Naar de inhoud

Nieuws uit Oud Mathenesse

vanaf het Robbeneiland
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Els

Bomen in onze wijk.

door Dolf Dijk.

 

Alnus of els.

 

 

De els is te herkennen aan de zwarte elzenproppen die men in de herfst tot aan het voorjaar aan de kale takken ziet hangen. In het voorjaar, voordat de blaadjes aan de bomen komen, is hij te herkennen aan de gele mannelijke katjes.

De vier meest voorkomende elzen in Nederland zijn:

Zwarte els Alnus glutinosa die groeit in drassige grond en wordt veel aangeplant om de grond te verbeteren. Op de wortels groeien namelijk kleine knolletjes waarop bacteriën leven die stikstof uit de lucht bindt om zo het tekort aan stikstof, wat veel voorkomt in drassige grond, aan te vullen. De zwarte els heeft een zeer groot verspreidingsgebied, van West-Europa tot in Japan.

Het droge hout van de Zwarte els is geel van kleur en wordt gebruikt in de klompenindustrie en van de bast en de bladeren worden kleurstoffen gemaakt. 

Verder is er een variëteit van de Zwarte els n.l. de Alnus glutinosa 'Laciniata' met diep ingesneden bladeren.

Als tweede de witte of grauwe els Alnus incana die men in Nederland van nature alleen aantreft in Twente en in de gebieden langs de Rijn. Door uitzaaiingen treft men hem veel aan op grote puinstortplaatsen waar hij door zijn vele uitlopers het puin bij elkaar houd. Hij kan, net als de Zwarte els, stikstof uit de lucht binden.

Het hout van deze els is van slechte kwaliteit.

De derde els is de Hartbladige els of Italiaanse els Alnus cordata, op de foto en te zien op het Damloperplein. De Hartbladige els is in Venetië gebruikt voor heipalen onder de prachtige gebouwen waaraan Venetië zijn bekendheid heeft te danken. Onder water is deze houtsoort heel duurzaam door het looizuur wat zich in het hout bevind.

Een ander punt is het klimaat in Zuid-Italië dat uitermate geschikt is om mooie rechte stammen te kweken.

Als laatste noem ik de Alnus Spaethii waarvan er vier op een rij staan in de Hongaarsestraat. Verder staat hij o.a. aan de Prof.Poelslaan en aan de Hoekersingel.

Van deze soort weet ik alleen te vertellen dat het een snelle groeier is.

In vroegere eeuwen vreesde men de boom om dat bij het kappen van de els het hout verkleurde naar een oranjerode kleur alsof het bloede.

Hierdoor geloofde men dat een kwade geest in de boom huisde.

Naar aanleiding van dit bijgeloof is een Duitse legende genaamd de "Erlkönig" (elzenkoning) beschreven in dichtvorm door Goethe en is een lied gecomponeerd door Schubert.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Berk

Bomen in onze wijk.

door Dolf Dijk.

 

Betula of berk

 

 

Bij ons in de wijk staan enkele berken in de tuinen die de Ruwe berk (Betula pendula) betreffen. Een paar prachtige berken heb ik zien staan op het volkstuincomplex “Vreelust”. (zie foto) Verder staan langs de Buislaan sinds een jaar een aantal  Betula pendula ‘Laciniata’. Het blad van deze kweekvorm verschilt erg veel met de berk die wij doorgaans kennen. Is bij de Ruwe berk het blad driehoekig en dubbel gezaagd bij de ‘Laciniata’ is het blad ook driehoekig maar is twee keer zo lang als breed en is gelobd wat wil zeggen dat het blad golvende insnijdingen heeft.

Er zijn zo'n zestig soorten berken over de wereld verspreid en omdat ze weinig verschillen in bladvorm, kleur en schors zijn ze moeilijk van elkaar te onderscheiden. Deze boom stelt weinig eisen aan de omgeving en dus komt zij eigenlijk in alle milieus en grondsoorten voor en zijn het meest winterhard van alle soorten loofbomen. In het voorjaar komen ook bij de berk de bloemen, ofwel de katjes, die zijn verdeeld in mannelijke en vrouwelijke. De mannetjes zijn langer dan de vrouwtjes en zitten aan de uiteinden van de twijgen. De vrouwelijke katjes zitten zij aan zij met de blaadjes aan de takjes en staan aanvankelijk rechtop. Pas later gaan ze net als de mannetjes hangen.

