Naar de inhoud

Zijnzoeken

In het spoor van Heidegger zoeken naar de zin van Zijn.
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

13. Lichaam & Ziel: te vertrouwde denkbeelden?

13. Lichaam & Ziel

Te vertrouwde denkbeelden ?

Al staat iedereen open voor verrassingen om de dagelijkse sleur te onderbreken en op te vrolijken, toch vinden we het ook comfortabel om te leven met en vanuit 'vertrouwde denkbeelden'. En zou met die vertrouwde denkbeelden iets mis zijn? Misschien hebben sommigen daar wel problemen mee: ze verkiezen waarschijnlijk een leven vol avontuur. Toch is leven met en vanuit vertrouwde denkbeelden heel menselijk.

Maar gebruiken we de wending niet te gemakkelijk, te achteloos, te routineus en te onnadenkend, toch te vertrouwd? In de wending « vertrouwde denkbeelden » schuilt immers een wereldvisie.

Een kijk op de werkelijkheid. In de kosmos wordt niet met denkbeelden 'gewerkt', daar geldt alleen de dwingende contactcausaliteit van de klop-van-de-hamer-op-de-spijker. Tegenover deze dwingende contactcausaliteit staan de speelse menselijke denkbeelden vol wispelturige jokers. Die denkbeelden smokkelen distantie en vrije speelruimte in de realiteit; en spelen zo een bevrijdende rol. In denkbeelden transponeren we de vluchtige gegeven realiteit, chaotisch gevuld met enkel kleverige, concrete particulariteiten en singulariteiten om tot een hiërarchisch gestructureerde, overzichtelijk geordende, gestileerde en beheersbare humane kosmos.

Via denkbeelden wrikken we ons vrij uit de greep van het kleverig concrete, uit de drukkende dwang van de onverbiddelijke natuurwetten, hakken we ons een vrije speelruimte in tijd en ruimte. Via denkbeelden ontsnappen we aan het beknellende van het Hier en Nu, overstijgen we de opdringerigheid van het vluchtige ogenblik en bevrijden we ons van de chaos van de concrete situatie. Via denkbeelden ook isoleren we zijnden, zetten we ze apart, identificeren we ze en maken we ze zichtbaar en benoembaar; maar we verzamelen zo ook de zijnden, we categoriseren ze en we leggen tussen de zijnden ook verbanden: werkings- en interactieverbanden. Andere verbanden dan het toeval, dan het toevallige Hier en Nu ons in de situatie opdringt.

'Vertrouwde denkbeelden' werken selecterend als osmose-membranen, met een selectieve doorlaatpolitiek: wat perspectief geeft en zijnstoekomst opent, laten we binnen; wat onbruikbaar is, hindert, zijnsbedreigend of ongepast is, wordt verbeurd verklaard.

Maar achter die woordgroep 'vertrouwde denkbeelden' schuilt nog méér. Acher dat 'vertrouwde' schuilt de mens zelf: de denkbeelden zijn 'vertrouwd' omdat de mens er zichzelf in terugvindt, er zijn eigen spiegelbeeld in ziet: hij ziet zichzelf uitgespreid en verkruimeld over de dingen van de wereld. Hij herschikt de hem omgevende zijnden volgens eigen inzichten, zondert af wat hij nodig heeft b.v. 'kruiden' tegenover 'onkruiden', 'dieren' tegenover 'ongedierte'; verzamelt naar zijn behoeften: b.v. melkvee tegenover mestvee; leg-, braad-, scharrel-, soep-, slacht-, mest-, broedkippen; de trek-, karren-, ploeg-, race-, tuig- of springpaarden zijn categorieën door mensen bedacht waarin geen paard ondergebracht wil worden . In de kennis van de wereld, in de 'vertrouwde denkbeelden' legt de mens zichzelf met zijn emoties, zijn wensen, zijn noden en behoeften bloot. Via deze gemeenschappelijk opgebouwde en trouw doorgegeven denkbeelden maken de mensen een humaan leven mogelijk.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ramulus om 09:55 Reageer op dit bericht

VAN CAUSALITEIT NAAR INTERACTIE, Vervolg & slot

VAN CAUSALITEIT NAAR INTERACTIE

Vervolg en slot

Neem nu het concept: redeneren. Redeneren kun je alleen binnen de eenrichtingscausaliteit van en op basis van de lineaire universele wetten. Dat zijn wetten waaraan zelfs de almachtige God niets kan veranderen. Ook voor Hem blijft 17 een priemgetal. In welke schepping ook, in elk denkbaar universum zal 13 een priemgetal blijven. Einstein drong God nieuwe formules op.

Redeneren legt het eenrichtingsverkeer van het kosmische bloot. Meer niet.

Neem een auto. Heel de auto werkt binnen de lineaire universele kosmische wetmatigheid. Helemaal. In een garage is men met die lineaire universele wetten bezig en moet men zich daaraan braafjes onderwerpen wil men resultaten boeken. Daar gelden geen jokers. Reeds Bacon zei:"Natura vincitur nisi parendo"? (De natuur wordt maar overwonnen door eraan te gehoorzamen.)

Maar zodra een chauffeur de garage verlaat, doet hij of zij met zijn of haar auto wat hij of zij wil. Hij of zij rijdt waar, wanneer, met wie en zoals hij of zij wil. Dan spelen de jokers. Dan is de mens vrij. Wel binnen de krijtlijnen van de lineaire universele wetten die zijn 'spelen' dragen. En mogelijk maken. Dat is het vervoerende van b.v. het voetbalspel: dat is gestroomlijnde, georganiseerde chaos, daar gelden alle kosmische ballistische wetten, en de mens speelt daarmee. Hij strooit overal jokers rond. En de jokers maken de aantrekkelijkheid van het schouwspel uit. De jokers! Niet het kosmische geweld.

 

*** ***

***

Wat is de grond waaruit alle interactie ontspringt? Dat is de fundamentele zijnscontingentie van alle beperkte zijnden. Geen zijnde draagt in zich voldoende Zijn om uit eigen cru de eigen bestendiging in het Zijn te verzekeren. Elke zijnde moet voor de eigen instandhouding aankloppen bij de buren en tevens openstaan voor het aankloppen van die buren. Uitreiken en aanreiken. Zo is elke interactie een compensatoire interactie: een onmisbare Zijnstransfusie tussen contingente zijnden.

In het klassieke causaliteitsdenken wordt die Zijnstransfusie exclusief als eenrichtingsverkeer gedacht van oorzaak naar gevolg, onontwijkbaar.

