Naar de inhoud

Paul Waterman

Schrijver van romans
akke.beakke.be
Paul Waterman. Auteur. Nog niet algemeen bekend misschien, maar daar gaat zeker verandering in komen. Boek nummer 1. "Schipperen naast God." Boek nummer 2. "Koffie verkeerd." Boek nummer 3. "Tomatenblues." Boek nummer 4. "Zoutwatervrees." Boek nummer 5 heb ik nu onderhanden. Dat kan weleens augustus 2010 worden.

Archief

Paardenstront 2

Tijdens een wandeling passeerde ik een vreemd kastje in blauw, met daarin plastic zakjes. Het opschrift in vette zwarte letters luidde: “Dogstation”. Onder deze aanhef werd in het Duits en Engels uitgelegd hoe je, zonder je handen vies te maken, een hondendrol oppakt, om hem mee naar huis te kunnen nemen. Truttigheid ten top in de Engels en Duitse taal, zoals het de Nederlandse cultuur betaamt.
Het wordt nog verwarrender als er, zoals in mijn geval, een enorme hoop paardenstront voor ligt. Stel je voor, je bent buitenlander en je ziet die combinatie. Dan denk je onmiddellijk dat het kastje een grap is. Of je denkt: het gaat goed met Nederland, hoe welvarender het hier wordt, hoe meer er moet worden geslalomd om paardenstront te kunnen ontwijken. De eerste verkeersborden op fietspaden zijn al in aantocht. “Pas op. Paardenpoep”, of in zuiver Nederlands: “Horseshit”. Bij elke padvernauwing, veroorzaakt door paardenstront, zal dan worden aangegeven wie er voorrang heeft.
Maar deze gedachtekronkel zou ook te denken moeten geven. Eigenaren van paarden zouden die dieren eigenlijk moeten trainen om niet overal hun stront te laten lopen. Er zijn honden die nog liever doodgaan dan dat ze hun behoefte in het huis van de baas doen, waarom kan dat bij paarden niet andersom? Je zou het dier kunnen aanleren om het pas te doen, nadat hij weer in z’n eigen omgeving is teruggekomen. Niet lang geleden zag ik een jonge amazone, die haar dier de berm instuurde. Daar aangekomen ging de paardensluis open en gleden de kilo’s derrie naar buiten. Natuurlijk, het deed me goed dat die berm werd opgezocht, maar toch kreeg ik een onbevredigend antwoord op mijn vraag waarom je een paard niet kunt aanleren om zijn behoefte thuis te doen? “U begrijpt dat niet”, was haar antwoord. “Een paardenlijf zit zo niet in elkaar.”
“Daar kan ik inkomen”, zei ik, “ik heb geen verstand van paarden, maar zo’n beest is wel gewend aan gespen en riemen, dus een zak aangespen, waarin de shit kan worden opgevangen, zal hem echt niet deren.”
Ze keek me meelijwekkend aan en uit haar oogopslag bleek dat ik nog maar eens moest worden opgevoed: een paard kun je dat niet aandoen, dat weet elke analfabeet.
“Maar er zijn ook mensen die zakjes, zogenaamde ‘stoma’s, aan hun lijf dragen,” vervolgde ik.
Ze boog zich, buiten het bereik van de paardenoren, voorover. “Een paard zal dat nooit accepteren”, fluisterde ze. “Die heeft net zo goed gevoel.”
Ik gaf op en vervolgde mijn weg, al blij met de bermkeuze. Een paard is een edel dier. Met benen, flanken en een hoofd. Die moet toch zeker kunnen schijten waar hij dat wenst.

© Paul Waterman 2010-11-20

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door paulenjoke om 13:34 Reageer op dit bericht

Hup Sjakie





Wist u dat onze burgemeester ambitieus is en hogerop wil? Dat geen carrièrehindernis hem daarbij teveel is?

Zoals het er nu naar uitziet, moeten we ons gaan voorbereiden op de datum waarop onze chef die tijd gekomen acht, maar alle pijlen wijzen in die richting. Dit nieuws haal ik niet uit de krant, niet uit Wikipedia, niet van loslippige ambtenaren of uit wat voor andere nieuwsbron dan ook, nee, ik zie dat aan zijn gedrag. Sjaak heeft namelijk leren praten. Toen hij in september 2004 burgemeester van onze gemeente werd, zag ik hem nog als een ongedwongen leeuwentemmer de Westlandse arena betreden. Hij ging op de koffie bij die, trapte tegen een balletje bij gene en gaf commentaar op elke onbenulligheid binnen onze knusse samenleving. En dat allemaal in onvervalst Pernisiaans dialect.