Een berk is een boom die zijn schoonheid in alle seizoenen laat zien. Bijvoorbeeld in de lente als hij vol hangt met sierlijke katjes en in de herfst als de bladeren verkleuren tot een lichtend goudgeel en de witte stam de boom nog extra helderheid geeft. In tuinen worden berken vaak in groepjes geplant om het effect van de witte schors nog beter te laten uitkomen. De meest bekende van onze Nederlandse berken is de Ruwe Berk (Betula pendula), ook wel Zilverberk genoemd. Dat komt doordat bij oude exemplaren de schors aan de onderzijde openbarst en afwisselend donkere en lichte plekken aan de stam laat zien. Naar boven toe wordt de boom steeds witter en gaver, waarbij de kroon eindigt in een zeer fijn vertakt stelsel van twijgjes, die aan de uiteinden naar beneden hangen. Vandaar de tweede naam 'pendula', dat hangend betekent. Toch is er beslist geen sprake van een treurig uiterlijk bij deze snel groeiende berk, zoals dat wel het geval kan zijn bij de treurwilg, die ook haar hele takken laat hangen. Dat geldt ook voor de andere inheemse berkensoort in Nederland, de Zachte Berk (Betula pubescens). Die is wat kleiner dan de Ruwe Berk en heeft op de takken en bladeren een fijne beharing die donsachtig aandoet. Vooral bij de oudere bomen is de schors meestal gaaf en heeft hij niet zoveel gegroefde plekken als de ruwe berk. In Siberië is versteend hout gevonden van duizenden jaren oud. De oorzaak dat dit zo oud kon worden ligt aan de conserverende stof betuline. Deze eigenschap maakt het ook mogelijk van de schors kano's, schoenen en dakspanen te maken. In Amerika en de Scandinavische landen is berkenschors als dakbedekking een geliefd materiaal omdat het licht is, waterafstotend en zeer duurzaam. En in Noorwegen geeft een laag bast op het dak bedekt met zo'n 30 cm grond een perfecte isolatie. De Lappen gebruiken de schors voor jassen en beenbekleding en de Zweden maken tasjes en mandjes van gevlochten repen berkenschors. Vooral de dunne schilfers zijn zeer brandbaar en in een drijfnat bos kunnen deze nog goed vlam vatten, omdat ze geen greintje water opnemen. Dat is een eigenschap die vroeger uitstekend van pas kwam als er kampvuurtjes gestookt moesten worden in de regen.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Moerascipres

Bomen in onze wijk

door Dolf Dijk

 

 

Taxodium distichum of moerascipres.

 

Taxodium distichum komt uit een geslacht van drie soorten bladverliezende bomen. De natuurlijke groeiplaats van deze prachtige bomen zijn de brak- en zoetwater moerassen in het zuid-oosten van de Verenigde Staten en in Mexico.

In de pre-historie kwam deze boom ook in Europa voor getuige de fossiele vonsten. Hij kwam opnieuw naar Europa in de 17e eeuw door toedoen van John Tradescant een Engelse hovenier.

Bij ons staan er drie stuks, in een grote bak, op het Damloperplein die hier goed gedijen mede door de hoge grondwaterpeil.

In zijn natuurlijke omgeving wordt de moerascipres ongeveer veertig meter hoog waarvan de takken vol hangen met het grijze Spaans mos (Tillandsia usnoides) uit de Bromeliafamilie.

Net als bij de watercipres, die ik eerder beschreef, laat ook deze boom in het najaar zijn naalden vallen. 

De kegels, van ongeveer 3 centimeter, verkleuren van groen naar bruin waarna ze in hun geheel afvallen en dan hun zaadjes loslaten.

