52 OF 32.
IK GAF IN HET BEGIN VAN MIJN LOOPBAAN IN HET ONDERWIJS LES AAN EEN BEROEPSAFDELING VAN DE PLAATSELIJKE TECHNISCHE SCHOOL. OM TE TESTEN WELKE CIJFERS IK IN DE KUIP HAD EN OM DE LEERLINGEN EEN BEETJE OP HUN GEMAK TE STELLEN STELDE IK HEN IN DE EERSTE LES VAN HET NIEUWE SCHOOLJAAR ENKELE ZEER EENVOUDIGE VRAGEN . ZO IN DE TRANT VAN : "HOEVEEL IS VIER MAAL ACHT"
IK HAD REEDS EEN AANTAL VAN DIE VRAAGJES GESTELD EN TOEN VROEG IK "HOEVEEL IS ZES MAAL ZEVEN?" EN IK DUIDDE EEN KERELTJE AAN DAT MET VEEL ENTHOUSIASME MET ZIJN VINGERTJE ZAT TE ZWAAIEN. NU BLEEK DAT EEN ENORME HAKELAAR TE ZIJN, HIJ BEGON DAN OOK : "TW...TW...TWE...TWE...T..TWE..." LINKS EN RECHTS BEGON ER AL IEMAND TE GNIFFELEN, DE ANIMOSITEIT STEEG.
HIJ KREEG HET MOEILIJKER EN MOEILIJKER : "TW..TWE.." ZODAT IK BESLOOT OM HEM UIT ZIJN REKEN- EN SPRAAKLIJDEN TE VERLOSSEN EN IK VROEG : "TWEEENVEERTIG MISSCHIEN ?" HIJ WEER : "N...NE...NE..TWE..TW...TWE.."
WAT HIJ UITEINDELIJK WILDE ANTWOORDEN HEB IK NOOIT GEWETEN WANT DE KLAS LAG ONDERTUSSEN PLAT VAN HET LACHEN EN IK HAD DE MOED NIET MEER OM HEM NOG EEN NIEUW VOORSTEL TE DOEN.







