NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Foto
E-mail mij

Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

            Romenu          

Romenu is een blog over gedichten, literatuur en kunst Maar Romenu is ook een professionele freelance vertaler
Du-Ne en Ne-Du
http://www.roumen-vertalingen.nl/

Blog als favoriet !
   Romenu op Twitter       

Follow Romenu on Twitter
          Google          

Mijn favorieten
  • Buddenbrookhaus
  • Thomas Mann
  • Hans Warren
  • Paul Celan
  • Georg Trakl
  • Roumen Vertalingen
  • In Letterland
  • Frédéric Leroy
  • Romenu I
  • Yang
    Foto
    Georg Trakl    

    Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in het conducteurshuis aan de Waagplatz 2 in Salzburg geboren. Zijn vader, Tobias Trakl, was een handelaar in ijzerwaren en zijn moeder, die ook psychische problemen had, was Maria Catharina Trakl, (meisjesnaam Halik). Voorts had hij nog drie broers en drie zussen. Margarethe (doorgaans Grethe genoemd) stond hem het naast, zelfs zodanig dat sommigen een incestueuze verhouding vermoeden. Zijn jeugd bracht hij door in Salzburg. Vervolgens bezocht hij van 1897 tot 1905 het humanistische gymnasium. Om toch een academische opleiding te kunnen volgen, werkte hij tot 1908 in de praktijk bij een apotheker. Sommigen vermoedden dat hij dit vooral deed om zichzelf opiaten te kunnen verschaffen. Bij het uitbreken van WO I werd Trakl als medicus naar het front in Galicië (heden ten dage in Oekraïne en Polen) gestuurd. Zijn gemoedsschommelingen leidden tot geregelde uitbraken van depressie, die verergerd werden door de afschuw die hij voelde voor de verzorging van de ernstig verwonde soldaten. De spanning en druk dreven hem ertoe een suïcidepoging te ondernemen, welke zijn kameraden nochtans verhinderden. Hij werd in een militair ziekenhuis opgenomen in Kraków, alwaar hij onder strikt toezicht geplaatst werd.Trakl verzonk daar in nog zwaardere depressies en schreef Ficker om advies. Ficker overtuigde hem ervan dat hij contact moest opnemen met Wittgenstein, die inderdaad op weg ging na Trakls bericht te hebben ontvangen. Op 4 november 1914, drie dagen voordat Wittgenstein aan zou komen, overleed hij echter aan een overdosis cocaïne
    Foto
    Paul Celan   

    Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Paul Celans ouders waren Duitssprekende joden die hun zoon joods opvoedden en hem naar Duitse christelijke scholen stuurden. In 1942 werden Celans ouders door de Duitse bezetter naar een werkkamp gedeporteerd en daar vermoord. Hijzelf wist aanvankelijk onder te duiken, maar moest vanaf juli 1942 in een werkkamp dwangarbeid verrichten. Celan overleefde de oorlog. Via Boekarest en Wenen vestigde Celan zich in 1948 in Parijs. Daar was hij werkzaam als dichter, vertaler en doceerde hij aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure. Vermoedelijk op 20 april 1970 beëindigde hij zijn leven zelf door in de Seine te springen.

    Gerard Reve   

    Gerard Reve over: Medearbeiders ”God is in de mensen, de dieren, de planten en alle dingen - in de schepping, die verlost moet worden of waaruit God verlost moet worden, door onze arbeid, aangezien wij medearbeiders van God zijn.” Openbaring ”Tja, waar berust elk godsbegrip op, elke vorm van religie? Op een openbaring, dat wil zeggen op een psychische ervaring van zulk een dwingende en onverbiddelijke kracht, dat de betrokkene het gevoel heeft, niet dat hij een gedachte of een visioen heeft, maar dat een gedachte gedachte of visioen hem bezit en overweldigt.”

    Foto
    Foto
    Simon Vestdijk   

    Simon Vestdijk (Harlingen, 17 oktober 1898 – Utrecht, 23 maart 1971) was een Nederlands romancier, dichter, essayist en vertaler. Zijn jeugd te Harlingen en Leeuwarden beschreef hij later in de Anton Wachter-cyclus. Van jongs af aan logeerde hij regelmatig bij zijn grootouders in Amsterdam, waar hij zich in 1917 aan de Universiteit van Amsterdam inschrijft als student in de medicijnen. Tijdens zijn studie die van 1917 tot 1927 duurde, leerde hij Jan Slauerhoff kennen.Tot 1932 is hij als arts in praktijken door heel Nederland werkzaam. In 1932 volgt zijn officiële schrijversdebuut met de uitgave van de bundel Verzen in De Vrije Bladen. Doorslaggevend voor Vestdijks uiteindelijke keuze voor de literatuur is zijn ontmoeting in 1932 met Eddy Du Perron en Menno ter Braak. Deze ontmoeting had tot resultaat dat hij redactielid werd van het tijdschrift Forum Kort daarop, in 1933, wordt zijn eerste novelle, De oubliette, uitgegeven. In hetzelfde jaar schrijft hij Kind tussen vier vrouwen, dat, eerst geweigerd door de uitgever, later de basis zal vormen voor de eerste drie delen van de Anton Wachter-romans. In 1951 ontvangt Vestdijk de P.C. Hooftprijs voor zijn in 1947 verschenen roman De vuuraanbidders. In 1957 wordt hij voor het eerst door het PEN-centrum voor Nederland voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Literatuur, die hij echter nooit zal krijgen. Op 20 maart 1971 wordt hem de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, maar voor hij deze kan ontvangen overlijdt hij op 23 maart te Utrecht op 72-jarige leeftijd. Vestdijk was auteur van ca. 200 boeken. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem 'de man die sneller schrijft dan God kan lezen'. Andere belangrijke boeken van Simon Vestdijk zijn: "Kind van stad en land" (1936), "Meneer Visser's hellevaart" (1936), "Ierse nachten" (1946), "De toekomst de religie" (1947), "Pastorale 1943" (1948), "De koperen tuin" (1950), "Ivoren wachters" (1951), "Essays in duodecimo" (1952) en "Het genadeschot" (1964).
    Foto
    K.P. Kavafis   

    K.P. Kavafis werd als kind van Griekse ouders, afkomstig uit Konstantinopel, geboren in 1863 in Alexandrië (tot vandaag een Griekse enclave) waar hij ook het grootste deel van zijn leven woonde en werkte. Twee jaar na de dood van zijn vader verhuist het gezin in 1872 naar Engeland om na een verblijf van vijf jaar naar Alexandrië terug te keren. Vanwege ongeregeldheden in Egypte vlucht het gezin in 1882 naar Konstantinopel, om na drie jaar opnieuw naar Alexandrië terug te gaan. In de jaren die volgen maakt Kavafis reizen naar Parijs, Londen en in 1901 zijn eerste reis naar Griekenland, in latere jaren gevolgd door nog enkele bezoeken. Op de dag van zijn zeventigste verjaardag, in 1933 sterft Kavafis in Alexandrië. De roem kwam voor Kavafis pas na zijn dood, dus postuum. Deels is dat toe te schrijven aan zijn eigen handelswijze. Hij was uiterst terughoudend met de publicatie van zijn gedichten, liet af en toe een enkel gedicht afdrukken in een literair tijdschrift, gaf in eigen beheer enkele bundels met een stuk of twintig gedichten uit en het merendeel van zijn poëzie schonk hij op losse bladen aan zijn beste vrienden.
    Foto
    Thomas Mann    


    Thomas Mann, de jongere broer van Heinrich Mann, werd geboren op 6 juni 1875 in Lübeck. Hij was de tweede zoon van de graankoopman Thomas Johann Heinrich Mann welke later één van de senatoren van Lübreck werd. Zijn moeder Julia (geboren da Silva-Bruhns) was Duits-Braziliaans van Portugees Kreoolse afkomst. In 1894 debuteerde Thomas Mann met de novelle "Gefallen". Toen Thomas Mann met 21 jaar eindelijk volwassen was en hem dus geld van zijn vaders erfenis toestond - hij kreeg ongeveer 160 tot 180 goldmark per jaar - besloot hij dat hij genoeg had van al die scholen en instituties en werd onafhankelijk schrijver. Kenmerkend voor zijn stijl zijn de ironie, de fenomenale taalbeheersing en de minutieuze detailschildering. Manns reputatie in Duitsland was sterk wisselend. Met zijn eerste roman, Buddenbrooks (1901), had hij een enorm succes, maar door zijn sceptische houding tegenover Duitsland na de Eerste Wereldoorlog veranderde dit volledig. Stelde hij zich tot aan de jaren twintig apolitiek op (Betrachtungen eines Unpolitischen, 1918), meer en meer raakte hij bij het Politiek gebeuren betrokken. Zijn afkeer van het nationaal socialisme groeide, zijn waarschuwingen werden veelvuldiger en heftiger. In 1944 accepteerde hij het Amerikaanse staatsburgerschap. Tussen 1943 en 1947 schreef Mann Doktor Faustus (zie Faust), de roman van de 'Duitse ziel' in de gecamoufleerd geschilderde omstandigheden van de 20ste eeuw. In 1947 bezocht hij voor het eerst sinds de Oorlog Europa, twee jaar later pas Duitsland. In 1952 vertrok hij naar Zwitserland. Op 12 augustus 1955 stierf hij in Zürich. Twintig jaar na zijn dood, in aug. 1975, is zijn literaire nalatenschap geopend: dagboekaantekeningen van 15 maart 1933 tot 29 juli 1955, alsmede notities uit de jaren 1918 tot en met 1921.Belangrijke werken zijn: Der Zauberberg, Der Tod in Venedig, Dokter Faustus , Joseph und seine Brüder en Die Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
    Foto
     Rainer Maria Rilke   

    Rilke werd op 4 december 1875 geboren in Praag. Hij had al naam gemaakt als dichter met zijn bundels Das Stundenbuch en Das Buch der Bilder, toen hij de literaire wereld versteld deed staan en wereldfaam verwierf met de publicatie van zijn twee delen Neue Gedichte in 1907 en 1908. Hij verzamelde daarin het beste werk uit een van zijn vruchtbaarste periodes, die hij grotendeels doorbracht in Parijs. Rilke was daar diep onder de indruk gekomen van Rodin, bij wie hij een tijdlang in dienst was als particulier secretaris. Rodin, zei hij later, had hem leren kijken. Dit kijken kwam neer op intense concentratie, om het mysterie te kunnen zien ‘achter de schijnbare werkelijkheid'. Latere en rijpere werken als Duineser Elegien (1912-1923) en het ronduit schitterende Die Sonette an Orfeus (1924) illustreren Rilkes metafysische visie op het onzegbare, dat haar verwoording vindt in een hermetische muzikale taal. Op 29 december 1926 overlijdt Rilke in het sanatorium in Val-Mont aan de gevolgen van leukemie. Enkele dagen later wordt hij, overeenkomstig zijn wens, begraven op het kerkhof van Raron.
    * * * * * * * * * * * * *  * * *   
    Romenu
    Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
    15-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal

    De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook alle tags voor Lucebert op dit blog.

     

    Wambos

    Van rozenhout en snijkunst
    nog geuren en kraken de treurige tuinen
    de tijd een teng van molm en zweet
    beeft murmelt en prevelt

    nu leeft en nu zaait sneltastend
    stenen vuur met al zijn hoornen
    vrouwelijk en manlijk opwaarts
    wankelende goed en kwaad gewillig
    gaat hij tussen onverschillig alle
    wateren der rust

    zeggen kunnen vanuit hun nesten
    de poppen ik heb dorst & honger
    vorstelijk verschijnt de vader
    van zijn arbeidsveld nog stoffig
    er is bidden en beginnen
    en amen en opstaan
    maar niet gaan samen ja en nee en niet
    de honger baart het lam een lamzak

    zo zie toe hoe
    vroom vogels de lucht versnijden
    een vlees van geest van zout
    ook dat ootmoedig en onmachtig
    het hart aan huilen hangt
    als een trap aan een dak

     

     

    Stereographie

    Naar stad en land van geluk
    Zullen wij samen gaan
    Niet hier en naast elkaar
    Maar hier en daar
    En ieder afzonderlijk

    Op vuil water voetstappen
    Zijn onze handelingen
    En onze vrolijkheid is
    Een gevangenis vlammende

    Maar ver van elkaar in de ruimte
    Is de ruimte een tweesnijdend mes
    Zijn rechterdaad is sterven
    Zijn linkerdaad is de dood.

     

     

    Teken en tijd

    Streng en eenvoudig spreken
    met de streng gelovige aarde
    de zwaarte voedt het zwevende
    in de danser die eens het vallen aanvaardde

    en wat is gegeven als teken
    de berg de rivier en de afgrond
    zorg dat de adem dit opvat
    en het bloed in het lichaam het afrondt

    ook al dragen zonen uw naam
    naar het steeds betere land
    gij wijst de weg waar te gaan
    want gij zijt Absoloms hand

     

     
    Lucebert (15 september 1924 – 10 mei 1994)

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

     

    Nog

    Dichten doe ik nog, maar als in droom,
    In een droom waarover 't voorgevoel
    Van te ontwaken in een werklijkheid
    Die geladen is met ramp op ramp
    Hangt als een zwaar onontkoombaar onweer
    Dat in laatste stilt zijn donder uitbroedt
    Over 'n lieflijk maar al rottend landschap.
    Tussen zwammenwoekring bloeien bloemen,
    Pluimen rijzen uit vergrauwde grassen,
    Maar de meren spieglen vuile wolken
    En het bos kromt al zijn volle kronen.

    En ikzelf loop in mijn droom, dat landschap,
    Eerst nog vergezeld, dan plotseling eenzaam,
    Tegelijk loer ik van achter stammen
    Om mijzelf van schrik te doen ontwaken
    Maar ik ben verlamd - ik wil gaan roepen
    Dat het onweer komt en de verwoesting
    En daarna de doodlijke verdorring!

    En ik roep, maar angst versmoort mijn kreet.
    Ook 't geluid is hier gestorven?

    Hoor

    Als een beek, onder toelopend rotsdak,
    Die zo snel stroomt dat zij niet kan spieglen
    De bedreiging die erboven hangt,
    Ruist het dwars door 't droomland, van verbazing,
    Dat ik dood voorzie en door moet dichten
    En de beek, ontsprongen uit die bron,
    Roept met stroomversnelling, stemverheffing,
    Maar zo diep dat 'k niet kan onderscheiden
    Of 't is van verontwaardiging of toejuiching:

    ‘Dichten doe je nog?’

     

     

    Ultra Mare

    Hier is de wereld niets dan waaiend schuim,
    De laatste rotsen zijn bedolven
    Na de verwekking uit de golven,
    Die breken, stuivend in het ruim.

    Het laatste schip wordt weerloos voortgesmeten,
    Het zwerk is ingezonken en asgrauw.
    Zal ik nu eindelijk, vergaan, vergeten,
    Verlost zijn van verlangen en berouw?

     

     

    Outcast

    ’t Breed grauw gelaat van de Afrikaanse kust,
    Na eeuwen van een ondoorgrondelijk wee
    Gekomen tot een onaantastbre rust,
    Staart steil terneer op de gekwelde zee.

    Ons blijft ’t verneedrend smachten naar de ree.
    Geen oceaan heeft onze drift geblust,
    En niets op aard, ook zwerven niet, geeft rust,
    En de enige toevlucht de prostituee.

    Bij haar die achter iedre haven wacht
    – Altijd een andre en toch steeds dezelfde –
    Wordt ons heimwee tijdlijk ter dood gebracht.

    En ook de sterrenheemlen die zich welfden
    Over ons trekken, andre iedre nacht,
    Zijn eindlijk saamgeschrompeld tot één zelfde.

     

     
    Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)
    Borstbeeld in Leeuwarden 

     

     

    De Colombiaanse dichter, schrijver, hoogleraar en journalist Sergio Esteban Vélez werd geboren op 15 september 1983 in Medellín. Zie ook alle tags voor Sergio Esteban Vélez op dit blog.

     

    Wilde

     For that daring
    to love your way,
    they cursed you,
    they condemned your body,
    they spit on you,
    believing that they could
    spin your essence,
    but nothing accomplished
    to overcome your genius:
    not the cold
    that blushed your skin
    and hurt your bones;
    nor the superhuman days
    who surrendered your eyelids
    and sealed your breath;
    nor dishonor
    that punched your ego;
    nor loneliness,
    that caused your depression;
    the pseudo-spiritual anathemas
    they could not either
    nor the contempt of those who liked
    the supraexcellence
    of your verb.

     
    Now not even,
    fearing sacrilege,
    I could pronounce
    your name,
    Do not repeat your verses.

    Your mind knew the truth
    and it was more free
    that the atrophied consciences,
    of masked corruption
    of the deaf sheep,
    and the naive illogicals,
    that were
    outside.

     
    And it flourished
    with more momentum
    your greatness,
    and your soul grew
    towards the unfading
    eternal
    dimension


     
    Sergio Esteban Vélez (Medellín, 15 september 1983)
    Portret door Carlos Ribero, 2010

     

     

    De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

    Uit: Half of a Yellow Sun

    "Ugwu, sah.""Ugwu. And you've come from Obukpa?""From Opi, sah.""You could be anything from twelve to thirty." Master narrowed his eyes. "Probably thirteen." He said thirteen in English."Yes, sah."Master turned back to his book. Ugwu stood there. Master flipped past some pages and looked up. "Ngwa, go to the kitchen; there should be something you can eat in the fridge.""Yes, sah."Ugwu entered the kitchen cautiously, placing one foot slowly after the other. When he saw the white thing, almost as tall as he was, he knew it was the fridge. His aunty had told him about it. A cold barn, she had said, that kept food from going bad. He opened it and gasped as the cool air rushed into his face. Oranges, bread, beer, soft drinks: many things in packets and cans were arranged on different levels and, and on the topmost, a roasted shimmering chicken, whole but for a leg. Ugwu reached out and touched the chicken. The fridge breathed heavily in his ears. He touched the chicken again and licked his finger before he yanked the other leg off, eating it until he had only the cracked, sucked pieces of bones left in his hand. Next, he broke off some bread, a chunk that he would have been excited to share with his siblings if a relative had visited and brought it as a gift. He ate quickly, before Master could come in and change his mind. He had finished eating and was standing by the sink, trying to remember what his aunty had told him about opening it to have water gush out like a spring, when Master walked in. He had put on a print shirt and a pair of trousers. His toes, which peeked through leather slippers, seemed feminine, perhaps because they were so clean; they belonged to feet that always wore shoes."What is it?" Master asked."Sah?" Ugwu gestured to the sink.Master came over and turned the metal tap. "You should look around the house and put your bag in the first room on the corridor. I'm going for a walk, to clear my head, i nugo?""Yes, sah." Ugwu watched him leave through the back door. He was not tall. His walk was brisk, energetic, and he looked like Ezeagu, the man who held the wrestling record in Ugwu's village.Ugwu turned off the tap, turned it on again, then off. On and off and on and off until he was laughing at the magic of the running water and the chicken and bread that lay balmy in his stomach. He went past the living room and into the corridor. There were books piled on the shelves and tables in the three bedrooms, on the sink and cabinets in the bathroom, stacked from floor to ceiling in the study, and in the store, old journals were stacked next to crates of Coke and cartons of Premier beer. Some of the books were placed face down, open, as though Master had not yet finished reading them but had hastily gone on to another.”

     

     
    Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

     

     

    De Britse schrijfster Agatha Christie werd geboren in Torquay (Devon) op 15 september 1890. Zie ook alle tags voor Agatha Christie op dit blog.

    Uit: Murder on the Orient Express

    “Dubosc had overheard part of a conversation between him and the stranger. “You have saved us, mon cher,” said the General emotionally, his great white moustache trembling as he spoke. “You have saved the honour of the French Army – you have averted much bloodshed! How can I thank you for acceding to my request? To have come so far–”
    To which the stranger (by name M. Hercule Poirot) had made a fitting reply including the phrase – “But indeed, do I not remember that once you saved my life?” And then the General had made another fitting reply to that, disclaiming any merit for that past service; and with more mention of France, of Belgium, of glory, of honour and of such kindred things they had embraced each other heartily and the conversation had ended.
    As to what it had all been about, Lieutenant Dubosc was still in the dark, but to him had been delegated the duty of seeing off M. Poirot by the Taurus Express, and he was carrying it out with all the zeal and ardour befitting a young officer with a promising career ahead of him.
    “To-day is Sunday,” said Lieutenant Dubosc. “Tomorrow, Monday evening, you will be in Stamboul.”
    It was not the first time he had made this observation. Conversations on the platform, before the departure of a train, are apt to be somewhat repetitive in character.
    “That is so,” agreed M. Poirot.
    “And you intend to remain there a few days, I think?”
    “Mais oui. Stamboul, it is a city I have never visited. It would be a pity to pass through – comme a.” He snapped his fingers descriptively. “Nothing presses – I shall remain there as a tourist for a few days.”
    “La Sainte Sophie, it is very fine,” said Lieutenant Dubosc, who had never seen it.
    A cold wind came whistling down the platform. Both men shivered. Lieutenant Dubosc managed to cast a surreptitious glance at his watch. Five minutes to five – only five minutes more!"

     

     
    Agatha Christie (15 september 1890 – 12 januari 1976)
    Scene uit de gelijknamige film uit 2017

     

     

    De Turkse schrijver Orhan Kemal (eig. Mehmet Raşit Öğütçü) werd geboren op 15 september 1914 in Ceyhan. Zie ook alle tags voor Orhan Kemal op dit blog.

    Uit: The Idle Years (Vertaald door Cengiz Lugal)

    We saw Hasan Hüseyin the night we got back to Adana. We found out that my girlfriend had gone off with a sailor. Gazi’s had got engaged to her cousin who worked as a farmhand in a nearby village, and the Cretan café owner had been busted for dealing hashish and was doing time.
       ‘How about that?’ mused Gazi. ‘Would you believe it?’
       As for me… ‘What are you thinking?’ Hasan asked me.
       ‘Don’t mind him,’ said Gazi. ‘He just can’t let things go. I don’t know what it is with him – you can’t dwell on these things.’
       It was nearly midnight by the time I left them. I went over to the old sycamore tree, where we used to light matches and signal our girlfriends.
    It seemed to be waiting patiently, resigned to whatever fate might bring.
    I leaned against its trunk. In the distance I saw the two brightly lit windows. It all looked exactly the way we had left it. I gave a loud whistle. I noticed two shadows pause at one of the windows. My second whistle created more of a stir. One of the shadows seemed to climb on the sofa. A lamp signalled ‘Coming!’ My face began to twitch, and my left ear started to hum. I thought of how she would break down and apologize… How on earth was she going to explain what she had done to me? How, I wondered? Just how?
    She came and stood in front of me without even saying ‘Welcome back.’ We stood silently for a while.
    ‘Is it true?’ I asked eventually.
    She remained quiet.
    ‘So it is true?’
    Still nothing.
    ‘How did you meet him?’ I asked.
    She still didn’t say a word.
    ‘So,’ I said, ‘I don’t have a chance.’
    She raised her head and looked up to the stars, then folded her arms in front of her chest.
    ‘There’s no way he could love you the way I do,’ I said. ‘You’re going to regret this, believe me. You’re really going to regret it.’
    She shrugged.
    I flicked away the last of my cigarette and left."

     
    Orhan Kemal (15 september 1914 – 2 juni 1970)
    Hier met echtgenote en kinderen 

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn vorige blog van vandaag.

    15-09-2018 om 12:36 geschreven door Romenu  


    Tags:Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gunnar Ekelöf, James Fenimore Cooper, Claude McKay, Karl Philipp Moritz, Jim Curtiss, Ina Seidel

    De Zweedse dichter en schrijver Bengt Gunnar Ekelöf werd geboren op 15 september 1907 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Gunnar Ekelöf op dit blog.

     

    Oecus

    It happens sometimes when I lie sleepless
    on the bed with bronze paws, under the silent lamp:
    I hear the slaves rustling and whispering nearby —
    didn't the heavy, shadowlike curtain stir just now?
    Are they deciding if they dare enter this room
    if they dare approach me? I am a stranger here
    while they belong to the household. But perhaps they don't dare
    because I am one of the living, because the Oecus
    the master's chamber, is forbidden to them and holy?
    Maybe it's the major-domo whispering out there:
    The raised whisper—someone in the crowd is contentious
    is calmed down, reassured. —Dragging steps and silence
    I wrap myself in the blankets which disintegrated long ago
    and wait. Is that the curtain stirring again?
    Or did the lamp flicker? What draft can exist
    in this house, close as it is? I am here simply as a person
    in need of shelter. Did someone lift the curtain? Or want something of me?
    Sometimes when I wake from my sleep or torpor
    I feel as if someone had just touched me
    as if someone had awkwardly tried to stroke my hand.

    Heard in a dream in the year 63, on the x sth of the harvest month at night:
    "You lie asleep in a sarcophagus with no bottom"—
    Half-wakened by these words, neither asleep nor wholly awake
    the marble-coffin comes to my mind more distinctly
    its shadows, its shimmering whiteness, a few clear details

    first the rough-hewn inner sides, two long, two short:
    The stonecutter has not gone to much trouble here
    everywhere chisel-marks show, the corners are round
    He seems to have bestowed all his skill on the outside
    with its fruits flowers birds dolphins bucrania
    its fragments of myths: two figures sailing in scallops,
    holding veils filled with wind over their heads
    I am searching for my name—then with the clear logic
    of the dream it strikes me: since the coffin has no bottom
    it must also lack a lid. And he who rests there
    lies with his back against Nothing and his face toward Nothing.
    Only the force field of the four walls holds the sleeper
    floating between the bare interior's demand to forgo
    and the power of the exterior, ornate with myths, to desire—
    Virgin, 0 Atokos, when this force field will be broken
    let me, in the dream, be neither reborn nor begotten
    What came before this has no scars from chisels.
    What is to come has no fruits or flowers.

     

    Vertaald door Rika Lesser

     

     
    Gunnar Ekelöf (15 september 1907 – 16 maart 1968)
    Cover 

     

     

    De Amerikaanse schrijver James Fenimore Cooper werd geboren in Burlington, New Jersey op 15 september 1789. Zie ook alle tags voor James Fenimore Cooper op dit blog.

    Uit: The Last of the Mohicans

    “A wide frontier had been laid naked by this unexpected disaster, and more substantial evils were preceded by a thousand fanciful and imaginary dangers. The alarmed colonists believed that the yells of the savages mingled with every fitful gust of wind that issued from the interminable forests of the west. The terrific character of their merciless enemies increased immeasurably the natural horrors of warfare. Numberless recent massacres were still vivid in their recollections; nor was there any ear in the provinces so deaf as not to have drunk in with avidity the narrative of some fearful tale of midnight murder, in which the natives of the forests were the principal and barbarous actors. As the credulous and excited traveler related the hazardous chances of the wilderness, the blood of the timid curdled with terror, and mothers cast anxious glances even at those children which slumbered within the security of the largest towns. In short, the magnifying influence of fear began to set at naught the calculations of reason, and to render those who should have remembered their manhood, the slaves of the basest passions. Even the most confident and the stoutest hearts began to think the issue of the contest was becoming doubtful; and that abject class was hourly increasing in numbers, who thought they foresaw all the possessions of the English crown in America subdued by their Christian foes, or laid waste by the inroads of their relentless allies.
    When, therefore, intelligence was received at the fort which covered the southern termination of the portage between the Hudson and the lakes, that Montcalm had been seen moving up the Champlain, with an army "numerous as the leaves on the trees," its truth was admitted with more of the craven reluctance of fear than with the stern joy that a warrior should feel, in finding an enemy within reach of his blow. The news had been brought, toward the decline of a day in midsummer, by an Indian runner, who also bore an urgent request from Munro, the commander of a work on the shore of the "holy lake," for a speedy and powerful reinforcement. It has already been mentioned that the distance between these two posts was less than five leagues. The rude path, which originally formed their line of communication, had been widened for the passage of wagons; so that the distance which had been traveled by the son of the forest in two hours, might easily be effected by a detachment of troops, with their necessary baggage, between the rising and setting of a summer sun. The loyal servants of the British crown had given to one of these forest-fastnesses the name of William Henry, and to the other that of Fort Edward, calling each after a favorite prince of the reigning family.”

     

     
    James Fenimore Cooper (15 september 1789 – 14 september 1851)
    Cover luisterboek

     

     

    De Jamaicaanse dichter en schrijver Festus Claudius “Claude “McKay werd geboren op 15 september 1890 in Sunny Ville, Clarendon, Jamaica. Xie ook alle tags voor Claude McKay op dit blog.

     

    Russian Cathedral

    Bow down my soul in worship very low
    And in the holy silences be lost.
    Bow down before the marble man of woe,
    Bow down before the singing angel host.
    What jewelled glory fills my spirit's eye,
    What golden grandeur moves the depths of me!
    The soaring arches lift me up on high
    Taking my breath with their rare symmetry.

    Bow down my soul and let the wondrous light
    Of beauty bathe thee from her lofty throne,
    Bow down before the wonder of man's might.
    Bow down in worship, humble and alone;
    Bow lowly down before the sacred sight
    Of man's divinity alive in stone.

     

     

    Jasmines

    Your scent is in the room.
    Swiftly it overwhelms and conquers me!
    Jasmines, night jasmines, perfect of perfume,
    Heavy with dew before the dawn of day!
    Your face was in the mirror. I could see
    You smile and vanish suddenly away,
    Leaving behind the vestige of a tear.
    Sad suffering face, from parting grown so dear!
    Night jasmines cannot bloom in this cold place;
    Without the street is wet and weird with snow;
    The cold nude trees are tossing to and fro;
    Too stormy is the night for your fond face;
    For your low voice too loud the wind's mad roar.
    But, oh, your scent is here--jasmines that grow
    Luxuriant, clustered round your cottage door!

     

     
    Claude McKay (15 september 1890 – 22 mei 1948)
    Gefotografeerd door Carl Van Vechten in 1941

     

     

    De Duitse schrijver, redacteur en essayist Karl Philipp Moritz werd geboren in Hamelin op 15 september 1756. Zie ook alle tags voor Karl Philipp Moritz op dit blog.

    Uit:Reisen eines Deutschen in England im Jahre 1782

    „Auf der Themse den 31sten Mai.
    Endlich, liebster G..., befinde ich mich zwischen den glücklichen Ufern des Landes, das zu sehen, schon Jahre lang mein sehnlichster Wunsch war, und wohin ich mich so oft in Gedanken geträumt habe. Vor einigen Stunden dämmerten noch die grünen Hügel von England vor uns in blauer Ferne, jetzt entfalten sie sich von beiden Seiten, wie ein doppeltes Amphytheater.
    Die Sonne bricht durch das Gewölk, und vergoldet wechselsweise mit ihrem Schein Gebüsche und Wiesen am entfernten Ufer. Zwei Masten ragen mit ihren Spitzen aus der Tiefe empor: fürchterliche Warnungszeichen! Wir segeln hart an der Sandbank vorbei, wo so viel Unglückliche ihr Grab fanden.
    Immer enger ziehen sich die Ufer zusammen: die Gefahr der Reise ist vorbei, und der sorgenfreie Genuß hebt an. Wie ist doch dem Menschen nach der Ausbreitung die Einschränkung so lieb! Wie wohl und sicher ists dem Wandrer in der kleinen Herberge, dem Seefahrer in dem gewünschten Hafen! Und doch bleibt der Mensch immer im Engen, er mag noch so sehr im Weiten sein; selbst das ungeheure Meer zieht sich um ihn zusammen, als ob es ihn in seinen Busen einschließen wollte; um ihn ist beständig nur ein Stück aus dem Ganzen herausgeschnitten.
    Aber das ist ein herrlicher Ausschnitt aus dem Ganzen der schönen Natur, den ich jetzt um mich her erblicke. Die Themse voll hin und her zerstreuter großer und kleiner Schiffe und Böte, die entweder mit uns fortsegeln oder vor Anker liegen; die Hügel an beiden Seiten mit einem so milden sanften Grün bekleidet, wie ich noch nirgends sahe. Die reizenden Ufer der Elbe, die ich verließ, werden von diesen Ufern übertroffen, wie der Herbst vom Frühlinge! Allenthalben seh ich nichts, als fruchtbares und bebautes Land, und die lebendigen Hecken, womit die grünen Weizenfelder eingezäunt sind, geben der ganzen weiten Flur das Ansehen eines großen majestätischen Gartens. Die netten Dörfer und Städtchen und prächtigen Landsitze dazwischen, gewähren einen Anblick von Wohlstand und Überfluß, der über alle Beschreibung ist.
    Insbesondre schön ist die Aussicht nach Gravesand, einem artigen Städtchen; das einen der Hügel hinangebaut ist, und um welches Berg und Tal, Wiesen und Äcker mit untermischten Lustwäldchen und Landsitzen sich auf die angenehmste Art durchkreuzen. Auf einem der höchsten Hügel bei Gravesand steht eine Windmühle, die einen guten Gesichtspunkt gibt, weil man sie, nebst einem Teile der Gegend, noch weit hin auf den Krümmungen der Themse sieht. Aber wie denn kein Vergnügen leicht vollkommen ist, so sind wir bei Betrachtung aller dieser Schönheiten auf dem Verdeck noch einem sehr kalten und stürmischen Wetter ausgesetzt. Ein anhaltender Regenguß hat mich genötiget, in die Kajüte zu gehen, wo ich mir eine trübe Stunde dadurch aufheitre, daß ich Ihnen die Geschichte einer angenehmen beschreibe.“

     

     
    Karl Philipp Moritz (15 september 1756 - 26 juni 1793)
    Cover

     

     

    De Amerikaanse schrijver Jim Curtiss werd geboren op 15 september 1969 in Beaver Falls, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Jim Curtiss op dit blog.

    Uit:Change me

    “Ten euros,” he said. I had thought double that, and right then I decided to buy two.
    “Ok,” I said, “I’ll take two.” The guy gave me a big smile and took two of the stationary, plastic-bagged cows from the back row and handed them to me.
    “Batteries included,” he said.
    “What service,” I responded, and smiled. I took the 50 euros from my pocket and handed it over. His face sort of changed as I held out the money, and he fished around in his pockets before asking if I had something smaller. I didn’t. He looked around for a second and then suggested that I go into a bar — he pointed at one behind me — and ask for change. I turned around and looked. There was a side street that led off of the main shopping avenue, and maybe 50 feet down was a busy pub. The plastic garden furniture placed out in front was completely occupied and surrounded by napkins and other trash lying on the ground. I nodded and told him I’d be right back.
    As I walked, I felt the weight of apprehension settle upon me — I wasn’t sure how to ask for change. I racked my brain for the phrase and found an approximation before walking into the bar. Everyone noticed me coming in. The whole pub quieted down to check out the stranger. At least 30 sets of eyes rested on me. But the most important set — the barman’s — came nowhere close to mine. He studiously avoided eye contact for a full minute before I spoke up, asking him in Spanish to change me. “Puede cambiar me?”
    He didn’t lift his head from his task, but responded, “Into what?” The people around me laughed, but I didn’t understand the joke.
    “Two 20s and a 10,” I said. He again said something I didn’t catch — more laughter. “I’m sorry,” I responded. “I don’t understand.”

     

     
    Jim Curtiss (Beaver Falls, 15 september 1969)

     

     

    De Duitse schrijfster en dichteres Ina Seidel werd geboren op 15 september 1885 in Halle. Zie ook alle tags voor Ina Seidel op dit blog.

     

    Sternenglaube

    Seltsam wirkt der Sterne Walten
    Über unsern dunklen Wegen,
    Ihren schweigenden Gewalten
    Mußt du still ans Herz dich legen.
    Mußt getrost im Schatten wandern,
    Wenn dein Glück sich stumm verschleiert
    Und die Welt das Fest der andern
    Unbekümmert weiter feiert.
    Nach dem Takt der ew’gen Runde
    Wandelt das Geschick im Tanze.
    Unbewußt ist dir die Stunde:
    Plötzlich liegt die Welt im Glanze.

     

     

    Unsterblicher Lindenduft

    Unsterblich duften die Linden
    Was bangst du nur?
    Du wirst vergehn,
    und deiner Füße Spur
    wird bald kein Auge mehr
    im Staube finden.

    Doch blau und leuchtend
    wird der Sommer stehn
    und wird mit seinem süßen Atemwehn
    gelind die arme Menschenbrust entbinden.

    Wo kommst du her?
    Wie lang bist du noch hier?
    Was liegt an dir?
    Unsterblich duften die Linden.