Doordat de bomen met hun wortels in de drassige bodem staan zorgen wortelknieën (pneumatoforen) voor zuurstof in de wortels waarbij ze tevens als steun dienen voor deze hoge bomen.

In zijn natuurlijke omgeving kunnen deze knieën wel 3 meter hoog worden. Deze zijn hol en werden vroeger door de indianen gebruikt als bijenkorven.   

Om een idee krijgen hoe deze wortelknieën er uit zien hoeft U niet naar Amerika of Mexico te gaan, dichterbij is het Arboretum Trompenburg al zijn ze hier slechts veertig centimeter hoog.

 

Het volgende stukje las ik in het Rotterdams Dagblad.

 

Boomtop lijkt op woestijn

Londen- Bomen kunnen maximaal 130 meter hoog worden. Hoger kan het water, door de zwaartekracht, in de stam niet komen. Dat schrijven wetenschappers van de universiteit van Noord- Arizona in het Britse wetenschappelijk tijdschrift Nature. De geleerden hebben voor hun onderzoek vijf van de acht hoogste bomen ter wereld beklommen, waaronder de 113 meter hoge recordhouder, een sequoia in Humboldt Redwoods State Park, in het noorden van Californië. Zij ontdekten dat hoe hoger de boom is, hoe moeilijker het water naar boven gaat top van de grote bomen lijkt volgens de onderzoekers op een woestijn.

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Judasboom

Bomen in onze wijk.

door Dolf Dijk.

 

 

Cercis siliquastrum of judasboom.

 

De Judasboom kan een hoogte bereiken van ongeveer 10 meter. 

De twee bomen, die op het Midscheeps staan, zijn wel aanmerkelijk kleiner maar hebben wel schitterend gebloeid getuige de foto. Er zijn een zestal soorten bekend.

De bekendste zijn de C. canadensis uit Noord-Amerika de C. chinensis uit Azië en de hierna beschreven C. siliquastrum die zijn oorsprong vindt in o.a. Zuid-Europa en de Middellandse zee gebied.

De naam Judasboom zou voortkomen uit Matheus 27 Vers 5 waarin verteld wordt dat Judas Iskariot zich ophing aan deze boom na zijn verraad van Jezus. Een aannemelijker verklaring is dat de naam komt van Judea in Israël waar deze boom van nature veel voorkomt.

Verder zijn er nog talrijke legenden. Zo zouden de bloemen de tranen van Jezus symboliseren en de kleur zou de blos van Judas zijn na zijn verraad. De bloemen verschijnen in mei niet alleen aan de twijgen maar ook op de stam en de dikke takken. Qua vorm lijken ze veel op de bloem van de erwt.

De naam Cercis is uit het Grieks wat schietspoel betekent waar de 5 tot 10 centimeter lange peulen op gelijken. Deze groene peulen blijven zelfs meer dan een jaar aan de boom hangen die dan wel bruin zijn geworden.

Ook van de Judasboom zijn ook weer vele variëteiten gekweekt zoals de C. canadensis ‘Forest Pansy’ met zijn paars blad die, evenals de Cercis siliquastrum, te zien zijn op het Arboretum Trompenburg.

Verder is er  nog de C. siliquastrum ‘Alba’ met witte bloemen en de C. siliquastrum ‘Rubra’ met rode bloemen.

Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
Reageer op dit bericht

Lijsterbes

Bomen in onze wijk

door Dolf Dijk

 

 

Sorbus of lijster-of meelbes.

