Naar de inhoud

Nostalgie

akke.beakke.be
logo.jpg

Berichten van 14 februari 2001 tot 15 februari 2001

Ekseption

Image Slideshow

ekseption01.jpg

0102030405060708

Ekseption was de naam van een Nederlandse symfonische rockband die vooral actief was in de jaren '60 en '70 van de 20e eeuw. Ekseption maakte verschillende hits en won in 1970 een Edison. De groep werd vooral bekend vanwege zijn op klassieke werken geënte, vroeg-progressieve rockmuziek met jazzimprovisaties.


Het ontstaan
Ekseption ontstond in 1967 uit het Haarlemse schoolbandje The Jokers, dat in 1958 was opgericht door Hans Alta (bas), Rob Alta (gitaar), Rein van den Broek (trompet, flugelhorn, saxofoon), Tim Griek (drums) en Huib van Kampen (gitaar/saxofoon). In het eerste jaar speelden ook Ton Heydenrijk (sax) en Hans Timmer (orgel) mee. De groep speelde voornamelijk covers van rhythm & blues-, jazz- en popnummers. In 1965 veranderden The Jokers hun naam in Incrowd, maar door het succes van een andere Nederlandse groep met die naam moesten ze weer iets anders verzinnen. In 1967 werd dat Ekseption. Ton Heydenrijk en Hans Timmer verlieten de groep. Rob Kruisman kwam erbij en nam de muzikale leiding op zich.


De succesjaren
April 1967 kwam toetsenist Rick van der Linden de groep versterken. In 1968 won Ekseption de eerste prijs op het Loosdrechtse Jazz Festival en raakte daarmee in één klap tot ver over de Nederlandse grenzen bekend. Ze kregen bij Phonogram een platencontract, wat het volgende jaar zou resulteren in hun eerste grammofoonplaat, Ekseption. Hiermee begon een succesrijke periode van vijf jaar, waarin de band door heel Europa toerde en onder meer speelde in het Olympia in Parijs, de Philharmonie in Hamburg en het Palladium in Londen.

In 1968 verlieten Hans Alta en Tim Griek de groep en werden vervangen door Cor Dekker (basgitaar) en Peter de Leeuwe (drums), beiden ex-Hottletts. Rob Alta was al eerder opgestapt. Tim Griek zou later producer worden van o.a. Brainbox en André Hazes.


Koersverandering
In 1969 werd Ekseption door de Engelse band The Nice geïnspireerd om klassieke stukken te bewerken en daarmee de muzikale koers te verleggen naar een mix van rock en klassieke muziek. Rick van der Linden had een conservatoriumopleiding klassieke muziek genoten en had ervaring met het spelen in verschillende pop- en jazzgroepen als het Occasional Swingcombo en het Ferdinand Povel Quartet. Met zijn arrangementen van klassieke werken van onder meer Bach, Albinoni, Beethoven, Mozart, Tsjaikovski en Chatsjatoerjan was hij voor een groot deel verantwoordelijk voor het geheel nieuwe, eigen en energieke geluid van de band.


Eerste successen
De eerste single, The 5th of The fifth. (een arrangement op Beethovens vijfde symfonie), deed het goed en haalde de derde plaats op de hitlijsten. Ook Rhapsody in blue (Gershwin) en Air (J.S. Bach, tweede plaats hitparade) deden het uitstekend. Deze successen bezorgden Rick van der Linden de muzikale leiding van de groep. Air en The 5th waren trouwens nog arrangementen ontstaan in samenwerking tussen Van den Broek, Van der Linden, De Leeuwe, Van Kampen en Kruisman. Ekseptions eerste album Ekseption werd uitgegeven in 1969. Datzelfde jaar echter verlieten Rob Kruisman en Huib van Kampen de band, vanwege verschillen van mening over de te volgen muzikale koers. Huib van Kampen ging het (muziek)onderwijs in. Dick Remelink (sax, fluit, ex-Pocomania) verving Rob Kruisman, die zich bij Island aansloot.


