Mijn vlaandren heb ik hartlijk lief, (bis) Mijn Vlaandren boven al ! (bis) Dat is 't refrein, 't is het liefdelied, | Dat ik nooit vergete…
Mijn vlaandren heb ik hartlijk lief, (bis)
Mijn Vlaandren boven al ! (bis)
Dat is 't refrein, 't is het liefdelied, |
Dat ik nooit vergeten zal. | BIS
Des morgens, als de zonne lacht, (bis)
Dan zing ik blij, vol lust, (bis)
Zoo zalig als de brave man, |
Die vrouw en kindren kust | BIS
Des avonds, wen ik, moe van zin, (bis)
Mijn stille ruststee zoek, (bis)
Dan bid ik: " Vlaandren, Vlaandren lief, |
Mijn Vlaandren, houd u kloek !.. |BIS
En 'k droom dan, 'k droom van roem en macht, (bis)
En eeuwen gaan voorbij, (bis)
En dreunend klinkt het "Schild en vriend" |
En 'k zie mijn Vlaandren vrij ! | BIS
Mijn Vlaandren heb ik hartlijk lief, (bis)
Mijn Vlaandren boven al ! (bis)
Dat is 't refrein, het liefdelied, |
Dat ik eeuwig zingen zal. |BIS
Daar was zoo eens 'n maagdeken teer, En 't had geen vader, geen moeder meer, Geen zusje lief, geen broederkijn; Hoe droevig kon dat maagdeke…
Daar was zoo eens 'n maagdeken teer,
En 't had geen vader, geen moeder meer,
Geen zusje lief, geen broederkijn;
Hoe droevig kon dat maagdeken zijn !
't moest wonen bij een leelijk wijf,
En sloven er haar handjes stijf;
't Kreeg eten uit een houten kom,
En niemand zag naar 't maagdeken om.
Ze dacht aan moeder, handjes saam,
En staarde treurig door het raam;
Toen kwam een jongeling voorbij,
Met oogen als de lente blij.
En de oogen als de lente blij,
Die waakten; zoo kwam 't maagdeken vrij.
De bruiloft werd nu ingeluid,
En 't maagdeken werd een blijde bruid.
Nu is 't weer liefde en tarwebrood;
Zij wiegt een kindje op d' eigen schoot;
Zij mint als vroeger 't leven weer,
Al is zij nu geen maagdeken meer.
"Zeg, Kwezelken, wilde gij dansen ? Ik zal u geven een ei. "Wel neen ik ", zei dat kwezelken, "Van dansen ben ik vrij; * 'k En kan niet dans…
"Zeg, Kwezelken, wilde gij dansen ?
Ik zal u geven een ei.
"Wel neen ik ", zei dat kwezelken,
"Van dansen ben ik vrij;
*
'k En kan niet dansen,
'k En mag niet dansen,
Dansen is onze regel niet;
Begijntjes en kwezeltjes dansen niet."
*
"Zeg kwezelken, wilde gij dansen ?
Ik zal u geven een koe."
"Wel neen ", zei dat kwezelken,
"Van dansen word ik moe.
*
'k En kan niet dansen enz.........
*
"Zeg kwezelken, wilde gij dansen ?
"Ik zal u geven een paard",
"Wel neen ik," zei dat kwezelken,
't En 't is mij 't dansen niet waard.
*
'k En kan niet dansen",enz..........
*
Zeg, kwezelken, wilde gij dansen ?
Ik zal u geven een man"
"Wel ja ik", zei dat kwezelken,
"k Zal doen wat ik kan.
*
Ik kan wel dansen,
Ik mag wel dansen;
Dansen is onze regel wel,
Begijntjes en kwezelkens dansen wel".
Tineke van Heule Liever dan een visch die in een goudzee zwemt, Liever dan een vogel die geen sparen kent, * Lieve…
Tineke van Heule
Liever dan een visch die in een goudzee zwemt,
Liever dan een vogel die geen sparen kent,
* Liever dan een freule
Tineke van Heule,
Tineken, ons maartjen in zijn hemd !
Tineken heeft geld noch goedje,
Noch landeke, noch pandeke, noch koetje,
noch huisje, noch kruisje,
Noch lappek, voor op mijn buisje.
Tineke heeft geld noch goedje,
Maar een hemel is haar lachen en haar groetje,
Als zij trippelt naar de bron
Met haar emmer , in de zon,
En haar klompeken vast aan haar voetje:
* Liever dan een fr......enz.
Tineken van Heule, mijn minneken,
Op u staat mijn zoetste zinneken,
U luste ik, u kuste ik.
Op uw harteke bouw en rust ik.
Tineken van Heule, mijn minneken,
Mijn poezelig dubbel kinneken,
Leg uw handeke in de mijn
En een bruiloft zal het zijn
Van een boer en een schoon boerinneken:
* Liever dan een fr......enz