Naar de inhoud

Nostalgie

akke.beakke.be
logo.jpg

Archief

Jasperina de Jong

Image Slideshow

jasperina01.jpg

010203040506070809

Vlot gebekte diva van het Nederlandse cabaret, die ook in film en musicals overtuigt.

1938  Jasperina de Jong wordt geboren op 7 januari op het Javaplein te Amsterdam. Haar vader is metselaar, haar moeder geïnteresseerd in het theater. Ze heeft een 8 jaar oudere broer, Wim, (werkt later als toneelmeester in de Stadsschouwburg in Groningen) en een 10 jaar oudere zus, Stien.

1953 Omdat De Jong graag balletdanseres wil worden, neemt ze lessen bij de balletschool van de Nederlandse Opera. Als ze na balletles staat te zingen onder de douche, vragen anderen haar waarom ze niet gaat zingen. De combinatie van dans, zang en theater lijkt De Jong wel wat, maar ze heeft geen idee dat die vorm musical heet. Ze ziet voor het eerst Wim Kan optreden.

1955 Jasperina ziet Wim Sonneveld voor het eerst optreden. Nadat ze geslaagd is voor de Mulo, vindt ze werk als tandartsassistente en typiste.

1955 - 1960 Ze doet auditie bij Wim Kan, maar hij vindt haar stem niet mooi. Ze meent dat hij daar ongelijk in heeft en dat stimuleert haar om door te gaan. Ze volgt een cabaretcursus bij Cor Lemaire, maar daar leert ze niet veel. Vervolgens gaat ze enige maanden naar de cabaretschool van Bob Bouber. Daar ontmoet ze een jongen die haar vertelt over het beginnende cabaretgroepje Lurelei. Als Adèle Bloemendaal die groep verlaat, wordt er een opvolgster gezocht. De Jong doet auditie bij de oprichters van het Lurelei Kabaret, Ben Rowold en Eric Herfst. Ze wordt aangenomen.

1960 De Jong studeert liedjes in voor het Lurelei-programma Niet Sexpres. Haar eerste optreden vindt plaats in Edam. Ze krijgt een lovende recensie. Een auditie bij My Fair Lady (om in het koor te zingen) levert niets op. De Amsterdamse besluit daarop om zanglessen te nemen bij Kees Smulders, die het kinderkoor Morgenrood leidt. De Jong ontmoet tekstdichter Guus Vleugel. Ze krijgt oude radio-teksten mee voor Lurelei. Vleugel schrijft De Stand-in voor haar, De Jongs eerste succesnummer op het podium

1961 Rudi Carell vraagt de leden van Lurelei mee te werken aan een nieuw cabaretprogramma, Schermutselingen. Wim Sonneveld treedt daarbij op als regisseur. Schermutselingen is echter weinig succesvol. Lurelei brengt vervolgens haar eigen programma Hotel de Botel, dat aanzienlijk beter loopt. Hoogtepunt van de show is de song Call Girl. Ondertussen is er ook persoonlijk geluk: op 14 maart trouwen De Jong en Eric Herfst.

1962 Op 28 april wordt in het Vondelparkpaviljoen te Amsterdam het tweede ICC-Concours gehouden, een cabaretwedstrijd voor beginnend talent. Er zijn 23 deelnemers en 11 finalisten. In de jury zitten Wim Sonneveld, Conny Stuart, Wim Ibo, Albert Mol en Cor Lemaire. In verwachting en in een geleende duster brengt De Jong het nummer Call Girl. Ze wint de eerste prijs. Ze treedt een paar maanden lang op in de musical My Fair Lady, om en om met Margriet de Groot en Dorien Mijksenaar. Met Lurelei brengt ze het programma O.K & W.

1963 Op 23 maart wordt zoon Pelle geboren. Lurelei staat op het podium met Doe 't Zelf. De Jong is inmiddels de leading lady van de theatergroep.

1964 Het nieuwe programma van Lurelei gaat in premiere: Wij Lurelei. De Jong ontvangt een Edison voor het lied Call Girl.

1965 Wie Is Er Bang Voor Lurelei? is de naam van de nieuwe Lurelei-show.

1966 Met het programma Relderelderel speelt Lurelei in diverse theaters. De groep komt regelmatig op tv en boekt succes met de prachtige teksten van Vleugel.

1967 Musicals blijven De Jong trekken. Daarom schrijft Vleugel de (weinig succesvolle) musical De Stunt. Wel scoort Jasperina een hit met het liedje De Wandelclub van de lp Jasperina De Jong.

1968 De Jong speelt een rol in de musical Sweet Charity.

1970 De eerste one-womanshow van De Jong komt in het theater, De Jasperina Show.

1971 De Jong ontvangt een Gouden Harp.

1972 Ook de tweede one-womanshow, Jasperina's Grote Egotrip, is een succes.

1973 De Amsterdamse ontvangt een tweede Edison, dit keer voor haar plaat De Jasperina Show. Er komt een eind aan de samenwerking met Vleugel. De Jong gaat met Ivo de Wijs werken. Alle teksten worden op muziek gezet door Joop Stokkermans.

1980 De Jong ontvangt een derde Edison voor Thuis Best.

1985 Op 21 februari overlijdt De Jong's levenspartner Eric Herfst.

1986 Jasperina maakt haar acteerdebuut in de film Vroeger is Dood.

1987 Voor die rol krijgt de Amsterdamse een Gouden Kalf.

1989 Ze speelt een rol in de speelfilm Jan Rap En Z'n Maat.

1994 Na het overlijden van Eric Herfst, doet De Jong jarenlang geen theater meer. Als ze een keer wat gedichten voorleest voor een volle zaal, krijgt ze weer de kriebels en gaat ze het land in met het programma Morgenster.

1995 Samen met Lieuwe Visser treedt ze avond aan avond op met de musical Lang Leve De Opera! Ook vertolkt ze een stem in de Nederlandse versie van de tekenfilm Doornroosje.

1998 De Jong brengt liederen van Bertolt Brecht en Kurt Weill. Ook speelt ze, om en om met Jenny Arean, de hoofdrol in de musical Heerlijk Duurt Het Langst.

1999 In het najaar brengt De Jong een programma met het Metropole Orkest. In dit programma brengt zij liederen ten gehore van Joop Stokkermans en Harry Bannink.

2000 Op 12 januari gaat de theatershow Uitgestelde Ontmoetingen in première. De Jong heeft dit programma samen met pianist Louis van Dijk geschreven. Ze kruipt in de huid van Koningin Emma in de verfilming over het leven van Wilhelmina. In november wordt bekend gemaakt dat De Jong de rol speelt van World Online-oprichter Nina Brink in een aflevering van de satirische televisieserie 25 Minuten van Arjan Ederveen. Brink laat weten 'niet blij' te zijn met het programma dat in het voorjaar van 2001 wordt uitgezonden. Het album Die Sieben Todsünden bevat het gelijknamige stuk van Kurt Weill aangevuld met andere liederen uit zijn oeuvre. Op de plaat wordt De Jong begeleid door het Rotterdam Young Philharmonic onder leiding van Henk Guittart. De Jong is Phyllis in de musical Follies (1971, muziek door Stephen Sondheim met teksten van James Goldman), een productie van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Allard Blom is verantwoordelijk voor de vertaling. De première is op 7 december in Antwerpen.

2001 In het kader van het Turkije Festival treedt Jasperina de Jong in het voorjaar samen met de Turkse volkszangeres Sabahat Akkiraz op in Nederlandse theaters.

2002 In de Telegraaf meldt Jasperina de Jong nog één grote productie te zullen doen. Ze speelt de titelrol in de musical Marlene Dietrich. Het verhaal speelt zich af rond 1963 rondom een concert in Parijs. De voorstelling eindigt met een optreden van een half uur waarbij De Jong wordt begeleid door Trio Ad van Dijk (Ad van Dijk: piano/arrangementen, Martin de Deugd: viool, Lou Kuijper: contrabas). Het album Jasperina De Jong Zingt Marlene Dietrich verschijnt in april. Voor haar rol ontvangt De Jong de Musical Award 2002 in de categorie Beste Vrouwelijke Hoofdrol.

2003 Jasperina de Jong speelt de rol van God in Jona De Nee-zegger, een opera van Willem Breuker op een libretto van Karel Deurloo. De titelrol wordt gezongen door Marcel Beekman, Frits Lambrechts is de verteller en jazz-zangeres Denise Jannah zingt de rol van schipper.

2004 In april wordt 'Jazzperina' tijdens het Jazzfestival in Arnhem begeleid door het jazzorkest van het Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert. Jasperina de Jong is jurylid tijdens het Zeeuwse filmfestival Film By The Sea waar acht literatuurverfilmingen in de competitie zitten. De zangeres speelt de rol van Odette in de film Confituur van de Belgische regisseur Lieven Debrauwer. Ze zingt daarin ook enkele liedjes waaronder Female Touch en Neben Mir.

2006 De box met zes dvd's onder de titel Portret bevat liedjes en sketches van het Lurelei-cabaret (1963) tot aan De Jongs vertolking van Marlène Dietrich (2002) aangevuld met interviews en twee documentaires. De zangeres geeft ook commentaar bij de beelden.

jasperinadejong1.jpg jasperinadejong2.jpg

Reageer op dit bericht

Johnny en Rijk

Image Slideshow

johnnyr01.jpg

01020304050607

Johnny & Rijk zijn als 'paar apart' een succesvol komisch duo met een eigen show op de Nederlandse televisie. Ze brengen ook platen uit en hebben in 1957 hun eerste hits met de singles Ik Ben Zo Blij en De Ouwe Sopraan Uit De Jordaan. Hun grootste hit hebben Johnny & Rijk in 1967 met De Bostellla.

1925 - 1951 Rijk de Gooyer (Utrecht, 17 december 1925) mag van zijn zwaar gereformeerde bakkersvader niet naar de toneelschool. Na de Tweede Wereldoorlog begint De Gooyer op de radio waar hij verschillende komische typetjes neerzet in hoorspelen. Hij maakt korte tijd deel uit van het ABC Cabaret van Wim Kan en Corry Vonk en speelt een rol in Het Wonderlijke Leven Van Willem Parel, de geflopte speelfilm van Wim Sonneveld.

1952 - 1957 In 1952 ontmoet hij Johnny Kraaykamp (Amsterdam, 19 april 1925). Ze vormen een 'paar apart' en nemen het liedje Twee Jongens En Een Gitaar op. Het duo wordt ontdekt door de AVRO. Hun Johnny en Rijk-show is jarenlang een groot succes op de televisie en is ook twee jaar op de Duitse televisie te zien. Uit het huwelijk van Johnny Kraaykamp met Rim Panhuijsen wordt op 22 februari 1954 Johnny Kraaykamp jr. geboren. Johnny & Rijk scoren in 1957 hun eerste hits met de singles Ik Ben Zo Blij en De Ouwe Sopraan Uit De Jordaan.

