Pacemaker stopt Belgisch zwemkampioene Irene Theelen (82) niet
'Ik ben nog niet uitgeteld'
Irene Theelen zwemt op haar 82ste nog bijna elke dag. Een pacemaker, artrose, kanker, afgebrand huis en de dood van haar man krijgen haar niet klein.
Irene Theelen heeft zich in het huis van kleinzoon Axel in Turnhout opgekleed voor het bezoek. 'Ik logeer hier omdat mijn huis is afgebrand', zegt ze. 'Nog een geluk dat het overdag gebeurde, of ik kon het niet navertellen.' Ze ziet er vijftien jaar jonger uit dan haar 82. 'Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam ik in Antwerpen al deel aan wedstrijden. Daar ging ik met het trammeke naartoe, maar werd altijd wagenziek. Dus moest ik op het balkonnetje staan. Mijn man heb ik trouwens in het zwembad leren kennen, maar vier jaar geleden is hij overleden. Toen ik werkte had ik bijna geen tijd meer om te zwemmen. Mijn man, zijn schoonouders en ik hielden restaurant, tot we gestopt zijn in 1988. Natuurlijk was ik toen een beetje dikker dan in mijn jeugd en ik moest dat overwinnen voor ik weer een stap in het water zette. Op maandag, woensdag en vrijdag lig ik tijdens de cluburen in het water, maar op andere dagen ga ik tijdens de zomer overdag ook. Telkens leg ik een kilometer af. Veertig lengtes van 25 meter, zonder één keer onderweg te stoppen. Vind je dat opmerkelijk? Nu word ik rood. Ik ben geen stoefer.'
'Het plezantste vond ik in open water zwemmen. Buiten, regen of geen regen. Tot in Wallonië toe, in meren bijvoorbeeld. Of vijvers. Ik heb nog gezwommen in plaatsen waar de koeien in het water stonden.''Ik heb drie kartonnen dozen met bekers en medailles van Belgische kampioenschappen, nochtans heb ik al veel in de container gegooid. Heel dikwijls won Virginia Keteleer, zij is echt heel goed. Maar ze is een jaar jonger. Nu heeft ze haar heup gebroken zodat ik alleen overblijf in mijn categorie.'
Bijna ruzie
'Gewoonlijk zwem ik drie afstanden: de 50 meter rug, school en vrij. Ieder jaar zwem je trager. Je krijgt last van kwaaltjes, maar dat moet je overwinnen. Gelukkig ben ik geen flauwe. Zwemmen is voor mij zeer belangrijk: het is mijn enige verzet. Anders zit ik altijd thuis. Al ga ik ook nog fietsen bij goed weer, of met mijn hondje wandelen. De dokter zegt dat ik niet mag opgeven. Ik heb een pacemaker, maar dat is geen probleem. En een zware ziekte en schouderoperatie ben ik ook te boven gekomen, al hindert die schouder me bij de schoolslag. Het zwemmen heb ik nooit gelaten. Ook niet als ik verkouden ben. Studeren doe ik ook nog. Ik heb al diploma's Engels en Duits. Ik doe alles om mijn geest helder te houden, want als je je als een snul gedraagt, dan kom je nergens.'
'Of ik nog op mijn wedstrijdtijden let? Jawel. Natuurlijk gebruik ik mijn gezond verstand, ik weet wat kan en niet kan. Maar jonge mensen zwemmen soms nog slechter dan ik: ik ben dus nog niet uitgeteld. Vroeger ging ik ook op donderdag zwemmen, tijdens het seniorenuur. Maar dan staan ze de hele tijd te babbelen aan de rand in het bad. Daar is nog bijna ruzie van gekomen, want daar kan ik absoluut niet tegen. Ik ga zwemmen tot ik erbij neerval.' (vwf)
Sportwereld
19/03/2008