     

     
    Ina Seidel (15 september 1885 – 2 oktober 1974)
    Portret door Heinrich Wolff, 1931

    15-09-2018 om 12:36 geschreven door Romenu  


    Tags:Gunnar Ekelöf, James Fenimore Cooper, Claude McKay, Karl Philipp Moritz, Jim Curtiss, Ina Seidel, Romenu
    » Reageer (0)
    14-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dolce far niente, Archibald Lampman, Hans Faverey, Jenny Colgan, Alexander Schimmelbusch, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen

     

    Dolce far niente

     

     
    Late Summer door David Dipnall, ca. 2005

     

     

    Indian Summer

    The old grey year is near his term in sooth,
    And now with backward eye and soft-laid palm
    Awakens to a golden dream of youth,
    A second childhood lovely and most calm,
    And the smooth hour about his misty head
    An awning of enchanted splendour weaves,
    Of maples, amber, purple and rose-red,
    And droop-limbed elms down-dropping golden leaves.
    With still half-fallen lids he sits and dreams
    Far in a hollow of the sunlit wood,
    Lulled by the murmur of thin-threading streams,
    Nor sees the polar armies overflood
    The darkening barriers of the hills, nor hears
    The north-wind ringing with a thousand spears

     

     

     
    Archibald Lampman (17 november 1861 – 10 februari 1899)
    Rondeau Provincial Park bij Morpeth, Ontario, de geboorteplaats van Archibald Lampman

     

     

    De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

     

    Hoe zij recht staat; dat ik zie

    Hoe zij recht staat; dat ik zie
    hoe zij dit doet door zo te staan
    zoals zij gewoon is: haar voeten
    iets uit elkaar, haar armen

    neerhangend, haar kin iets omhoog;
    zo snel denkend, dat haar stem eerst
    liever wacht of het de moeite loont
    om het te zeggen. Juist zij is het

    die afkomstig is uit zichzelf. Al
    wie haar nadering heeft herkend,
    al wie haar stem heeft doordroomd:
    die zal zich nooit kunnen vergeten.

    Hoe onmooi is haar schoonheid.
    En hoe welluidend op haar handpalm
    alles zal kunnen verstuiven tot het
    nooit heeft willen bestaan.

     

     

    Als ik een knipmes had

    Als ik een knipmes had,
    kon ik tenminste mijn knip-
    mes open en dicht doen.

    Met een schaar
    had ik knipbewegingen
    kunnen maken.
    Als ik aan haar denk
    zie ik haar het liefst
    in bloemetjesjurken;
    maar ik kan haar niet
    zien, degene zijnde

    die ik ben. Dezelfde
    veerman; dezelfde

    rivier; dezelfde
    obscene gebaren tijdens
    dat niet-roeien van hem.

     

     
    Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)
    In 1989. Foto: Lela Zěckovič

     

     

    De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

    Uit: The Endless Beach

    “Even in early spring, Mure is pretty dark. Flora didn’t care; she loved waking up in the morning, curled up close, together in the pitch black. Joel was a very light sleeper (Flora didn’t know that before he had met her, he barely slept at all) and was generally awake by the time she rubbed her eyes, his normally tense, watchful face softening as he saw her, and she would smile, once again surprised and overwhelmed and scared by the depth of how she felt; how she trembled at the rhythm of his heartbeat.
    She even loved the frostiest mornings, when she had to pull herself up to get everything going. It was different when you didn’t have an hour-long commute pressed up against millions of other commuters breathing germs and pushing against you and making your life more uncomfortable than it had to be. Instead, she would rake up the damped peat in the woodburner in the beautiful guest cottage Joel was staying in while working for Colton Rogers, the billionaire who owned half the island. She would set the flames into life—and the room became even cozier in an instant, the flickering light from the fire throwing shadows on the whitewashed walls.
    The one thing Joel had insisted on in the room was a highly expensive state-of-the-art coffee machine, and she would let him fiddle with that while he logged on to the day’s work and made his customary remark about the many and varied failures of the island’s Internet reliability. Flora would take her coffee, pull on an old sweater, and wander to the window of the cottage, where she could sit on the top of the old oil-fired radiator, the type you get in schools but had cost Colton a fortune. Here she would stare out at the dark sea; sometimes with its white tips showing if it was going to be a breezy day; sometimes astonishingly clear, in which case, even in the morning, you could raise your eyes and see the brilliant cold stars overhead. There was no light pollution on Mure. They were bigger than Flora remembered from being a child.
    She wrapped her hands round her mug and smiled. The shower started up. “Where are you off to today?” she shouted. Joel popped his head out the door. “Hartford for starters,” he said. “Via Reykjavík.”
    “Can I come?” Joel gave her a look. Work wasn’t funny.
    “Come on. We can make out on the plane.”

     

     
    Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

     

     

    De Oostenrijkse schrijver Alexander Schimmelbusch werd geboren op 14 september 1975 in Frankfurt am Main geboren. Zie ook alle tags voor Alexander Schimmelbusch op dit blog.

    Uit:Hochdeutschland

    „Als Victor beschleunigte, erzeugten die Wirbelschleppen hinter seinem elektrischen Porsche ein schauriges Pfeifen.
    Die Geschwindigkeit, der Wald, der sich als Dach über der Straße schloss, die perfekte Passform seines orthopädischen Schalensitzes – oft fühlte er sich auf dem Weg zur Arbeit, als würde er sterben.
    Dabei sah er sich von oben, seine graue Maschine wie ein U-Boot in einem tiefgrünen Meer, ein Schiff der Klasse 212A der ThyssenKrupp Marine Systems zum Beispiel, an der er gerade einen Anteil von 33 % bei der Staatsholding von Katar platziert hatte.
    Natürlich war ihm der Porsche peinlich, aber Victor war eine flexible Persönlichkeit. Es handelte sich um einen Firmenwagen, einen Anachronismus im Grunde, auf dem er bei seinem letzten Bankwechsel aber aus Prinzip bestanden hatte – aus Prinzip im umgangssprachlichen Sinne, also nicht einer Überzeugung Folge leistend, sondern da er spontan Lust gehabt hatte, nach einem Porsche zu verlangen, und da in Anbetracht des großen Interesses der Birken Bank an seiner Verpflichtung nur halbherzige Einwände zu erwarten gewesen waren.
    Mal abgesehen davon, dass es sich bei seinem Shere Khan, so die Modellbezeichnung, wie bei jedem Porsche mittlerweile, um einen auf Porsche getrimmten Audi handelte, der im Kern wiederum nicht mehr als ein getunter Volkswagen war.
    Als einer seiner Kunden, der Chef der Daimler AG, ihm vor kurzem bei einem Lunch die Zielsetzung anvertraut hatte,
    »Menschen davon träumen zu lassen, sich mit ihrem Auto ausdrücken und ihre Persönlichkeit darstellen zu können«, wäre ihm beinahe ein Bissen Branzino im Hals stecken geblieben. Denn etwas zu wollenmit seinem Auto, erschien Victor als armselig und deprimierend.
    Natürlich hätte man ihm seine Wahl der elektrischen Variante als Resultat des Bedürfnisses auslegen können, einen uniformen Individualismus auszuleben – ein Risiko, das Victor durch den Wegfall der schauerlichen Motorsport-Assoziation, den das Fehlen eines brüllenden Triebwerks garantierte, allerdings mehr als aufgewogen sah. Der Shere Khan war in seinen Augen ganz einfach ein Standardprodukt seiner sozioökonomischen Gruppe, das außer seiner Zugehörigkeit zu dieser, die sich ohnehin kaum leugnen ließ, rein gar nichts über ihn aussagte.“

     

     
    Alexander Schimmelbusch (Frankfurt am Main, 14 september 1975)

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

    Uit: Wenn die Äpfel reif sind

    „Der Untenstehende schlich sich leise unter den Baum, und gewahrte nun endlich auch den Jungen wie eine große schwarze Raupe um den Stamm herumhängen. Ob er ein Jäger war, ist seines kleinen Schnurrbartes und seines ausgeschweiften Jagdrocks unerachtet schwer zu sagen; in diesem Augenblicke aber mußte ihn so etwas wie ein Jagdfieber überkommen; denn atemlos, als habe er die halbe Nacht hier nur gewartet, um die Jungen in den Apfelbäumen zu fangen, griff er durch die Zweige und legte leise, aber fest, seine Hand um den Stiefel, welcher wehrlos an dem Stamme herunterhing. Der Stiefel zuckte, das Apfelpflücken droben hörte auf; aber kein Wort wurde gewechselt. Der Junge zog, der Jäger faßte nach; so ging es eine ganze Weile; endlich legte der Junge sich aufs Bitten.
    »Lieber Herr!«
    »Spitzbube!«
    »Den ganzen Sommer haben sie über den Zaun geguckt!«
    »Wart nur, ich werde dir einen Denkzettel machen!« Und dabei griff er in die Höhe und packte den Jungen in den Hosenspiegel. »Was das für derbes Zeug ist!« sagte er.
    »Manchester, lieber Herr!«
    Der Jäger zog ein Messer aus der Tasche und suchte mit der freien Hand die Klinge aufzumachen. Als der Junge das Einschnappen der Feder hörte, machte er Anstalten, hinabzuklettern. Allein der andere wehrte ihm. »Bleib nur!« sagte er, »du hängst mir eben recht!«
    Der Junge schien gänzlich wie verlesen. »Herrjemine!« sagte er. »Es sind des Meisters seine! – Haben Sie denn gar kein Stöckchen, lieber Herr? Sie könnten es mit mir alleine abmachen! Es ist mehr Pläsier dabei; es ist eine Motion; der Meister sagt, es ist so gut wie Spazierenreiten!«
    Allein – der Jäger schnitt. Der Junge, als er das kalte Messer so dicht an seinem Fleisch heruntergleiten fühlte, ließ den vollen Sack zur Erde fallen; der andere aber steckte den ausgeschnittenen Flecken sorgfältig in die Westentasche. »Nun kannst du allenfalls herunterkommen!« sagte er.
    Er erhielt keine Antwort. Ein Augenblick nach dem andern verging; aber der Junge kam nicht. Von seiner Höhe aus hatte er plötzlich, während ihm von unten her das Leid geschah, im Hause drüben das schmale Fensterchen sich öffnen sehen. Ein kleiner Fuß streckte sich heraus – der Junge sah den weißen Strumpf im Mondschein leuchten – und bald stand ein vollständiges Mädchen draußen auf dem Steinhof. Ein Weilchen hielt sie mit der Hand den offenen Fensterflügel; dann ging sie langsam an das Pförtchen des Staketenzaunes und lehnte sich mit halbem Leibe in den dunklen Garten hinaus.“

     

     
    Theodor Storm (14 september 1817 – 4 juli 1888)
    Cover

     

     

    De Surinaamse schrijver Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

    Uit: Notities van een vriend

    “Leonsberg, 15 april 1973
    Hoop van harte dat jullie allen het uitstekend maken. Denk a.u.b. niet dat het steeds te laat opsturen van het één en ander bij mij maar een vorm van nonchalance is. Hoegenaamd niet! Ik geloof dat ik gek ben. Heus, daar kan beslist niet langer aan getwijfeld worden. Over de staking wens ik nu niet te spreken. Die groep die nu maar wil blijven doorstaken, demonstreert wel wat ik eerder als juist vermoedde. Al werd en wordt dat me door anderen tegengesproken. Het niet willen toegeven van de Creool dat wat hij verloren heeft, door de Hindostaan gewonnen is. Deze benauwende toestand van het maar volhouden van een ontkenning, een eindfase hoop, ergo getransponeerde wanhoop, is tenslotte een met de kop tegen de blinde muur loperij. Het straks van de ontnuchtering zal dan ook nog fataler om zich heen grijpen. Overgeëmotioneerd om kwesties wat reëler te doorzien. De alles remmende werking door de ontkenning van het feit dat de Creoolse groep een verschuiving doormaakt, die inhoudt een minderheid te worden terwijl zij de meerderheid in haar aanwezigheid meer dan zelf was. Totale onzekerheid. Ook voor de Hindostaanse groep, die zich in de maatschappelijke realiteit haar groeiende positie als meerderheid ziet openbaren. Een dwangsituatie voor allen, Creool en Hindostaan. De Surinamer zal zich de onontkoombare ambivalentie voor het wel en niet aanvaarden hiervan, in juist zo'n kritiek stadium van onze gezamenlijke ontwikkeling nu, tot het volk van morgen, beter moeten beseffen. Dit laatste vooral, is toch zo nodig. En we kunnen het niet zonder elkaar. Enfin!
    Ik deug nergens voor. Ben aldoor depressief en dan weer agressief.
    Die ellendelingen hebben de vorige week alweer ingebroken. Ik kan er niet meer tegen. Dit is al de achtste inbraak! Alle koperen antiek gestolen, die ik van mijn grootvader gekregen heb. Hij is 85. De afgelopen vijf weken was er iedere keer een deur of raam geforceerd. Nu hebben ze weer hun slag geslagen. En dan te weten dat alle kamers apart op slot zijn! Al dat gezeur met die sleutels. Ook iets om een zenuwinzinking van te krijgen. Ze zijn gewoon door zo'n spleet boven een deur weet je, wel van 20 cm. muskietengaas gekropen.
    De rest van alle ellende. Ik kán het niet! Ik kan niet schrijven. Nergens deug ik voor. De hele werkkast ligt nu vol met tiksels voor drie nieuwe boeken. Ik heb nog nooit zoveel geschreven. Toch zou ik die hele rotzooi de rivier in willen smijten. Ik ben een strontzak! Ik kan er niet eens één, laat staan drie behoorlijke boeken van maken. Bijna twee jaar terug in Suriname. Niemand! Niets!! Geen vrienden. Steeds erger ervaar ik mijn alleen zijn als een hinderlijke eenzaamheid, die ik niet langer wens te aanvaarden. Waarom heb ik niemand? Gewoon een ander, die voor mij een ‘iemand’ is. Maar ja, je weet wel hoe het met dit soort verlangens gaat.”

     

     
    Leo Ferrier (14 september 1940 – 30 juli 2006)

     

     

    De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

     

    Het kind

    Ik heb alle wetenschap die mij verbindt
    aan marx pasteur mozart en dostojewski
    grif prijsgegeven voor de eenvoud
    van het kind

    zo doodoprecht speurt het naar elke zin
    die ons verdriet maar hebben kan
    onwetend van eigen leed
    sedert zijn oerbegin

    en heel de rijke wereld is zijn symfonie
    van mateloos beleven herbeleven
    en onvergankelijk groeien
    in een wereldlied

    en als vergrijsd de lente mij
    eens achterlaat
    jubelt het kind nog
    om het pril mysterie
    dat elk jong leven
    in zichzelve draagt.

     

     

    Mijn geheim

    Dit is dan mijn geheim
    als helderziende
    voor de verdrukten
    een pleidooi te houden
    als dichter van de moderne tijd
    weigeren te sterven
    aan het kruis der stilte.

     

     

     
    Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

    14-09-2018 om 18:29 geschreven door Romenu  


    Tags:Dolce far niente, Archibald Lampman, Hans Faverey, Jenny Colgan, Alexander Schimmelbusch, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hamlin Garland

    De Amerikaanse dichter, schrijver en parapsycholoog Hannibal Hamlin Garland werd geboren in West Salem, Wisconsin, op 14 september 1860 als tweede van 4 kinderen. De jongen werd vernoemd naar Hannibal Hamlin, de kandidaat voor vice-president onder Abraham Lincoln. Hij woonde tijdens zijn jonge leven op verschillende boerderijen in het Midwesten, maar vestigde zich in 1884 in Boston, Massachusetts om een ​​carrière in het schrijven na te streven. Hij las vaak in de Boston Public Library. Daar raakte hij in de ban van de ideeën van Henry George en zijn Single Tax Movement. George's ideeën waren van invloed op een aantal van zijn werken, zoals “Main-Traveled Roads” (1891), “Prairie Folks” (1892) en zijn roman “Jason Edwards” (1892). Garland trouwde met Zulime Taft, de zus van beeldhouwer Lorado Taft, en werkte als leraar en als docent, maar hij bleef doorgaan met het publiceren van romans, korte fictie en essays. In 1917 verscheen het autobiografische “A Son of the Middle Border”, gevolgd door “A Daughter of the Middle Border”, waarvoor Garland in 1922 een Pulitzerprijs kreeg. Garland werd erg bekend tijdens zijn leven en had veel vrienden in literaire kringen. Hij werd in 1918 lid van de American Academy of Arts and Letters. In 1929 verhuisde hij van het Middenwesten naar Hollywood (Californië), waar hij zich toelegde op essays en boeken over parapsychische verschijnselen. Het Hamlin Garland House in West Salem is een historische site.

     


    Do You Fear The Wind

    Do you fear the force of the wind,
    The slash of the rain?
    Go face them and fight them,
    Be savage again.
    Go hungry and cold like the wolf,
    Go wade like the crane:
    The palms of your hands will thicken,
    The skin of your cheek will tan,
    You'll grow ragged and weary and swarthy,
    But you'll walk like a man!


     

    The Greeting Of The Roses

    We had been long in mountain snow,
    In valleys bleak, and broad, and bare,
    Where only moss and willows grow,
    And no bird wings the silent air.
    And so, when on our downward way
    Wild roses met us, we were glad:
    They were so girlish fair, so gay,
    It seemed the sun had made them mad.

     

     

    Boyish Sleep

    And all night long we lie in sleep,
    Too sweet to sigh in, or to dream,
    Unnoting how the wild winds sweep,
    Or snow clouds through the darkness stream
    Above the trees that moan and sign
    And clutch with naked hands the sky.
    Beneath the checkered counterpane
    We rest the soundlier for the storm;
    Its wrath is only lullaby,
    A far off, vast and dim refrain.

     

     

     
    Hamlin Garland (14 september 1860 - 4 maart 1940)

    14-09-2018 om 00:00 geschreven door Romenu  


    Tags:Hamlin Garland, Romenu
    » Reageer (0)
    13-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tõnu Õnnepalu, Roald Dahl, Janusz Glowacki, Jac. van Looy, Nicolaas Beets, Marie von Ebner-Eschenbach, Otokar Březina, Julian Tuwim, Muus Jacobse

    De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

    Uit: Flanders Diary (Vertaald door Miriam McIlfatrick)

    “More Chinese vases in windows, gnomes in gardens, appliances in kitchens? Well, all right, but if you already have Chinese vases, gnomes and a whole range of appliances, then perhaps you no longer notice the difference. Home appliances can of course be replaced by new ones and in recent times you have to do so frequently, because they tend to break down increasingly quickly and no one repairs them any more. And then the new machine has some extra programme, which means that it will break even more quickly, but of course it does the same thing as before, it boils, it cooks or it washes.
    Formerly, the humanists thought that if a person is freed from hard and degrading physical labour, he will devote himself to poetry, art, philosophy, philanthropy and self-improvement.
    This proved to be a miscalculation, because it departed from a false premise. Considering physical work hard and degrading was simply a biblical, ecclesiastical and aristocratic prejudice. The humanists could just have looked around to see whether or not those who already had been, and had been from one generation to the next, freed from that hard and degrading curse (to earn the bread they ate by the sweat of their brow), had devoted themselves to poetry and philosophy or predominantly to something else instead. Education certainly makes people better. But only a little. And even that is not really certain. A comfortable life makes people better because it is more comfortable not to bother with other people if you have everything you need. There is just no knowing to what extent this advantage will remain if the assumption, i.e. comfort, is removed. We have not seen that yet, but we probably will, those of us who are spared long enough.
    I do not know when the idea originated in mankind that life should keep getting better. Some people blame the creation of this precondition for a belief in progress, like everything else by the way, on Christianity, because it replaced the old cyclical perception of time (that everything repeats and returns like the seasons, the moon and the sun in their circuits) with finiteness, with the conception of the end of time, towards which we are moving. In fact, this notion that we are m o v i n g in that direction may only have developed in the course of many centuries; initially, the return of Christ was imminently expected, even within the same generation. It did not matter that it was already several tens of generations since it was first anticipated. It is common knowledge that wherever you are, in a field or in bed, alone or in a crowd, right there and then that hour will strike you.”

     

     
    Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

     

     

    De Britse schrijver Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandalf, Zuid-Wales. Zie ook alle tags voor Roald Dahl op dit blog.

    Uit: Matilda

    “Matilda's brother Michael was a perfectly normal boy, but the sister, as I said, was something to make your eyes pop. By the age of one and a half her speech was perfect and she knew as many words as most grown-ups. The parents, instead of applauding her, called her a noisy chatterbox and told her sharply that small girls should be seen and not heard.
    By the time she was three, Matilda had taught herself to read by studying newspapers and magazines that lay around the house. At the age of four, she could read fast and well and she naturally began hankering after books. The only book in the whole of this enlightened household was something called Easy Cooking belonging to her mother, and when she had read this from cover to cover and had learnt all the recipes by heart, she decided she wanted something more interesting.
    "Daddy," she said, "do you think you could buy me a book?"
    "A book?" he said. "What d'you want a flaming book for?"
    "To read, Daddy."
    "What's wrong with the telly, for heaven's sake? We've got a lovely telly with a twelve-inch screen and now you come asking for a book! You're getting spoiled, my girl!"
    Nearly every weekday afternoon Matilda was left alone in the house. Her brother (five years older than her) went to school. Her father went to work and her mother went out playing bingo in a town eight miles away. Mrs Wormwood was hooked on bingo and played it five afternoons a week. On the afternoon of the day when her father had refused to buy her a book, Matilda set out all by herself to walk to the public library in the village. When she arrived, she introduced herself to the librarian, Mrs Phelps. She asked if she might sit awhile and read a book. Mrs Phelps, slightly taken aback at the arrival of such a tiny girl unaccompanied by a parent, nevertheless told her she was very welcome.
    "Where are the children's books please?" Matilda asked.
    "They're over there on those lower shelves," Mrs Phelps told her. "Would you like me to help you find a nice one with lots of pictures in it?"
    "No, thank you," Matilda said. "I'm sure I can manage."

     

     
    Roald Dahl (13 september 1916 – 23 november 1990)

     

     

    De Poolse schrijver Janusz Glowacki werd geboren op 13 september 1938 in Poznań. Zie ook alle tags voor Janusz Glowacki op dit blog.

    Uit: Antigone in New York (Vertaald door Joan Torres)

    « ANITA: "Can I ask you just one thing? Are you sure he's dead? Because so many things could happen around here. I mean, he could have just passed out or something or fallen asleep under something where no one could see him. He could have gotten drunk. Are you absolutely sure? Because sometimes people get confused and think they see one thing but really it's something else. You have to be one hundred percent sure...,The Indian told me the ambulance took him too but I don't trust him. He's always lying. You know what I mean?.... (weeping into her hands) I knew it. It was that cashmere sweater. I let it get to me. I knew it was bad luck but I took it anyway. They were giving it away and I just couldn't leave it there. This sweater belonged to some unhappy person. Happy people don't wear cashmere sweaters but unhappy people, they are either too cold or too hot and instead of going to the doctor they buy a cashmere sweater and when they put it on they start sweating right away and then their sweat goes into the cashmere and their bad luck sticks to it. You can wash it. You can even dry clean it but it won't do any good. The bad luck stays in the sweater no matter what you do. (she drinks the cold coffee and throws the empty cup into the trash basket) If you have to wear a cashmere sweater it's best to get one with shoulder pads in it because that's where the bad luck collects. Then you can just pull out the pads and throw them away. That helps. I did that right away but it just wasn't enough. I felt it when I got it. But now it's too late. (weeps more, and opens her coat to show him). See? This is acryllic. And Acryllic is no problem. You just take it off and shake it off and shake it a couple of times (she demonstrates) and the bad luck disappears. (praying again). What am I going to do?"

     

     
    Janusz Glowacki (Poznań, 13 september 1938)
    Scene uit een opvoering in Warschau,1993 

     

     

    De Nederlandse dichter, schrijver en schilder Jacobus (Jac) van Looy werd geboren in Haarlem op 13 september 1855. Zie ook alle tags voor Jac. van Looy op dit blog.

    Uit: Jaapje

    “Hij was nog maar zes en een verreljaar en Koos was al ouwer dan elf. Hij hoorde Koos haar neus ophalen; ze kneep zijn hand zoo hard, en hij wou wel die doek wat weg doen.
    ‘Je hoeft beslist zoo hard niet te loopen,’ zei Koos, ‘we zij-ne er gauw.’
    Ze had het nauwelijks gezegd of de steeg stond wijd naast hen open en daar was een heel groot licht. Jaapje dacht heelemaal niet meer aan Bies, dat was nu net zoo licht als het raam van de school, toen ze achter elkaâr over de plaats naar de kerstboom waren gegaan. Plotseling liepen de kinderen in het licht der ramen van Bies en stonden op de spiegeling er van in de straat.
    ‘Wat een beesten van hartekoeken,’ riep Koos uit de kap van haar mantel.
    Jaapjes mond gaapte open van de heerlijkheid. Hij zag allemaal, allemaal, vlaggen allemaal. Het raam was niet het raam van de winkel, het was een ander raam. Jaapje kon over de kozijn-drempel net naar binnen kijken en daar stond het allemaal. Koos had hem losgelaten, maar hij greep haar bij haar tabbert, want Jaapje was niets op zijn gemak. Hij wist van kleuren niet veel, maar als hij van de zomer een glaasie had kunnen vinden, plakte hij met spuug dat vol blaadjes van bloemen, die bij de moeder uit het hekje vielen, dan vouwde je daar een pampiertje om en maakte een deurtje in het pampiertje en dan liet je het zien voor een griffie of voor een speld. Jaapje wist dus heel goed wat mooi was.
    ‘Nou mot je goed kijken,’ maande Koos, ‘dan kan je straks zeggen wat je hebben wil.’
    ‘Wat een kéurige tafel,’ riep ze hartgrondig.
    ‘Dan gaan we er maar in,’ zei ze, omdat Jaapje geen woord liet hooren.
    ‘En nou ga je me niet huilen, hoop ik.’
    Jaapje hield zich goed aan Koos' mantel vast en beiden gingen ze door de winkeldeur, die of er geen deur was, stond open. En nu was de kamer weg en herkende hij de toonbank; het rookte; allemaal koek met blink en sokkelaë letters; hij zag een A, hij zag een B, hij zag een J, Jaapje ging al op school. Bies stond bij de weegschaal, kraak in 't wit, in zijn boterbanketlucht en vanielje-geuren; een platte witte muts was op zijn hoofd en hij lachte met zijn zwarte tanden. Jaapje kende hem toch wel, al had hij hem nooit gezien zoo. Hij kreeg poppetjes voor zijn oogen, want Koos had omgedraaid en daar was weêr de kamer met vlaggen.
    Koos had zich dadelijk los van hem gemaakt, schoof tusschen de menschen door, van de eene naar de andere, terwijl het ventje in een leêge plek, midden voor de tafel was gaan staan en de toppen van zijn kleume handen, of wou hij zich op gaan tillen, klemde om den rand van het schoone Iaken dat eigenlijk papier was.”

     

     
    Jac. van Looy (13 september 1855 – 24 februari 1930)
    Fotoportret door Willem Witsen, 1891

     

     

    De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets (pseudoniem: Hildebrand) werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.

    Uit: Camera Obscura

    “En zijn gezin en buren, om den haard vergaderd, hooren met belangstelling en welgevallen nog eens naar de oude jachtfeiten, van de drie hoenders met de twee loopen, en de twee eenden in één schot! - Komen ook de boeren niet betalen, en daarbij hunne huislijke zaken openleggen? En komt de dominé niet om een partij te schaken? En schrijft gij zelf, daar binnen de muren, geen boeken genoeg voor hem? En krijgt hij niet tweemaal in de week een heel pak couranten, waarin hij tot zijn groote stichting leest van de bezoeken van koningen en prinsessen in de hoofdstad; van tabliers van diamanten en toiletten van goud, van acteurs die uitmunten in hun nieuwe rol; van groote, grootere, grootste, allergrootste, en extra allergrootste virtuozen; van stikvolle zalen, schitterende kapsels, en onvermengd kunstgenot; van plumbeering van holle tanden die hij niet noodig heeft, en “Source de vie, Levensbron,” à f 1.25 de doos, die hij nog beterkoop heeft op het land, met en benevens de harrewarrerijen over boeken-schrijven, waar hij zich niet aan bezondigt, vioolspelen, dat hij alleen tot zijn eigen genoegen doet, en de betuigingen van de redacteurs, dat het hunne gewoonte niet is datgene te doen, wat hij opmerkt dat zij juist in den geheelen stapel, dien hij voor zich heeft, onophoudelijk gedaan hebben.
    Hij heeft ook zijn feestdagen. Het zal bij voorbeeld koppermaandag zijn: koppermaandag, een dag, waarop de boekdrukkersgezellen bij u in de stad de deuren afloopen met eene fatsoenlijke bedelarij; laatste beroep op eene mildheid die reeds achtervolgens in de begeerigheid van diender, koster, stovenzetter, lantarenopsteker, brandblusscher, brandbezorger, torenwachter, knecht van 't Nut, en van wie niet al? heeft moeten voorzien. Wij kennen hier niemand in dat vak dan den boschwachter, die ons zijn groen almanakje komt aanbieden; en wien wij bij die gelegenheid de houtbrekers nog eens aanbevelen, want, om de waarheid te zeggen, deze, en de menigvuldige kraaien, zijn onze eenige winterrampen. - Maar ik wilde van koppermaandag spreken. Dan hebben wij bij voorbeeld hier de groote houtveiling, een publieke feestelijkheid, oneindig meer vermakelijk dan eene groote parade, indien gij mij gelooven wilt.”

     

     
    Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903) 
    Het Hildebrand monument in Haarlem

     

     

    De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Marie Freifrau von Ebner-Eschenbach werd geboren op slot Zdislavice bij Kroměří¸ in Moravië op 13 september 1830. Zie ook alle tags voor Marie von Ebner-Eschenbach op dit blog

     

    Die Sekunde

    Ich meß nach der Dauer das Leben,
    Berechnet nach Jahren die Zeit,
    Ich zähle nicht Tag und nicht Stunde,
    Ich hab' in einer Sekunde
    Durchlebt die Ewigkeit.

    Viel Jahre zogen vorüber
    Und ließen die Seele mir leer,
    Es blieb von keinem mir Kunde.
    Die eine, die eine Sekunde,
    Vergess' ich nimmermehr.

     

     

    Ein kleines Lied

    Ein kleines Lied! Wie geht's nur an,
    Daß man so lieb es haben kann,
    Was liegt darin? erzähle!

    Es liegt darin ein wenig Klang,
    Ein wenig Wohllaut und Gesang
    Und eine ganze Seele.

     

     

    Lebenszweck

    Hilflos in die Welt gebannt,
    Selbst ein Rätsel mir,
    In dem schalen Unbestand,
    Ach, was soll ich hier?

    – Leiden, armes Menschenkind,
    Jede Erdennot,
    Ringen, armes Menschenkind,
    Ringen um den Tod.

     

     
    Marie von Ebner-Eschenbach (13 september 1830 – 12 maart 1916) 

     

     

    De Tsjechische dichter Otokar Březina werd geboren op 13 september 1868 in Počátky, Bohemen. Zie ook alle tags voor Otokar Březina  op dit blog.

     

    Schmerz des Menschen

    Mit suggerierter Ohnmacht hat uns verwundet ein feindlicher Dämon,
    In den Augen der Sonne funkelte auf sein harter, böser Blick;
    Den zitternden Händen entfiel das Werkzeug deines Werkes
    Auf den Steinblock in deinen Brüchen sanken wir bange zurück.

    Den Schweiß trockneten wir von den Stirnen, besprachen uns mit dem Tode,
    Unter dem Himmel, der regungslos glühte, in der Erze ironischem Funkeln,
    Und wie Kinder in den Schoß der Mutter ihr Haupt, legten wir
    Unseren müden Gedanken in der Schöpfung ewige Trauer.

    Und damals dank unserer eigenen magischen Macht, dem Geheimnis unseres Geschlechtes,
    Dem Privilegium unseres verborgenen Adels, litten wir,
    Gefangene Fürsten in den Goldwäschen des siegreichen Eroberers,
    Bewacht von unsichtbaren Aufsehern,

    Wenn sie gedenken ihrer Städte, aufgeblüht über den Seen,
    Des Heimathimmels Sterne in mystischen Dämmerungen
    Und in der Stille ihrer Hast der Glocken Chöre tausendstimmig,
    Und des Jauchzens treuer Scharen bei Krönungsfesten …

     

    Vertaald door Emil Saudek

     

     
    Otokar Březina (13 september 1868 – 25 maart 1929)

     

     

    De Poolse dichter Julian Tuwim werd geboren in Łódź op 13 september 1894. Zie ook alle tags voor Julian Tuwim op dit blog.

     

    Switch

    In the wall there sticks a little switch,
    A little switch – electric, which –
    Just give that little switch a click –
    Brings you light double quick.

    It’s easy all right:
    Click and there’s light!
    Flick once more – then
    We’re in darkness again.
    And if you give it another go,
    You get the glow you had before.

    It has such a secret might,
    There in the wall, that tiny trick!
    Night – light –
    Light – night.

    But tell me what’s that little switch?
    A spark? A candle in a stick?
    How’d it get there? From where can it be?

    It’s no sparkle. It’s a cable.
    Just a wire and – it’s electricity!!
    Just flick the switch and – electricity!
    Electrically slick electriciteeeee!

    So where’s the light from?
    Now you see!

     

    Vertaald door David Malcolm

     

     

    The ABCs

    The ABCs fell off the mantelpiece,
    Slammed against the ground,
    They scattered into all four corners,
    And shattered all around:
    I—misplaced its dot,
    H—is strangely squat,
    B—bruised its belly,
    A—‘s legs turned to jelly,
    O—popped like a balloon,
    causing P to swoon,
    T—lost its hat,
    L—jumped into U, just like that,
    S—straightened out,
    R—broken right leg no doubt,
    W—is head-over-heels,
    discovering exactly how M feels.

     

    Vertaald door Pacze Moj

     

     
    Julian Tuwim (13 september 1894 – 27 december 1953)
    Hier met de Russische schrijver Ilya Erenburg (links)

     

     

    De Nederlandse dichter, schrijver en taalkundige Muus Jacobse werd op 13 september 1909 als Klaas Hanzen Heeroma geboren op het waddeneiland Terschelling. Zie ook alle tags voor Muus Jacobse op dit blog.

     

    1914

    Toen de oorlog uitbrak, was ik nog klein.
    Mijn vader zocht zijn oud soldatenpak
    Van zolder uit een doos vlak onder ’t dak,
    En wij brachten hem samen naar de trein.

    En ik wist niet, waarvoor dat was. En toen
    Vroeg ik het aan mijn moeder. En ik hoorde,
    Dat nu de soldaten elkaar vermoordden.
    Mijn vader ook? Die zou dat toch niet doen –

    Nu ben ik groot en wijs en veel vergeten,
    Van wat de dwazen en de kindren weten
    En waar ik, als ik er aan denk, om lach.

    Maar als wij, grote mensen, ’t niet verhindren,
    Dat er weer oorlog komt, God, geef ons kindren,
    Die nog begrijpen, dat het toch niet mag.

     

     

    Het boek

    Het Woord van het begin
    Sluit alle woorden samen.
    Zij zeggen ja en amen
    En krijgen slot en zin.

    God heeft zegen en vloek
    Van de dood en het leven
    Eens voor al opgeschreven.
    God is een open boek.

    En ik begrijp vaak niet,
    Als ik zijn held’re geheimen
    Moet navertellen in rijmen,
    Wat Hij daar nog in ziet.

     

     
    Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)
    In 1966 

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2015 deel 1 en eveens deel 2.



    13-09-2018 om 19:33 geschreven door Romenu  


    Tags:Tõnu Õnnepalu, Roald Dahl, Janusz Glowacki, Jac. van Looy, Nicolaas Beets, Marie von Ebner-Eschenbach, Otokar Bř,ezina, Julian Tuwim, Muus Jacobse, Romenu
    » Reageer (0)
    12-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Michael Ondaatje, James Frey, Chris van Geel, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias, Jan Willem Schulte Nordholt, Werner Dürrson, Gust Van Brussel

    De Canadese dichter en schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Zie ook alle tags voor Michael Ondaantje op dit blog

    Uit:Warlight

    “In 1945 our parents went away and left us in the care of two men who may have been criminals. We were living on a street in London called Ruvigny Gardens, and one morning either our mother or our father suggested that after breakfast the family have a talk, and they told us that they would be leaving us and going to Singapore for a year. Not too long, they said, but it would not be a brief trip either. We would of course be well cared for in their absence. I remember our father was sitting on one of those uncomfortable iron garden chairs as he broke the news, while our mother, in a summer dress just behind his shoulder, watched how we responded. After a while she took my sister Rachel’s hand and held it against her waist, as if she could give it warmth.
    Neither Rachel nor I said a word. We stared at our father, who was expanding on the details of their flight on the new Avro Tudor I, a descendant of the Lancaster bomber, which could cruise at more than three hundred miles an hour. They would have to land and change planes at least twice before arriving at their destination. He explained he had been promoted to take over the Unilever office in Asia, a step up in his career. It would be good for us all. He spoke seriously and our mother turned away at some point to look at her August garden. After my father had finished talking, seeing that I was confused, she came over to me and ran her fingers like a comb through my hair.
    I was fourteen at the time, and Rachel nearly sixteen, and they told us we would be looked after in the holidays by a guardian, as our mother called him. They referred to him as a colleague. We had already met him—we used to call him “The Moth,” a name we had invented. Ours was a family with a habit for nicknames, which meant it was also a family of disguises. Rachel had already told me she suspected he worked as a criminal.
    The arrangement appeared strange, but life still was haphazard and confusing during that period after the war; so what had been suggested did not feel unusual. We accepted the decision, as children do, and The Moth, who had recently become our third-floor lodger, a humble man, large but moth-like in his shy movements, was to be the solution. Our parents must have assumed he was reliable. As to whether The Moth’s criminality was evident to them, we were not sure.
    I suppose there had once been an attempt to make us a tightly knit family. Now and then my father let me accompany him to the Unilever offices, which were deserted during weekends and bank holidays, and while he was busy I’d wander through what seemed an abandoned world on the twelfth floor of the building. I discovered all the office drawers were locked.”

