Roeselare wordt reeds vermeld in 822 en was vanaf de 10e eeuw een belangrijke nijverheids- en handelsplaats, die in 1250 stadsrechten en privileges kreeg. Rond 1260 werd op de markt een belfort en halle gebouwd. Omdat er geen verdedigingswerken rond de stad waren opgetrokken, was de stad een gemakkelijk doelwit voor plunderaars. Om de veiligheid te garanderen richtte men in Roeselare al snel enkele schuttersgilden op. Die konden uiteraard weinig verrichten tegen oorlogsgeweld. In 1488 en 1492 werd de stad verwoest door het leger van Maximiliaan van Oostenrijk. Zo goed als alle vroegmiddeleeuwse bouwwerken waren met de grond gelijk gemaakt. De stad werd rond 1500 opnieuw opgebouwd, in een andere bouwstijl dan voorheen. Het centrum van Roeselare behoorde steeds tot de Heerlijkheid van Wijnendale en viel zo onder de heerschappij van het Hertogdom Kleef in de 15e en 16e eeuw en onder de Hertogen van Pfalz-Neuburg in de 17e en 18e eeuw. Enige tijd was er vrede in Roeselare, maar dit was slechts stilte voor de storm. Op 26 augustus 1566 trok de beeldenstorm door de stad. Verschillenden beelden uit de Sint-Michielskerk en uit de halle sneuvelden. Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog verdween de ooit bloeiende lakenindustrie volledig uit Roeselare en volgde een periode van economisch verval. Deze donkere periode kende echter een lichtpuntje: in Venetië componeerde Roeselarenaar Adriaen Willaert als eerste meerstemmige muziek. In 1609 werd het Twaalfjarig Bestand afgeroepen. Roeselare herrees, maar niet voor lang, want vanaf 1640 begon de oorlog opnieuw. Door de vrede van Nijmegen in 1678 werd Roeselare een deel van Frankrijk en zo ook een grensstad, met alle gevolgen van dien. Roeselare werd een beruchte smokkelroute. De stadskas was leeg en er was dus geen geld om het belfort en de halle te herstellen. Dit had tot gevolg dat op 30 oktober 1704 het belfort instortte. In zijn val vernielde de toren het grootste deel van de halle zelf. Met het puin werd een nieuwe, kleinere opgetrokken, die jammer genoeg afbrandde in 1749. De kelders van het vroegere belfort bevinden zich nog steeds onder het marktplein. Ondanks de vele verwoestingen en rampen die Roeselare tijdens haar geschiedenis gekend heeft, bleef de Sint-Michielskerk in redelijk goede staat. Toch is de toren als gevolg van een hevige storm op 19 januari 1735 ingestort. De toren werd herbouwd; enkele tientallen meters korter. (De drie grote rampen verklaren grotendeels, dat de kerk drie bouwstijlen kent.) Rond 1770 werd het stadhuis in rococostijl gebouwd. Na de slag bij Waterloo werd Roeselare bij Nederland gevoegd, tot de onafhankelijkheid van België. De onafhankelijkheid bracht ook armoede mee. Gelukkig verbeterde de situatie aanzienlijk na de aanleg van de spoorweg Kortrijk-Brugge (1838) en na de uitvinding van de stoommachine. Van 1862 tot 1872 werd het kanaal naar de Leie gegraven. Ook dit zorgde voor een heropleving van de economie. Nadat het kanaal gegraven was werden aanlegsteigers gebouwd en groeide de industrie in Roeselare, wat tot een bevolkingstoename leidde. Roeselare stond bekend als het Manchester van België. Op 28 juli 1875 vond de "Groote Stooringe" plaats, een studentenopstand tegen het gebruik van Frans in het onderwijs, die geleid werd door Albrecht Rodenbach. Rodenbach stichtte tal van studentenverenigingen en was tevens schrijver. (De Groote Stooringe is sinds enkele jaren een cultureel feest in Roeselare.) Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de stad veel te lijden van het geallieerde artillerievuur. De stad werd heropgebouwd, maar was pas volledig klaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. De stad heeft niet veel geleden onder de Tweede Wereldoorlog en werd door de Polen bevrijd. Getuige hiervan is de benaming van het Polenplein (voordien de Houtmarkt) en de gedenkstenen voor de gesneuvelde Poolse soldaten. Rond de jaren zestig werd de REO groenten- en fruitveiling in gebruik genomen. Deze is vandaag nog de grootste groenten- en fruitveiling van Vlaanderen. De huidige gemeente Roeselare ontstond in 1977 door samenvoeging van Roeselare, Beveren, Oekene en Rumbeke.