Op een zeker ogenblik zag ik de achterliggende ambities glashelder. Dat was op het moment dat hij professionele hulp had ingeschakeld om vorm te kunnen geven aan dat wat hij zegt. Ik vergeet die datum niet: Sjaak deed een Nieuwjaarsspeech. Hij praatte alsof hij nergens aan twijfelde, alsof de wereld een open boek voor hem was en alsof we veilig waren zolang we maar in zijn kielzog bleven. Na elke zin sloot hij ferm de kaken en hield die dan een aantal seconden op elkaar alvorens de volgende zin te openen. In het begin deed hij dat zelfs zo goed, dat ik dacht met Donald Trump, de Amerikaanse vastgoedmagnaat, te maken te hebben.  Het was niet alleen zijn mond, die hij na elke zin een aantal seconden gesloten hield, zijn vastberaden blik op de camera, of zijn onderlip die als een stootwil de boot keert van de kade. Nee, hij kneep zijn kiezen stevig op elkaar, zoals elke rechtgeaarde cowboy dat pleegt te doen. Hij wist het, dit was nodig voor een breder gezicht, zodat zijn wil standvastiger zou lijken.

Ik zou hem vanaf deze plek een welgemeende raad willen geven. Beste Sjaak, de houding die jij aanneemt is de houding van velen. Iedereen, zelfs JP, vind het nodig om er standvastiger uit te zien en je valt daarom niet op als jij dat ook probeert. Zoek een andere houding. Wrijf als Albert Einstein je haarbos door de war en steek je tong uit nadat je klaar bent met je verhaal. Of laat je hoofd, zoals Gerard Reve dat vaak deed, op je linkerhand steunen, terwijl je nadenkend met je rechterhand de pluisjes van het tafelkleed plukt. Of nog beter, grinnik als een kwajongen bij elke kritiek, hoe snijdend ook. Kies een houding waarmee je je uitzondert Sjaak, zorg voor een eigen gezicht. De boodschap die je te vertellen hebt, doet er niet zo toe.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door paulenjoke om 10:38 Reageer op dit bericht

We zijn iets kwijt in onze streek


 

Ja, dat is zeker, we zijn iets kwijt. Is het u niet opgevallen dat er overal in het Westland naarstig wordt gezocht. Ik zou niet weten wat het is, maar we zijn iets kwijt, dat is zeker. Weet u het? Weet u waar we naar zoeken? Meld u zich dan direct, want we kunnen er ons een hoop ongerief mee besparen.

Wat we met zekerheid kunnen vaststellen is dat het al jaren zoek is, want zolang wordt er alnaar gezocht. Een andere zekerheid is, dat het de moeite van het zoeken waard is. Aan een waarde in geld uitgedrukt moet u niet denken, want je zou dan gewoon kunnen besluiten om het nieuw te kopen en al het kostbare graafwerk op te schorten. Nee, het moet veel kostbaarder zijn dan dat, iets wat onvervangbaar is. En, het kan overal liggen. Waar u loopt, waar u rijdt, waar u zich, op welke manier dan ook, bevindt. U kunt er zelfs zomaar op staan.  

Overal zijn ook mensen bezig het ‘iets’ te zoeken. In straten, op pleinen, fietspaden, rotondes, slootkanten, noem maar op. Soms zie je groepjes mensen in oranje veiligheidsjacks ernstig discussiëren. Zij weten vast meer dan wij, dat moet wel, maar op de vraag naar wat er gezocht wordt, wuiven zij lacherig. Toch weet ik zeker dat zij degene zijn die bepalen waar er wordt gezocht en dus ook wat er wordt gezocht. Waar zij staan zijn complete wegen afgesloten, wordt het wegdek opengebroken, plaats men stoplichten, draven er verkeersregelaars op en soms gaat het zelfs zover dat het totale verkeer wordt omgeleid.

Onvermoeibaar graven machines daar waar ze maar kunnen, rijden vrachtauto’s af en aan, worden rijplaten aangebracht op stukken grond waar bestrating ontbreekt en vind je overal files en mensen die zich afvragen of het al is gevonden.