Beggar Julia's time trip
Ekseptions vaste bezetting bestond zodoende begin 1970 uit Rein van den Broek, Rick van der Linden, Cor Dekker, Dick Remelink en Peter de Leeuwe. Zanger Michel van Dijk deed mee op het tweede album van Ekseption, evenals Dennis Whitebread (echte naam: Witbraad), die Peter de Leeuwe tijdelijk verving op de drums. Het succesvolle conceptalbum uit dat jaar, Beggar Julia's time trip, won een Edison. Het album verbeeldt de reis van een vrouw uit het jaar 900 door de tijd van toen naar het heden, die haar in aanraking bracht met allerlei componisten en muziekstijlen. Enkele van de nummers op dit album zijn het rock/jazznummer Pop giant, het barokke Feelings en het vocale nummer Julia. Een van de andere nummers op deze LP, Italian concerto, werd een hit. Het album bevat ook een aantal originele, klassiek getinte composities van Rick van der Linden.


Ekseption 3
Nog in 1970 werd ook het derde Ekseption-album opgenomen met de simpele titel Ekseption 3. Peter de Leeuwe was weer terug en Michel van Dijk, ontevreden over de nadruk op instrumentale muziek, had de groep verlaten en zou later opduiken als zanger bij Brainbox en Alquin. Hij werd vervangen door Steve Allet (echte naam: Coen Merkelbach), overgekomen van de groep Ginger Ale. Het album, een muzikaal schilderij van het boekje Le petit prince van Antoine de Saint-Exupéry, haalde de eerste plaats op de albumhitlijst. Het nummer Peace planet (naar Bachs Suite no. 2) werd als single een enorme hit. Ekseption 3, met nummers als Morning rose, On Sunday they will kill the world, B 612 en Another history (een jazzy ballade) is het meest vocale van alle Ekseption-albums. Toch nam Van der Lindens instrumentale tweedelige suite Piece for symphonic and rock group in A minor een centrale plaats in en zou dit album het laatste van de groep zijn met vocale solonummers. Op dit album staat als enige in de reeks een quasi-livenummer, Rondo.


Ekseption 00.04
In 1971 had zanger Steve Allet de groep verlaten. Rick van der Linden maakte in London met het Royal Philharmonic Orchestra opnames voor het nummer Piccadilly sweet - een stuk van 15 minuten. Over deze opnames heen speelden de leden van Ekseption later, in Nederland, hun partijen in. Op het daarna ontstane vierde album, Ekseption 00.04, stonden de inmiddels vertrouwde instrumentale arrangementen op klassieke werken en ook jazzachtige nummers. In het nummer Choral hoort men ook een groep vocalisten. Ook dit album haalde de eerste plaats op de albumverkooplijst.


Ekseption 5
Het jaar daarop kwam Ekseption 5 uit, een mix van klassiek, rock en jazz, met nummers als À la Turka (op Mozarts Rondo alla Turka, uit de Pianosonate no. 11 in A, K311:3) en arrangementen op J.S. Bachs Sonata no. 2 in e mineur, Siciliano in G (J.S. Bach) en Concerto for violin and orchestra in A minor: 1. Vivace. Wat opvalt zijn de huilbijdrage van Rick van der Lindens zoontje in de ballade My son, en een instrumentale versie van For example van The Nice, hun voorbeeldgroep, in een medley met For sure van Rick van der Linden. Andere nummers zijn Midbar session en het melodieuze Virginal.

Intussen was de band druk met vele tournees in heel Europa; vooral in Scandinavië was de band populair. De druk veroorzaakte echter fricties tussen verschillende groepsleden.


De herfstjaren

Trinity
1972 was het laatste grote succesjaar van de groep, waarin interne strubbelingen steeds meer de kop opstaken. Dick Remelink (naar Galaxy Lin) en Peter de Leeuwe verlieten de band. Bij de opnamen van het zesde album, Trinity, waren zij er niet meer bij; Jan Vennik (fluit, sopraan- en tenorsax) en Pieter Voogt (drums, percussie) namen hun plaats in. Opvallend waren op dit album onder meer de bijdragen van fluitist Vennik en van het Nederlands Kamerkoor in het nummer Finale III, alsmede het 9 minuten durende jamnummer Improvisation. Rick van der Linden leefde zich uit op piano, pijporgel, spinet, ARP 2600-synthesizer en mellotron. Trinity werd commercieel geen groot succes en hits bleven uit.

