Adellijke intriges 12
Voor de persberichten en recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de twaalfde bladzijde van "Adellijke intriges."
“Ik heb dan onmiddellijk naar Nathalie gebeld. Die is direct gekomen en zij heeft jullie verwittigd.”
“Waarom belde je Nathalie?”
“Zij is zowat de vriendin van de baron. Ze helpt hem bij alles.”
“Is er je, in de loop van de voormiddag, niets opgevallen?”
“Neen, ik ben zoals gewoonlijk, om negen uur begonnen, heb koffie gezet voor meneer en ben dan aan mijn dagelijkse klus begonnen.”
“Niemand gezien of gehoord?”, probeerde Bruno nogmaals.
“Jawel, meneer Robert, de zoon van de baron is hier vanmorgen even geweest,”
“Weet je ongeveer wanneer dat was?”
“Dat moet iets na negenen geweest zijn. Hij heeft even met zijn vader gesproken en is iets voor tien uur nog komen zeggen dat hij weg was.”
“Komt meneer Robert hier dikwijls?”
“Ja, die komt regelmatig, bijna dagelijks.”
“Voor de rest heb je niets speciaals gezien of gehoord? Je hebt niemand horen roepen of zo?”
“Neen, ik werk altijd met de radio aan. Dan hoor je niet veel anders meer hé.”
Paul noteerde nog de persoonlijke gegevens van Leentje en ze spraken af dat ze, indien nodig, later nog wel eens terug zouden komen voor meer vragen.
Bruno ging Nathalie halen. Die zat ondertussen nog steeds te huilen in het salon.
Nathalie was opmerkelijk beter gekleed dan Leentje. Je kon zien dat ze een betere smaak had op het gebied van kleding.
Ze had dan ook van het rijkeluisleventje geproefd toen ze getrouwd was met Robert, dacht Bruno.
“Waarom belde Leentje eerst naar jou ?”
“Dat is omdat ik hier zowat alles regel, en ze is dat gewoon. Wanneer ze een probleem heeft komt ze daarmee bij mij.”
“Hoe zou je jouw relatie met Jean-Louis de la Faille kunnen omschrijven?”
“Wij hebben een goede vriendschappelijke relatie. Ik help de baron bij alles waar hij mijn hulp bij kan gebruiken.”
Bruno keek even met een vragende blik naar Paul. Die begreep onmiddellijk wat zijn vriend wilde zeggen en nam het gesprek over, vóór deze verder gênante vragen zou stellen.
“En waarom doe je dat?”
“Ik deed dat vroeger, toen ik nog met Robert getrouwd was, en ik ben dat altijd blijven doen.”
“En wat denkt Robert daarvan?”
“Dat zal je aan hem moeten vragen, denk ik”, antwoordde Nathalie nogal bitsig.
“Heeft er trouwens iemand Robert verwittigd?”