Als de file lang duurt, is er alle tijd om te kijken. Pas geleden moest ik in één dag twee maal heen en weer naar Monster. Ook ik heb toen alle tijd gehad om te kunnen kijken, maar ook ik heb niet kunnen ontdekken waar nu eigenlijk naar wordt gezocht. Er zijn mannen die, direct nadat de kuil is gegraven, in het gat springen. Er zijn mannen die op de rand van de gegraven kuilen staan en aanwijzingen geven. Het resultaat is altijd hetzelfde: ze komen tevoorschijn met lege handen. Dan wordt besloten de opgegraven aarde weer netjes op zijn plaats te brengen en het geheel weer te bestraten. Hebben ze dan gevonden wat ze zochten? Nee. Maar het kan heel goed dat ze, na het binnenkomen van een tip, besluiten de boel weer opnieuw op te zullen gaan opgraven. Misschien wel naar aanleiding van uw tip.

 

© Paul Waterman  21 -03 - 2010

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door paulenjoke om 12:44 Reageer op dit bericht

Paardenstront




Paardenstront.

 Toekomst voorspellen gebeurt vaak met een hulpmiddel. Zo zijn er glazen bollen, tarotkaarten, dobbelstenen, theebladeren, koffiedik….. Ik ben er nog wel een aantal vergeten, maar deze genoemde attributen zullen u bekend in de oren klinken.

Ikzelf behoor tot de groep der ‘paardenstrontkijkers.’ Ik zeg met nadruk paardenstront omdat paardenpoep te eenzijdig is: je ziet er te weinig in. Paardenpoep is een statische hoeveelheid afval van dezelfde kwaliteit, terwijl paardenstront een variatie aan cultuur in zich draagt. De moeite  waard, want er zijn bolussen bij van een dermate glimmende pracht dat het paard er zijn haren in zou kunnen kammen. Een paard kan worden gevoed met alleen stro, maar je kunt het natuurlijk met krachtvoer en andere opgewerkte voedingssupplementen, tot aan paardenkoekjes toe, mengen. Je kunt zijn of haar dorst lessen met kraanwater, maar je kunt ook  aan krachtdrankjes, vermengd met mineralen en vitaminen denken. Daarbovenop krijgen lieve paarden een of meer klontjes suiker en is er voor de bofkonten onder de edele rakkers de paardenbonbons. Zo kun je van de stronthoop op de straat, via de status van het betreffende paard, in de portemonnee van zijn baas kijken.

Het volk dat deze paarden beruiterd, behoort tot de groep der extreme stoïcijnen. Heeft u wel eens een ruiter gezien die achter zich kijkt als er een kubieke meter stront ter aarde valt? Ik niet. Het is alsof Maarten van Rossum in gezelschap een wind laat en het hele gezelschap verstoord zijn kant opkijkt. Maarten zal ongehinderd doorpraten. Alsof ze bij hem thuis zo plachten te ademen. In het geval dat het complete gezelschap de meegenomen wasknijpers op de neus zet, zal hij dat vertalen als ‘een van die nieuwe en volkomen onbegrijpelijke voorjaarsmodes.’

Het gemakkelijke van kijken in paardenstront is, dat het overal te vinden is. Waar geen vuil op straat wordt geaccepteerd, waar honden niet mogen poepen, waar auto’s niet mogen komen, ja zelfs waar je binnen geen sigaret mag opsteken, vind je het. Paardenstront. Gezellig. “Toch!!”, zou J.P. zeggen. Zit daarom niet direct in de war als u uw kind mist. Zoek gewoon de eerste de beste paardenstronthoop op en ik garandeer u dat daarin zich uw kind bevind.

Nu hoor ik u natuurlijk zeggen ‘maar hoe voorspel jij dan de toekomst in een hoop paardenstront?’ Eenvoudig. Ik heb de analyse over een tiental jaren uitgespreid en ben tot de conclusie gekomen dat we over nog eens tien jaar met zijn allen een nieuwe cultuur hebben opgebouwd binnen de verschillende strontvrije enclaves, waar we dan met witte vliegenmeppers onze boodschappen naar elkaar communiceren.

© Paul Waterman  15 -03 - 2010

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door paulenjoke om 09:26 Reageer op dit bericht

Vrijstaat Hoek van Holland.

