Naar de inhoud

Nostalgie

akke.beakke.be
logo.jpg

Berichten van 7 april 2001 tot 8 april 2001

Catapult

catapult01.jpg

Leidse formatie die midden jaren '70 het Nederlandse antwoord is op de Engelse glamgolf, aangevoerd door Slade, The Sweet en Mud. Dankzij een ijzersterk imago (oogverblindende kleding en opvallende kapsels) en pakkende singles heeft de band in Nederland en België veel succes. Na het wegebben van de glitterrage gaan de muzikanten verder als het productiebedrijf Cat Music.


1973 Geertjan Hessing, Erwin van Prehn, Aart Mol en Cees Bergman besluiten kort voor een zomervakantie in Spanje tot het oprichten van een groep. De muzikanten kennen elkaar reeds enkele jaren uit de muziekwereld van Leiden. Vanaf het begin is het motto: 'wat er ook gebeurt, we blijven bij elkaar'. Het verblijf aan de stranden van Lloret de Mar wordt gebruikt om plannen te smeden, waarbij vooral het succes van Mud, The Sweet en Slade als lichtend voorbeeld dient. In september wordt de groep gecompleteerd met toestenist Michael Eschauzier. In de eerste single worden de ervaringen aan het Spaanse strand verwerkt. De titel verwijst naar de aanmoediging van de vakantievriendinnen die hoorden van de wilde plannen: (We hope you're gonna) Hit The Big Time, die opgenomen wordt met producer Jaap Eggermont (ex-Golden Earrings). De band doet nog dat jaar de eerste optredens, als voorprogramma van Golden Earring. Het is Earring-zanger Barry Hay die de bandnaam bedenkt, terwijl kunstenaar Wim T. Schippers het logo
voor zijn rekening neemt. De band modelleert zich naar de Britse voorbeelden: opvallend piekhaar en matje in de nek, glimjasjes, strakke kruippakjes en torenhoge plateauzolen.

1974 In februari komt de eerste single Hit The Big Time uit. Toetsenist Michael Eschauzier besluit de band te verlaten. Hij wordt in mei vervangen door Elmer Veerhoff. Hit The Big Time bereikt de 28ste positie in de Veronica top 40. Catapult treedt veel op in Nederland, België en Duitsland. De tweede single Let Your Hair Hang Down wordt een groot succes, het nummer haalt de 5de plaats in de top 40, nadat het Treiterschijf is geweest bij Radio Noordzee. Op de golven van dit succes wordt de single ook uitgebracht in Oostenrijk, Zwitserland, Engeland en Duitsland. In augustus en september worden met Jaap Eggermont in de studio van Phonogram en Frans Peters opnamen gemaakt voor de debuut-LP. Het jaar wordt afgesloten met een top 10-succes met het Catapult op het lijf geschreven Teeny Bopper Band.

1975 In januari 1975 komt het debuutalbum Catapult uit. De plaat wordt door Muziekkrant Oor ongenadig afgekraakt, maar wordt - desondanks - een bescheiden succes. Toch is Catapult ook dit jaar een groep die het van de singles moet hebben: Seven Eleven en The Stealer.

1976 De nieuwe single Remember September wordt nog wel troetelschijf bij Hilversum 3, maar dat kan niet verhullen dat het langzaam maar zeker minder wordt met de glambands. Nieuwe rages dienen zich aan en dat ondervindt ook Catapult. Er verschijnen nog wel singles, die steeds minder succes hebben in de hitparades, en later dat jaar nog de verzamel-LP Catapult. De inspiratie om zich nog in te spannen voor het zieltogende Catapult wordt kleiner, als de groep langzamerhand steeds meer materiaal schrijft en inspeelt voor andere artiesten en groepen. Zo profiteren vanaf 1976 onder meer André Hazes, Patricia Paay, Rita Hovink, Barry Hughes, André van Duin, Imca Marina, Lia Velasco en Liberation Of Man van het hitgevoelige materiaal dat de muzikanten aanleveren. Het toepasselijk getitelde Here We Go is in november de laatste single van Catapult die de top 40 weet te halen.

1977 Terwijl de media en platenkopers het laten afweten, de single Disco Njet - Wodka Da flopt, is Catapult op het podium nog wel een succes. Ook in het buitenland, zo wordt er in mei opgetreden in Oost-Duitsland, waar zelfs tv-opnamen worden gemaakt.

1978 Nieuwe singles floppen opnieuw, maar Catapult begeleidt dit jaar wel de drie Haagse zusjes The Internationals bij het Nationale Songfestival.

