mum in de oudstenraad. Ik organiseerde evangelisatie-avonden door de hele streek heen en daar ondergingen wij, actievelingen in de gemeente onze vuurdoop, om in een behoudende regio frisse, nieuwe ideeën te verkondigen.

Maar geleidelijk aan groeide er toch een stille scheidng van de geesten. En dat leidde tot een uitbarsting tijdens een broederraad, toen bleek, dat velen in de kring mij te luchtig en te oppervlakkig vonden.

Ik trad af als oudste en bezocht die kring nooit meer, teneinde niet in de verleiding te komen , op enigerlei wijze  mijn ´recht´ te zoeken.

Ik schrijf dat nu zo 'en passant ' op, maar de nood, die over  mij kwam, is niet goed uit te leggen.

Dat kwam een keer tot een climax, toen ik met de auto op weg was  naar  mijn dagelijks werk. Ik voelde, dat ik de totaal andere spanningen dáar niet zou kunnen dragen, wanneer ik niet even in de rust kwam.

Tot op de dag van vandaag weet ik de plek nog precies, waar ik de auto parkeerde en een hooggelegen weiland opliep,  vanwaar ik de stad kon overzien, waar ik straks weer hard zou moeten strijden in die heel  andere sector van mijn leven, mijn dagelijkse werk als rijksaccountant.

Ik liep daar rond met een wanhopig gebed:
"Ik had die gemeente zo lief. Altijd was er het gebed:
'O  Heer...wilt u alles, wat de groei belemmert, daar wegdoen..' '

En toen ging het opeens door mij heen:
" En nu zeiden ze tegen jou:
'Je moet echt weg. Je past niet in de groep' ".

En op de een of andere manier was dat zo'n zot idee, dat ik hard begon te huilen. En dat huilen ging over in gelach om de vreemde wendingen, die het leven soms neemt.

En genezen door dat gelach stapte ik in de auto en reed de helling af.

Tóen was het nog niet helemaal over. Maar vanaf dat moment ging het beter en wilde ik weer nieuwe dingen ondernemen. Ik had mijzelf onderzocht, was door de Heer bijgesteld en nog weer eens wat verder 'afgetrimd'. Maar ik had de liefde van God nog in mijn hart.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 20:25 Reageer op dit bericht

de verloren strijd om het NIVRA-brevet: 1963-1965

Het N.I.V.A.-brevet; onbereikbaar gebleven.

Na de veroverde rang van 'adjunct accountant eerste klas' ging ik vol goede moed op weg naar de twee deeldiploma's, die mij nog scheidden van de fel begeerde accountantsrang, die ook nog weer zo ver uitliep, zelfs tot hoofdaccountant.

Maar ik bemerkte in de loop van een worsteling van drie jaar, dat er ergens grenzen zijn. Ik wilde alles gelijk hebben:
- een succesrijke werkring
- een volbrachte studie
- een avondbaan als leraar belastingrecht
- een volle vrije-tijdsbesteding als oudste van een drukke gemeente
- een goed beheer van een gezin met nog zes kinderen, in leeftijd variërend van 16 tot 3.

En dat gíng eenvoudig niet. Het gebeurde, dat ik tijdens mijn werk, in de middagpauze:
- een leerboek trachtte te bestuderen
- een campagne van de gemeente probeerde voor te bereiden
- ....en dan ook nog eens alle lectuur, die ik binnenkreeg, wilde doorlezen.
Dat moest fout gaan. En dat ging het dan ook. Bij éen van die inspannende middagpauzes 'ging ik even helemaal op slot'.
's Middags wachtte mij een belangrijke  slotbespreking, een hoogtepunt als afsluiting van een 'onderzoek'. En ik wist helemaal niet meer, wat ik daar mee aan moest. Dat herstelde zich dan wel weer, maar vanaf dat moment kreeg ik waarschuwing op waarschuwing: laat de kaars niet aan twee kanten tegelijk branden.

Twée kanten??...menslieve: een kaars héeft maar twee kanten, maar ik stond rondom in brand.

Die bijbaan ging er het eerst aan. 's Avonds ook  nog eens voor dat beetje extrageld op pad...en dat terwijl dat leeraarschap me niet lag.
Weg ermee.

En toen de studie: ik zag een oudere collega telkens zijn hoofd stoten aan 'controle leer'. Dat ging keer op keer mis. En ik was nog maar bezig aan 'ínrichtingsleer' en daarvoor was ik al tweemaal gebakt. En extralessen waren er alleen op zaterdagmorgen en die morgen kon ik niet missen in verband met boodschappen en zo.

En tenslotte moest ik mij erbij neerleggen dat het volledige diploma te hoog voor mij gegrepen was. Ik was inmiddels ook al weer de veertig gepasseerd. En boven die leeftijd moet je ook eigenlijk niet meer voor een diploma studeren.

|Maar wat me dat gekost heeft ! Ik was altijd gewend geweest om nooit iets los te laten. En nu móest het. God modelleerde aan mij door. Híj hoorde op de troon van mijn hart te zitten, immers:
"Gij zult de Heer uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en uit al uwe krachten".
En wie er toch allemaal op die troon elkaar verdrongen, terwijl God daar als enige behoorde te tronen !!

Met een ferme bluts van Godsweg bleef ik achter, toen ik uiteindelijk de diplomajacht uit mijn handen had laten wringen. maar die bluts paste uiteindelijk ook weer in Gods vormingswerk, mijn persoon betreffende.

Daag
Ger
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 16:17 Reageer op dit bericht

Meer van Mijn leven

↑ Terug naar de berichten