Vrijstaat “Hoek van Holland” 

Er is een tijd geweest waarin het Westland groter was, want ooit was Hoek van Holland ook Westlands grondgebied. Het behoorde tot de gemeente ’s-Gravenzande die het als een last met zich meedroeg, want het gehele gebied was voor een groot deel buitendijks en daardoor nauwelijks rendabel. Bovendien werd het nieuw gegraven kanaal als een verwonding in de mooie Hollandse kust gezien, gevaarlijk voor het achterland. Dus moest die Nieuwe Waterweg worden verdedigd. Daartoe bouwde men een fort met zware, ronddraaiende kanonnen en omdat kanonnen moeten kunnen schieten, onteigende Defensie de lucht boven het land, zover je kon kijken. Wat moet je met een stuk land waar niets aan valt te verdienen, moeten de notabelen van ’s-Gravenzande hebben gedacht. Opruimen, die handel. Men had allang de zakken vol van het betalen van onnodige lasten.  

Aan de noordkant van het Westland heeft het oude land en tuinbouwgebied ooit gereikt tot aan de Haagse Soestdijksekade. Maar Den Haag groeide. Polder na polder werd ingepikt. Gestaag en door de jaren, vorderde de stadse nieuwbouw, totdat uiteindelijk ook het puur Westlandse dorp Loosduinen ten onder ging. Verder en verder rukte de stad op en werden de Wateringse dreven mikpunt van de bouwwoede. Het kleine dorp vocht voor zijn leven maar moest uiteindelijk met lede ogen toezien dat ook het gebied, grenzend aan de Strijp, de oostkant van het Westland, verloren ging.

Genoeg is genoeg, dachten de Westlanders en de verschillende gemeentes sloten uiteindelijk aaneen tot, wat nu is geworden, Gemeente Westland. Het was niet meer David tegen Goliath, nee, we waren plotseling iemand waar rekening mee moest worden gehouden. En wat Den Haag kan, kunnen wij net zo goed, dachten we, dus ook wij gingen bouwen. Dorpen groeiden als kool en de verschillende woonkernen sloten aaneen. Dat waaraan het Westland haar naam te danken heeft, verdween meer en meer.

Straat aan straat, huis aan huis, tuinschutting aan tuinschutting gaat het nu. Elk veldje, elk randje, elke slootkant wordt volgebouwd. Elke vierkante meter grond draagt ineens een potentiële waarde in zich. Het resultaat? Waar Den Haag nog een Zuiderpark heeft, hebben wij niks. We zijn het groen vergeten.  Ja, we hebben nog wel groen, maar dat is het groen van de rotondes en de verschillende middenbermen. Wat ben ik blij dat de gemeente ’s-Gravenzande het destijds niet meer zag zitten met Hoek van Holland. Waar dat ons heeft gebracht, kunt u zien als u een keer de grenspaal van ‘De Hoek’, zoals het dorp wordt genoemd, passeert. U kunt er op de ruime stranden, in prachtige duinvalleien en rijkbeboste parken naar hartenlust recreëren. U kunt er wandelen, fietsen, sporten, vogels kijken, ja, u kunt er zelfs in verdwalen. We moeten er nu toch niet meer aan denken dat onze eigen ‘Hoek’ nog tot het Westland had behoord!

© Paul Waterman  08 -03 - 2010

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door paulenjoke om 09:20 Reageer op dit bericht

Reactie? Geen reactie





Pooiers, penose, gestolen poet
Vreemdgaan, verraad en ander gewroet
Zwetende hoeren en witte vloed
Syfilis, gonorroe, vuil ondergoed
Darkrooms met een begrafenisstoet
Alles is beter dan mierenzoet

Pijn, ellende en ondervoed
Leugens, bedrog en addergebroed
Oorlog, verdrukking, gebrek aan moed
Moord en doodslag, geronnen bloed
Honger, ziekte, de Hitlergroet
Alles is beter dan (ge)mier-en-zoet

© Paul Waterman 16 - 02 - 2010

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door paulenjoke om 20:25 Reageer op dit bericht