Naamgeving
De naam Roeselare heeft in de loop der tijden talrijke spellingvarianten gekend. Vooral het eerste deel van de naam is veelvuldig gewijzigd. Tot het einde van de 11e eeuw vindt men haast altijd "Ros". Daarna wordt de "o" gaandeweg en tenslotte definitief vervangen door de "oe"-klank. Aanvankelijk en korte tijd nog als "u" geschreven maar daarna "oe" tot omstreeks het einde van de 15e eeuw. Onder invloed van het Frans (Roulers) wordt de oe-klank vanaf dan als "ou" geschreven. Pas sinds 1937, toen de moderne plaatsnamenspelling werd aangenomen, greep men terug naar de "oe" en werd Roeselare de officiële naam. In tegenstelling tot wat veelal gedacht wordt is de schrijfwijze Roeselare (teruggevonden in documenten van de periode 1302-1520) dus veel ouder dan bijvoorbeeld Roussellaere (16e eeuw en later). De betekenis van de naam is in de loop der eeuwen fel omstreden. De nieuwste linguïstische bevindingen geven volgende uitleg: "Roes" betekent "riet" en zou terug te leiden zijn op de Gotische wortel "raus" (=riet). Afgaande op de oudste vormen die van "laar" bekend zijn, gaat dit woord terug op het Germaanse "hlaeris", waarmee een open plaats in het bos wordt aangeduid. Deze taalkundige bevindingen worden bevestigd door de ligging van Roeselare. In de vroegste tijden lag Roeselare helemaal in het Vlaamse Woud – tientallen bostoponiemen herinneren daar nog aan. Een daarin liggend laar, dus een open plaats, was de beginkern van het huidige Roeselare. Gelet op het feit dat een tiental waterlopen in het Roeselaarse "laar" samenvloeien, vermoedt men dat dit een drassig en moerasachtig gebied geweest is. Vandaar komt het element Roes, wat dus riet betekent, een plant die op vochtige plaatsen gedijt. Samengevat kan men Roeselare dus definiëren als Roes + laar, een drassige, met riet begroeide open plaats in een bos.
Kernen
Naast het centrum van Roeselare zelf telt de gemeente nog de deelgemeenten Beveren, Oekene en Rumbeke. De kernen Beveren en Rumbeke zijn door nieuwe bebouwing en bedrijventerreinen vergroeid geraakt met het stadscentrum van Roeselare. De kleine kern van Oekene ligt op de grens van het landelijke open gebied ten zuiden van de stad en de verstedelijking bij Rumbeke. De agglomeratie van de stad strekt zich langs het kanaal Roeselare-Leie uit tot bijna de agglomeratie van de nabijgelegen kleinere stad Izegem. In de gemeente Roeselare liggen nog enkele kleinere gehuchten. Op het grondgebied Rumbeke ligt langs de steenweg naar Menen (N32) op minder dan een kilometer ten zuiden van het stadscentrum het gehucht Zilverberg. Het dorpje Beitem ligt ongeveer drie kilometer meer zuidelijker langs dezelfde weg. De stad zelf telt verscheidene katholieke parochies, namelijk Sint-Michiel, Sint-Amand, Heilig-Hart, Sint-Jozef, Heilige-Godelieve en Onze-Lieve-Vrouw en er is een protestantse kerk.
