Naar de inhoud

Mijn leven

momenten van belang
akke.beakke.be

Archief

....de hemel klaart iets op 1958-1959....

1958- 1959: de geleidelijk aan opklarende hemel.

Het hoeft geen betoog....mijn vrouw leed onder de zware druk van een gezin met vijf kinderen.

Het had allemaal wat gemakkelijker te dragen geweest, wanneer er harmonie geweest was in de echtelijke verhoudingen. Maar die was er níet. Dat heb ik in het vorige topic uitgelegd.

En haar zwakke gezondheid speelde ook een rol. Begin 1958 kreeg zij zoveel last van spataderen, dat zij voor een operatie opgenomen moest worden.  Maar tijdens die operatie had zij een wonderbare ervaring. Er zat voortdurend een in het wit geklede persoon naast haar bed. Die sprak haar bemoedigend toe en ze voelde zich na afloop heerlijk uitgerust.

Het was een katholiek ziekenhuis en ze vroeg na afloop:
"Wat een service was dat van jullie, dat er tijdens de operatie een van jullie naast mijn bed zat en heel lieve dingen zei. Gek eigenlijk...ik was toch onder narcose, maar ik kon alles volgen, wat ze zei, hoewel ik het nu niet meer zou kunnen weeergeven".

"Hoe was die troostende figuur gekleed",
wilde de non weten.,
"Helemaal in blinkend wit".
"Maar je weet toch, dat wij een hoofdzakelijk zwart habijt hebben en dat wij tijdens de operatie niet in de weg lopen".
En toen zwegen zij een poosje, tot ze opeens allebei wísten: "een engel!!!!"

Thuis teruggekeerd, bleef er toch een trieste herinnering: je hele leven verder zware elastieken kousen dragen. Dat is een naar vooruitzicht voor een jonge, levenslustige vrouw van 34.

Ik denk dat er een mengeling van allerlei gevoelens bij ons beiden is geweest, die er ten slotte toe leidde, dat geleidelijk aan de zekerheid bij ons groeide, dat er een zesde kind op komst was, terwijl de jongste in ons gezin toen 7 was. Er zal van alles gespeeld hebben:
- de schrik over de operatie
- het lichamelijk ongemak bij mijn vrouw , waartegen wij ons beiden verzetten door juist nu 'iets te willen ondernemen', misschien met de verborgen idee: 'ze krijgen ons niet klein'
- het besef, dat wij ons de weelde niet konden veroorloven van gekibbel
- een enigszins herlevende tederheid onder de druk van de tegenslagen

Ik meen te weten, dat de ruzies bedaarden na al die ervaringen van 'operaties' en 'engelen' en met die nieuwe ervaring , die in december tot gezinsuitbreiding zou gaan leiden.

En in diezelfde tijd kwam mijn schoonvader eens op bezoek, die vertelde:
"Nou iets raars meegemaakt...ik heb 'in tongen horen spreken' ".
"O vertel....vertel...!!!".

"Ik was een zekere Hoekendijk gaan beluisteren. Die man sprak wel leuk hoor. Soort evangelist, denk ik. Maar er was ook gelegenheid voor de aanwezigen om iets te zeggen. En toen hóorde ik het dan....'t Klonk wel goed, maar er was geen woord van te verstaan".

"Toen met Billy Graham maakte ik ook al iets uitzonderlijks mee",
antwoordde mijn vrouw:
"En nu weer. Gaan we eindelijk iets nieuws beleven?!"

Maar ik riep druk:
"O...ik wil daar ook heen. En wij hebben nu net een apparaat, waarmee je gesproken taal kunt opnemen. Dan ga ik het thuis uitwerken en kijken welke taal het is".
Echt praat voor een 'doener', die een opmerkelijk verschijnsel wil ontleden.

Maar ach; er kwam natuurlijk niets van. Maar in ons achterhoofd bleef iets hangen van:
"Hé....wat zou dat geweest zijn?"

Het was druk in het gezin. Jaap ging als eerste naar de middelbare school. Er waren de voorbereidingen voor de bevalling. En de operatie was een waarschuwing geweest om wat zorgvuldiger met elkaar om te gaan. En ik studeerde nu weer voor accountant Nivra. Ook iets om 'je hoofd bij te houden'.

Er kwamen- onbemerkt door ons- heel geleidelijk tijden van uitredding aan.

Ik durf niet vragen of u in dit alles iets van uw levensgang herkent. Maar zoals de Heer reddend en herstellend in onze levens begon te werken, zo heeft hij dat ook bij u gedaan of gaat hij dat doen, wanneer u hem- misschien onbewust- de kans geeft.

Daag
Ge

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 18:14 Reageer op dit bericht

Daar zijn de donkere wolken: 1952-1957

De geleidelijk aan verduisterende hemel...

In 1957....
ik was nog 34, zou dat jaar 35 worden
...had ik eindelijk mijn 'vaste stekkie' gevonden, iets, waarop de jonge mannen in die tijd nog hoopten als hun eindbestemming. Een goede, vaste positie met carriëremogelijkheden en oplopende salarisschalen over een redelijk lange periode, zodat de plezierige spanning van het 'elk jaar wat vooruitgaan' erin bleef.

34 was toen al 'oud'. Eigenlijk moest je met je dertigste al binnen zijn in zo'n soort baan. En het rijk nam niet graag mensen aan, ouder dan dertig jaar. 34 was dus 'kantje boord'. Maar goed: ik was binnen.