Schipperen naast God







Fragment uit  “Schipperen naast God.” Jaartal: ca 1935,  grote crisis.
Even voorbij het huis dat bekend staat als ‘het Krot’, maakt de sloot een sterke bocht naar rechts. Na die bocht ben je echt alleen. Zo alleen dat, als je er in de slootkant zit, je bij wijze van spreken met het riet zou kunnen meegroeien. Niemand schijnt zich ook te bekommeren over het stuk sloot na die bocht: de slootkant en het water gaan er bijna geruisloos in elkaar over. Het is alsof de natuur hier op de loer ligt, zijn kans grijpt zodra de mens het toelaat. Riet lijkt geen bestaansrecht in de mensenwereld te hebben, maar in werkelijkheid is er niets mooiers dan riet. Zo moet Nederland zijn ontstaan. Als de jaarringen van een eeuwenoude boom legt het riet, jaar na jaar, beslag op het water. Elk jaar weer. Meer riet, minder water. In de wereld van de rietkraag, kan je één worden met water en kroos. Je kunt er schrikken van de plotselinge paringsdrift van graskarpers en, als je goed oplet, door kleine rimpelingen in het kroos, de snoek van plaats zien veranderen. Maar je kunt ook, bij gebrek aan omgevingsgeluid, jezelf horen ademen, of je oren horen suizen. Zelfs van je eigen gedachte zou je kunnen schrikken omdat ze hardop lijken te klinken.
Aan de overkant van het water ligt een tuinderschuit. Door het dikke kroos eromheen krijg je de neiging om er zò op af te stappen. De ‘Gele Plomp’ die overal tussen het kroos groeit, verspreidt een zware geur. Sommige mensen vinden het een afschuwelijke stank, terwijl anderen erin begraven zouden willen worden en de Gele Plomp zelf maakt het niet uit, als de insecten hem maar weten te vinden. Het geheel met het kroos en de Gele Plomp, wekt tegenstrijdige gevoelens op. De helgroene kleur van kroos vertelt, samen met de grote drijfbladeren, dat het slootwater geen zoutsporen bevat en prima te gebruiken is om het land te begieten, maar de ongeschondenheid van het geheel is tevens het bewijs dat het water niet wordt bevaren en er dus geen producten worden vervoerd. 
Aan de overkant van het water zijn een aantal serres gebouwd. Kweker Bram van Spelden die er tuint, heeft er onder andere Blauwe Alicanten, een druivensoort die het goed doet in de markt, maar die pas tegen het einde van oktober kan worden geoogst. Het areaal aan glas op de tuin bestaat uit vier serres, een ouderwetse lessenaar en wat plat glas. Het platte glas is vuil en ligt dicht. Mensenhanden hebben hier al lange tijd geen bemoeienis meer mee en alles wat maar enigszins groeit, moet in dit bloedhete milieu aan zijn einde zijn gekomen. De deuren van de serres staan open en je ziet de warmte naar buiten bulken. Naar binnen toe geeft het een schitterend mooi, half beschaduwd beeld van gebladerte op elk niveau. Tussen die bladeren en in die immense rust bevinden zich de groene en groenblauwe druiventrossen die er met een stille waardigheid, alsof de tijd stilstaat, niets hangen te doen en de eeuwigheid aan hun kant lijken te hebben. Speciaal gemaakte trappen, om de druiventrossen te krenten of te modelleren, staan er als in een filmdecor te wachten, klaar voor actie. De lessenaar is als voorloper van de serre, met de muur naar het noordwesten gebouwd en vormt ook de grens van de tuin.
Een eindje verderop, waar de sloot weer een flinke linkse draai maakt, kom je uit op de ‘Gantel,´ het domein van Nol, die er op zondagmorgen na de kerkdienst te vinden is om zijn fuikjes te lichten. Nol is schipper van beroep. Hij vaart doordeweeks met zijn ‘praampie’ steenkool, grond en soms koeienmest naar de verschillende tuinderijen. Hoewel iedereen weet dat Nol wat centjes bijverdient met z`n palingvisserij, kan je je daar, om de bocht, beter niet vertonen. Je verandert er voor elke stroper in een linkmiegel. Nol is een beste vent, maar hij heeft handen als kolenschoppen en als ‘politie De Zaayer’ hem op de een of andere manier bij z`n fuikjes snapt, gaat hij zeker zoeken naar de linkmiegel die hem erin heeft geluisd.

Daar moet dus nog een paar jaar mee worden gewacht.
Dan is Nol ouder en zijn wij sterker.