     

     
    Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)

     

     

     

    De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook alle tags voor James Frey op dit blog

    Uit: The Calling (Endgame Book 1)

    "Endgame has begun. Our future is unwritten. Our future is your future.
    What will be will be.
    We each believe some version of how we got here. God made us. Aliens beamed us. Lightning split us, or portals delivered us. In the end, the how doesn’t matter. We have this planet, this world, this Earth. We came here, we have been here, and we are here now. You, me, us, the whole of humanity. Whatever you believe happened in the beginning is not important. The end, however. The end is.
    This is Endgame.
    We are 12 in number. Young in body, but of ancient people. Our lines were chosen thousands of years ago. We have been preparing every day since. Once the game begins, we must deliberate and decipher, move and murder. Some of us are less ready than others, and the lessers will be the first to die. Endgame is simple this way. What is not simple is that when one of us dies, it will mean the deaths of countless others. The Event, and what comes after, will see to that. You are the unwitting billions. You are the innocent bystanders. You are the lucky losers and the unlucky winners. You are the audience at a play that will determine your fate.
    We are the Players. Your Players. We have to Play. We must be older than 13 and younger than 20. It is the rule, and it has always been this way. We are not supernatural. None of us can fly, or turn lead
    to gold, or heal ourselves. When death comes, it comes. We are mortal. Human. We are the inheritors of the Earth. The Great Puzzle of Salvation is ours to solve, and one of us must do it, or we will all be lost. Together we are everything: strong, kind, ruthless, loyal, smart, stupid, ugly, lustful, mean, fickle, beautiful, calculating, lazy, exuberant, weak.
    We are good and evil.
    Like you.
    Like all.
    But we are not together. We are not friends. We do not call one another, and we do not text one another.”

     

     
    James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

     

     

     

    De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

     

    Oktoberkauwen

    Wanneer het mist en windstil is
    hoor je van kauwen in de bomen
    het drukke praten dingend on-
    nerveus, het zich verplaatsen zonder
    drukte, het huiselijke met
    verstand, en je bent thuis als het
    oktober is, dichtbij de nacht.

     

     

    Witte nachtuil

    Zij kijkt mij aan met kleine stippen
    zij heeft geen naam, weegt niets, geen blad
    voelt zich betast hoe stijf ze ook
    zich vastklemt straks als ik het wil.

    Ze is een driehoek van wit dons,
    haar poten haken in mijn hand.
    Geluk waar toch geen naam voor is
    dan schoonheid die je zelf niet kent.

    Je hoort het suizen
    er is een betekenis
    het is niet zegbaar

    je mag het niet verliezen.

     

     

    Zomer

    Het water ligt ontdaan bijna
    van water onder stof,
    de bomen zien hun eigen ogen
    en ik door groen hun groen niet meer,
    ze zijn verborgen in de bomen.

    De lucht betrekt over het vee -
    wanneer het licht zo donker wordt
    licht fel het wit van koeien op.

     

     
    Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

     

     

     

    De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

     

    Christina

    It all began so easy
    With bricks upon the floor
    Building motley houses
    And knocking down your houses
    And always building more.

    The doll was called Christina,
    Her under-wear was lace,
    She smiled while you dressed her
    And when you then undressed her
    She kept a smiling face.

    Until the day she tumbled
    And broke herself in two
    And her legs and arms were hollow
    And her yellow head was hollow
    Behind her eyes of blue.

    He went to bed with a lady
    Somewhere seen before,
    He heard the name Christina
    And suddenly saw Christina
    Dead on the nursery floor.

     

     

    I Am That I Am

    In the beginning and in the end the only decent
    Definition is tautology: man is man,
    Woman woman, and tree tree, and world world,
    Slippery, self-contained; catch as catch can

    Which when caught between the beginning and end
    Turn other than themselves, their entities unfurled,
    Flapping and overlapping—a tree becomes
    A talking tower, and a woman becomes world.

    Catch them in nets, but either the thread is thin
    Or the mesh too big or, thirdly, the fish die
    And man from false communion dwindles back
    Into a mere man under a mere sky.

    But dream was dream and love was love and what
    Happened happened—even if the judge said
    It should have been otherwise—and glitter glitters
    And I am I although the dead are dead.



     
    Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)

     

     

    De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook alle tags voor Hannes Meinkema op dit blog.

    Uit: Een krokodil is een zeer eenzaam dier

    “Haar vader viel altijd zomaar haar kamer binnen. Zonder kloppen (wij hebben hier in huis niets voor elkaar te verbergen). Keek achteloos in al haar kasten, waar ze bij zat. Kun je nagaan wat ze doen als je op school bent. Niet te vertrouwen. Voortdurend onveilig in je kamer, of je nu huiswerk maakte of stiekem een boek las.
    Maar dat broekje had ze ten minste schoon uitgewassen.
    Ze was er.
    Ze pakte de tas en liep naar de vooruitgang. ‘Dus we zien je vanavond weer terug’, zei de chauffeur met een grijns naar haar mond. Ze bloosde, vervelend. Ja, ze knikte, ja, struikelde bijna over de treden. Liep snel, te snel, de straat op. De chauffeursogen prikten in haar rug, haar benen (daartussenin). Nu kaarsrechtop lopen, niet zo, niet tè - nee 't beste toch gewoon maar je hoofd wat laten zakken, verlangen naar een hoek om om te gaan.
    Ze had de achteruitgang moeten nemen.
    Maar ze was geen kind meer, zelfs de buschauffeur had het gezien.
    Om de hoek stopte ze, haalde haar retourkaartje uit haar jaszak, stopte het in haar portemonnee, die in het voorste vakje van haar tas. Haar handen waren klam.
    Marjolein woonde niet ver van de halte. Ze kreeg koffie. Ze zat het op een kussen op de grond op te drinken. Mond vol tanden. Gek, ze had zich hier weken op verheugd en nu het zover was kon ze Marjolein niet laten merken wat ze voelde.
    ‘We gaan naar Artis, vind je dat leuk? Als we om elf uur bij de krokodillen zijn, kunnen we zien hoe ze gevoederd worden. Dat gebeurt maar twee keer per week, dus je boft.’
    Marjolein praatte veel. Ze kon er haast niet tussen komen. Het was plotseling erg moeilijk om erover te beginnen. Ze kon beter wachten tot een geschikt moment. In Artis. ‘Ja’, zei ze, ‘ja, dat lijkt me leuk.’
    Ze glimlachte expres.
    Marjolein leek helemaal niet op haar vader. Ze was ook een stuk jonger natuurlijk. Ze studeerde nog. ‘Hoe oud ben je?’ vroeg ze ineens. ‘Drie en twintig. En jij, veertien?’
    ‘Dertien.’
    Kleiner dan Marjolein had gedacht. Dat maakte het nog moeilijker om het te vertellen. Raar was dat: als je van te voren had bedacht dat je iemand iets ging vertellen, was het veel moeilijker om het te doen dan spontaan. Ja, ze zou wachten tot in Artis.”

     

     
    Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)
    Cover

     

     

    De Nederlandse columnist, journalist en schrijver Eduard Maurits Elias werd geboren in Amsterdam op 12 september 1900. Zie ook alle tags voor Eduard Elias op dit blog.

    Uit: Een bloemetje

    “Evenmin als, naar waarheid, ontkend zou mogen worden, dat de journalistiek van de Rotterdamse Zandlopers of de Amsterdamse Kronkels, tot de letterkunde behoren, evenmin zou dat mogen worden gedaan ten aanzien van deze stukken van Annie Salomons.
    Ik geloof niet, te mogen zeggen, dat hun poëtische eenvoud geraffineerd is. Dit zou trouwens een contradictio in terminis mogen heten. Niet geraffineerd dus, maar wèl - en dit dan ook ten voile en altijd - verfijnd.
    Zo kwam het dat de gewone man zijn ongeduld nog wel eens wist te bedwingen om Straat of Rodenko te lijf te gaan, maar dat, wanneer er een opstel van Annie Salomons in stond, Maatstaf onmiddellijk ter hand genomen werd. Altijd komt het blad met de ochtendpost midden in het werk en menigmaal werden de resten van deze beide tijdelijk terzijde geschoven ‘om eerst Salomons te lezen’. Toen de Ooievaar beide bundeltjes bracht, werden zij daaruit nòg eens gelezen.
    Is dit eigenlijk reeds niet genoeg-gezegd door wie bij een kroonjaar zijn hommage brengen wil aan een bewonderde dame?
    Of mag ik, uit mijn herinnering, het toch wel verrassende feit constateren, dat ik haar, van het prille begin tot dit zelf-opgelegde einde, ben trouw gebleven over een lange pauze heen?
    Want mijn herinnering gaat terug tot de beide Groene's, die altijd met vreugde en spanning verbeide hoogtepunten van de week voor een gymnasiumjongen met grasgroene litteraire belangstelling. Er is altijd nog wel iets gebleven van de toenmalige heerlijkheid van het-bandje-van-de-verse-bladen-verwijderen, maar de diepe vreugde daarvan, zoals die toen was, lijkt nu onbegrijpelijk. Even onbegrijpelijk als het vroegste geluk om een nieuw-gekocht of gekregen boek, dat met àlles wat het had, een kleine roes verwekte: vóór het lezen al met zijn tastbaarheid: de band en het papier en ook met zijn verse, bijna bedwelmende geur van jonge inkt.”

     

     
    Eduard Elias (12 september 1900 — 14 januari 1967)
    Cover

     

     

    De Nederlandse dichter en hoogleraar Jan Willem (Wim) Schulte Nordholt werd geboren in Zwolle op 12 september 1920. Zie ook alle tags voor Jan Willem Schulte Nordholt op dit blog.

     

    Sonnet

    De maat van dit oneindig wijde land
    van wilgen, populieren, wilgen en van eiken,
    de slag, waarmee een sterke, bruine hand
    de riemen in het water neer doet strijken,
    de rust, waarmee de wolken rand na rand
    opschuiven over slingerende dijken,
    de maat van dit oneindig wijde land,
    waarvan de einders naar den hemel wijken;

    dit is de maat, waarop ik had gedacht,
    tussen een sterk, eenvoudig-vroom geslacht,
    voorgoed in dit schoon land te willen leven.

    Maar al wordt dit geluk mij niet gegeven,
    genoeg zal mij, nu 'k jou heb, zijn gebleven:
    ogen, waarin heel Hollands hemel lacht.

     

     

    Sonnet

    Een kind loopt tussen grote mensen door
    en het verzamelt in zijn kleine handen
    een herfstbouquet van rode blaren voor
    de jonge vrouw die zachtjes aan komt wandlen.

    Men ziet het dad'lijk dat zij bij hem hoort.
    Zij zal zijn moeder zijn, hij heeft haar ogen
    maar zijn gezicht is zuiver blank ivoor,
    het hare is door het geluk bewogen.

    En ik, ik zie het als een dromer aan,
    en warm loop ik van het geluk te dromen.
    Ik zie daarginds de allerliefste gaan,
    ik zie het kind onder de grote bomen,
    Ik zie mijzelf diep in haar ogen staan
    en ons geluk is eeuwig en volkomen.

     

     
    Jan Willem Schulte Nordholt (12 september 1920 – 16 augustus 1995)
    Liber amicorum voor Jan Willem Schulte Nordholt ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag.

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

     

    Grafeneck

    Bergaufwärts Linden Kastanien
    lichte Allee
    der Himmel feinsäuberlich blau
    klare Sicht in hüglige Fernen

    ich sehe du siehst
    der Frühling ist mild

    Kein flatterndes Band im Wind kein
    Hauch nichts steigt aus den Wiesen
    ich frage du fragst wer
    karrte die Seelen hinauf
    zehntausendfach lieferte Brot
    unnützen Essern die
    hungern nicht lang

    ich spüre du spürst
    der Frühling ist lau

    Aufwärts durch Linden Kastanien die
    Rauchfahne hoch wer drehte
    den Hahn auf schürte das Feuer
    warf sie hinein wer wusch sich
    die Hände mit Seife die
    schrie nicht schäumte nicht

    Schlaf schöner Schlaf
    zehntausendfach siehst du
    der Frühling ist blind

    Ich frage du fragst niemand weiß
    schwarzes Flattern im Wind der
    Himmel grauer als grau wer
    schob die Schlacke beiseite
    kehrte die Asche zusammen wer
    grub die Grube säte das Gras

    ich höre du hörst die Zeugen
    schweigen
    der Frühling ist schlau

    Dicht geschlossen die Reihen
    Linden Kastanien schöne Allee
    der Himmel feinsäuberlich klar
    kein flatterndes Band im Wind kein
    Haar sattes Grün nichts
    steigt aus den Wiesen

    die Vögel zwitschern
    der Frühling ist blau

     

     
    Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

     

     

     

    De Vlaamse dichter en schrijver Gust Van Brussel werd geboren in Antwerpen op 12 september 1924. Zie ook alle tags voor Gust Van Brussel op dit blog.

     

    Haar stem zingt in mijn ogen

    Haar stem zingt in mijn ogen
    een albatros wiekt over een verdwijnend schip
    de balletdanser opent zijn vleugels
    leven dood wonden strelen
    zij haalt haar borstjes uit haar cups
    het ronde vlees mals
    de tepels groeien
    ik hoor haar lied in mijn hals
    zij krieuwelt in mij
    ik heb nood aan haar vingers op mijn tors
    haar stem zingt over het zinkend schip
    het licht breekt open over de einder
    ik houd haar jonge heup gesloten tegen me aan
    ik verga in de zee
    boven mij wordt de albatros zwart
    in de zonneschijf
    blijf nu bij me voorgoed

     

     

    Midden in je tuin staan

    Midden in je tuin staan een tuin
    vol kleurenlust en weelderig
    van roze rozerood tot goudoranje
    zwaanwit het korenbloemenblauw
    het gele van de avondzon en het paars
    midden in je tuin je lievelingslied neuriën
    in zoete geuren, teerbitter of anijs
    exotisch peper gember citroenzuur
    of donker amber
    leven midden je fuchsias je gerberas
    je aloë en lelies je jasmijn uit Perzië
    rode anthurium en witte anjers
    lichtrode cuphorbia kerststerren
    en lepelplanten de gele alcantaria
    en de rozen van overal op de planeet
    de koningin pronkend in lange vazen
    midden in je tuin staan
    waar hoor ik je zingen
    in die andere wereld

     

     
    Gust Van Brussel (12 september 1924 – 20 mei 2015)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

    12-09-2018 om 18:07 geschreven door Romenu  


    Tags:Michael Ondaatje, James Frey, Chris van Geel, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias, Jan Willem Schulte Nordholt, Werner Dürrson, Gust Van Brussel, Romenu
    » Reageer (0)
    11-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Murat Isik, David van Reybrouck, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova, Merrill Moore, Barbara Bongartz, Adam Asnyk

    De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook alle tags voor Murat Isik op dit blog.

    Uit: Wees onzichtbaar

    “De mannen liepen de lift uit. In Hamburg had ik geen enkele zwarte man gezien, maar in Amsterdam was ik alleen nog maar negers tegengekomen, zoals Kadir ze noemde. Erol wees afkeurend naar een plas midden op de liftvloer. ‘Ik hoop maar dat het water is en geen pis.’ Terwijl we ons met vertrokken gezichten tegen de wand drukten, kwam de lift schuddend in beweging en stopte bij de tweede verdieping. We stapten uit in een klein halletje met houten lambrisering. Kadir en Erol liepen de galerij op en riepen gelijktijdig: ‘ We zijn er!’
    Ik keek naar het brede raam waar vitrage voor hing. Kadir belde aan. Er klonk geroezemoes dat overging in luide mannenstemmen, deuren sloegen dicht. Mijn moeder leek naar de grond te staren, maar vanonder haar wimpers keek ze afwachtend omhoog. Mijn zus liet mijn hand los, veegde het haar uit haar gezicht en zette een glimlach op. Ik verwachtte elk moment het lachende gezicht van mijn vader in de deuropening te zien. Hij zou me oppakken en in de lucht houden.
    Een sleutel draaide in het slot. Er klonk een klik en de deur ging met een zwaai open. Mijn vader stond in de deuropening en keek ons vragend aan, alsof hij ons niet verwacht had. Ik herkende hem nauwelijks: hij had zijn grote snor afgeschoren waardoor hij er tien jaar jonger uitzag. Hij schudde eerst Kadir en Erol zakelijk de hand. Daarna keek hij mijn moeder onbewogen aan, maakte een uitnodigend gebaar met zijn arm en klopte haar op de rug zoals ik mannen in het buurtcentrum in Hamburg bij elkaar had zien doen. Mijn zus en ik kregen een korte aai over ons hoofd.
    ‘ Waar bleven jullie?’ vroeg mijn vader.
    Drie voor mij onbekende mannen stonden in de woonkamer. Ze begroetten ons afstandelijk. Mijn oog viel op de grote zwart-witte buffetkast die bijna een halve muur besloeg en het bruine behang met motiefjes van gedroogde bloemen. Mijn zus en ik renden meteen kirrend door het huis dat groter leek dan elk ander huis dat we ooit hadden betreden. Ik struikelde telkens over de houten drempel tussen de deuropeningen. ‘Dit wordt mijn kamer!’ riep mijn zus toen we de slaapkamer aan de kant van de galerij betraden. Het was de enige kamer met een bed. In de andere kamers lagen matrassen op de grond.
    In de woonkamer vertelden Kadir en Erol over onze lange reis. Mijn moe- der zat op de hoek van de bank.
    ‘Baba!’ riep ik. ‘Baba, ik heb autogereden!’
    Mijn vader reageerde niet. Hij luisterde naar Kadir en keek er ernstig bij."

     

     
    Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)

     

     

    De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

    Uit: De Plaag

    “Zoals gewoonlijk bestel ik een dagsoep en een pint. Eens per maand kom ik in dit Utrechts bistrootje eten, het ligt op de weg van de universiteitsbibliotheek naar het station. Ik neem mijn boekentas op schoot. Het oude leer kreunt onder het gewicht, weer te veel boeken mee. In Leiden werk ik aan een proefschrift over de geschiedenis van de prehistorische archeologie, maar af en toe kom ik naar Utrecht, want hier zit de belangrijkste vakgroep primatologie van de Lage Landen. Ik wil weten hoe gedragsstudies van mensapen de beeldvorming over onze voor ouders gekleurd hebben.
    In mijn boekentas zitten een paar monografieën over het sociaal gedrag van chimpansees, een congresbundel uit de vroege ja ren zestig over agressie bij bavianen en een stapel fotokopieën over onderwerpen waar men het niet over eens kan worden: seks frequentie, mannelijke dominantie, het voordeel van grote hoektanden. Dit is een heerlijk rustmoment. Na een dag opzoeken, diagonaal lezen en kopiëren eventjes de buit bekijken, zoals een stroper zijn ransel inspecteert. Mijn blik gaat niet meteen naar de klassiekers en de standaardwerken, maar naar een onooglijk pocketje uit 1969 dat tussen de grote banden wegkwijnt, een kerkje naast wolkenkrabbers. Ik haal het eruit.
    Eugène Ma rais, staat erop, The Soul of the Ape. Het is aan alle kanten lelijk: de rug is hel oranje, op de voorkant staat een brullende baviaan, de achterkant zegt me dat het vijftig shilling gekost heeft. Meer lijkt het me ook niet waard, zelfs niet na dertig jaar inflatie.
    ‘Mag ik even?’ zegt de serveerster en ze schuift een papieren placemat onder mijn handen. ‘Neem me niet kwalijk,’ mompel ik, het boek opheffend. Ze legt ook nog een servet en wat bestek neer.
    Een paar maanden geleden had iemand me Marais aangeraden. Je werkt aan de geschiedenis van de primatologie? Dan moest ik die rare Zuid-Afrikaan maar eens lezen. Die zou twee boeken geschreven hebben: The Soul of the Ape en The Soul of the White Ant. Dat laatste kon me gestolen worden. Ik was al van Neanderthalers overgestapt naar apen, ik zou niet nog eens overstappen naar termieten. Maar Marais zou naar verluidt al heel vroeg bavianen in het wild bestudeerd hebben, reeds vanaf het begin van de twintigste eeuw. Ik had er mijn twijfels over. Al mijn onderzoek wees erop dat pas in de jaren vijftig een begin werd gemaakt met systematisch veldwerk bij apen in het wild.
    Luchtvaart, landrovers en malariapillen maakten dit soort onderzoek ineens een stuk haalbaarder.”

     

     
    David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

     

     

    De Engelse dichter en schrijver D.H. Lawrence werd geboren op 11 september 1885 in Eastwood (Nottinghamshire). Zie ook alle tags voor D. H. Lawrence op dit blog.

    Uit: Sons and Lovers

    “She was thirty-one years old, and had been married eight years. A rather small woman, of delicate mould but resolute bearing, she shrank a little from the first contact with the Bottoms women. She came down in the July, and in the September expected her third baby.
    Her husband was a miner. They had only been in their new home three weeks when the wakes, or fair, began. Morel, she knew, was sure to make a holiday of it. He went off early on the Monday morning, the day of the fair. The two children were highly excited. William, a boy of seven, fled off immediately after breakfast, to prowl round the wakes ground, leaving Annie, who was only five, to whine all morning to go also. Mrs. Morel did her work. She scarcely knew her neighbours yet, and knew no one with whom to trust the little girl. So she promised to take her to the wakes after dinner.
    William appeared at half-past twelve. He was a very active lad, fair-haired, freckled, with a touch of the Dane or Norwegian about him.
    "Can I have my dinner, mother?" he cried, rushing in with his cap on. "'Cause it begins at half-past one, the man says so."
    "You can have your dinner as soon as it's done," replied the mother.
    "Isn't it done?" he cried, his blue eyes staring at her in indignation. "Then I'm goin' be-out it."
    "You'll do nothing of the sort. It will be done in five minutes. It is only half-past twelve."
    "They'll be beginnin'," the boy half cried, half shouted.
    "You won't die if they do," said the mother. "Besides, it's only half-past twelve, so you've a full hour."
    The lad began hastily to lay the table, and directly the three sat down. They were eating batter-pudding and jam, when the boy jumped off his chair and stood perfectly stiff. Some distance away could be heard the first small braying of a merry-go-round, and the tooting of a horn. His face quivered as he looked at his mother.
    "I told you!" he said, running to the dresser for his cap.
    "Take your pudding in your hand--and it's only five past one, so you were wrong--you haven't got your twopence," cried the mother in a breath.
    The boy came back, bitterly disappointed, for his twopence, then went off without a word.
    "I want to go, I want to go," said Annie, beginning to cry.
    "Well, and you shall go, whining, wizzening little stick!" said the mother. And later in the afternoon she trudged up the hill under the tall hedge with her child. The hay was gathered from the fields, and cattle were turned on to the eddish. It was warm, peaceful.”

     

     
    D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
    Rupert Evans als Paul en James Murray als William Morel in de gelijknamige tv-film uit 2003

     

     

    De Vlaamse dichter en schrijver Eddy van Vliet werd geboren op 11 september 1942 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Eddy van Vliet op dit blog

     

    Oud Antwerpen

    de druiven rijpen niet
    nauwelijks de zon
    langs de oude kaaien opgekomen
    plots deze regen
    regen van neon
    regen langs de schepen
    zimmer
    chambres pour voyageurs
    lachen de huizen de late bezoekers toe
    de vrouwen in rood en blauw
    uitnodigend de ramen zacht
    stilte langs het steen
    liefde zoeken langs de stenen
    gooien we onze ankers uit
    in de stapelhuizen
    huizen we bij de ratten
    bij maria van den hoek
    op de hoek van de krabbenstraat
    tekenen we 13 op de muur
    en bestellen griekse wijn
    zuur langs de monden
    roepen athene tot getuige
    op de tafel
    onder de stoelen
    om veelkleurig te rijden
    de kathedraal tegemoet
    wachten op zijn tweede toren
    zoals de drie indonesiërs
    op maria van den hoek
    13 op de muren getekend
    en plots de regen
    steeds de regen

     

     

    De eend

    Doelend op de eend die dook
    riep je: zij gaat dood.

    Langs het jaagpad liepen wij er heen.
    Wat verdween kwam niet weer.
    Voor de een: verborgen in het riet,
    voor de ander: op de bodem van het diep.

    Voorlopig en definitief.
    Woorden die weerkwamen in elke brief.

     

     
    Eddy van Vliet (11 september 1942 – 5 oktober 2002)
    Cover

     

     

    De Amerikaanse schrijver Andre Dubus III werd geboren op 11 september 1959 in Oceanside, California. Zie ook alle tags voor Andre Dubus III op dit blog.

    Uit: The Cage Keeper

    “It's midnight in December, an hour past lights out, and I'm walking the hall of the women's wing. I open the doors fast so the hinges don't squeak and I run the beam of my flashlight over the beds. I try not to shine it in anybody's face while they're sleeping but sometimes I have to if their hair is in the way or something. They don't like that. Emma, this black woman from the projects of east Denver, she's mean; once I shined the light in her eyes and she threw her clock radio at me, yelled something like, "Get that damn light outta my face." I had to put her on restriction and cancel four of her weekend furloughs for that. Emma has ten kids and I guess I'm supposed to feel sorry for her when she can't get back to Denver to see them after throwing a radio at me. Fact is, I'm not too popular around here anyway. Leon is, though.
    Leon's black and he lifts weights down at a gym near the university here in Boulder. His father's a realtor like mine, so he didn't grow up poor. And he doesn't let any of the black inmates come across with their "Hey, brother" malarkey either. Usually, when they start a sentence like that with him, they're trying to butter him up for some favor or another and Leon knows it. But he just puts his finger to their chest lightly and says, "Don't be giving me no brother shit, Clay. Now go wash down the mess hall walls." But he is more popular than I am. Not that I'm very worried about it, because I'm not. Like my older brother, Mark, the House Director, said to us in a meeting once: "If the inmates like you too much, then you're not doing your job properly." Leon does his job; it's just that he looks at these people differently than I do. We talked about this over a couple beers at The Rhino once after our four P.M. to one A.M. shift. He said that it's probably because he's black that he roots for the underdog. Me. I don't look at it that way; I don't believe that all convicted adult felons are underdogs. Plus, I have always felt for the person who just had their car stolen, or was mugged or raped or even killed. Those are the ones I feel sorry for. And I guess even though Leon and I approach our jobs in pretty much the same way, which is rule enforcer first, someone to talk to second, the inmates must pick up on this philosophical difference somehow.
    It's amazing how they can do that. Like the last time we came out of a staff meeting after having just decided to initiate a surprise room-to-room search for contraband. When we got upstairs most everybody was in their rooms organizing things, cleaning up, and I'm sure, tossing an item or two out the window into the alley.”

     

     
    Andre Dubus III (Oceanside, 11 september 1959)

     

     

    De Litouwse dichter, schrijver en vertaler Tomas Venclova werd geboren op 11 september 1937 in Klaipeda, Litouwen. Zie ook alle tags voor Tomas Venclova op dit blog.

     

    A Poem About Friends

    For Natalija Gorbanevskaya

    When even strangers are not strangers
    And all that has not yet happened
    Flows in currents to nonexistence,
    As if nothingness had a direction,
    When outside the city day ends
    And the radio crackles as the storm approaches,
    Let's lock ourselves away once again
    From the last minutes of summer.

    When the skies are dark, through the door walk
    The vanished, the overdue, the retreated
    For whom this night our room
    Is the only Elysian field,
    Whose shadows wander through our dreams
    Having loved and forgotten each other,
    Who settle down in the pits of mirrors
    And unexpectedly surface and rise.

    And so are reborn in their buried coffins
    The winged women, the unseen brothers,
    The generation long changed to echoes,
    To book margins, to dry grass;
    And those who still live are gathered by fogs,
    Empty houses and long journeys.
    Their weaponresistance and silence,
    And the hope that Apollo may yet save them.

    The garret will dissemble nature's bounds,
    The night will separate the thaw from the frost,
    And even language in the presence of death
    Will protect their constancy if,

    Having poisoned sensation and thought,
    Having hollowed out a hole in the stone steps,
    An unasked for future awaits them

    Their wasted and remitted thing.

    They visited our forest. The dead
    Furniture remembers their wood-like fingers.
    Having marched into maturity
    They do not answer to the earthly judge.
    They are an open and great family
    Whose children share a single name

    Having replaced their voice, emptiness
    Fills our spaces to the limit.

    I don't believe in misadventure and believe
    In friends for whom I have equally divided
    The distance between the world and the eyes,
    This fragile and ethereal endlessness.
    All faces vanish in the light.
    Lamps burn out, truths come clear,
    But all their footsteps meet in me
    The way parallel lines in the distance converge.

    Again the fall, filled and lavish.
    In the city won by a few souls
    Above foreign streetcars and old houses
    This is September's first brave hour.
    Large barges loom in the water,
    Each nerve in the morning is strained,
    And the first leaf that hits the ground
    Is angular, like a coat of arms.

     

     

    Vertaald door Jonas Zdanys

     

     
    Tomas Venclova (Klaipeda, 11 september 1937)

     

     

    De Amerikaanse dichter en psychiater Merrill Moore werd geboren op 11 september 1903 in Columbia, Tennessee. Zie ook alle tags voor Merrill Moore op dit blog.

     

    No Envy, John Carter


    Some night, John Carter, you will dream of hands,
    Hands that are dead now, or as good as dead,
    That you killed, or as good as made them die
    Along the road that you have prospered by;
    And I will never envy you the dread
    With which you must awake then, as you see
    Hands stretched towards you, striving, piteously
    Stretched, beseeching, grasping at what was taken,

    Hands by pain and grievance sorely shaken
    And pointed at you while your agents keep
    The power you've gained in this and other lands -
    Some night, Mr. Carter, you will dream.
    But it will not be an untroubled dream,
    And, oh, I shall not envy you your sleep.

     

     

    A Hymn For Water

    Go get water, it is good to drink
    Water will drown better than wine will drown
    Certain sorrows that will not go down.

    Water has sunk more grievances than wine
    And will continue. Turn the water on
    Stick your hand in the stream; water will run

    And kiss it like a dog or it will shake
    It like a friend or it will tremble there
    Like a woman sobbing with her hair
    Falling in her face and do not think.

    That water has been everything, it has
    But now it is only water, that will make
    You whole as it is whole, clear as it is,
    Immune against fate and her traitories.

     

     
    Merrill Moore (11 september 1903 – 20 september 1957)
    In 1945

     

     

    De Duitse schrijfster Barbara Bongartz werd geboren op 11 september 1957 in Keulen. Zie ook alle tags voor Barbara Bongartz op dit blog.

    Uit: Karpfen grün

    „Der Fisch sah ungewöhnlich aus. Das Gericht, das er vorstellen sollte, heißt Karpfen blau. Man kann das auch mit Forelle machen, ich habe später im Kochbuch nachgesehen. Nachdem man ihn erschlagen hat, läßt man den Fisch in heißem, nicht kochendem Wasser sieden, bis er blau anläuft, ein Färbungsprozeß, den man bei Menschen nur kennt, wenn sie erkalten. Man serviert das zuvor mit Milchbrot gemästete Tier an zerlassener Butter, neuen Kartoffeln und frischem Gemüse. Ich fragte mich, ob es mit der besonderen Zusammensetzung ihres Blutes zusammenhängt, daß diese Fische blau anlaufen, wenn man sie erhitzt.
    Dieser hatte die falsche Farbe. Er war grün, als hätte er den Span einer Bronze angesetzt, die seit Jahren auf einen Sockel gebettet im Garten liegt. Span hätte auch gut zu seiner Attitüde gepaßt. Attitüde, sage ich, weil mir dunkel bewußt war, daß nicht jeder Karpfen so in einer Schüssel liegt. Er sah aus, als hätte die Hausfrau ihn hingedreht, den Schwanz extra aufgestellt, so wie ein Bildhauer der Tonstudie zu seiner Skulptur noch den letzten Schwung verleiht. Der Schwung lag hier im Schwanz. Über den Leib war ein dichtes Knäuel aus Kräutern gedeckt. Meine Mutter pflegte so die toten kleinen Vögel, die im Frühjahr manchmal aus den Nestern fallen, zu bestatten. Grün wie er da lag, drängte sich mir außer anderen, nicht so schönen Gedanken die Frage auf, ob er vielleicht gar kein Fischblut in sich gehabt habe, sondern anderes Blut. Was sonst mochte der Grund der falschen Farbe sein?
    Ich wußte, er war nicht am selben Tag geschlachtet worden. Zumindest schenkte ich Meggi darin Glauben, weil sie viel zu mitfühlend war, ein Tier eigenhändig zu erschlagen. Sie kannte nicht einmal aus Erzählungen die Schweinerei, die es macht, einen Karpfen zu töten. Nicht, daß ich je Erfahrung damit gehabt hätte. Ich mochte Karpfen nicht, wahrscheinlich, weil bei uns in der Familie niemand ein Faible für Allesfresser hatte, außer meiner Tante Gerda. Tante Gerda schwärmte für fette Fische, und da sie jung und frisch sein mußten und gut gewässert, hielt sie die Tiere, bevor sie gnadenlos unter den Hammer kamen, einige Tage in der Badewanne. Alle mußten währenddessen duschen, was Eliza, meine sehr viel ältere Kusine, besonders störte. Sie liebte damals schon, als ich noch nicht einmal wußte, was ein Badeduft war, kochend heiße, schaumgekrönte Bäder. Natürlich kam bei meiner Tante der Karpfen Weihnachten dran, und da Eliza nicht baden konnte, war ihr Jahre später noch Weihnachten so verhaßt, wie es das sonst nur den orthodoxen Eltern längst assimilierter jüdischer Nachkommen ist.
    „Weihnachten treibt mich wie Vieh unter die Duschstation“, maulte Eliza, die nicht nur gern badete, sondern auch gern gut und am liebsten fettfrei aß. Sie liebte es ebenso, sich nach einem langen, ausgiebigen Schaumbad schön anzuziehen. Soviel Sinn für Eleganz mußte vor einem so häßlichen Blauknochen kapitulieren.“

     

     
    Barbara Bongartz (Keulen, 11 september 1957)

     

     

    De Poolse dichter en toneelschrijver Adam Asnyk werd geboren op 11 september 1838 in Kalisz. Zie ook alle tags voor Adam Asnyk op dit blog.

     

    Das verwelkte Blättchen

    Mein Herz, das ruhelose,
    Es wallte stürmisch auf,
    Ich nahm von der weißen Rose
    Ein Blatt und schrieb darauf.

    Die Worte süß und bange
    Die nie geworden laut,
    Die hab' ich im heißen Drange
    Dem zarten Blatt vertraut.

    Die Hoffnung, die ich hegte,
    Die Schmerzen, die ich litt,
    Was mich im Traum bewegte,
    Dem Blättchen theilt' ich's mit.

    Bestimmt war's ihren Händen,
    Entziffern sollte sie's
    Und dann mir Antwort senden
    Auf gleichem Blatt wie dies.

    Noch einmal wollt' ich prüfen
    Die seltene Schrift vorher,
    Doch ach, die Züge verliefen,
    Kein Wort erkannt' ich mehr.

    Das Blatt war welk und faltig,
    Und jede Spur verschwand
    Der Worte süß und gewaltig,
    Bestimmt für ihre Hand!


    Vertaald door Heinrich Nitschmann

     

     
    Adam Asnyk (11 september 1838 – 2 augustus 1897)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

    11-09-2018 om 18:28 geschreven door Romenu  


    Tags:Murat Isik, David van Reybrouck, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova, Merrill Moore, Barbara Bongartz, Adam Asnyk, Romenu
    » Reageer (0)
    10-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Edmund de Waal, Theo Olthuis, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł, Huelle, Mary Oliver, Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov

    De Nederlandse dichter en schrijver Theo Olthuis werd geboren in Amsterdam op 10 september 1941. Zie ook alle tags voor Theo Olthuis op dit blog.

     

    Simpel

    Ruggelings wiegend het onderlijf
    als trage ruitenwissers.
    Geen jeuk of ander ongenoegen,
    maar simpel tijdverdrijf;
    vermoedelijk in de buurt van
    noem het honds geluk.

     

     

    Vluchteling

    Na alles en dat was veel
    de beslissing toch genomen.
    En op weg naar ergens ver
    uiteindelijk toch nog
    ergens aangekomen.
    Maar al zijn we nu dan hier,
    we weten ons ook nog daar,
    waar afscheid nemen
    een beproeving was.

    Uit een hel ontsprongen
    en in een doolhof beland,
    valt er nog niet veel te vieren.
    Opgeslagen in computer en papieren
    met om ons heen een vreemde taal,
    blijft het dagelijks oefenen
    in kalm te blijven en af te wachten.
    Met het oog op morgen / overmorgen
    kalm te blijven en af te wachten.
    - Want na alles overleefd,
    hebben wij nog nèt wat dromen over
    hoe het hier zou kunnen zijn…

     

     
    Theo Olthuis (Amsterdam, 10 september 1941)

     

     

    De Franse schrijver van Russische afkomst Andreï Makine werd geboren in Krasnojarsk op 10 september 1957. Zie ook alle tags voor Andreï Makine op dit blog.