Maar was ik ook 'geestelijk' binnen. In mijn innerlijk woedde een 'kaalslag'. Ik was helemaal aan het eroderen, aan het 'uitspoelen', aan het afkalven, wat mijn geloof betreft.

De harde maatschappij, die je soms opeens zonder 'dank je' aan de kant schoof....het staag groeiende gezin...mijn vrouw, die niet sterk was en toch met haar 28ste al moeder was van vijf kinderen: het was allemaal zó uitputtend. Onze humeuren leden eronder. We hadden nare ruzies, die wij dan wel uitkibbelden op bed. De kinderen merkten er dus niets van, nar wij dachten...
Later hebben wij wel vernomen, dat ze terdege aanvoelden, dat er iets  fout zat.
...en ook was er een klimaat om ons heen van een orthodoxe kerk in een kleine plaats, waar weinig van uitging.

Innerlijk dorstten en hongerden wij naar iets nieuws, een nieuwe impuls. In de kerk waren de predikingen keurig 'christocentrisch', maar er ging zo weinig van uit, dat wíj nu eens 'de handen uit de mouwen moesten steken'. Ik kreeg de indruk, dat 'het allemaal van Jezus moest komen' en dat er helemaal nergens een taak voor óns lag.
Ach; de dominee en de prediking hadden beter verdiend.
Maar de grond van ons zieleleven was zo uitgedroogd, zo aan het verstuiven, dat de prediking voor mij althans geen weerklank vond in mijn hart.

De kinderen groeiden en groeiden maar. In 1957, toen 'de donkere wolken' zich al meermalen ontladen hadden in felle verbale conflicten, veroorzaakt door een 'helemaal op elkaar uitgekeken zijn', waren die kinderen ook nog eens van 6 tot 12 jaar. En vooral vroeg-puberende Jaap veroorzaakte veel kopzorg.

En toch, terwijl de gietregens over ons huwelijk neerplensten, terwijl zelfs het woord 'echtscheiding' al eens viel....
maar dat was , gezien de tijd en gezien het kindertal ondenkbaar.
...ritselde er toch al iets van hoop.

Betty ging in 1955 naar een Billy Graham-manifestatie in het Feyenoordstadion. Ze kwam terug, vol blijde verhalen. Ze hadden zó gezongen in de bus, met de hele vrouwenvereniging.

En in het stadion was iets heel ongewoons gebeurd. Een man was opgestaan en had opeens heel lelijke dingen geroepen, geschreeuwd eigenlijk: over Jezus. En toen was er een andere man opgestaan, die geroepen had:
"Wijk satan  ...in de naam van Jezus".
En de schreeuwer was stil gaan zitten en was later, bij de 'altar call' naar voren gegaan.

Daar kwamen die vrouwen in de bus niet over uitgekwebbeld. Zoiets had niemand ooit gezien.

Ik luisterde bevreemd. Maar daarna gingen de slopende ruzies gewoon weer door.

De volgende keer vertel ik, hoe wij er langzaamaan uitkwamen. Maar u, die misschien soortgelijke ervaringen hebt, houdt u maar vast aan dat campagneliedje, dat mijn vrouw nog dagenlang zong:
"Jezus is een machtige Heiland.
Hij helpt overal door".

En ook zong ze toen veel:
"Er zijn geen grenzen
aan Jezus' macht..."

Tot volgende week.
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 20:14 Reageer op dit bericht

Maatschappelijk loopt het goed: 1957

...op maatschappelijk gebied gaat het allemaal voortreffelijk....1957.

Na het vertrek bij die meubelfabriek en de fijne 'vacantie', (lees : 'werkloosheid' gedurende vijf maanden was de baan bij die bedrijfsvereniging financieel geen 'vetpot'.

Maar in het laatst van mijn verband daar werd het toch nog een tijdlang heel speciaal.

Ik kwam in de buitendienst als tijdelijke kracht om een achterstand in te lopen.

Dat was nu precies waar ik op zat te wachten. Ik was geen man om op een kantoor achter een bureau te zitten. Daar werd ik helemaal 'een beetje raar' van. Onze afdeling zag uit op een donkere, nauwe stadsstraat. Aan de overkant was een zaak, waarboven in metalen letters stond:
"H.P. de Vries & zonen"
en de H was een beetje scheefgezakt.
En ik moest me bedwingen om niet naar buiten te gaan en die "H" recht te zetten.

En net toen ik daar bijna een trauma van kreeg, was er die heerlijke uitkomst en zat ik geregeld in de trein op weg naar kleine klantjes. Want de grote waren voor de vaste staf. 's Middags kon ik een maaltijd declareren en de kleine zakenlieden ontvingen mij met enige eerbied als 'meneer de controleur'. Andere mensen, andere vertrekken om in te zitten, ander personeel om tegenaan te kijken.

En toen die heerlijkheid eindelijk voorbij was, werd ik bij de personeelschef geroepen en kreeg ik voor mijn inzet een bonus van f .250,--.

En in diezelfde tijd rondde ik mijn 'staatspractijkdiploma voor handel en administratie' af.
En weer moest ik bij de personeelschef komen om  f.250,-- in ontvangst te nemen. Dat geld ging er in als 'een preek bij een ouderling', want het gezin, met nu al een grote jongen, die in de zesde klas zat, (nu zouden wij zeggen : groep 8), ging heel veel kosten.