Gaande de evolutie van de kosmos wordt het eenrichtingsverkeer in de interacties steeds nadrukkelijker doorbroken door wederzijdse wisselwerkingen, door wederzijdse ondersteuning en bevestiging in het Zijn, tot die ontwikkeling bij de mens een toppunt van wederkerigheid bereikt. De mens heeft het overleven van het Zijn zelf tot taak. Te Zijn is onze professie. In de mens komt de interactie tussen de zijnden tot zelfbewustzijn, tot doorleving en beleving. In elk Ego komt het willen overleven tot helder bewustzijn en tot volle wasdom. De Zijnstransfusie krijgt haar volwassen gestalte in de liefde en de ootmoed: we willen dat we zelf met de anderen overleven. We stappen ootmoedig af van onze voorrechten en voordelen om met de anderen de nooddruft te delen. Zo krijgt oorzakelijkheid in en door de mens een totaal nieuwe tonaliteit en verliest ze haar tirannieke kosmische eigenschappen.

Uit de Bijbel worden ons andere, meer menselijke categorieën aangereikt als: verbond, luisteren, gehoorzamen, trouw. Dat zijn geen eigenschappen van de kosmische wetmatigheden. Deze categorieën echter bulken van de jokers. Ze vangen de mens niet in strak knellende banden.

Gaan we dat even na in de metafoor van de stem, van de roeping. Hoe humaan in haar interacties is de stem? Hoe weinig kosmisch? Hoeveel uitwijkmogelijkheden, hoeveel jokers biedt de stem niet? Hoe nadrukkelijk onnadrukkelijk is de stem niet? Geen onontkoombare dreun van de hamer op de spijker. Ieder kan doen alsof hij of zij niets hoort, niets verstaat, doen alsof hij of zij met zijn aandacht elders is, of de aandacht afleiden door zelf te beginnen. Wat is hier de directe band tussen actie en reactie? Tussen druk en weerstand? De roep is als de speelruimte tussen wiel en as, die het wiel zijn bewegingsvrijheid geeft, en de as haar vast aanhechtingspunt laat behouden. Het bij het roepen aanleunende horen hoort thuis in het basale vrije openstaan naar en voor de buitenwereld.

De stem biedt ruimte voor het onvoorziene, het onberekenbare, het niet deduceerbare, het innoverende, inventieve en creatieve. De metafoor van de stem overstijgt zichzelf. De metafoor van de stem sluit loepzuiver aan bij het gebeuren van de humane zijnstransfusie in de interactie: de roep wekt wel, maakt wel attent, suggereert wel een echorichting, roept wel op, maar dwingt niet, zet geen kluisters, laat vrij improviseren of innoveren. Althans zo ver als de Grijns van het Niets ons laat rukken aan onze tuilijn.

Ten diepste speelt alle interactie, werkt alle zachte causaliteit in het kader van het contractio - epifanie-gebeuren. Die vrijheid, die jokers, laten elk Ego toe de wereld te doorleven en te beleven op zijn eigen, unieke en onvervangbare wijze. Vrijheid geeft elk Ego zijn eigen, enige en uitzonderlijke epifaniemogelijkheden. Dank zij die vele jokers krijgt door elk Ego de kosmos zijn enige, onvervangbare betekenis en beleving, wordt de lijster op een tak een teken van iets méér. (Cz. Milosz)

Met deze visie op de oorzakelijkheid als vrije interacties tussen de contingente zijnden om de Grijns van het Niets voorbij te leven, met in onze handen vele jokers om een eigen zinvolle wereld op te bouwen zijn we ver verwijderd van de bijna feilloos voorgeprogrammeerde reacties van willoze automaten die fantasieloos reageren op elke druk op een knop.·

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Ramulus om 10:15 Reageer op dit bericht

Van causaliteit naar vrije interactie

12. Eenrichtingsverkeer?

Van causaliteit naar vrije interactie

\'s Morgens steken we achteloos de startsleutel in het slot van de auto en de motor slaat aan. Zonder dralen, zonder sputteren. Zo zijn we dat gewoon. Zo moet dat zijn. Een druk op de schakelknop en de kamer baadt in het licht. Een druk op de afstandsbediening en de tv spuit een wervelende overvloed aan beelden en klanken de kamer in. De piloot haalt een handel over en het vliegtuig taxiet over de startbaan om zich weldra van de tarmac los te maken. Verstrooid wat knopjes indrukken en je bent in gesprek met je dochter in Dakar. Een muisklik en je mail bereikt de antipoden.

De wereld lijkt aan de toppen van onze vingers te hangen, lijkt wel een verlengstuk ervan. We worden door de apparaten rondom ons geconditioneerd om met perfect geprogrammeerde automaten om te gaan. De auto raast tegen 120 km/h over de snelweg, de chauffeur houdt het stuur lichtjes vast tussen duim en wijsvinger; hij of zij hoeft niet eens met de voet het gaspedaal te beroeren, want de cruise control houdt zelfstandig een vaste snelheid aan. Welke inspanning levert de chauffeur daarvoor? Wat doet hij of zij om zich zo snel te verplaatsen? Heeft hij of zij enige besef van het feit dat de energie daarvoor reeds miljoenen jaren geleden werd verzameld en geconcentreerd? Kent hij de geschiedenis van de naam Shell wel?

Is er nog een evenredige verhouding tussen het begin of de aanzet van een proces, het verloop van het proces zelf en het resultaat? Of tussen de energie die we zelf leveren en die het proces in zijn verloop nodig heeft? Welke realiteit ontmoeten de jongeren in deze wereld van geprogrammeerde automaten? Moet die realiteit hun niet toeschijnen als bestaande uit knopjes waarop je enkel moet drukken en uit hendeltjes die je moet overhalen? Enige zweem van evenwicht tussen oorzaak en gevolg? Tussen lichamelijke energie en geleverde prestatie? Heeft de evolutie van onze technologie Hume dan toch gelijk gegeven in zijn twijfelen aan enig oorzakelijk verband?

Is ook niet alle evenwicht verloren tussen inzicht in de complexiteit van het verloop van het proces en het effect? Wie surft niet gezwind van site naar site? Maar hoevelen weten wat er voorbij hun toetsenbord of hun muis, achter de schermen, gebeurt? Schakelen we niet de meest ingewikkelde processen in, ongehinderd door enige kennis van hun complexiteit? Is het soms daarom dat zich nu in het al te rechttoe rechtaan denken over oorzakelijkheid verschuivingen voordoen?

Heerste in het klassieke causaliteitsdenken niet de tirannie van de logica, het despotisme van de tastbare, turfbare of meetbare feiten? Is het causaliteitsdenken geen dwangmatig denken volgens een rigide lineariteit, die absoluut geen afwijkingen kent? De spijker heeft immers geen ander heenkomen als de hamer hem voldoende krachtig op de kop klopt: hij moet het hout in.

Is dat niet het beeld van de causaliteit dat we hadden? En dat tirannieke causaliteitsdenken wordt onversneden op alles zonder onderscheid toegepast.