    Uit: Das französische Testament (Vertaald door Holger Fock en Sabine Müller)

    „Ich sah einen großen, braunen Falter, eine abendliche Sphinx, die zitternd einen Weg in die trügerische Tiefe des Spiegels suchte. Mit ausgestreckter Hand stürzte ich mich auf ihn und fühlte schon das Kitzeln seiner samtigen Flügel in meinen Handflächen… Jetzt erst bemerkte ich die außergewöhnliche Größe des Schmetterlings. Ich pirschte mich heran und konnte einen Aufschrei nicht unterdrücken: »Das sind ja zwei! Es sind siamesische Zwillinge!« Die beiden Falter schienen tatsächlich aneinander zu kleben. Ihre Leiber wurden von fieberhaften Zuckungen geschüttelt. Zu meiner Überraschung schenkte mir diese doppelte Sphinx keinerlei Aufmerksamkeit und versuchte nicht zu entkommen. Bevor ich sie einfing, konnte ich die weißen Flecken auf ihrem Rücken betrachten, den berühmten Totenkopf. Die Frau in der wattierten Jacke war vergessen. Ich verfolgte den Flug der freigelassenen Sphinx, die sich in der Luft in zwei Schmetterlinge teilte, und mit dem Verständnis eines Zehnjährigen begriff ich den Grund für diese Vereinigung. Das erklärte für mich auch die Bestürzung meiner Großmutter. Die Jagd auf die Sphinx der sich paarenden Schmetterlinge rief in mir die Erinnerung an zwei weiter zurückliegende Ereignisse wach, die zu den geheimnisvollsten meiner Kindheit zählen. Die erste, in mein achtes Lebensjahr zurückreichende Erinnerung beschränkt sich auf einige Zeilen aus einem alten Lied, das meine Großmutter manchmal kaum hörbar sang oder vielmehr vor sich hin murmelte, wenn sie über ein Kleidungsstück gebeugt auf ihrem Balkon saß, einen Kragen flickte oder Knöpfe annähte. Insbesondere der letzte Vers des Lieds verzückte mich:

    … Und dort würden wir schlafen bis ans Ende der Welt.

    Dieser unendliche Schlaf der Liebenden überstieg meine kindliche Vorstellungskraft. Ich wusste bereits, dass Menschen, die sterben (wie die alte Nachbarsfrau, deren Verschwinden man mir im letzten Winter so ausführlich erklärt hatte), für immer einschlafen. War dies der Schlaf der Liebenden aus dem Lied? In der Folge bildeten die Liebe und der Tod eine seltsame Einheit in meinem Köpfchen. Die schöne, melancholische Melodie tat das Ihre, um meine Verwirrung zu steigern.“

     

     
    Andreï Makine (Krasnojarsk, 10 september 1957)

     

     

    De Britse schrijver, keramist en hoogleraar Edmund Arthur Lowndes de Waal werd geboren op 10 september 1964 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Edmund de Waal op dit blog.

    Uit: The Hare With Amber Eyes: A Hidden Inheritance

    “Odessa was a city within the Pale of Settlement, the area on the western borders of imperial Russia in which Jews were allowed to live. It was famous for its rabbinical schools and synagogues, rich in literature and music, a magnet for the impoverished Jewish shtetls of Galicia. It was also a city that doubled its population of Jews and Greeks and Russians every decade, a polyglot city full of speculation and traders, the docks full of intrigues and spies, a city on the make. Charles Joachim Ephrussi had transformed a small grain-trading business into a huge enterprise by cornering the market in buying wheat. He bought the grain from the middlemen who transported it on carts along the heavily rutted roads from the rich black soil of the Ukrainian wheat fields, the greatest wheat fields in the world, into the port of Odessa. Here the grain was stored in his warehouses before being exported across the Black Sea, up the Danube, across the Mediterranean.
    By 1860 the family had become the greatest grain-exporters in the world. In Paris, James de Rothschild was known as the le Roi des Juifs, the King of the Jews. The Ephrussi were les Rois de Blé, the Kings of Grain. They were Jews with their own coat of arms: an ear of corn and a heraldic boat with three masts and full sails. Their motto, Quod honestum, unfurled below the ship: We are above reproach. You can trust us.
    The masterplan was to build on this network of contacts and finance huge capital projects: bridges across the Danube, railways across Russia and across France, docks and canals. Ephrussi et Cie would change from being a very successful commodity trading house into an international finance house. It would become a bank. And each helpful deal struck with a government, each venture with an impoverished archduke, each client drawn into serious obligation with the family would be a step towards even greater respectability, a step further from those wagons of wheat creaking in from the Ukraine.
    In 1857 the two elder sons and their families were sent out from Odessa to Vienna, the capital city of the sprawling Hapsburg Empire. They bought a huge house in the city centre, and for ten years this was home to a shifting population of grandparents, children and grandchildren as the family moved backwards and forwards between the two cities. One of the sons, my great-great-grandfather Ignace, was tasked with handling Ephrussi business in the Austro-Hungarian Empire from this Vienna base. Paris came next: Léon, the older son, was tasked with establishing the family and business here."

     

     
    Edmund de Waal (Nottingham, 10 september 1964)

     

     

    De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Werfel werd op 10 september 1890 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Franz Werfel op dit blog.

    Uit: Stern der Ungeborenen

    „Um allen groben Mißverständnissen vorzubeugen: ich bin durchaus kein Meisterträumer. Ich träume nicht lebhafter als andere Leute. Ich pflege am Morgen zumeist meine Träume vergessen zu haben. Oft bleiben freilich, als Strandgut der Nacht, in der grauen Frühe ein paar merkwürdige Bilder und Szenen zurück. Da gibt es zum Beispiel einen Hund, der mit mir in verständigen Worten spricht. Eine leuchtende Braut im Brautschleier, die ich nie gesehen habe, tritt mit ausgebreiteten Armen an mein Bett. Ein Mann mit Vollbart und blauer Schürze, den man den »Arbeiter« nennt, setzt Wasserkünste in Gang, die jedoch nicht aus Wasser, sondern aus absonderlichen Lichtstrahlen bestehen. Oder ich sehe mit unbeschreiblicher Deutlichkeit greise Männer, die anstatt zu sterben immer kleiner werden, immer winziger, und zuletzt als menschenförmige Rübchen in der Erde stecken. Solche Bilder und Szenen sind – wenn das Gedächtnis sie nicht ausstößt – wie eigenwillige Keime, die sich im Geiste während des Tageslebens wachsend weiterentwickeln, willst du oder willst du nicht. Selten, und doch ein paarmal im Leben geschieht es, daß diese selbständigen, vom erfinderischen Willen unabhängigen Gesichte während einer einzigen Nacht oder sogar in mehreren Nächten nacheinander logische Ketten und epische Reihen bilden, und man muß dann schon ein braver Tropf sein, um nicht angeschauert zu werden von den sinnvollen Spielen, die unsre Seele hinter unserm Rücken aufführt, als wäre sie nicht ein beschränktes Ich, sondern ein grenzenloses All.
    Es gibt nur zwei Wege, um ein Historiker der Zukunft zu werden: wissenschaftliche Folgerung und Traumdeuterei oder Wahrsagerei. Die wissenschaftliche Folgerung dürfte sich durch wissenschaftliche Folgerung von der Erkenntnis der Zukunft selbst ausschließen. Die Wissenschaft nämlich muß stets auf der Hut sein, aus sich eine Närrin zu machen. Sie bringt es höchstens zur Wahrscheinlichkeitsrechnung. Traumdeuterei und Weissagung hingegen haben den unschätzbaren Vorteil, auf eine uralte Praxis zurückzublicken, die der unanzweifelbaren Überlieferung gemäß namhafte Erfolge aufzuweisen hat. Die prophetischen Erkenntnisarten müssen es nur verstehen, um echt zu sein, die Schleier des Gleichnisses zu tragen und die Schatten des Geheimnisses zu werfen.
    Strenge Augen sehn mich schon längere Zeit an. Sie werden immer strenger, und jetzt sprechen sie sogar:
    »Sie sind ein Mann in ziemlich reifem Alter. Sie haben wahrhaftig nicht so viel Zeit mehr, um auf unnütze Reisen zu gehn. Wie lange noch wollen Sie Ihren kurzen Arbeitstag vergeuden? Wissen Sie nicht, was heute in dieser Welt geschieht? Waren Sie nicht selbst ein Verfolgter und ein Opfer?”

     

     
    Franz Werfel (10 september 1890 – 26 augustus 1945)

     

     

    De Poolse schrijver Paweł Huelle werd geboren op 10 september 1957 in Gdańsk. Zie ook alle tags voor Pawel Huelle op dit blog.

    Uit: Castorp (Vertaald door Renate Schmidgall)

    „Zum ersten Mal in seinem Leben empfand Hans Castorp - wie man in seinen Kreisen in solchen Fällen zu sagen pflegte - die Notwendigkeit, jemandem eine Lektion zu erteilen - ja, man hätte, in diesem Sinne, streng die Stirn runzeln und in einem keinen Widerspruch duldenden Ton noch lauter sagen müssen: "Ihre Dienstnummer, bitte! Das ist unerhört, Sie haben wohl vor, ihre Stelle aufzugeben? Ich werde mich noch heute bei der Direktion beschweren!" Doch statt irgend etwas zu sagen, setzte sich Hans Castorp auf den nächsten freien Platz und schaute, das Gesicht dicht an die Fensterscheibe gepreßt, zerstreut auf das Spalier der hundertjährigen Linden, hinter denen sich die Fahrbahn der Allee und der Friedhof erstreckten. Das Bewußtsein, daß er ohne Fahrkarte fuhr, wenn auch ohne jegliche eigene Schuld, setzte ihm schwer zu. Nach dem, was vorgefallen war, konnte er jedoch auf gar keinen Fall den Schaffner noch einmal ansprechen, das wäre, wie sein französisches Kindermädchen, Madame Choissel, zu sagen pflegte, tout a fait impossible gewesen. Er dachte auch über den seltsamen Akzent des Schaffners nach: Er erinnerte keinesfalls an das Platt, in dem der Großvater, Senator Hans Lorenz Castorp, gewöhnlich mit seinem Diener Fiete redete. Auch jenen sonderbaren Lauten aus dem Süden, die er als kleiner Junge bisweilen im Hamburger Kontor seines Vaters gehört hatte, wenn ihn Geschäftsleute aus Bayern besuchten, war er nicht im mindesten ähnlich. Der Akzent des Schaffners gehörte in eine vollkommen andere, gesonderte Kategorie, die unserem Helden in diesem Moment außergewöhnlich abstoßend vorkam, fremd und feindlich zugleich. Zu allem Überfluß erklang in einem Winkel seines Gedächtnisses eine biblische Phrase, die er vor langer Zeit, wahrscheinlich bei den häuslichen Vorbereitungen auf die Konfirmation, einmal gelesen hatte. Der Satz lautete: "Mißachte seine Sprache nicht", doch aus welchem Buch er stammte und ob er ihn als Kommentar zu der Situation in der Straßenbahn betrachten sollte - auf diese Fragen fand er keine Antwort. Bedrückt von all dem, registrierte er fast unbewußt das Gebäude der Technischen Hochschule, an dem sie gerade vorbeifuhren. Wäre es - wie ein paar Stunden zuvor die Stadt - während seiner euphorischen Stimmung vor ihm aufgetaucht, so hätte er sicher seine subtile, durchdachte Schönheit zu schätzen gewußt, die in einer Verbindung der jahrhundertealten örtlichen Tradition mit der Idee der Moderne bestand. Doch jetzt konnte ihn kein Maßwerk und keine Attika bezaubern. Er dachte nur: "Und das soll meine Schule sein, so etwas..." Dabei empfand er eine Art innerer Beschämung, ganz so, als müßte er seinem Onkel, Konsul Tienappel, lauthals Recht geben, was seine gegenwärtige, bedauernswerte Lage natürlich nicht zuließ. Womöglich wäre er in seiner Verwirrung zur Endstation beim Straßenbahndepot gefahren, wäre nicht eine junge Dame in einem schicken Hut gewesen, die sich über die Lehne beugte und mit freundlicher Stimme sagte: "Gleich kommt die Haltestelle am Ahornweg, mein Herr. Da ist der Eingang in den Kastanienweg, auf der anderen Seite der Gleise!"

     

     
    Paweł Huelle (Gdańsk, 10 september 1957)

     

     

     

    De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

     

    The Journey

    One day you finally knew
    what you had to do, and began,
    though the voices around you
    kept shouting
    their bad advice--
    though the whole house
    began to tremble
    and you felt the old tug
    at your ankles.
    "Mend my life!"
    each voice cried.
    But you didn't stop.
    You knew what you had to do,
    though the wind pried
    with its stiff fingers
    at the very foundations,
    though their melancholy
    was terrible.
    It was already late
    enough, and a wild night,
    and the road full of fallen
    branches and stones.
    But little by little,
    as you left their voices behind,
    the stars began to burn
    through the sheets of clouds,
    and there was a new voice
    which you slowly
    recognized as your own,
    that kept you company
    as you strode deeper and deeper
    into the world,
    determined to do
    the only thing you could do--
    determined to save
    the only life you could save.

     

     

    Sleeping in the Forest

    I thought the earth remembered me,
    she took me back so tenderly,
    arranging her dark skirts, her pockets
    full of lichens and seeds.
    I slept as never before, a stone on the river bed,
    nothing between me and the white fire of the stars
    but my thoughts, and they floated light as moths
    among the branches of the perfect trees.
    All night I heard the small kingdoms
    breathing around me, the insects,
    and the birds who do their work in the darkness.
    All night I rose and fell, as if in water,
    grappling with a luminous doom. By morning
    I had vanished at least a dozen times
    into something better.

     

     

     
    Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)

     

     

    De Surinaamse dichter en schrijver Eddy Louis Pinas werd geboren in Paramaribo op 10 september 1939. Zie ook alle tags voor Eddy Pinasp op dit blog.

     

    Er is nu geen tijd

    er is nu geen tijd
    om blij te zijn

    ieder stukje loof
    iedere zandkorrel

    staat bol
    van verwachting

    de bibit wacht
    om geboren te worden

    beman de ploeg in naam
    van volk en vaderland

    pas morgen kunnen
    we blij zijn

     

     

    Toen ik insliep

    toen ik insliep
    zag ik enkel
    je ogen nog
    de droom
    onthulde jou
    weifelend hart

     

     
    Eddy Pinas (Paramaribo, 10 september 1939)
    In 1985

     

     

    De Deense dichter en schrijver Jeppe Aakjær werd geboren in Aakjær bij Skive op 10 september 1866. Zie ook alle tags voor Jeppe Aakjaer op dit blog.

     

    The Oats

    Here I stand with tinkling bells galore,
    Twenty on each straw, I think, or more.
    But the farmer, bless his honest soul,
    Calls me oats and speaks of twenty fold.

    I was sown while happy birds in spring
    Made with joyful song the welkin ring.
    Bumble bees in wild and tumbling race,
    In the mellow sunshine droned the bass.

    Growing up in sunny morning dew
    That sweet Symphony within me grew.
    He who listens humbly while I ring,
    Hears the echo of the songs of spring.

    Cold, unfeeling hearts can never see
    Anything but cattle-feed in me.
    I am more than food for hungry jaws,
    I am song of birds on golden straws.

    I am friends with everything that grows,
    Friends with every gentle wind that blows,
    Friends with waving trees and summer skies,
    Friends with daisies and with butterflies.

    When the sun goes down, its parting smile
    Lingers on my golden head a while,
    And when evening bells ring out, I too
    Tinkle, standing tip-toe in the dew.

    I am ringing children to their beds,
    Ringing up the mist that slowly spreads,
    Ringing peace, as busy day departs,
    Into humble homes and pious hearts.



    Vertaald door S.D. Rodholm

     

     

     
    Jeppe Aakjær (10 september 1866 – 22 april 1930)
    Portret door Herman Albert Gude Vedel

     

     

    De Bulgaarse schrijver en musicus Viktor Markos Paskov werd geboren in Sofia op 10 september 1949. Zie ook alle tags voor Viktor Paskov op dit blog.

    Uit: Ballade pour Georg Henig (Vertaald door Marie Vrinat)

    « Récemment, alors que je fouillais dans de vieux papiers de famille, je tombai sur deux lettres écrites au crayon-encre sur des feuilles de cahier par Georg Henig, de son écriture impossible. En haut à droite, on peut lire l’année ainsi que l’endroit où elles ont été rédigées : 1960, hospice de vieillards de Haïredine. L’administration de l’hospice avait joint un avis à la dernière page de la seconde lettre, retenu à l’aide d’un trombone rouillé. On nous informait qu’à cette date, Georg Henig était mort de… (suivait alors l’appellation latine du mot « vieillesse ») et qu’il serait enterré le lendemain, dans le cimetière du village. Conformément à ses dernières volontés, on avait déposé dans son cercueil le violon avec lequel il était arrivé et qui constituait son seul bien. Par un étrange concours de circonstances, le jour où Georg Henig mourait, moi, je fêtais mes douze ans. Je me suis efforcé de me souvenir de cette journée. Mais là où je cherchais le souvenir – était-ce dans mon coeur ? dans mon âme ? – il n’y avait qu’un trou noir. Ce devait être une douce matinée ensoleillée au début de l’automne… sûrement irisée – mais de quelles couleurs ? Existe-t-il encore de telles couleurs ? Au moment où j’écris ces lignes, tombe une fine bruine. C’est un soir d’automne. Les bâtiments, en face, ont la couleur du lilas dans la brume gris sale. De temps en temps, en bas, un bus s’arrête avec ses portes qui s’ouvrent et se ferment. Dans la chambre, des ombres se profilent, mais je ne vois pas celle de Georg Henig. Jamais je n’ai ressenti la solitude aussi intensément.”

     

     

     
    Viktor Paskov (10 september 1949 – 16 april 2009)

     

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september mijn blog van 10 september 2017 deel 2..

    10-09-2018 om 18:12 geschreven door Romenu  


    Tags:Edmund de Waal, Theo Olthuis, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł,, Huelle, Mary Oliver, Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov, Romenu
    » Reageer (0)
    09-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis

    De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

     

    Een nacht

    Ik maak een vers opdat ik aan je denken kan
    niet met herinneringen die verouderd zijn
    want zoveel dichters spreken er al van
    maar met het vers dat zichzelf loswringt uit mijn brein

    er zijn momenten van een vreemde vrede 's nachts
    vooral, de treingeluiden en het wapperend gordijn
    de smaak van nacht en wind en onverwachts
    besef ik dat ik blij kan zijn en zonder angst voor pijn

    dan misschien ben je al nabij

    en als het vers daaruit ontstaat moeizaam
    met woorden die er eigenlijk niet moesten zijn
    omdat zij afstand zijn en overwonnen pijn
    dan ben je er en wordt het vers een naam

    een glimlach dat wij ooit zo eenzaam konden zijn
    met zoveel angst voor alles dat toch nietig is
    en buiten ons - en het ontmoedigend gemis
    wordt opgehelderd in het rijm

    doordat ik bij je ben en jij bij mij

    maar is het vers uit mij vandaan en wordt het koud
    op het papier, dan groeit in mij het dagelijks verdriet
    alsof ik nooit echt jong zal zijn zo oud
    ik strek mijn hand uit maar je bent er niet

    ik hoor een trein die binnenloopt en weer vertrekt
    ik huiver om het wapperend gordijn
    de dingen denken zelfs niet aan elkaar, zij zijn volstrekt
    alleen - als jij en ik, zo klein

    hoe vaak ik wakend denk aan jou of jij aan mij

     

     

    Lezende in de kamer

    Telkens als je een bladzij omslaat van je boek
    hoor ik de heldere slag van een uurwerk
    niet luider dan het tiktak van de slinger

    telkens als je een voet verschuift of het haar
    wegstrijkt van je voorhoofd -
    ik heb nog geen letter gelezen

    ik zie een lijn die er altijd geweest moet zijn
    lopende diagonaal van een poot van mijn stoel
    over bepaalde figuren in het kleed naar jouw voeten

    de avond wordt zeer lang er is bijna
    geen overeenkomst meer tussen ons

     

     

    Stedelijke idylle

    Wij stonden aan de rand van een woestijn
    er waren huizen die op huizen leken
    omdat ze scheel door hun vitrages keken
    het konden ook gestrande arken zijn

    en waar men straten kon vermoeden waren kreken
    maar uitgedroogd en met dor kroos in 't zand
    en mensen liepen er met schuwe ogen langs de kant
    alsof het water zomaar uit de grond kon breken

    de bomen gerooid de bloemen afgesneden
    gazons betegeld en de lucht ontsmet
    van wolken en geen maatregel vermeden:
    op elke viersprong was een crucifix gezet

    wij stonden en zo lang was het geleden
    dat wij tot bloei geraakten: één wit en één rood
    en dunne wortels strekkend naar de dood
    bloeiden wij om te worden afgesneden

     


    C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

     

     

    De Nederlandse publicist, schrijver en biograaf Wim Huijser werd geboren op 9 september 1960 in Ridderkerk. Zie ook alle tags voor Wim Huijser op dit blog.

    Uit: Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh’

    “Naar zijn idee was het de ‘buddingheer’ van de Frankische tijd toegestaan een eigen schild en wapen te voeren. Zijn symbool was een rode schaar, het zinnebeeld van leven en dood, het werktuig waarmee de levensdraad werd afgesneden. De overerfde functie was met titel, schild en wapen in de familie gebleven en zo tot geslachtsnaam geworden. In zijn talrijke publicaties plaatste Derk Buddingh’ de apostrof weer zelfbewust achter zijn naam, waarna verschillende van zijn geslachtsgenoten hem daarin volgden.
    Hoe plausibel Derk Buddingh’s verklaringen over de familienaam ook mochten klinken en hoe verdienstelijk hij zich ook op andere gebieden had gemaakt, volgens dialectoloog Johan Winkler (1840–1916) beging hij als ‘woordafleidkundige’ de ‘grootste flaters’. Waar Derk Buddingh’ in zijn 
    Mirakel-geloof en Mirakelen in de Nederlanden (1845) veel fantastische overleveringen naar het rijk der fabelen had verwezen, had hij er volgens Winkler met zijn gezochte verklaring van zijn familienaam zelf een geschapen. In zijn standaardwerk De Nederlandsche geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis (1885) wees hij erop dat de geslachtsnaam Budding een patroniem is van een oud-Germaanse mannennaam Buddo, terwijl het achtervoegsel ‘ing’ als betekenis had: tot de familie behorend van. De Budding(h’)s behoorden volgens Winkler tot een oud geslacht van ‘schaarmeesters’: opzichters over de gemeenschappelijke weide, die het aantal schaarbeesten bepaalden dat iedereen daar mocht laten grazen. De schapenschaar in het familiewapen sloot daar helemaal op aan. Op de kaart met ‘erfnamen’ in Overijssel en Gelderland situeerde hij het ‘Budding-erf’ ergens boven het Twentse Denekamp.”

     

     
    Wim Huijser (Ridderkerk, 9 september 1960)

     

     

    De Italiaanse dichter en schrijver Cesare Pavese werd geboren in Santo Stefano Belbo op 9 september 1908. Zie ook alle tags voor Cesare Pavese op dit blog.

    Uit: Het leren jack (Vertaald door Anton Haakman)

    “Mijn vader vindt het goed dat ik mijn dagen doorbreng in het paviljoen aan de steiger, want zo heb ik een tijdverdrijf waarmee ik ongemerkt een vak leer. Nu is er een dikke bazin die altijd schreeuwt, en ik hoef maar naar een boot te wijzen of ze ziet me, al is ze in de kelder, en dan schreeuwt ze dat hij niet van mij is. Achter het paviljoen staan de tafeltjes en de stoelen voor de klanten, maar die bazin laat zich niet meer helpen, en als ik bij haar kom met een bestelling zegt ze meteen tegen haar zoon dat hij de glazen moet meenemen. In het paviljoen kom ik al een poosje niet meer en nog langer kom ik niet meer boven om vanuit het venster van Ceresa te kijken naar het water en de boten. Hier komt nu niemand meer, en vader heeft pech als hij denkt dat ik het vak nog kan leren.
    Deze mevrouw Pina heeft er geen flauw benul van: ze doen nu tegen de klanten al net als tegen mij. Het is niet genoeg om een leren jack aan te hebben als je een steiger wilt beheren; de mensen moeten graag willen komen en aan het gezicht van de bazin zien dat ze plezier heeft in de boten en de Po en dat het leuk is om je te amuseren. Ceresa, dat was er zo een: het leek wel alsof hij met iedereen meespeelde en hij zat zelf nog meer op de boten dan de klanten. Toen Ceresa er nog was viel er altijd wel wat te lachen: je stond in je zwembroek in het water, je maakte de teer klaar, je hoosde de boten leeg, en in het seizoen zat je 's middags onder de struiken te eten met de druivenemmer op tafel. De meisjes die de boten ingingen hielden stil om een grapje te maken onder het afdak, en er was er eentje die wou dat Ceresa met haar de Po opging. Ceresa zei dan altijd dat hij niet wegkon vanwege de steiger en het café en dat ze maar de volgende ochtend vroeg moest komen, voor zonsopgang. Op een mooie ochtend was dat stomme kind nog gekomen ook en toen zei Ceresa dat ze elke dag maar zo vroeg moest opstaan, dan raakte ze meteen van haar hoofdpijn af. Het leren jack dat die ouwe nu over haar schouders gooit als het regent had Ceresa altijd aan, en ik herinner me dat hij het een keer toen we in de boot zaten en er een onweer losbrak, uitdeed en aan mij gaf om het aan te trekken. Eronder was hij altijd in zijn blote bast en hij zei dat ik, als ik aan de Po leefde, wanneer ik groot was net zulke spieren zou hebben als hij. Hij had een klein snorretje en hij was blond doordat hij zoveel in de zon was.
    Vorig jaar kwamen sommige mensen niet terug, vanwege Nora. Nora was eerst de serveerster, die de mensen hun drankjes bracht en 's avonds wegging; maar vorig jaar bleef zij toen het zo laat was dat ik naar huis ging nog in het paviljoen, en toen ik de volgende ochtend terugkwam zag ik haar al uit het raam kijken.”

     

     
    Cesare Pavese (9 september 1908 – 27 augustus 1950)
    Cover dagboeken

     

     

    De Russische schrijver Leo Tolstoj werd geboren op 9 september 1828 op het landgoed Jasnaja Poljana, in de buurt van Toela. Zie ook alle tags voor Leo Tolstoj op dit blog.

    Uit: Anna Karenina (Vertaald door Halbo C. Kool)

    “Het ene geluk lijkt altijd op het andere, maar elk ongeluk heeft zijn eigen kenmerken.
    Het huis Oblonski was in rep en roer. Toen de vorstin tot de ontdekking was gekomen, dat haar man een verhouding had met een voor kort ontslagen Franse gouvernante, had zij verklaard, dat zij niet langer met hem onder één dak wilde wonen. Deze toestand duurde nu al drie dagen en was uiterst pijnlijk voor de beide echtgenoten, evenals voor alle andere leden van het gezin, ja zelfs voor de bedienden. Ieder had het gevoel dat een willekeurig gezelschap cafébezoekers onderling nauwer verbonden was dan de huidige bewoners van het huis Oblonski. De vrouw kwam haar kamer niet uit; de man kwam overdag niet thuis; de kinderen waren aan hun lot overgelaten en liepen van de ene kamer naar de andere; de Engelse gouvernante had ruzie gehad met de huishoudster en naar een vriendin geschreven, of zij niet een andere betrekking voor haar wist; de kok was de vorige avond zonder toestemming op etenstijd uitgegaan; het keukenmeisje en de koetsier hadden opgezegd.
    Drie dagen na de twist met zijn vrouw werd vorst Stefan Arkadjewitsj Oblonski, Stiwa, zoals hij in de wandeling werd genoemd, wakker op zijn gewone tijd, om acht uur 's morgens, niet in zijn slaapkamer, maar op een leren sofa in zijn studeervertrek. Hij draaide zich om op de veren van zijn divan, trachtte zijn slaap te rekken, sloeg beide armen om zijn kussen heen en drukte er zijn wang in; daarna kwam hij plotseling overeind, ging zitten en deed zijn ogen open.
    „Ja, ja, hoe was het ook weer?" dacht hij en trachtte zich zijn droom te herinneren. „Hoe was het ookweer? 0 ja, Alabin gaf een diner in Darmstadt; nee, niet in Darmstadt, maar in iets Amerikaans. 0 ja. er was ook een Darmstadt in Amerika. Alabin gaf een diner aan glazen tafels en de tafels zongen: „I1 mio tesoro," nee, het was mooier dan „Il mio tesoro" en er waren kleine karafjes en dat waren vrouwen."
    De ogen van Stefan Arkadjewitsj schitterden vrolijk en hij zei glimlachend: „Ja, het was aardig, erg aardig, maar het is niet na te vertellen en je weet niet eens meer precies, hoe het was, als je wakker bent." Hij zag een streep daglicht, die de kamer binnendrong door een kier van het gordijn, zette zijn voet op de grond en tastte zo als gewoonlijk, naar zijn marokijnen, met goud geborduurde pantoffels, een verjaarsgeschenk van zijn vrouw; daarna stak hij, volgens een negenjarige gewoonte, zonder op te staan, zijn hand uit, om zijn sjamberloek te grijpen, waar die gewoonlijk hing. Toen pas herinnerde hij zich, dat en waarom hij in zijn studeerkamer was; de glimlach verdween van zijn lippen en hij fronste zijn wenkbrauwen. „Och, och, och!" zuchtte hij, toen hij zich herinnerde, wat er gebeurd was. En in zijn geest zag hij de twist met zijn vrouw tot in de kleinste finesses en de hopeloze toestand, waarin hij zich door zijn eigen schuld bevond.”

     

     
    Leo Tolstoj (9 september 1828 – 20 november 1910)
    Cover DVD

     

     

    De Vlaamse dichter en componist Gentil Theodoor Antheunis werd geboren te Oudenaarde op 9 september 1840. Zie ook alle tags voor Gentil Th. Antheunis op dit blog.

     

    De Koffie (Fragment)

    In 't Oosterland zijt gij geboren,
    In 't zonnig, 't weeldrig Oosterland,
    O koffie, kostelijke pand,
    O koffie uitverkoren.

    Opgelet!
    Wij hebben hem zelf op het vuur gezet,
    En eerst de bonen uitgekozen:

    En langzaam en langzaam de trommel gedraaid,
    De nijdige, blakende vlamme gepaaid
    Bij pozen.
    Daar rolt hij nu glanzend en bruin uit zijn kluis,
    En rokend
    En smokend
    Vervult hij met bals'mende geuren het huis.

    Tokkelend,
    Pakkend,
    Brokkelend,
    Knakkend
    Draait de molen, spuwt en spat;
    't Boontje keert zich,
    't Boontje weert zich,
    Onder 't rad;
    't Boontje voelt zich,
    't Boontje woelt zich
    Moe en mat;

    Maar het wordt er, klein of grof,
    Dra tot gruis en stof.

    Luister!
    'k Hoor daar buiten zingen.
    Zacht geheimvol is de stem;
    Zij heeft kracht noch klem,
    En nochtans ik voel ze dringen
    Door mijn oor in 't herte mijn,
    Als de zang van 't vogelijn
    In de lente....

     

     
    Gentil Th. Antheunis (9 september 1840 – 5 augustus 1907)
    Coffee Shop door Jonelle Summerfield, 2013

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 9e september ook mijn vorige blog van vandaag.

     

    09-09-2018 om 11:02 geschreven door Romenu  


    Tags:C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gaston Durnez, Meyer Sluyser, Edward Upward, Hana Androníková, Bas Jongenelen

    De Vlaamse schrijver, dichter en journalist Gaston Cyriel Durnez werd geboren in Wervik op 9 september 1928. Zie ook alle tags voor Gaston Durnez op dit blog.

     

    Mijn overgrootva

    Mijn overgrootva is lang dood.
    Hij was precies één kop te groot.
    Men kon hem over 't hoofd niet zien
    en bracht hem naar de giljotien.
    O vrienden lief, o vrienden mijn,
    wat kan de mens toch kleintjes zijn!

    Mijn overgrootva werd onthoofd
    nog voordat hij zich had verloofd.
    En vóór zijn dood en ook nadien
    heeft hij zijn bruidje nooit gezien.
    O vrienden lief, o vrienden mijn,
    wat kan de mens kortzichtig zijn!

    Zo heeft hij nooit een zoon gehad
    die op zijn beurt geen zoon bezat
    die ik thans vader noemen kan.
    Ik ben dan ook een self-made man.
    O vrienden lief, o vrienden mijn,
    wil één van U mijn vader zijn?

    Ik ben een man van eigen bloed
    die gans alleen door 't leven moet
    en hoofdpijn heeft en die daarvan
    geen enkle nacht meer slapen kan.
    O vrienden lief, o vrienden mijn,
    ik wou een kopje kleiner zijn!

     

     
    Gaston Durnez (Wervik, 9 september 1928)

     

     

    De Nederlandse schrijver, journalist en radiocommentator Meyer Sluyser (officiële naam luidt: Meijer Sluijser) werd geboren in Amsterdam, 9 september 1901. Zie ook alle tags voor Meyer Sluyser op dit blog.

    Uit: Voordat ik het vergeet

    “Wat vertelt U me daar, heeft U nog nooit van Kerpel gehoord? U moest zich schamen. Dat wil over opera's meespreken en heeft nog nooit van Kerpel gehoord.'
    Zegt de ander:
    'Als U het mij vraagt, doet zijn stem me even aan Isal-berti denken.'
    'Isalberti? Isalberti? Hoe komt U daarbij? Valt me waar-achtig-als-God nog mee, dat U niet zegt, dat zijn stem op Else Grassau lijkt. Die stem... er is maar één stem, waar die jongen me aan doet denken. Weet U het niet? Nou raad U eens, U weet het niet, nou goed, dan zal ik het U even zeggen. Aan Sjaak Urlus, jawel, aan niemand anders dan aan Sjakie Urlus.'
    'Nou U dat zegt, U hebt gelijk, Sjaak Urlus. Niemand anders. Als twee druppels water Sjaak Urlus, maar een beetje Orelio zit er ook wel in.'
    De vrijwillige aria's op het schellinkje worden nooit aangekondigd. Ze borrelen uit een van muzikaliteit overvloeiend gemoed. De spontane zanger is de stem van het publiek waarvan hij een deel is. Wie het verschil niet voelt tussen Verdi en Bizet, mist een van zijn zintuigen. Zij kennen alle melodieën uit het hoofd. Soms is de tekst gecompliceerd. Maar dan helpen ze zichzelf uit de nood. Als het officiële libretto eist, dat er gezongen wordt:
    'Daar komen zij, de landelijke schó-ó-ó-ó-nen...'
    ...dan zingen zij gemakshalve:
    'Daar komen zij de schandelijke ló-ó-ó-ó-nen.'
    De zeer populaire aria's veranderen de galerij in een geseculariseerde synagoge. De vrijwillige zanger is de cantor; de gemeente zingt de recitatieven van de proloog van Paljas.
    Cantor: 'Ja״• wij zijn mensen ook...'
    Gemeente: 'Van vlees en van benen...'
    Of het te danken is aan de afkomst van de componist, of aan de bijzondere zangerigheid van de melodie, of misschien wel alleen aan de inhoud, maar geen fragment is voor samenzang zo gewild als de aanhef van de 'Hugenoten' van Meyerbeer.”

     

     
    Meyer Sluyser (9 september 1901 – 26 januari 1973)

     

     

    De Engelse schrijver Edward Falaise Upward werd geboren in Romford op 9 september 1903. Zie ook alle tags voor Edward Upward op dit blog.

    Uit: The Railway Accident and Other Stories

    `Thanks no, really.' But Gunball had already signalled with a slow regardless movement of his forefinger to the girl wheeling a dumb-waiter on rubber tyres quietly through the tin wailing of milk-cans and the drawl of trolleys. I leant on the wood of the lowered carriage window, observing with the sharpened pleasure of an anticipated farewell the metropolitan morning striking down through risen straw specks, dust of horse dung, beneath the glass arch of the Terminus roof. A horse-drawn mail-van flickered red at the interstices of the platform barrier, there was frost in the air and I had, not intellectually but sensationally, a conviction of warmth which remembrance of the falsely tender coaching lithographs in Gunball's sitting-room would not have destroyed, since they would have been irrelevant to what seemed an impression quite unassociated with the past. Beyond the barrier a soldier in khaki carrying full marching kit was watching one of the horses. Another soldier had passed the ticket collector and had begun to walk up the platform. More were coming. `What's the idea, I wonder?' `Idea or no, the whole pack of them are getting on your train,' said Gunball. He carried two cups of coffee. I took both while he fetched out a flask from one of his angler's pockets and poured more than a little brandy into my cup. `You'll need it. There's a nip in the air this morning. Spring-cleaning the gravestones. Well, I wish I were you. Give them all my love and tell them how sorry I am to miss the Treasure Hunt. My word, you'd not know we were in sight of the first of May.' Nevertheless he wore no overcoat, seemed warm, and I recognized in his remark that advertisement, blatant or discreet, of the power of the weather which is necessary to most sportsmen who have left the country even for a few hours. Through the roof panes the sun froze whey-white on steam columns from the waiting engines. Other insignia of the bogus, curt and modern cathedral ceremony which in my daydream, induced partly by the cold, I had begun to arrange were the reverberating stammer of slipping driving-wheels on suburban trains and the fussing haste of porters loading the guard's van with wooden crates. Outside the station the air would be warm and I should remember clock-golf in the rectory garden, or there would be heavy snow recalling the voluntarily ascetic life I had often planned: there would be crocuses or vultures, it would not be the same as it was here. Immediately the train started everything would be changed.
    `Just like the rector to have forgotten where he'd hidden the thing.' `And then to have lost the plans.' `Isn't it?' He guffawed without spite. 'All the same, beggared if I'd travel up there myself on a day like this solely in order to remind him. Besides, we could have done that by wire.' He smiled, ostentatiously shrewd. `Who's the skirt?'