Bron: Website stad Roeselare
De gemeente Roeselare grenst aan de volgende gemeenten en dorpen :
a. Oostnieuwkerke (gemeente Staden)
b. Hooglede (gemeente Hooglede)
c. Gits (gemeente Hooglede)
d. Lichtervelde (gemeente Lichtervelde)
e. Koolskamp (gemeente Ardooie)
f. Ardooie, met gehucht Tasse (gemeente Ardooie)
g. Kachtem (stad Izegem)
h. Izegem (stad Izegem)
i. Sint-Eloois-Winkel (gemeente Ledegem)
j. Rollegem-Kapelle (gemeente Ledegem)
k. Ledegem (gemeente Ledegem)
l. Moorslede (gemeente Moorslede)
m. Passendale (gemeente Zonnbeke)
|
Kaart:
 |
Roeselare, deelgemeenten en buurgemeenten. De gele gebieden zijn bebouwde kernen.
Toerisme en bezienswaardigheden
Monumenten
Beeld van Hugo Verriest voor de Post.
*De
Sint-Michielskerk is de
decanale kerk. Het is een
laatgotische kerk uit 1504.
*De Sint-Amandskerk is een
neoromaanse kerk uit 1869-1872, hoofdzakelijk in baksteen opgetrokken.
*Het
stadhuis bestaat uit twee delen. Het oude deel dateert in uit 1770-71 en is gedeeltelijk in
rococostijl opgetrokken. In 1924 werd een modern gedeelte toegevoegd, met op de hoek een
belforttoren. Onder de Grote Markt liggen de resten van de stadshallen en het oorspronkelijke belfort (bouwjaar: ca 1260). Dit stortte op 30 oktober 1704 in en werd slechts een tiental jaren geleden opnieuw ontdekt bij de heraanleg van de Grote Markt.
*Het
Klein Seminarie is een gebouwencomplex met delen van de 17de tot 20ste eeuw. Het was oorspronkelijk een
klooster. In 1806 kwam er de schoolinstelling Klein Seminarie, waar
Albrecht Rodenbach school liep en waar ooit
Guido Gezelle en
Hugo Verriest doceerden. De bijhorende kerk werd in de eerste helft van de 18de eeuw gebouwd.
*Het klooster van de
Arme Klaren werd gesticht in 1867. Rond 1871 werd er ook een kerkje bij gebouwd.
*In 1868-1871 bouwden de Paters
Redemptoristen een klooster, met in 1872-1874 een
neogotische kerk, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand.
*De parochiekerk van het Heilige Hart is een kerk uit 1933. Het is een relatief moderne kerk met
art deco kenmerken, die werd gebouwd toen bij zuidelijke stadsuitbreiding een afzonderlijke Heilige Hartparochie werd opgericht.
*De
protestantse kerk, ook wel "Geuzentempel" genoemd, is een klein kerkje uit 1877.
*De Brouwerij Rodenbach
Net buiten het stadscentrum, in de deelgemeente Rumbeke, ligt het
Kasteel van Rumbeke op het Domein "Sterrebos".
|
|
|
Belforttoren en modern deel stadhuis |
Kerk van klooster van de Arme Klaren |
Kerk van het klooster van de Redemptoristen
|
|
|
|
Musea
Het WielermuseumRoeselare telt enkele musea, zoals het
Wielermuseum, gelegen in het oude brandweerarsenaal, uniek in
Vlaanderen waarmee grootse plannen bestaan. Het
museum Alfons Blomme kenmerkt zich vooral door talrijke boeiende tijdelijke exposities. Daarnaast zijn er nog het
computermuseum en het
klokkentorenmuseum.
Groene ruimte
Grote BassinDe vrij schaarse groene longen vindt men in het "Sterrebos" en
natuurreservaat de "Kleiputten". In het stadscentrum vormt de "Grote Bassin" met daar rond het stadspark een groene long. Het bassin is uitgegraven in de bedding van de
Mandel. De "Kleine Bassin" iets meer oostwaarts is in de bedding van de Sint-Amandsbeek gegraven. Tijdens de zomermaanden zijn er in het Sint-Sebastiaanspark, beter gekend als het Geitepark, de parkconcerten. Het concept "
tuinwoonwijk" ontstond begin vorige eeuw in de streek van Roeselare.
