Naar de inhoud

Politiethrillers

Blog van schrijver Ludo Geluykens. Hier kan je ook kennismaken met mijn nieuwe politiethriller 'AFPERSING' Kijk ook eens op www.ludogeluykens.be (zie favorieten rechts)
akke.beakke.be

Archief

Afrekening in het bedrijf 1

Voor informatie en het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.

We gaan verder met het eerste deel van 'Afrekening in het bedrijf’.


I

Het eerste deel speelt zich vijf jaar geleden af.


1

8 april, Industriestraat, Lier.

Bij het transportbedrijf WWT (WorldWide Transport) waren ze volop bezig met de laatste voorbereidingen van de managementdagen die zouden doorgaan volgend weekend van vrijdagavond tot zaterdagavond in het domein van Sunparks De Haan. De Belgische afdeling van WWT was door de hoofdzetel in Amsterdam aangeduid om deze managementmeeting voor alle wereldwijde afdelingen te organiseren. Ze hadden ge-opteerd voor Sunparks De Haan omdat het zo gemakkelijk was om alle managers te laten overnachten in één van de huisjes op het domein en omdat de omgeving ook uitnodigde om te ontspannen buiten de meetings. Zo kon men bijvoorbeeld gemakkelijk eens tot aan zee wandelen om een frisse neus te halen. Een gezonde geest in een gezond lichaam.

Het hoofdkantoor van WWT Belgium was gevestigd in de Industriestraat in Lier, naast de Ring. Er waren ook depots in Waregem, Antwerpen, Luik en Luxemburg, die rapporteerden aan de hoofdzetel in Lier. Het depot van Luxemburg was gemakkelijkheidshalve aan de Belgische tak van het bedrijf toegevoegd omdat het te klein was om zelfstandig te werken. Een bijkomende reden was ook dat in België zowat iedereen Frans sprak in tegenstelling tot op de hoofdzetel in Nederland, waar iemand vinden die de Franse taal beheerste, vergelijkbaar was met het zoeken naar een speld in een hooiberg. Vandaag, donderdag, moesten alle presentaties die men zou gebruiken tijdens het weekend, binnen zijn op de afdeling Human Resources.

Op de afdeling General Services was Ludwig Vandenbergh, de manager van deze afdeling, volop bezig met controleren of alle bestellingen ook afgeleverd waren. De controle verliep moeizaam, want sommige dingen waren in Lier afgeleverd en andere waren dan weer rechtstreeks bij Sunparks in De Haan afgezet.

Luk Geerts, de manager van de afdeling Safety & Security, bekeek zijn actieplan nog eens. Er was vanuit de hoofdzetel speciale aandacht gevraagd voor de security omdat men de nieuwe strategie van het bedrijf wilde bespreken die zou worden uitgezet in de gehele organisatie. Het zou niet de eerste keer zijn dat een concurrent van de gelegenheid gebruik zou maken om bij de presentaties binnen te glippen om zo al onmiddellijk te kunnen inspelen op de nieuwe strategie van WWT.

Om drie uur in de namiddag was een laatste meeting gepland waarop alle managers die betrokken waren bij de organisatie waren uitgenodigd. Ivan Raeymaekers, de General Manager, was als eerste aanwezig in de meetingroom, samen met zijn secretaresse Magda Vossen. Tien minuten later was iedereen aanwezig en opende Ivan Raeymaekers de meeting. De bedoeling was dat alle managers een update gaven van hun voorbereidingen.

Luk Geerts mocht beginnen. Hij legde uit dat voor alle uitgenodigde managers een securitybadge was gemaakt die bij het onthaal uitgereikt zou worden en dat hij zijn mensen, die de toegang tot de zaal controleerden, de opdracht had gegeven om geen enkel persoon zonder badge in de zaal binnen te laten.

Flor De Bruyn, Human Resources Manager, kon melden dat hij alle presentaties voor de meeting binnen had gekregen met uitzondering van deze van Alvin Johnson, de General Director, die zouden ze pas op het laatste moment binnenkrijgen. Luk Geerts legde uit dat hij dat omwille van securityredenen zo had afgesproken met de General Director.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 18:02 Reageer op dit bericht

Nieuwjaarswensen.

Beste vrienden, lezers,

In deze eindejaarsperiode wil ik jullie allemaal een gelukkig en vooral een gezond 2016 wensen.

Hopelijk vinden jullie ook in 2016 weer de tijd om af en toe eens een boek te lezen.

Daarom alvast deze tip:

De nieuwe Somers en De Winter met de titel "Afrekening in het bedrijf" verschijnt op 1 maart.Voorstelling van het boek gaat door in de BIB van Emblem op 9 maart 2016 om 19 uur.

Zet die dag alvast in je agenda.

Met vriendelijke groeten,

Ludo Geluykens

Dennenlaan 32 2520 Ranst

ludogeluykens@skynet.be

gsm : 0478 450 150

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 11:21 Reageer op dit bericht

Boekenbeurs & Kerstmarkten.