1979 Vanwege gebrek aan succes heft Catapult zich op. In het Feest-paleis in Beervelde (België) wordt op 23 december het laatste optreden gedaan.

1980 Het credo 'wat er ook gebeurt, we blijven bij elkaar' blijft gehandhaafd. De muzikanten richten Cat Music op, een studio en productiebedrijf waar men artiesten begeleidt en songs aanlevert. Om de - negatieve - associatie met Catapult te voorkomen voeren de muzikanten vanaf die tijd hun eigen werk uit in velerlei vermommingen, zoals The Surfers (Windsurfin'), Snoopy (No Time For Tango), The Monotones (Mono), Master Genius (Let's Break), De Videokids (Woodpeckers From Space, met zang van Peter Slaghuis), Rubberen Robbie (De Nederlandse Sterre Die Strale Overal), Holland (Aanvallen!), Ome Henk en Irene Moors & De Smurfen (No Limits). Zo blijft Catapult, zij het meer achter de schermen, ook in de jaren '80 en '90 een stempel op de polderpop drukken. Het glitterpak wordt af en toe nog eens uit de kast getrokken om in Leiden of omgeving een reünie-optreden te doen.

catapult1.jpg catapult2.jpg

Reageer op dit bericht

Dolf Brouwers

Image Slideshow

dolf01.jpg

01020304

Adolphus (Dolf) Brouwers (Utrecht, 31 augustus 1912 – Den Haag, 23 september 1997) was een Nederlands operazanger en komiek. Hij werd op zestigjarige leeftijd ontdekt door Wim T. Schippers en groeide als Sjef van Oekel uit tot hoofdrolspeler in een televisieshow van Schippers en in een reeks stripverhalen, getekend door Theo van den Boogaard.

Brouwers werd geboren te Utrecht en groeide op in Den Haag. Op zijn twaalfde werd hij timmermansknecht in Scheveningen, maar op zijn veertiende werd hij kappersknecht. Tot de klanten van Brouwers, die in de kapsalon graag operetteliederen zong, behoorden Prins Hendrik, en de directeur van het Scalatheater in Den Haag. Toen de laatste Brouwers hoorde zingen, vroeg hij hem voor het operettekoor van het theater. Bij het koor ontmoette Brouwers zijn vrouw Greet. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij opnieuw kapper en later reisleider. In de jaren vijftig schreef hij met tekstdichter Jack Bess liedjes onder het pseudoniem D. Goldstein, evenwel zonder succes. Toch was Dolf Brouwers vlak na de oorlog vaak op de radio te horen met het bekende lied "Eens zal de Betuwe in bloei weer staan".

In 1972 werd Brouwers ontdekt door Wim T. Schippers. Schippers zocht voor de Fred Hachéshow iemand voor een bijrolletje als de patatbakker 'S. van Oekel' uit het Belgische plaatsje Reet. (De naam had Schippers in België op een bedrijf in auto-accessoires zien staan.) Hoofdrolspeler Harry Touw dacht meteen aan Brouwers, die hij kende van de Haagse Artiesten Club. Brouwers gaf zijn personage de voornaam 'Sjefke' en kreeg vervolgens van Schippers verschillende bijrollen in het programma. In de volgende programmareeks, Barend is weer bezig, met IJf Blokker als 'Barend Servet' werd Brouwers' rol, nu als 'Sjef van Oekel', al belangrijker. Brouwers introduceerde een geheel eigen taalgebruik, vol Schippersvondsten als 'reeds', 'pardon reeds', 'dat ben ik dus' en 'ik word niet goed'. Op 9 april 1973 werkte Brouwers als Sjef van Oekel, directeur van Radio Stereo Petat, mee aan een eenmalige uitzending van klassieke muziek door het Comité Nederland Muziek vanaf het sportvissersschip MV De Morgenster, als persiflage op de een week eerder aan de grond gelopen zeezender Radio Veronica.

Af en toe barstte hij in de shows ook in zingen uit, wat Brouwers heel goed kon als ex-operettezanger, maar hier dik aanzette en met opzet net niet op toon. Nationaal bekend werd hij met het lied "Vette Jus" (1973), dat hij vanachter een volgeladen tafel zong, waarna hij tenslotte ter aarde stortte te midden van de borden en schotels. Uit hetzelfde jaar dateert "Juliana onze vorstin", een tekst van Schippers en Gied Jaspars; volgens de hoestekst van de single geschreven 'N.a.v. het 25-jarig jubileum van H.M. de Koningin'.
Tenslotte kreeg hij in het seizoen 1974-1975 zijn eigen televisieprogramma: Van Oekels Discohoek.