Winkelen
Voor de toeristische uitstraling van de stad, is het winkeltoerisme een belangrijke component. De
Ooststraat is hierbij de bekendste winkelstraat van de stad. Belangrijke jaarlijkse evenementen voor het winkelen zijn ook de batjes, de Winkelnacht, de Internationale Week in het teken van een bepaald land, de kermissen, kerst-/eindejaarsshopping, straathappenings zoals deze van de Meensesteenweg en De Westlaanpromenade, enz. Veel feestelijkheden zoals carnaval en de "Groote Stooringe" zetten de ganse stad in beweging en gaan ruimschoots verder dan het puur commerciële aspect. De wekelijkse dinsdagmarkt (voormiddag) is een traditie in Roeselare en wordt georganiseerd op de Grote Markt, de Botermarkt en het Polenplein. Deze drie locaties zijn met elkaar verbonden door verkeersluwe doorgangen. Op 1 mei is er 's namiddags markt en animatie en de dinsdag na pinkstermaandag is er de ganse dag Sinksenmarkt met entertainment. Het Vlaamse karakter van Roeselare dat onder meer gegroeid is vanuit de figuur van
Rodenbach wordt in het kader van 11 juli (Vlaamse feestdag) in de verf gezet met een aangepast programma voor jong en oud.
Economie
Roeselare vervult in
West-Vlaanderen een functie als inkoopstad en de stad tracht naar buiten te treden als het bruisende hart van de provincie. Het centrum telt enkele winkelstraten (
Ooststraat, Noordstraat, Sint-Amandsstraat, Manestraat, Wallenstraat, Zuidstraat en zijarmen, alle rond de Grote Markt, het Polenplein, de Botermarkt en het De Coninckplein. Daarenboven is er de Ardooisesteenweg nabij het station.) met in hoofdzaak talrijke mooie kleinhandelszaken, gezellige cafeetjes en enkele restaurants die tijdens de weekends allemaal vele kooplustigen en toeristen lokken. Langsheen de zogenaamde Kleine Ring of Binnenring (Noordlaan/Westlaan,...) die op middellange termijn wordt (her)ingericht als een heuse stadsboulevard met vrije busbanen en tal van haltes, alsook langs diverse invalswegen b.v. Brugsesteenweg zijn vestigingen van grote winkelketens gesitueerd. Op
Schiervelde langsheen de Grote Ring zijn sinds jaar en dag de
Expohallen gevestigd waar geregeld beurzen plaatsvinden zoals de
Jaarbeurs, de Bouwbeurs, Agro Expo en Roslar Expo. Ze zijn (een beetje) een barometer voor de economie in de regio. Het Roeselaarse
medialandschap wordt in belangrijke mate gekleurd door de Regionale Televisiezender
WTV-Focus die er een uitvalsbasis en ankerplaats heeft. Ook de
Roularta Media Group is in de stad gevestigd. Verschillende bedrijven uit diverse sectoren, met name bijvoorbeeld de voedingsnijverheid (
Soubry) en het lichtdesign, brengen veel jobs voor de streek met zich mee. Dankzij sterke marktspelers in deze branches, leeft in Roeselare het idee om op termijn te starten met een Huis over Voeding en de stad te gaan profileren als dé Vlaamse lichtstad. Bijzonder dienstbare mensen kunnen in Roeselare meedingen naar de fel gegeerde Roeselare Awards. De belangrijkste bedrijvenzones of industrieterreinen zijn gelegen ten Noorden van Roeselare-stad in de deelgemeente
Beveren en aan de oostrand rond het
Kanaal Roeselare-Leie, het
Mandeldal.
