...wat voor nieuws van de Culot Opvelper Zeitung bericht over boekbinden, over woudlopen en over (eigen) gedichten; maar ook over museum M in Leuven, over Meerdaalwoud en wandelen en over de cursus Duits.
13-03-2026
Piktors Verwandlungen
🌿 Zusammenfassung von Piktors Verwandlungen
In einem paradiesischen Garten lebt der junge Piktor, der sich nach Harmonie und Erfüllung sehnt. Eines Tages begegnet er einer verführerischen Schlange, die ihm die Macht der Verwandlung zeigt. Aus Neugier und Sehnsucht verwandelt sich Piktor in einen Baum – doch statt Freiheit erlebt er Einsamkeit und Erstarrung.
Lange bleibt er in dieser stummen Gestalt gefangen, bis ein junges Mädchen den Garten betritt. In ihrer reinen, liebevollen Wahrnehmung erkennt sie Piktors wahres Wesen. Durch ihre Zuwendung und ihr eigenes Vermögen zur Verwandlung entsteht eine Verbindung zwischen beiden, die die starre Grenze zwischen Ich und Du auflöst.
In diesem Augenblick geschieht die eigentliche Wandlung: Aus zwei getrennten Existenzen wird eine lebendige Einheit. Piktor und das Mädchen verwandeln sich gemeinsam in ein Paar bunter Vögel, das frei durch den Garten fliegt. Die Geschichte endet in einem Bild voll Leichtigkeit, Liebe und innerer Ganzheit.
We wilden licht meer licht we kapten de boom die in zijn eigen verlangen ons verlangen in de weg stond de boom kermde kreunde kraakte zijn laatste vezel scheurde met een woedend ruisen van zijn blaadjes sleurde hij zijn leven neer – de wind die hem bespeeld had week geschrokken uit Eindelijk hadden we licht in de kamer in dat licht keken we elkaar aan en zagen ons onherstelbare gezicht
Van Bernhard Schlink heb ik laatst „Das Späte Leben” gelezen. Schitterend boek. Evenzo “Abschiedsfarben”. Beide werken kan je ontlenen in Tweebronnenbibliotheek en zijn ook in vertaling te ontlenen. Abschiedsfarben zijn negen gebundelde verhalen. Van Copilot kreeg ik deze bespreking:
Das späte Leben von Bernhard Schlink ist ein stiller, eindringlicher Roman über die letzten Monate eines Mannes, der mit einer tödlichen Diagnose konfrontiert wird. Martin, 76 Jahre alt, erfährt, dass ihm nur noch wenig Zeit bleibt. Plötzlich rückt alles Wesentliche in den Vordergrund: seine junge Frau Ulla, der gemeinsame sechsjährige Sohn David und die Frage, was er ihnen hinterlassen kann – an Erinnerungen, an Orientierung, an Liebe.
Der Roman begleitet Martin dabei, wie er versucht, seine verbleibenden Wochen bewusst zu gestalten. Er ordnet sein Leben neu, verzichtet auf berufliche Verpflichtungen und beginnt einen langen Brief an seinen Sohn – ein Vermächtnis, das von Herkunft, Glauben, Liebe und Lebensklugheit erzählt. Gleichzeitig zeigt Schlink, wie unterschiedlich Menschen mit Abschied, Angst und Verantwortung umgehen.
Schlinks Sprache bleibt wie gewohnt klar und zugänglich, während er große existenzielle Fragen verhandelt: Was macht ein gutes Leben aus? Wie begegnet man dem Tod? Und was bleibt von uns? Kritiker loben die Mischung aus moralphilosophischer Tiefe und erzählerischer Leichtigkeit, auch wenn manche Nebenfiguren weniger originell erscheinen. Insgesamt ist Das späte Leben ein nachdenklicher, tröstlicher Roman, der lange nachhallt.
Prarayer is een wel echt kleine hameau, een kleine gemeenschap op het einde van de vallei en op redelijke hoogte (ruim 1900 m). Wie er woont brengt de winter door in het lager gelegen Bionaz of eerder nog in Valpelline. De weduwe – steeds in het zwart gekleed – baatte het enige hotel uit en is al lange tijd geleden overleden. Nu staat het hotel al langere tijd verlaten en roept alleen maar herinneringen op. En verlangen. Vroeg in de ochtend: Aan de dam kan je steil de helling op. Dat moet, want alleen te voet kan het naar Prarayer. Het wandelpad is een heuse straat, echter verweerd en vergaan; het asfalt degradeert en keert terug naar de planeet. En eens uitgehijgd, sta je voor de donkere tunnel. Een enorme rotsblok spert de weg, maar je kan er langs. Wie weet struikel je over het warme lijf van een ontwakende koe met bel. En dan, aan het eind van de tunnel, helemaal in de verte en voorbij het groenig blauw van het stuwmeer ligt Prarayer en zie je de contouren van het verlaten hotel.