1958 Johnny Kraaykamp ontdekt op Bevrijdingsdag op de Albert Cuyp de dan acht jaar oude André Hazes. Hij nodigt het jonge zangtalent uit voor een van de weekendshows van Johnny & Rijk. Kraaykamp wisselt zijn rol als komiek af met rollen in serieuze toneelstukken bij toneelgroep Ensemble en later het Amsterdam Volkstoneel (1962-1964). Later is hij ook te zien in musicalproducties als De Man Van La Mancha en Irma la Douce.

1960 - 1964 De twee komieken brengen ook solo platen uit. Johnny Kraaykamp heeft in 1960 hits met Heer Prinz De Trompettist en Laat Hem Maar Gaan. In 1964 staat Rijk de Gooyer in de hitparade met de single Brief Uit La Courtine op een tekst van Eli Asser.

1965 De single Kareltje De Grote is een Nederlandstalige bewerking van Sacré Charlemagne van France Gall. In hetzelfde jaar is de vertaling ook een hit voor zangeres Marijke Merckens.

1967 De single De Bostellla behaalt de gouden status.

1968  Het liedje De Roddel Van De Stad op de hitsingle Pa Wil Niet In Bad is een Nederlandstalige bewerking van La Felicidad van Palito Ortega die er een jaar eerder een Spaanse zomerhitwedstrijd mee won.

1969 Oh Waterlooplein is een vertaling van Waterloo Road (Lionel Morton). Het is een van de bekendste liedjes van Johnny & Rijk, maar in de Top 40 blijft de single steken in de tipparade.

1970 - 1975 Johnny & Rijk verzorgen hun laatste gezamenlijke televisieseizoenen. Het liedje Vader's Fanfare is in 1975 hun laatste gezamenlijk hitsingle.

1976 - 2005 Johnny Kraaykamp en Rijk de Gooyer hebben ieder hun eigen succesvolle carrière die zich vooral op het toneel, de televisie en op het witte doek afspeelt. Als duo zijn ze te zien in reclamespotjes voor C&A ('C&A is toch voordeliger!'). Kraaykamp is van 1979 tot 1984 actief bij het RO Theater en krijgt bijzonder goede kritieken voor zijn serieuze rollen. In 1984 krijgt hij de Louis d'Or voor zijn rol in Jacques De Fatalist En Zijn Meester en in 1986 een Gouden Kalf voor zijn rollen in de films De Aanslag en De Wisselwachter. In de jaren tachtig is hij samen met o.a. Rijk de Gooyer en Adèle Bloemendaal bij de AVRO te zien in de komische televisieserie De Brekers. Hij speelt samen met zijn zoon Johnny Kraaykamp jr. en Martine Bijl de hoofdrol In 't Zonnetje In Huis (1993-2003). De Gooyer woont jarenlang in het rustieke Giethoorn. Hij brengt platen uit zoals Roept U Maar!! (1976), Ik Ben Ontzettend Rijk (1977) en 't Jochie Dat Altijd Zal Blijven Sappelen (1980). Samen met Eelke de Jong en later met
Maarten Spanjer vult hij de column Beste Jongens in de Haagsche Post. Met De Jong schrijft hij het feuilleton De Belevenissen Van Koos Tak. Hij maakt reclamespotjes voor het kaasmerk Paturain en verzekeringsmaatschappij Reaal en is samen met Maarten Spanjer te zien in een spotje voor de KPN. De acteur is in meer dan veertig speelfilms te zien. 'Een Nederlandse speelfilm is pas een Nederlandse speelfilm als Rijk de Gooyer erin meespeelt', aldus Simon Carmiggelt. Rijk de Gooyer is te zien in o.a. De Inbreker (1972), Naakt Over De Schutting (1973), Grijpstra & De Gier (1979), Hoge Hakken, Echte Liefde (1981), Ciske de Rat (1984), Hoogste Tijd (1995, Gouden Kalf), Filmpje! (1995) en Madelief (1999, Gouden Kalf). Op televisie speelt hij in onder meer De Ondergang Van De Onan (Wim T. Schippers, 1976) en In Voor En Tegenspoed (1991). Bij uitgeverij Thomas Rap verschijnt in 2003 het boek Rijk, samengesteld uit gesprekken door Stijn Aerden en Klaas Vos.

johnnyrijk1.jpg johnnyrijk2.jpg

Reageer op dit bericht

Jacques Brel

Image Slideshow

jacquesb01.jpg

010203040506

Jacques Romain Georges Brel (Schaarbeek (Brussel), 8 april 1929 - Bobigny (Parijs), 9 oktober 1978) was een Belgische zanger, componist en tekstschrijver die in de vroege jaren zestig uitgroeide tot een internationale vedette. Na zijn afscheid van het podium in 1967 was hij enige tijd actief als filmacteur en -regisseur. Tijdens het belangrijkste deel van zijn carrière werkte hij intensief samen met de componisten François Rauber en Gérard Jouannest.

De Brusselaar Brel beschouwde zichzelf als Franstalige Vlaming. Hij zong voornamelijk in het Frans maar nam ook enkele Nederlandse versies van zijn chansons op, meestal door Ernst van Altena vertaald.

Bekende liedjes van Brel zijn onder andere:

Ne me quitte pas (Laat me niet alleen / If you go away) (1959)
Les Flamandes (1959)
Marieke (1961)
Le Moribond (Seasons in the sun) (1961)
Le Plat Pays (Mijn vlakke land) (1962)
Amsterdam (1964)
La chanson des vieux amants (Liefde van later) (1967)
Voir un ami pleurer (Een vriend zien huilen) (1977)
Vanwege zijn kritische, vaak spottende, teksten over de Vlaamse Beweging en het leven onder de vleugels van de rooms-katholieke Kerk was Brel vooral onder Vlamingen omstreden. Hij heeft echter ook diverse lofzangen geschreven op het Vlaamse land en het vrouwelijk deel van zijn bewoners.

Vele artiesten hebben Brel-chansons uitgevoerd of opgenomen. Nederlandse vertalingen werden onder meer door Liesbeth List en Herman van Veen opgenomen. In het Engelse taalgebied zorgden met name vertaler Rod McKuen en de zangers Scott Walker en Terry Jacks voor Brels bekendheid. Van If you go away (de Engelse bewerking van Ne me quitte pas) bestaan talloze versies, waarvan die van Dusty Springfield, Neil Diamond en Frank Sinatra waarschijnlijk de bekendste zijn.

 

Proloog: de voorouders van Jacques Brel
De overgrootvader van Jacques Brel, Jean-Augustin Brel, was vanaf 1833 burgemeester van het Vlaamse Zandvoorde (nu een deelgemeente van Zonnebeke). Als lid van de gegoede burgerij sprak hij, haast vanzelfsprekend, Frans.

De vader van Jacques, Romain (6 februari 1883 - 8 januari 1964) vertrok in 1911 naar Congo, werkend voor een handelsfirma. Op 3 december 1921 trouwde hij in Brussel met Elisabeth Van Adorp (14 februari 1896 - 7 maart 1964). Ze vestigden zich samen in Congo waar op 13 augustus 1922 de tweeling Pierre en Nelly werd geboren. In januari 1923 overleden beide kinderen aan tyfus. Op 19 oktober 1923 werd een zoon geboren die (opnieuw) de naam Pierre kreeg. In 1926 keerden de Brels definitief terug naar Brussel. Ze vestigden zich in de buitenwijk Schaarbeek, waar in 1929 Jacques werd geboren. Romain verliet in 1931 de import-export en werd vennoot in de Brusselse kartonfabriek die in 1921 door zijn zwager Armand Vanneste was opgericht. Het bedrijf werd omgedoopt in Vanneste & Brel.

Jacques' moeder, door hem steevast Mouky genoemd, was erg gelovig. Ze hield van acteren en zingen en schreef af en toe liedjes. Romain Brel was een niet-praktiserend katholiek met een liberale politieke overtuiging. Hoewel hij Franstalig was, was hij niet uitgesproken francofiel. Op zijn twaalfde leerde hij Nederlands en zijn houding tegenover de taalkwestie was pragmatisch. Het bekrompen bourgeois-milieu waartegen Jacques Brel zich later in zijn chansons afzet is volgens tijdgenoten dan ook niet zozeer gebaseerd op het gezin waarin hij zelf opgroeide, maar veel meer op bijvoorbeeld de familie Vanneste, die Jacques van zeer nabij kende.


Levensloop

Jeugd
Brel groeide op in een burgerlijk milieu. Aanvankelijk wees alles erop dat hij zijn vader later zou opvolgen als fabrieksdirecteur. Na het verlaten van de middelbare school werkte hij vier jaar lang bij de kartonfabriek Vanneste & Brel waarin zijn vader medevennoot was. Bij de humanistisch-Katholieke jeugdbeweging Franche Cordée legde hij zich ondertussen toe op zang en toneelspel. Hij ontmoette er ook Thérèse Michielsen ('Miche') met wie hij op 1 juni 1950 trouwde. Het paar kreeg drie dochters: Chantal (1951-1999), France (1953) en Isabelle (1958).


Eerste stappen als chansonnier
Ondertussen was Brel liedjes en gedichten gaan schrijven. In 1952 begon hij onder de hoede van Angèle Guller voorzichtig aan een carrière als chansonnier. Hij trad op in haar radioprogramma, gaf diverse optredens en maakte in 1953 een 78-toerenplaat met de, vergeleken bij zijn latere repertoire, brave liedjes La Foire en Il y a. Een jaar later werd het definitief duidelijk dat Brel geen fabrieksdirecteur wilde worden maar chansonnier: hij vertrok naar Parijs waar hij met wisselend succes zijn werk aan de man bracht. Zijn plaat had de aandacht van onder meer Jacques Canetti getrokken; deze liet hem een paar keer in zijn cabaret Les Trois Baudets optreden en zou zich later als Brels ontdekker beschouwen.

Brels verrichtingen werden met wisselend enthousiasme ontvangen maar waren in ieder geval succesvol genoeg om in 1954 zijn gezin over te laten komen. In datzelfde jaar ontmoette hij Georges Pasquier ('Jojo') die zijn leven lang een boezemvriend zou blijven. Uit dezelfde periode stammen ook de eerste contacten met pianist/arrangeur/orkestleider François Rauber en pianist Gérard Jouannest die Brel tijdens de rest van zijn muzikale carrière terzijde zouden staan. Rauber verzorgde de muzikale omlijsting op Brels grammofoonplaten terwijl Jouannest de vaste begeleider op het podium was. Beiden staan ook te boek als coauteur van diverse chansons. Later voegde accordeonist Jean Corti zich bij deze kern van Brel-begeleiders.