 

De lijsterbes en de meelbes zijn twee van het geslacht Sorbus, een geslacht van 100 bladverliezende bomen en struiken. Als eerste wil ik de Sorbus aria of gewone meelbes noemen die o.a. in de Suiestraat tegenover nummer 4 staat. Op de foto is hij te zien aan de Brigantijnstraat naast no.27. De meelbes komt in verschillende landen voor o.a. in het zuiden van Duitsland, de Balkan, Spanje en zelfs aan de andere kant van de Middellandse zee in Algerije en Marokko. Het hout van de meelbes is taai en hard en werd vroeger gebruikt voor de productie van kamraderen. De bessen werden gebruikt in vleesgerechten maar nu eten de vogels er alleen nog van omdat de smaakmakers tegenwoordig uit pakjes en potjes komen. Het is een prachtige boom die in mei-juni zijn crèmekleurige bloemen laat zien tussen de grote bladeren die aan de onderkant wit viltig behaard zijn. In de herfst verschijnen tussen de goudkleurige bladeren de rode bessen. In de Italiaansestraat staat nog een kweekvorm namelijk de Sorbus aria ‘Majestica’ die grotere bladeren en bessen heeft dan de Sorbus aria. De Sorbus aucuparia of gewone lijsterbes is o.a. te zien in de Doggerstraat tegenover nummer 17 en aan de Hogenbanweg en is de meest gekweekte boom van het geslacht Sorbus. Deze boom wordt 15 meter hoog en heeft een geveerd blad die aan de onderkant viltig is. Hij bloeit in mei-juni met witte bloemen die gevolgd worden door scharlaken rode bessen die een voorbode zijn van de herfst. De bessen werden vroeger gebruikt bij het vangen van vogels door ze in een strik te leggen. De naam aucuparia is overigens afgeleid van aucupium wat Latijn is voor vogelvangst. Tegenover nummer 35 en 7, in de Poolsestraat, staat nog de Sorbus aucuparia ‘Fastigiata’ die hooguit 10 meter hoog wordt maar dezelfde bloemen en bessen voortbrengt als voorgaande boom. Fastigiata betekend overigens zuilvormig. In de Poolsestraat staat tegenover het wijkkantoor de Zweedse meelbes Sorbus intermedia ‘Brouwers’, het een kruising tussen een meelbes en een lijsterbes. (Intermedia = tussenvorm) Deze boom bloeit in het voorjaar met witte bloemen die uitmonden in vuurrode bessen die rijp zijn in september en erg gewild zijn bij de vogels. In Scandinavië wordt hij veel langs de wegen geplant waar hij 20 meter hoog wordt. Het hout wordt gebruikt voor o.a. trommelstokken, kegels en houten ballen. Ik ga nog even terug naar de Suiestraat waar tegenover nummer 27 een Japanse lijsterbes staat. De Sorbus commixta ‘Serotina’ wordt 5 tot 8 meter hoog met glanzende geveerde donkergroene bladeren. Van oorsprong komt hij uit de subalpine wouden van Japan en Korea. De bessen zijn scharlaken rood en komen in de zomer aan de boom. Terwijl de meeste Sorbussen rode bessen voortbrengen is de Sorbus hupehensis een van de weinige Sorbussen met witte bessen.

 

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

Tulpenboom

Bomen in onze wijk.

door Dolf Dijk.

 

Liriodendron tulipifera of tulpenboom.

 

Van deze boom staan er drie exemplaren aan de rechterkant naast het fietspad, even voorbij de Nieuwe keet, richting Marconiplein. Aan de Buislaan zijn eind 2003 33 stuks van deze prachtige bomen geplant. De meeste mensen denken bij de naam tulpenboom aan de Magnolia, hij komt wel uit dezelfde familie, maar wanneer men de bloemen vergelijkt zal men tot de conclusie komen dat de bloem van de L. tulipifera  het meest op een tulp gelijkt.

De Nederlandse naam voor de Magnolia is trouwens beverboom.

De bloei van de groengelige bloem, die 4 á 5 centimeter groot wordt, vindt plaats in de maand mei. Na de bloei ontwikkelen zich bruine kegelvormige vruchten waaruit honderden zaadjes vallen. De boom komt van nature voor in oostelijk Noord Amerika vanwaar hij in 1656 door de hoveniers van Karel I, vader en zoon Tradescant, vanuit Virginia naar Europa werd gebracht. Hij bereikt in het wild een hoogte van meer dan 30 meter bij een breedte van 15 meter. In het zuidelijke deel van de Appalachiangebergte zijn de grootste exemplaren te vinden met een hoogte van 50 meter en waar ze wel 500 jaar oud kunnen worden. In het najaar worden de bladeren, die blijven hangen tot in november,  goudgeel tot donkergeel. Het hout gelijkt veel op het populierenhout zodat men het in de handel ook wel gele populier noemt. Het hout is van uitstekende kwaliteit en wordt dan ook gebruikt voor vele doeleinden, zoals meubelen.

