Pas op voor de sirene_s zij lokken je onder water

Pas op voor de sirene_s zij lokken je onder water
song van Keats vertaling in oud hollands
stukje song bij de foto bewerking
Een speelse Elfenvlucht die daalde uit de lucht.
De stoute Faun en satyr hun lachen dreef uit struiken,
veld en woud
Oberon met lichtend toverstaf die aan 't feeënrijk zijn fijne
vleuglen gaf.
Verliet eens Hermes aan't Godenhof zijn troon,
door muze zang nog Phoebus, harp geboeid, verdween
hij snel in't
wolken floers omlaag.
Ontweek't bevel van zijn gebieder, schoot in 't
hoog geboomt,
.dat Creta's kust met glanzend loof omzoomt.
Want ergens op dat heilig eiland hield,
een Nymf haar woon, voor wie ging neergeknield,
al't ruige satyrdom, wier zachte schreën.
de schaar der Tritons na-kroop in gebeën.
Als paarlen strooiend, kwijnend half verbrand,
door liefde en zon op 't ongewone strand
Ja, waar een glimp, een spiegling was gegaan
Dier goddelijke leden.lag 't betaän, mos,bergwei,
terebinth en
oeverriet, met gave, die geen enkle muze biedt,
Ook wen haar keurtrezoor verbeelding fonkren
doet.
Is't wonder dat Hermes 't jonge bloed,
in vuur stond dat hem over ieder oor, in't losgeschudde
,gouden haar een gloor van Juni- roze vloog.
Dat nieuwe drift in ijverzucht, hem voerde om strand
en klif,
bosch in bosch uit door schuim en waterval.
Of branding, weer in't nieuw op groenend dal,
Terwijl hij spiedde waar die Nymf steeds weg
gevloon.
Dus vleugel mat, streek eindelijk Maja's zoon in't laag
hout neer, verwonderd, peinzend, droef jaloers
van boom
en bron en satyrshoef.
Als hij daar stond, zoo kwam tot hem een stem,
zulk ene die,
wat andere zorg u klemt, om't jonge hart, uw lijden
doet vergaan.
En enkel deernis laat,zoo suisde't in de blaän,
"wie wekt mij uit dit kringelende graf,
"wie het woord,wie heeft de toverstaf.
"die mijn de slanke leden loswindt, weer
"mij geeft mij blos,mijn schoonheid van weleer
" Dat in mijn liefste winne, wee mijn lot,
Gelijk de dagwind gleed de jonge God.
Om stam en heester; voor hem boog zich uit,
de top van't
pluimgras, 't hoog gebloemde kruid, tot dat hij
vond, half
schuilend in het groen.
Een vreemde vorm, een levend licht festoen,
een gordiaanse
knoop van blinkend vuur, 't was lamia,
gehuld in diep azuur,
karmijn,en ambergeel, waarover lag de schijn
van maantjes,
stil als op een elfen vloed.
project 23
krulsjabloon
kick boksen
eiland in de lucht
De denker
Dansen in het bos
Het is nog steeds niet zo gelukt als ik het wil,Als ik de foto's een voor een verzend zijn ze te klein.
alleen het gedichtKleine Roos
't knopje net ontloken
Wat sta je daar te blinken
tussen groen en blauwe kleuren
Wachtend op de middag zon
om te stralen en te geuren
Tussen grote Zussen
die reeds in hun volle bloei
Staan te pronken en te fleuren.
welkom
Welkom op mijn blog