Ondanks dat het succes buiten Europa niet groot was, zijn er wel diverse persingen gemaakt van de eerste 6 lp's. Ekseption, Beggar Julia's time trip en Ekseption 5 in de Verenigde Staten, alle 6 in Canada, het Verenigd Koninkrijk en Israël. Verder diverse persingen in andere Europese en Zuid-Amerikaanse landen. Een Japanse persing bestaat alleen van Beggar Julia's time trip. De hoezen verschillen van opzet. Met name in Duitsland, waar de groep zeer populair was, zijn zelfs in 1976 napersingen van de lp's gemaakt, omdat er veel vraag naar was van het publiek.

In 1973 toerde Rick van der Linden met Jaap van Eik (ex-bassist van Cuby and the Blizzards) en ex-Focus-drummer Pierre van der Linden onder de naam Trace door Zweden. Min of meer gedwongen bij Ekseption te vertrekken, ging Rick van der Linden verder met Trace.


Bingo
Bij Ekseption nam Hans Jansen (keyboards, ex-Think Tank) de plaats in van Rick van der Linden. Gastspeler op het zevende album, Bingo, was Hans Hollestelle (gitaar, viool). Zonder de dominerende toetsenist Rick van der Linden klonk Ekseption losser en jazzier, met meer ruimte voor solo's met de andere instrumenten. De meeste nummers voor dit album werden gecomponeerd en gearrangeerd door Vennik, Jansen en Van den Broek. Het album bevat onder meer nummers als Nightwalk en een nieuwe versie van het eerder uitgebrachte Sabre dance (naar Chatsjatoerjan). En hoewel De fietser als single enig succes had, werd ook duidelijk dat de speciale Ekseptionsound met Rick van der Linden verdwenen was. Het album bleef qua notering steken in de middenmoot.


Mind mirror
Ook het achtste album, Mind mirror (1975), met zowel klassiek getinte nummers als nummers van Piet Sauer en Ramses Shaffy, deed commercieel gezien niet veel en Ekseption hield het voorlopig voor gezien.

Sommige leden bleven wel zichtbaar in het muziekmétier, zoals Rein van den Broek, Jan Vennik, Hans Jansen en Hans Hollestelle, die met Jan Hollestelle(basgitaar) en Cees Kranenburg (drums) de jazzrockgroep Spin vormden.
Cor Dekker vertrok naar Trace.


Back to the classics
Toch kwam in 1977 opnieuw een plaat van Ekseption uit, met de veelzeggende titel Back to the classics, maar de aanhangers renden niet meer hard naar de platenwinkel; het album had weinig succes. De bezetting van de groep was als bij Bingo, echter zonder Hans Hollestelle.


Ekseption '78: opnieuw Rick van der Linden
Het gemis aan succes gold ook voor Ekseptions tiende: Ekseption '78, waaraan naast Van den Broek, Dekker, De Leeuwe en Remelink ook Rick van der Linden meewerkte. Naast het opvallende openingsnummer, een uittreksel van Bachs Matthäus Passion, bevatte dit album onder meer Your home van Van der Linden en arrangementen op Impromptu van Schubert, Summertime van Gershwin en The cat van Lalo Schifrin. Ekseption '78 was het enige album van de band dat werd uitgebracht onder het label CNR (en Decca in Duitsland); het zou later als CD worden heruitgebracht onder de titels The very best of Ekseption (1991), Ekseption (1994) en Hollands glorie (2001). Het is het enige album van Ekseption waar Rick zijn Yamaha GX-1-synthesizer laat horen.

Rein van den Broek en Rick van der Linden besloten het in 1980 samen te proberen en brachten een duoplaat uit onder de naam Cum laude.