Beste vrienden, lezers,

Het einde van het jaar is alweer in zicht en dan beginnen we weer aan de feestdagen en de bijhorende geschenken te denken…
Een ideaal geschenk is nog steeds een goed boek. Vandaar dat ik jullie informeer waar jullie mij de volgende weken kunnen vinden en waar jullie dan ook mijn boeken kunnen kopen.

Hierbij de informatie:

Op 28 en 29 november sta ik op de tentoonstelling van de Gouden Handen in het Gildenhuis in Broechem.

Op 6 december ben ik aanwezig op de kerstmarkt van Amakuzand in de Populierenhoeve in Zandhoven.

Op 11, 12 en 13 december sta ik op de kerstmarkt in Lier.

Op 20 december sta ik op de kerstmarkt in Emblem.

De boekenbeurs en de kerstmarkten zijn natuurlijk ideale gelegenheden om een boek aan te kopen dat je dan ofwel zelf kan lezen ofwel eerst kan lezen en daarna als geschenk aan iemand geven. :-)


KERSTSPEL:

Ik heb een nieuw kerstspel geschreven dat in openlucht wordt opgevoerd in Zoersel op 20, 21, 22, 23 en 26 december.

Ik hoop jullie op één (of meer) van deze evenementen te ontmoeten, dan kunnen we weer eens bijpraten.

Met vriendelijke groeten,
Ludo Geluykens
Dennenlaan 32
2520 Ranst
ludogeluykens@skynet.be
gsm : 0478 450 150

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 00:00 Reageer op dit bericht

Chantage in het schepencollege 3

Voor informatie en het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.

We gaan verder met het derde deel van 'Chantage in het schepencollege'.

“Hier en daar op een receptie hoor ik wel eens wat, maar meestal vind ik de verhalen nogal vergezocht”, zei de hoofdcommissaris.

“Wat heb je met de burgemeester afgesproken?” vroeg de commissaris.

“Hij wil dat we dit allemaal eens onderzoeken op een onopvallende manier, zonder dat we er te veel ruchtbaarheid aan geven.”

“En wie gaat dat doen?”

“Aangezien jij blijkbaar toch niet veel anders te doen hebt dan mijn krant lezen, en aangezien je toch nog enkele dagen alleen moet werken tot Paul terug is, dacht ik dat jij dit wel zou aankunnen”, lachte Peeters.

“Een kwestie van bezigheidstherapie dus”, lachte Bruno. “Ik zal het eens bekijken.”

“Doe dat en hou me op de hoogte”, zei Frans.

“Ik ben al vertrokken, chef. Ik laat je dan maar alleen achter met je belangrijke werk”, hij knipoogde en gaf de hoofdcom-missaris zijn krant terug.

Somers besloot om een afspraak te maken met de burgemeester om het eens te hebben over de verschillende verhalen die Peeters hem vertelde. Hij zou ook een afspraak maken met Mieke Verstraeten om eens te kijken of zij mogelijke aanwijzingen had aangaande de afzender van de kogel.

Na heel wat vruchteloze pogingen kreeg hij uiteindelijk toch burgemeester Walter De Vos aan de lijn. Bruno legde uit dat hij contact opnam als vervolgstap op het gesprek dat de hoofdcommissaris vanmorgen met hem had gehad.

“Wanneer kunnen we mekaar hierover even spreken?”, vroeg Somers.

“Ik heb het de komende dagen nogal druk”, antwoordde De Vos. “Morgenvroeg moet ik om negen uur bij het bestuur van SK Lierse zijn voor een vergadering. Misschien kunnen we vóór deze meeting afspreken?”

“Voor mij is dat geen probleem, waar kunnen we dan afspreken? In het stadhuis?”

“Misschien bij SK Lierse, dat is wat gemakkelijker om te parkeren”, antwoordde de burgemeester.

“Voor mij is dat inderdaad wel iets gemakkelijker”, zei Somers. “Tegen half negen?”

“Ik laat een ruimte reserveren tegen half negen. We zien mekaar daar. Tot morgen.”

“Tot morgen, burgemeester”, besloot Somers.

Bruno was met deze afspraak in zijn nopjes. Op deze manier kon hij nog eens in de kantoren van zijn geliefkoosde voetbalclub komen en misschien kon hij wel een babbeltje slaan met enkele bestuursleden. Mogelijk zag hij zelfs nog enkele spelers.

Mieke Verstraeten was in de late namiddag beschikbaar bij haar thuis. Bruno beloofde dat hij daar tegen half vier zou zijn.

Na de middag sprong Bruno nog even binnen bij Frans Peeters en bracht hem op de hoogte van zijn verdere afspraken. Nadien vertrok hij te voet naar de Begijnhofstraat, waar Verstraeten woonde. Hij wandelde via de Baron Opsomerlaan naar de Kanunnik Davidlaan en zo verder naar de Begijnhofstraat. Hij keek op zijn horloge, het was half drie, dat was nog wel even te vroeg. Hij besloot om nog iets te gaan drinken op de Grote Markt. Door de Eikelstraat kwam hij aan het Stadhuis en ging binnen in café d’Eycken Boom. Hij bestelde een koffie en keek eens rond wie er zoal op dit uur in het café zat. Het viel hem op dat er meer vrouwen dan mannen zaten. Hij vroeg aan de dienster die zijn bestelling bracht of ze wist hoe het kwam dat er meer vrouwen dan mannen in het café waren.