Populairste televisiepersoonlijkheid
Nadat Van Oekel tijdens de Kerstuitzending in de fietstas van zijn sidekick ir. Evert van der Pik (Jaap Bar) had gekotst, begon Henk van der Meyden een actie tegen het programma. De lezers van het tijdschrift Muziek Expres verkozen Sjef van Oekel echter tot populairste televisiepersoonlijkheid van 1974. In het seizoen 1978 was Brouwers tien afleveringen te zien als de verlopen nachtclubeigenaar 'Waldo van Dungen' in Het Is Weer Zo Laat (Waldolala). In 1979 nam hij een single op met Herman Brood (Nooit Meer Terug Naar Die Rotschool), en in 1980 volgde de carnavalskraker Oei Oei Dat Was Lekker. In 1981 speelde Brouwers in de serie De lachende scheerkwast, opnieuw geschreven door Wim T. Schippers. In 1984 speelde hij nog een bijrol in de serie Op zoek naar Yolanda.

Inmiddels was hij bezig afscheid te nemen van zijn personage. Onder zijn eigen naam werd hij in 1983 "parlementáár verslaggever van de Vara" in het VARA-radioprogramma Paviljoen Drie van Felix Meurders, en in 1985 nam hij onder zijn eigen naam de single Oh, Wat Is Het Toch Fijn Om Gelukkig Te Zijn op, die net geen hit werd.
Met de show "De ondergang van de Onan" (waarmee een passagiersschip werd bedoeld waarop alle personages (in een zogenaamd toneelstuk) nog eens in allerlei idiote situaties ten tonele verschenen) werd het tijdperk Van Oekel zo'n beetje afgesloten.

In de negende aflevering van Kinderen voor Kinderen in 1988 figureerde Brouwers tijdens het lied "Sneu" als een vader die tot grote schaamte van zijn dochter in een bulderend gelach uitbarstte op een voor hem zeer typerende wijze.

In 1995 deed Brouwers nog een serie korte interviews voor de tv met bekende Nederlanders, die hij meenam ergens op een buitenlocatie om in de van hem bekende stijl met deze mensen te spreken (zoals met de operettezanger Marco Bakker: "ik heb in uw kleedkamer bij uw kostuum ook zo'n rijzweepje zien staan, is dat nou voor SM... of zoiets?")

In 1995 reikte burgemeester Wim Deetman aan Brouwers de Gouden Speld van de stad Den Haag uit. In datzelfde jaar overleed Brouwers' echtgenote.
Brouwers zelf overleed twee jaar later op 85-jarige leeftijd in zijn woning te Den Haag.

Op 3 oktober 2004 vond de première plaats van de voorstelling Dolf Brouwers, Ben Ik Dat? geschreven door Rob van Dalen, met Manou Kersting als Dolf Brouwers, Marieke van Leeuwen als zijn vrouw Greet, Clous van Mechelen als zichzelf, en Johnny Kraaykamp jr. als Wim T. Schippers. De regie was van Guusje Eijbers.


Taalverrijking
Ook is Dolf Brouwers verantwoordelijk voor diverse hedendaags gangbare uitspraken in de Nederlandse taal. Verreweg de bekendste daarvan zijn "Als het ware ...", "Maar ik kwam van rechts", "Dat ben ik dus" en "Pardon ... Reeds!".


Strip
Vanaf 1976 verscheen de succesvolle strip Sjef van Oekel in het tijdschrift Nieuwe Revu en in stripalbums. Het scenario was van Wim T. Schippers en de tekeningen waren van Theo van den Boogaard. De strips werden goed verkocht en er verschenen vertalingen in Frankrijk (waar de hoofdpersoon Léon van Oukel heette, later: Léon la Terreur), Duitsland (Julius Patzenhofer), Denemarken en Spanje. Brouwers ontving echter niets van het met de strip verdiende geld, hoewel hij wel werd afgebeeld. Bovendien wenste hij niet langer vloekend of in pornografische situaties in beeld te worden gebracht. In 1989 spande hij een rechtszaak aan. In 1991 besliste de rechter dat Brouwers niet langer mocht worden afgebeeld in ‘obscene of pornografische scènes’. Over de financiële vergoeding bereikten Schippers en Brouwers in 1992 een schikking, waardoor het hoger beroep geen doorgang hoefde te vinden.

dolfbrouwers1.jpg dolfbrouwers2.jpg

Reageer op dit bericht

Meer van Nostalgie

↑ Terug naar de berichten