Is dat causaliteitsdenken niet een te exclusief en verarmend eenrichtingsdenken? Zouden we ons interpretatiemogelijkheden niet gevoelig verruimen indien we van dit lineaire oorzakelijkheidsdenken zouden overschakelen naar een interactiedenken dat rijker is aan onvoorzienbare bifurcaties, variaties en innovaties? Zou ons denken ook niet humaner worden als we wat meer jokers en schakelmogelijkheden inlasten in onze denkprocessen? Zitten de jokers niet te paard op de waterscheiding tussen kosmos en mens, tussen de kosmische elementen en het menselijk bestaan? In de kosmos \'speelt\' nooit een joker. Daar is geen \'speling\', geen speel-ruimte, geen frictieplaat. Geen schakelbord. In de kosmos heerst alleen \'Klop-Boem\'. Unumgänglich. De mens echter, die zit vol jokers, hij of zij lééft juist humaan bij de gratie van de jokers. In het humane \'spelen\' andere contacten, gelden andere relaties, interacties of verhoudingen.

Laat ons vertrekken van een tekst van P. Schmidt, In de handen van Mensen, p. 107. Je struikelt daar over de volgende \'humane\' contacten en interacties die elk weer vol jokers zitten. Interacties waarbij de andere pool het contact moet erkennen, aanvaarden, vrij in zich opnemen, er zich vrij mee moet \'verenigen\'. (\'Endorse it\'.)
Het zijn momenten van die \'zachte causaliteit\', die niets hebben van de onverbiddelijke \'klop-van-de-hamer-op-de-spijker\', maar interacties die krioelen van de willekeurig, vrij naar goeddunken inzetbare jokers: goed nieuws, geloven, verbond, vertrouwen, vinden, tekenen van, beluisteren, woord, gedenken, delen, omkering, geloof, hoop, liefde, bevrijding, beminnen, redden, zingeving.

Van deze causaliteitsvormen, doorspekt met jokers, vind je geen parallellen in de kosmos. In de kosmos werken alleen lineaire universele natuurwetten, zonder enig respect voor het individuele bestaan. De kosmos gaat voor geen enkel individu uit de weg. Daar is nooit goed nieuws, daar wordt geen geloof gevraagd, worden geen vrije verbonden gesloten, telt geen vertrouwen, hoef je niks te \'vinden\', maar gebeurt alles gewoon, natuurnoodzakelijk. Voor elk gevolg is een oorzaak te identificeren; van elke oorzaak zijn de gevolgen duidelijk te voorspellen.

Zolang een kind in de donkerte van de moederschoot vertoeft, wordt het gevormd volgens de lineaire universele wetten van de biologie, in toepassing van de wetten van de kosmos van kracht onder alle gesternten of hemelbreedtes. Volgens wetten die ook in de nevels van het Andromedastelsel gelden. Vòòr de geboorte zijn alle kinderen maar een exemplaar van de soort, in niets echt verschillend, gevormd volgens wetten die van Ionië tot Jena gelden. Alle zwangerschappen verlopen identiek. Maar eens het kind geboren is, groeit het op tot een kind van een bepaald volk, van een beperkte gemeenschap, van een familie, als lid met naam en toenaam van een gezin. Pas dan wordt het een eenmalige persoon. Een Ego, een eigen-zinnig en uniek wezen, een autonoom beslissingscentrum. Pas dan krijgt de humane, vrije, zachte causaliteit enige ruimte. Dan wordt een individu geboren.

Ethiek ontstaat pas en noodzakelijker wijze in deze vrije jokerruimte van het vrije zelf beslissen. Geen lineaire universele wetten schragen het individu of koesteren de ontwikkelingsgang van de mens daarbij. Deze staat dan naakt voor de enorme opgave zichzelf van exemplaar tot uniek individu, tot een humaan Ego om te vormen. Martin Heidegger beschreef die opgave zeer scherp in zijn analyses van de angst.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ramulus om 00:00 Reageer op dit bericht

SPIRITUALITEIT en MYSTIEK 5 vervolg en slot

SPIRITUALITEIT en MYSTIEK

5. vervolg en slot

Mystiek

Waar moet je nu de mystiek plaatsen? Wat is dan het verband tussen spiritualiteit en mystiek?

Spiritualiteit is een democratische visie op de verheven roeping tot humaniteit van de mens. Mystiek is de aristocratische visie erop. Spiritualiteit is onmisbaar voor ieder humaan mens, om boven de status van specimen van de soort uit te stijgen. Dat is een democratische plicht voor iedereen. Iedereen moet zijn humane mogelijkheden, zijn fundamentele vrijheid en die van zijn broeders, gaaf houden. Altijd. Overal. Elke dag. Iedereen, elke mens, om humaan mens te zijn, moet een minimaal niveau van innerlijke vrijheid intact houden. Al was het maar dat hij/zij zich mentaal een ruimte van zelfbepaling vrijwaart, zoals velen in de Nazi-kampen hen voordeden.

Men moet die minimale vrijheid gaaf houden om de begrenzing, om de omknelling van de contractio, van de verschrompeling, van de 'verneuteling' tegen te gaan, om niet zelf ten onder te gaan in een privé Big Crunch. Om niet totaal, restloos met het kosmische samen te vallen, het kosmische, waar alle relaties louter causaal, lineair en deterministisch zijn.

Als de spiritualiteit de democratische laagvlakte van onze humanitas is, dan is de mystiek echter er het aristocratische hooggebergte van. Dat is de adel, de aristocratie van het humaan mens-zijn.

Elke mens moet minimaal zijn eigen prisma op de Exuberante gericht houden en op zijn manier de lichtbundel van de Exuberante openbreken en in zijn kleurenrijkdom doen schitteren. Door zijn prisma het kleurenpalet van zijn eigen regenboog doen schitteren volgens een eigen ordening. Elk zijn regenboog. Elk zijn kleurenpalet. Allemaal allochtonen in de diversiteit van de Exuberante. Om zo zijn/haar eindeloze diversiteit maximaal te ontplooien en te demonstreren.

De mysticus is de epifaniekampioen van de Exuberante. De mysticus is de doem van elk sjabloon, van elke vorm van epigonendom. Hij slaagt erin op zijn eigenzinnige en heterogene wijze de contractio terug te draaien tot expansie, de beperking van de zijnden weer tot volle ontplooiing te doen uitwaaieren. De schepping als contractio ongedaan te maken, te 'décréer'. De kenosis, de leegte, om te turnen tot volheid, tot plèrotès. Tot de volheid van haar bron. De mysticus ziet in en door de contractio de volheid, de exuberantia van de Exuberante. Hij etaleert de expansio in al haar glorie en is zo de epifanie van de contractio. Hij laat de beperkte zijnden de glorie van de Onbelemmerde uitstralen in en door hun begrenzing heen. Zoals de kilo's verf van Rubens' schilderij de glorie van de Kruisafneming realiseren en communicabel maken. ('De glorie van de kruisafneming.': wat een oxymoron!) Zonder doek, zonder verf, zonder kwast, krijgt de glorie geen kans. Zonder contractio wordt de Exuberante niet exuberant.