“Omdat de vrouwen ouder worden dan de mannen en dus meestal hun man overleven”, antwoordde de dienster.

“En dat noemen ze dan het zwakke geslacht”, lachte de commissaris.

“Jullie mannen zeggen dat, wij weten wel beter”, antwoordde ze met een knipoog.

Hij dronk rustig zijn koffie uit en twijfelde even of hij het kleine glaasje advocaat, dat standaard bij de koffie gegeven werd, zou laten staan of niet. Het besluit was snel genomen. Hij lepelde het rustig naar binnen.

Om twintig na drie stond Somers in de Begijnhofstraat voor het huis van schepen van Openbare Werken Mieke Verstraeten. Hij belde aan en het was haar man Willy die de deur kwam opendoen.

“Kom binnen, Mieke is er nog niet, maar ze heeft mij verwittigd dat u zou komen”, zei de man.

Ze gingen in het salon zitten. De commissaris keek rond en zag dat het huis gemeubeld was in de stijl van de woning zelf. Allemaal stijlmeubelen met al redelijk wat jaren op de teller.

“Jullie zitten hier wel mooi”, begon Somers.

“Ja, wij zijn bij de gelukkigen die in deze omgeving nog een huis op de kop hebben kunnen tikken.”

“Wonen jullie hier al lang?”

“Dat zal nu tien jaar zijn.”

“Dan hebben jullie dus ook alle veranderingen hier in de buurt meegemaakt”, zei de commissaris.

“We waren een onderdeel van de veranderingen”, antwoordde Willy.

“Wat bedoel je daarmee?”

“Wel, tijdens de heraanleg van de Grote Markt, met alle wegomleidingen en andere miserie tot gevolg, hebben wij ons huis opgeknapt. Een upgrade gegeven als het ware.”

“Wat vind je trouwens van de Grote Markt nu?” wilde Somers weten.

“Die fonteinen, dat is natuurlijk een misbaksel van jewelste, dat hadden ze nooit mogen doen, maar voor de rest vind ik het zicht wel oké.”

“De Lierenaars geraken er nochtans niet over uitgepraat”, lachte Somers.

“Ja, maar dat is niet alleen hier zo, hé. Telkens als er ergens veranderingen gebeuren heb je voor- en tegenstanders. Dat is nu eenmaal zo. Maar als ik met vrienden op de Grote Markt sta ben ik best trots dat ik hier in de omgeving kan wonen”, zei Willy Tange.

Op dat moment kwam Mieke Verstraeten binnen.

“Ik heb je toch niet te lang laten wachten?” vroeg ze.

“Neen, neen, helemaal niet”, zei Somers. “Ik ben hier nog niet zo lang.”

“Maar Willy, je hebt de commissaris nog niet eens iets te drinken aangeboden. Wat gaan jullie drinken?” vroeg de schepen van Openbare Werken.

“Voor mij een beetje plat water, als het kan”, antwoordde de commissaris.

Nadat iedereen voorzien was van drank begon Bruno Somers over de kogelbrief.

“Wanneer is de brief toegekomen?” vroeg hij.

“Wanneer juist weet ik niet, maar Willy heeft hem vanmorgen gevonden toen hij de krant uit de brievenbus ging halen”, zei Mieke.

“Wanneer was dat ongeveer?”

“Dat zal zo rond half acht geweest zijn, denk ik”, antwoordde Willy.

“Maar je hebt vannacht of deze morgen niets in de bus horen vallen? Of verdachte geluiden gehoord buiten? Een auto die stopte voor de deur of zo?”

“Neen, wij slapen boven. En wij zijn nogal vaste slapers”, zei Willy.

“Heb je vroeger nog andere bedreigingen ontvangen?” vroeg de commissaris.

“Neen, toch niets dat me is bijgebleven.”

“Werk je momenteel aan dossiers die bij bepaalde mensen zeer gevoelig liggen?”

“Met elk dossier dat je afkeurt, stel je mensen teleur hé”, antwoordde Mieke.

“Heb je de dossiers hier thuis liggen?”

“Neen, die liggen allemaal bij de behandelende personen op de Dungelhoeff.”

“Ik zou al de dossiers waarin je een negatief advies geeft willen doornemen. Kan je me die laten bezorgen?”

“Ik laat ze morgenvroeg bezorgen op het politiekantoor aan het Paradeplein.”

“Oké, dan zal ik er morgen eens doorgaan en nadien kom ik waarschijnlijk nog wel bij je terug met enkele vragen”, besloot Somers.

De commissaris stond al recht en wilde vertrekken toen hij aan een andere mogelijke oorzaak dacht.