Het hoeft niet een (sprookjes)vallei in de Italiaanse Alpen te zijn, niet een wandelpad ver weg tijdens een of andere reis. Bind de stapschoenen aan, omgord de rugzak en trek de deur van de eigen woning achter je dicht, al is het maar voor een eenvoudig ommetje: de last van de zorgen van je afwerpen, de bezigheden vergeten, zich bevrijd voelen. Alleen wandelen kan bevrijden van de idee van het onontbeerlijke. De regelmaat van mijn voetstap is een garantie: daarop kan ik rekenen. Je wordt hoe dan ook bevrijd van tijd en ruimte, van de strop van informatie en beelden, media en producten, idiote conventies, slaapverwekkende muren, de slijtage van de herhaling, de corridor tussen thuis en school of werk en sportclub en weer thuis vermengd met het verslavende online gedoe. In mijn eentje wandelen bevrijd mij van die idee van het onontbeerlijke. Alleen ben ik niemand, ben ik niet meer dan de oeroude levensstroom.
Kijk naar de zon En luister naar je buik Hoe laat zou ’t zijn? Laat hoe laat het is En voel je vrij
Wanneer je een hele tijd wandelt, besef je ineens niet meer hoeveel uren al gepasseerd zijn. Je voelt op de schouders het gewicht van het strikt noodzakelijk (de rugzak) en dat is ruim voldoende. Wat is dat helemaal anders dan het dom verzinsel dat op de schouders drukt als de verplichting die mij dagelijks kluistert! Het gevoel dat je op die manier kan doorgaan maakt licht en vrij. Met #andereschoenen vang ik een glimp van de hoogste vrijheid, van de volkomen onthechting of van het eeuwige heden waarin alles samenvalt. En zie: weerom heeft de planeet zijn rondje getoerd en bekruipt mij de lentelust. Ik zal ze vinden in de verzen van Kouwenaar, de poëzie van Hesse of zo, onder het bladerendek van het Mollendaalbos en in de stuifmeelwolken van de hazelaar.
Fragment uit "Das späte Leben", roman van Bernard Schlink..
“Stöbern?” “Stöbern bedeutet sich umschauen, Bücher, die einen interessieren, aus dem Regal nehmen, sie, wenn sie einem nicht gefallen, zurückstellen und, wenn sie einem gefallen, kaufen. Wollen wir? Du hier und ich bei den Büchern für Erwachsene?“ „Wer bezahlt die Bücher?“ „Ich.“ Sie stöberten, David kam mit einem weiteren gedruckten, elektronischen, interaktiven Buch über den Wald und einem Buch über Dinosaurier, Martin mit einem Roman aus Georgien? Zu dick, als dass er ihn vor seinem Tod schaffen oder auch nur zu schaffen versuchen würde, aber so dick, weil David sich nicht als der anspruchsvolle Sohn neben dem bescheidenen Vater fühlen sollte. Martin zahlte, David strahlte – drei Bücher einfach so, ohne Geburtstag oder Weihnachten.
Lentelustevenement op zondag 19 april 2026 in Meerdaalwoud
Maandag 16 februari ’26 begin ik aan de voorbereiding. Ik houd dan in museum M een kleine brainstorm met Christine Fettweis van Moviganta. Dan weet ik waarschijnlijk meer over de locatie en kan ik werk maken van het traject. Hopelijk kunnen wij starten vanuit het vroegere boswachtershuis van boswachter-emeritus (!) Chris Vandenbempt. Ben benieuwd.
Ik maak opnieuw een met de hand gebonden boek, eerder een notitieboek met daarin een apart katern met de gekozen poëzie en met een katern voor schetsen of tekeningen of foto’s en knipsels. Dat wordt best leuk! Ik moet het wel nog voorstellen aan Frau Fettweis…
Nog even tot de Young Amadeus Ik houd de pas in en vertraag Om het verlangen te verlengen De hunker te voeden
Gedroogde meidoorn als baldakijn Grijzend parket de geur van koffieboon Het welkom heeft grandeur Vult hoofd en hart
Rode lint rond de ballotin Om aarzelend los te knopen Twaalf chocolaatjes met gouddraad bij elkaar Eén voor elke maand
Ik tik de koffiedrup in de schuimkraag Vind de plooien van haar jurk haar hals en lippenboog En zucht zo tevreden Dit mijn lief mijn zoete lief is Valentijn
Nieuwe ontdekking: Bernard Schlink, °1944 en Duitse auteur, leeft in Berlijn en New York. Schrijver van Der Vorleser (1995), verfilmd als The Reader met Kate Winslet en vertaald in meer dan 50 talen. Zijn recente roman is Die Enkelin, de kleindochter. Nu lees ik Das späte Leben; ik was meteen weg van de eerste zinnen:
Er nahm nicht den Aufzug, sondern die Treppe. Er ging langsam hinunter, Stufe um Stufe, Stockwerk um Stockwerk, registrierte das Weiß der Wände, das Grün der Zahlen, die neben dem Aufzug die Stockwerke anzeigten, das Grün der Türen. Dann stand er vor dem Haus und registrierte die frische Luft, die Fußgänger auf dem Gehweg, die Autos auf der Fahrbahn, das Gerüst am Haus gegenüber.