Geen contractio, dan ook geen epifanie. Zonder contractio - epifanie blijft de Exuberante opgesloten en geïsoleerd in de eigen weelde. Elke mens 'beleeft' de taak de weelde van de Exuberante te epifaneren in en door de contractio. Denken speelt in het openbaren van die contractio - epifanie strategie een stichtende rol. Denken is de motor van de spiritualiteit.

·

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Ramulus om 17:03 Reageer op dit bericht

Spiritualiteit en Mystiek, vierde vervolg

SPIRITUALITEIT en MYSTIEK

Vierde Vervolg

Door de spiritualiteit houden we onze blik gericht op wat achter de concrete gedaante van de contractio ligt, houden we onze blik gericht op de oorsprong van de contractio: de Exuberante.

Al wat wij in de schepping ontmoeten of zien, is enkel het resultaat van die enorme, steeds voortdurende contractio. Die is bedoeld om zijn eindeloze, onuitputtelijke \'interne\' diversiteit te kunnen demonstreren en communiceren. Elk schepsel zingt de lof van één aspect van de Exuberante. Psalm 19 demonstreert dat ten overvloede. De contractio van de schepping laat de Exuberante toe exuberant te zijn. Dat is de dynamiek van de kosmos en van de natuur. Elk beperkt wezen demonstreert één aspect van die diversiteit, laat één facet van de talloze diamantvlakken flitsen en schitteren. Dat is onze opdracht: de epifanie van de mogelijkheden van de Exuberante in en door de beperkte schepsels te zien.

Wij moeten de contractio van de Exuberante \'epifaneren\'. De contractio terugdraaien naar haar bron. Simone Weil bedacht daarvoor een mooi neologisme: \'décréer\' of \' décréation\'. Elk schepsel demonstreert één kwaliteit van de Exuberante. Daarom moeten we ook onderling zo divers zijn, zo verscheiden, zo heterogeen mogelijk. Geen identieke sjabloonmensjes. Als de verschrompelde goden, die we zijn, moeten wij voorbij die verrimpelende contractio kijken en in elke contractio-gestalte de eindeloos weelderige glorie van de Exuberante aanschouwen.

Spiritualiteit houdt ons onze goddelijke oorsprong en ons goddelijk doel voor ogen, ons goddelijk perspectief: we zijn \'beeld Gods\'. Ze leert ons hoe het \'verschrompelde\' in ons \'uit te gladden\'. We mogen ons daarom niet vastrijgen in automatismen, in rituelen, in rollen en functies, in beslommeringen: mensen die b.v. alleen maar leraar zijn, of huismoeder, of sportman.

Wat weeft de gouddraad door het daagse kleed van onze leven?

Geloof en betekenis, humaniteit en levenswaarde b.v. kunnen ijle, ijdele verschijnsels lijken, bedrieglijke fata morgana\'s. Een juiste spiritualiteit echter moet ervoor zorgen dat we blijven inzien dat we niet totaal, niet restloos opgaan in het concrete ervaren van elke dag, dat we boven het hier en nu uitstijgen, dat theoria onze hoogste praxis is. Ze moet ons doen blijven geloven dat de mens vrij, autonoom tussen de dingen staat en de concrete ervaringen en belevenissen ver overstijgt; dat hij de gelokaliseerde, onmiddellijke ervaringen via taal openbreekt en universaliseert, ze voor iedereen overal en altijd beschikbaar en inzetbaar stelt. Humaan in de wereld staan vraagt zorg om niet door de dagelijke zorgen verzwolgen te worden. Spiritualiteit helpt blijven zien dat er boven, voorbij, naast de zorgen voor brood op de plank nog \'hogere\' waarden zijn, waard om voor te leven. Spiritualiteit helpt ons de ervaringen van het \'normale\', alledaagse leven uit te vergroten naar hun ware gestalte, of ze op te tillen naar een hoger niveau en er de hogere waarden in te ontwaren: de gouddraden te zien glimmen in het rafelige daagse kleed. Spiritualiteit helpt ons de sprong te maken naar de eeuwige waarden, in te gaan op de uitnodiging tot het zien van de epifanie in de contractio-gestaltes.

Echte humanitas heeft geen toetsteen in tijd en ruimte, in de harde, meetbaren en tastbare kosmische realiteit. Zij blijft met vaste voet vertrouwvol lopen op golvend water, naar vage rooksignalen, naar een vermoede geur, naar een verre ster.

naar een rokende boom

met bebloesemde ogen en een hoed van riet.

Michel van der Plas

Humaan leven kan niet zonder te geloven dat de echte, de volle realiteit ligt voorbij het tastbare en zichtbare. De humane realiteit is altijd maar een conclusie van de denkende en sprekende mens.

Wat heeft b.v. Thérèse van Lisieux gedaan? Welke spectaculaire, grootse of memorabele daden heeft zij verricht? Wat heeft een voetballer, weze hij Bechham, gedaan, behalve ballen wegkeilen? Wat heeft een tennisster als Kim Clijsters anders gedaan dan balletjes tikken? Wat heeft Eddy Merckx, de kannibaal, meer gedaan dan zijn pedalen ranselen?

Maar zij hebben iets van de exuberante weelde laten stralen, voor anderen. Ze zijn er geweest. Ze hebben geschitterd. Ze zijn epifanie van de Exuberante. In hen schitterde even de Exuberante. En zo is Hij/Zij uit de contractio, uit de verschrompeling losgebarsten.

Spiritualiteit leert ons dat we niet in een lineaire, kosmische contact-causale keten vastzitten. Leve de vrijheid! Leve de vrije verhoudingen! We hebben als mens vrije verhoudingen met allerlei dingen. Verhoudingen die geregeerd worden door vrije ideeën, en die gestalte krijgen in taal. Spiritualiteit leert ons de contractio tot expansie en epifanie te her-scheppen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ramulus om 09:51 Reageer op dit bericht

SPIRITUALITEIT en MYSTIEK 3. vervolg

         Spiritualiteit en Mystiek
3. vervolg
De mens zit nooit ergens rustig genesteld. Hij kan nooit lekker achterover leunen in zijn luie stoel. Hij is steeds op weg. Nooit ergens. Als de wind nooit te lokaliseren. Nooit aangekomen waar hij zijn moet of zijn wil. Steeds ver voor zich uit. Steeds ginds. Steeds verwijderd van waar hij moet zijn, van wat hij moet zijn. Onaf, onderweg, onvoltooid, bedreigd. Steeds met een taak in uitvoering, een opdracht te volbrengen. Steeds elders. Ook nooit thuis bij zichzelf of gewoon zichzelf, steeds in opbouw en in aanleg. Nergens op weg naar Ergens. Nomade in eigen psyche. Steeds op de drempel van een uittocht. Voor wanneer de intocht? De weg is een aaneenschakeling van startblokken. Steeds \'Vaarwel!\', nooit een \'Welkom!\' Dat zou een droom zijn!