In Vietnam en oost China groeit een 2e soort van de familie Liriodendron namelijk de L. chinense maar deze wordt hier veel minder geplant en dan nog hoofdzakelijk in arboretums. Van de Liriodendron tulipifera zijn nog een aantal kweekvormen bekend waarvan de ‘Aureomarginatum’ die groene bladeren heeft met een gele rand wel de mooiste is.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Hazelaar

Bomen in onze wijk.

door Dolf Dijk.

 

Corylus colurna of hazelaar.

 

Deze bladverliezende boom staat in onze wijk langs de Prof.Poelslaan voor de Prof. Poelsflat. Hij wordt ook wel Turkse hazelaar genoemd waar hij in het westen van dat land voorkomt. Verder is hij in het wild te vinden in Azië tot in China en naar het westen tot in de Balkan en in het zuiden van Hongarije.

De hazelaar kwam hier in west Europa doordat baron Ungnad von Zonneck in 1582 vanuit Konstantinopel, het huidige Istanbul,  zaden naar de botanicus Clusius in Wenen stuurde. Clusius schijnt zelf in de Hortus van Leiden een hazelaar te hebben geplant. In zijn natuurlijke omgeving wordt hij tussen de 20 en 25 meter hoog en wordt zijn prachtig generfde hout gebruikt voor het maken van meubelen. Bij ons wordt de boom meestal niet hoger dan 6 a 7 meter. De noten, in een omhulsel met lange slippen, zijn over het algemeen klein en de opbrengst is ook gering. Voor een goede oogst is het belangrijk dat de temperatuur in de winter zo’ n 50 dagen onder de plus 7 graden is en de zomer moet koel en vochtig zijn. Hij wordt bij ons echter meer om zijn sierwaarde aangeplant. Voor de noten zijn  een aantal variëteiten gekweekt zoals de Lambertsnoot (C.maxima) en de C.maxima ‘Purpurea’ de laatste met paarse bladeren. Verder is er nog de gewone hazelaar C.avellana maar dit is meer een struik dan een boom maar geeft wel meer noten. De struik staat onder meer langs de singels van het Witte Dorphof en bij Huize Thomas. Deze struik valt vooral op in de winter en vroege voorjaar door de mannelijke katjes die al in de late herfst aan de takken verschijnen. De takken werden in het verre verleden gebruikt voor vlechtwerk. Er werden hutten mee gemaakt door dit vlechtwerk te bestrijken met een mengsel van hooi en leem. Een van de variëteiten die iedereen wel zal kennen is de ‘Contorta’ met zijn gedraaide takken en veel wordt gebruikt in de paastijd.  

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

Wilg

Bomen in onze wijk.

door Dolf Dijk.

 

Salix of wilg.

 