En toen kwam er die brief van de rijksaccountantsdienst:
"U hebt uw HBS-diploma en ook nog eens uw SPD. U bent nu voldoende gekwalificeerd om te mogen solliciteren bij onze dienst".

Ik was dolblij. Ik had een zwager, die een mooie carrière maakte in het onderwijs en ik raakte in maatschappelijk opzicht bij hem achter. En dat is een heel ding voor een jonge, ambiteuze vent.

Ik solliciteerde en na eindeloos wachten, kwam er opeens een brief:
"U bent toegewezen aan de rijksaccountantsdienst, kantoor.... ".

...nooit vergeet ik die morgen van 15 april 1957. Mijn vrouw profiteerde van het schreeuwend tekort aan onderwijskrachten dat er toen was in Nederland en stapte op haar fiets om naar haar tijdelijke baan in een naburig dorp te gaan.
En ik stapte in de bvs om naar allerlei nieuwe, heerlijk opwindende dingen te gaan.

Onderweg passeerde ik haar toevalligerwijze en zwaaide nog naar haar. Maar zij zat op die fiets te stralen bij dat avontuurlijke vooruitzicht: de kinderen goed verzorgd bij een bekwaam dienstmeisje. En zij: er eens heerlijk uit in werk, waarvoor ze indertijd was opgeleid, dat ze aankon en wat ze veel te kort had mogen doen. En ze zág me niet.

Maar: er waren betere tijden aangebroken.

U denkt misschien:
"Gunst; wat een duf 'voorspoedverhaaltje', althans het slot".
Maar goed; ik blijf het zien als 'tijden van verademing', die voor ons begonnen waren na 'tijden van ongemak'.

God was het, die mij kracht gaf om naast het aandacht vereisende gezin en de 'baan veraf' energie op te brengen voor die zware studie. Hij was het die kracht gaf om die studie ook drie jaar, (twee jaar voor 'éen ' en éen jaar voor 'twee') vol te houden. Maar dat alles afhing van zijn genade, besefte ik nog niet zo haarscherp.

In ieder geval: 'the future was bright'.

De volgende keer maar eens over de zware wolken, die er nochtans hingen.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 17:53 Reageer op dit bericht

....en hoe ging het nu tussen Betty en mij....

...en hoe ging dat nu tussen Betty en mij ?.....

Luister mensen; dit dagboek is er niet om alle ups en downs in onze verhouding te boekstaven. Het is er in eerste aanleg om begonnen om Gods lijn bij het modelleren van onze levens naar zijn wil te schetsen.

En wij ontkomen er ook niet aan om de lijn van satan, die dat modelleren trachtte tegen te werken, ook zo nu en dan te belichten.

Welaan; ik zet mij tot de delicate taak om althans íets van ons huwelijksleven in de eerste zes jaar te schetsen.

Je weet, dat wij in 1945 trouwden en dat Jaap zeven maanden na ons huwelijk geboren werd. Onze hele verkeringstijd duurde tien maanden en toen werden we een officieel getrouwd paar.

En dat alles in de chaotische sfeer van een aflopende oorlog en een beginnende vrede.

De eerste jaren waren een roes van hard werken, langzaamaan een huisinrichting bij elkaar scharrelen en....in zes jaar een gezin opbouwen met vijf kinderen.

Maar ná vijf jaar begon er in 1951 een wat moeilijke tijd. Mijn vrouw kwam uit een geslacht met 'lichamelijk zwakke steeën' en ook zij begon last te krijgen van vermoeidheidsverschijnselen, tóen vooral bestaande in 'opspelende been-aderen. Wanneer je het bovenstaande nog eens op je in laat werken, zul je begrijpen, dat het, met name voor háar, geen kleinigheid was, vijf kinderen in zes jaar.

Maar de Heer leidde ons door dat eerste deel van de moeilijke tijd goed heen. Nijn schoonfamilie, nog redelijk jong, stond altijd gereed om eens kinderen op te vangen, wanneer er een wat stressy situatie was. En ik zie nu in, hoe belangrijk een grootouderpaar kan zijn, wanneer ze nog betrekkelijk jong zijn, om een voortploeterend stelletje zo nu en dan wat verlichting te geven. Ook in die liefdehulp van familie zie ik de hand van de Heer.

Ik schrijf dit stukje allereerst voor mijn lezers en lezeressen in Vlaanderen, meest 50- plussers.  Pas later krijgen mijn lezers in Nederland het onder ogen
Ieder van deze lezersgroepen kan er eigen gedachten aan verbinden: bent u nog een redelijk gezond en 'jong' grootouderpaar..: Er ligt voor u een mooie taak om een gezin, nog in het begin van de opbouw, liefdevol, verstandig en bescheiden, ter hulpe te zijn.
U ziet, hoe dankbaar wij, mijn vrouw en ik er nú nóg voor zijn. We zouden , het, menselijk gesproken, niet gered hebben als er die hand niet was geweest en daarachter de hand van God.

En wanneer later mijn jeugdige lezers en lezeressen in Nederland, (15-25) dit stuk onder ogen krijgen, dan weet je daaruit: God heeft ook voor jullie hulp gereed. Doe er een beroep op. Ploeter niet, uit misplaatste trots, zélf eindeloos door. Maar....probeer wel, tot het echt niet goed meer gaat, je eigen boontjes te doppen.

God gebruikte voor mijn vrouw en mij, in moeilijke jaren, andere mensen voor practische hulp. Dat wil hij ook voor u doen.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 19:23 Reageer op dit bericht

......en...thuis ???......