In 1955 stond Brel aan de vooravond van zijn doorbraak. In de Brusselse Ancienne Belgique verzorgde hij een week lang het voorprogramma van Bobbejaan Schoepen.


Doorbraak
In 1956 beleefde Brel zijn definitieve doorbraak met het succesvolle plaatje Quand on n'a que l'amour. Brel was vanaf dat moment een erkend artiest. Dat de kwaliteit van zijn gezinsleven er intussen niet op vooruit was gegaan, bleek toen Miche in 1958 besloot om met de kinderen weer in Brussel te gaan wonen. Miche en Jacques leidden vanaf dat moment gescheiden levens maar de relatie werd nooit definitief verbroken. Jacques bleef kostwinner van het gezin en speelde incidenteel de rol van huisvader. Dat hij er tevens vele minnaressen op nahield, was een publiek geheim.

Vanaf de late jaren vijftig werd het werk van Brel grimmiger. Tijdgenoten meldden dat het vooral Jojo was die Jacques inspireerde om zijn katholiek-humanistische levensvisie te verruilen voor een wereldbeeld waarin de mens in de eerste plaats een strijder is. Gekoppeld aan de muzikale vakkunst van Jouannest en Rauber leverde dit een vernieuwde Jacques Brel op: in Les Flamandes uit 1959 trekt hij van leer tegen de hypocriete burgerlijke moraal die hij uit zijn jeugd kende; in Ne me quitte pas (1959) lijkt de liefde meer pijn dan goed te doen en La mort (1960) is de eerste uit een hele reeks Brel-chansons over de dood. Het zijn drie thema's die vanaf dat moment voortdurend opduiken in Brels teksten. Hij verwierf daardoor een serieuzer, meer literair imago, maar joeg ook luisteraars tegen zich in het harnas die het zoetsappige Quand on n'a que l'amour misschien nog wel konden waarderen.


Brel als vedette
Het succes was er in ieder geval niet minder om. In de periode tot 1967 leidde Brel een hectisch bestaan waarin het niveau van zijn liedjes en optredens onveranderd hoog bleef. Tijdens zijn concerten verschoof het accent: was Brel aanvankelijk nog een cabareteske hofnar die ook af en toe een gevoelig liedje zong, naarmate de jaren vorderden speelde hij steeds meer de rol van gedoemd dichter, die op het podium zijn persoonlijke pijn voor het voetlicht bracht. De intense manier waarop hij zijn chansons de zaal in spuugde, oogstte zelfs bewondering in landen waar de Franse taal traditioneel een onneembare hindernis vormt: in 1965 trad Brel op in Moskou en in de Carnegie Hall in New York.

Ook in interviews, waar hij zich aanvankelijk met beleefde grapjes vanaf maakte, gaf Brel zich in de loop der tijd steeds vaker over aan tobberig gefilosofeer over zijn door de volwassenen geroofde jeugd en de waarde van het najagen van, desnoods stompzinnige, dromen. Dergelijke ontboezemingen werden meestal snel gevolgd door een relativerend grapje want, hield Brel vol, het leven is uiteindelijk oninteressant en niet serieus te nemen.

Naast een intens tourschema (gemiddeld 300 optredens per jaar) hield Brel er al die jaren ook een intens drink- en rookschema op na. Zijn nachtrust bestond uit hazenslaapjes en hij verloor tijdens een optreden naar eigen zeggen in een klein uur ruim een halve kilo aan lichaamsgewicht. Het wekte dan ook geen verbazing dat hij op 16 mei 1967 zijn laatste concert gaf. Als reden voor zijn afscheid gaf hij op dat hij bang was om zijn artistieke scherpte te verliezen. Ook wilde hij meer tijd vrijmaken voor 'andere dingen'. Daarnaast deden er geruchten de ronde dat Brel om gezondheidsredenen met optreden stopte. De titel van een Amerikaanse musical die rond dezelfde tijd een belangrijke impuls aan Brels bekendheid in de Angelsaksische wereld gaf, is in dit verband dan ook enigszins wrang: Jacques Brel is alive and well and living in Paris.


Brels tweede carrière
Brel ging het vanaf 1967 rustig aan doen. In zijn geval betekende dat: Don Quichot spelen in een door hem zelf geregisseerde musical (l'Homme de la Mancha) en een filmcarrière beginnen.

Hoewel zijn verrichtingen als filmacteur welwillend werden ontvangen, behaalde hij op dat gebied niet het enorme succes dat hem als zanger ten deel viel. De twee films die hij zelf regisseerde waren ronduit flops en Brel moest concluderen dat het najagen van deze droom in een mislukking was geëindigd. Ook de kindertheatervoorstelling Voyage sur la lune leverde niet het gewenste resultaat. Brel en Rauber leverden de liedjes voor deze musical maar bliezen de voorstellingen vlak voor de geplande première in 1970 af, omdat ze het werk van regisseur Jean-Marc Landier ondermaats vonden.

Ook minder artistieke bezigheden hadden in de periode na 1967 Brels aandacht: hij behaalde zijn vliegbrevet en zijn zeilbrevet en bevoer samen met minnares Maddly Bamy per zeiljacht Askoy de Atlantische en Stille Oceaan. Uiteindelijk belandde het paar op het eiland Hiva Oa, onderdeel van de Marquesaseilanden in de Stille Oceaan.


Afscheid
Toen bij Brel in 1974 longkanker werd geconstateerd besloot hij zich definitief op Hiva Oa te vestigen. Met het vliegtuigje 'Jojo' (genoemd naar zijn kort tevoren overleden vriend) verleende hij hand- en spandiensten aan de lokale bevolking. Hij reisde nu en dan naar Europa voor medische behandeling (een deel van zijn linkerlong werd verwijderd) en uiteindelijk voor het opnemen van een laatste LP.

De LP Brel verscheen eind 1977 en was de eerste volwaardige Brel-plaat in bijna tien jaar. Er werden op de dag dat de plaat uitkwam 600.000 exemplaren van verkocht en ook in artistiek opzicht werd Brel als een succes beschouwd. Kort na het uitkomen van de plaat keerde Brel alweer terug naar Hiva Oa, waar hij tot de zomer van 1978 samen met Maddly verbleef.

Een snel verslechterende gezondheidstoestand dwong Brel de laatste drie maanden van zijn leven in Frankrijk door te brengen. Hij stierf in een ziekenhuisbed in Bobigny (vlakbij Parijs) aan een longembolie en werd begraven op Hiva Oa.


Na zijn dood
In de jaren na zijn dood raakte Brel allerminst in de vergetelheid. Zijn dochter France richtte in 1981 de Fondation Jacques Brel op, die sindsdien waakte over zijn artistieke nalatenschap. Al in 1962 had Miche Brel de muziekuitgeverij Editions Pouchenel in het leven geroepen om Brels werk uit te geven. In 2006 fuseerden beide tot Editions Jacques Brel.

Ook in de 21ste eeuw wordt Brels werk nog volop door andere artiesten uitgevoerd. Franstalige radioluisteraars uit diverse landen riepen Ne me quitte pas uit tot het beste lied van de twintigste eeuw en kijkers van de RTBF kozen Brel op 20 december 2005 als De Grootste Belg. In de Vlaamse tegenhanger van deze verkiezingen eindigde hij als 7de.

Ook Brels gecompliceerde verhouding met vrouwen echoot nog jaren na: de twee weduwes Miche Brel en Maddly Bamy bakkeleien 25 jaar na Brels overlijden nog steeds over de vraag waar Brels graf zich behoort te bevinden en wat (lees: wie) er precies op de steen vermeld moet staan. Daarnaast houdt Maddly Bamy de wereld periodiek op de hoogte van hetgeen Brel haar op bovennatuurlijke wijze vanuit het hiernamaals doorseint.

In zijn jeugd was Brel lid van de scouting. Zijn totemnaam was phoque hilarant ("grappige zeehond"). Volgens de scoutingtradities is de zeehond "bedrijvig", "vinnig" en "zwijgzaam".
In "Asterix en de Belgen" verwijzen René Goscinny en Albert Uderzo naar Brel. Wanneer het Belgische stamhoofd Vandendomme met Asterix, Obelix en Abraracourcix door een typisch vlak Belgisch landschap wandelt, merkt hij in de Franse versie op: "...in mijn vlakke land zijn de enige bergen oppidums." (Een "oppidum" is een Latijnse heuvel) Dit is een referentie naar Brel's "Le Plat Pays" (Het Vlakke Land) waarin hij kerken "de enige bergen in zijn vlakke land noemt." De grap werd in de Nederlandse vertaling echter niet in de context van Brel vertaald.

jacquesbrel1.jpg jacquesbrel2.jpg

2 reacties Reageer op dit bericht

Jaap Valkhoff

Image Slideshow

jaap01.jpg

0102030405060708

Jaap Valkhoff is Nederlands meest swingende accordeonist, liedjesschrijver en vertolker van het levenslied met een schuine knipoog.

1919 - 1926 Jacobus Valkhoff wordt op 16 augustus 1910 in de Hendrikstraat te Rotterdam geboren. Japie is de middelste telg uit een gezin van vijf kinderen uit de volkswijk Crooswijk. Vader Valkhoff is meubelmaker en speelt orgel en accordeon. Al gauw heeft hij door dat Japie muzikale talenten bezit. Nog voor Valkhoff drie jaar is, kan hij uitstekend met de harmonica overweg. Hij ontwikkelt zich snel en staat al als zevenjarig jochie op een groot podium te spelen. Naast Jaap is ook zus Marie een begenadigd accordeonspeelster. Samen spelen ze vaak op bruiloften en partijen. Daarmee verdienen broer en zus flink wat geld. Tot zijn zeventiende weten zijn ouders Jaap van een carrière als beroepsmuzikant af te houden. Hij werkt in die jaren onder meer in een kledingzaak, een slagerij en een chocoladefabriek.