Dance macabre
In 1981 kwamen de oude Ekseption-leden Van den Broek, Van der Linden and Dick Remelink, aangevuld met de twee ex-Kayakleden Max Werner (drums, percussie, marimba) en Johan Slager (gitaar, basgitaar) weer bij elkaar. Zij namen het album Dance macabre op met een verzameling oude successen van de band als Air, Rhapsody in blue, The 5th en Peace planet. Het album had echter weinig commercieel succes.

In 1988 kwam een vervolg op de eerste Cum laude, met Rick en Rein, en versterkt met gastmusici, o.a. Peter de Leeuwe op slagwerk.


Ekseption '89
In 1989 probeerde Ekseption het opnieuw in de oude bezetting (Van der Linden, Van den Broek, De Leeuwe, Remelink). Met medewerking van Frans Muys van de Moer (bas), Johan Zwart (gitaar) en Eddie Conard (percussie) nam de groep een tweede reünieplaat op, getiteld Ekseption '89. Maar de formule van enkele oude hits als The 5th, Air en Peace planet, aangevuld met nieuwere nummers, bracht de handen niet meer op elkaar en de groep werd opnieuw ontbonden. Toch kwam de groep af en toe weer bij elkaar, b.v. voor evenementen zoals bij Eberhard Schoener in Duitsland met een immens Viditizerscherm in 1991.


De 25-jaarsreünie
Hoewel de band keer op keer ontbonden werd, bleef de naam Ekseption voortbestaan. In 1994 werd dan eindelijk een 'live' cd uitgebracht: The reunion, iets later met de titelnaam Best of Ekseption. De opnames werden in november 1993 gemaakt in het Kurhaus in Eberbach en in de Meistersingerhalle in Neurenberg. De bezetting: Van der Linden, Van den Broek, Remelink, met Max Werner en Frans Muys van der Moer.


Een nieuw begin
In 2003 richtte Rick van der Linden een nieuw Ekseption op, waarmee hij in Nederland, België en Duitsland op tournee ging. De groep bestaat behalve Van der Linden en zijn vrouw Inez (zang) uit de Canadezen Mark Inneo (drums/percussie), Bob Shields (gitaar), Meredith Nelson (basgitaar) en Peter Tong (toetsinstrumenten).


De DVD
Met hulp van Rein van den Broek werd in 2003 videomateriaal op DVD gezet met als titel The story of Ekseption. De opnames omvatten interview, clips, documentaire en livemateriaal o.a. uit Israël, Frankrijk en Italië. Deze DVD bevat o.a. een deel niet eerder in het openbaar getoond materiaal. De DVD kwam in zekere oplage met een extra CD, de live-opnames uit Duitsland van 1993. De CD kreeg in deze uitgave de nieuwe titel "Live in Germany".

 


Overleden groepsleden
In 1988 overleed oud-Ekseptiondrummer Tim Griek bij een auto-ongeluk.
Op 13 mei 2003 overleed gitarist, saxofonist en medeoprichter van Ekseption Huib van Kampen op 59-jarige leeftijd.
Op 26 oktober 2005 overleed in zijn woonplaats IJmuiden bassist Cor Dekker op 57-jarige leeftijd.
Op 22 januari 2006 overleed Rick van der Linden op 59-jarige leeftijd aan de gevolgen van het herseninfarct dat hem twee maanden eerder had getroffen.


 

ekseption1.jpg ekseption2.jpg

Reageer op dit bericht

Eddy Christiani

Image Slideshow

eddy01.jpg

0102030405

Zanger/gitarist, laverend tussen jazz en luisterlied. Staat te boek als eerste bespeler van de elektrische gitaar in Europa (merk: Epiphone, jaar: 1939). In de jaren veertig en vijftig is hij de populairste Nederlandse artiest.


1932 De in 1918 in Den Haag geboren Eddy Christiani krijgt een gitaar voor zijn verjaardag en begint op eigen houtje en zonder lesmateriaal te spelen. Al snel wordt opgemerkt dat hij talent heeft. Vanaf zijn 14e is hij beroepsmusicus.

1936 Christiani treedt toe als gitarist tot het orkest van John de Mol sr.

1938 Op 31 mei 1938 maakt hij zijn radiodebuut als zanger/gitarist van de Nederlandse Hot Club met het door hem gezongen nummer Blue Moon in het AVRO radioprogramma Licht en Vrolijk, gepresenteerd door Frits Thors.