.... en thuis...???

Ja, hoe liep dat nu allemaal thuis? Het was 1955 en Jaap was in de zomer al weer een ferme knaap van 9. Ik had hem al eens meegehad naar de wereldtentoonstelling in Brussel en samen met hem het Atomium verkend. En tijdens dat bezoek had hij in de trein naar Brussel toe honderd-uit zitten vragen en vertellen, zodat een meneer tegenover ons zei:
"Wat een schrander knaapje".

En ik kon met enige vadertrots vertellen, dat Jaap al met zijn vierde zichzelf een beetje lezen had geleerd en dat hij op school altijd uitblonk in 'van alles'.

En...als ik dat had gewild, had ik ook van alles kunnen vertellen over zijn lieve, koddige zusjes  en broer. Die waren nu 8, 6, 5 en 3 jaar en zeiden en deden de leuke dingen, die jonge ouders vermaak schenken.

Maar wat ik hem niet vertelde, was dat Jaap mij soms begon te verontrusten.  Wanneer ik zondag met hen en zijn zusje , ieder aan een kant, naar de kerk wandelde, deed hij soms zulke vijandige uitspraken.

"Vader....waarom  moet ik nu  nog mee. Ik weet alles al  ...en op school hoor ik het ook".
En even later:
"Vader....als het  nu eens zo was, dat er een grote gleuf gegraven was vóor de kerk en er lag zo'n grote hoop zand, dat we er niet in konden....zouden wij dan weer teruggaan  ?".

Ik maakte de gebruikelijke opmerkingen, die vaders dan zouden kunnen maken:

"Och Jaap; je weet echt nog niet álles. Er is veel meer dan de verhalen, die je op school hoort".
en:
"Nee hoor, werklui, die een gat of zo graven, zorgen altijd, dat het zondag allemaal mooi in orde is.

En even later zat hij dan weer met een donker gezichtje naast mij. In die tijd had je nog geen kinderclubs. Ik ben zelf nu leider op zo'n club voor negenjarigen en het is allemaal zo ánders. Samem zingen, ik vertel een verhaal. Er wordt over nagesproken. Daarna knutselen met een versnapering, dit alles verzorgd door mijn coöperator en zo nu en dan kunnen de kinderen wat rondlopen.

Mogelijk had dat beter gewerkt.  Maar de ware positieve gezindheid voor deze dingen zat er bij hem toch niet in.

En ík...ik kon hem niet erg versterken en steunen en veilig geestelijk doen opgroeien. Want ik had zelf zo weinig in mijn mars in geestelijk opzicht. Met de kennis van nu had ik satan kunnen bestraffen, die hem probeerde te infecteren met gedachten zoals:
"Thuis heb je leuk speelgoed en dit is allemaal verloren tijd".
Maar ik had daar geen inzicht in. En zo liepen de zaken met deze oudste, toch zo veelbelovende zoon, geestelijk langzaamaan uit de hand. Later, 10, 11 en 12 geworden, hield hij zich koest, sputterde niet meer tegen, schikte zich maar in wat 'nu eenmmaal zijn lot was'. Maar van harte ging het niet.

Ach; ik kom nog vele malen te spreken over de opgroeiende kinderen.

Maar lezenden....weersta bij het begin. Begint de boze je kinderen heel geleidelijk in te palmen....bestrijd hem in de naam van onze Heer Jezus. Bied weerstand aan de duivel, niet alleen wanneer hij u zelf aanvalt, maar ook wanneer hij uw kinderen begint aan te vallen.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 21:52 Reageer op dit bericht

1955....nieuwe ervaringen

1955; jaar van nieuwe ervaringen.

Na mijn veel te zware leven als procuratiehouder van een uit zijn krachten groeiende fabriek met alle perikelen van voortdurend geldtekort en velerlei geldzorgen, was het een ongekende ervaring om aan het eind van de maand gewoon zonder enige kopzorg te kunnen wachten op je loonzakje met je precies afgepaste salaris, dat er altijd stipt was en waarvoor geput kon worden uit de altijd maar weer ruim vloeiende premie-inkomsten van deze bedrijfsvereniging.

En ook was het een heel nieuwe ervaring om eigenlijk niets te doen te hebben. Want door de wildgroei in sociale voorzieningen was de interne opbouw in een voortdurend veranderingsproces en werd er maar lukraak personeel aangenomen, zoder dat er een goed plan bestond, wat ze nu eigenlijk eens voor taak moesten krijgen.

Sommige collega's redden zich uit deze moeilijkheden door maar eindeloos het zogenaamde 'duikbootspel' te spelen en voortdurend hoorde je over de afdeling de kreet 'plons plons', wanneer er weer een slagschip was getroffen.

Maar ik had een andere inslag. Ik wilde iets dóen, iets tot stánd brengen. Ik verzon werk voor mijzelf en dat ging zo ver, dat ik na enige maanden aan de chef om een typiste-boekhoudster moest vragen en om een grote machine om boekingen op te verrichten, een verzoek, dat de chef graag toestond, want een actieve afdeling, waar 'dingen gebeurden', (in ieder geval léken te gebeuren), deed hem weer groeien in de ogen van 'nog hogeren'.