Daarom mag de mens zich ook nooit mentaal ergens vestigen. Spiritualiteit is daarvoor de leidraad. De spiritualiteit zit nooit dik gepelst in het heden, in de actualiteit, in de gegeven cultuur of taal. Een spirituele mens zit altijd op het randje van... Landt steeds met de hakken amper over de sloot. Forceert wat boven zijn krachten ligt. Geeft uitdrukking aan wat nog geen blijvende gestalte kreeg. Spiritualiteit voelt, bevroedt, vermoedt het onzegbare, het onaantoonbare of onaanwijsbare. Ze \'epifaneert\' wat boven, wat achter de contractio schuilt en op openbaring wacht: de weelde van de Exuberante.

Spiritualiteit probeert dat onzegbare, dat gestalteloze in de mens toch in beeld te brengen, probeert te focussen op wat niet in een focus te lokaliseren valt, op wat lichtschuw verdampt bij elke belichting. Het spirituele is als het gesproken woord: dat sterft op de lippen die het uitspreken en ter wereld brengen. Spiritualiteit is steeds het stollingsmoment of het verdampingsmoment, of het smeltpunt of het sublimeringsmoment. (Teilhard de Chardin) Alleen ginds. Altijd in de overgang. In het vloeiende, het vervloeiende. In de transitie. Spiritus. Van. Naar. Efemeer Nu.

Wie de wind vast legt, houdt geen wind over.

Spiritualiteit is een dissipatieve structuur.

Een spiritueel mens waakt over zijn vrijheid. Zijn is vrij zijn.

Elke mens snakt naar vrijheid. De mens staat als een losse flodder in het Zijn. Hij heeft daarbij zelfs geen richting. Enkel dynamiek. Weg. Naar elders. Naar een onbepaald ginds. Mensen staan daarom met eindeloze mogelijkheden in het Zijn. Het Zijn zit om ons heen als een te wijde, te luchtige en te losse blouse. We lijken niet te zijn meegegroeid met ons zijnsjasje. Niet meegegroeid met de mogelijkheden die het Zijn ons aanbiedt. En over die vrije mogelijkheden moet onze spiritualiteit waken. Over dat vrij zijn. Over het open houden van onze mogelijkheden en onze onbepaalde toekomst.

Vele moeders verlangen voor hun kind een opgroeien in zuiverheid. Een zuiverheid, waardoor voor de toekomst alle mogelijkheden opengehouden moeten worden. Er mag bij een kind geen mogelijkheid afsterven of atrofiëren. Dat is het verlangen naar de Adam-status, de ongerepte beginstatus, met zijn onbeperkte beloftes.

Omdat die openheid naar grenzeloze mogelijkheden diep in de mens zit, bij hem hoort en de grond van zijn humanitas uitmaakt, daarom vind je de zorg ervoor en dus ook spiritualiteit overal: bij Boeddhisten, bij Moslisms, bij Shintoïsten, etc. Op zich heeft spiritualiteit niets vandoen met religie. Althans met religie verstaan als \' religare\' = binden, vastbinden, vastpinnen. Religie als de toevallige, voorlopige sociale gestalte van een godsdienst.

Uit een eikel groeit onontkoombaar een eikenboom. Uit beukennootjes ontwikkelen zich onontkoombaar beukenbomen. Uit een veulen groeit onontkoombaar een paard. Daar is geen opvoeding, geen vorming, geen opleiding voor nodig.

Maar uit een mensenkind groeit wel een specimen van de soort mens, maar nooit vanzelf, noch spontaan, noch onontkoombar een humaan persoon. En sommigen mislukken, in die humanisering, en blijven louter een exemplaar van de soort. Het vraagt nogal wat inspanningen van het mensenjong zelf, van zijn ouders, van de omringende gemeenschap om tot een humaan mens op te groeien. Ontsporingen zijn ingebakken in het concept mens zelf.

Spiritualiteit waakt erover dat de mens noch door zijn oorsprong of afkomst, noch door zijn einde of doel, noch door zijn functie of rol bepaald wordt en ingeriemd wordt in een sjabloon en een préprint-mens wordt.

In dit zich vrij maken tegenover de kosmos speelt de taal een stichtende rol. Taal maakt ons vrij van de bepalingen, van de belemmeringen en de beslommeringen van onze kosmische gebondenheid, van het klitterige, kleverige van het actuele en concrete. Taal doorbreekt de beknelling van de exacte beperkingen en bepalingen van de kosmos, van de stof. Taal bevrijdt van de kluisters aan het Hic et Nunc. Bevrijdt van de gebondenheid aan exacte bepalingen en afmetingen, van de afspraken en coördinaties. Sartre (La nausée) vindt het concrete \'poisseux\', klitterig, kleverig. En zò is het. Het concrete is \'poisseux\', is hinderlijk plakkerig als slijm en kauwgom.

Taal echter, talig denken heeft geen last van Hic et Nunc, van lengte noch breedte noch diepte noch hoogte, van meetlint noch van winkelhaak, noch van aanpassingen, of accorderen. In taal kun je vrijelijk en zinvol spreken over roze olifanten. Zelfs logisch en samenhangend nadenken over de Grijns van het Niets. En als een conferencier zijn publiek vraagt even niet meer aan roze olifanten te denken, dan kan niemand het laten zich roze olifanten voor de geest te halen. Taal heeft macht. Méér soms dan de realiteit.

Taal \'ont-wereldt\', \'ont-kosmost\'. Taal abstraheert van het kleverig concrete. Taal houdt zo alle mogelijkheden open en gaaf. In de Nazi-kampen hielden mensen zich mentaal recht en bewaarden ze hun humaniteit door steeds weer voor zichzelf dezelfde teksten te reciteren, door ideële constructies op te zetten, en zo de kern van hun mens-zijn gaaf te houden: hun vrije geest. Door alle ruimtes in hun geheugen, georganiseerd als een paleis, te bemeubelen en in te richten met teksten en gedachten. Ooit volstond het dat Pasternak, in een volle zaal waarin een angstige stilte heerste die klonk tot in Vladivostok, één getal vernoemde om de hele zaal monddood gemaakte Russen zijn vertaling van sonnet 30 van Shakespeare als uit één mond hardop te doen declameren. In Shakespeares woorden klonk luid het innerlijk verzet tegen de Stalin-dictatuur, die in de zaal nadrukkelijk aanwezig was via talrijke spionnen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ramulus om 15:10 Reageer op dit bericht

SPIRITUALITEIT EN MYSTIEK, 2 Vervolg

SPIRITUALITEIT EN MYSTIEK
2. Vervolg
Ooit een wortel horen onderhandelen met het grondwater over de aard en de hoeveelheid van de mineralen die het moest meeleveren? Ooit een oceaanstomer weten afbieden op de prijs die de oceaan wou bedingen voor zijn bijdrage in de vaart van het schip op de zeven wereldzeeën? Ooit gehoord van een rondvraag van de regen om te weten waar hij het eerst en het meest neerslag moet brengen? Daar valt geen woord over te wisselen. Daar valt niets te onderhandelen, noch af te dingen, noch te onderzoeken. Die dingen gebeuren gewoon, blindelings en voetstoots.