     
    Edward Upward (9 september 1903 – 13 februari 2009)

     

     

    De Tsjechische schrijfster Hana Androníková werd geboren op 9 september 1967 in Zlín. Zie ook alle tags voor Hana Androníková op dit blog.

    Uit: Herz an der Angel (Vertaald door Rolf Simmen)

    „Mit achtzehn schaffte ich mit Ach und Krach das Abitur und zog von zuhause fort. Mutter wäre beinahe durchgedreht. Seit jeher strotzte sie nur so von Organisationstalent, sie hatte bloß nicht oft Gelegenheit, es umzusetzen. So entlud sie sich an mir und dem Stiefvater. Sie hatte sich viel in den Kopf gesetzt. Für mich war alles vorgezeichnet, von der Wiege bis zum letzten Atemzug. Als ich von daheim abgehauen war, schrumpfte ihr Wirkungsfeld um die Hälfte, was für sie ein Schlag aufs Sonnengeflecht war. Ich packte meine Sachen mit dem freudigen Gefühl, ihr damit weh zu tun. Als sie anfing zu heulen, ging ich ostentativ mit meinen beiden Koffern an ihr vorbei. Die Hausschlüssel legte ich auf die Glasplatte des Tisches. Es klirrte wie zum Abschied. „So, das wär’s gewesen hier“, sagte ich. Und so war’s das gewesen. Türenknallen als Wendepunkt im Leben.
    Ich zog zu einer Freundin in ihre Einzimmerwohnung und überlegte, wie weiter mit dem angebissenen Leben. Ich hatte keine Lust zu arbeiten, aber ich hatte auch keine Lust, vor Hunger zu krepieren oder auf den Strich zu gehen – das wollte ich am allerwenigsten. Solche Dinge widerten mich an. Ich war Ästhetin. Von zartem Alter an hatte ich ein ausgeprägtes künstlerisches Empfinden. Design, Interieurentwürfe, modische Exzentritäten. Das war die Welt, die mich anzog.
    Die Freundin vermittelte mir Arbeit in einem Kostümverleih. Ich nahm meinen verkümmerten Mut zusammen und ging da hin. Erstaunlicherweise stellten sie mich ein. Von weitem sah es nach Vergnügen aus, aber in Wirklichkeit nähte ich meistens Knöpfe und abgerissene Kragen an. Und Geld gab’s dafür keins. Es reichte gerade für die Miete, etwas Essen und Zigaretten.
    Der Verleih sah trostlos aus. Ein Warenlager. Ein unterirdischer Raum voller Staub und Chemie, mit der die Kostüme gereinigt wurden. Eingefressener Schmutz und ein sonderbarer Geruch. Düstere Reihen alter Kleider in einem Lagerraum ohne frische Luft, hier und da eine giftige Glühbirne.
    Ab und zu hatte ich auch nachts Dienst, vor allem während der Ballsaison. Das war gar nichts Angenehmes. Der Hauch der muffigen Stoffe und die Einsamkeit umfingen mich. Wie in einem Verlies. Die einzige Begleitung, einzige Streicheleinheit und Ansporn war die Musik.“

     

     
    Hana Androníková (Zlín, 9 september 1967)

     

     

     

    Onafhankelijk van geboortedata

    De Nederlandse dichter Bas Jongenelen werd in 1968 geboren in Roosendaal. Zie ook alle tags voor Bas Jongenelen op dit blog.

     

    Herinnering aan Holland

    De Nederlandse dorpen lijken soms een grap:
    bijvoorbeeld Zwarte Haan of Zwarte Ruiter, Buil,
    of Raar, of Vuilendam, of Vuile Riete, Vuil-
    pan, Monster, Belgenhoek, Lakei of Scheveklap.
    Je komt in Nederland soms rare namen tegen,
    o land van mest en mist, van vuile koude regen
    .
    O saaie brij-moeras, o erf van overschoenen,
    o Bartje, Ketelbinkie, Sjaalman, Frits van Egters,
    o brug bij Bommel, oude rietenmattenvlechters,
    o spruitjes. Nederland, jij bent mijn kampioen en
    des avonds komt een ieder immer ongelegen,
    o land van mest en mist, van vuile koude regen.

    Het is hier waarlijk alle dagen altijd zo’n
    geweldig toffe boel, vol met gezelligheid,
    een land van koeien, varkens, Brahman zonder meid,
    van kikkers, baggerlui, schoenlappers, moddergoôn.
    Mijn lege hart, verloren zijn de prille wegen,
    o land van mest en mist, van vuile koude regen.

    Prins Bernhard hield van Neerlands trots: van frikandellen,
    en ook de Candy liet hem flink zijn hart versnellen,
    al wordt dit door de RVD geheel verzwegen,
    o land van mest en mist, van vuile koude regen.

     

     
    Bas Jongenelen (Roosendaal, 1968)



    09-09-2018 om 11:00 geschreven door Romenu  


    Tags:Gaston Durnez, Meyer Sluyser, Edward Upward, Hana Androníková, Bas Jongenelen, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Effeta (Wiel Kusters)

     

    Bij de 23e zondag door het jaar

     

     


    Christus geneest een doofstomme man door Domenico Maggiotto, 18e eeuw

     

     

    Effeta

    Ik lees in je brieven dat de dag begint,
    en als ik opkijk denk ik dat ik leef.
    Terwijl het licht zich door de kieren wringt,
    komen de woorden die je schreef op dreef.

    De nacht is stil en stom voorbijgegaan.
    Ik zag dat iedere letter van jou zweeg,
    in wat daar stond kon ik je niet verstaan.
    Ik sprak wat in mijzelf, de oren leeg.

    Nu is het buiten dag. Als daar bij jou.
    Je letters drijven zich als duivels uit,
    elk ding roept zacht een ander bij zijn naam.

    De blinden open nu, ik hou, het raam.
    Wat telt is enkel nog jouw stemgeluid,
    de rest is licht en wit, van jou.

     

     

     
    Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)
    De Sint Martinuskerk in Spekholzerheide

     

     

     

    Zie vooor de schrijvers van de 9e september ook mijn twee volgende blogs van vandaag.

    09-09-2018 om 10:59 geschreven door Romenu  


    Tags:Kerkelijk Jaar, Wiel Kusters, Romenu
    » Reageer (0)
    08-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Elly de Waard, Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike

    De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

     

    De zomerstoelen waarin wij nog kortgeleden zaten

    De zomerstoelen waarin wij nog kortgeleden zaten
    staan zo geschikt alsof ze bij het opstaan
    weggeschoven door ons zijn verlaten.
    Het riet kraakte, niet meer van ons, maar van
    de najaarsregens en de zittingen vergaarden
    om zich toe te dekken blad dat
    daar zelf in een vluchtpoging belandde.
    Weerloze hoek is het, die geen beschutting
    aan zichzelf kan bieden en,
    niet voor de overwintering gemaakt,
    ook geen verlichting geven zal aan anderen,
    noch aan degene die hem plaatste.

    O pijnlijk is het, onverdraaglijk,
    het weinig zichtbare verschil dat soms bestaat
    tussen de dierbaarste momenten en de desolaatste.

     

     

    Potret 3

    Wijdbeens. Rokend. Een lach
    en een pot sterke koffie altijd
    in de warme aanslag -

    Hoogblond opgetoupeerd en leergejast
    De struise vormen in
    een glanzend trainingspak -

    Zelden alleen. Want steeds
    luidkeelse kinderen, kaartvolk of
    vriendinnen om zich heen -

    Wie staat hier opgesierd en
    uitgedost en neergepoot, kortom?
    het Hollands vrouwendom.

     

     

    Ik sloot mijn ogen en was in

    Ik sloot mijn ogen en was in
    een donker bos, zodat ik ze
    weer kon openen; de rechte
    stammen stonden ordelijk en

    los, het loof was zwaar en hing tot
    op gelijke hoogte, de kruinen
    grepen op gesloten wijze
    in elkaar en het was er vochtig

    en verademend; een ruimte
    waar ik mijn ziel bevrijden kon
    uit het on-eigene en wat haar
    inspon en verstikte en waar

    ik ook zelf mijn ik te eigenen
    leggen kon, in aarde zijn en
    zich vertakkend loof en ondoor-
    dringbaar zijn in eigenwaarde.

     

     
    Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

     

     

    De Engelse dichter Siegfried Sassoon werd geboren op 8 september 1886 in Brenchley, Kent. Zie ook alle tags voor Siegfried Sassoon op dit blog.

     

    Counter-Attack

    WE’D gained our first objective hours before
    While dawn broke like a face with blinking eyes,
    Pallid, unshaved and thirsty, blind with smoke.
    Things seemed all right at first. We held their line,
    With bombers posted, Lewis guns well placed,
    And clink of shovels deepening the shallow trench.
    The place was rotten with dead; green clumsy legs
    High-booted, sprawled and grovelled along the saps
    And trunks, face downward, in the sucking mud,
    Wallowed like trodden sand-bags loosely filled;
    And naked sodden buttocks, mats of hair,
    Bulged, clotted heads slept in the plastering slime.
    And then the rain began,—the jolly old rain!

    A yawning soldier knelt against the bank,
    Staring across the morning blear with fog;
    He wondered when the Allemands would get busy;
    And then, of course, they started with five-nines
    Traversing, sure as fate, and never a dud.
    Mute in the clamour of shells he watched them burst
    Spouting dark earth and wire with gusts from hell,
    While posturing giants dissolved in drifts of smoke.
    He crouched and flinched, dizzy with galloping fear,
    Sick for escape,—loathing the strangled horror
    And butchered, frantic gestures of the dead.

    An officer came blundering down the trench:
    ‘Stand-to and man the fire-step!’ On he went...
    Gasping and bawling, ‘Fire-step ... counter-attack!’
    Then the haze lifted. Bombing on the right
    Down the old sap: machine-guns on the left;
    And stumbling figures looming out in front.
    ‘O Christ, they’re coming at us!’ Bullets spat,
    And he remembered his rifle ... rapid fire...
    And started blazing wildly ... then a bang
    Crumpled and spun him sideways, knocked him out
    To grunt and wriggle: none heeded him; he choked
    And fought the flapping veils of smothering gloom,
    Lost in a blurred confusion of yells and groans...
    Down, and down, and down, he sank and drowned,
    Bleeding to death. The counter-attack had failed.

     

     

    The Rear-Guard

    (HINDENBURG LINE, APRIL 1917)

    GROPING along the tunnel, step by step,
    He winked his prying torch with patching glare
    From side to side, and sniffed the unwholesome air.

    Tins, boxes, bottles, shapes too vague to know;
    A mirror smashed, the mattress from a bed;
    And he, exploring fifty feet below
    The rosy gloom of battle overhead.

    Tripping, he grabbed the wall; saw some one lie
    Humped at his feet, half-hidden by a rug,
    And stooped to give the sleeper’s arm a tug.
    ‘I’m looking for headquarters.’ No reply.
    ‘God blast your neck!’ (For days he’d had no sleep,)
    ‘Get up and guide me through this stinking place.’

    Savage, he kicked a soft, unanswering heap,
    And flashed his beam across the livid face
    Terribly glaring up, whose eyes yet wore
    Agony dying hard ten days before;
    And fists of fingers clutched a blackening wound.

    Alone he staggered on until he found
    Dawn’s ghost that filtered down a shafted stair
    To the dazed, muttering creatures underground
    Who hear the boom of shells in muffled sound.
    At last, with sweat of horror in his hair,
    He climbed through darkness to the twilight air,
    Unloading hell behind him step by step.

     

     
    Siegfried Sassoon (8 september 1886 – 1 september 1967)
    Cover

     

     

    De Nederlandse dichter, letterkundige, schrijver, essayist en literair vertaler Anthonie Donker (Nicolaas Anthonie Donkersloot ) werd geboren in Rotterdam op 8 september 1902. Zie ook alle tags voor Anthonie Donker op dit blog.

     

    Het zieke meisje

    Zij sloot haar ogen voor de wrede zon en
    Ontvoer volkomen de aanwezigheid
    Der anderen. Zij heeft zich diep bezonnen,
    Zij was alleen geweest ten allen tijd.

    Achter haar warme oogleden begonnen
    De fluisteringen van de eeuwigheid.
    Waarom was zij niet eerder overwonnen
    En van haar liefde en haar smart bevrijd?

    - Toen zij haar ogen eind'lijk opende
    Waren er stemmen en zij zocht bevreesd
    De zachte streling van een teed're hand.

    Zij glimlachte, maar sprak niet van het land
    Waarin zij diep verloren was geweest,
    Want zij bevond zich weder hopende.

     

     

    De violist

    Langzaam speelt de grijze muzikant
    Bij mijn raam, in den egalen regen
    Met zijn smalle, aderblauwe hand
    Al het leed, dat wij vandaag verzwegen.

    Alle droomen werden spiegelbeeld
    Op den bodem van een troebel glas.
    Roem en rijkdom zijn door hem verspeeld
    Van een adellijk, lichtzinnig ras.

    En hij speelt in den egalen regen
    Zijn onzuiv're en navrante wijs,
    Al het leed, dat wij vandaag verzwegen:

    Ongehavend wordt geen sterveling grijs.
    Hart en snaren springen in den regen
    Aan het eind van een verloren reis.

     

     
    Anthonie Donker (8 september 1902 – 26 december 1965)
    A. Roland Holst, Ed. Hoornik en Anthonie Donker.

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Clemens Brentano werd geboren op 8 september 1778 in Ehrenbreitstein. Zie ook alle tags voor Clemens Brentano op dit blog.

     

    Am Rheine schweb ich her und hin...

    Am Rheine schweb ich her und hin
    Und such den Frühling auf
    So schwer mein Herz, so leicht mein Sinn
    Wer wiegt sie beide auf.

    Die Berge drängen sich heran,
    Und lauschen meinem Sang,
    Sirenen schwimmen um den Kahn,
    Mir folget Echoklang.

    O halle nicht, du Widerhall,
    O Berge kehrt zurück,
    Gefangen liegt so eng und bang
    Im Herzen Liebesglück.

    Sirenen tauchet in die Flut,
    Mich fängt nicht Lust nicht Spiel,
    Aus Wasserskühle trink ich Glut,
    Und ringe froh zum Ziel.

    O wähnend Lieben, Liebes Wahn,
    Allmächtiger Magnet,
    Verstoße nicht des Sängers Kahn,
    Der stets nach Süden geht.

    O Liebes Ziel so nah so fern,
    Ich hole dich noch ein,
    Die Frommen führt der Morgenstern,
    Ja all zum Krippelein.

    Geweihtes Kind erlöse mich,
    Gib meine Freude los,
    Süß Blümlein ich erkenne dich,
    Du blühest mir mein Los,

    In Frühlingsauen sah mein Traum
    Dich Glockenblümlein stehn,
    Vom blauen Kelch zum goldnen Saum,
    Hab ich zu viel gesehn,

    Du blauer Liebeskelch in dich
    Sank all mein Frühling hin,
    Vergifte mich, umdüfte mich,
    Weil ich dein eigen bin.

    Und schließest du den Kelch mir zu
    Wie Blumen abends tun,
    So lasse mich die letzte Ruh
    Zu deinen Füßen ruhn.

     

     

    In dem Lichte wohnt das Hell...

    In dem Lichte wohnt das Hell,
    Doch der Pfad ist uns verloren
    Oder unerklimmbar steil,
    Wenn wir außer uns ihn steigen
    Werden wir am Abgrund schwindeln
    Aber in uns selbst, da zeigen
    Klar und rein die Pfade sich
    Glauben, Hoffen, Lieben, Schweigen,
    Laß uns diese Pfade steigen,
    Daß wir nicht am Abgrund schwindeln.
    Wollte Gott herab sich neigen
    Und uns seine Hände reichen,
    Sieh den Gottessohn in Windeln!

     

     
    Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)
    Monument voor de « Rheinromantiker” Victor Hugo, Clemens Brentano en Heinrich Heine in Bacharach

     

     

    De Duitse schrijver Wilhelm Raabe werd op 8 september 1831 in Eschershausen geboren. Zie ook alle tags voor Wilhelm Raabe op dit blog.

    Uit: Der Hungerpastor

    »O Frau Gevatterin – Gevatterin Tiebus, es ist doch wirklich, wirklich einer? Sagt's noch einmal, daß Ihr Euch nicht irrt – daß dem wirklich, wirklich so ist!«
    Die Wehemutter, welche bis jetzt mit selbstbewußtem, lächelndem Kopfnicken der ersten zärtlichen Begrüßung zwischen Vater und Sohn zugesehen hatte, hob nun ebenfalls ihre Nase sehr ruckartig, verscheuchte mit einer unnachahmlichen Bewegung beider Arme alle Geister und Geisterchen des Wohlwollens und der Zufriedenheit, von welchen sie bis jetzt umflattert wurde, stemmte die Fäuste in die Seite, und mit Hohn, Verachtung und beleidigtem Selbstgefühl sprach sie:
    »Meister Unwirrsch, Ihr seid ein Narr! Laßt Euch an die Wand malen! . . . Ob es einer ist? – Hat die Welt je so was gehört von solchem alten, verständigen Menschen und Hausvater? . . . Ob es einer ist!? Meister Unwirrsch, ich glaube, nächstens verlernt Ihr noch, einen Stiefel von einem Schuh zu unterscheiden. Da sieht man's recht, was für ein Leiden es ist, wenn die Gottesgabe so spät kommt. Ist das kein Junge, den Ihr da haltet? Ist das wirklich kein Junge, kein richtiger, echter Junge? Jesus, wenn die alte Kreatur nicht das arme Geschöpf in den Armen hielte, so möchte ich ihr schon eine Tachtel um solch 'ne nichtsnutzige, fürwitzige Frage stechen! Kein Junge!? Wohl ist es ein Junge, Gevatter Pechdraht – zwar keiner von die schwersten, aber doch 'n Junge wie was! Und wieso, ist's kein Junge? Ist nicht der Buohnohpartch, der Nahpohlion wieder unterwegens übers Wasser, und gibt's nicht Krieg und Katzbalgerei zwischen heut und morgen, und braucht man etwan keine Jungen, und werden nicht etwan in jetziger gesegneter und geschlagener Zeit mehr Jungen als Mädchen drum in die Welt gesetzt, und kommen nicht auf ein Mädchen drei Jungen, und kommt Ihr mir so, Gevatter, und wollt einer gewickelten und gewiegten Perschon nichtswürdige Fragen stellen? Laßt Euch an die Wand malen, Gevatter Unwirrsch, und drunter schreiben, wofür ich Euch halte. Gebt her den Jungen, Ihr seid gar nicht wert, daß er sich mit Euch abgibt – marsch, fort mit Euch zu Eurer Frau – am Ende fragt Ihr die auch noch, ob's – ein – Junge – ist!«
    Unsanft wurde das Wickelkind aus den Armen des verachteten, niedergeschmetterten Vaters gerissen, und nach abermaligem Atemholen humpelte der Meister Anton Unwirrsch in die Kammer zu seiner Frau, und die Glocken des Feierabends läuteten immer noch; wir aber wollen weder die beiden Ehegatten noch die Glocken stören – sie sollen ihre Gefühle ausklingen lassen, und niemand soll dreinreden und -schreien dürfen. –
    Arme Leute und reiche Leute leben auf verschiedene Art in dieser Welt; aber wenn die Sonne des Glücks in ihre Hütten, Häuser oder Paläste scheint, so vergoldet sie mit ganz dem nämlichen Schein die hölzerne Bank wie den Samtsessel, die getünchte Wand wie die vergoldete, und mehr als ein philosophischer Schlaukopf will bemerkt haben, daß, was Freude und Leid betrifft, der Unterschied zwischen reichen und armen Leuten gar so groß nicht sei, wie man auf beiden Seiten oft, sehr oft, ungemein oft denkt.“

     

     
    Wilhelm Raabe (8 september 1831 – 15 november 1910)
    Cover

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Eduard Mörike werd geboren op 8 september 1804 in Ludwigsberg. Zie ook alle tags voor Eduard Mörike op dit blog.

    Uit: Mozart auf der Reise nach Prag

    „Im Herbst des Jahrs 1787 unternahm Mozart in Begleitung seiner Frau eine Reise nach Prag, um Don Juan daselbst zur Aufführung zu bringen.
    Am dritten Reisetag, den vierzehnten September, gegen eilf Uhr Morgens, fuhr das wohlgelaunte Ehepaar noch nicht viel über dreißig Stunden Wegs von Wien entfernt, in nordwestlicher Richtung, jenseits vom Mannhardsberg und der deutschen Thaya, bei Schrems, wo man das schöne Mährische Gebirg bald vollends überstiegen hat.
    „Das mit drei Postpferden bespannte Fuhrwerk,“ schreibt die Baronesse von T. an ihre Freundin, „eine stattliche, gelbrothe Kutsche, war Eigenthum einer gewissen alten Frau Generalin Volkstett, die sich auf ihren Umgang mit dem Mozartischen Hause und ihre ihm erwiesenen Gefälligkeiten von jeher scheint etwas zu gut gethan zu haben.“ – Die ungenaue Beschreibung des fraglichen Gefährts wird sich ein Kenner des Geschmacks der achtziger Jahre noch etwa durch einige Züge ergänzen. Der gelbrothe Wagen ist hüben und drüben am Schlage mit Blumenboukets, in ihren natürlichen Farben gemalt, die Ränder mit schmalen Goldleisten verziert, der Anstrich aber noch keineswegs von jenem spiegelglatten Lack der heutigen Wiener Werkstätten glänzend, der Kasten auch nicht völlig ausgebaucht, obwohl nach unten zu kokett mit einer kühnen Schweifung eingezogen; dazu kommt ein hohes Gedeck mit starrenden Ledervorhängen, die gegenwärtig zurückgestreift sind.
    Von dem Costüm der beiden Passagiere sei überdieß so viel bemerkt. Mit Schonung für die neuen, im Koffer eingepackten Staatsgewänder war der Anzug des Gemahls bescheidentlich von Frau Constanzen ausgewählt; zu der gestickten Weste von etwas verschossenem Blau sein gewohnter brauner Ueberrock mit einer Reihe großer und dergestalt façonnirter Knöpfe, daß eine Lage röthliches Rauschgold durch ihr sternartiges Gewebe schimmerte, schwarzseidene Beinkleider, Strümpfe und auf den Schuhen vergoldete Schnallen. Seit einer halben Stunde hat er wegen der für diesen Monat außerordentlichen Hitze sich des Rocks entledigt und sitzt vergnüglich plaudernd, baarhaupt, in Hemdärmeln da. Madame Mozart trägt ein bequemes Reisehabit, hellgrün und weiß gestreift; halb aufgebunden fällt der Ueberfluß ihrer schönen, lichtbraunen Locken auf Schulter und Nacken herunter; sie waren Zeit ihres Lebens noch niemals von Puder entstellt, während der starke, in einen Zopf gefaßte Haarwuchs ihres Gemahls für heute nur nachlässiger als gewöhnlich damit versehen ist.
    Man war eine sanft ansteigende Höhe zwischen fruchtbaren Feldern, welche hie und da die ausgedehnte Waldung unterbrachen, gemachsam hinauf und jetzt am Waldsaum angekommen.
    „Durch wie viel Wälder,“ sagte Mozart, „sind wir nicht heute, gestern und ehegestern schon passirt! – Ich dachte nichts dabei, geschweige daß mir eingefallen wäre, den Fuß hinein zu setzen. Wir steigen einmal aus da, Herzenskind, und holen von den blauen Glocken, die dort so hübsch im Schatten stehen. Deine Thiere, Schwager, mögen ein bischen verschnaufen.“

     

     
    Eduard Mörike (8 september 1804 – 4 juni 1875)
    Cover luisterboek

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn vorige blog van vandaag.

    08-09-2018 om 14:18 geschreven door Romenu  


    Tags:Elly de Waard, Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Perikles Monioudis, Franz Hellens, Joaquin Miller, Frederic Mistral, Grace Metalious, Ludovico Ariosto

    De Zwitserse schrijver Perikles Monioudis werd geboren op 8 september 1966 in Glarus. Zie ook alle tags voor Peikles Monoudis op dit blog.

    Uit: Frederick

    „Ganz hinten bei den Klappstühlen haue man ihn sitzen heißen, und da saß der kleine Junge auch, er starrte nach vorn auf die Bühne. Frederick tat so, als würde ihn das alles kalt lassen, die freudige Erwartung des Publikums vor jeder Num-mer,die Ovationen für die halbnackten Damen, die halbnack-ten Damen selbst, die Verhöhnung des iheren Tanzpaars, die schlüpfrigen Einlassungen des Direktors, der, ganz Impresa-rio, es sich nicht nehmen ließ, die Nummern selbst anzusagen, um immer gleich von sich zu sprechen. Die Leute im düsteren Saal tobten ob seiner vulgären Gesten — Frederick nicht, er verzog keine Miene. Er wollte damit nicht etwa erwachsen er-scheinen. es nahm ohnehin kein Mensch Notiz von dem klei-nen Jungen im ausgebeulten Tweedanzug. Es ging Frederick einzig um seine zweieinhalb Jahre ältere Schwester Adele, die sich neben ihm auf dem Klappstuhl vor Lachen kaum mehr halten konnte. Sie weinte Tränen der Verzückung. So wie seine Schwester mochte er sich unter keinen Um-ständen geben, nicht einmal hier und jetzt, bei seinem not-gedrungen ersten Vaudeville-Besuch. Sein kindlicher Instinkt. ein aufkeimender Stolz ließen ihn Abstand nehmen von dem Geschehen, den feixenden Junggesellen in der ersten Reihe, den älteren Damen an den ihnen vorbehaltenen, mit Telefo-nen versehenen Tischchen. Frederick konnte das Klingeln im Lärm des Saals zwar nicht hören, ihm blieb aber nicht verborgen, daß die mit rotem Damast bezogenen Apparate ununterbrochen Anrufe empfingen; manche verfügten über ein gelbes Lämpchen, das bei Anruf aufflackerte. Die älteren Damen schauten sich, den Hörer ans Ohr gedrückt, im Saal um. Frederick folgte ihren Blicken; die Anrufer schwenkten, den Hörer am Ohr, ihr Taschentuch, kurz, aus dem Handgelenk. Die Damen wink-ten zurück oder legten auf oder taten beides auf einmal, ganz verstand er die Sache nicht. Peinlich war Frederick nur, daß Adele sich neben ihm vor Lachen krümmte; es brachte ihn auf, denn er fühlte sich ver-raten. In ihrer kindlichen Ausgelassenheit unterschied sie sich von den anderen Besuchern nicht im geringsten. Gerade deswegen wollte er sie zurechtweisen — wenngleich er wußte, daß sie sich nichts bieten ließ, schon gar nicht von ihrem jüngere, Bruder. Frederick gab sich weiter unbeteiligt, ließ sich nichts von seiner wachsenden Abscheu anmerken, auch dann nicht, als er über das Gesicht seiner Mutter, die neben Adele saß und ihren Hut auch jetzt nicht abnehmen wollte, ein Lächeln huschen sah.“

     

     
    Perikles Monioudis (Glarus, 8 september 1966)

     

     

    De Frans-Belgische schrijver Franz Hellens (pseudoniem van Frédérique van Ermenghem) werd op 8 September 1881 uit Vlaamsche ouders in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Franz Hellens op dit blog.

    Uit: Mijn Hollanders

    “De Hollandse schrijvers en vrienden die ik nu schriftelijk wil herdenken heb ik niet in Holland, niet in hun natuurlijke omgeving, ontmoet. De herinnering echter die ik van hun aanwezigheid en aan hun omgang heb bewaard werden nimmer uitgewist. Mijn ontmoetingen met hen vielen bovendien samen met de meest bewogen en vruchtbaarste periode van mijn leven als mens en als schrijver. Doch hoe levendig het beeld dat ik bewaar van een Jan Greshoff, een Eddy du Perron, een Slauerhoff en van die goede vriend en uitgever A.A.M. Stols ook moge zijn, het kan slechts versterkt worden en zich levendiger handhaven op het strak gespannen koord van de herinnering, wanneer ik het voor mijn genoegen teken met de pen op een witte bladzijde, bladzijde die voor hen besproken schijnt te zijn tot nu, na meer dan vijftien jaar van zwijgen en stilte. Ik kwijt mij dus met welbehagen niet van deze taak, maar van deze soort van wederopwekking die een der zonnen van mijn vergevorderde leeftijd is gebleven.
    Ik kan wel zeggen dat ik door tussenkomst van Jan Greshoff in aanraking ben gekomen met de schrijvers en vrienden die ik zo even noemde. Het feit alleen hun namen op deze bladzijde neer te schrijven brengt hen mij als bij toverslag voor ogen. Zij zijn hier bij mij teruggekeerd in een verdubbelde aanwezigheid, niet weerkaatst in de vele facetten van de spiegel der herinnering, maar in de éne verhelderende spiegel van de vriendschap. Maar waarom dat woord ‘spiegel’ gebruiken wanneer de werkelijkheid zich bij mij aanmeldt in haar meest onmiddellijke vorm? Ik zie hen weer terug, ik praat met hen, ik stel hun vragen. Zij geven mij antwoord. Ik zal dus niet zozeer over hun werk spreken, als wel over hun persoonlijkheid.
    Na het noodlottige jaar 1940 heb ik alleen Greshoff en Stols teruggezien; de anderen zijn gestorven. Maar de doden hebben op de levenden voor dat zij omgeven worden door een soort van dubbele glorie: die van hun aards voorbijgaan onder het licht der werkelijkheid en die van hun onsterfelijk bestaan, mogelijk gemaakt door de volledige samensmelting van het wezen met de oneindigheid.
    Dit wil geenszins zeggen dat Greshoff uit Kaapstad teruggekeerd naar zijn land van herkomst en Stols die uit het noorden was vertrokken naar de overkant van de Atlantische Oceaan onder de keerkringen, mij niet beiden, najaar '55, verschenen zijn gelijk aan zichzelf en onder de gunstigste belichting! Kaapstad is ver van Parijs waar ik Greshoff heb weergezien voor hij weer naar Amerika vertrok. Dit alles leek mij zó ver dat ik het gevoel had dat een brief aan zijn adres een reis om de wereld moest maken op gevaar van onderweg verloren te raken. Daardoor zijn er talloze onderbrekingen in onze briefwisseling geweest.”

     

     
    Franz Hellens (8 september 1881 – 20 januari 1972) 

     

     

    De Amerikaanse dichter en schrijver Joaquin Miller werd geboren op 8 september 1839 in Liberty, Indiana. Zie ook alle tags voor Joaquin Miller op dit blog.

     

    In Southern California

    Where the cocoa and cactus are neighbors,
    Where the fig and the fir tree are one;
    Where the brave corn is lifting bent sabres
    And flashing them far in the sun;

    Where maidens blush red in their tresses
    Of night, and retreat to advance,
    And the dark, sweeping eyelash expresses
    Deep passion, half hush'd in a trance;

    Where the fig is in leaf, where the blossom
    Of orange is fragrant as fair,-
    Santa Barbara's balm in the bosom,
    Her sunny, soft winds in the hair;

    Where the grape is most luscious; where laden
    Long branches bend double with gold;
    Los Angelos leans like a maiden,
    Red, blushing, half shy, and half bold.

    Where passion was born and where poets
    Are deeper in silence than song,
    A love knows a love, and may know its
    Reward, yet may never know wrong.

    Where passion was born and where blushes
    Gave birth to my songs of the South,
    And a song is a love-tale, and rushes,
    Unchid, through the red of the mouth;

    Where an Adam in Eden reposes,
    I repose, I am glad, and take wine
    In the clambering, redolent roses,
    And under my fig and my vine.

     

     
    Joaquin Miller (10 maart 1839 – 17 februari 1913)

     

     

    De Franse (Occitaanse) dichter en schrijver Frederic (Frédéric) Mistral werd geboren op 8 september 1830 in Maillane. Zie ook alle tags voor Frederic Mistral op dit blog.

    Uit: Mireio. A Provencal poem (Fragment)

    CANTO I.
    Lotus Farm.

     

    "And here we are!" the boy cried. "I can see
    The straw-heaped threshing-floor, so hasten we!"
    "But stay!" the other. "Now, as I'm alive,
    The Lotus Farm 's the place for sheep to thrive,—
    The pine-woods all the summer, and the sweep
    Of the great plain in winter. Lucky sheep!

    "And look at the great trees that shade the dwelling,
    And look at that delicious stream forth welling
    Inside the vivary! And mark the bees!
    Autumn makes havoc in their colonies;
    But every year, when comes the bright May weather,
    Yon lotus-grove a hundred swarms will gather."

    "And one thing more!" cried Vincen, eagerly,
    "The very best of all, it seems to me,—
    I mean the maiden, father, who dwells here.
    Thou canst not have forgotten how, last year,
    She bade us bring her olive-baskets two,
    And fit her little one with handles new."

     

     
    Frederic Mistral (8 september 1830 – 25 maart 1914) 
    Portret door Paul Saïn, 1896

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Grace Metalious werd geboren in Manchester, New Hampshire, op 8 september 1924. Zie ook alle tags voor Grace Metalious op dit blog.

    Uit: Peyton Place

    “Dr. Swain drank his second drink. He was honest enough to real-ize that the struggle he fought with himself now would leave its mark on him for the rest of his life, and he knew that no matter what his decision, he would always wonder if he had made the right one. It was true that he had never broken any of the laws of the land before, unless a weekly game of five-and-ten poker with friends in a state that prohibited gambling could be looked upon as breaking the law. No exceptions now, Matthew, he cautioned himself. Poker at Seth's is against the laws of this state, so you have broken the law before. But not in my work, protested another part of his mind. Never in my work. No, not in your work. Rules are rules and you have always abided by them. Certainly, you are not going to start breaking them now, at your age, and that's the end of it. Rules are rules. But what about the exceptions to the rules? There aren't any exceptions in your business, Doctor. You re-port syphilis, you tell the police if a man with a bullet wound approaches you, and you isolate the sick over protest. No excep-tions, Matthew. But if this child of Selena's is born, it will ruin the rest of her life. That's none of your affair, Matthew. Go to the police. See that this man Lucas is brought to justice. But keep your hands off Selena Cross. She is only sixteen years old. She has the beginnings of a prett) good life mapped out for herself. This would ruin her. You might kill her. Nonsense. I'd do it in the hospital with all sterile precautions. Are you mad? In the hospital? Have you gone stark, raving mad? I could do it. I could do it so no one would know. I could do it tonight. The hospital is practically empty. People just haven't been sick this month. In the hospital? Are you mad? Are you really mad? Yes, goddamn it, I aml Whose hospital is it, anyway? Who built the goddamn place, and nursed it, and made it go if it wasn't me? What do you mean, your hospital? That hospital belongs to the people of this community whom you are solemnly bound to serve to the best of your ability. The state says so, and this country says so, and that oath you stood up and took more years ago than you care to remember says so. Your hospital. Humph. You must be mad.
    Matthew Swain threw his empty whisky glass against the hearth of the empty fireplace. It shattered noisily and crystal slivers flew out in a circle. "Yes, goddamn it, I'm madl" said the doctor aloud, and stamped out of his living room and up the stairs that led to the second floor. But all the while the silent voice pursued him. You've lost, Matthew Swain, it said. You've lost. Death, venereal disease and organized religion, in that order, eh? Don't you ever let me hear you open your mouth again. You are setting out de-liberately this night to inflict death, rather than to protect life as you are sworn to do. "Feeling better, Selena?" asked the doctor, stepping into the darkened bedroom. "Oh, Doc," she said, staring at him with violet-circled eyes. "Oh, Doc. I wish I were dead." "Come on, now," he said cheerfully. "We'll take care of every-thing and fix you up as good as new."

     

     
    Grace Metalious (8 september 1924 – 25 februari 1964)
    Ed Nelson speelde Dr. Rossi (in de roman Dr. Swain) in de tv-serie (1964 – 1969)

     

     

    De Italiaanse dichter, toneelschrijver Ludovico Ariosto werd geboren in Reggio Emilia op 8 september 1474. Zie ook alle tags voor Ludovico Ariosto op dit blog.

    Uit: Der rasende Roland (Vertaald door Friedrich Schiller)

     

    Erster Gesang.

    Denn bald (so leicht kann sich der Mensch betrügen)
    Sah er die Schöne sich entwandt,
    Die Schöne, die er sich mit heldenkühner Hand
    Von Ost bis West bewahrt mit zahlenlosen Siegen,
    In Freundes Schoos, im Vaterland,
    Und ohne Schwerdtschlag, sich entwandt.
    Denn um der Zwietracht Flammen zu ersticken
    Entrückte sie der Kaiser seinen Blicken.