Vervoer en verkeer
Roeselare heeft een centrale ligging langs de belangrijkste noord-zuidassen door de provincie. De autosnelweg
A17/E403 loopt langs de stad, en heeft er drie afritten voor Roeselare. Parallel loopt de steenweg Brugge-Torhout-Roeselare-Menen (
N32 die dateert uit de
Oostenrijkse tijd. De Westlaan, een halve klein ringweg in het stadscentrum, leidt deze weg rond de historische kern van de stad. Een recentere ringweg
R32 leidt het verkeer omheen het volledig stadscentrum en sluit ook aan op de snelweg A17. De stad heeft een
NMBS-station met 3 sporen op de lijn
Brugge-Kortrijk en heeft om het half uur een verbinding met beide steden. Aan het treinstation bevindt zich ook een
busstation met 8 perrons. Het destijds moderne station met verhoogde spoorwegberm werd gebouwd vanaf 1976 (voltooiing in 1979) ter vervanging van een viertal overwegen. Eind 2007 besliste de stad Roeselare, de NMBS-holding,
Infrabel en
De Lijn samen 35 miljoen euro te investeren teneinde het station en de buurt tegen 2012 te moderniseren.
Sport en vrije tijd
Sinds
1910 domineerden twee clubs het Roeselaarse
voetballeven: Sportvereniging Roeselare (na de
Eerste Wereldoorlog bekend als
SK Roeselare) en
Football Club Roeselare (FC). In
1999 fuseerden beide clubs en sinds
2005 speelt de fusieploeg
KSV Roeselare voor het eerst in de
hoogste nationale voetbalklasse. De wijk
Krottegem kent een eigen voetbalcultuur waarvan het in
2000 heropgerichte
Club Roeselare een voorbeeld is.
Knack Randstad Roeselare is een Europese topclub in het
volleybal. De volleybalclub ontstond als schoolploeg op de speelplaats van de Roeselaarse Broederschool in september 1964. Van schoolploeg evolueerde de volleybalploeg snel tot een Belgische en Europese topclub. De stad heeft een vernieuwd Stedelijk Zwembad, dat werd omgedoopt tot het "Spillebad". Er zijn sportgelegenheden opgericht in de deelgemeenten
Beveren, Rumbeke en in Roeselare zelf (zoals het Schiervelde Stadion, de thuishaven van KSV Roeselare). Rond
2000 werd op deze laatste locatie tevens een nieuw, eigentijds complex opgericht waarin topvolleybalclub Knack Roeselare speelt en onder meer ook muziekoptredens doorgaan. Er is verder nog een basketbalclub met de naam BBC Wytewa. Deze club heeft in
2007 zijn 50-jarig bestaan gevierd.
Cultuur en onderwijs
Binnen enkele jaren zal er wellicht een gloednieuw kennis- en leercentrum met bibliotheek in het stadscentrum gevestigd zijn. Verder zijn er de Stedelijke
Academie voor Muziek en Woord “
Adriaen Willaert”, de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten (S.A.S.K.) en het
Cultureel Centrum "De Spil". De stad telt een groot aantal scholen van verschillende signatuur (het vrije Katholieke net (ARKORUM), het stadsonderwijs en het gemeenschapsonderwijs), vooral kleuter/lager en middelbaar en daarnaast enkele scholen voor kinderen met leermoeilijkheden. Het aantal studenten hoger onderwijs, dat onder meer kiest voor verpleging of milieu- en dierenzorg, groeit sinds enkele jaren zodat het aanbod studentenkamers wordt uitgebreid. Het
Jeugdcentrum "Diezie" en het (vernieuwde) Kerelsplein, moeten trefpunten voor jongeren vormen. De stad telt eveneens een groot aantal muziekverenigingen, onder andere de
Koninklijke Harmonie "Het Gildemuziek", Roeselare.Diensten
Roeselare heeft reeds lange tijd twee grote
ziekenhuizen elk met hun eigen sterktes en specialisaties, namelijk het
Stedelijk Ziekenhuis (openbaar bestuur) en het
Heilig-Hart Ziekenhuis (privaat bestuur). Deze laatste instelling is rond de millenniumwisseling gefusioneerd met het
Menense ziekenhuis en plant een indrukwekkende nieuwbouw nabij de
A17/E403-autosnelweg. De gebouwen die dan zullen vrijkomen, worden wellicht grotendeels ingericht als
bejaardenhomes ter aanvulling van het vrij grote aanbod RVT's/WZC's met
dagverzorgingscentra dat er nu reeds is. De vraag is echter bijzonder groot met de snelle vergrijzing van de bevolking. In Roeselare wordt het infoblad "Rechtstreeks" verspreid dat het stadsbeleid toelicht. Er is ook het blad "Uit" dat vermeldt welke sociaal-culturele activiteiten in een bepaalde periode plaatsvinden.