1939 1939 Christiani is een van de eerste bespeler van de elektrische gitaar in Nederland, en waarschijnlijk ook in Europa. Zijn eerste elektrische gitaar is een Epiphone Electar Model M. In Amerika waren Eddy Durham en Charlie Christian van het Benny Goodman-sextet hem het jaar daarvoor al voorgegaan (let op de overeenkomst in de namen!). Als Frans Wouters de leiding overneemt in het Orkest John de Mol krijgt Christiani een grotere rol. Zijn elektrische gitaarsound wordt bepalend voor het geluid van het orkest.

1941 Als eerste Europeaan neemt Eddy Christiani een elektrische gitaarsolo op, The Windmill. Hij speelt hem op zijn nieuwe Epiphone Electar Model M, die jarenlang zijn handelsmerk blijft. Ondertussen bekwaamt de zanger/gitarist zich in het schrijven van liedjes. In de eerste oorlogsjaren blijft hij actief in Nederland, waar hij steeds meer emplooi vindt. De bezetter heeft Engelstalige liedjes verboden en duldt alleen Nederlandstalig werk op de radio. De nummers van Christiani voldoen aan dit criterium en beantwoorden aan de algemene behoefte aan escapisme: Als Op Capri De Rozentuinen Bloeien en From Sunny Madeira To Texas.

1943 - 1945 In 1943 glipt zijn cowboylied Ouwe Taaie Yippy Yippy Yay in eerste instantie langs de Duitse censuur, maar al snel wordt het verboden. Vanwege dit lied en zijn weigering lid te worden van de Cultuurkamer duikt Christiani in '43 onder in België. Een jaar daarna haakt Ik Zie De Zon in op de algemene hoopvolle stemming door het naderen van de bevrijders. Dick Willebrandts en zijn orkest brengt het door Christiani samen met Han Dunk en Karel Luders geschreven liedje Zonnig Madeira in 1943 uit op plaat. Hetzelfde liedje wordt in 1945 uitgebracht door het Zuidzee Trio. Na de bevrijding van Brussel speelt Eddy Christiani in het Britse legerorkest The Army Troupers. In de periode 1944-1945 trekt het orkest achter de frontlinies mee Duitsland in. De stroomvoorziening is een vaak probleem en om zijn versterker aan te krijgen sluit Christiani die soms aan op twee grote accu's uit een legertruck. Aangekomen in Bonn sluit hij zich aan bij de beroemde Cold Stream Guards (The Guards Divisional Dance Orchestra)
en krijgt hij de rang van eerste luitenant.

1946 - 1947 Eddy Christiani treedt in 1946 op in Hamburg als gastsolist voor de BFN (British Forces Network) en speelt daar Hilversum Expresse, voor de gelegenheid omgedoopt tot Leave Train Special. De muzikant keert terug naar Nederland. Van zijn laatste geld koopt hij een akoestische Roger gitaar, omdat van zijn elektrische Epiphone niet veel meer over is na al het gesleep langs het front. In december '47 werkt hij in de studio met het orkest van Malando.

1948 Eddy Christiani treedt wederom toe tot het ensemble van Frans Wouters. Daarin werkt ook zijn vriend Frans Poptie, volgens Christiani één van de vijf beste jazzviolisten ter wereld. Christiani speelt in deze periode voornamelijk akoestisch op een Duitse Roger en Gibson Jumbo gitaar. Van het walsje Op De Woelige Baren gaan 18000 platen over de toonbank. De tekst is van Henri d'Albert van Leeuwen en de uitvoering door Accordeola met zang van Eddy Christiani.

1949 Christiani speelt samen met o.a. John Woodhouse, Max van Praag en Frans Poptie in het gezelschap Accordeola en treedt toe tot Harmonetto, het orkest van Tom Erich. Als zanger/gitarist van deze groep is Eddy wekelijks op de AVRO radio te horen. De populariteit van Christiani neemt snel toe en hij groeit uit tot het idool van de naoorlogse generatie.

