Puglia : Bari


Bari is de hoofdstad van Puglia, en na Napels de grootste stad van Zuid-Italië. Het oude centrum is wel compact en heel gemakkelijk te voet te verkennen.

In Bari Vecchia, het oudste gedeelte van Bari, mag je de zogenaamde ‘Via delle Orecchiette’ niet missen.Deze straat dankt zijn naam aan de vrouwen die er ’s ochtends in hoog tempo de lekkerste orecchiette (pasta in de vorm van oortjes) maken. Hun vaardige handen toveren het pastadeeg om tot kleine oortjes. Soms wordt ook de grotere versie, orecchioni, gevouwen.

Basilica di San Nicola :
De belangrijkste kerk van Bari is gewijd aan San Nicola, Sint Nicolaas, die in de crypte van de kerk begraven ligt sinds hij uit zijn graf in Myra (in het huidige Turkije) werd geroofd. Volgens de inwoners van Bari had San Nicola tijdens een reis door Italië namelijk de wens geuit om in Bari begraven te worden.
De Venetianen beweerden overigens precies hetzelfde. Toen Myra door de Saracenen werd veroverd, was de maat vol voor de Zuid-Italianen. De botten van Sinterklaas moesten zo snel mogelijk uit het door islamieten bezette gebied verdwijnen. Een vloot uit Bari wist Myra als eerste te bereiken en op 9 mei van het jaar 1087, bijna achthonderd jaar na de dood van San Nicola, voeren ze, met de relieken van de goedheiligman, de haven van Bari weer binnen.

Voor deze relieken werd een compleet nieuwe kerk gebouwd, de Basilica di San Nicola. Vanuit de kerk daal je af in de crypte met daarin het graf van San Nicola, met daarachter een afbeelding van San Nicola tussen Maria, het kindje Jezus en gelovigen die geld brengen. Het graf is in de loop der eeuwen uitgegroeid tot een belangrijk pelgrimsoord, vooral voor orthodoxe christenen uit Oost-Europa.
Sinterklaas wordt in Bari op 8 mei gevierd. Het beeld van de man die dan van de kerk naar de haven wordt gedragen, lijkt echter totaal niet op onze versie van de Goedheiligman.
Geen lange witte baard, maar een korte grijze; geen mijter, maar een aureool. En geen blanke huid, nee, deze Sint Nicolaas heeft duidelijk een getinte huidskleur. Geen dansende pieten, maar een gevolg van hooggeplaatste inwoners van Bari en het belangrijkste: Sinterklaas stapt niet op een schimmel of aan boord van een stoomboot, maar trotseert in een vissersbootje het water van Bari.

De Kathedraal van San Sabino is ouder dan de Basilica San Nicola, maar toch minder bekend. Het gebouw dat je hier ziet staan, dateert uit de late 12de- begin 13de eeuw en werd gebouwd op de ruïnes van een Byzantijnse kathedraal, die in 1156 verwoest werd door Willem I van Sicilië, beter bekend als ‘il Malo’ (‘de Slechte’). Tijdens de 20ste eeuw en in de laatste tientallen jaren, werden hier grootse restauratie- en verfraaiingswerken uitgevoerd.
Voordat San Nicola de beschermheilige van Bari werd, was die eer overigens weggelegd voor San Sabino. Op de gevel van de gelijknamige kerk staan zowel San Sabino als San Nicola afgebeeld.

Er wordt aangenomen dat het Castello Normanno-Svevo in 1132 werd gebouwd door de Normandische Koning Rogier II. In 1156 werd het echter met de grond gelijkgemaakt door Koning Willem van Sicilië en heropgebouwd en verstevigd in 1233 door de Keizer van het Heilige Roomse Rijk Frederik II. Nadat het werd verworven door Hertog Ferdinand van Aragon, werd het vervolgens geschonken aan de Sforza-familie en ging daarna over op Bona Sforza, Koningin van Polen. Na haar dood maakte de Koning van Napels er een gevangenis en barakken van. Je kan er nu een tentoonstelling bezoeken.

In de haven van Bari Vecchia dobberen kleine vissersbootjes, die dag in dag uit de zee opgaan voor onder meer verse baby-inktvis, mosselen of ricci di mare, zee-egels. Als de boten eenmaal op hun plek liggen, wordt er een kleine vismarkt opgezet aan de Molo San Nicola.
De lokale lekkernij die je zou moeten proeven, is een bordje rauwe octopus. Dat vraagt wel om een sterke maag, want de pas gevangen kleine inktvissen worden ter plekke doodgeslagen. De gespierde armen van de vissers slaan er net zo lang mee tegen de kade, tot ze klaar zijn om ter plekke gesneden en opgegeten te worden. Voor de vissers, die al generaties lang zo te werk gaan, dagelijkse kost, maar onze maag houdt het liever bij een bordje verse zee-egels.
















