De wilg komt in onze wijk op een paar plaatsen voor. Op de Tjalklaan staat een rij schietwilgen (Salix alba ) die een hoogte kunnen bereiken van dertig meter. In ons polderland werd de wilg op twee meter hoogte afgehakt waardoor de bekende knotwilg ontstond. De reden dat ze op deze hoogte werden afgehakt had tot doel om te voorkomen dat het vee de jonge scheuten opat. De jonge twijgen werden o.a. gebruikt door de mandenmaker. Sinds de jaren zeventig komt er bij de oudere schietwilgen een ziekte voor die veroorzaakt wordt door de bacterie Erwinia salicis waardoor de takken binnen korte tijd afsterven. De knotwilgen die men tegenwoordig nog in onze polders ziet staan zijn over het algemeen van de kraakwilg (Salix fragilis ). De takken zijn nogal broos en breken gemakkelijk af vandaar de Latijnse naam fragilis wat broos betekent. Van de takken van de kraakwilg wordt houtskool gemaakt die zeer geliefd is bij tekenaar. Vroeger werd, in sommige streken, de twijgen gekookt om met de verkregen purperen kleurstof de paaseieren te verven. Verder werd salicyl gewonnen, zo heet de kleurstof, als middel tegen hoofdpijn. Tegenwoordig wordt deze stof synthetisch gemaakt. De Salix purpurea bevat zoveel van het vocht dat de bast bitter smaak en men hem daarom ook bitterwilg noemde. Door natuurbeschermers wordt tegenwoordig veel werk verricht om de knotwilg te behouden voor het Hollands landschap. Terug naar de Salix alba waarvan in Engeland een cultivar is gekweekt n.l. de Salix alba caerulea 'Calva" waarvan, van de stam, cricketbats worden gemaakt, hij wordt daarom ook wel cricket-bat willow genoemd. De beste bats komen, hoe gek het ook klinkt, van de vrouwelijke wilg. Men begint door jonge twijgen in de grond te steken en tijdens het groeien de zijtakken te verwijderen zodat men een rechte stam krijgt, zonder kwasten, van ongeveer acht meter lengte. Na 15 jaar wordt deze stam in stukken van 70 centimeter gezaagd en in de lengte gekloofd in driehoekige stukken waar de bats uit worden gesneden. In Nederland en in België zijn tien soorten wilgen te vinden maar nog vele meer bastaarden, te veel om op te noemen, maar een wil ik u niet onthouden zeker om dat hij ook bij ons in de wijk staat namelijk in de tuin van het Witte Dorphof en aan de Tjalklaan bij de Spaanseweg. (zie foto) Het gaat hier om de gele treurwilg Salix sepulcralis 'Chrysocoma' ook wel 'Tristis' genoemd een van de eerste wilgen die uit gaat lopen. Voor het eerst werd hij in 1815 in de Franse literatuur genoemd. Het is een hybride van de Salix alba en de Chinese treurwilg Salix Babylonica. In de bijbel wordt de wilg genoemd in Psalm137, vers 2: "Aan de wilgen aldaar (aan Babels stromen), hangen wij onze citers". Waarmee de Chinese treurwilg werd bedoeld maar het is, volgens de botanici, onwaarschijnlijk dat deze treurwilg al voor onze jaartelling al in Klein-Azie voorkwam. De Salix Babylonica groeide in die tijd in het midden en zuiden van China. Het is waarschijnlijk een vergissing en dat het een daar veel voorkomende populierensoort, de Populus Euphratica is geweest. De Chinese treurwilg komt in Europa overigens veel minder voor dan de gele treurwilg 'Chrysocoma'.

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Reageer op dit bericht

Japanse notenboom.

Bomen in onze wijk.

door Dolf Dijk.

 

Ginkgo biloba of Japanse notenboom.

 

Van de Ginkgo biloba staan er drie stuks tussen de Brigantijnstraat en de Doggerstraat langs de Hoekersingel. Hij is heel goed te herkennen aan het waaiervormig blad, dat leerachtig aanvoelt, met in het midden een inkeping. In de herfst kleurt dit blad prachtig geel.

Het is de enig overgebleven soort van zijn familie waarvan in steenkoollagen fossielen werden gevonden van 250 miljoen jaar oud dus al voordat de dinosauriërs op aarde rondliepen. Honderd miljoen jaar geleden begonnen ze uit te sterven en wij hebben het te danken aan de Chinezen dat ze er nog zijn want doordat ze deze boom als heilig zagen werd deze boom beschermd en om de vele tempels gepland. In het wild komt deze, 25 meter hoge boom, alleen nog voor in Oost China namelijk in een dal ten zuiden van de Yang-tse rivier waar hij in 1916 werd ontdekt door de Amerikaanse ontdekkingsreiziger Meijer. De Ginkgo biloba werd begin 18e eeuw ingevoerd vanuit China en Japan. Een exemplaar werd in 1730 in de botanisch tuin van Utrecht geplant. De bomen worden zeer oud getuige een boom die in 1762 in Kew Garden te Londen werd geplant en deze staat nog fier overeind.