1952 In januari formeert Eddie Christiani zijn eigen orkest, dat onder leiding komt te staan van Frans Poptie. De andere bandleden zijn: Harry de Groot (piano), Coen van Orsouw (accordeon), Willy de Wit (klarinet), Tonny Herber (bas) en Bud van Hooren (drums). Hij scoort een grote hit met Spring Maar Achterop. Zijn populariteit bereikt een hoogtepunt. Hij ontvangt maar liefst veertienduizend brieven en pakjes van fans. Door de lezers van het weekblad Tuney Tunes wordt hij verkozen tot populairste zanger van het land. Vijf jaar lang blijft hij dat.

1953 In '53 heeft hij maar liefst zeven hits. De grootste is Daar Bij De Waterkant, een vertaling van het Amerikaanse succes Down By The Riverside.

1954 Christiani ontvangt als eerste Nederlandse artiest een gouden plaat (78 toeren) voor dertigduizend verkochte exemplaren (in één maand!) van Zeemanshart, een compositie van Coen van Orsouw en tekst van Johnny Hoes.

1958 Eddy Christiani gaat op een Gretsch 6120 Chet Atkins Nashville gitaar met Bigsby Tremelo & Tailpiece spelen. De Nederlandse zanger/gitarist Van Wood (Peter van Houten) was hem in Italië al voorgegaan met een Gretsch 6136 White Falcon. Eddy is ondertussen een groot bewonderaar van Chet Atkins geworden en zal hem later persoonlijk ontmoeten.

1959 Christiani stopt met het maken van platen onder zijn eigen naam. Reden: de opkomst van de rock 'n' roll. 'Ik zag een gitarist op de grond gaan liggen tijdens het spelen. Dat is niets voor mij, vond ik meteen. Gitaarspelen is al moeilijk genoeg.' Wel blijft hij achter de schermen actief als studiogitarist. Als sessiemuzikant is hij te horen op talloze platen van Nederlandse groepen. Ook figureert hij in het orkest van Harry de Groot.

1961 Met Sucu Sucu (Mijn Sombrero) maakt Eddy Christiani een comeback op het Artone label. El Sucu Sucu is oorspronkelijk een nummer uit 1958 van de Argentijnse charanga-, viool- en pianospeelster Tarateño Rojas. In 1960 treedt de Argentijnse zanger Alberto Cortez in Knokke op, waar hij Sucu Sucu voor het eerst in Europa presenteert. Hij neemt de song in België op voor het Moonglow label en het wordt een hit. In 1961 neemt de Belgische orkestleider Al Verlane & zijn orkest Villa Montebello Sucu Sucu op met de zanger Ping Ping. Sucu Sucu verschijnt opnieuw in de Belgische hitparade, maar de plaat komt ook in de Nederlandse en Duitse Top 10. Eddy Christiani neemt een Nederlandstalige en een originele Spaanse versie op. De Spaanse versie wordt in Duitsland en Scandinavië op Columbia uitgebracht en in Amerika op Mercury. Christiani is de eerste Nederlandse gitarist die met een Binson echo-apparaat speelt. 'De muzikanten in de studio noemden mij Christiani-ani-ani-ani', zegt hij.

1962 Veel jonge gitaristen ontdekken dat Eddy Christiani ook opwindende gitaarstukken kan spelen. Zijn single Little Geisha/Du, Du Liegst Mir Im Herzen past helemaal in de stijl van de op dat moment actieve Nederlandse gitaargroepen. Christiani en co-componist Tom Erich laten zich voor Little Geisha inspireren door Wheels van The String-A-Longs. Du, Du Liegst Mir Im Herzen is een bewerking van een oud volksliedje uit Noord Duitsland. Beide nummers verschijnen op het repertoire van een groot aantal Nederlandse gitaargroepen. Voor de Duitse markt nemen Johnny & The Hurricanes een uitvoering van Du, Du Liegst Mir Im Herzen op. Indo-rockers Tony & His Magic Rhythms uit Dordrecht spelen Little Geisha live op de radio. Met zijn eigen compositie Wilde Ganzen is Christiani op 9 november 1962 te zien op televisie.