    8.
    Schon hatte ihrer Reitze Macht
    Im Busen seines Anverwandten
    Dasselbe Feuer angefacht,
    Daß Roland und Rinald in Eifersucht entbrannten,
    Besorgt, durch diesen unglücksvollen Streit
    Zwey tapfre Krieger zu verlieren,
    Ließ Karl die Zauberinn, die dieses Paar entzweit,
    Vom Baierfürst von dannen führen;

    9.
    Und setzte sie zum Preiß des Heldenmuths
    Für den, der sie in nächster Schlacht erkämpfte,
    Mit Strömen Sarazenenbluts
    Den Uebermuth der Feinde dämpfte.
    Doch der Erfolg sprach der Erwartung Hohn,
    Geschlagen flieht das Christenheer davon,
    Der Baier wird gefangen von den Mohren,
    Viel Ritter noch mit ihm, und sein Gezelt verloren.

     

     
    Ludovico Ariosto (8 september 1474 – 6 juli 1533)
    Cover

    08-09-2018 om 14:18 geschreven door Romenu  


    Tags:Franz Hellens, Perikles Monioudis, Joaquin Miller, Frederic Mistral, Grace Metalious, Ludovico Ariosto, Jan Greshoff, Romenu
    » Reageer (0)
    07-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson, Richard Jones

    De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

    Uit:De geur van miljoenen

    “Edzard Maris, 32 jaar en al gepromoveerd chirurg, zat met zijn vrouw Anna in het vliegtuig naar Belgrado. Hij was uitgenodigd om te spreken op een congres, dat als hoofdonderwerp ‘De mogelijke complicaties bij colorectale ingrepen’ had. Daar ging zijn proefschrift ook over.
    Hun plaatsen bevonden zich halverwege het vliegtuig. Maris verdiepte zich ter voorbereiding in een wetenschappelijk tijdschrift. Anna, die op een stoel aan het gangpad zat, stootte hem aan. ‘Ik geloof dat dat Alexandre Molenaar is, daar.’
    Zo nieuwsgierig als zij altijd was naar haar omgeving, zo in zichzelf gekeerd en onverstoorbaar was hij. En hoewel haar woorden grote impact moesten hebben, sloeg hij rustig een bladzijde om en las verder. Mogelijk verstond hij zijn vrouw gewoon niet, omdat zijn oren nog dichtzaten na het opstijgen. Hij las trouwens een artikel over de karteldarm.
    Anna pakte het tijdschrift en wierp dat op de vrije plaats naast hem. Verbaasd keek hij haar aan. ‘Daar verderop zit Alexandre Molenaar,’ zei ze.
    Zonder iets terug te zeggen boog hij zich over haar heen. Met zijn ogen volgde hij haar vinger, die naar een stoel aan de andere kant van het gangpad wees, vier rijen voor hen.
    Was hij het? Maris kon het niet met zekerheid zeggen. Hij herkende de lange vette haren, die tot over zijn kraag op de rug van zijn overhemd lagen. Bovendien hield de man ‘de krant van Wakker Nederland’ als een uitgevouwen landkaart voor zich. Maar er waren wel meer mannen die De Telegraaf lazen en lang haar hadden.
    Anna klikte onrustig haar veiligheidsgordel open. ‘Ik loop naar de wc,’ zei ze, ‘en dan kijk ik op de terugweg of het ’m echt is.’
    Terwijl ze opstond en wegliep, pakte hij zijn tijdschrift weer op. Ook al had ze gelijk en zat daar inderdaad de man die de afgelopen jaren nooit helemaal uit zijn gedachten was geweest, dan zou hij niet weten wat hij daar nu mee zou moeten doen. Wekenlang waren ze naar hem op zoek geweest. Maar toen hij eenmaal volledig van de aardbodem verdwenen leek, en ze de moed hadden opgegeven dat ze hem ooit nog zouden vinden, was zijn naam een abstract begrip geworden. Iets wat hooguit nog gekoppeld kon worden aan een schim of een historische figuur. Als het waar was dat ze nu met hem in een tamelijk krappe Airbus zaten, dan was dat iets wat hij maar nauwelijks kon bevatten. ‘Het is hem echt,’ zei ze toen ze weer zat.”

     

     
    Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

     

     

    De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

    Uit: Een helse machine

    “Vanochtend heb ik de stadsguerilla weer gezien.
    Ik word elke ochtend om vier uur wakker. Dan kleed ik mij aan en ga ik de straat op om te profiteren van de stilte. Om vijf uur 's morgens is de stad een dorp. De weinige mensen die ik zie zijn vrijwel dezelfde. Behalve een paar als schoolmeisjes joelende, gearmde mannen die door Kalverstraat en omgeving slieren zijn het de dames Brouwer, de eierboer uit Landsmeer, en de stadsguerilla.
    Het voor dag en dauw opstaan van de dames Brouwer heeft te maken met de vroege verschijning van de Landsmeerse eierboer sjokkend achter zijn handkar. Hij is anderhalf uur tevoren uit zijn dorp vertrokken, is per pont het IJ overgevaren en wil voor het eerste verkeer weer thuis zijn. De dames Brouwer staan om vijf uur klaar om hem te ontvangen. Verse eieren staat in bescheiden witte letters op de etalageruit van hun melkwinkel. Ik weet dat het geen grootspraak is.
    Bij de dames Brouwer koop ik een reep chocolade, die ik tijdens mijn ochtendwandeling bij stukjes en beetjes opeet. In de Raadhuisstraat kom ik de stadsguerilla tegen, als een vaste gewoonte. Hij is gekleed in een smetteloos camouflagepak zonder distinctieven, draagt goedgepoetste bruine rijglaarzen en heeft een groen vechtpetje op zijn hoofd. Gewapend is hij niet, hij is in de verdediging, zoekt dekking, sluipt langs etalages onder de arcaden, steekt bliksemsnel over, in gebukte houding, via de vluchtheuvel met het verkeerszuiltje, knielt in een portiek om een veter vast te maken, rent langs de huizen. Een keer heb ik hem tegenover een leren man zien staan, een kale kerel van top tot teen in zwart leer gehuld. De leren man keek bewonderend naar de guerilla, als naar een strijdmakker. De guerilla zag hem kennelijk niet als de vijand, hij zag hem niet, hij zag mij ook niet. Hij ziet wat ik niet zie, wat de leren man niet heeft gezien. Vanochtend verloor hij bij het oversteken een gulden, hij probeerde die bliksemsnel op te rapen, maar het lukte niet, hij greep mis en nog eens mis en stelde zich aan de grootste denkbeeldige gevaren bloot.
    Die man is gek, maar ik begrijp hem. Ook in mij duurt de oorlog voort. Ik heb nog steeds behoefte aan het plegen van een grote verzetsdaad. Er is genoeg kwaad in de wereld om op een gegeven moment in verzet te komen.”

     

     
    Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)

     

     

    De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook alle tags voor Edith Sitwell op dit blog.

     

    The Bear

    Water-green is the flowing pollard
    In Drowsytown; a smocked dullard
    Sits upon the noodle
    Soft and milky grass, --
    Clownish-white was that fopdoodle
    As he watched the brown bear pass . . .
    "Who speaks of Alexander
    And General Hercules,
    And who speaks of Lysander?
    For I am strong as these!
    The housekeeper's old rug
    Is shabby brown as me,
    And if I wished to hug
    Those heroes, they would flee, --
    For always when I show affection
    They take the contrary direction.
    I passed the barrack square
    In nodding Drowsytown, --
    Where four-and-twenty soldiers stare
    Through slits of windows at the Bear,"
    (So he told the Clown.)
    "Twelve were black as Night the Zambo,
    (Black shades playing at dumb crambo!)
    Twelve were gilded as the light,
    Goggling negro eyes of fright.
    There they stood and each mentero,
    Striped and pointed, leaned to Zero . . .
    Grumbling footsteps of the Bear
    Came near . . . they did fade in air,
    The window shut and they were gone
    The Brown Bear lumbered on alone."
    So he told the smocked fopdoodle,
    White and flapping as the air,
    Sprawling on the grass for pillow --
    (Milky soft as any noodle)
    'Neath the water-green willow
    There in Drowsytown
    Where one crumpled cottage nods --
    Nodding
    Nodding
    Down.

     

     
    Edith Sitwell (7 september 1887 – 9 december 1964)
    Portret door Stella Bowen, 1929

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Willem Bilderdijk op dit blog.

     

    Het tabakroken

    Waar ben ik? In wat Hel van rampen?
    Op ieder voetstap dat ik tree
    Omwalmt mij 't walglijk onkruiddampen
    En doet mijn borst en longen wee.
    Hoe keert mij 't hart en d'ingewanden
    Wanneer dit stinkende verbranden
    Zijn gif door heel de lucht verspreidt,
    In 't lichaam om met pijnlijk wringen!
    En geldt dit voor versnaperingen,
    Voor feestonthaal en lieflijkheid?

    O gouden tijd van onze Vaderen,
    Toen d'ouderwetse goede sier
    Vernieuwde krachten stortte in d'aderen
    In 't smaaklijk, voedzaam gerstebier!
    Doch, Frankrijk? ja, bij uw venijnen
    Van aangezette valse wijnen
    Heeft ook dit gif zijn rechte plaats.
    Welaan, het moog' wie 't lust vermaken,
    Voor mij zal nooit die wierook blaken:
    Voor mij geen stinkend dampgeblaas!

     

     

    Het letterschrift

    Hoe! met een ganzenschacht, gegrepen in de vingeren,
    Beveelt ge aan 't vluchtig woord: Rust op dees broze stof!
    Ge aanschouwt het in de zwaai der dode letterslingeren,
    En de eigen klank keert weer, die oor en boezem trof.
    De spreker ging voorbij; zijn adem is gebleven:
    Hij stierf; zijn adem leeft, zijn ziel kleeft vast op 't blad;
    Ja, teelt zich-zelve voort, om 't aardrijk door te zweven;
    Vermaant, getuigt, beveelt, in d'enkle vederspat.
    ô Hemelgift der Taal, gij band der stervelingen!
    Verlichaamd slaapt ge in 't schrift; men roept u, en ge ontwaakt,
    Om aarde en oceaan en eeuwen door te dringen:
    Ja, stift en beitelslag maakt steen en graf bespraakt.
    Neen, Puniër noch Schyt kon zulk een wonder scheppen
    Dat in d'aanschouwbre trek de onzichtbre stem besluit,
    Die d'adem ruisen deed, en tong en lippen reppen,
    Verbond de zichtbre vorm aan 't hoorbre spraakgeluid.
    Wat raast de dwaasheid dan van vroeger beeldentekens,
    Ten dekkleed uitgedacht voor Leerverborgenheên!
    Geen andre schrijvenskunst dan de echte kunst des sprekens!
    Uit God zijn ze afgedaald, en beide zijn slechts één.

     

     
    Willem Bilderdijk (7 september 1756 – 18 december 1831)
    Beeld door Jan van Borssum Buisman in de tuin van het Academiegebouw in Leiden

     

     

    De Oostenrijkse dichter en schrijver Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen. Zie ook alle tags voor Michael Guttenbrunner op dit blog.

     

    Der Geier

    Als der scheckige Geier,
    über den Gräben hin und her fliegend,
    mit Lautsprecherstimme krächzte:
    sie sollten den Mut nicht sinken lassen,
    weder wanken noch weichen, sondern
    sich fertig machen zum Sturm,
    streckten die Soldaten bereits die Zungen heraus
    Und machten andre unanständige Gebärden.
    Aber die Waffen streckten sie nicht.

     

     

    März 1938

    Die feierliche Lust des goldenen Lichtes
    klingt wie Musik zu Mord und Zeitung.
    Schwärzlicher Nebel
    verschließt die Menschenseelen
    vor den Strahlen und Stimmen der Güte.
    Undurchdringlich ist die Nebelwand,
    nur manchmal durchzuckt von blutigem Schein.
    Dahinter vernimmst du tönendes Erz,
    klingende Schellen und Terrorgeräusche.

     

     
    Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei 2004)

     

     

    De Duits – Israëlische dichteres en schrijfster Jenny Aloni (eig. Jenny Rosenbaum werd geboren op 7 september 1917 in Paderborn. Zie ook alle tags voor Jenny Aloni op dit blog.

    Uit: Eine Jugend in Deutschland (1917-1939)

    “Ein gelber, achteckiger Backsteinbau, in dessen Wände hoch oben riesige runde Fenster aus buntem Glas ein ge-lassen waren, die sie immer an himmlische Feuerräder erinnerten, das war die Synagoge. Sie hätte nüchtern gewirkt, wäre nicht die runde Kuppel gewesen, welche ihr ein exotisches Aussehen verlieh in dieser Stadt der Türme und Kapellen, der Gotik und des Barocks. Schön an ihr war das Almemor mit dem Toraschrein, dessen schwerer, goldgestickter Purpurvorhang an den hohen
    Feiertagen durch einen weißen, silbergeschmückten ersetzt wurde und dessen Platz am Tischa be'aw ein schwarzer mit weißer Beschriftung einnahm. Und da waren die Torarollen selbst, ihre mit kleinen Glocken gezierten Silberkronen, die bunt gemalten Windeln, die man nach der Vorlesung um die Rollen wickelte, der seidene Bezug, das Silberschild und der silberne, »Hand« genannte Zeiger.
    »Da lifne mi ato aumed« (Wisse vor wem du stehst) stand in riesigen Lettern an der Ostwand geschrieben.
    Das kleine Mädchen wußte die Bedeutung der Worte, und mit der ganzen Inbrunst ihres Herzens bemühte sie sich, dem Befehl zu gehorchen. Immer, seit erster Zweifel an ihrem Gottesglauben genagt hatte, suchte sie ihn durch gesteigerte Sorgfalt in der Befolgung der Gebote und durch Andacht des Gebetes zu verdrängen. Sie ging, wenn sie nicht gerade dem Gesang der Gemeinde folgte, dem deutschen Text nach. Sie konnte Hebräisch lesen, aber die Bedeutung der Worte verstand sie nicht.
    Noch entsinnt sie sich des Morgengebetes am Schabbat.
    Noch entsinnt sie sich des Raumes um sie her mit den wohlbekannten Geräuschen und Bildern. Von unten herauf ertönte der feierliche Singsang des Vorbeters, dem zuweilen das Gemurmel der Männer mit einem langgezogenen »Omen« folgte. Oben auf der Galerie der Frauen fiel das Morgenlicht kaum gedämpft durch die hier und dort mit buntem Glas besetzten Fensterscheiben auf die feiertäglich gekleideten Frauen.
    Eine Stelle aber gab es in den Gebeten, die schon die Siebenjährige nicht über die Lippen zu bringen vermochte, gegen die ihr Stolz sich jedesmal aufs Neue wie der aufbäumte. Geschrieben stand: »Gelobt seist Du, Ewiger, unser Gott, der Du mich nicht zu einer Frau geschaffen«, und darunter in kleinen Buchstaben: Frauen sagen: »Gelobt seist Du, Ewiger, unser Gott, der Du mich nach Deinem Willen geschaffen hast.« Statt dessen sagte sie: »Gelobt seist Du, Ewiger, unser Gott, der Du mich zu einer Frau geschaffen hast.«

     

     
    Jenny Aloni (7 september 1917 – 30 september 1993)
    Jeugdportret

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Margaret Landon werd geboren op 7 september 1903 in Somers, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Margaret Landon op dit blog.

    Uit: Anna and the King of Siam

    “She stood looking at them absorbed, oblivious of the innumerable rafts, boats, canoes, gondolas, junks, and ships that filled the river, the pall of black smoke from the steamer, the roar of the engine, the murmur and jar. Here she was, and there was the Palace where she was soon to take up her work. Would they take her there tonight? Would anyone from the British Consulate meet her?
    The circus people were preparing to leave. Siamese officers had already come to conduct them to the place where they were to stay. Over the side of the ship went their bundles and trunks into small boats. Off went the dogs, barking and whining. Off went the people. The hatches were opened. The cargo was being unloaded. And still no one had come for Anna, either from the Siamese government or from the consulate She began to feel a little frightened and very forlorn. Then out of the deepening shadows flashed a long gondola, beautifully carved like a dragon, with torches reflected on the rhythmic dip of rows of wet paddles. On its deck was a small gilded cabin, hung with curtains, and in it lay a Siamese official on a carpet and cushions. In front of him a slave crouched with a fan. This official mounted the side of the Chow Phya swaying with an air of unconcern. A length of rich red silk folded loosely about his person did not reach his ankles. He wore no coat. His brown skin gleamed in the torchlight. He was followed by a dozen attendants who sprawled on the deck like toads, doubling their arms and legs under them. As if at a signal every Asiatic on the ship, coolies and all, prostrated themselves. Only the Englishwoman, her Hindustani nurse, and her bearded Persian Moonshee were left standing. The startled Moonshee gazed at the haughty man in the red skirt, and began to mumble his prayers, exclaiming as he finished each one, "Great God! What is this?" The Englishwoman stood composedly and waited."

     

     
    Margaret Landon (7 september 1903 – 4 december 1993)
    Scene uit de musical The King and I uit 2016, gebaseerd op Landons roman

     

     

    De Amerikaanse schrijver Henry Morton Robinson werd op 7 September 1898 in Boston, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Henry Morton Robinson op dit blog

    Uit: The Cardinal 

    “More than seven years had passed since Stephen had seen the Contessa Falerni in anything but fantasy. Now, at the point-blank reality of her presence, a physical tremor seized him. He heard himself finishing a line:
    “Sans armes je rencontrai un loup . . .”
    Princess Lontana rushed in for the kill. “Wehrlos traf Ich einen Wölfin . . . Unarmed, I met a wolf!”
    Stephen struggled to collect himself. In the prolonged silence he heard the Princess translating Merry’s verse: “She was an enormous creature.” . . . Somehow he managed to fake the next line; any Latinist would have recognized the pinched injustice done to Horace; how he ever finished the ode Stephen never knew. But when the ordeal ended, a salvo of hand clapping greeted the performers.
    “Unusual, quite,” said Lord Chatscombe. “Never heard it done just that way at Cambridge.”
    “Remarkable show,” said Braggiotti, then added, “to make it really difficult you might have rhymed.”
    For some minutes a congratulatory throng swirled about Stephen, then began to thin out as Signora Piombino made ready to sing. Stephen gazed about the enormous oval chamber, hoping to see Ghislana Falerni again.
    “Here I am.” The contessa was beckoning to him from a near-by sofa.
    Stephen moved toward her, acting a great deal braver than he felt. “How did you know I was looking for you?”
    Ghislana Falerni extended her hand palm downward, with the pressureless confidence of a woman who need never answer such a question. Her arm, bare between glove top and shoulder, was of a tapering roundness, ivory-pastel in colouring. Had it been the fragment of a statue, an archeologist might have labeled it “Metaneira, fifth-century Greek,” and marveled at the proportions of women in that classic age. Stephen bowed over her hand, releasing it a trifle sooner than the ritual of Black Society prescribed.
    A life spent in the company of high ecclesiastics had given Ghislana Falerni an ease, rather than a familiarity, in their presence. She indicated a place beside her on the satin-tufted divan. “That was an amazing improvisation, Monsignor. Both your skill with words and the colour of your habit have changed since I last saw you.”

     

     
    Henry Morton Robinson (7 september 1898 – 13 januari 1961)
    Cover uit 1960



    Onafhankelijk van geboortedata

    De Amerikaanse dichter dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, in 1953 en bracht zijn jeugd door op afwisselende plaatsen als Nova Scotia, Canada en het kleine stadje North Carolina, en vestigde zich uiteindelijk in Norfolk, de geboortestad van zijn vader. Hij behaalde een MA aan de Universiteit van Virginia en een MFA aan het Vermont College of Fine Arts. Voor zijn eerste bundel poëzie, “Country of Air” (1986), ontving hij de Posner Award van de Council for Wisconsin Writers. Hij publiceerde sindsdien meer dan een dozijn andere bundels, waaronder “Stranger on Earth” (2018), “The King of Hearts” (2016), “The Correct Spelling & Exact Meaning” (2009), “Apropos of Nothing” (2006), en “The Blessing: New and Selected Poems” (2000), waarvoor hij de Midland Authors Award kreeg.

     

    Are there poems you won't publish?

    Even C.P. Cavafy–
    cynical, ascetic,
    unknown in his day–
    printed at his own expense
    poems no one would publish,
    poems intimate, personal,
    to share with readers
    he called friends.

    But I have hundreds of poems
    hidden away in a box.
    Even when I know
    Cavafy once wrapped verse
    with black and gold ribbons
    to give away as a gift.

     

     

    The Bell

    In the tower the bell
    is alone, like a man
    in his room,
    thinking and thinking.

    The bell is made of iron.
    It takes the weight
    of a man
    to make the bell move.

    Far below, the bell feels
    hands on a rope.
    It considers this.
    It turns its head.

    Miles away,
    a man in his room
    hears the clear sound,
    and lifts his head to listen.

     

     
    Richard Jones (Londen, 1953)

    07-09-2018 om 14:43 geschreven door Romenu  


    Tags:Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson, Richard Jones, Romenu
    » Reageer (0)
    06-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jennifer Egan, Jessica Durlacher, Aart G. Broek, Christopher Brookmyre, Amelie Fried, Alice Sebold, Julien Green, Willem Brandt, Cyrus Atabay

    De Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan werd geboren in Chicago op 6 september 1962. Zie ook alle tags voor Jennifer Egan op dit blog.

    Uit: Manhattan Beach

    „It all started with seeing the girl. Anna had gone outside to buy lunch over the disapproval of her supervisor, Mr. Voss, who liked them to bring their lunches from home and eat them on the same tall stools where they sat measuring all day. Anna sensed anxiety in his wish to keep them in sight, as if girls at large in the Naval Yard might scatter like chickens. True, their shop was pleasant to eat in, clean and brightly lit by a bank of second-story windows. It had conditioned air, a humming chill that had filled every corner during the hot September days when Anna first came to work there. Now she would have liked to open a window and let in the fresh October air, but the windows were permanently shut, sealing out dust and grime that might affect the measurements she and the other girls took—or was it that the tiny parts they were measuring needed to be pristine in order to function? No one knew, and Mr. Voss was not a man who welcomed questions. Early on, Anna had asked of the unrecognizable parts in her tray, "What are we measuring, exactly, and which ship are they for'?"
    Mr. Voss's pale eyebrows rose. "That information isn't necessary to do your job, Miss Kerrigan."
    "It would help me to do it better."
    I'm afraid I don't follow'
    "I would know what I was doing.'
    The marrieds hid their smiles. Anna had been cast—or cast herself—in the role of unruly kid sister, and was enjoying it immensely. She found herself looting for little ways to challenge Mr. Voss without risking outright insubordination.
    "You are measuring and inspecting parts to ensure that they are uniform,' he said patiently, as if to a halfwit. °And you are setting aside any that are not.'
    Soon it came to be known that the parts they were inspecting were for the battleship Missouri, whose keel had been laid almost a year before Pearl Harbor in Dry Dock 4. Later, the Missouri's hull had been floated across ‘Nallabout Bay to the building ways: vast iron enclosures whose zigzagging catwalks evoked the Coney Island Cyclone. Knowing that the parts she was inspecting would be adjoined to the most modern battleship ever built had indeed brought some additional zest to the work for Anna. But not enough.
    When the lunch whistle blew at eleven-thirty, she was itching to get outside. In order to justify leaving the building, she didn't bring a lunch—a ploy she knew did not fool W. Voss. But he couldn't very well deny a girl food, so he watched grimly as she made for the door while the marrieds unwrapped sandwiches from waxed paper and talked about husbands in boot camp or overseas; who'd had a letter; clues or hunches or dreams as to where their beloveds might be; how desperately frightened they where.”

     

     
    Jennifer Egan (Chicago, 6 september 1962)

     

     

    De Nederlandse schrijfster Jessica Durlacher werd geboren in Amsterdam op 6 september 1961. Zie ook alle tags voor Jessica Durlacher op dit blog.

    Uit: Schrijvers!

    “Als ik de menselijke natuur werkelijk een beetje doorgrondde (en dat mag je van een schrijver toch verwachten), dan had ik misschien meteen gezien wat de gebeurtenissen die avond allemaal betekenden. Maar het eerste mailtje van Ada Hammerstein las ik ridicuul onbevangen. Misschien doordat het toen al nacht was, en ik niet alleen behoorlijk uitgeput, maar ook nog steeds van de kaart was van dat ellendige etentje bij Bastiaan. Een excuus dat overigens niet meer gold bij de tweede, derde, vierde en overige berichten die ik van (en later via) Ada ontving.
    Ik herinner me nog goed de zwoele landerigheid van die zomeravond. De warmte van de dag was bewegingloos in de straat blijven hangen. Het was vredig, bijna stil. Flarden van vriendelijke stadsgeluiden drongen spaarzaam onder het gebladerte van de lommerrijke, brede straat door, alsof ze daar waren achtergelaten door de levendige zonnige dag die nu bijna ten einde was.
    Op de stoep voor het huis van Bastiaan, de uitgever van zowel mijn verhalenbundel als mijn allereerste (en tot dusver enige) roman én alle vijftien meesterwerken van mijn geliefde, hadden we afscheid genomen van het gezelschap. Eindelijk had de behoefte om te vertrekken kennelijk bij iedereen vaste vormen aangenomen. Ferenc kuste me vluchtig. Nu pas zag ik opgedroogde blauwe verf onder zijn nagels – waarschijnlijk was de oude schilder volop aan het werk geweest voordat hij uit Duitsland was afgereisd. Het verklaarde zijn afwezige gedrag van die avond.
    Zita, na al die jaren eindelijk Ferencs officiële levenspartner, omhelsde me met een theatraal gebaar. Ik voelde haar parfum in mijn kleren en mijn haar dringen – als van een poes die een geurvlag op me plantte. Ik moest mijn best doen haar niet van me af te duwen.
    Bastiaan drukte me niet zo stevig tegen zich aan als anders. Ik kan het me verbeeld hebben maar ik merkte een zekere terughoudendheid in zijn greep. Misschien was het gêne om mij ten overstaan van de anderen een hart onder de riem te steken. Zijn vrouw, Kitty, een blondine met een zachtroze gepoederd aardappelgezichtje, wierp me een ongepast bemoedigende blik toe voor ze me onhandig zowel een hand als een wang toestak.
    Ik had haast. Mijn lichaam stond al in sprintstand. Maar ik wilde niet weglopen zonder mijn echtgenoot. De boze, pijnlijke druk op mijn middenrif deed me verlangen naar de verlossende ruzie die ik voor hem in petto had.
    ‘Splettsssjjj!!’ Een ploffend geluid liet ons allemaal opschrikken. Op een auto die recht voor de deur van mijn uitgever geparkeerd stond barstte een dichtgeknoopt zakje water met een klap open. Alle blikken wendden zich naar de bovenverdieping van het huis van de directe overburen. Er leek gegiechel vandaan te komen, maar de boosdoeners zelf bleven onzichtbaar.”

     

     
    Jessica Durlacher (Amsterdam, 6 september 1961)

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Aart G. Broek werd op 6 september 1954 geboren in Maasland. Zie ook alle tags voor Aart G. Broek op dit blog.

    Uit: Dushi Willemstad

    “In die stad heeft ooit één wijk niet alleen de belangrijkste personages voor romans maar ook de meeste lezers ervan opgeleverd: Otrobanda. Tussen ca. 1920 en 1935 werden ruim een dozijn Papiamentstalige romans geschreven, die de rooms-katholieke moraal verdedigde. Wie zich daar niet aan wist te houden, zou kommerlijk ten ondergaan, zo wilde de nadrukkelijke boodschap. Deze tendensromans – van de hand van Willem Kroon, Manuel Fray en Miguel Suriel – waren vooral bedoeld voor mannen met een ambachtelijke achtergrond, hun vrouwen en jong volwassen kinderen. Die woonden in Otrobanda en liepen gevaar om te worden ‘opgeslokt’ door de westerse genoegens die de uitdijende raffinaderij met zich meebracht. Deze romans waren grotendeels gesitueerd in Otrobanda.
    Het zal niet meevallen een kwalitatief interessant fragment in de Papiamentstalige romans te vinden, dat zou kunnen tippen aan de beschrijving die Tip Marugg ons achterliet van Otrobanda, de wijk waar hij werd geboren en opgroeide. Dat fragment verscheen in het Curaçaose tijdschrift Kristòf en werd natuurlijk ook opgenomen in zijn verzameld werk (De hemel is van korte duur [2009]). Hoe het ook zij, enige kennis van de Curaçaose letteren maakt in ieder geval nieuwsgierig naar wat Van Geemert binnen de grenzen van Willemstad de moeite waard vindt om onze aandacht op te vestigen. Die Papiamentstalige romans wel of juist niet?
    Wandelend door ‘dushi Willemstad’ in de hitte van eind augustus/begin september werd ik alleen maar meer nieuwsgierig naar het gelijknamige boek van Van Geemert. Hoe hadden schrijvers van eilandelijke bodem eigenlijk naar hun stad gekeken? Zij niet alleen. Doen literaire passanten ook mee of worden die buiten het literaire Willemstad gelaten? Hoe hadden die passanten erop gereageerd, er zich door laten inspireren? Door de stegen, pleintjes, forten, het waaigat, de grote stadshuizen, de erven, de markten, de bars, winkels, de begraafplaatsen, de openluchtbordelen in de mondi aan de stadsrand, de kust, de haven, binnenwateren met mangroven … en bovenal door de mensen van zo een divers pluimage. Wandelend door ‘dushi Willemstad’ wist ik Van Geemert te vergeven, dat hij mij buiten het boek had gelaten. En straks, wanneer ik door de bladzijden van Dushi Willemstad struin, zullen de laatste kruimels aan wrevel ongetwijfeld worden weggeveegd”.

     

     
    Aart G. Broek (Maasland, 6 september 1954)

     

     

    De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

    Uit: Black Widow

    “Them was a low background hiss as the courtroom awaited the playback, the volume on the speakers jacked up so much that Parlabane was bracing himself, expecting the soundfile to be booming and distorted. Instead it was surprisingly clear, particularly at the police end. I le could hear the dispatcher's fag-ravaged breathing during pauses, the rattle of a keyboard in the background.
    Nobody knows where to look when they're listening to a recording. Parlabanc glanced around to see how people were responding. Most were looking at the floor, the walls or any fixed point that didn't have a fact on it. Others were more pruriently taking the opportunity to look at the accused.
    Diana Jager had her gaze locked, staring into a future only she could see.
    The jury mostly had their heads bowed, like they were in church, or as though they were afraid they'd get into trouble with the judge if they were caught paying less than maximum attention. They were filtering out dis-traction, concentrating only on the words booming out around the court, anxious not to miss a crucial detail.
    They couldn't know it yet, but they were listening out for the wrong thing. 'I think I've just seen an accident: Are you injured, madam?' 'No. But I think a car might have gone off the road: `Can you tell me your name, madam?' `Yes, it Sheena. Sheena Matheson. Missus: And are you in your own vehicle now? Is it off the carriageway?'
    'No. Yes. I mean, I'm out of my car. Its parked. I'm trying to sec where he went: `Where am you, Mrs Matheson? `I'm not sum. Maybe a couple of miles west of Ordskirk. I'm on the Kingsburgh Road' And can you describe what happened? Is someone injured?'
    'I don't know. This car was coming around the bend towards me as I approached it It was going way too fast. I think it was a BMW. It swerved on to my side of the mad because of the curve, then swerved back again when I thought it was going to hit me. I jumped on the brakes because I got such a fright, and I looked in my mar-view. It swerved again like he was trying to get it back under control, but then it disappeared. I think it went off the road altogether:
    `The Kingsburgh Road, you said? lbat's right: `I'm going to sec if I can get some officers out them as soon as possible. You've parked your car, that's good. If you can wait beside it but not in it .. “

     

     
    Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

     

     

    De Duitse schrijfster Amelie Fried werd geboren op 6 september 1958 in Ulm. Zie ook alle tags voor Amelie Fried op dit blog.

    Uit: Ich fühle was, was du nicht fühlst

    »So wird’s gehen«, sagte Bettina, packte mich resolut am Arm und zog mich aus dem Klassenzimmer. Widerstandslos ließ ich es geschehen.
    Ich rechnete. Ich war genau dreizehn Jahre, vier Monate, vier Tage und elf Stunden alt. Wenn ich davon ausging, dass ich, bis ich fünfzig wäre, jeden Monat meine Periode bekommen würde, davon zweimal neun Monate abzog, falls ich Kinder bekommen würde, und wenn die Blutung im Schnitt fünf Tage dauerte, würde ich in den nächsten siebenunddreißig Jahren an zweitausendeinhundertzwanzig Tagen bluten. Fast sechs Jahre lang.
    »Ich will keine Frau sein«, stöhnte ich.
    »Red keinen Quatsch«, sagte Bettina.
    Zu Hause versorgte mich meine Mutter mit Binden, öffnete eine Flasche Sekt und reichte mir ein halb gefülltes Glas.
    »Ich bin so stolz auf dich!«, sagte sie.
    Ich begriff nicht, warum sie mich feierte, als hätte ich eine besondere Leistung vollbracht. Meine guten Schulnoten riefen längst nicht so viel Begeisterung hervor, und an denen hatte ich deutlich mehr Anteil als an der blöden Blutung.
    Wie so oft kam mir die Reaktion meiner Mutter übertrieben vor, irgendwie gekünstelt.
    Als mein Vater kam, verkündete sie ihm die Neuigkeit mit einer Begeisterung, als hätte ich mindestens die Bundesjugendspiele gewonnen (was unwahrscheinlich war, weil ich grundsätzlich keinen Sport trieb).
    Es war mir furchtbar peinlich, dass sie meinen Vater in diese Frauengeschichten einweihte, und ich spürte, dass es ihm ebenfalls unangenehm war.
    »Du weißt ja, dass du ab jetzt aufpassen musst«, warf er mir hin. Und damit war das Thema für ihn offenbar erledigt.
    Ich fragte mich, wie er auf die Idee kommen könnte, ich würde mit dreizehn bereits Sex haben. Seine Gedankenlosigkeit machte mich wütend.
    »Wann hattest du denn zum ersten Mal Sex?«, fragte ich herausfordernd.
    Er tat so, als müsste er überlegen. Ein unsicheres Auflachen. »Keine Ahnung, ist schon so lange her.«
    Ich wusste, dass er log. Entweder es war ihm peinlich, dass er bei seiner Entjungferung schon ziemlich alt gewesen war, oder aber er fand es unangemessen, mit seiner dreizehnjährigen Tochter über Sex zu reden. Mir zu sagen, dass ich ab jetzt gefälligst vorsichtig sein solle, das war für ihn okay.
    Aber zu erfahren, wann er zum ersten Mal Sex hatte – das stand mir offenbar nicht zu."

     

     
    Amelie Fried (Ulm, 6 september 1958)

     

     

    De Amerikaanse schrijfster Alice Sebold op 6 september 1962 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Alice Seebold op dit blog.

    Uit: Lucky

    “When people talk about climbing a mountain or riding rough water, they say they became one with it, their bodies so attuned to it that they often, when asked to articulate how they did it, cannot fully explain. Inside the tunnel, where broken beer bottles, old leaves, and other, as yet indiscriminate, things littered the ground, I became one with this man. He held my life in his hand. Those who say they would rather fight to the death than be raped are fools. I would rather be raped a thousand times. You do what you have to. "Stand up," he said. I did. I was shivering uncontrollably. It was cold out and the cold combined with the fear, with the exhaustion, made me shake from head to toe. He dumped my purse and bag of books in the corner of the sealed-off tunnel. "Take off your clothes." "I have eight dollars in my back pocket," I said. "My mother has credit cards. My sister does too." "I don't want your money," he said, and laughed. I looked at him. Into his eyes now, as if he was a human being, as if I could speak to him. "Please don't rape me," I said. "Take off your clothes." "I'm a virgin," I said. He didn't believe me. Repeated his command. "Take off your clothes." My hands were shaking and I couldn't control them. He pulled me forward by my belt until my body was up against his, which was up against the tunnel's back wall. "Kiss me," he said. And he drew my head forward and our lips met. My lips were pursed tightly together. He tugged harder on my belt, my body pressing up further against his. He grabbed my hair in his fist and balled it up. He drew my head back and looked at me. I began to cry, to plead.”

     

     
    Alice Sebold (Madison, 6 september 1962)

     

     

    De Frans – Amerikaanse schrijver Julien Green werd geboren op 6 september 1900 in Parijs. Zie ook ook alle tags voor Julien Green op dit blog.