De Ginkgo die we hier dus kennen zijn allen afstammelingen van de ‘tempelbomen’.

Het niet sterke hout is van geen enkele commerciële waarde. Tegenwoordig wordt uit de bladeren een extract gewonnen die je geestelijke vermogens zou verbeteren.

De bomen die langs straten of op pleinen staan zijn mannelijk omdat de vrouwelijke bomen vruchten voortbrengen, waarvan de eetbare zaden zeer voedzaam zijn, maar het vruchtvlees een zeer onaangename geur voortbrengt. Van de G.biloba zijn ongeveer 23 cultivars bekend o.a. de treurvorm G.biloba ‘Pendula’. Op het Arboretum Trompenburg staan nog de slanke G.biloba ‘Variegata’ die een groen/geel gestreept blad heeft en om en nabij 10 meter hoog wordt en de G.biloba ‘Tubifolia’ met een trechtervormig blad.

 

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Reageer op dit bericht

Es

Bomen in onze wijk.

door Dolf Dijk.

 

Fraxinus of es

Het geslacht Fraxinus bestaat uit zestig soorten waarvan ik er vier in onze wijk heb zien staan. De meest voorkomende is de gewone es (Fraxinus excelsior) waarvan er een rij staat langs de Tjalklaan staat ter hoogte van het Witte Dorp en een groep aan de Schiedamseweg Beneden. Ze bereiken een hoogte van ongeveer 40 meter. Bij het Witte Dorphof staan twee treurvormen van de es, namelijk de         F. excelsior 'Pendula' die in 1838 in Engeland werd ontdekt. Aan de noordzijde van de Franselaan staan een aantal enkelbladige essen F. excelsior 'Diversifolia', ook wel 'Monophylla' genoemd op de foto te zien. (Mono =enkel). Aan het eind van de achttiende eeuw werd hij al vermeld maar de herkomst van deze variëteit is nooit achterhaald. De naam zegt het al, de boom is in het bezit van een enkelvoudig blad terwijl de andere essen een geveerd blad hebben, wat inhoud dat een blad bestaat uit meerdere kleine blaadjes. De mannelijke en vrouwelijke bloemen van de es, die in maart hun purperen kleur laten zien, bloeien aan verschillende takken of aan aparte bomen wat goed te zien is bij enkele bomen voor het Witte Dorphof. De kleine bloempjes verschijnen voor de bladeren waarna in mei de enkel vleugelige zaden verschijnen die in trossen aan de boom hangen. Een van de mooiste essen is ongetwijfeld de Pluimes (F.ornus) ook wel Manna-es genoemd, waarvan ik er een heb zien staan aan de Hogenbanweg en er staan een zevental aan de Laanslootseweg achter de sportvelden. Uit deze boom wordt het Mannasap (een zeer zoete suiker) gewonnen waarvoor men vijf bomen nodig heeft om een kilo sap te kunnen aftappen. In de maanden mei en juni verschijnen de prachtige roomwitte pluimen. In de winter is de es goed te herkennen aan de zwarte knoppen, die zo kenmerkend is voor deze soort. Het hout van de es is wit tot crème van kleur en is erg gezocht voor allerlei doeleinden omdat het taai en sterk is. Er worden o.a. roeiriemen, stelen voor handgereedschap en ladders van gemaakt.

Tot slot wil ik niet onvermeld laten dat er op 7 April 2003 ter vervanging van de verwijderde populier, bij het voetbalveld aan de Barkastraat, een F. Exelcior 'Jaspidea' is geplant waarvan er ook al twee stuks staan langs de Prof.Poelslaan t.h.v. panden 56 en 58.

Deze es is vooral bekend door zijn mooie gele herfstbladeren.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Nieuws uit Oud Mathenesse

↑ Terug naar de berichten