Politiek
Roeselare is sinds lange tijd een CVP/CD&V-bastion. Hierdoor is vaak een behoudsgezind beleid gevoerd. In de periode 1995-2006, toen de VLD in coalitie stapte, werd dit nog versterkt. Na de
verkiezingen van 8 oktober 2006 ontstond een akkoord tussen CD&V en
SP.A-Vl.Pro om een
coalitie te vormen die vanaf
2007 Roeselare zal besturen. In 2005 was er het afscheid van burgemeester Daniël Denys (CD&V) die er meerdere ambtstermijnen had opzitten en werd vervangen door een partijgenoot,
Luc Martens (CD&V).
Burgemeesters van Roeselare
| Naam |
Leven |
Regeerperiode |
Duur mandaat |
leeftijd bij aanvang mandaat |
| De Brouckere, Karel |
1797-1850 |
1830-1846 |
16 |
33 |
| Vermander, Jacob |
1774-1852 |
1847-1852 |
5 |
73 |
| Spillebout, Mansueet |
1777-1860 |
1852-1860 |
8 |
74 |
| Dubois, Constant |
1796-1870 |
1860-1870 |
9 |
64 |
| Mahieu-Carpentier, Jan |
1813-1886 |
1870-1886 |
16 |
57 |
| Spillebout, Hippoliet |
1835-1912 |
1886-1907 |
21 |
51 |
| Mahieu Liebaert, Jan |
1874-1947 |
1908-1946 |
38 |
34 |
| De Nolf, Jozef |
1890-1979 |
1947-1965 |
18 |
57 |
| De Man, Robert |
1900-1978 |
1965-1976 |
12 |
65 |
| Biesbrouck, Albert |
1917-1981 |
1976-1981 |
4 |
59 |
| Denys, Daniël |
1938- |
1981-2005 |
24 |
43 |
| Martens, Luc |
1946- |
2005- |
- |
59 |
Coalities
Voor 1964: Altijd
CVP, (Voor WO II:
katholieke partij)
1965-1970: CVP-
BSP
1971-1976: CVP-BSP
1977-1982: CVP
1983-1988: CVP-
VU 1989-1994: CVP-VU
1995-2000:
VCV (=CVP+VU)-
VLD 2001-2006:
CD&V-VLD
2007-....: CD&V-
SP.A-
Vl.Pro Trivia
Roeselare is bevriend met het plaatsje
Trulben in
Duitsland. Een echte verbroedering kan je het niet noemen daar er slechts jaarlijks 1 delegatie voor een weekend naar Roeselare komt en omgekeerd. Het enige zichtbare symbool van de verbroedering is de Duitse richtingaanwijzer naar Trulben met de afstand in kilometers. Dit bord bevindt zich aan de Bruanebrug langs het
kanaal Roeselare-Leie.
Enkele bekende Roeselarenaars
Karel Callebert: priester en schrijver
Frederik Deburghgraeve: olympisch zwemkampioen (1996)
Guido Decraemer (1827-1867): Vlaams Priester-Dichter
Dirk Denoyelle: cabaretier
Guido Gezelle: dichter
Albrecht Rodenbach: dichter en vrijheidstrijder voor Vlaanderen
Patrick Sercu: wielrenner
Adriaen Willaert: componist Steven Degryse of Lectrr: cartoonist
Yves Vanderhaeghe: voetballer
Alfons Blomme: kunstschilder
Odiel Defraeye: wielrenner
Machteld Ramout: actrice
Joseph Van Den Berghe: dichter
Julius Lagae: beeldhouwer
Carll Cneut: illustrator
Jean-Pierre Monseré: wielrenner, wereldkampioen
Martine Jonckheere: actrice
Luc Martens: politicus, Vlaams minister (1995-1999)