Maar gaandeweg begon dit gekunstelde toch te vervelen en ging ik weer volijverig aan de gang als student voor het Staatspractijkdiploma Boekhouden. En die activiteit leidde er weer toe, dat ik op zeker ogenblik werd geroepen om een tijdelijke functie in de buitendienst te gaan vervullen, het controleren van boeken bij de aangesloten werkgevers, althans bij de kleine bedrijven.
Ik merk nog op, dat de leiding na verloop van tijd greep op de situatie kreeg, tot reorganisaties kwam, waarbij het ook opviel, dat ik kwaliteiten had, die nog braak lagen.

Dat buitendienstwerk was een kolfje naar mijn hand. Het wat weinig zinvolle bezigzijn op een binnenafdeling begon mij te vervelen en nu ging ik meest op de fiets op weg in een wijd gebied rond mijn woonplaats. En....ik kon weer declareren en maaltijden gebruiken, zoals ik dat als éen van de prettige herinneringen had meegenomen uit mijn -mislukte- loopbaan als adjunct-inspecteur van verzekeringen.

En uit die tijd herinner ik mij een wonderlijk voorval.
Mijn zwerftochten hadden mij gevoerd naar een 'kleine ondernemer' in Asch, een buurtschap, niet zo heel ver van Culemborg. En 's avonds had ik cursus voor dat SPD-diploma en wel in Utrecht. Ik kon het dus laat maken. Het was al zes uur, toen ik bij die man klaar was en op weg ging met mijn fiets naar station Culemborg. En....het regende eindeloos uit een grauwe, koude novemberavondhemel. In korte tijd was ik doornat, niet tot op mijn hemd....nee; ik had werkelijk geen droge draad meer aan mijn lijf. Verkleumd zette ik in Culemborg mijn fiets op de trein en haalde hem, nog steeds verkleumd, in Utrecht er weer uit.
Met  mijn natte voeten in mijn doorweekte schoenen 'sopte' ik naar cursus. Daar aangekomen, had niemand nu zo'n erg er in, in wat voor deplorabele toestand ik was. En nu het eigenaardige: terwijl ik de les volgde, begon er van binnen in mij een behaaglijke hitte te ontstaan, die mijn hele persoonlijkheid opfleurde en die zo intens was, dat geleidelijk aan zelfs de kleren aan mijn lijf begonnen te drogen.

Kort en goed: toen ik na afloop van de cusrusavond mijn fiets weer besteeg, was ik in hoofdzaak droog en, al peddelend naar mijn huis, vele kilometers ver  weg, droogden zelfs mijn schoenen in de koude, gure, maar droge nachtwind.

En ik hield van dat natte pak niets over.

Nu zullen jullie zeggen:
"Maar hoe zie ik nu de zorgende hand van God in dit hele , wonderlijke gebeuren".

Wel; ik móest verder; ik móest dit diploma halen. In deze leuke, luchthartige werkkring lag toch geen toekomst voor mij, waarin ik op bevredigende wijze voor mijn gezin met vijf dreumessen -nog- kon zorgen, wanneer de tijden van 'doorleren' waren gekomen. En ik zie het tot op dit moment nog als een zegen van de Heer , dat die onvermoede, innerlijke herstelkrachten in mij ontwaakten op het meeast ellendige ogenblik.

Wanneer iedereen zijn leven zo eens naagaat, zullen er heus wel indrukken naar boven komen van soortgelijke of andere uitreddingen.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Gerritse om 19:59 Reageer op dit bericht

1955....nieuwe ervaringen

1955; jaar van nieuwe ervaringen.

Na mijn veel te zware leven als procuratiehouder van een uit zijn krachten groeiende fabriek met alle perikelen van voortdurend geldtekort en velerlei geldzorgen, was het een ongekende ervaring om aan het eind van de maand gewoon zonder enige kopzorg te kunnen wachten op je loonzakje met je precies afgepaste salaris, dat er altijd stipt was en waarvoor geput kon worden uit de altijd maar weer ruim vloeiende premie-inkomsten van deze bedrijfsvereniging.

En ook was het een heel nieuwe ervaring om eigenlijk niets te doen te hebben. Want door de wildgroei in sociale voorzieningen was de interne opbouw in een voortdurend veranderingsproces en werd er maar lukraak personeel aangenomen, zoder dat er een goed plan bestond, wat ze nu eigenlijk eens voor taak moesten krijgen.

Sommige collega's redden zich uit deze moeilijkheden door maar eindeloos het zogenaamde 'duikbootspel' te spelen en voortdurend hoorde je over de afdeling de kreet 'plons plons', wanneer er weer een slagschip was getroffen.

Maar ik had een andere inslag. Ik wilde iets dóen, iets tot stánd brengen. Ik verzon werk voor mijzelf en dat ging zo ver, dat ik na enige maanden aan de chef om een typiste-boekhoudster moest vragen en om een grote machine om boekingen op te verrichten, een verzoek, dat de chef graag toestond, want een actieve afdeling, waar 'dingen gebeurden', (in ieder geval léken te gebeuren), deed hem weer groeien in de ogen van 'nog hogeren'.

Maar gaandeweg begon dit gekunstelde toch te vervelen en ging ik weer volijverig aan de gang als student voor het Staatspractijkdiploma Boekhouden. En die activiteit leidde er weer toe, dat ik op zeker ogenblik werd geroepen om een tijdelijke functie in de buitendienst te gaan vervullen, het controleren van boeken bij de aangesloten werkgevers, althans bij de kleine bedrijven.
Ik merk nog op, dat de leiding na verloop van tijd greep op de situatie kreeg, tot reorganisaties kwam, waarbij het ook opviel, dat ik kwaliteiten had, die nog braak lagen.

