maar 't is er nog niet het zal er zijn zoals dit hier nu is en zodra dit weg is alsof het er nooit zal geweest zijn nadat het er zou gekomen zijn zoals wat komen zal omdat het er nu nog niet is wegens afwezigheid
Ik ben verliefd op mijn kippen en hang aan hun lippen; verliefd op de zachte veren die hun rug bedekken maar wat ik niet kan verteren zijn eieren die lekken.
verliefd op een omelet of zes en daarbij een goede fles melk van de bonte koe of sherry uit de stad Parijs ik word die dingen nooit moe ik maak je graag iets wijs
Ik ben verliefd op de dauw waarin ik wandel met mijn vrouw ze trekt niet aan het touw waarmee ik haar stevig hou, tot bij het nest van onze pauw getuige bij onze trouw.
Ik ben zo erg verliefd op Val en Tijn, hij maakt me zo gek als een zwijn en ik wil zijn sexy liefje zijn zoals gisteren op de trein: hij kuste me voor de gein, dat smaakte naar terpentijn met een walm van roosmarijn. En al is zijn werktuig klein het doet tenminste geen pijn, want hij is lief en rein. Ik kocht een fles witte wijn: dat vond hij echt superfijn alleen vind ik het zelf venijn omdat ik een man moet zijn
Ik heb de allerdikste pens en ben de allerflinkste mens ! Ik doe alles wat ik allermeest wens en ben de aller-egoistischerste mens dat is immers de tendens niets dat ik verwens zo ben ik de allerhatendste mens als ik ga tot aan de grens ben ik de allergrenzelooste mens! Zie je me door een lens dan ben ik de allerslankste mens
Vandaag is 't lekker koud! het nieuwe jaar is nog niet oud we hebben nachten heerlijk lang en zijn voor 't donker niet meer bang Laat het nu maar lekker vriezen zo lang we onze bril niet verliezen Eten we de resten van het feest alsof 't nooit anders is geweest !
't Is 't einde van het jaar We zijn nu bijna klaar Zonderling en raar Er komt nochtans gevaar van bommen mes en schaar ook in het nieuwe jaar dat zegt : ik u niet spaar! de feestmaaltijd is gaar vergeef me dat ik staar naar dat meisje haar haar ha, je weet niet waar? Tijd voor een lief gebaar ik wens u hier en daar geluk in 't nieuwe jaar
Ik vind het erg minnetjes al die grote mensen die kwaad doen aan kleine kindjes Vandaag vieren we de onnozele kindjes Ik schenk ze miljarden lintjes Want wie kwaad wil aan kleine kindjes Zouden ze moeten verdrinken met duizend pintjes!
Er zit een paasbeer op mijn schouw. 's Winters slaapt zij in de spouw; maar nu zijn zijn dertien tenen blauw en klaagt hij gedurig over de kou. Daarnet bengelde hij aan een touw. Maar daarmee stopte hij al gauw, toen hij een slag kreeg van de klauw van de kerstpoes, die vond het flauw van deze eentonig gekke versbouw! Ze vroeg te rijmen op 'een pauw', maar de enige die dat ook nog wou was die irritante sexy kerstvrouw gans gekleed in arrogant hemelsblauw
Bijna niemand die het nog kent maar we zijn in de Advent. Het wordt een nieuwe trend dat je minder op de hoogte bent en uiteindelijk aan domheid went. Straks als God de kerstman zendt die zijn slee met rendieren ment, vinden ze hem een fijne vent met geschenkjes uit zijn warme tent. Plonk is het, die zijn lezer jent omdat die meer geeft om een cent en niet achter cadeautjes rent. Als Plonk hier dit gedichtje pent is't omdat niemand nog de kerststal kent