 

 


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door paulenjoke om 00:00 Reageer op dit bericht

De naam van de vader

















De inspiratie voor deze bloemlezing put ik uit het boek “In de naam van de vader” van Nelleke Noordervliet.

Ze droomt nog steeds de dromen van haar vader
En construeert het gevoel van haar hand in de zijne
Zijn stem klinkt vanachter de stem van zijn vriendin
Ze sluit haar ogen en op haar hoofd voelt ze de kus
Ze voelt zich opgetild, bang voor een wild en dampend paard
Hij trekt haar slee naar het hoogste punt van de helling, samen suizen ze eraf, de vader met enkel zijn kind.
Maar wat is hij nog meer, nu de kinderidylle voorbij is?
Waar is de vader, de hoeder, de prins met wie zij was?
Het doet er eigenlijk niet toe wie hij later is of wordt
Als hij maar de wachtpost blijft aan de grenzen van haar kinderrijk.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door paulenjoke om 09:42 Reageer op dit bericht

Ode aan mijn jongste









Linda vlindert   


Linda vlindert, vederlicht door het leven.

Met zon op haar vleugels en wind door heur haar.

Ze laat je wereld intenser beleven

Met haar maak je fladderend ikweetnietwat klaar

Flierend en fluitend voor de hoeveelste keer?

Mooi is ze, mooier dan het woordje beschrijft

Van lieverlee is ze ons Linda niet meer.

Niets blijft er over van wat er beklijft.

Huppel trappel druppel in beeld en geluid.

Zwaartekracht geeft haar geen enkele hinder

Van iedereen is ze de sprankelende bruid.

Dag lieve Linda, ik bedoel dag lieve vlinder

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door paulenjoke om 00:00 Reageer op dit bericht

Vredige maaltijden






‘Waar was je?’ Vader Freek was zoals gewoonlijk als laatste binnengekomen, hij moest altijd nog even ‘dit en dat’ doen, voordat hij de hongerige zonen achterna kwam. Die zin ‘waar was je’ maakte mij bij voorbaat altijd al chagrijnig. Kon die man nou niet gewoon ‘hallo allemaal’ zeggen?  Zonder rond te kijken had hij zijn pet op de stoel achter zich gegooid en, terwijl hij zijn handen inspecteerde of deze wel goed waren schoongemaakt, begonnen met het gebed. ‘Een persoonlijk gesprek met God heette dat, maar tijd is kostbaar’, dacht ik wel eens. ‘Waar zouden zijn gedachten zijn onder het bidden? Ook bij de tomaten?’ De Vader, de Zoon en de Heilige Geest, kon je opdreunen zonder je verstand in te schakelen, dat was gestampte pot. Zelfs als je te dronken was om te praten, kon dat nog vloeiend. Verkeerd omzeggen, bijvoorbeeld ‘In de naam van de Vader, de Geest en de Heilige zoon’, dat wil de mensen nog wel eens wakker schudden, maar de meeste keren was het een ritueel, waarin ook de dagprijs van de tomaten nog wel een plaatsje konden hebben.

Met de eerste schep achter zijn kiezen keek hij me opnieuw vragend aan.

‘Waar blevie nou, jongen? Wat dee je daar al die tijd?’, was het weer.

‘Waar ik bleef? Wat ik deed? Ik moest toch naar de veiling?’

‘Dat bedoel ik’, klonk het bars. ‘Maar most dat zolang duren dan?’

‘Pa, overdrijf je niet een beetje. Weet je hoe druk het daar was? In je eentje tweehonderd bakkies tomaten van de aanhanger afhalen, doe je echt niet in een stief kwartiertje. Ik was maar alleen en kabouters bestaan niet. Tenminste, dat zegt u altijd!’

‘Ja, ja.’ Vader Freek gromde. ‘Je broers zijn al begonnen met bladtrekken. Ze kwamme al kijken waar je bleef.’

‘Ze kenne komme wat ze willen pa, maar ik was helemaal verdroogd en ben effe een bakkie wezen doen bij moe. Ik ken geen rekening houden met dat stelletje heethoofden daar.’ Ik wees met een heftige knik naar mijn oudere broer Fred.

Deze mengde zich nu ook in het gesprek. ‘Het is wel gek dat wanneer jij de tomaten wegbrengt, het altijd druk is aan de veiling.’