1926 - 1940 In 1927 krijgt Valkhoff zijn eerste contract bij een populaire dancing in het Rotterdamse uitgaansleven. Jazz is 'in' en Valkhoff leert zichzelf tenorsaxofoon spelen. Een slimme zet, want met twee instrumenten is hij een welkome gast in veel orkesten. Met broer Arie gaat hij op tournee door Tsjechië. Ook belandt hij in Zweden en Duitsland. Met Arie en zus Jopie vormt Jaap jarenlang het accordeontrio The Three Hawkcourts. Zij gaan werken voor de Tuschinski theaters, en worden een bekende naam in het variétécircuit. Het trio krijgt goede recensies. Na 1935 stoppen The Three Hawkcourts. Jaap legt zich meer en meer toe op de saxofoon, maar maakt op accordeon een plaat voor het Decca-label. Dat gebeurt in 1937 onder leiding van de uit Duitsland gevluchte Joodse violist Hans 'Secco' Seligsohn.

1940 - 1945 Gedurende de oorlogsjaren probeert Valkhoff, zoals zovelen, gewoon door te werken. Hij begint in 1941 met het zelf schrijven van songs. Enkele van zijn liedjes uit die tijd groeien uit tot Nederlandse evergreens, zoals Diep In Mijn Hart, Denk Jij Nog Aan Die Tijd, en Ik Ben Verliefd Op Een Keukenmeid. Valkhoff, liefhebber van Amerikaanse muziek, krijgt vanzelfsprekend problemen met de Kultuurkamer. Zo wordt één van zijn, onschuldige, liedjes verboden. Het lied klinkt te Amerikaans. Vanaf 1943 speelt Valkhoff voor het orkest van de Deen Boyd Bachmann. Daar komt een ander talent van de musicus bovendrijven. Hij blijkt erg komisch te zijn. In de revue wordt hij dan ook een bekende verschijning. Conny Stuart is in die jaren een collega van Valkhoff.

1946 - 1955 Jaap Valkhoff wordt na de oorlog ingelijfd door de VARA. In het orkest Accordeola speelt hij een voorname rol. Met zangers als Max van Praag en Eddy Christiani neemt hij een reeks zeer succesvolle nummers op. Samen met Hans Ruf jr. (Sternsdorff) schrijft Valkhoff ook nog een paar hits, onder anderen voor Tante Leen. Valkhoff en Ruf tekenen voor Oh Johnny, de grootste hit van de Amsterdamse volkszangeres.

1956 - 1966 Valkhoff keert terug naar Rotterdam en begint een leven als kroegbaas. Samen met broer Arie is hij de stuwende motor achter bekende kroegen als de Taboe, de Horlepiep en vooral Oase. Portier Jaap Plugers, die veel bekender is onder zijn artiestennaam Jackie van Dam, maakt van Japie De Portier een klassieker. Voor Van Dam schrijft Valkhoff nog meer onvergetelijke songs, zoals de Feyenoord-hymne Hand In Hand. Valkhoff zingt ook zelf enkele nummers de hitlijsten in. Als Slome Japie heeft hij succes met Ik Heb Mijn Hart Op Katendrecht Verloren. Drs. P. schrijft de tekst. Smartlappenkoning Johnny Hoes spint garen bij het repertoire van Slome Japie. Hoes heeft voor de ondeugende liedjes het label OJEE in het leven geroepen. In 1967 zegt Valkhoff in de Volkskrant over zijn pseudoniem Slome Japie: 'Die naam is een stupide uitvinding van Johnny Hoes'.

1967 - 1992 Na tien jaar vindt Jaap Valkhoff het welletjes in het café, maar de ontmanteling van zijn business draait uit op een persoonlijk drama. Hij raakt gebrouilleerd met Arie. Valkhoff sluit zich aan bij het accordeontrio The Three Jacksons en gaat met de groep op tournee. In de jaren zeventig werkt hij samen met producer Tony Dirne. Voor de muzikale leiding op de grammofoonplaat Remember Holland, in opdracht van de VVV, ontvangt Valkhoff in 1974 een gouden plaat. In de laatste jaren van zijn leven leidt Valkhoff een redelijk teruggetrokken leven. Zo af en toe doet hij wat jurywerk of treedt hij op voor tv. Op 30 januari 1992 wordt hij, tijdens de feestelijkheden van zijn 70-jarig artiestenjubileum, door de Rotterdamse loco-burgemeester met de Erasmusspeld onderscheiden voor zijn verdiensten voor de stad. Een paar maanden later wordt Valkhoff in Hoek van Holland tijdens het fietsen aangereden. Hij overlijdt op 3 juli 1992 aan de gevolgen van het ongeluk. Hij is dan 81.

jaapvalkhoff1.jpg jaapvalkhoff2.jpg

Reageer op dit bericht

Herman Brood

Image Slideshow

herman01.jpg

0102030405060708

1946 Herman Brood wordt op 5 november 1946 geboren in Zwolle.

1959 Herman neemt zijn eerste pianolessen.

1964 Brood verlaat Zwolle om te gaan studeren aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Arnhem. Muziek begint steeds belangrijker te worden en hij begint de beatgroep The Moans (het latere Moan, c.q. Long Tall Ernie and the Shakers), waarmee hij enkele tournees in West-Duitsland onderneemt.

1967 Hij wordt gevraagd als pianist in Cuby & The Blizzards. In die hoedanigheid doet hij mee op het inmiddels legendarische album Groeten Uit Grollo en begeleidt hij onder meer Eddie Boyd, Van Morrison en John Mayall. De samenwerking met de Blizzards wordt echter verbroken, wanneer de platenmaatschappij verneemt dat Brood drugs gebruikt. De jaren hierna verblijft Herman in de gevangenis (wegens handel in LSD) of aan de Middellandse Zee. Op muzikaal gebied wordt niet veel van hem vernomen.

1974 De Blizzards, inclusief Brood, geven hun afscheidsoptreden in het VARA-televisieprogramma Nederpopzien. Vervolgens speelt Herman een blauwe maandag piano in de formatie Stud.

1975 Showbiz Blues komt uit, een nogal onevenwichtige rock & roll/blues plaat die Brood samen met o.a. ex Blizzards-drummer Hans Lafaille en Jan Akkerman opneemt onder de naam Flash & Dance Band. Hierna komt Brood terecht in Vitesse. Hij is te horen op de eind '75 verschijnende debuutplaat van het gezelschap. Zodra de plaat uit is vertrekt Herman weer.

1976 Een cruciaal jaar voor Brood. Hij sluit zich even aan bij de kortstondig herenigde Blizzards en loopt dan horecaman Koos van Dijk tegen het lijf, die zich al snel als manager cq. beschermheer opwerpt. Dit betekent een radicale ommekeer. Brood besluit een solocarrière te beginnen en richt als begeleidingsgroep Wild Romance op, waarvan de eerste bezetting o.a. gitarist Ferdi Karmelk, bassist Gerrit Veen, drummer Peter Walrecht en achtergrondzangeressen Ellen Piebes en Ria Ruiters bevat. Met deze formatie wordt in hoofdzaak in het kroegencircuit van Groningen gespeeld, hetgeen hem uiteraard een plaatselijke, maar ook een langzaam stijgende landelijke bekendheid oplevert.

1977 Brood’s eerste elpee Street (met o.a. gitarist Erik de Zwaan) komt uit en wordt door pers èn publiek zeer enthousiast ontvangen. Het betekent een nieuwe, uiterst succesvolle fase in zijn carrière.

1978  De elpee Shpritsz komt uit en de single Saturday Night begint te lopen. In korte tijd groeit Herman Brood uit tot een ster. Hij toont zich een kundig bespeler van de media en trekt in hoog tempo door het land. De tot op heden onovertroffen bezetting waarmee hij dan speelt bestaat uit de Belg Dany Lademacher (ex-Kleptomania) op gitaar, Freddie Cavalli (eigenlijk: van Kampen) op bas en Ani (eigenlijk: Kees) Meerman op drums. Na het verschijnen van de live-plaat Cha Cha en de single Still Believe raken ook West-Duitsland en Frankrijk geinteresseerd.

1979  Brood neemt de film Cha Cha op, waarin ook de zangeressen Lene Lovich en Nina Hagen figureren. In de film treedt hij met deze laatste zelfs in het huwelijk. In juli vertrekt hij naar de Verenigde Staten waar de compilatie Herman Brood & His Wild Romance langzaam de albumcharts inkomt. In eigen land scoort Brood weer twee grote hits met de singles Never Be Clever en I Love You Like I Love myself. Brood neemt de Zilveren Harp in ontvangst uit handen van Stichting Conamus.

1980 De opnamesessies voor Go Nutz verlopen rampzalig. De Amerikaanse producers weigeren te werken met de ritmesectie van de Wild Romance en laten wat anonieme studiokrachten opdraven. Het resultaat is een zielloze plaat, die in Nederland èn de VS slecht wordt ontvangen. Het feit dat Herman zich dit in zijn jacht naar Amerikaanse roem allemaal heeft laten welgevallen zorgt voor onenigheid binnen het succesvolle kwartet, dat dan ook uit elkaar valt. Het later dat jaar uitgebrachte Wait A Minute..., waaraan Lademacher en Cavalli nog wel meewerken wordt eveneens gekraakt. Lademacher’s eigen band Innersleeve is evenmin een succes.

1981 Vanwege de publicitaire 'overkill' geeft Brood geen interviews meer en treedt hij alleen nog op in kleine gelegenheden. Het door Rinus Gerritsen (Golden Earring) geproduceerde Modern Times Revive is weliswaar beter dan zijn voorganger maar bevat weinig nieuws, behalve dan de entree van de nieuwe Wild Romance-gitarist David Hollestelle.

1982  In de jaren 1981-82 is Erwin Java (ex-White Honey) gitarist in de Wild Romance. Brood werkt samen met Bertus Borgers. Over het dat jaar uitgebrachte Frisz & Sympatisz zijn de meningen verdeeld. Ferdi Karmelk, Kees Meerman en Freddy Cavalli vormen enige tijd de band The Managers.

1983 Renee van de Graaf (ex-Bruno Basta) speelt een jaartje mee in de band van Brood. Herman Brood bedenkt voor de bassist de naam Renee Lopez.

1984 Na te zijn veranderd van platenmaatschappij komt Brood met zijn beste plaat in jaren, The Brood. Bovendien treedt hij in het huwelijk met Xandra Jansen, wat hem weer de nodige aandacht van de media oplevert. Samen met Henny Vrienten van het inmiddels ontbonden Doe Maar scoort hij een top tien hit met het nummer Als Je Wint. Ook het reggaeliedje Tattoo Song wordt een hit.

1985 Het verdienstelijke live-album Buhnensucht verschijnt, voorlopig zijn laatste plaat.

1986 Brood acteert in het spectaculaire toneelstuk Kamikaze, dat zich afspeelt in een rijdende en geblindeerde autobus. Ondertussen maakt Brood ook flink carrière in de beeldende kunst. Zijn schilderijen gaan voor fikse bedragen van de hand.