“Is het mogelijk dat de kogel voor jou zou kunnen zijn?” vroeg hij aan Willy.

“Neen, ik zou niet weten wie ik iets in de weg gelegd heb”, antwoordde de man van de schepen.

Somers besefte wel dat de man, indien hij al iets geheim hield, dit nu zeker niet in het bijzijn van zijn vrouw zou vertellen. Daarom zei hij:

“Mocht je toch nog aan iets denken, laat het me dan weten.”

Hij overhandigde zijn kaartje aan Willy en vertrok.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 21:47 Reageer op dit bericht

Chantage in het schepencollege 2

Voor informatie en het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.

We gaan verder met het tweede deel van 'Chantage in het schepencollege'.

2

7 januari, Paradeplein, Lier.

Commissaris Bruno Somers was vandaag wat later aangekomen op het politiekantoor aan het Paradeplein. Martine Verhaegen, de assistente van hoofdcommissaris Frans Peeters, had hem gisteren verwittigd dat de chef vandaag zeker niet voor elf uur op kantoor zou zijn. En aangezien zijn collega en vriend hoofdinspecteur Paul De Winter nog met verlof was, moest hij met niemand rekening houden. Paul De Winter was tijdens de zomer getrouwd met Betty Cautreels, en Somers was getuige geweest bij de feestelijkheden.

De commissaris had, op aangeven van zijn vrouw Sonja, Paul en Betty een weekje aan zee beloofd in hun appartementje in Middelkerke. Het had allemaal nogal lang geduurd maar uiteindelijk waren Paul en Betty deze week naar zee vertrokken. Zondag zouden ze terug thuiskomen.

Bruno en Martine zaten rustig bij te kletsen in het kantoor van de hoofdcommissaris. Bruno had de krant erbij genomen en was de sportbijlage aan het doornemen. Martine was in het andere stuk van de krant aan het lezen.

“Veel nieuws staat er alweer niet in vandaag”, zei ze. “Trouwens, heb je nog iets gehoord van Paul?”

“Daar zullen we niet veel van horen hé, Martinneke. Die zijn bezig aan hun uitgestelde wittebroodsweken”, lachte de commissaris.

“Ik vind het toch mooi dat jullie hem deze week verlof cadeau gedaan hebben. Dat zou ik ook wel eens willen doen”

“Dan heb je twee mogelijkheden hé. Ofwel trouw je, en krijg je ook een weekje als geschenk, ofwel neem ik je eens mee en laat ik je kennismaken met al het moois dat er te beleven is aan onze kust en op ons appartement.”

“Ja, ja, en zeker dat laatste, denk ik”, lachte Martine terwijl ze terug naar haar kantoor wandelde.

Somers nam de krant mee naar zijn bureau. Hij passeerde nog langs Roger Wuytack, de planton, om de post op te halen en startte vervolgens zijn computer op.

Er waren geen dringende mails en dus begon hij verder in de krant te lezen.

“Martine, waar is mijn krant?” riep hoofdcommissaris Frans Peeters.

“Ik denk dat Bruno die heeft meegenomen”, antwoordde zijn assistente.

“Somers!”

“Ja, ja, ik ben er al.”

Bruno stapte met de krant onder de arm binnen in het kantoor van Peeters.

“Slecht geslapen?” vroeg Bruno.

“Neen, dat niet, maar ik kom net van een vergadering met de burgemeester en ik heb dit van hem gekregen.” Hij wierp de enveloppe van Mieke Verstraeten op tafel.

De commissaris keek in de enveloppe en vroeg:

“Wie heeft die gekregen?”

“Mieke Verstraeten. Schepen van Openbare Werken”

“Zat er nog een brief bij?”

“Neen, enkel deze kogel.”

“Vreemd”, besloot Bruno.

“Ja, vind ik ook. De burgemeester vertelde me dat er wel vaker bedreigingen worden geuit aan het schepencollege, maar dit begint toch wel een beetje ver te gaan”, zei hij.

“Daar kan ik hem wel in volgen. Wat wil hij dat je hiermee gaat doen?”

“Hij vreest dat er enkele gefrustreerde medeburgers rond lopen omdat er verschillende verhalen de ronde doen van gesjoemel in het stadsbestuur.”

“Is dat zo? Heb jij daar al iets van gehoord?”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 11:36 Reageer op dit bericht

Chantage in het schepencollege

De stad Lier en uitgeverij Leesgenot
nodigen u uit op de voorstelling van

“Chantage in het schepencollege”

De nieuwe politiethriller van Ludo Geluykens

Programma:

• Deuren: 18.45 uur.

• 19.00 uur : Verwelkoming door Rik Verwaest, schepen van toerisme in Lier.

• Frank Boogaerts, burgemeester van Lier, en Lode Hofmans, burgemeester van Ranst, leiden het boek in.