In de sprookjes praten de dieren nog. In Saint-Exupéry\'s Le petit Prince geeft zelfs een bloem raad aan de kleine prins. Maar, voor de rest heerst er complete stilte tussen de zijnden. Waarom die afwezigheid van taal tussen de dingen, tegenover de alomtegenwoordigheid en zelfs de onmisbaarheid van taal tussen mensen?

Omdat de interacties tussen de elementen, de planten en de dieren verlopen volgens vaste relaties en volgens door millennia-durende succeservaringen bevestigde en geconsolideerde wetten, processen en volgordes.

Dat is niet zo bij de mens. De mens loopt wat verloren tussen de dingen, slecht uitgerust, zonder grondplan van zijn omgeving, zonder vaste reisroutes, zonder routeplanner of GPS, zonder vaste bindingen of interactiepatronen. De schepping lijkt hem zelfs niet te wensen, want hij moet zich vanaf de geboorte meteen schrapzetten en een beroep doen op vele anderen om zijn weinig gastvrije omgeving ingrijpend te veranderen en aan te passen aan zijn kwetsbaarheid. Zonder dat ingrijpen in de wereld, zonder die speciale zorgen overleeft een mensenkind zelfs zijn eerste levensuren niet. Met niets op Aarde hebben wij een \'zuivere\', directe, natuurlijke, spontane relatie. Van de hand in de tand leven is voor de mens niet mogelijk. Alles moet ingrijpend veranderd worden, op maat gebracht, bewerkt, behandeld, geschaafd, verzacht of aangepast worden. Alles, dat is wat veel voor een geïsoleerd individu. We hebben dus de hulp van velen nodig. En bij geen enkel element ligt een handleiding of gebruiksaanwijzing ter raadpleging voor. Daarom moeten we constant van elkaar leren en met elkaar taken en taakverdelingen en taakdoelen overleggen. Wie doet wat? Waarom? Waarmee? Hoe?... Zonder overleg, zonder afspraken of taakverdelingen, zonder taal dus valt voor de mens niet te overleven. Taal is onze onmisbare toegang tot de werkelijkheid, tot elkaar en tot onszelf. Taal is onze enige brug naar de afstandelijke schepping; weliswaar maar een ersatzkoppeling. Ze is ook een vrijplaats, een frictievlak, waar we vrij kunnen schakelen tussen verschillende visies over de werkelijkheid of over onszelf.

Vanwaar die levensnoodzakelijke behoefte aan zorg voor het leven van elke mens? We hebben die behoefte aan extra zorg te danken aan onze niet te stuiten wil om tegen alle verdrukking in te leven en te overleven. We zijn begrensde en kwestbare wezens. We aanvaarden echter onze begrensdheid niet. We aanvaarden het niet op deze Aarde schijnbaar ongewenste gasten te zijn, nauwelijks gedoogd. Aan die koppigheid onze begrensdheid te willen ontsluiten, aan die vastbeslotenheid onze onbevredigbare behoeften toch te bevredigen, aan die hardnekkigheid in ons verzet tegen ons nooit aan te zuiveren zijnstekort, daaraan danken wij dit zorgelijk bestaan. De mens lijdt aan een nooit aanvulbaar zijnstekort, en wil zich daar nooit bij neerleggen. Zijn leuze is: \'t En Zal!\' En taal, communicatie is in dat verzet ons krachtigste wapen.

\'Niet van brood alleen leeft de mens.\' Maar ook van onaardse dingen als geloof, verwondering; creativiteit en zin die alle boven het tastbare, het grijpbare, het kosmische uitstijgen. We bouwen een huis niet met stenen, maar met onze denkbeelden over stenen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ramulus om 15:57 Reageer op dit bericht

11. Spiritualiteit en Mystiek

11. Spiritualiteit en Mystiek

Auguste Rodin (1840-1917) creëerde met zijn \'Denker\' een indrukwekkend beeld. Een expressief beeld, dat ook. Maar drukt het wel werkelijkheid uit? Wie gaat zo zitten, van: « Ik zal eens grondig gaan denken! »? Waarover denken? Waarom denken? Met welk doel denken? Hoe denken? Denkt een denker zelf of wordt in en door hem/haar gedacht? Produceert hij/zij uit eigen \'cru\' gedachten of enteren de gedachten zelf de denker.

Xenofoon heeft ons een mooie anekdote over Sokrates bewaard: (R. Safranski, Heidegger en zijn tijd, 1994, p. 343) Sokrates kon uren in gedachten verzonken staan, opgeslorpt door zijn beschouwingen. Volgens Plato bestaat denken erin zich ideeën uit een vorig leven te herinneren.

Moet je echt bij de klassieken te rade gaan om zulke visie over denken te horen verkondigen? Deed Newton met opzet een appel vallen om de wet van de zwaartekracht te ontdekken? Of werd hij zelf onder de appelboom door het idee van de zwaartekracht overvallen in een moment van paradijselijke rust? Hoeveel grote ontdekkingen werden niet gedaan op \'onbewaakte\' ogenblikken? Mendelejev tobde dagenlang over zijn gegevens betreffende de samenhang van de elementen, tot hij eens, moe van het dubben, op zijn bureau boven zijn notities in slaap viel. Tot hij plots ontwaakte en bijna zonder nadenken, als een medium, zijn beroemde Periodiek Systeem van de Elementen in grote lijnen uit de losse pols neerschreef.

Schuilt in de vaak gehoorde uitspraak: « We zullen er eens een nachtje over slapen! » niet een abdicatie of zelfs niet een negatie van ons zo fier gekoesterd bewust gestructureerde en beheerste denken? Niet denken maar slapen zou moeilijke problemen oplossen!

Of zou echt creatief denken, \'eureka-denken\', alleen mogelijk zijn op een buitenaards Archimedes-punt, buiten het bereik van plaats of tijd, waarna je ongegeneerd de straat op rent om thuis verder te gaan nadenken. Nadenken met heel het instrumentarium waarover je als nadenker kunt beschikken, gaande van praten met vrienden, over potlood en papier, over pc en printer, naar kattenbelltjes of steekkaarten, woordenboeken, logica en retorica, tot (welwillende) kritiek of zelfs tegenkanting van collega\'s of critici.