1987 Voormalig Wild Romance bassist Cavalli komt met de niet erg originele plaat Gimme A Night. Brood speelt een rol in de Duitse speelfilm Stadtrand van regisseur Volker Führer.

1988 Herman Brood maakt een comeback met het goed ontvangen album Ya Ya, geproduceerd door George Kooymans. De van die plaat getrokken single Sleepin’ Bird wordt een bescheiden hit. In juni staat Hermanus met zijn Wild Romance op Pinkpop.

1989 Brood, inmiddels 25 jaar in het vak, continueert het succes met de cover-plaat Hooks. Met een vernieuwde Wild Romance (dit keer met o.a. Lademacher, Engelbert en Bakker) toert hij zes weken door Duitsland.

1990  Brood wint de BV Popprijs 1989. Met medewerking van Clarence Clemons, de saxofonist uit de E-Street Band van Bruce Springsteen, en de fameuze tex mex-accordeonist Flaco Jiminez neemt Brood het album Freeze op. Als het succes uitblijft kondigt Brood aan te stoppen met optreden. Zijn werk als schilder begint steeds succesvoller en lucratiever te worden.

1991 Dany Lademacher maakt enkele jaren deel uit van The Radios, de Belgische band rondom de populaire televisiepresentator Bart Peeters. Hun eerste album heet No Television. Met de single She Goes Nana scoren The Radios een grote hit in Nederland, België en Duitsland.

1992 Het live/best of album Saturday Night Live komt uit en wordt ondersteund met veel optredens.

1994 De verwachtingen rond de nieuwe CD Fresh Poison zijn hoog. Geproduceerd door Shell Shellekens krijgt de plaat dan ook goede kritieken, die echter niet resulteren in een massale verkoop. Jan Eilander schrijft Rock ‘n Roll Junkie, een verhaal over het fenomeen Brood. Het boek is binnen een jaar aan een herdruk toe. Eilander maakt onder dezelfde titel ook een documentaire.

1996 Bart Chabot schrijft de biografie Broodje Gezond, een boek dat maar liefst acht keer wordt herdrukt. Brood verrast vriend en vijand en vooral zichzelf door in dit jaar Abraham te zien. Er wordt een groots feest georganiseerd in poptempel Paradiso. Een bonte verzameling gasten rockt met Brood op het podium; van Nina Hagen tot Linda, Roos en Jessica. Vrijwel elke genodigde krijgt van Brood een VIP-pas waar hij of zij niets mee kan. De cameraploegen en fotografen struikelen over elkaar. Alle muzikale gasten zijn te horen op een CD die ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag wordt uitgebracht. Brood speelt een cameo als bovenbuurman van Ramon (gespeeld door acteur Roeland Fernhout) in de succesvolle speelfilm Zusje.

1997  Herman Brood staat nog steeds volop in de belangstelling. Speciale concerten, compilatie-cd's, boeken, schilderijen en gedichten vinden nog steeds hun weg naar de liefhebber. Samen met Van Dik Hout heeft Brood een bescheiden hitje met het nummer Pijn.

1999 Begin ’99 wordt Herman Brood opgepakt wegens verboden wapenbezit. Op de golven van de swing-rivival verschanst Brood zich met zijn big band van topmusici, onder leiding van producer/pianist Edwin Schimscheimer, in de Wisseloord Studios. Hier neemt hij in verschillende live-sessies nummers op van zijn nieuwe CD Back On The Corner. Brood neemt nummers op van zijn persoonlijke favorieten als Duke Ellington en Cole Porter. Brood & Co weten de publiciteit te halen door de CD te beveiligen tegen illegaal kopiëren. Maar er is meer. Herman Brood gaat samen met zijn vrienden Jules Deelder en Bart Chabot de Nederlandse theaters in met een programma en Brood en manager Koos van Dijk slaan hun slag op internet. Provider Planet Internet maakt de officiële site voor Brood. Zo krijgt Brood naast geld de felbegeerde aandacht op televisie, in de bladen én op het internet. Brood kan natuurlijk niet ontbreken in de Duitse documentaire Nina Hagen = Punk + Glory (regie: Peter Sempel).

2000 De try-out die Herman Brood & His Wild Romance in juni zouden geven in de Winston Kingdom in Amsterdam wordt afgelast. Het zou het eerste concert van Brood worden dit jaar, maar hij is klaarblijkelijk nog niet helemaal bekomen van het afkicken. Het autobiografische album Ciao Monkey is een duidelijke verwijzing naar zijn afscheid van de drugs. De cd verschijnt in twee verschillende versies. Een goedkopere versie met zwart-wit hoesje en slechts tien in plaats van dertien nummers en een duurdere versie met naast de extra nummers en een kleurenhoes een extra gedeelte met tekeningen, een screensaver, wallpaper en links naar de website van Brood. Brood speelt de rol van Drugsbaron in de Nederlandse film Total Love.

2001 Madame Tussaud maakt van Brood een wassen beeld dat, op zijn uitdrukkelijke verzoek, aan het eind van het jaar naast het beeld van Elvis Presley gezet zal worden. Brood zal dat niet meer meemaken. Op woensdag 11 juli overlijdt hij op 54 jarige leeftijd na een sprong van het Amsterdamse Hilton Hotel. Hij laat een afscheidsbriefje achter met de woorden: 'Ik heb er geen zin meer in, misschien zie ik jullie nog wel eens. Maak er een mooi feest van.' Voor vrienden en familie vindt op maandag 16 juli een herdenking plaats in Paradiso waarna Brood onder grote belangstelling naar het crematorium Westgaarde in Amsterdam-Osdorp wordt gereden. Brood's versie van My Way die tijdens de dienst wordt gedraaid verschijnt op single en belandt enkele weken later op de eerste plaats van de Top 40. Uitgeverij De Bezige Bij brengt de dichtbundel Zoon Van Alle Moeders (1988) opnieuw uit en de documentaire Rock'n'Roll Junkie van Jan Eilander draait weer in enkele bioscopen. Het borstbeeld van Brood dat kunstenaar
Frank Rosen heeft gemaakt krijgt een plek in Brood's geboorteplaats Zwolle. Tegelijkertijd met het afscheidsfeest in Paradiso op 5 november (de verjaardag van Brood) verschijnt My Way: The Box, een vier cd's tellende compilatie. De single Saturday Night wordt opnieuw uitgebracht.

2002 Voormalige Broodgitarist Dany Lademacher vormt samen met ondermeer Dirk Vermeij de band Paris Dandies en brengt met die groep in juni het album Le Boudoir Rouge uit. Op 11 juli presenteren weduwe Xandra en zus Beppie hun boek De Sprong, In Memoriam Herman Brood. In dezelfde maand verschijnt het boek Herman Brood, De Schilder waarin 150 schilderijen en tekeningen van de schilder te vinden zijn. In het Cobra Museum te Amstelveen is in de zomer een overzichtstenstoonstelling te zien van het schilderwerk van Brood. Het museum stelt daarnaast ook foto's tentoon die Anton Corbijn sinds 1974 van de rockster heeft gemaakt. In augustus krijgt het bronzen borstbeeld van Herman Brood een plek voor het gebouw van Hedon in Zwolle.
 

2003 David Hollestelle en Gus Genser van de Wild Romance doen samen met zanger/gitarist Vinny Fazzari, toetsenist Matthijs van der Spek en bassist/gitarist Gregorio de Angelo onder de naam The Circus een try-out in Amsterdam. Genser speelt daarnaast ook in de band Yellow Pearl waarmee hij in 2004 meedoet aan het Nationaal Songfestival. Het boek Broodje Springlevend is het vierde en laatste deel van de biografiereeks over Herman Brood. In dit deel beschrijft Bart Chabot de nadagen van de rocker. Op 28 oktober verschijnt de dvd-box Live And More met daarop ondermeer optredens in de Westfalenhall in Dortmund (9 december 1978) en de Live Music Hall in Keulen (11 december 1990).

2004 In de zomer worden plannen bekend gemaakt over Kijken Kreng, een speelfilm over het leven van Herman Brood in de periode 1976-1980. Ernst Löw, de in België wonende broer van acteur Victor Löw, wordt genoemd als mogelijke vertolker van Brood. Verder dan plannen en een website (www.kijkenkreng.nl) komt het niet. In dezelfde periode komt het nieuws naarbuiten over de voorbereidingen op een andere speelfilm over Brood: Shpritz, waarin verteld wordt over de jonge jaren van Herman Brood tot en met zijn Amerikaanse avontuur. Het scenario is van Marten Lebens (Polleke, Madelief) en de regie is in handen van Jean van de Velde (Lek, Floris).. Van de speelfilm Cha-Cha (1979) is in september tijdens de Nederlandse filmdagen in Utrecht een nieuwe versie te zien met een nieuwe proloog en epiloog.

2005 Schilderijen van Herman Brood zijn veel waard en daarom ook geliefd bij kunstrovers. Een van de diefstallen vindt eind februari plaats in kunstgalerie Galerie Broodnodig van Broods zoon Marcel Buissink te Heerhugowaard waar ruim veertig kunstwerken van Herman Brood verdwijnen. De waarde van de gestolen stukken loopt in de tienduizenden euro's. Bart Chabot en literatuurcriticus Arjan Peters stellen Ik Hoop Dat Ik Stoor samen, een boek dat bestaat uit een verzameling teksten, gedichten, notities op bierviltjes en invallen van Herman Brood. Het boek verschijnt in 2006.

2006  Bart Chabot en Jules Deelder openen op 16 mei de Herman Brood-vergaderzaal in de Openbare Bibliotheek Amsterdam op de eerste verdieping van Keizersgracht 440. Tijdens de onthulling worden diverse schilderijen, foto's en andere spullen van Herman Brood tentoongesteld. In september gaat in Utrecht de Herman Brood Academie van start, de eerste vmbo-muzikantenopleiding. Op 5 november wordt in het Groninger Museum de tentoonstelling Cha Cha.Fenomeen Herman Brood geopend. Een van de onderdelen van de tentoonstelling is een replica van het voormalige atelier van Brood aan de Spuistraat. Op dezelfde datum is er in de RockArt Galerie te Hoek van Holland de expositie Brood's Leven die in het teken staat van de diverse facetten uit het leven van Herman Brood. Op 5 november wordt ook de 60ste verjaardag van Brood uitbundig gevierd in Paradiso met optredens van o.a. de Wild Romance en Ellen ten Damme en de Amsterdamse première van de speelfilm Wild Romance. Regisseur Jean van der Velde filmt het verhaal
vanuit het perspectief van de beginnende kroegbaas Koos van Dijk (de manager van Brood), die een act zoekt voor zijn Groningse café. Acteur Daniël Boissevain speelt de rol van Herman Brood. Gitarist Danny Lademacher verzorgt de muziek. Naast het boek Wild Romance, 'n Fijne Hel van Lademacher, met herinneringen aan belevenissen met Herman Brood, verschijnt bij BZZTôH de heruitgave van Sex, Drugs En Een Shitpiano, een bundeling sterke verhalen uit de nederpop door auteur Jan Colijn waarin de capriolen van de rockster als een rode draad doorheen lopen.