• Mogelijkheid tot aankopen van boek (€ 19,90)

• Aansluitend bieden wij u graag een drankje aan en signeert de auteur zijn nieuwste boek


Op dinsdag 17 maart 2015 om 19 uur
In het Stadhuis van Lier.
Grote Markt
2500 Lier
Gelieve uw komst te bevestigen via:
ludogeluykens@skynet.be / 0478 450 150

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 12:47 Reageer op dit bericht

Chantage in het schepencollege 1

Voor informatie en het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.


We gaan verder met het eerste deel van 'Chantage in het schepencollege'.

1

7 januari, Begijnhofstraat, Lier.

Het was ijzig koud in de slaapkamer van Mieke Verstraeten. Mieke was in Lier schepen van Openbare Werken voor de partij Groen Lier. De winterprik bleef maar aanhouden. Ze opende haar ogen en tegelijk voelde ze dat haar neus koud en vochtig was. Onder de lakens was het lekker warm. Haar man, Willy Tange, was al opgestaan en Mieke hoorde dat hij bezig was in de keuken. Ze trok de kamerjas aan die ze boven op de dekens had gelegd als extra bescherming tegen de koude en ging naar de badkamer. Met een warme jogging aan verscheen ze enkele minuten later in de keuken. Ze gaf Willy een vluchtige kus op de wang en zette zich aan tafel. Willy had al voor koffie gezorgd en de tafel gedekt.

“Hoe ziet je agenda eruit voor vandaag?” vroeg haar man, terwijl hij haar koffie inschonk.

“Eerst om half tien een onderhoud met de burgemeester en daarna is er schepencollege.”

“Dan kom je niet thuis eten?”

“Neen. Waarom?”

“Dan ga ik straks een flinke winterwandeling doen.”

“Dat is een uitstekend idee”, antwoordde Mieke. “Profiteer er maar eens goed van nu je nog kan.”

Haar man was al een tijdje werkloos en in deze tijd was het nogal moeilijk om terug werk te vinden. Ze had al haar contacten reeds aangesproken om hem aan een nieuwe baan te helpen en er was goede hoop dat Willy binnen enkele weken terug aan de slag kon.

Ze hoorden de bromfiets van de postbode en enkele seconden later plofte de krant in de brievenbus.

“Haal jij de krant even? Dan maak ik al wat plaats op tafel”, zei Mieke.

Willy kwam even later terug in de keuken met de krant en een witte enveloppe.

“Hier, voor jou. Een brief zonder postzegel. Waarschijnlijk van één of andere aanbidder”, lachte hij.

Mieke opende de enveloppe en veerde recht toen ze de inhoud zag.

“EEN KOGEL!”, riep ze.

Ze liet de kogel over de tafel rollen en keek of er nog iets in de enveloppe zat. De enveloppe was leeg.

“Een kogel in een briefomslag, zonder verdere uitleg. Er staat zelfs geen naam van de bestemmeling op. Misschien is het wel voor jou”, zei Mieke.

“Ik vind dit niet om te lachen”, gromde Willy.

“Ach schat, ik krijg wel eens meer te maken met malcontente mensen”, zei de schepen.

“Ja, iemand die jou eens uitscheldt of iets roept, maar dit vind ik er toch wel wat over.”

“Ik zal het straks melden aan de burgemeester en eens vragen wat hij er van denkt.”

“Vraag maar dat hij dit door de politie laat onderzoeken, je moet hier niet te licht over gaan.”

“Ja, ja, ik zal het zeggen”, zei Mieke en ze verdween naar de badkamer om zich klaar te maken voor alweer een drukke dag.

Willy deed de kogel terug in de enveloppe en legde deze bij de smartphone van zijn vrouw, zo zou ze hem zeker niet vergeten. Nadien nam hij de krant en begon hij te lezen.

Na een half uur kwam Mieke terug binnen in de keuken, nam haar smartphone en de brief en stak ze deze in haar tas.

“Tot straks, schat.”

“Tot straks”, antwoordde hij en gaf haar een kus.

“En profiteer maar eens goed van je winterwandeling. Ik ben al benieuwd naar de foto's.”

En weg was ze.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 12:00 Reageer op dit bericht

Moord aan de balie 7

Voor informatie en het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.

We gaan verder met het zevende deel van 'Moord aan de balie'.

4

27 april, Middelkerke.

Bruno en Sonja waren gisterenavond nog vertrokken naar Middelkerke om er het weekend door te brengen. Enkele dagen lekker ontspannen: wat fietsen, wandelen, een terrasje doen. Natuurlijk ook de dagelijkse loopsessies voor Somers. En ook nog wat lezen als er nog tijd over bleef.
Hun kinderen, Els en Tim zouden vanmorgen met de trein arriveren in het station van Oostende en Bruno zou ze gaan ophalen.
Somers was tijdens zijn looprondje vanmorgen bij de Standaard Boekhandel in Middelkerke binnengesprongen en had een krant meegenomen. Hij was nu rustig het eerste stuk van de extra dikke weekendeditie van de Gazet Van Antwerpen aan het lezen. De moord op de advocaat uit Lier stond ook hier in de krant.