Onlangs bezocht ik de Karmelkluis in Zepperen. Indrukwekkende ervaring. Gedurende de dagen die volgden op dat bezoek doorkruisten voortdurend beelden van de kluis mijn brein en fladderden constant flarden van het gesprek met de gastvrije kluizenaar Paul Delmé door mijn geest. Over beelden noch ideeën had ik enig stuur. Ze floepten assertief ongevraagd zomaar op. Ze kwamen en gingen zoals het hen beliefde. Zij overvielen mij. Ik kon ook zelden een relatie leggen tussen mijn actuele ervaringen en de opbruisende beelden of de opborrelende gedachten. Al hadden ze wel een sterke en duidelijke relatie met de ervaringen in de Karmelkluis, ze bleken toch een zelfstandig leven te leiden. Het was duidelijk: Mijn gedachten hadden mij geënterd. In mij, maar blijkbaar zonder mij, groeide een aanzwellend en zichzelf structurerend geheel van ideeën rond spiritualiteit en mystiek.

Spiritualiteit

Ik vrees dat tegenwoordig in het woordenboek van velen het lemma \'spiritualiteit\' ontbreekt. Nochtans als je via de zoekmachine Google op het Net surft, dan worden je 42.200 vindplaatsen aangeboden. Sommigen zullen met dat cijfer tevreden zijn. Anderen zullen zich door dat cijfer geschoffeerd voelen. Weer anderen hadden \'spiritualiteit\' misschien liever nog hoger zien scoren. Is er een \'objectieve\' maatstaf om uit te maken wie hier gelijk heeft?

Spiritualiteit? Het woord is afgeleid van \'spiritus\', wind. Wind is een eigenaardig verschijnsel. Je heb er geen pak aan. Wind wordt gedefinieerd naar zijn herkomst, nooit naar zijn doel. Hij keert nochtans nooit terug . (Milosz) Hij is nooit te lokaliseren. Je ziet hem zelf nooit; alleen b.v. uit de effecten ervan op het groen van je omgeving kun je afleiden dat er wind is. Wind is steeds de conclusie van een denkproces: « Als dat..., dan deed dat de wind. » Je kunt de wind wel op je huid voelen b.v. als een snijdende, nijdige noordooster in de winter of als een zachte bries die je koelte toewaait in de zomerhitte, of soms als hij je de adem afsnijdt op een schotse hoogvlakte. Hij is nooit exact te lokaliseren. Je krijgt er nooit greep op. De wind blijft steeds buiten gaats. Hij heeft immers enkel dynamiek met daarin een richting. Hij komt van ergens en verdwijnt naar ergens. Je kunt zijn oorsprong nooit aanwijzen, noch zijn bestemming op de kaart prikken. Hij is zuiver dynamiek met daarin richting. Van. Naar. Met een vluchtig, onbepaaldbaar Hier. Een vluchtig Hier dat in substantie meer bestaat uit een Van en een Naar. Puur onderweg. We beleven de wind enkel als spoor. We kennen hem enkel als een conclusie.                                            De wind staat daarom gepast symbool voor de vrijheid.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Ramulus om 14:08 Reageer op dit bericht

12 Kenosis, een basis gegeven

10  ZOEKTOCHT BEWEGWIJZERD DOOR VRAAGTEKENS

Dit is het laatste vervolg van 10.

12 Kenosis, een basis gegeven

12.0 Op die idee van contractio ga ik even verder.

Waarom trekt de Exuberante zich terug. Waarom die contractio? In zichzelf kan de Exuberante zijn/haar eigenschappen of kwaliteiten niet tentoonspreiden, etaleren zonder zijn/haar simplicitas te verliezen.

Opdat wij zijn/haar eigenschappen en kwaliteiten zouden etaleren, daarom ruimde Hij/Zij plaats voor ons. Opdat we haar/hem zouden epifaneren en opdat wij daardoor eeuwigdurende waarde zouden realiseren, en zo zelf eeuwig en goddelijk zouden worden.

Door de contractio komen alle eindige zijnden voort uit die Exuberante. En in haar/hem vinden we nostalgie van de eenheid. Daar putten we de idee van volheid en oneindigheid, van eeuwigheid en bestendigheid. Ik noem dat mijn 'lijntje', mijn navelstreng, die ons in onze eindigheid, over de contractio heen, bindt met onze bron, met onze herkomst: de Exuberante. We leven aangelijnd door de Exuberante.

Waar vind ik de verklaring voor die universalia die je overal vindt, in heel de kosmos. Waar ook die vrachtwagen met broom zou kantelen, dat broom zou overal en altijd op dezelfde wijze reageren.

Maar niets is zo wispelturig, zo onvoorspelbaar, zo onberekenbaar als de mens.

Het feit dat mathesis bestaat, dat 2 x 2 = 4, dat dat overal, altijd, voor iedereen gelijkelijk geldt en ook beschikbaar is, (Is dat geen 'goddelijke kennis'?) dat vindt zijn oorsprong in die contractio van de ene Exuberante. Het feit dat de evolutie over heel de kosmos gelijkelijk verloopt en in dezelfde opbouwende lijn, over alle cataclysmen heen, waarop wijst dat? Waarop anders dan op een gelijke, eendere oorsprong?

Vraag: Waarop stoelen die gelijkvormigheid, die constanten in de verscheidenheid, in de verschillende plaatsen en tijden, in verschillende zijnswijzen en zijnsvormen. Waarop stoelt die katholiciteit? Aan de bron daarvan moet minstens een eenheid van oorsprong liggen en originele congenialiteit.

12.1

Het contractio-gebeuren en de ontelbare epifanie-evenementen geven mij een inzicht in de vele verschijnselen van eindigheid, veelheid, en verscheidenheid, zijn voor mij een antwoord op vragen naar de grond van de trouw van de zijnden aan zichzelf, van de wil om te overleven tegen alle verdrukking in; een antwoord op vragen naar de grond van de individualiteit, en geven me inzicht in onze relatie met het geheel als geheel en geven mij tevens eeuwige betekenis als een unieke, onvervangbare epifanie van de Exuberante. Ze geven aan mijn privébestaan een eeuwige, goddelijke dimensie en waarde: ik realiseer in mijn individueel bestaan een epifanie van de Exuberante en werk zo mee aan de inventarisatie van de onuitputtelijke rijkdommen van de Exuberante. En zo help ik de Exuberante zijn nieuwe, steeds te vernieuwende gestalte uit te bouwen. Elk van ons werkt op unieke en onvervangbare wijze mee aan die eeuwigdurende inventarisatie van de onuitputtelijke weelde van de Exuberante. Wat niemand van ons openbaart, zal nooit geïnventariseerd worden. Het lot, de eindgestalte, de apotheose van de Exuberante ligt zo in onze mensenhanden. En zo bestaan we, elke van ons, als Ego, voor eeuwig in de voortdurend openbloeiende 'definitieve' Gestalte van de Exuberante.