Dat buitendienstwerk was een kolfje naar mijn hand. Het wat weinig zinvolle bezigzijn op een binnenafdeling begon mij te vervelen en nu ging ik meest op de fiets op weg in een wijd gebied rond mijn woonplaats. En....ik kon weer declareren en maaltijden gebruiken, zoals ik dat als éen van de prettige herinneringen had meegenomen uit mijn -mislukte- loopbaan als adjunct-inspecteur van verzekeringen.

En uit die tijd herinner ik mij een wonderlijk voorval.
Mijn zwerftochten hadden mij gevoerd naar een 'kleine ondernemer' in Asch, een buurtschap, niet zo heel ver van Culemborg. En 's avonds had ik cursus voor dat SPD-diploma en wel in Utrecht. Ik kon het dus laat maken. Het was al zes uur, toen ik bij die man klaar was en op weg ging met mijn fiets naar station Culemborg. En....het regende eindeloos uit een grauwe, koude novemberavondhemel. In korte tijd was ik doornat, niet tot op mijn hemd....nee; ik had werkelijk geen droge draad meer aan mijn lijf. Verkleumd zette ik in Culemborg mijn fiets op de trein en haalde hem, nog steeds verkleumd, in Utrecht er weer uit.
Met  mijn natte voeten in mijn doorweekte schoenen 'sopte' ik naar cursus. Daar aangekomen, had niemand nu zo'n erg er in, in wat voor deplorabele toestand ik was. En nu het eigenaardige: terwijl ik de les volgde, begon er van binnen in mij een behaaglijke hitte te ontstaan, die mijn hele persoonlijkheid opfleurde en die zo intens was, dat geleidelijk aan zelfs de kleren aan mijn lijf begonnen te drogen.

Kort en goed: toen ik na afloop van de cusrusavond mijn fiets weer besteeg, was ik in hoofdzaak droog en, al peddelend naar mijn huis, vele kilometers ver  weg, droogden zelfs mijn schoenen in de koude, gure, maar droge nachtwind.

En ik hield van dat natte pak niets over.

Nu zullen jullie zeggen:
"Maar hoe zie ik nu de zorgende hand van God in dit hele , wonderlijke gebeuren".

Wel; ik móest verder; ik móest dit diploma halen. In deze leuke, luchthartige werkkring lag toch geen toekomst voor mij, waarin ik op bevredigende wijze voor mijn gezin met vijf dreumessen -nog- kon zorgen, wanneer de tijden van 'doorleren' waren gekomen. En ik zie het tot op dit moment nog als een zegen van de Heer , dat die onvermoede, innerlijke herstelkrachten in mij ontwaakten op het meeast ellendige ogenblik.

Wanneer iedereen zijn leven zo eens naagaat, zullen er heus wel indrukken naar boven komen van soortgelijke of andere uitreddingen.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 19:58 Reageer op dit bericht

1955....nieuwe ervaringen

1955; jaar van nieuwe ervaringen.

Na mijn veel te zware leven als procuratiehouder van een uit zijn krachten groeiende fabriek met alle perikelen van voortdurend geldtekort en velerlei geldzorgen, was het een ongekende ervaring om aan het eind van de maand gewoon zonder enige kopzorg te kunnen wachten op je loonzakje met je precies afgepaste salaris, dat er altijd stipt was en waarvoor geput kon worden uit de altijd maar weer ruim vloeiende premie-inkomsten van deze bedrijfsvereniging.

En ook was het een heel nieuwe ervaring om eigenlijk niets te doen te hebben. Want door de wildgroei in sociale voorzieningen was de interne opbouw in een voortdurend veranderingsproces en werd er maar lukraak personeel aangenomen, zoder dat er een goed plan bestond, wat ze nu eigenlijk eens voor taak moesten krijgen.

Sommige collega's redden zich uit deze moeilijkheden door maar eindeloos het zogenaamde 'duikbootspel' te spelen en voortdurend hoorde je over de afdeling de kreet 'plons plons', wanneer er weer een slagschip was getroffen.

Maar ik had een andere inslag. Ik wilde iets dóen, iets tot stánd brengen. Ik verzon werk voor mijzelf en dat ging zo ver, dat ik na enige maanden aan de chef om een typiste-boekhoudster moest vragen en om een grote machine om boekingen op te verrichten, een verzoek, dat de chef graag toestond, want een actieve afdeling, waar 'dingen gebeurden', (in ieder geval léken te gebeuren), deed hem weer groeien in de ogen van 'nog hogeren'.

Maar gaandeweg begon dit gekunstelde toch te vervelen en ging ik weer volijverig aan de gang als student voor het Staatspractijkdiploma Boekhouden. En die activiteit leidde er weer toe, dat ik op zeker ogenblik werd geroepen om een tijdelijke functie in de buitendienst te gaan vervullen, het controleren van boeken bij de aangesloten werkgevers, althans bij de kleine bedrijven.
Ik merk nog op, dat de leiding na verloop van tijd greep op de situatie kreeg, tot reorganisaties kwam, waarbij het ook opviel, dat ik kwaliteiten had, die nog braak lagen.