“Zou je niet stilaan gaan vertrekken?” vroeg Sonja. “Het is half elf en de trein komt aan om tien na elf.”

“Ik ben al weg se”, lachte Bruno.

Via de luchthaven van Oostende reed hij naar het station. Hij had tijd genoeg, dacht hij. De trein is toch nooit op tijd. Hij moest lachen terwijl hij dit dacht. Hier in België zijn er toch nog zekerheden. De trein is nooit op tijd en de helft van de tijd zitten we zonder regering. Voor de rest gaat het hier goed.

Om twintig na elf kwamen Els en Tim uit het station geslenterd, rugzak op de rug, jas op de arm.
Bruno reed terug langs de zee tussen Oostende en Middelkerke. Er was al veel volk op het strand. Op de zeedijk was er een mix van lopers, wandelaars en fietsers.

“Wat staat er op de planning?” vroeg Somers.

“Op het strand liggen zeker?”, antwoordde Tim niet al te enthousiast.

“Het weer heb je in ieder geval al mee”, lachte Bruno, terwijl hij even naar Els knipoogde. Zij had het strandvoorstel op de trein gedaan.

De commissaris parkeerde de auto in de ondergrondse garage en wanneer ze boven op het appartement aankwamen stond de tafel al gedekt. Sonja was nog snel even naar de bakker geweest en had pistoletjes en koffiekoeken meegebracht.
De rugzakken werden op het bed gezwierd, uitpakken was voor later. Eerst eten.

Na het middagmaal trokken Els en Tim met het windzeil naar het strand. Bruno en Sonja vertrokken voor een wandeling langs het water. Ze wandelden voorbij het casino en zo verder tot in Mariakerke. Voor de tijd van het jaar was het behoorlijk druk op het strand.

“Iedereen wil blijkbaar dit eerste mooie weekend aan zee zijn”, zei Sonja.

“Ja, wat zon meepikken om de koude lente te onderbreken en dan weer stilaan op naar de zomer. Het zal alweer snel moederdag zijn”, lachte Bruno.

Op de dijk in Mariakerke vonden ze een plaatsje op een terras. Een fris biertje en een sangria waren het vervolg.
Ze wandelden terug over de dijk en wanneer ze tegen zes uur terug op het appartement kwamen waren Els en Tim al terug van het strand. Tim was een douche aan het nemen, Els was een boek aan het lezen.

Om zeven uur was iedereen klaar. Ze hadden gereserveerd in hun stamcafé De Columbus. De cafébaas had een tafeltje vrij gehouden. Ze bestelden mosselen met friet en dronken er een fles witte wijn bij voor Sonja en de kinderen. De commissaris bleef trouw aan zijn drieëndertiger. De avond kabbelde rustig verder en na het dessert bleven ze nog wat napraten bij een lekkere tas koffie. Rond elf uur waren ze terug op het appar-tement.
De slaapplaatsen werden in gereedheid gebracht en Bruno en Sonja lieten de kinderen achter in de living. Het zou nog wel even duren alvorens deze besloten om te gaan slapen.
In de slaapkamer van de ouders was het licht snel uit en was het ook vlug stil. De wandeling, de wijn en het bier deden hun werk…

Zondagmorgen, nadat Bruno zijn rondje had gelopen, en iedereen zich uit bed had gesleept, was het tijd voor de brunch. Sonja had voor alles gezorgd. Ze was vanmorgen nog samen met Els naar het supermarktje achter de hoek geweest.

Na de uitgebreide brunch was er nog tijd voor een klein wandelingetje en nadien keerden ze allen terug huiswaarts. Bruno wilde voor de files thuis zijn.

Rond vijf uur kwamen ze in Ranst aan. Terwijl Sonja en Bruno begonnen met het uitpakken van de koffers, ontstond het gebruikelijke gekibbel tussen Tim en Els over wie er de frietjes ging halen bij frituur ‘De Kwetterwei’. Els verloor de strijd. Net op het moment dat Tim zich op de zetel wilde gooien, vroeg Bruno hem om te helpen met de valiezen naar boven te doen. Na drie keer vragen kwam Tim in beweging.

Nadat Els terug was van de frituur aten ze gezellig samen in de veranda de frieten op. De koele Jupiler van de commissaris smaakte hem.

Na het eten werd alles in de afwasmachine gezet.

Na het gebruikelijke nieuws en Sportweekend keek Bruno nog naar Witse en nadien zocht hij zijn bed op. Het zou morgen alweer een drukke werkdag worden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 11:06 Reageer op dit bericht

Moord aan de balie 6

Voor informatie en het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.

We gaan verder met het zesde deel van 'Moord aan de balie'.

Op de terugweg begon het te onweren. Hoe dichter ze bij het politiekantoor kwamen hoe donkerder het werd. Op het moment dat ze Lier binnen reden begon het te donderen en te bliksemen. De regen viel met bakken uit de lucht. Paul parkeerde de Golf op het parkeerterrein.

“We gaan nu toch niet uitstappen?”, zei Bruno.