    Uit: Erinnerungen an glückliche Tage (Vertaald door Elisabeth Edl)

    „Wir nannten sie kurz und bündig Goudeau. Wenn sie guter Laune war, amüsierte sie mein überspanntes Deklamieren, und sie lachte, den grauen Kopf schüttelnd, in sich hinein, doch manchmal zeigte sich bei ihr eine gewisse Reizbarkeit, die meine Mutter auf irgendeine jugendliche Liebesenttäuschung zurückführte.
    »Sie muß einmal sehr hübsch gewesen sein, ich finde, das sieht man ihrem Gesicht noch immer an.«
    Es war eine Spezialität meiner Mutter, Spuren von Schönheit unter den Runzeln der Leute zu entdecken oder verborgene Güte in ihren Seelen, aber meine Schwestern protestierten:
    »Goudeau! Sie ist fast bucklig, und sie hat eine spitze rote Nase!«
    »Sie ist nicht mit einer roten Nase auf die Welt gekommen, ihr dummen Gören, und sie ist nicht bucklig, nur ein wenig gebeugt von der vielen Arbeit.«
    Ich fand Goudeau gewiß nicht attraktiv, aber sie war mir unentbehrlich. Eines Tages stürzte ich mich auf sie und schrie:
    »Ihr habt meine Tochter entehrt! Zieht Euren Degen, Teufel, und verteidigt Euch!«
    Sie kicherte leise und schob den Zwicker mit dem Drahtgestell zurecht.
    »Leugnen ist zwecklos«, fuhr ich grimmig fort, »meine Tochter wird gegen Euch aussagen.«
    Nach diesen Worten lief ich in die Küche, riß unter Linas verdutztem Blick den Schrank auf, packte einen der großen, vier Pfund schweren Brotlaibe, die man damals verkaufte, und wickelte ihn in eine Serviette. Ich brauchte auch einen Dolch, aber Dolche waren etwas Seltenes in unserem Haus und so gab ich mich mit dem Brotmesser zufrieden und eilte zurück.
    »Hier ist meine Tochter«, brüllte ich. »Sie ist gekommen, Euch öffentlich anzuklagen.«
    »Eure Tochter muß furchtbar jung sein, wenn sie noch in Windeln herumgetragen wird«, bemerkte Goudeau mit spöttischem Glucksen. »Seid Ihr sicher, Monsieur Julien, daß diese hier die Richtige ist?«
    Ich befahl dieser Ausgeburt der Hölle zu schweigen, beschloß, meine Tochter lieber tot als entehrt zu sehen, und erdolchte sie, indem ich das Brotmesser mehrere Male in den Laib stieß.”

     

     
    Julien Green (6 september 1900 – 13 augustus 1998)

     

     

    De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en vrijmetselaar Willem Brandt (pseudoniem van Willem Simon Brand Klooster) werd geboren in Groningen op 6 september 1905. Zie ook alle tags voor Willem Brandt op dit blog.

     

    De weg

    Ik zal den weg slechts gaan, dien gij mij wijst,
    den steilen weg, die moeizaam wordt bereisd.
    Dan zal ik haken naar Uw heerlijkheid
    bij ied're voetstap op het hard plaveid.

    Wat neven mij of achter mij verschijnt,
    ik zal mijn oogen richten naar uw eind.
    Ik zal niet rusten, maar gestadig gaan,
    ik zal mijn wil met uwen wil verstaan.

    En zoo ik langs den weg wel dikwijls viel,
    O, wees mij weer genadig als ik kniel,
    boetvaardig om de naaktheid van mijn ziel.

    Ik ben niet waardig dat degeen mij prijst
    die in zijn rust beneden is vergrijsd.
    Ik zal den steilen weg gaan, dien gij wijst.

     

     

    Ochtend in Indonesië

    Wakker worden in de vroege zon
    spoelend door de raten van de luiken,
    licht als water, waterlicht, te duiken
    in de waterwitte morgenbron.

    Knaap en vogel zijn al vroeger op,
    kwaterend de mangga's ingevlogen,
    ook de maagden, bloemslank neergebogen,
    sambal stampend in haar klapperdop.

    Geur van zwarte koffie, blanke rijst,
    houden 't huis nog in intieme sferen.
    Witte dag, wit hart, spierwitte kleren, -
    tot de zon weer naar het zenith wijst.

    Na de ochtend klinkt een droever wijs;
    kon men maar ontwaken om te slapen.
    Maagden, vogels en het spel der knapen
    zijn van een voortijdig paradijs.

     

     
    Willem Brandt (6 september 1905 – 29 april 1981)

     

     

    De Duitstalige, Iraanse dichter en schrijver Cyrus Atabay werd geboren op 6 september 1929 in Teheran. Zie ook alle tags voor Cyrus Atabay op dit blog.

     

    Wahrgemacht

    Am Ende steht natürlich die Auflösung
    Umwege über das Verworrene, Verknotete,
    bis die Fesselung zur Freigabe wird.
    Das alles hat viel mit Zauberei zu tun
    hängt zusammen mit Magie und Mathematik:
    Eine geringfügige Verschiebung in der Anordnung
    der Bedingungen gewährt im Ausweglosen
    einen Durchschlupf für das Unerwartete,
    plötzlich wahrgemacht im Kuckucksruf,
    der die Erklärbarkeit aufhebt.

     

     

    Vom Widerhall

    Allenfalls ein Kundiger
    in den Klopfzeichen des Spechts,
    die Abweichungen und Resonanzen
    prüfend der wechselnden Baumstämme,
    und jedes Holz hat einen anderen Ton.
    Die Forderungen der Natur sind vielfältig
    und der Nestbau nur eine
    für diesen hellhörigen Vogel,
    der beizeiten weiter zieht,
    auf der Suche
    nach einem unauffindbaren Echo.

     

     
    Cyrus Atabay (6 september 1929 – 26 januari 1996)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2017 en ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

    06-09-2018 om 18:16 geschreven door Romenu  


    Tags:Jennifer Egan, Jessica Durlacher, Aart G. Broek, Christopher Brookmyre, Amelie Fried, Alice Sebold, Julien Green, Willem Brandt, Cyrus Atabay, Romenu
    » Reageer (0)
    05-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Marcel Möring, Herman Koch, Carolijn Visser, Adrian Matejka, Rachid Boudjedra, Margaretha Ferguson, August Wilhelm Schlegel, Ward S. Just, Peter Winnen

    De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

    Uit: Eden

    “In dat bos, in een dorp zonder naam, kwam ik ter wereld. Het had geen naam omdat het er niet hoorde te zijn. Het was een plek waar houthakkers, kolenbranders en pelsjagers waren neergestreken. Als een van ons werd gevraagd waar we woonden dan zei hij ‘daar’ en wees in de richting van het dorp dat niet bestond, en als we hier waren, te midden van onze huisjes en hutten, dan noemden we het ‘hier’ en keken om ons heen, alsof we onszelf ervan moesten overtuigen dat het dorp er wel degelijk was.
    Ik had zelf ook geen naam en om dezelfde reden. Voor mijn geboorte waren vier andere kinderen gestorven. Geen van hen was ouder dan een maand geworden. Er waren een meisje, twee jongens en nog een meisje geweest. Toen ik werd geboren was het vertrouwen van mijn ouders in de levensvatbaarheid van hun nageslacht zo geslonken dat ze hoopten dat de Engel des Doods mij zou overslaan als ik naamloos bleef. Het was hetzelfde bijgeloof waarmee moeders hun zieke kinderen een andere naam gaven.
    Mijn moeder was na de bevalling koortsig en verzwakt. Haar borsten waren leeg en ze moest het bed houden. Omdat er in het hele dorp, dat uit niet meer dan acht huisjes en een paar hutten bestond, geen zogende vrouw was, wikkelde mijn vader mij in doeken, sloeg een stuk vacht om het bundeltje en liep naar het dichtstbijzijnde dorp. Daar vond hij een Litouwse boerin die haar kind nog aan de borst had. Maar hoe hij ook vleide, jammerde en sjacherde, ze wilde haar melk niet ter beschikking stellen aan het gebroed van een godsmoordenaar. Ze schikte haar lekkende borsten in haar lijfje, spuwde op de grond en riep de boer, die mijn vader met een dorsvlegel het erf afjoeg. En zo ging het door, deur na deur, erf na erf. Aan het einde van de dag, toen mijn vader zich met zijn hongerige kind op de terugweg begaf, kwam aan de rand van het dorp een vrouw op hem toe lopen. Het was een vrouw met een slechte naam, die kinderen had van verschillende mannen en zichzelf en haar kroost in leven hield door de was te doen voor de boerinnen van het dorp. Er waren er ook die zeiden dat ze haar lichaam verkocht.
    ‘Jij daar,’ riep ze mijn vader toe,‘waar ga jij met dat kind heen?’
    Mijn vader, een sterke houthakker maar mak als een lam en schichtig als het om het wereldse ging, boog zijn hoofd en mompelde het verhaal, de vier dode zuigelingen, zijn zieke vrouw, haar lege borsten en de vruchteloze zoektocht naar een voedster. De wasvrouw bekeek hem vanonder haar wanordelijke krullen en glimlachte.”

     

     
    Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

     

     

    De Nederlandse schrijver en acteur Herman Koch werd geboren in Arnhem op 5 september 1953. Zie ook alle tags voor Herman Koch op dit blog.

    Uit: De greppel

    “Ik noem haar Sylvia. Dat is niet haar echte naam – haar echte naam zou alleen maar afleiden. Mensen verbinden van alles aan namen, vooral wanneer die naam niet van hier is, wanneer ze geen idee hebben hoe je die uitspreekt, laat staan dat ze zouden weten hoe je hem zou moeten schrijven.
    Laten we het erop houden dat het in elk geval geen Nederlandse naam is. Mijn vrouw komt niet uit Nederland. Waar ze wel vandaan komt wil ik voorlopig nog even in het midden laten. Natuurlijk is onze naaste omgeving op de hoogte van haar land van herkomst. En ook de mensen die met enige regelmaat de krant lezen en het nieuws kijken kan het bijna niet zijn ontgaan. Maar de meesten hebben een kort geheugen. Ze hebben het misschien een keer gehoord en zijn het daarna weer vergeten.
    Robert Walter, die heeft toch een buitenlandse vrouw?
    Ja, inderdaad, je hebt gelijk, uit… uit… Kom, help me even…
    Mensen verbinden van alles aan landen van herkomst. Elk land krijgt zijn eigen vooroordelen toegewezen. Hoe verder naar het zuiden, of naar het oosten, hoe groter de vooroordelen. Dat begint al bij België. Moet ik hier nog herhalen welke vooroordelen er in ons land over Belgen leven? Over Duitsers, Fransen,Italianen? Nog verder naar het oosten en het zuiden veranderen de mensen geleidelijk van kleur. Eerst nog alleen hun haar: het wordt donkerder, en ten slotte helemaal zwart. Vervolgens voltrekt ditzelfde proces zich met de huidskleur. Naar het oosten wordt die geler, naar het zuiden alleen maar steeds zwarter.
    En het wordt warmer. Ten zuiden van Parijs begint de temperatuur te stijgen. Bij warm weer kost werken meer inspanning.
    We gaan liever even in de schaduw van die palmboom zitten. Nog verder naar het zuiden werken we al helemaal niet meer. We rusten voornamelijk uit.”

     

     
    Herman Koch (Arnhem, 5 september 1953)

     

     

    De Nederlandse schrijfster Carolijn Visser werd geboren in Leiden op 5 september 1956. Zie ook alle tags voor Carolijn Visser op dit blog.

    Uit: Selma. Aan Hitler ontsnapt, gevangene van Mao

    “Haar vader woonde nu in een villa in het deftige Santpoort. Haar broer Siert reed een eigen auto en kocht meubels met zijn verloofde voor hun toekomstige nieuwbouwwoning in Heerhugowaard. Op televisie had Selma gezien hoe in de Amsterdamse gemeenteraad een langharige provo was geïnstalleerd.
    Ze had kleding gekocht gemaakt van terlenka, dralon en trevira 2000. Verbijsterend makkelijk te wassen en meteen droog. Bij nader inzien had ze alles toch maar bij haar vader achtergelaten of weggegeven. Tijdens haar Nederlandse bezoek had ze begrepen dat westerse producten in China in een kwaad daglicht waren komen te staan.
    In Peking, zo had de Hollandse pers bericht, was een revolutie uitgebroken. In plaats van drie was ze vijf maanden gebleven, in de hoop dat de onrust in China dan zou zijn overgewaaid, maar toen werd het toch echt tijd dat ze terugkeerde naar haar gezin. De situatie in China zou spoedig wel kalmeren, had ze tegen haar Nederlandse familie en vrienden gezegd.
    Chang had een belangrijke positie binnen de Academie van Wetenschappen en was een vooraanstaand lid van de Communistische Partij. Hij zou haar en de kinderen beschermen.
    Maar nu was hij nergens te zien.
    Het hek dat de wachtenden tegenhield was inmiddels geopend door een man in uniform. Selma werd onder aan de trap door mensen omstuwd. Dop had haar snel gevonden.
    ‘Alles goed gegaan?’ vroeg hij in het Chinees. ‘De familie in Nederland gezond?’ alsof het normaal was dat hij alleen was gekomen. Dop nam haar tas over.
    ‘Waar is je vader?’ wilde Selma weten.
    Alle mensen zetten zich in beweging en liepen naar de aankomsthal. Aan de voorgevel, tussen een paar betonnen pilaren, hing een immens portret van Mao Zedong. Selma en Dop volgden de anderen, die hen voortdurend nieuwsgierig gadesloegen. Ook de paar Russische passagiers die met de Toepolev waren aangekomen, werden van top tot teen opgenomen.
    ‘Vader kon niet weg bij het instituut,’ antwoordde Dop. ‘En Greta?’ vroeg Selma meteen.”

     

     
    Carolijn Visser (Leiden 5 september 1956)

     

     

    De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

     

    So Far to Go
    —after St. Joe Louis Surrounded By Snakes (1982), Jean-Michel Basquiat

    In the purplish clutch between evening & more
    evening, boys smoked cigarettes down to their minty
    ends & talked about ass like mad hams & hips

    like pow, mouths curling with avid adornment & vivid
    hands shaping the air—palms down to palms up
    in half circles of perplexity. The C shape the tobacco

    still glowing between fingers makes is the closest
    any one of these boys will get a girl’s hip today.
    Which is why these boys, in thin tanks & hopeless

    shirts, cut conversations easily from Watch how I get
    at her to Knuckle up, fool, throwing shoulders & fists
    at each other like minor superheroes with no villains

    to fight. No capes in bare knuckles. No saving the block
    either because every swing breaks something.

     

     

    Gymnopédies No. 1

    That was the week
              it didn’t stop snowing.

    That was the week
              five-fingered trees fell

    on houses & power lines
             broke like somebody waiting

    for payday in a snowstorm.
             That snow week, my daughter

    & I trudged over the broken branches
              fidgeting through snow

    like hungry fingers through
              an empty pocket.

    Over the termite-hollowed stump
              as squat as a flat tire.

              Over the hollow
              the fox dives into
    when we open the back door at night.

     

     
    Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

     

     

    De Algerijnse dichter, schrijver en draaiboekauteur Rachid Boudjedra werd geboren op 5 september 1941 in Aïn Beïda. Zie ook alle tags voor Rachid Boudjedra op dit blog.

    Uit: La dépossession

    “Aucun repère olfactif, aucune spécificité palpable. Plutôt un mélange de plusieurs odeurs un peu écœurantes. Champignons pourris, vapeurs aigres suintant des corps rachitiques des lecteurs de Coran, de leurs habits crasseux et loqueteux, et peut-être même de leurs voix graves et psalmodiantes. Mélange d’odeurs donc, parmi lesquelles celle du camphre s’imposait, parce qu’elle émanait du cadavre de ma mère étendu à même le sol, sur un superbe tapis berbère, vieux et très fragile. Son corps, alors, enroulé dans un linceul jaune – le même jaune ou presque que les robes des chevaux amassés devant le détroit de Gibraltar et que la grue qui avait démoli l’atelier de M. Albert qu’on appelait « La villa Djenane Sidi Saïd ». Le corps de ma mère, entouré d’un nuage de fumigations à l’ambre, au benjoin, à l’alun et au gros sel crépitant dans des braseros rougeoyants que tante Mamia faisait tourner sur la paume de sa main droite. Elle, tante Mamia, une de ses bonnes préférées, à qui ma mère avait voué, tout au long de sa vie, une amitié pleine et une affection sans faille. Parce que ma mère n’avait jamais oublié ses origines prolétariennes, quand son père et son frère travaillaient comme simples lampistes de la SNCFA. Tante Mamia qui quittera la maison dès la fin des funérailles et que je ne verrai jamais plus. Elle disparut à jamais du roman familial que j’allais tisser ma vie durant, avec cet ami inénarrable : Kamel ! Odeurs de formol, aussi, parvenant du bain maure familial, situé sous les combles de cette très ancienne maison berbère construite au beau milieu des Aurès. Le jour de sa mort, les laveuses s’étaient donc acharnées sur son corps chétif à la peau très fine et comme transparente, aux yeux définitivement clos, à la bouche fermée avec un fichu brodé bleu et gris, noué autour de ses mâchoires. Un bâillon qui l’empêcherait de parler et de hurler maintenant qu’elle était bel et bien morte. Elle qui, sa vie durant, avait vécu en silence dans le sillage vociférant et agité de son mari. Obligeant ainsi les vieilles laveuses à user de ce subterfuge quelque peu grotesque, surtout à cause de ce fichu de couleur gris et bleu. Elle qui, sa vie durant, avait donc vécu dans le silence, la docilité et la patience.
    Juin 1964. L’odeur de sa mort ne m’avait donc jamais quitté depuis son décès. Elle était partie sur la pointe des pieds. Furtivement. Comme si elle ne voulait pas faire trop de bruit, de chichis, trop de manières. Comme si, elle aussi, voulait fuir ce capharnaüm verdâtre envahi par la mousse, les arbres, les flamboyants et les buissons de roses. Et pendant toute cette période de deuil, Kamel, mon meilleur ami, cessa de faire le zigoto. Il avait autant de peine que moi. J’en étais étonné parce qu’il avait toujours joué les clowns et les séducteurs. Il était très beau, Kamel.”

     

     
    Rachid Boudjedra (Aïn Beïda, 5 september 1941)

     

     

    De Nederlandse schrijfster Margaretha Ferguson werd geboren op 5 september 1920 in Arnhem. Zie ook alle tags voor Margaretha Ferguson op dit blog.

    Uit: Broeders en zusters

    ‘Nee - nee, dat kan ik niet bepaald zeggen - een boze stiefmoeder was ze niet’, zei Ronald, zwaar in zijn stoel gezeten, een sigaar geklemd tussen de brede vingers. Lineke sprong van zijn knie. Plotseling was hij alleen in de serre, waar rookslierten langzaam naar de tuin gezogen werden. Geluidloos sidderden ontastbare spanningen door de ruimte - hij viel in slaap. Die tien minuten rust na de lunch wanneer hij zijn lichaam gewaar werd als een loodzwaar heelal - die tien minuten dat hij droomde, heviger, kervender, dan ooit des nachts. Een spiegel die niets weerkaatste bewoog langs hem, hij rekte zich om te kijken, met hoekige schokken week de spiegel terug, witblikkerend staarde leegte hem aan, een witte rechthoek van louter kijken dat hij niet kon beantwoorden. Het kijken overweldigde hem, hij was weerloos. Toch ontwaakte hij volkomen uitgerust alsof hij gelaafd was, even, door een onbekende kracht die hem droeg.
    Ronald stond op, de brief lag nog in de auto. Met zijn vrouw had hij er nog niet over gesproken. Zij stond in de tuin, gebogen over een plant, een vreemde met diepzwart haar. Hij zelf immers was blond, zij zelf immers waren blond.
    Verweg, aan een kil oppervlak, voltrokken zich de gewaarwordingen en daden van zijn dagelijks leven, als gewichtloze bewegingen, zonder wortel, zonder ander gevolg dan het in werking stellen van nieuwe reeksen beweging. Zo was de glimlach tegen zijn vrouw, het lopen over het tuinpad met van buitenaf tegen hem aanwaaiende kruidige geuren, van buitenaf grind en plaveisel tegen zijn schoenen, het handvat van het autoportier koud tegen de huid van zijn vingers die veraf leken, verre uiteinden. De stad gleed nader, kronkelende landwegen trokken recht, voorbijflitsende boomgroepen verdichtten zich tot een strenge rij, huizenblokken vergrauwden het licht. Magnetisch trok de plaats van zijn werk hem door vooraf geladen banen. Daar zou het voortgaan, het automatisch gewichtloos bewegen aan de oppervlakte van zijn huid; maar als daar een hapering kwam in dat bewegen, dan werd hij ter verantwoording geroepen - niet de dode buitenkant van hemzelf maar hij - zelf. En hij was er niet, hij kon het niet bereiken, het duidelijk bestaan van zijn werk en zijn gezin.
    De brief sloot hem af. Die stond om hem heen als een koker, verblindend wit aan de buitenkant, aan de binnenkant grijs van inktletters vlak voor zijn ogen. Voortdurend moest hij ze lezen, er was niets anders. Hij stopte naast een telefooncel. ‘Vanmiddag kom ik niet op het bureau. Nee, ik ben niet te bereiken."

     

     
    Margaretha Ferguson (5 september 1920 – 8 mei 1992)
    Portret door Bep Rietveld, 1950

     

     

    De Duitse literatuurcriticus, dichter, schrijver en verrtaler August Wilhelm Schlegel werd geboren in Hannover op 5 september 1767. Zie ook alle tags voor August Wilhelm Schlegel op dit blog.

     

    Das Sonett

    Zwei Reime heiß' ich viermal kehren wieder,
    Und stelle sie, getheilt, in gleiche Reihen,
    Daß hier und dort zwei eingefaßt von zweien
    Im Doppelchore schweben auf und nieder.

    Dann schlingt des Gleichlauts Kette durch zwei Glieder
    Sich freier wechselnd, jegliches von dreien.
    In solcher Ordnung, solcher Zahl gedeihen
    Die zartesten und stolzesten der Lieder.

    Den werd' ich nie mit meinen Zeilen kränzen,
    Dem eitle Spielerei mein Wesen dünket,
    Und Eigensinn die künstlichen Gesetze.

    Doch, wem in mir geheimer Zauber winket,
    Dem leih' ich Hoheit, Füll' in engen Gränzen.
    Und reines Ebenmaß der Gegensätze.

     

     

    Der heilige Sebastian

    Sebastian, römischen Geblüts ein Krieger,
    Schwur zu den Fahnen, die unsterblich lohnen.
    Den Märtyrern wies er die lichten Kronen,
    Und mancher ward, von ihm ermuthigt, Sieger.

    Der Imperator hört's ergrimmt. Betrieger!
    So willst du mir und unsern Göttern lohnen?
    Ergreift ihn augenblicklich, Centurionen!
    Als Wurfziel seiner eignen Schaar erlieg' er.

    Vom Pferd gerißen, aller Waffenzierde
    Entkleidet, steht er still dem Kampf entgegen,
    An einen Baum mit Banden festgeschlungen.

    Die Köcher leert nun grausame Begierde:
    Doch so viel Pfeile kann die Brust nicht hegen,
    Als von des Heilands Liebe sie durchdrungen.

     

     

    Die heilige Familie

    Den Schöpfer, der die Erde neu gestaltet,
    Gebenedeite! hast du ihr gegeben.
    Du darfst dein Aug' als Anvermählte heben
    Zum Vater aller, der im Himmel waltet.

    Ein guter Greis, des Treue nie veraltet,
    Steht euer Pfleger väterlich daneben.
    In deinem Sohne glüht ein heilig Leben,
    Das spielend sich auf deinem Schooß entfaltet.

    Mehr Lieb', als Kinder zu einander tragen,
    Spricht des Genoßen feurige Geberde,
    Dem Jesus zarte Händ' entgegenbreitet.

    Der braungelockte Knabe scheint zu fragen:
    Was thu' ich, daß ich deiner würdig werde?
    Gern sterb' ich, wenn ich dir den Weg bereitet.

     

     
    August Wilhelm Schlegel (5 september 1767 — 12 mei 1845)
    Cover

     

     

    De Amerikaanse schrijver Ward S. Just werd geboren op 5 september 1935 in Michigan City, Indiana.Zie ook alle tags voor Ward S. Just op dit blog.

    Uit: The Weather in Berlin

    “Are you quite comfortable, Herr Greenwood? You seem to be in pain. Comes and goes, Greenwood said. The cushion helps. Let's begin. You may speak freely, Herr Greenwood. The tape goes into the archive, under seal until the year 2010. If, later on, you want to ex-tend the release date, that's your privilege. Your lawyer has the agreement. Obviously I have made this arrangement in order to encourage complete candor. Obviously, Greenwood said. So that students of film and other interested parties can study the creative process, the way you worked, the choices you made, and the choices that were made for you. What you were thinking day by day. Yes, Greenwood said. I have told you of my admiration for Summer, 1921, a superb American film, remarkable for the time it was made. I'm interested in how it was made, where the idea came from, and how the idea was translated into film. There's been so much written about it and yet, if you will forgive me, your interviews on the subject have not been illuminating. I suspect there's a mystery you want to pre-serve —
    A dirty secret? Is there one? No, Greenwood said. Begin with the title, if you would. I wanted to call it German Summer, 1921 but the studio refused. Any film with the word "German" in the title was poison. They had surveys to prove it. They were very insistent. Loved the film, hated the title. Of course they didn't love the film. They thought it was an interesting curiosity that might do well in Berkeley and Cambridge, and with luck some legs that might carry it to New York and Chicago. But "German" was poison. So they promised to increase the promotional budget and we went with Summer, 1921. They weren't thrilled with that title, either, but their surveys had nothing against either "summer" or "1921," so they agreed. So the film began with a compromise, Herr Greenwood. It certainly did, Herr Blum. Inauspicious, wouldn't you say? Not at all, Greenwood said. Why not? The title —It was a miracle the film got made at all. This is Hollywood, Herr Blum. And the title isn't the beginning, it's the end. The movie is the movie, no matter what you call it. The audience is there for it or it isn't. The tide doesn't mean anything, it's just a title, convenient shorthand. If they'd called Casablanca Ishtar, it's the same movie, a classic movie either way. But if they'd called Ishtar Casablanca — or Gone With the Wind or The Godfather—it would have been the same bad movie. No clever title could rescue it. Well, then. Begin at the beginning It has to do with my father, Greenwood said. Your father? Harry Greenwood. Not Harrison or Harold, Harry was his given name, like Lady Di's little prince. We were that kind of family, North Shore bourgeoisie, Anglophile to a fault. Harry's father, my grandfather, was a banker. Church deacon, civic leader, married a Gibson Girl from Rye, a union of opposites but apparently happy.”

     

     
    Ward S. Just (Michigan City, 5 september 1935)

     

     

    De Nederlandse schrijver en wielrenner Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn. Zie ook alle tags voor Peter Winnen op dit blog.

    Uit: Renner in landschap

    “De meer of minder gepijnigde gezichtsuitdrukking en de mate van scheelzien levert andere belangrijke informatie op. En niet te vergeten de gelaatskleur: hoe bleker en grauwer, dus hoe minder bloed in het hoofd, hoe meer bloed de benen voor zich opeisen in de krankzinnigheid van de inspanning. Bleekheid betekent dat de rek er uit is. Eén demarrage van de concurrentie en de boeken kunnen dicht. (Er bestaat ook een grauwsluier die aan de dood verwant is. Die kom je in een kopgroep niet tegen. Net voor de bezemwagen bevinden zich deze maskers.)
    Wielrenners in de koers bestuderen elkaar op soortgelijke wijze. ‘Bestuderen’ is niet helemaal het goede woord. Van een denkproces is geen sprake. Het is eerder ‘zien’. In een flits. Een intuïtief of instinctmatig zien. De beslissing tot een demarrage is niet het product van een redenering, het is een impuls. Alleen de superman bezit de kalmte en de overmacht om iets van een strategie te bedenken.
    Niets menselijks is een wielrenner vreemd. Strijden in een kopgroep is als het voeren van zakelijke besprekingen. Bluf en simulatie worden beleden zowel met de mond als met het lichaam. Als een coureur als een zoutzak op zijn zadel hangt en klaagt over krampjes, wil dat niet direct zeggen dat de kaars uitdooft. Geloof een wielrenner pas als hij als een naakt vogeltje in het vacuüm achter de kopgroep spartelt. Een niet gering aantal koersen is gewonnen door de beste toneelspeler.
    Sommige wielrenners zijn onpeilbaar. Altijd een makkelijke tred. Ze winnen of ze lossen in grootse stijl.
    Gisteren kwam de meteropnemer van Essent de meterstanden van gas, water en elektriciteit noteren. Of ik niet terugverlangde naar de actieve periode, vroeg hij. Neen, heimwee heb ik niet. Nooit gehad ook. Genoeg zure regen gezweet. Laat anderen het nu maar opknappen. Toch blijft het feit dat ik nog altijd met een been in het verleden sta. Ook voor mij blijft het adagium geldig: eens een wielrenner, altijd een wielrenner. Ik lijd aan een niet te genezen beroepsdeformatie: ik denk nog altijd met mijn benen.
    Wanneer het peloton als een bonte sliert door de Franse landschappen trekt, dan herken ik die landschappen, ik herinner me ze, ik voel ze. En ik herken, herinner en voel met mijn benen. Zien jullie wel wat van de omgeving, werd me vroeger vaak gevraagd. Natuurlijk stapt een wielrenner onderweg niet af om op zijn gemak van een machtig vergezicht te genieten. Toch houd ik staande dat een wielrenner veel meer opneemt dan Jan met de caravan in de Vercors (die bovendien een fotocamera nodig heeft om later de vakantieherinneringen op te roepen).”

     

     
    Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2017 en ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

    05-09-2018 om 18:32 geschreven door Romenu  


    Tags:Marcel Möring, Herman Koch, Carolijn Visser, Adrian Matejka, Rachid Boudjedra, Margaretha Ferguson, August Wilhelm Schlegel, Ward S. Just, Peter Winnen, Romenu
    » Reageer (0)
    04-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright, Mary Renault, Femke Brockhus, Dik van der Meulen, Fieke Gosselaar

    De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen werd op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

    Uit: Het lied en de waarheid

    “Elke dag, zodra de zon onderging, klommen langs de muren van onze waranda kleine hagedissen omhoog.
    ‘Daar zijn de tjitjaks al.’
    De nachtmensen staken de lampen aan, in de kamers en op de waranda. De theemevrouwen namen afscheid en gingen naar huis. De dag was voorbij, de nacht begon.
    M ijn moeder liep mee met de visite tot onder de waringin en wuifde de bezoeksters en hun kinderen na. Ik stond op de waranda en luisterde naar de geluiden die van de Lembangweg kwamen. Ik kon horen dat de auto’s naar boven reden, de berg op, waar de zon al in de vulkaan lag te slapen. Of dat ze naar beneden gingen, naar Bandoeng, de stad waar de dierentuin was en de kliniek van mijn vader. Er was vaak feest in de stad, dan reden de auto’s sneller.
    Mijn moeder kwam terug; ik hoorde haar zingen voordat ik haar zag. Ze haastte zich niet, ze slenterde en stond af en toe stil, zodat de lichte vlek, die zij in het donker was, maar heel langzaam groter werd. Als het eenmaal zover was dat ik meer van haar kon onderscheiden dan de kleur van haar jurk, dan zag ik ook haar witblonde krulletjes en zelfs haar lichte ogen.
    Ze was dan al zo dichtbij dat ze mij kon aanraken.
    ‘Ziezo, de waranda is weer voor ons alleen,’ zei mammie. Ze strekte zich uit op de sofa en wenkte mij. ‘Al dat bezoek,’ zuchtte ze, ‘en nooit eens iemand met wie je kunt praten.’
    D e tjitjaks hadden hun plaats gevonden. Ze waren aan het plafond verstard tot versierselen van hout. Maar met bliksemsnelle uitschieters maakten ze alle insecten buit die in hun nabijheid verzeilden.
    In de kamers en op de waranda brandden de lampen, zodat de nacht niet boven op ons kon vallen.
    De nacht maakte dat er geen verschil meer was tussen binnen en buiten. Koelte en duisternis waren ’s nachts overal. Iedereen was veilig, mens, dier en plant, onder een donkere koepel zo groot als de wereld.
    Wanneer de lucht, de aarde en het water dezelfde donkere tint hadden gekregen, kwam de tokeh. Iedere nacht wachtte ik op de tokeh. Hij was de grote broer van de tjitjaks.
    Ik hoefde pas naar bed als de eerste tokeh zich had laten horen.
    Alle andere nachtdieren waren er dan al: vliegende honden, krekels, brulkikkers. Hun luidruchtig concert was in volle gang.”

     

     
    Helga Ruebsamen (4 september 1934 – 8 november 2016)

     

     

    De Franse dichter en schrijver Antonin Artaud werd geboren op 4 september 1896 in Marseille. Zie ook alle tags voor Antonin Artaud op dit blog.

    Uit: Van Gogh le suicidé de la société

    « Non, il n’y a pas de fantômes dans les tableaux de Van Gogh, pas de drame, pas de sujet et je dirai même pas d’objet, car le motif lui-même qu’est-ce que c’est ?
    Sinon quelque chose comme l’ombre de fer du motet d’une inénarrable musique antique, comme le leitmotiv d’un thème désespéré de son propre sujet.
    C’est de la nature nue et pure vue, telle qu’elle se révèle, quand on sait l’approcher d’assez près.
    Témoin ce paysage d’or fondu, de bronze cuit dans l’ancienne Egypte, où un énorme soleil s’appuie sur des toits si croulants de lumière qu’ils en sont comme en décomposition.
    Et je ne connais pas de peinture apocalyptique, hiéroglyphique, fantomatique ou pathétique qui me donne, à moi, cette sensation d’occulte étranglée, de cadavre d’un hermétisme inutile, tête ouverte, et qui rendrait sur le billot son secret.
    (...)

    Je ne décrirai donc pas un tableau de Van Gogh après Van Gogh, mais je dirai que Van Gogh est peintre parce qu’il a recollecté la nature, qu’il l’a comme retranspirée et fait suer, qu’il a fait gicler en faisceaux sur ses toiles, en gerbes comme monumentales de couleurs, le séculaire concassement d’éléments, l’épouvantable pression élémentaire d’apostrophes, de stries, de virgules, de barres dont on ne peut plus croire après lui que les aspects naturels ne soient faits."

     

     
    Antonin Artaud (4 september 1896 – 4 maart 1948)
    Affiche

     

     

    De Franse schrijver François René de Chateaubriand werd geboren op 4 september 1768 in Saint Malo. Zie ook alle tags voor René de Chateaubriand op dit blog.

    Uit: René (Vertaald door A. S. Kline)

    “Tents, half-built houses, the foundations of fortifications, clearings full of Negroes, clusters of Whites and Indians, served to provide a contrast between the social and savage ways of life, in the one small space. Towards the east, in the background, the sun was rising among the jagged peaks of the Appalachians, drawn like figures of azure on the golden reaches of sky; in the west, the Mississippi’s waves rolled by in magnificent silence, and with inconceivable grandeur formed a boundary to the picture.
    The young man and the missionary spent a while admiring this striking scene, the Sachem lamenting his inability to enjoy it; then Père Souël and Chactas seated themselves on the grass at the foot of the tree; René took his place between them, and after a moment’s silence, he spoke to his companions as follows:
    ‘In beginning my tale, I cannot avoid a brief moment of shame. The tranquillity in your hearts, that of venerable men, and the calm of nature around me make me blush for the turmoil and agitation within my soul.
    How you must pity me! How wretched my eternal disquiet must seem to you! You who have exhausted all the sorrows of life, what can you think of young man without strength or virtue, who finds his own torment in himself, and can only complain of ills he himself has engendered? Oh, do not condemn him; he has been punished more than enough!
    I cost my mother her life in bringing me into the world; I was cut from her womb. I had a brother whom my father blessed, because he was the eldest son. As for me, delivered at the outset to the hands of strangers, I was raised far from the paternal roof.
    By temperament I was impetuous, my character inconsistent. By turns loud and joyful, silent and sad, I gathered young companions round me; then, abandoning them suddenly, would sit in solitude, contemplating the fugitive clouds, or listening to the rain falling on the leaves.
    Every autumn, I returned to the paternal chateau, situated among forests, beside a lake, in a remote province.
    Timid and constrained in front of my father, I found ease and contentment only with my sister Amélie. A similar gentleness in temperament and taste bound me closely to that sister; she was a little older than me. We loved to climb the hills together, sail the lake, and traverse the woods when the leaves were falling: walks whose memory still fills my soul with delight. O you enchantments of childhood and its haunts, will you ever lose your sweetness?”

     

     
    René de Chateaubriand (4 september 1768 – 4 juli 1848)
    Portret door Anne Louis Girodet Trioson, 1811

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver Constantijn Huygens werd geboren op 4 september 1596 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Constantijn Huygens op dit blog.

     

    'k Zag dieven uit mijn huis...

    'k Zag dieven uit mijn huis met zak en pakken gaan.
    Ik volgde ze wat ras en sprak ze zoetjes aan.
    'k Zei, mannen, met verlof, wilt gij mij wel eens tonen,
    dewijl ge mij verhuist, waar ik omtrent ga wonen?

     

     

    Bomen

    Van stomme schepselen en weet ik geen als bomen,
    Die onze biddende gedaante nader komen:
    Wij strekken evenzo ons handen hemelwaart;
    Maar onze wortelen zijn machtig vast in d' aard.

     

     

    Aan de sneeuw

    Droog water, koele wol, wit roet, gehakte veren,
    Wees welkom boven op mijn beste hoed en kleren,
    Ik zie niet hoe men u met reden haten zou,
    Die ons van boven brengt de warmte met de kou.