Dat buitendienstwerk was een kolfje naar mijn hand. Het wat weinig zinvolle bezigzijn op een binnenafdeling begon mij te vervelen en nu ging ik meest op de fiets op weg in een wijd gebied rond mijn woonplaats. En....ik kon weer declareren en maaltijden gebruiken, zoals ik dat als éen van de prettige herinneringen had meegenomen uit mijn -mislukte- loopbaan als adjunct-inspecteur van verzekeringen.

En uit die tijd herinner ik mij een wonderlijk voorval.
Mijn zwerftochten hadden mij gevoerd naar een 'kleine ondernemer' in Asch, een buurtschap, niet zo heel ver van Culemborg. En 's avonds had ik cursus voor dat SPD-diploma en wel in Utrecht. Ik kon het dus laat maken. Het was al zes uur, toen ik bij die man klaar was en op weg ging met mijn fiets naar station Culemborg. En....het regende eindeloos uit een grauwe, koude novemberavondhemel. In korte tijd was ik doornat, niet tot op mijn hemd....nee; ik had werkelijk geen droge draad meer aan mijn lijf. Verkleumd zette ik in Culemborg mijn fiets op de trein en haalde hem, nog steeds verkleumd, in Utrecht er weer uit.
Met  mijn natte voeten in mijn doorweekte schoenen 'sopte' ik naar cursus. Daar aangekomen, had niemand nu zo'n erg er in, in wat voor deplorabele toestand ik was. En nu het eigenaardige: terwijl ik de les volgde, begon er van binnen in mij een behaaglijke hitte te ontstaan, die mijn hele persoonlijkheid opfleurde en die zo intens was, dat geleidelijk aan zelfs de kleren aan mijn lijf begonnen te drogen.

Kort en goed: toen ik na afloop van de cusrusavond mijn fiets weer besteeg, was ik in hoofdzaak droog en, al peddelend naar mijn huis, vele kilometers ver  weg, droogden zelfs mijn schoenen in de koude, gure, maar droge nachtwind.

En ik hield van dat natte pak niets over.

Nu zullen jullie zeggen:
"Maar hoe zie ik nu de zorgende hand van God in dit hele , wonderlijke gebeuren".

Wel; ik móest verder; ik móest dit diploma halen. In deze leuke, luchthartige werkkring lag toch geen toekomst voor mij, waarin ik op bevredigende wijze voor mijn gezin met vijf dreumessen -nog- kon zorgen, wanneer de tijden van 'doorleren' waren gekomen. En ik zie het tot op dit moment nog als een zegen van de Heer , dat die onvermoede, innerlijke herstelkrachten in mij ontwaakten op het meeast ellendige ogenblik.

Wanneer iedereen zijn leven zo eens naagaat, zullen er heus wel indrukken naar boven komen van soortgelijke of andere uitreddingen.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Gerritse om 16:16 Reageer op dit bericht

1954: de nieuwe baan

De nieuwe baan

Wat doet dat goed.....er weer helemaal bijhoren.
Zeker ; ik had een verrukkelijke, lange vacantie achter de rug. Ik had me heerlijk kunnen bemoeien met de kinderen.

Ik had genoten van dat opgroeien. Tijdens éen zo'n vacantiedag bijvoorbeeld aten wij voor het eerst slastamppot uit een émmer.
Ga maar na: Jaap was 8, Mieke 7, Willie 5, Harry 4  en Ida 3.

Jaap, de oudste, had het eerst in de gaten, welke enorme hoeveelheid er nodig was na een fietstocht voor sómmigen, en achterop of voorop de fiets voor anderen. Maar in ieder geval in een harde, hongerig makende wind.
Ach later; werd uit een hele grote schaal eten gewoon gedurende vele jaren.

Maar na de laatste nare maanden bij 'de fabriek', was dit heerlijke ontspannen zó genezend.

In september echter was ik weer klaar voor 'een nieuwe uitdaging'.
De bedrijfsvereniging, waar ik mij moest vervoegen na mijn aanneming, was gevestigd in een grote stad op zeker een uur bussen en reizen vanuit mijn woonplaats.

En alles liep tegen. Het kwam allemaal zo naar uit, dat ik op deze eerste werkdag te laat kwam !!
Ik 'zweette grint', toen ik op het aangegeven adres kwam.
Maar ziedaar; er stond een heel grote groep 'per 1 september aangenomenen' te wachten voor de ingang en ik sloot mij maar aan. Er bleek nog niemand geregisseerd. Er was nog niets gebeurd. En daar maak je je dan druk over !
Iemand lichtte mij in:
"Het is hier zo'n gekkenhuis. Alle bedrijfsverenigingen breiden koortsachtig uit. Er komen op het ogenblik elk moment nieuwe sociale wetten tot stand. En wat je hier ziet, zijn de nieuw-aangenomenen per vandaag".

Even later kwam een persoon te voorschijn, die eerlijk vertelde, dat hij een 'nestor' was bij deze werkgever, want hij was al vier maanden in dienst. Hij had geen werk voor ons, maar in de loop van de dag zouden er wel mensen komen, die ons afhaalden voor een van de afdelingen.

Om ons vast iets te doen te geven, gaf hij ons een volslagen zinloze sorteertaak, waar een ander sollicitant en ik maar gauw mee ophielden, omdat iedereen die sorteertaak weer ánders aanpakte, waardoor een volkomen verwarring ontstond. Wij lachten er samen maar eens om en een vriendschap werd geboren.