1963 De instrumentale single Wilde Ganzen/Guitar Waltz verschijnt begin 1963 op Artone. Hetzelfde nummer wordt ook uitgebracht door de The Jumping Jewels, zowel op single als op hun album Jumpin' High. Christiani speelt in het Kwartet Tonny Eyk met verder drummer Nico Prins en bassist Dub Dubois. Het combo doet vooral begeleidingswerk voor radio en televisie. Voor de KRO werken ze mee aan het radioprogramma De Zonnebloem van Alex van Wayenburg. Net als in 1962 wordt de gitarist in 1963 door de lezers van het maandblad Muziek Parade uitgeroepen tot de populairste Nederlandse gitarist.

1965 Christiani ontvangt de Gouden Harp voor zijn gehele oeuvre.

1966 Met het combo van Tonny Eyk is Eddy Christiani ook vanaf de zomer van 1966 jarenlang te zien in Voor De Vuist Weg, het populaire televisieprogramma van Willem Duys.

1968 Christiani kan het platen maken niet laten. In 1968 scoort Christiani weer een hitje met Lou Lou. Hij wordt uitgeroepen tot ereburger van het eiland Madeira.

1970 De single Ik Wou Dat Ik Naar Huis Toe Wou is een bescheiden succes.

1975 Heeft van 1975 tot 1985 een eigen radioprogramma voor de TROS op Radio 4, getiteld Gitariteiten.

1977 Eddy Christiani wordt geslagen tot Ridder van de Orde van Oranje Nassau.

1981 Hij wordt uitgeroepen tot Prins Carnaval van Amsterdam.

1984 Christiani krijgt de Gouden Notekraker van de Nederlandse Toonkunstenaars Bond (NTB) voor zijn gehele oeuvre.

1989 Voor zijn verdiensten voor de stad krijgt hij De Gouden Amsterdammer.

1998 De inmiddels tachtigjarige Christiani treedt nog steeds op door heel Nederland, voor zijn trouwe leeftijdsgenoten in bejaardenhuizen. Christiani vat het op als een sociale taak, want veel geld is voor dit soort optredens niet beschikbaar. Op deze manier doet de zanger/gitarist iets terug voor het publiek dat vroeger zijn plaatjes kocht. Zelf leeft Christiani van zijn AOW.

1999 Er verschijnt een driedubbel overzichts-cd met zowel de originele versies van zijn hits als remakes uit de jaren tachtig.

2005 Op 25 september brengen Nederlandse artiesten, waaronder Cor Bakker en het Rosenberg Trio, in de Hoornse schouwburg Het Park een ode aan Eddy Christiani. Tijdens deze avond krijgt Christiani de Edison Oeuvre Prijs Lichte Muziek uitgereikt. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt voor geluidsdragers van bijzondere kwaliteit. De Edison Stichting kende Eddy Christiani de prijs toe voor zijn 'enorme oeuvre en verdiensten in de Nederlandse Muziekgeschiedenis.'

2006 Tijdens het tweedaagse popfestival popaanzee te Vlissingen reikt Eddy Christiani op 21 april in Het Arsenaaltheater de naar hem vernoemde prijs uit aan gitarist Leendert Haaksma. Op deze avond viert Christiani tevens zijn 88ste verjaardag met een live-optreden.

2007 Eddy Christiani begint woensdag 6 juni aan een afscheidstournee van een maand waar hij zijn grootste hits speelt voor enthousiast meezingend publiek. Een van zijn optredens is tijdens het Jordaanfestival te Amsterdam. Christiani is de eerste winnaar van de Radio 5 Oeuvreprijs. De prijs wordt 28 september uitgereikt tijdens het Concert van de Jaren '50. De artiest ontvangt de oeuvreprijs vanwege zijn grote verdiensten voor de Nederlandse lichte muziek en vanwege zijn populariteit onder het publiek van Radio 5.
 

eddychristiani1.jpg eddychristiani2.jpg

Reageer op dit bericht

Meer van Nostalgie

↑ Terug naar de berichten