Moord op de scheidsrechter 7
We gaan verder met de zevende bladzijde van "Moord op de scheidsrechter."
Ik wacht in spanning op jullie oordeel !!!!!!
Je reacties zijn welkom via de E-mail mij knop rechts op het scherm.
Voor het aankopen van het boek klik op aankopen bij mijn favorieten rechts.
BLZ 7 Moord op de scheidsrechter.
Langs de andere toegangsroutes zouden er zeker voldoende manschappen aanwezig zijn om de eigen voetballiefhebbers, en het Antwerplegioen dat niet met de bus gekomen was, in het oog te houden.
In het sportcomplex waren er 10.227 overdekte zitjes, 4.311 staanplaatsen in open lucht, ook “den berg” genoemd, 512 Business-seats, 103 VIP-arrangementen en 3 loges.
In het Herman Vanderpoortenstadion, het thuisveld van Lierse, op het Lisp kon men zowel zichtbaar als discreet aanwezig zijn. Als er problemen kwamen, verwachtte men die bij de bezoekers. Daar zou men zo veel mogelijk incognito zijn op-wachting maken met ernaast ook de gebruikelijke zichtbare politiemannen en -vrouwen rond het veld en in de tribunes.
Hoofdcommissaris Peeters nam de gehele coördinatie op zich vanuit de Security room onder de hoofdtribune. Commissaris Somers en hoofdinspecteur De Winter, de twee “elite-speurders” van het korps zouden om verschillende redenen niet naar de wedstrijd komen. Het behoorde ook niet tot hun takenpakket om dit wel te doen.
Bruno Somers was een sportieve vijftiger, die al twintig jaar in dienst was van de brigade. Reeds vijftien jaar onder de vleugels van Frans. Hij had al maanden geleden afgesproken om met enkele West-Vlaamse vrienden, naar de bierfeesten te gaan aan zee. Zijn vrouwtje Sonja en hij hadden sinds enkele jaren een appartement op de dijk. Alhoewel hij een vurige fan was van het plaatselijk balspel, zag hij er toch naar uit om met de vrienden een feestje te bouwen. Hij vond het een mooi vooruitzicht om nog eens zijn afstand af te malen tussen Middelkerke en Mariakerke. Dit was zijn vast parcours om te joggen wanneer hij daar was. Bruno was een fanatiek loper, meestal tien en in het weekend vijftien kilometer.
Paul De Winter, door zijn vrienden Polle genoemd, was ondertussen al vijf jaar de vaste collega van Bruno. Hij had helemaal geen interesse voor het voetbal. Paul was eerder een zich loom voordoende dertiger. Hij zou met zijn vrienden, die zoals hij Oelegemse vrijgezellen waren, een kroegentocht doen, in Antwerpen, wat voor de maandagochtendopdrachten niet veel goeds beloofde.
Een ongewoon weekend werd het sowieso.