“Ik heb wel een paraplu in de koffer liggen, denk ik”, antwoordde Paul.

“Op de tijd dat we die genomen hebben, zijn we al kletsnat. Ik blijf wel even zitten”, gromde de commissaris.

Het bleef maar regenen. Paul had ondertussen al gebeld naar de planton om te melden dat ze al terug waren, maar dat ze op de parking nog even wachtten tot het een beetje minder hard regende. Na tien minuten was het ergste voorbij en liepen ze naar binnen. Hoofdcommissaris Peeters en zijn assistente Martine Verhaegen stonden hen achter de receptie op te wachten.

“Ik dacht al dat jullie op de parking bleven wonen”, lachte Peeters.

“Alsof jij daar zou doorlopen”, bromde Somers.

“Ik zou een paraplu bij mij hebben”, giechelde Martine.

“Ja, ja, ’t is al goed”, antwoordde Bruno en de speurders verdwenen in hun kantoor.

“Laat ze maar een paar minuten afkoelen”, zei Peeters, “daarna kunnen we de zaak bespreken op mijn bureau.”

Een kwartiertje later zaten ze allemaal in het kantoor van de hoofdcommissaris. Bruno meldde dat ze in het advocaten-kantoor niet echt veel nuttige informatie hadden gekregen. Frans Peeters had beter nieuws. Hij had met onderzoeksrechter Willy Janssens de procedures nog eens doorgenomen. Deze namiddag zouden de onderzoeksrechter en de stafhouder samen met enkele mannen van de technische recherche een huiszoeking doen op het advocatenkantoor om zo toch onder andere te weten te komen aan welke dossiers de advocaten momenteel werken.

“Dan zullen we die resultaten maar even afwachten”, zei De Winter.

“Hoe staat het met de huwelijksfestiviteiten?” vroeg Peeters, die de sfeer wat wilde opvijzelen.

“Alles loopt naar wens”, antwoordde Paul.

“En hoe stelt de toekomstige mevrouw De Winter het?” lachte Bruno.

“Opperbest, ik moest trouwens vragen of je geen ‘start to run’ programma wil opmaken voor haar. Ze zou willen beginnen joggen.”

“Dan kom ik ook mee doen”, antwoordde Martine. “Ik zou al lang willen beginnen, maar alleen is maar alleen.”

“Dan beginnen we de trainingen in het bos van Zevenbergen in Ranst”, zei Bruno. “Ik zal de sleutel van de jeugdlokalen vragen dan kunnen we ons daar omkleden.”

“Kunnen we dat dan niet bij jullie thuis?” vroeg Martine, “of mag dat niet van Sonja?”

“Dat is niet het probleem, maar na het sporten moeten we toch samen onder de douche kunnen hé en in de jeugdlokalen hebben ze een grote douche”, gierde Bruno.

“Man, man, man, daar zijn kosten aan”, lachte Frans.

“Zo’n gelegenheid mag ik toch niet laten voorbij gaan hé, Sus” lachte Bruno. “Ik zie het al zo voor mij.”

“We zullen nog maar wat gaan werken zeker?”, stelde Paul. “Dat onweer heeft hem blijkbaar geen goed gedaan.”

Eenmaal terug in hun kantoor zag Somers dat de resultaten van de technische recherche en de wetsdokter binnengekomen waren. John Claes was om kwart na tien overleden. De doodsoorzaak was overmatig bloedverlies na het oversnijden van de keel. Eerst was het slachtoffer met iets op het hoofd geslagen. In zijn bloed was 0,15 promille alcohol aangetroffen. De technische recherche had wel vingerafdrukken gevonden in de kamer, maar die waren van John Claes en van Marleen Van Rompuy de schoonmaakster. Louis De Coninck had nog gezocht naar het glas waaruit de vermoedelijke dader gedronken had, maar de afwasmachine had zijn werk goed gedaan. Geen vingerafdrukken van deze man dus. Het voorwerp waarmee de dader de keel van het slachtoffer had overgesneden was niet gevonden en van een voorwerp waarmee John Claes op het hoofd geslagen was bleek ook geen spoor te zijn.

“We hebben dus nog geen enkel aanknopingspunt”, zei De Winter.

“Zo ziet het er naar uit”, antwoordde Bruno. “We zullen het zelf moeten uitzoeken.”

“Ik heb gevraagd om een lijst te krijgen van de gesprekken van zijn gsm. Misschien dat dit een vertrekpunt kan zijn”, zuchtte Paul. “Ik zal die mannen eens bellen.”

Claes had de laatste week onder andere gebeld met zijn medevennoot, zijn vrouw, enkele confraters, twee onderzoeksrechters en ook met Freddy Koekelbergs. Deze laatste had hem ook enkele malen opgebeld.

“We kunnen die man misschien al eens opbellen?” stelde Paul voor.

“Doe dat”, antwoordde Bruno. “Je weet maar nooit.”