13 Fiere bescheidenheid

Ik wil afsluiten met een beschouwing bij een zeer bekend gedicht, bekend uit onze kindertijd.

We kennen allemaal het beroemde gedichtje van de jonge Guido Gezelle. Gezelle liep steeds gulzig en verwonderd kijkend rond tussen de dingen en mensen. Uit dat kijken ontspringt zijn poëzie.

HET SCHRIJVERKE.

Het beestje is oh zo drukdoende. Welke zin heeft al die drukte?

« wij schrijven, en kunt gij die lesse toch

niet lezen, en zijt gij zoo bot?

Wij schrijven, herschrijven en schrijven nòg,

den heiligen Name van God! »

Wat doet het schrijverke? Guido Gezelle geeft zelf het antwoord: Gods glorie proclameren. Het schrijverke is in zijn contractio een epifanie van God. Dat is één facet van onze dagelijkse drukte.

Een ander facet is: onze vele en drukke inspanningen om menselijk, om humaan om te gaan met onze kwetsbaarheid en onze sterfelijkheid. Onze kwetsbaarheid willen we nogal eens wegmoffelen onder drukdoenerij en ze zo vergeten. Laatst zagen we op het tv-journaal acht vrouwen, getekend door bostkanker, inchecken op weg naar de beklimming van de hoogste Andestop, de Aconcagua. Een prometheïsche daad van verzet tegen aftakeling!

Dàt is de mens: verzet én aanvaarding. Aanvaarding van onze begrensdheid en broosheid, maar tegelijk vindingrijkheid in het verzet tegen die kwetsbaarheid. Individualiteit en participatie. (P. Tillich) Dat is ook onze opgave: onophoudelijk aanbeuken tegen twee opgelegde grenzen:

- tegen de bovengrens van overmoed, van gepaste durf en gericht verzet;

- tegen de benedengrens van berusting en bescheidenheid.

Zo ook moeten wij met het leven omgaan:

- geen lusteloze handen ontmoedigd diep in de schoot begraven;

- geen gebalde vuisten van 'branerige' opstand hoog in de ijle lucht geheven.

Maar met vastberaden handen doen wat in ons bescheiden vermogen ligt om onze kwetsbaarheid met opgeheven hoofd humaan te overleven en zo de Exuberante te epifaneren. ·

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Ramulus om 09:45 Reageer op dit bericht

Ego verstrengelt veelheid tot eenheid

10 Zoektocht bewegwijzerd door vraagtekens

Vervolg
11 Ego verstrengelt veelheid tot eenheid
Elk Ego is onvervangbaar. Elk Ego is op zijn/haar hoogsteigen wijze een 'quodammodo omnia', op zijn eigen wijze de samenvatting van de hele kosmos. In de ervaring doorleeft en beleeft elk Ego de hele kosmos en brengt alle vezels, alle garens, alle lijnen tot de eenheid van één tros; tot de unieke beleving van het eigen Ego. Tot simplicitas, tot eenheid uit de verstrooidheid. Enigte uit Menigte. Hoeveel druiven, hoeveel dagen zon, hoeveel grond en elementen zitten niet verenigd, tot eenheid verstrengeld in één slok wijn. In het genot van één slok wijn. 'Quodammodo omnia'. Elk Ego is zo de hoogsteigen afspiegeling van de komende Exuberante.

Wij mensen zijn het spiegelpaleis van de Exuberante. Wie zelfmoord pleegt slaat een spiegel, een onvervangbare spiegel, een prisma stuk. En beknot zo, bekort zo de Exuberante, ontsteelt hem/haar de unieke, aparte, onvervangbare afspiegeling, waartoe alleen de suicidaire allerindividueelst in staat was. Hij of zij zegt dan niet wat in het Zijn op hem of haar wacht om vertolkt te worden. (Merleau-Ponty) En dat verheft elk individu, hoe onooglijk ook op zich, tot een alles overtreffend en alles omvattend niveau, 'quodammodo omnia'. Elke zelfmoord legt de zin het heelal in de weegschaal. In elke zelfdoding loopt het risico van de kenosis van een facet van de Exuberante definitief stuk.

10.1

Mag ik het voorbeeld van de slok wijn verder uitwerken? Elke slok wijn is een omgekeerde delta. Daarin vloeit tot eenheid samen het hele heelal, de verstrooide, versnipperde verscheidenheid van de hele kosmos, verspreid over tijd en ruimte. In het glas wijn vloeien de veelheid en de verscheidenheid van de druiventrossen onnaspeurbaar samen tot een nieuwe eenheid, tot een eigen, onderscheiden, nieuwe eenheid.

Maar ook de vele en verschillende mineralen die de Aarde gedurende miloenen jaren in haar schoot verzamelde, in ijzerhoudende kalksteen, met de drainerende werking van kiezel en zand, bergt, verbergt, koestert en pleegt. De warmte van de verre zon en het wisselen van de seizoenen, de wispelturigheid van regen en van de wind die vrij blaast vanuit alle richtingen van de windroos. De afwisseling van drogen en nat regenen; de beschieting met miljarden neutronen en fotonen van de zon, de werking van het chlorofyl om suikers op te bouwen. De zorg van de wijnboer, het zweet van de landarbeider, de rugpijn van de plukkers en de vreugdevuren van de avonden; het feest na de 'campagne' en de hartstocht van de vriendschappen tijdens de pluk.

Maar ook de smaak van het oude en nieuwe eikenhout van de vaten, de koelte van de kelders in de schoot van de Aarde, de gisting van de enzymen bij het omzetten van de suikers tot alcohol. Vergeten we niet de socio-culturele, de politieke en economische aspecten. De beslotenheid van de situatie en het gezelschap waarin gedronken wordt: niet bij een gecrashte auto b.v. En de rituelen van het drinken. En het reciteren van verzen van Horatius of Vergilius. De wijn komt niet via hemelse boden in het glas gevlogen. Heel het communicatiesysteem van wegen te land, ter zee en in de lucht, de systemen van kopen en verkopen. Naast het samenvloeien van het kosmische bestel vloeit ook de ervaring van duizenden generaties en de organisatie van het hele maatschappelijke bestel samen in die éne slok wijn.

In het genieten door het Ego, in het degusteren van de wijn verstrengelt die hele kosmos met zijn geschiedenis, alsook het omvangrijke maatschappelijk-economische bestel tot de beleving van één persoon, van één Ego, in goed gezelschap. In die slok wijn wordt de schepping, de contractio van de Exuberante, tot een epifanie van de Exuberante door en van een onvervangbaar persoon, van een uniek Ego. (Ego als vuurtoren in de nacht.)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ramulus om 10:56 Reageer op dit bericht

Meer van Zijnzoeken

↑ Terug naar de berichten