Ik stond versteld; kon 'werken' ook zó zijn: een dwaas circus bij een uit zijn krachten groeiende bedrijfsvereniging. Tegen het eind van de werkdag kregen wij eindelijk onze vaste stek. Iemand kwam ons halen:
"Ik ben jullie de hele dag kwijtgeweest, maar nu heb ik jullie dan toch gevonden".

Na mijn overdrukke baan, die mij bijna overspannen had gemaakt, kreeg ik nu te maken met een van de vele uitwassen van 'deze eerste hoogconjunctuurgolf'. Maar voor míj was het in ieder geval een verademing om hier te werken in een omgeving met minder drukkende verantwoordelijkheden.

Mensen; jullie zullen vragen:
"En hoe zag je de hand van de Heer God in deze vreemde, eigenlijk ongezonde poppenkast".

Nu ja; dat is nu wat moeilijk. Ik had ervaringen:
- in de opvang van asielzoekers
- in het levensverzekeringwezen
- in een overheidsbaan
- in een commerciële onderneming, en dat was eigenlijk wel erg zwaar
- en nu dus bij een bedrijfsvereniging...en dat was eigenlijk wel erg licht.
En dat bereidde mij voor op een volgende taak, waarbij ik 'van alle markten thuis moest zijn '. Zo kan gezegd worden, dat de Heer op zijn manier aan mijn carrièreplanning werkte.
Volgende keer vertel ik dan wel weer, wat ik hier dan weer bijleerde.

Lezenden; hebben jullie dat wel eens gehad, dat je dacht:
"Waar ben ik nú terechtgekomen. Ik raak de greep op de ontwikkelingen kwijt".
Die gedachte bekroop míj in ieder geval wel eens. Maar God raakt de planning nooit kwijt. Laten wij ons allen maar in zijn planning voegen. Niet passief, maar actief; in gebed open ogen krijgende voor zijn goede plannen.

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Gerritse om 19:33 Reageer op dit bericht

1954: jaar van veranderingen

Jaar 1954; een jaar van veranderingen.

Jullie hebben in het vorige deelverhaal gehoord, hoe  mijn positie bij 'de meubelfabriek' steeds meer wankel werd.

En ik heb jullie verteld hoe ik op raad van mijn vrouw mij begon te 'onthechten' en 'in te dekken'.

In 1953 begon ik met een studie voor
Moderne Bedrijfsadministratie' en de bedoeling was om daarmme klaar te zijn in 1954. En wat was dat allemaal goed getimed door de 'Heer daarboven'.

Vandaag las ik ergens in een bijbelbespreking, hoe goed het is als mensen, die de leiding van de Heer in hun leven zien, daar verslag van doen opdat ook volgende generaties daar lering uit kunnen trekken.

Terwijl ik nog volop in de avonduren studeerde en lessen volgde, greep de drukte, de stress en de niet ophoudende zorg voor de liquiditeit mij op mijn werkplek steeds meer bij de keel. Rondom mij begonnen andere jongemannen lekker op te schieten met hun carrière, verdienden met minder kopzorg al meer dan ik. Ook begon ik familie en vrienden te vervelen met mijn verhalen over het wel en vooral wee van mijn werkkring. Ik begon de aardigheid in mijn lieve, opgroeiende gezinnentje te verliezen. Allemaal slechte tekenen, die wezen op een snel aanrukkende overspannenheid, wellicht, om in moderne termen te spreken: een burn out.

En toen gebeurde er iets in mijn werkkring, dat mij hevig ontstelde en alle zekerheden leek weg te spoelen. Ik werd ontslagen.

Er kwam een organisatie met geld in de zaak en die wilde eigen personeel daar hebben, dat was een harde eis. En zó moest ik wijken.

Mijn vakvereniging wist het met dat ontslag zo te versieren....
men had het zó gespeeld dat ik zelf ontslag moest nemen
.....dat er toch een uitkering kwam, die tot september zou duren en het was pas april.

Eerst was ik heel bedroefd: er zat zoveel 'denkracht' van mij in die zaak. Maar toen ik even thuis was, kreeg mijn vrouw een tijdelijke baan als onderwijzeres en kreeg ik als 'tijdelijk huisman' veel gelegenheid om mij met de kinderen te bemoeien.

En dat in en om huis heen en weer zowat 'lummelen' herstelde mij geweldig van mijn aansluipende overspannenheid.

Ik ging aan het solliciteren, maar kreeg steeds maar briefjes:
"Tot onze spijt..."

Maar dat veranderde toen ik het diploma M.B.A. behaalde. Toen kwam er bericht van een bedrijfsvereniging:
"Kom eens praten".

Mijn ontslag, dat mij zoveel leed had gedaan, bleek 'a blessing in disguise' te zijn. Het was inderdaad een verborgen zegen van de Heer, die mij losmaakte van een levensvreugd-berovende werkkring zonder vooruitzichten, en die mij vijf heerlijke maanden van herstel aanbood.

Ook hier weer; de Heer die stuurde en door allerlei vragen van mij heen zijn vaste, goede koers met mij voer, terwijl ik echt nog niet zoveel in zijn dienst betekende. Wat een genade.

Ook u lezer, zult zulke ervaringen hebben. Misschien onbewust. Maar ik denk, dat er onder u zullen zijn, die nu opkijken en zeggen:
"Hé....iets dergelijks is mij ook overkomen".

Daag
Ger

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Gerritse om 20:07 Reageer op dit bericht

Meer van Mijn leven

↑ Terug naar de berichten