2007  In de voorstelling Rock ON Roll, The Stories vertelt vanaf maart Herman Brood-manager Koos van Dijk, samen met Def P van Osdorp Posse en Johannes de Boom van The Shavers, over zijn belevenissen in de oefenruimte. Frank Black, onder naam Black Francis bekend als voorman van de Amerikaanse band The Pixies, maakt de soloplaat Bluefinger die in het teken staat van Herman Brood. Black kwam op het idee toen hij in de studio zat om een bonustrack op te nemen voor een nog te verschijnen verzamelalbum. De in totaal elf nummers hebben allemaal iets te maken met Brood. Tussen de elf songs bevindt zich één Herman Brood cover: You Can't Break A Heart And Have It. Op 11 juli wordt door Broods dochter Holly op de vierde etage in de nieuwe Centrale Bibliotheek op het Oosterdokseiland te Amsterdam het Herman Broodplein geopend.

2008 Op vrijdagavond 18 januari overlijdt Wild Romance-bassist Freddie Cavalli op 52jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

hermanbrood1.jpg hermanbrood2.jpg

Reageer op dit bericht

Hank the Knife and the Jets

Image Slideshow

hank01.jpg

010203040506070809

Arnhemse rock & roll-band die in het midden van de jaren zeventig met hits als Guitar King en Stan The Gunman hoge ogen gooit in de nationale hitparade. De groep gaat na 1977 als Hank The Knife & Crazy Cats verder. De riff uit Guitar King duikt in 1997 op als sample in de dance-hit Donuts With Buddah van Eboman.

1974 Wanneer Henk Bruysten de rock & roll groep Long Tall Ernie & The Shakers verlaat om zijn eigen band te beginnen, noemt hij de groep Darling. Op het Pink Elephant label verschijnt de eerste en enige single Love Centaur/Lazy Daisy, maar veel succes oogst deze niet.

1975  Het grote succes begint voor Henk Bruysten wanneer hij de groepsnaam wijzigt in Hank The Knife & The Jets.Hij wordt bijgestaan door Alan Pierre Beek, eerder ook gitarist bij Darling, bassist Jan van Haaften, drummer Rob Mijnhart en gitarist Hans van Geffen. Met de eerste single Guitar King is het meteen al raak: het nummer staat maar liefst elf weken in de hitparade en bereikt de tweede plaats. Nog beter vergaat het de opvolger, Stan The Gunman, met een eerste plaats. Het singles kopende publiek laat echter het album The Guitar King links liggen. De elpee bereikt de albumlijsten niet.

1976 De band blijft met haar goed meezingbare rock & roll-liedjes hoge ogen gooien in de nationale hitparade. Het nummer Yesterday Star behaalt een veertiende plaats, Crazy Cat doet het iets minder goed met een eenendertigste notering. Drummer Rob Mijnhart is dan inmiddels al vervangen door ex-Trademark drummer Eugene Arts en Hans van Geffen, die zijn eigen Van Geffen Band opzet, maakt plaats voor ex-Long Tall Ernie & The Shakers gitarist Alfons Haket.

1977 Na de geflopte single Ennio/Crackerjack valt de groep uiteen. De single The Man With The Golden Guitar wordt al niet eens meer uitgebracht. Eugene Arts verdwijnt naar Long Tall Ernie & The Shakers en Henk maakt onder de naam Silvertone de single So What/O.K.

1979 Bruysten keert terug als Hank The Knife & Crazy Cats. De Crazy Cats is een Arnhems damestrio, bestaand uit Yvonne, Kitty Bruysten en Letty Arts. De eerste single Johnny & Honey/ Song For Kim haalt de hitparade niet.Van Hank The Knife & The Jets verschijnt bij Bovema-Negram de compilatie Golden Greats.

1980 Ook voor de singles Crazy Guitar/Return Of The Knife en Diamonds/Tenderfoot is geen plaats in de nationale hitparade en het eerste Hank The Knife & Crazy Cats-album Crazy Guitar verkoopt nagenoeg niet. Ondertussen verschijnt een tweede compilatie met hitmateriaal van Hank The Knife & The Jets bij het Music For Pleasure-label onder de titel Best Of.

1981 Wanneer ook de single Six Bassman/Home niet het gewenste succes oogst, valt de groep uiteen. De Crazy Cats maakt nog de single Crazy Crazy Crazy, maar de neerwaartse lijn is voorgoed ingezet.

2003 Vanaf 1 januari gaan Hank the Knife & The Jets weer in de orginele bezetting optreden.

2006  De band maakt een nieuwe cd. Het album Black telt vijftien nummers die de groep de afgelopen jaren heeft opgenomen. De cd wordt zondag 17 december gepresenteerd in Capital X in Arnhem met een optreden en een vertoning van een dvd met opnamen uit de jaren zeventig. De bezetting van Hank the Knife & the Jets bestaat naast Henk 'The Knife' Bruysten uit gitarist/zanger Alan Pierre Beek, gitarist Alfons Haket (beiden bandleden van het eerste uur) en drummer Alan Macfarlane (o.a. ex-The Moans en Long Tall Ernie & The Shakers).

hanktheknife1.jpg hanktheknife2.jpg

Reageer op dit bericht

Gruppo Sportivo

Image Slideshow

gruppo01.jpg

010203

Haagse popband met een aanstekelijk gevoel voor humor, die eind jaren zeventig op de eerste golven van de new wave een enorme populariteit behaalt. Balanceert in die periode knap tussen pastiche en persiflage. Creatief brein en anti-held Hans Vandenburg doekt de band in 1979 onverwacht op. Nadat zijn project Buddy Odor Stop genadeloos flopt gaat hij weer verder met Gruppo Sportivo, echter zonder het oude succes te evenaren.

1976  Maart 1976 spelen Max, Peter en Eric tijdens een feestje in het Haagsche Kijkhuis. Zij vragen Hans Vandenburg (uit de Leo Unger Band, bekend van hun hit Run To The Sunshine) mee te spelen, hetgeen resulteert in meer repeteren en een professionelere kijk op het spelen in de band. Zappa- en Beatlesfan Hans schrijft al enige jaren songs onder het pseudoniem VanDeFruits en is al snel de bandleider. Hij kent ook zangeres Meike Touw die zich bij de groep voegt, even later gevolgd door Josee van Iersel. Van een poster in de oefenruimte leent men de groepsnaam. De zangeressen gaan door het leven als de Gruppettes. John van Vueren wordt de manager en bezorgt de groep behoorlijk wat optredens in de open jongerencentra. De carrière krijgt een stevige impuls als Gruppo het voorprogramma van de Nederlandse tournee van de Golden Earring mag verzorgen. Earring-zanger Barry Hay produceert de debuutsingle Out There In The Jungle, die verschijnt bij Polydor. Het plaatje is goed voor wat radio airplay en een notering
in de tipparade van Veronica.

1977 In maart verschijnt de tweede single Hoola Fever, geproduceerd door de dan inmiddels uit de Golden Earring vertrokken toetsenist Robert-Jan Stips. De single flopt en het platencontract met Polydor wordt niet verlengd. Andere maatschappijen zien echter potentie in de groep en al snel tekent men bij Ariola. Robert-Jan produceert de eerste elpee 10 Mistakes, die in oktober wordt uitgebracht. Een enkele criticus struikelt over het veelvuldig ‘citeren’ uit popklassiekers, maar over het algemeen zijn de kritieken lovend. Er wordt evenwel geen single uitgebracht om de plaat verder onder de aandacht van het publiek te brengen.

1978 In maart verschijnt de single Rock And Roll, een nieuw nummer dat niet op het debuutalbum voorkomt. Een bescheiden hit ondanks de boycot van de NCRV die de plaat niet draait wegens de ‘obscene’ hoes van de elpee. In de slipstream komt 10 Mistakes binnen in de albumlijsten. In april verschijnt de plaat ook in Engeland, waar de reacties enthousiast zijn. De elpeetrack Beep Beep Love wordt daar wel op single uitgebracht. Een succesvolle tournee door het Verenigd Koninkrijk volgt. Alvorens de groep op de Europese zomerfestivals te zien is neemt ze haar tweede elpee op. In september ontvangt Gruppo een Edison voor 10 Mistakes. Als die elpee zonder verdere aanleiding in september weer terugkeert in de verkooplijsten is dat het eerste teken van de Gruppo-koorts die in het najaar van ‘78 door Nederland waart. Deze bereikt haar hoogtepunt als begin november de prima elpee Back To 78 verschijnt, gevolgd door de single Hey Girl. Beiden beklimmen rap de hitlijsten en de band trekt met haar tournee volle zalen.
In Britse poppolls wordt Gruppo als derde genoemd in het staatje meest belovende nieuwe bands, direct achter Ian Dury en Dire Straits.

1979  Na uitvoerige promotie-activiteiten in Frankrijk en Duitsland gaat de band een maand lang op tournee door Engeland. In maart verschijnt de single Disco Really Made It, een nieuw nummer dat niet te vinden is op Back To 78. In Nederland is het de grootste hit voor de band. Terwijl de platen met een grote publiciteitscampagne in de Verenigde Staten worden uitgebracht komt tot ieders verrassing het bericht dat Hans Vandenburg heeft besloten de groep op te heffen omdat hij zich beperkt voelt in zijn muzikale ontwikkeling. Zijn plan is een nieuwe band op te richten met muzikanten die hij in New York zal uitzoeken. In juni doet de groep nog een uitgebreide afscheidstournee. De laatste single Sleeping Bag flopt. Eind van het jaar verschijnt het debuutalbum van Vandenburg’s nieuwe band Buddy Odor Stop, waarin geen Amerikanen voorkomen maar wel Peter Calicher, Max Mollinger en Meike Touw. Nieuwe gezichten zijn Martin Bakker (bas) en Lisa Bialac (zang). De begeleidende concertreeks trekt veel publiek,
maar de reacties zijn gereserveerd. Het jazzy geluid is voor velen een te grote stijlbreuk en de zaal roept voortdurend om de oude successen. Het album Buddy Odor Is A Gas! en de gelijknamige single floppen genadeloos.