Even was het stil. ‘Was Fred het weer?’ Ik keek mijn vader vanonder mijn wenkbrauwen aan en wachtte op antwoord. Ik had het kunnen weten: Fred de onruststoker.

‘Niet alleen Fred’, mijn vader antwoordde zonder op te kijken en vervolgde: ‘iedereen vindt dat.’ Hij at nu iets te heftig door. Kennelijk moest de klokkenluider beschermd worden.

‘Dan doe je het toch voortaan zelf!’ Ik draaide me naar Fred en probeerde zo kalm mogelijk over te komen. 

‘Dat wil jij niet’, klonk het pesterig.

Ik zweeg.

‘Hebbie je lieffie niet gezien? Was ze er niet?’, ging Fred venijnig door. ‘Ben je daarom zo chagrijnig?’

Ik bleef hem aankijken, maar hield het bij zwijgen. Fred kon zuigen, maar ik zou geen krimp geven.

‘Dat wordt nog wat, als we bij de nieuwe teelt de tomaten over de draad laten groeien’, ging Fred verder. ‘Motten we dan de mankracht van buitenaf halen?’

Ik mot nog zien of dat meer opbrengt’, kwam vader Freek tussenbeide.

Zonder naar me te kijken zei Fred: ‘nou, voor Laurens hoeft het in ieder geval niet, hè Lau? Dan mottie nog harder werken als ie nu al doet en kunnen zijn handjes geen snaar meer voelen. Hè Lautje?’ Wat zullen je fans wel niet denken als ze je met groene vingers aan de snaren zien staan. 

‘Pa, laat Fred morgen naar de veiling gaan; dan komt hij er wel achter wat het is om in je eentje tomaten te moeten lossen.’ Hij had weer gewonnen, de klootzak, ik kon er zo moedeloos van worden. Altijd en eeuwig dat gevit, die achterdocht. Het werd tijd dat Fred zijn eigen tuinbedrijf ging runnen.

‘Ja, ja. Ik naar de veiling en jij, op je luie reet vanaf het bankje voor het huis, de werkzaamheden inspecteren zeker’, ging Fred weer.

Nu kletterde ik mijn bestek op tafel en vloog overeind. Hij had het wéér voor elkaar gekregen: ik had mijn gespeelde kalmte verloren. ‘Weet je wat het met jou is?’, schreeuwde ik. ‘Tomaten zijn zo belangrijk, dat je ze na je dood nog plukt.’

‘Tuurlijk! Dat zullen dan de tomaten zijn die jij hebt laten hangen zeker’, kaatste Fred.

‘Dat je wordt begraven en tomaten meeneemt in je kist om niet in paniek te raken.’

Hoongelach.

‘Dat je door je hebzucht in de hel eindigt, waar jouw tomaatjes op een telraam zitten.’

‘Ja, ja.’

‘En dat de duivel je als straf, dag en nacht naar je eigen tomaten laat kijken die door een of andere schimmel worden opgevreten zonder dat je er wat aan kunt doen’, ging ik van haat vertrokken verder.

‘Jongens, jongens’, moeder Co kwam nu tussenbeide. ‘Het lijkt wel of jullie de maaltijd gebruiken om ruzie te maken.’ ‘Koppen dicht’, hoorde ik mijn vader op de achtergrond zeggen. ‘Vechten doe je maar in je eigen tijd.’

Fred stond zwijgend op en liep naar buiten. Ik was oververhit en volgde hem op zijn hielen; Fred was nog niet klaar met mij.

‘Volgens mij duw jij, als je de kans krijgt, je eigen snikkel ook nog in een overrijpe tomaat.’ Briesend liep ik achter hem aan, ik had de gang erin. Hij had mij aangeslingerd, dus hij kon ze krijgen ook.

Fred zweeg.

‘Durf jij je pik niet te laten zien omdat er dieven aan groeien.’

Schichtig keek Fred om.

‘Denk je zo meteen dat je Lia ligt te beffen, dan blijkt het een opengescheurde tomaat te zijn.’

Met grote stappen beende hij verder van me weg.

‘Verandert jouw zaad langzaam in tomatensap’, schreeuwde ik hem na.

‘Raakt Lia dadelijk zwanger, en dan blijkt er een grote vleestomaat in te zitten.’

Wat had ik een hartgrondige hekel aan die landverrader.


Auteur: Paul Waterman

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door paulenjoke om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Paul Waterman

↑ Terug naar de berichten