De Winter belde de man en het bleek over een vriend te gaan van de advocaat. Koekelbergs woonde in Deurne en was thuis. Ze mochten langs komen. Bruno en Paul wipten nog even binnen bij Peeters en ze spraken af dat ze maandagmorgen de resultaten van de huiszoeking bij John Claes zouden bespreken. Indien er voordien nog iets onverwachts zou gebeuren gingen ze elkaar bellen.

Via Ranst en Wommelgem reden ze langs de Makro en kwamen zo in de Regenbooglei in Deurne waar Freddy Koekelbergs woonde. Er was nog één parkeerplaatsje vrij, achteraan in de straat. Ze moesten dus helemaal terug wandelen tot vooraan in de straat.

Koekelbergs woonde alleen, was niet getrouwd en had geen kinderen. Hij woonde in een oud herenhuis dat wel goed onderhouden was. Ze gingen in het antiek eiken salon zitten, achteraan net voor de kleine veranda. Vooraan in de living had Koekelbergs enkele schilderijen hangen die verdacht veel leken op de echte werken van Bruegel. Het grootste schilderij was een reproductie van De Boerenbruiloft. Het andere kende Paul niet.

“Jij bent dus een goede vriend van advocaat John Claes?” vroeg De Winter.

“Dat klopt helemaal”, antwoordde de gastheer. “Wij kennen elkaar al van op de universiteit van Antwerpen. Altijd dezelfde studies gedaan.”

“Ben jij dan ook advocaat?” vroeg Somers.

“Neen. Ik ben in de privé gegaan. Ik werk als Human Resources Manager bij Janssens in Turnhout.”

“En hoe moeten we jullie vriendschap dan zien? Wat doen jullie zoal samen?” vroeg de hoofdinspecteur.

“Wij gaan wel eens samen naar het voetbal kijken. Wij gaan ook af en toe met nog enkele andere oud-studenten een weekendje naar de Ardennen. En wanneer het voor John, of voor mij, allemaal wat te veel wordt, spreken wij af voor een wandelingetje hier in het Rivierenhof. Het is verbazingwekkend hoe je tot rust komt wanneer je hier een wandeling doet en je hoort niets anders dan de wind die waait tussen de bomen en de vogels die fluiten, of je ziet plots een reiger opstijgen. Dan kan je de knop wel even omdraaien, en dat is wat wij beiden af en toe wel eens nodig hebben.”

“Jullie bellen elkaar ook regelmatig, heb ik gezien”, zei de commissaris.

“Inderdaad, als wij mekaars mening over iets willen weten, of bevestiging zoeken van een mogelijke oplossing van een probleem, bellen wij elkaar.”

“En, had Claes problemen?” wilde Somers weten.

“Niet dat ik weet. Maar in zijn job zit je natuurlijk altijd in de problemen, elke nieuwe zaak is een nieuw probleem”, antwoordde Koekelbergs.

“En privé?” vroeg De Winter. “Had hij thuis problemen?”

“Dat denk ik niet, hij heeft mij er toch nooit iets van gezegd.”

“En denk je dat hij het je zou vertellen indien hij problemen had?” vroeg Somers.

“Daar zijn vrienden toch voor, niet?” stelde Freddy.

“Heeft hij je ooit iets verteld over een bedreiging of iets gelijkaardigs?” vroeg De Winter.

“Neen.”

Ze lieten hun kaartjes achter op de salontafel en vroegen aan Koekelbergs om hen te verwittigen moest hij nog iets ontdekken dat zij moesten weten.

Toen ze terug in de Golf zaten, trok Bruno het gesprek op gang. Hij vond dat iedereen wel heel erg positief was over de advocaat.

“Het lijkt wel een perfecte man met een perfect leven”, stelde hij.

“Dat is inderdaad het beeld dat we momenteel krijgen”, bevestigde Paul.

“Als het echt zo’n perfecte man was, gaat het moeilijk worden om deze moord op te lossen”, besloot Somers.

De commissaris belde nog naar het kantoor om te horen hoe ver het stond met de huiszoeking bij John Claes. Het duurde even, maar na een paar minuten wachten kreeg hij toch Frans Peeters aan de lijn.

“De onderzoeksrechter is nog volop bezig, maar ze krijgen de volledige medewerking van de collega’s van Claes”, vertelde de hoofdcommissaris.

“Maar nog geen ‘brandend’ nieuws?” vroeg Paul.

“Neen, voorlopig niet. Maar wat niet is kan nog komen hé”, zei Peeters.

“Laat het ons hopen”, zuchtte Somers.

“We zien elkaar maandagmorgen”, besloot de chef.

Ondertussen waren ze al tot in Wommelgem geraakt. Het was nogal druk, wat op vrijdagmiddag wel vaker gebeurt met al die grote winkels in de buurt.

“Zullen we nog iets gaan drinken?”

“Neen, Polle. Wij vertrekken vanavond naar zee, en ik moet nog gaan inpakken.”

“Oké, dan zet ik je thuis af.”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ludo Geluykens om 10:14 Reageer op dit bericht

Meer van Politiethrillers

↑ Terug naar de berichten