1980  Gruppo Sportivo wordt heropgericht met Calicher, Bakker, Mollinger, Laurens de Jonge en de Engelse zangeres Bette Bright (ex-Deaf School). Deze laatste haakt echter al snel weer af. Ze wordt vervangen door Lies Schilp. De elpee Copy Copy stelt velen teleur. Het is een magere kopie van het vernuft dat de eerste twee platen zo sprankelend maakte. Wel keert de band ermee terug in de albumlijsten. Meike Touw richt haar eigen groep op (met daarin o.a. Fay Lovsky) waarmee ze de in alle ongecompliceerdheid overtuigende elpee Tutti Frutti maakt. Vervolgens richt ze samen met Josée van Iersel de hobbyclub The Tweeters op. Hiermee treden ze op tijdens het Knokke Festival in 1983. Ook zingen ze korte tijd bij de Westduitse groep Spliff, waar ze Lisa Bialac vervangen.

1981 Pop! Goes The Brains is de vierde elpee en klinkt wat geïnspireerder dan zijn voorganger. In Nederland, Engeland en de Verenigde Staten is de interesse voor de groep inmiddels gezakt tot een dieptepunt. In Italië en Duitsland groeit de populariteit evenwel en is Gruppo een goedbezochte live-band. De groep speelt op het Deense festival Roskilde.

1982 Happily Unemployed van de elpee Design Moderne wordt een bescheiden hit in Duitsland.

1983 Gruppo Sportivo speelt op het Parkpop Festival in de thuisstad Den Haag.

1984 Met de verzamelaar Greatest Hats blikt platenmaatschappij Ariola terug op de succesjaren. Een nieuw platencontract zit er echter niet meer in, waardoor de elpee Sombrero Times verschijnt bij het kleine onafhankelijke label Nova Zembla. Het bij vlagen onderhoudende album gaat onopgemerkt ten onder.

1985 De groep valt uit elkaar.

1987 Hans Vandenburg formeert een nieuwe groep: Ugly Head.

1988 Als Ariola Ugly Head’s versie van het Wall Of Voodoo-nummer Mexican Radio op single wil uitbrengen wordt de groepsnaam terugveranderd in Gruppo Sportivo. Onder die naam treedt de band weer op in België en West Duitsland. Mexican Radio staat ook op de cd Back To 19 Mistakes, samen met de eerste twee elpees. Hans Vandenburg produceert enkele singles van de Drentse gitaarband The Charlies, presenteert enkele tv-programma’s, speelt in de tv-serie Familie Oudenrijn en duikt regelmatig op in de videoclips van de Golden Earring.

1990  Zangeres Inge Bonthond (net als Lies Schilp afkomstig uit de Bombitas en actief in Girls Wanna Have Fun) voegt zich bij de band. Begin ‘90 verschijnt de mini-cd Sucker Of The Century, gestoken in een prachtig strip-hoesje, waarin Vandenburg wordt geportretteerd als de tegenpool van Batman. Het plaatje slaagt er niet in de belangstelling voor Gruppo Sportivo weer aan te wakkeren.

1992 De dubbel-cd Young & Out bevat zoals de titel al doet vermoeden oud (studio-outtakes) en nieuw materiaal. De single She Was Pretty is regelmatig op de radio te beluisteren maar haalt de hitlijsten niet. Vandenburg doekt in stilte Gruppo Sportivo op en gaat solo.

1994  De titel van zijn solodebuut Hans Vandenburg’s Commercial Break verraadt de nodige frustratie, die echter niet af te horen is aan de luchtige popliedjes, die weliswaar wat moderner zijn geproduceerd maar door zijn herkenbare stemgeluid en relativerende teksten toch ogenblikkelijk doen denken aan Gruppo Sportivo. De band brengt onder de titel Sing Sing een akoestisch concert uit op VAN. Naast nieuwe songs krijgt ook oud materiaal een nieuw akoestisch arrangement. Gerrit-Jan Konink wordt de nieuwe bassist.

1996 Dat ook solo commercieel succes uitblijft weerhoudt Vandenburg er niet van zijn tweede solo-album (volgens hetzelfde recept vervaardigd) Shake Hands With Vandenburg uit te brengen.

1997 Hans Vandenburg produceert het album Hallo Venray van Hallo Venray. Hij slaagt erin de groep een passend nieuw geluid aan te meten, maar de plaat wordt geen verkoopsucces.

1998 Na platen onder zijn eigen naam te hebben uitgebracht verschijnt van Hans Vandenburgs Dierenpark het debuutalbum. De band heet eerst Ouwe Hans Dierenpark, maar moet de naam veranderen omdat dierentuin Ouwehands Dierenpark bang is voor naamsverwarring.

2000 De complete catalogus van Gruppo Sportivo wordt opnieuw op cd uitgebracht door Double Dutch. Op elke cd staan twee albums. Ook verschijnt er een cd met alle singles en b-kantjes, inclusief een in de originele bezetting opgenomen nieuwe single. In deze bezetting wordt er ook getoerd. De band is veelvuldig te zien en te horen op radio en TV.

2002 Gruppo Sportivo blijkt nog steeds actief. De band werkt aan een nieuwe cd.

2003 Gruppo Sportivo tekent in november een platencontract bij PIAS. Voor het voorjaar van 2004 staat het nieuwe album Topless 16 gepland. Daarnaast worden er opnamen gemaakt voor een dvd die de naam Career Movies krijgt.

2004 In de lente komt het album Topless 16 uit, verpakt in een ontwerp van een LP-hoes die Hans Vandenburg, volgende de overlevering, als puber boven zijn bed had hangen. Omdat hij nooit heeft kunnen horen hoe de muziek op die lp klonk heeft hij verzonnen 'covers' op de nieuwe cd gezet. De release wordt gevolgd door een tournee. Met Bob Fosko (Raggende Manne) en Beatrice van der Poel (Beeswamp) staat Hans Vandenburg op de Parade met het programma Muziek Om Bij Over Te Geven. De dvd Career Movies bevat vier uur aan videoclips, een optreden in Rockpalast en een documentaire over een Italiaanse tournee.

2006 Op 28 oktober bestaat Gruppo Sportivo 30 jaar. Het verjaardagsfeestje wordt op die dag gevierd in Pakhuis Wilhelmina te Amsterdam. Ter gelegenheid van het jubileum verschijnt het dubbelalbum Rock Now, Roll Later.

gruppo1.jpg gruppo2.jpg

Reageer op dit bericht

Greenfield and Cook

Image Slideshow

greenfield01.jpg

01020304

Haags duo dat met melodieuze liedjes tussen 1969 en 1974 actief is. Rink Groeneveld en Peter Kok, die elkaar leerden kennen in de Hurricanes, hebben zeven Top 40-hits, waarvan drie in de Top 10.


1969 Rink Groeneveld, platenproducent en zanger en Peter Kok, gitarist/zanger/componist, zijn beiden afkomstig uit de Haagse Hurricanes, die één single maken in 1967. Sinds hun vijftiende zijn de muzikanten al goede vrienden. In 1968 vormen zij het duo Popshop. In 1969 noemen ze zich Greenfield & Cook. In 1970 scoren zij een eerste tipparade-notering: The End, geproduceerd door Jaap Eggermont.

1971 In 1971 volgt de doorbraak met A Day Begins en de melodieuze up-tempo top-10 hits Only Lies en Don't Turn Me Loose. Het repertoire van welluidende gitaarliedjes is soms wat zoetsappig, hoewel Easy Boy een pittige gospel-achtige song is. In 1973 ontvangen zij de Zilveren Harp van Conamus.

1974 Na enkele succesvolle jaren met in totaal zeven Top-40 noteringen gaan Greenfield & Cook in 1974 uit elkaar. De beide solocarrières zijn nauwelijks succesvol te noemen. Groeneveld werkt onder meer met de groep Holland. Peter Kok wordt manager van Euson en verruilt in 1977 Apeldoorn voor Amerika.

greenfieldcook1.jpg greenfieldcook2.jpg

Reageer op dit bericht

Gerard Cox

Image Slideshow

gerard01.jpg

0102030405060708

De rasechte Rotterdammer Gerard Cox was aanvankelijk onderwijzer, maar ontwikkelde zich als cabaretier, zanger, acteur en Feyenoord-supporter tot bekende Nederlander. Na als geëngageerd en omstreden cabaretier in de jaren zestig te zijn begonnen, komt hij met de megahit 't Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer onverwacht in het Willem Duyscircuit terecht. Behalve als zanger van Nederlandstalige luisterliedjes is Gerard Cox in de jaren zeventig en tachtig actief als cabaretier (met Frans Halsema en in het radioprogramma Cursief), acteur (Het Debuut) en (scenario)schrijver. Van recenter datum is zijn succesvolle werk als acteur/scenarioschrijver van de televisieserie Toen Was Geluk Heel Gewoon en in reclames voor Duyviszoutjes.


1961 Als zanger/gitarist maakt de onderwijzer Gerardus Antonius Cox (Rotterdam, 6-3-1940), begeleid door Peter Blanker op gitaar, een eptje met 6 nummers voor de Studenten Gramofoonplaten Industrie. De muziek is geïnspireerd op Jaap Fischer en bezorgt Cox vele optredens in België.

1962 Gerard Cox wordt afgewezen voor de toneelschool, maar maakt zijn toneeldebuut bij het Gezelschap Lily Bouwmeester met een rolletje in Blijde Verwachting . Vanaf 1962 is hij als geëngageerd cabaretier actief in Delft met pianist Jan Willem ten Broeke (van het Utrechts Studentencabaret) in de programma's Van De Prins Geen Kwaad (1963), Moeilijk Doen (1964) en Welvraat (1966).

1964 Maakt omstreden singletje De Pil: 'Met de pil, met de pil, wordt de angst tot een paskwil, ga je net zo dikwijls als je wil, la la - la la la la la la...'

1966 Vanaf 1966 is Gerard Cox lid van Lurelei (met Eric Herfst, Jasperina de Jong, Marjan Berk en Rogier van Otterloo op piano, teksten Guus Vleugel). In 1966 hebben zij veel succes met het programma Relderelderel, waarin Cox de omstreden nummers God Is Niet Dood en Arme Ouwe (over koningin Juliana) zingt. Volgens de dagboeken van Wim Kan is Gerard Cox 'de grote verrassing'. Op 28 oktober 1966 wordt proces-verbaal opgemaakt vanwege opzettelijke belediging 'de Koning of de Koningin aangedaan' in het liedje Arme Ouwe.

1967 In 1967 brengt Lurelei het minder succesvolle Oud Zeer.

1968 Op 10 maart 1968 gelast de VPRO-leiding het programma Geef 'm De Ruimte af, vanwege het liedje Tango Met God van Gerard Cox. Lureleimedewerkers Frans Halsema en Gerard Cox gaan samenwerken in de NV SPOT. Op 26-9-1968 gaat Met Blijdschap Geven Wij Kennis in première, een samenwerking met Adèle Bloemendaal. Hierin is o.a. het befaamde Broekje In De Branding te horen, dat ook op single verschijnt.

1969 In het tweede Spotseizoen is de plaats van Adèle Bloemendaal ingenomen door Conny Stuart.

1970 Vanaf 1970 is Cox betrokken bij het satirische KRO-radioprogramma Cursief, met o.a. Luc Lutz, Frits Lambrechts en Gregor Frenkel Frank. Zijn conference Polleke, over een gedrogeerde Vlaamse wielrenner, is legendarisch geworden. In oktober 1970 haalt Cox zich heel wat -Amsterdamse- vijanden op de hals met het ironische singletje Ajax Is Dood, naar aanleiding van de overwinningen van Feyenoord in Europacup en Wereldcup.Op 23 oktober 1970 suggereert Elseviers Weekblad een vervolging tegen Gerard Cox, die bij de VARA het bevriende staatshoofd Richard Nixon een moordenaar heeft genoemd door 100.000 doden op zijn naam te schuiven.

1971 De politieke potpourri, gezongen tijdens de televisieshow Wie Wijst Gerard Cox De Weg In Hilversum?, uitgezonden op 1 februari 1971komt niet, als voorgenomen, op de grammofoonplaat. De directie van Phonogram spreekt er haar veto over uit. Cox speelt de hoofdrol in de Nederlandse versie van Promises Promises, Promotie Promotie.

1972 Gerard Cox heeft een eerste hit met het nummer 1948, een fraaie nostalgische bewerking van Alone Again (Naturally) van Kees van Kooten en Wim de Bie. Speelt met Willeke Alberti in het toneelstuk Liebelei.

1973 In 1973 starten Frans Halsema en Gerard Cox een nieuwe samenwerking met het programma Wat Je Zegt Dat Ben Je Zelf met teksten van Michel van der Plas. De persiflages op de spelletjes Geen Ja Geen Nee, Voor Een Briefkaart Op De Eerste Rang en Raden Maar horen tot hun bekendste nummers. Het duo wordt onder meer begeleid door bassist Jan van der Voort, pianist Frans Ehlhart en organist Ruud Bos. Tot 1976 blijven ze samen optreden. 't Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer staat najaar 1973 18 weken in de hitparade, waaronder 5 weken op nummer 1. Het nummer is een vertaling van Salut Les Amoureux van Joe Dassin, wat op zijn beurt weer een bewerking is van City Of New Orleans van Arlo Guthrie. Prominent aanwezig op 't Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer zijn de arrangementen van Rogier van Otterloo en het karakteristieke gelalala van Letty de Jong. Cox is goed bevriend en werkt veel met Rogier van Otterloo. Zijn eerste lp's bevatten veelal vertalingen van chansons en songs zoals Tegen De Tijd Dat 'k Bij Parijs Ben (By The Time I Get To Phoenix), Als Je In Mijn Hart Kon Kijken (If You Could Read My Mind) en Wie Wijst Mij De Weg In Hilversum (Do You Know The Way To San Jose).

1974 Het succes van 't Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer levert Cox veel kritiek op bij zijn collega-cabaretiers. Het cabaret van Ivo de Wijs hekelt zijn artistieke uitverkoop in Pak De Poen Ome Gerard: 'Eens verklaarde jij de charmezang voor gek, Ome Gerard, Jij hebt de jongens zonder idealen, Die hun emoties eeuwig uit het Frans vertalen, Al bij Lurelei bezeken tot en met. Je had vroeger een verrekte grote bek Ome Gerard, Willem Duys vond je totaal niet te vertrouwen, En je greep de koningin in 'Arme Ouwe', Want je maakte scherp en cynisch cabaret. Dat was toen, Ome Gerard, Elk seizoen, Ome Gerard, Kwam jij met een nieuwe zure scheut citroen, Ome Gerard. Nu zing je eikelige liedjes van de zomer en de mei, Wel, die zomer is wat ons betreft voorbij.' Ook in de hitparade lijkt de zomer voorbij. De follow up Die Goeie Ouwe Tijd behaalt nog een zesde plaats in de Top 40, maar latere singles komen meestal niet verder dan de tipparade.

1977 Cox debuteert als acteur in de speelfilm Het Debuut van Nouchka van Brakel. Als hoofdrolspeler heeft hij de jeugdige Marina de Graaf tegenover zich. In de jaren zeventig heeft Cox ook vele rolletjes in televisieseries zoals Rust Nog Duur, Waaldrecht en Klaverweide. Gerard Cox heeft zijn eerste eigen theaterprogramma: Niemand Weet, Niemand Weet Dat Ik Repelsteeltje Heet. Na een eerder huwelijk met Elly Rietveld trouwt Cox nu met zangeres Joke Bruys, met wie hij ook platen maakt.

1979 Gerard Cox schrijft de tekst van Colorado, een compositie van Bolland & Bolland waarmee Xandra (Sandra Reemer) een twaalfde plaats op het Eurovisie Songfestival behaalt.

1980 Cox heeft een rol in Lieve Jongens, een speelfilm van Paul de Lussanet naar het boek van Gerard Reve.

1982 Herfst 1982 speelt en zingt Cox met Jasperina de Jong in de musical Fien van Ivo de Wijs.

1983 Cox heeft een rol in de speelfilm Een Zaak Van Leven En Dood van George Schouten. Hij schrijft het scenario voor de speelfilm Zwarte Ruiter, dat ook als roman in boekvorm verschijnt. Eind jaren zeventig heeft hij ervaring opgedaan in het schrijven van scenario's door de bewerking voor de TROS-televisieserie De Fabriek.

1985 Cox werkt samen met Rients Gratema in het programma De Grijze Plaag en het jaar daarop in Beperkte Dijkbewaking.

1987 Gerard Cox heeft weer eens een kleine hit met Die Laaielichter.

1988 Cox publiceert zijn memoires onder de titel Jongen, Rook Jij Wel Genoeg? Hij krijgt de Bob Scholte Ring.

1990 Cox zegt zijn links-intellectuele verleden en het theater vaarwel en stort zich in het schnabbelcircuit. Ongeveer honderd keer per jaar treedt hij op op congressen, bruiloften en partijen. Hij krijgt een Gouden Harp van Conamus. Ter gelegenheid van zijn 50ste verjaardag krijgt hij de Erasmusspeld.

1991 Een boek met voetbalverhalen over zijn geliefde Feyenoord verschijnt: 3-0 Achter, Niks Aan De Hand. Al eerder had hij van zijn liefde voor de Rotterdamse club laten blijken in de liedjes Feyenoord Feyenoord Feyenoord Feyenoord Feyenoord, Coen! en Werkmansleed (Feyenoord Feyenoord). Sinds 1993 heeft Cox een veelgelezen column in de Feyenoordkrant.

1992 Cox is acteur en medescenarist van de comedy Toen Was Geluk Heel Gewoon. Een bewerking van de Britse serie The Honeymooners, met Sjoerd Pleisier, Jokle Bruys en Mouna Goeman-Borgesius.

1994 De musical Kaat Mossel, een gezamenlijk project van Gerard Cox en Peter Blanker uit 1986, wordt voor het eerst opgevoerd.

1995  Cox neemt een cd op met liedjes van Jules de Corte: Uit Liefde En Respect, een initiatief van Robert Long, die ook de productie doet.

1998 In november verschijnt met Andere Noten een album van Cox. De titel verwijst naar zijn optreden in reclamefilmpjes voor Duyvis. Nooit Meer Verkering is de eerste single van de cd.

1999 De tweede single (Ik Wil Vanavond Met Je Vrijen) komt uit en doet weinig. Later in het jaar worden nieuwe afleveringen van het nog altijd populaire Toen Was Geluk Heel Gewoon opgenomen. In oktober ontvangt de serie de Gouden Televizierring en verschijnt er een CD met daarop liedjes gezongen door de hoofdrolspelers.

2001 Gerard Cox speelt een van de hoofdrollen in de film De Vriendschap van Nouschka van Brakel. Het album Wat Je Zingt, Dat Ben Je Zelf bevat een overzicht van cabaret- en luisterliedjes uit de periode 1900 tot 1980.

2002 Op maandag 18 november viert Gerard Cox zijn 40-jarig jubileum samen met het Metropole Orkest en vele bekende gasten in het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam. Gasten zijn o.a.: André van Duin, Robert Long, Sjoerd Pleysier, Joke Bruijs en Willem Nijholt. In december verschijnt Frans Halsema & Gerard Cox : Voor Altijd, een door Kick van der Veer samengestelde boxset met drie cd's waarop een veertigtal liedjes en enkele conferences staan verzameld. De tweede cd bevat solowerk van Cox.

2003 Gerard Cox is betrokken bij het scipt voor Drie Musketiers (geschreven door André Breedland), de musical van Bolland & Bolland die 30 maart in Rotterdam in première gaat.

2006 Gerard Cox speelt een gastrol in de nieuwe versie van de door Eli Asser geschreven televisieserie 't Schaep Met De 5 Pooten.

gerardcox1.jpg gerardcox2.jpg

Reageer op dit bericht

Gebroeders Brouwer

Image Slideshow

gebroeders01.jpg

010203

De Gebroeders Brouwer was een Nederlands trompetduo afkomstig uit Hierden.

Het door Pierre Kartner ontdekte duo, bestaand uit de broers Rende en Henk Brouwer, was vooral in de jaren zeventig van de twintigste eeuw succesvol. Zij maakten toen samen met onder meer Ben Cramer en Jacques Herb deel uit van de De Vader Abraham Show (met diverse optredens in het Rotterdamse Ahoy') en traden regelmatig op in Op volle toeren, een televisieprogramma van de TROS vol met Nederlandstalige muziek. Ook namen ze diverse albums op en traden ze op met koren. Het duo was tot 1993 actief.

Henk Brouwer woonde vele jaren, tot zijn overlijden in oktober 1999, in Vierhouten. Rende Brouwer is tevens een verdienstelijk dammer.

gebroedersbrouwer1.jpg gebroedersbrouwer2.jpg

Reageer op dit bericht

Meer van Nostalgie

↑ Terug naar de berichten