     

     
    Constantijn Huygens (4 september 1596 — 28 maart 1687)
    Portret door Jan Lievens, ca, 1627-1630

     

     

    De Amerikaanse schrijver Richard Nathaniel Wright werd geboren in Roxie, Mississippi op 4 september 1908. Zie ook alle tags voor Richard Wright op dit blog.

    Uit: A Father's Law

    "What was that?"
    "I was talking to my wife, Mary Jane. Spill it. What's the trouble?"
    "A message for you. The commissioner wants to see you at two o'clock," Mary Jane informed him. "So hustle up here. And don't wear your uniform."
    "Two o'clock? Tonight?"
    "Naw. This morning. It's past midnight now. And it's urgent."
    "But what about?"
    "I'm not the commissioner, Ruddy. You understood what I've said?"
    "I got it."
    "You sound like you were dead to the world."
    "I was sleeping like a log. I was dreaming. I was coaching a rookie to direct traffic."
    "Traffic? I bet it was flowing north and south! Ha, ha!"
    "You dirty-minded gal!"
    "Ha, ha! See you, Ruddy!"
    Click!
    He hung up and stared into space, vaguely aware that his wife had flooded the room with light.
    "Who was that, Ruddy?"
    "Mary Jane. The commissioner's secretary."
    "Why in God's name is she calling you at this hour?"
    "It's her duty, honey. I got to go in at the commissioner's at two . . ."

     

     
    Richard Wright  (4 september 1908 – 28 november 1960)

     

     

    De Engelse schrijfster Mary Renault werd op 4 september 1905 geboren als Mary Challans in Forest Gate in Essex. Zie ook alle tags voor Mary Renault op dit blog.

    Uit: De Perzische Jongen (Vertaald door Frédérique Halbardier).

    “Toen ik bij de handelaar lag, was Darius tot koning uitgeroepen. Aangezien het geslacht van Ochos uitgestorven was, was hij slechts door zijdelingse afstamming van koninklijken bloede; maar het scheen dat het volk hem welgezind was. Datis, mijn meester, bracht nooit nieuws in de harem omdat hij vond dat vrouwen er alleen voor moesten zorgen dat zij mannen behaagden, en eunuchen dat ze hen bewaakten. Maar de oppereunuch placht ons alles te vertellen wat hij in de bazaar had gehoord, want hij genoot van die gewichtigheid; en waarom ook niet? Het was alles wat hij had. Darius de nieuwe koning, zei hij, bezat zowel schoonheid als moed. Toen Ochos oorlog had gevoerd tegen de Kardoesiërs en hun reusachtige kampioen de krijgslieden van de koning uitgedaagd had, was alleen Darius naar voren getreden. Hij was zelf zeseneenhalve voet lang en hij had de man doorboord met één enkele werpspeer, waarmee hij zijn roem voorgoed gevestigd had. Er was overleg gepleegd en de magiërs hadden de hemel geraadpleegd; maar niemand in de raad had zich tegen Bagoas' keuze durven verzetten, hij werd te zeer gevreesd. Het scheen echter dat tot dusver de nieuwe koning niemand had vermoord; naar verluidde was zijn optreden minzaam en mild. Toen, ik dit hoorde, terwijl ik met de pauwenveren waaier mijn mees teres koelte toewuifde, kwam de herinnering in mij op aan mijn vaders verjaarsfeest, het laatste van zijn leven; de gasten die over het smalle pad de berg op reden en door de poort naar binnen kwamen, de stalknechten die hun paarden wegleidden; mijn vader die met mij aan zijn zijde hen bij de deur verwelkomde. Eén man torende boven de anderen uit en zag er zo op en top als een krijgsman uit dat hij zelfs in mijn ogen niet oud leek. Hij was knap, al zijn tanden waren nog gaaf en hij gooide mij in de lucht op als een baby, zodat ik lachte. Werd hij niet Darius genoemd? Maar de ene koning of de andere, dacht ik terwijl ik de waaier bewoog, wat schiet ik ermee op? Weldra was dit alles oud nieuws en nu werd er over het Westen gesproken. Daar woonden barbaren over wie ik mijn vader had horen praten, roodharige wilden die zich blauw schilderden; ze woonden ten noorden van de Grieken, een stam die Macedoniërs werd genoemd. Eerst hadden ze rooftochten ondernomen; daarna hadden ze de onbeschaamdheid gehad om ons de oorlog te verklaren en de satrapen langs de kust waren zich aan het bewapenen. Maar volgens het laatste nieuws was hun eigen koning niet lang na de dood van koning Arses vermoord, bij een of ander openbaar schouwspel waar hij naar hun barbaars gebruik onbeschermd rondgelopen had. Zijn opvolger was nog maar een jonge knaap zodat er geen reden meer was tot ongerustheid.”

     

     
    Mary Renault (4 september 1905 – 13 december 1983)
    Cover

     

     

    Onafhankelijk van geboortedata

     

    De Nederlandse schrijfster Femke Brockhus werd geboren in 1989 in Alkmaar.Zie ook alle tags voor Femke Brockhus op dit blog.

    Uit: Laat het stil zijn

    “We wachten talloze malen.
    Ik denk aan de beste manier van alleen zijn. Verstopt in de kast, achter vaders zwarte pak dat ruikt naar oud verdriet. De warme eenzaamheid, het stof, de geur van alles wat opgeborgen is en blijft. Kijkend vanuit het donker door de nauwe kier tussen de deuren naar hen die mij zoeken. Ze roepen mijn naam: ruth, ruth, ruth. Ze zoeken mijn naam alsof mijn afwezigheid een geheim is dat ontfutseld moet worden. Ze denken: hoe meer ze me zeggen, hoe meer ze me maken. Maar ik bepaal zelf wanneer ik er weer ben.
    Ik voel dat Carmel niet slaapt. Ze leunt te licht en beweegt te weinig. Ze houdt haar ogen dicht. Ze denkt dat als genoeg mensen denken dat ze slaapt, ze eigenlijk ergens ook echt slaapt, al is het in andermans gedachten. Ze is altijd goed geweest in het begrijpen van een eigen werkelijkheid.
    (Ze schrikt als iemand blindelings haar gedachten kan raden. Ik zal daarom niet zeggen dat ze moet gaan slapen.)
    De wereld kan over haar heen razen als ze in haar bed naar het plafond tuurt. Slap niet, eerder broos. Ze is als zo'n pluizenbol op een dunne stengel, ze buigt eindeloos mee met alle windrichtingen maar geeft alles als een vlaag abrupt trekt. Ze glimlachte naar me toen ik haar dit eens zei, ik weet niet zeker of ze zichzelf herkende of het niet begreep.
    Ik ruik moeders nek. De zachte huid die ze elke morgen inwrijft met talgpoeder en wat olie uit een flesje die ik soms, als ik heel voorzichtig ben en niet meer dan drie druppeltjes uit het tuitje in mijn hand kan vangen, in haar nek mag uitsmeren. (Ze zegt dat het alleen nodig is als ze in de zon heeft gezeten, maar ik denk dat het meer van doen heeft met een chic Frans etiket dat op het flesje zit.) Ze ruikt roosachtig of zeepachtig, gemengd met een geur van geschuurd hout die uit de planken van de vloer komt en het wol van haar vele vesten.”

     

     
    Femke Brockhus (Alkmaar, 1989)

     

     

    De Nederlandse schrijver, biograaf en neerlandicus Dik van der Meulen werd geboren in Neede in 1963. Zie ook alle tags voor Dik van der Meulen op dit blog.

    Uit: Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker

    “Wie was eduard Douwes Dekker als kind? Was hij de bedeesde, beïnvloedbare Woutertje Pieterse, of waren de eigenschappen al zichtbaar van de latere literaire en maatschappelijke amokmaker? Of had hij van allebei in zich? De bronnen zijn niet duidelijk en niet betrouwbaar; de kroongetuige, Douwes Dekker/Multatuli, spreekt zichzelf tegen.
    Multatuli is altijd bang geweest dat zijn publiek het verhaal van Wouter Pieterse als een autobiografie zou lezen. In 1879, toen zijn eerste bundel Ideeën voor de zesde maal werd herdrukt, schreef hij in een voetnoot: ‘De door sommigen geopperde mening dat de Wouter-geschiedenis myn biografie wezen zou, is bespottelyk van ongerymdheid.’
    Maar het was nooit moeilijk hem op tegenstrijdigheden te betrappen. Meer dan eens heeft Multatuli in zijn Ideeën beschouwingen ten beste gegeven die als een vrijbrief of zelfs een aansporing tot biografische plundertochten gelezen kunnen worden. In dit geval hoeven we niet eens zover te zoeken. In dezelfde eerste Ideeënbundel merkte Multatuli op:
    Als den lezer de Spectator van Van Effen bekend is, zal-i zich herinneren dat daarin voorkomt de heel aardige beschryving ener burger-vryaadje. Ik houd die beschryving voor echt, en vergeef onzen Justus gemakkelyker 't afluisteren dan 't verzinnen. 't Eerste is nagenoeg geoorloofd, ja zelfs byna plicht in iemand die mensen bestudeert om Spectators of Ideeën te schryven. Wie 't afkeurt, moet ook den geneesheer veroordelen die z'n patiënt bespiedt met het doel diens kwalen te leren kennen, om ze te genezen.
    Kunst als observatie van de werkelijkheid. Het idee is oud. Het zou betekenen dat de geschiedenis van Wouter althans gedeeltelijk op eigen waarneming heeft berust. Zijn telkens terugkerende verzekering dat hij geen romanschrijver was maar chroniqueur van de waarheid, zegt in dit verband minder, want waarheid was voor Multatuli niet hetzelfde als de historische werkelijkheid. ‘Er is altyd waarheid in poëzie’, schreef hij, ‘en waar wy ze niet ontdekken, ligt de schuld aan ons.’ Het zou voor menig biograaf een motto kunnen zijn.”

     

     
    Dik van der Meulen (Neede, 1963)

     

     

    De Nederlandse dichteres, schrijfster en juriste Fieke Gosselaar werd geboren in 1982 in Finsterwolde en combineert het schrijven met haar werk als strafrechtjuriste bij de Rechtbank Noord Nederland. Ze schrijft poëzie in het Gronings en proza in het Nederlands. Ze publiceerde onder meer in bloemlezingen van Dichters in de Prinsentuin, Dag van de Grunneger Toal en in de bundel Verrassend Nedersaksisch. Ook verschijnt haar werk regelmatig in het Groninger literatuur tijdschrift Krödde. In 2013 verscheen haar debuutbundel Nova Zembla. Sinds de zomer van 2012 leest ze elke vrijdagmorgen een column voor in het programma De Centrale van RTV Noord. Het Vlaamse tijdschrift Kluger Hans publiceerde een van haar Nederlandstalige korte verhalen. In augustus 2014 verscheen haar prozadebuut Tussen de anderen. Verder heeft ze opgetreden op festivals als Explore The North en Hongerige Wolf en op podia als Vera en Perdu.

    Uit: Het land houdt van stilte

    “Op de landbouwgronden groeiden de gewassen door de seizoenen heen tot aan de laatste dijk waarachter de kwelders lagen en de Dollard begon. Het land van Siebo lag in de Reiderwolderpolder, terwijl zijn boerderij midden in het dorp stond. Hij had zijn boerderij tien jaar geleden gekocht, nadat zijn oudere broer de boerderij van hun ouders op het Hogeland had overgenomen. Vaak keerden gasten van de bed and breakfast van zijn vrouw enthousiast terug van een fietstocht. Ze informeerden naar aardbevingen, maar die waren hier niet of ze werden niet erkend. 'Morgen willen we rondrijden in het aardbevingsgebied,' lieten ze weten. Meena wees ze dan de weg via de afgebrokkelde muren van de dertiende-eeuwse kruiskerk aan de rand van Woldendorp naar het aardbevingscentrum rondom Slochteren. Siebo vertelde over de familieboerderij op het Hogeland waarvan de muren al enkele jaren bijeen werden gehouden door tientallen houten stutten. Zijn broer had met zwarte viltstift pijltjes op de wanden getekend die wezen naar de scheuren, omdat de schade-experts van de NAM deze niet altijd wilden zien. Siebo was er dan ook niet rouwig om dat hij destijds op zoek moest naar een andere plek voor zijn bedrijf. `Waar de familie Feikens woonde,' kreeg hij in het begin steevast te horen als hij aan iemand uit het dorp uitlegde welke boerderij hij had gekocht. Later werd dat zijn antwoord. Soms wist iemand nog te vertellen dat daarvoor de familie Doornbos er had gewoond. Siebo had de hele inboedel kunnen overnemen van de overleden boer, maar dat wilde hij niet. Hij kon zich niet voorstellen dat iemand daarmee ooit het land had bewerkt. De dochter had nog gezegd dat haar vader een speciale manier had om de trekker aan de praat te krijgen. Als je er voorzichtig mee omging, met liefde, dan werkte alles, had haar vader altijd gezegd, maar ze begreep wel dat Siebo de voorkeur gaf aan een lege opgeruimde schuur die hij zelf kon vullen met machines en werktuigen. Ze had gespannen de schuur in gekeken en wist niet in welke hoek ze moest beginnen met opruimen.”

     

     
    Fieke Gosselaar (Finsterwolde, 1982)

    04-09-2018 om 18:19 geschreven door Romenu  


    Tags:Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright, Mary Renault, Femke Brockhus, Dik van der Meulen, Fieke Gosselaar, Romenu
    » Reageer (0)
    03-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dolce far niente, Gotthold Ephraim Lessing, Jacq Firmin Vogelaar, Fritz J. Raddatz, Eduardo Galeano, Alison Lurie, Sergej Dovlatov, Kiran Desai, Doğan Akhanlı

     

    Dolce far niente

     

     
    Rustende jongen door Paul Cezanne, 1890

     

     

    Die Faulheit

    Fleiß und Arbeit lob’ ich nicht.
    Fleiß und Arbeit lob’ ein Bauer.
    Ja, der Bauer selber spricht,
    Fleiß und Arbeit wird ihm sauer.
    Faul zu sein, sei meine Pflicht;
    Diese Pflicht ermüdet nicht.

    Bruder, lass das Buch voll Staub.
    Willst du länger mit ihm wachen?
    Morgen bist du selber Staub!
    Lass uns faul in allen Sachen,
    Nur nicht faul zu Lieb’ und Wein,
    Nur nicht faul zur Faulheit sein.

     

     
    Gotthold Ephraim Lessing (22 januari 1729 – 15 februari 1781)
    De markt in Braunschweig, de geboorteplaats van Gotthold Ephraim Lessing

     

     

    De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

     

    Of een slaapwandelaar slaapt?

    Niet omdat het maandag is, het is bijna elke dag maandag.
    Niet omdat het regent, het regent bijna altijd. Omdat je
    weet dat de belangrijke handelingen die je leven veranderen
    - lach niet, voordat je de hele zin gehoord hebt - meestal
    buiten je om plaatsvinden (buiten je medeweten in je
    eigen gebaren, woorden en bijgedachten voorbereid), beperk
    je je tot het tijdrovend gemier op de vierkante millimeter.
    Dus doe je maar wat je niet laten kunt slaapwandelaar, en
    kijk je zonder deelnemen, met afkeer zelfs, toe (hoe:)
    Het is maandag, het regent, de post heeft zojuist een
    pakket bezorgd dat hij ongeopend op tafel laat liggen.
    Op straat zijn twee mannen begonnen het trottoir open te
    breken - je hebt niets gezien, je hoort het holle geluid
    van op elkaar vallende tegels, je stelt het je voor (hoe:)
    Hij verlaat het huis, zonder bagage; moet lang in de rij staan
    voor het loket, bestelt een plaatsbewijs naar de stad die
    hij het laatst hoort omroepen - Kopenhagen - betaalt met

    een cheque. Je weet zeker dat niemand je daar zal staan
    opwachten. Een grimmige herinnering van een kleine twintig
    jaar geleden in je hoofd. Terwijl je een lege coupé zoekt,
    besluit je de komende uren uitsluitend aan die ene dag van
    die herinnering te denken om je hoofd vrij te houden van
    alle andere herinneringen en voorstellingen. - Toen je
    begon was je al onderweg - dat is een pijnlijke (halve)
    waarheid.

     

     

    Leven & zakenleven

    Leven & zakenleven

    't kruim & uitschot van 'n uitgaanswereld
    op hun ponteneur gesteld
    marmeren handvaste bustes
    geteelde beeldjes van onooglike debutantes
    doorknede zwetsers & gesteven zwemvesten

    die 't voor 't zeggen hebben (hoor ik)

    bederven op slag in 't verboden
    blitzlicht van 'n vulgaire amateur-
    fotograaf

    (beelden ervan zijn later in 't joernaal te zien
    aanleiding tot 'n gewapende opstand van ouwe adel
    + ondergeschikten)

     

     

    Terugkeer

    Een man bij het tuinhek. Een man die thuishoort in de
    grensstreek tussen licht en donker. Het grijs staat hem:
    grijze ogen, grijs haar, grijze huid. Kleuren heeft hij
    achter zich. Kleuren neemt hij in zich op en hult ze in
    grijze gedachten. Vermoedelijk is hij iemand die houdt
    van muziek zonder begin en eind.
    Als hij nog langer, besluiteloos, bij het tuinhek blijft staan
    wachten, zal de wind hem hebben weggevaagd, hem bij
    zijns gelijken hebben gevoegd.
    Stel dat ik het ben die achter het raam op de uitkijk
    staat. Het nakijken heb ik. Zijn voorkant zilvergrijs
    oplichtend in de zon, zweemt zijn achterkant naar verdwijnen.
    Of andersom. Nog kan de man alle kanten uit.
    Als hij weggaat zal ik snel mijn jas pakken en
    hem achterna hollen (er is nog zoveel dat ik hem
    hoognodig moet zeggen).
    Als hij komt zal ik hem opwachten, maar niet als de man die
    ik verwacht, nee, ik zal zeggen dat de persoon naar wie
    hij vraagt ons niet bekend is, helaas.

     

     
    Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

     

     

    De Duitse schrijver, criticus, columnist, essayist en biograaf Fritz J. Raddatz werd geboren op 3 september 1931 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Fritz J. Raddatz op dit blog.

     

    Uit: Tagebücher

    „20. Mai 1982
    Dann « Textanalyse » – bizarrerweise anhand von WAR UM. Dann meine Lesung, ich spürte deutlich, wie sich Muschgs Gesicht verschattete. Hochhuth , der als rührender Kumpel dabei war, meinte – wie er mir am nächsten Tag am Telefon sagte –, das auch bemerkt zu haben ; da er wie alle Dramatiker das Böse im Menschen sieht und betont, meinte er nur: « Neid. » Wie immer – und das Abendessen in seinem ganz und gar gräßlichen, kleinstbürgerlichen Hause – Madame kredenzte mit einer Küchenschürze uns etwas Unbeschreibliches, was sie sehr lobte, dazu gab es süßen Wein, der dafür schön warm und wenig war – blieb eher verhangen im Gespräch, so daß ich gegen 23 Uhr verschwand. Den Abend zuvor, mit Hochhuth draußen in Paul Wunderlichs Lithoanstalt, so 80 km vor Zürich, weil dorten nemmlich Junterchen am Drucken war, und wir wollten in dem attachierten (SEHR guten) Gasthofe zusammen essen. Taten wir auch, und es war eigentlich ein netter Abend, nur daß Grass nicht aufhören wollte zu trinken (was mir neuerdings nicht mehr bekommt) und auch ganz herrschaftlich sagte (auf mein : « Ich möchte den Fahrer nicht so lange warten lassen ») : « Chauffeure sind das gewohnt. » Hm.

    Kampen, den 28. Mai 1982
    Was für eine sonderbare Woche wieder hinter mir liegt. Hier sitze ich nun in meinem geliebten Handschuhfach in Kampen, brennende Ginsterbüsche begrüßten mich, unvorstellbar schön,
    die Bude renoviert, gereinigt, alles OK – eine neue Hausbesorgerin, selbst einen Masseur für/gegen meinen schlimmen Rükken scheine ich gefunden zu haben, perfektes Sylt-Wetter mit
    Sonne, kühlendem Wind, jagenden Wolken, zum Abendessen von der Gänseleber mit frischen Feigen über den Spargel bis zur frischen roten Grütze ein « Dinner » ; und trotzdem bin ich
    innen ganz kaputt. Ob meine Energie, die ich nicht recht loswerde, sich gegen mich selber richtet, mich sozusagen aushöhlt ?
    Diese monologische Situation, die mich – der ich ja sehr auf Gespräche angelegt bin ; schon mein Kindermädchen brach in Tränen aus über mein « Geplapper » – zerstört ? Ich weiß es nicht – ich merke nur einen regelrechten physischen Verfall, weiche Knie, unsicheren Schritt, ständige kleine « Schrammen » und Beulen am Auto (ich bin in einem Zustand, daß ich eigentlich überhaupt nicht fahren dürfte), das rasende Kopfweh Tag und Nacht IST irgendwas und wird durch Massagen allein nicht weggehen.“

     

     
    Fritz J. Raddatz (3 september 1931 – 26 februari 2015)

     

     

    De Uruguayaanse schrijver, essayist en journalist Eduardo Hughes Galeano werd geboren op 3 september 1940 in Montevideo. Zie ook alle tags voor Eduardo Galeano op dit blog.

    Uit: Days and Nights of Love and War (Vertaald door Judith Brister)

    « In the torture chambers the torturers eat lunch in front of their victims. Children are interrogated as to the whereabouts of their parents: the parents are strung up and given electric shocks so they will reveal the location of their children. Daily news item: "Individuals in civilian attire, faces covered by black hoods ... They arrived in four Ford Falcons ... They were all heavily armed, with pistols, machine guns, and Itakas ... The first police arrived an hour after the killings." Prisoners, pulled out ofjail, die "attempt-ing to escape" in battles in which the army reports neither wounded nor killed on its side. Black humor in Buenos Aires: "Argentines," they say, "can be divided into the terrorized, the imprisoned, the buried, and the exiled." The death penalty was incorporated into the Penal Code in mid-1976, but each day people are killed in this country with benefit of neither trials nor tences. The majority are deaths without bodies. The Chilean dictator-ship has wasted no time in imitating this successful procedure. A single execution can unleash an international scandal: for thousands of disap-peared people, there is always the benefit of the doubt. As in Guatemala, frien ds and relatives make the useless, dangerous pilgrimage from prison to prison, from barracks to barracks, while the bodies rot in the bushes or dumps. The technique of the "disappeared": there are no prisoners to claim nor martyrs to mourn. The earth devours the people and the government washes its hands. There are no crimes to denounce nor explanations to give. Each death dies over and over again until, finally, the only thing your soul retains is a mist of horror and uncertainty.
    But Guatemala was the first Latin American laboratory in which the "dirtywar" was carried out on a large scale. Men trained, guided, and armed by the United States implemented the extermination plan. The year 1967 was a long St. Bartholomew's Day massacre.' The violence had begun in Guatemala ),tars before, when, one late afternoon in June 1954, Castillo Armas' P-47s had filled the sky. Later the land was returned to the United Fruit Company and a new Petroleum Law, translated from the English, was passed. In Argentina, the Triple A (Argentine Anticommunist Alliance) made its public debut in 1973."

     

     
    Eduardo Galeano (3 september 1940 – 13 april 2015) 

     

     

    De Amerikaanse schrijfster en literatuurwetenschapster Alison Lurie werd geboren op 3 september 1926 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor Alison Lurie op dit blog.

    Uit: Foreign Affairs

    “Twenty minutes ago, while waiting in the departure lounge in a cheerful mood, Vinnie read in a magazine of national circulation a scornful and disparaging reference to her life’s work. Projects such as hers, the article stated, are a prime example of the waste of public funds, the proliferation of petty and useless scholarship, and the general weakness and folly of the humanities in America today. Do we really need a scholarly study of playground doggerel? inquired the writer, one L. D. Zimmern, a professor of English at Columbia. No doubt Mr. or Ms. Miner would answer this query by assuring us of the social, historical, or literary value of “Ring-around-a-rosy,” he continued, sawing through the supports of any possible answer; but he, for one, was not convinced.
    What makes this unprovoked attack especially hideous is that for over thirty years the Atlantic has been Vinnie’s favorite magazine.
    Though she was raised in the suburbs of New York and teaches at an upstate university, her imaginative loyalties are to New England. She has often thought that American culture took a long downward step when its hegemony passed from Boston to New York in the late nineteenth century; and it has been a comfort to her that the Atlantic continues to be edited from Back Bay. When she pictures her work receiving general public recognition, it is to this magazine that she awards the honor of discovery. She has fantasized the process often: the initial letter of inquiry, the respectfully eager manner of the interviewer, the title of the finished essay; the moment when her colleagues at Corinth University and elsewhere will open the magazine and see her name printed on its glossy pages in its characteristic and elegant typeface. (Vinnie’s ambition, though steady and ardent, is comparatively modest: it hasn’t occurred to her that her name might be printed upon the cover of the Atlantic.) She has imagined all that will follow: the sudden delighted smiles of her friends; the graceless grins of those who are not her friends and have undervalued both her and her subject. The latter group, alas, will be much more numerous.
    For the truth is that children’s literature is a poor relation in her department—indeed, in most English departments: a stepdaughter grudgingly tolerated because, as in the old tales, her words are glittering jewels of a sort that attract large if not equally brilliant masses of undergraduates. Within the departmental family she sits in the chimney-corner, while her idle, ugly siblings dine at the chairman’s table—though, to judge by enrollment figures, many of them must spout toads and lizards.”

     

     
    Alison Lurie (Chigaco, 3 september 1926)
    Cover

     

     

    De Russische schrijver Sergej Dovlatov werd geboren op 3 september 1941 in Ufa, in het zuiden van Rusland. Zie ook alle tags voor Sergej Dovlatov op dit blog.

    Uit: Pushkin Hills (Vertaald door Katherine Dovlatov)

    “These are just words. Never-ending, beautiful words... I’ve had enough... I have a child for whom I’m responsible...”
    “I have a child, too.”
    “Whom you ignore for months on end. We are strangers to you...” (In conversations with women there is one painful moment. You use facts, reasoning, arguments, you appeal to logic and common sense. And then suddenly you discover that she cannot stand the very sound of your voice...) “Intentionally,” I said, “I never did any harm...”
    I sat down on a sloping bench, pulled out a pen and a piece of paper, and a minute later scribbled down:

    My darling, I’m in Pushkin Hills now,
    Monotony and boredom without a switch,
    I wander through the grounds like a bitch,
    And fear is wracking my very soul!

    And so on.
    My verses had somewhat preceded reality. We still had about a hundred kilometres to Pushkin Hills.
    I stopped by a convenience store and bought an envelope that had Magellan’s portrait on it. And asked, for some reason:
    “Do you know what Magellan has to do with anything?”
    The sales clerk replied pensively:
    “Maybe he died... Or got decorated...”
    I licked the stamp, sealed the envelope and dropped it in the mailbox...
    At six we reached the tourist centre. Before that there were hills, a river, the sweeping horizon with a jagged trim of forest. All in all, a typical Russian landscape without excess. Just those ordinary features that evoke an inexplicably bittersweet feeling."

     

     
    Sergej Dovlatov (3 september 1941 – 24 augustus 1990)
    Cover 

     

     

    De Indische schrijfster Kiran Desai werd geboren op 3 september 1971 in New Dehli. Zie ook alle tags voor Kiran Desai op dit blog.

    Uit: The Inheritance of Loss

    “They had come for the judge’s hunting rifles.
    Despite their mission and their clothes, they were unconvincing. The oldest of them looked under twenty, and at one yelp from Mutt, they screamed like a bunch of schoolgirls, retreated down the steps to cower behind the bushes blurred by mist. “Does she bite, Uncle? My God!”— shivering there in their camouflage.
    Mutt began to do what she always did when she met strangers: she turned a furiously wagging bottom to the intruders and looked around from behind, smiling, conveying both shyness and hope.
    Hating to see her degrade herself thus, the judge reached for her, whereupon she buried her nose in his arms.
    The boys came back up the steps, embarrassed, and the judge be­came conscious of the fact that this embarrassment was dangerous for had the boys projected unwavering confidence, they might have been less in­clined to flex their muscles.
    The one with the rifle said something the judge could not understand.
    “No Nepali?” he spat, his lips sneering to show what he thought of that, but he continued in Hindi. “Guns?”
    “We have no guns here.”
    “Get them.”
    “You must be misinformed.”
    “Never mind with all this nakhra. Get them.”
    “I order you,” said the judge, “to leave my property at once.” “Bring the weapons.”
    “I will call the police.”
    This was a ridiculous threat as there was no telephone.
    They laughed a movie laugh, and then, also as if in a movie, the boy with the rifle pointed his gun at Mutt. “Go on, get them, or we will kill the dog first and you second, cook third, ladies last,” he said, smiling at Sai.
    “I’ll get them,” she said in terror and overturned the tea tray as she went.
    The judge sat with Mutt in his lap.
    The guns dated from his days in the Indian Civil Service. A BSA five-shot barrel pump gun, a .30 Spring­field rifle, and a double-barreled rifle, Holland & Holland. They weren’t even locked away: they were mounted at the end of the hall above a dusty row of painted green and brown duck decoys.
    “Chtch, all rusted. Why don’t you take care of them?” But they were pleased and their bravado bloomed. “We will join you for tea.”


     
    Kiran Desai (New Dehli, 3 september 1971)
    Cover

     

     

    Onafhankelijk van geboortedata:

    De Turks-Duitse schrijver Doğan Akhanlı werd geboren in 1957 in Şavşat in de provincie Artvin in het noordoosten van Turkije. Zie ook alle tags voor Doğan Akhanlı op dit blog.

    Uit: Mein Vater nannte mich “Ford”

    „In meinem Geburtsdorf auf der türkischen Seite der georgischen Grenze, hatte Mitte der 1960er Jahre jeder Mensch einen Spitznamen. Ich hatte mehrere: Meine Geschwister nannten mich „Pot“, die Dorfkinder „Schmetterling“ („Pepela“ georgisch) oder „Eichhörnchen“ („Tatarzena“ polnisch) und für meinen Vater war ich nur „Ford.“ Sehr gerne hätte ich ihn gefragt, warum er mich „Ford“ nannte.
    Vermutlich besuchte ich gerade die Dorfgrundschule, als die Auswanderung in die Fremde, gurbet, begann. Mein Vater war der erste und lange Zeit der einzige Lehrer im Dorf. Außer ihm lebte noch ein Erzieher in unserem Dorf, der während seines Militärdienstes Lesen, Schreiben und etwas Mathe gelernt hatte. Dieser war für die erste Klasse zuständig. Mein Vater unterrichtete vier Klassen in einem einzigen Klassenraum, eine Art Montessoripädagogik gemäß dem Motto „Hilf mir, es selbst zu tun“. Allerdings gab es unter den damaligen Bedingungen sowieso weder Platz noch Mittel für eine andere Pädagogik: Wir hatten lediglich ein Heft zum Schreiben, ein anderes für Mathe, einen Bleistift und einen Radiergummi dazu.
    Gemäß der Staatsdoktrin sollte der Lehrer uns die fortgeschrittene, zivilisierte westliche Welt nahebringen. Und da Frankreich als Land der Hochkultur galt, sollte Französisch die schönste Sprache, Paris die schönste Stadt und Viktor Hugo der beste Schriftsteller sein. Rückblickend würde ich behaupten, dass es dem Lehrer immerhin gelang, uns den „Glöckner von Notre-Dame“, der Esmeralda zu Kirchenasyl verhalf, so berauschend wiederzugeben, dass ich als kleiner Junge bei Nacht den Eiffelturm vor Augen hatte und bei Tag Notre- Dame und die Seine, wie sie zwischen Häusern, Bäumen und Feldern dahinströmte.
    Deutschland tauchte in den Erzählungen immer dann auf, wenn es um „Ehrlichkeit“, Fleiß“, „Zuverlässigkeit“ und „technischen Fortschritt“ ging.“

     

     

    Doğan Akhanlı (Şavşat, 1957)

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2017.

    03-09-2018 om 18:37 geschreven door Romenu  


    Tags:Dolce far niente, Gotthold Ephraim Lessing, Jacq Firmin Vogelaar, Fritz J. Raddatz, Eduardo Galeano, Alison Lurie, Sergej Dovlatov, Kiran Desai, Doğ,an Akhanlı,, Romenu
    » Reageer (0)
    02-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Willem de Mérode, Eric de Kuyper, R.A. Basart, Fuminori Nakamura, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Robert Habeck, Pierre Huyskens

    De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog

     

    De verloren zoon

     

    Het vertrek

    De paarden laten draven langs de straat,
    Den rauwen praat van 't ruige volk te hooren,
    De zwaarte schatten van het rijpend koren,
    En 't vee betasten naar zijn waarde en staat,

    Het spotten met den schommelenden gang
    Der vrouwen; en het drentlen van een vrijster
    Des avonds volgen, en, zijn zinnen bijster,
    Haar tartend woord te honen met gezang,

    Het is genoeg geweest, mijn jonge leven
    Is weeld'rig als een paard in 't klaverveld,
    Dat dartel aan den vanger durft weerstreven
    En in galop den snellen toom ontsnelt.

    Nu wijk ik uit om zelf mijn weg te zoeken,
    Vader en moeder, 'k wil u geen verdriet,
    't Geluk verfijnt, de nood zal mij verkloeken;
    En 'k ben een man, als gij mij wederziet.

     

     

    De stad

    Hoe heerlijk is het doelloos dwalen
    In vreemde stad, met vreemde liên,
    En gretig naar zich toe te halen
    Alles wat de oogen kostlijks zien.

    Als op den hof het vochte ronken
    Van 't vee den slaap kruidt van 't gezin,
    Verlokt hier het begeerlijk pronken
    Van aller vreugden aanbegin.

    In stille steeg, op drukke pleinen,
    Alom een lachen dat verwart,
    En rakelings en roekloos schijnen
    Oogen langs mijn verlangend hart.

    Ik hoef mijn handen niet te strekken,
    Ze zijn gestreeld en vastgeklampt,
    En als ik stug terug wil trekken,
    Hoor ik een stem die om mij kampt.

    'k Beloofde: nood zal mij verkloeken!
    Ach, jeugd speelt graag met woorden groot,
    Want wie ging voor zoo zoet verzoeken
    Niet graag gewillig in den dood?

     

     

    Overpeinzing

    Mijn hoofd verdoft een priklend suizen.
    Een pijn doorgluipt mij en verspet!
    En dan is 't, of God al de sluizen
    Van 't gloeiend bloed wijd open zet.

    Ik waggel angstig langs de straten
    En bloos bij ieders blik, en voel
    Me opeens van God en mensch verlaten,
    En zonder plicht en zonder doel.

    En 's avonds, na onmatig drinken,
    Als driest de roes woelt door mij heen,
    Gaat langzaam alles mij ontzinken.
    O, ik ben overal alleen!

    En 'k weet, mijn ouders, diep gebogen,
    Bidden voor mij; een rimpel trekt
    Tusschen mijn broeders woedende oogen.
    Maar God houdt zijn gelaat bedekt.

     

     
    Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

     

     

    De Belgisch schrijver, filmregisseur, filmtheoreticus Eric de Kuyper werd geboren in Brussel, op 2 september 1942. Zie ook alle tags voor Eric de Kuyper op dit blog.

    Uit: Naar aanleiding van ‘Teorema’ van Pasolini

    “Dit eerste deel van de film verloopt op de summiere manier waarop het hier is beschreven. Er worden geen verklaringen gegeven: waarom komt die student daar? wie is hij? waarom moet hij ineens weer weg? Wel zijn er enkele bindmotieven, die echter ook weer gereduceerd worden tot ‘tekens’. Ieder personage heeft het zijne. De zoon, die later ook schilder zal worden, wordt aan de jongen gekoppeld door reprodukties van Francis Bacon. De dochter neemt foto's van de jongen en dit vormt een link met de proloog, waar een van haar vriendjes een foto van haar vader onder ogen krijgt; als de jongen weg is, bekijkt ze de foto's die ze van hem genomen heeft12. De moeder zoekt contact via een sensuele omgang met de kleren van de jongen (evenmin als in andere gevallen kan men hier van ‘fetisjisme’ spreken: daarvoor is het bind-voorwerp te sterk geabstraheerd, heeft het teveel de functie van een dramatische link). Het dienstmeisje realiseert het contact in haar dienstvaardigheid. Zij bezit niets, beschikt alleen over zichzelf, kan alleen dienst bewijzen: haar eerste seksueel contact met de jongen bestaat erin dat zij de as wegveegt die op zijn gulp is gevallen; bij het afscheid helpt zij hem met zijn koffer; later ziet zij zichzelf als de ‘Dienstmaagd des Heren’. De verhouding van de vader is de meest complexe: zijn theoretisch sociaal-humanisme, dat aanvankelijk slechts een literair citaat is à la Tolstoi, wordt in werkelijkheid omgezet wanneer hij zijn fabriek aan zijn arbeiders overdraagt en zelf in de ‘woestijn’ gaat zwerven.
    In het tweede deel van de film wordt de rechtlijnigheid van het eerste deel verbrokkeld in een reeks korte sekwensen, die telkens laten zien hoe ieder afzonderlijk na het vertrek van de jongen verder tracht te leven. De meid gaat terug naar haar volks milieu en wordt een volksheilige. De dochter vervalt in een toestand van katatonie: zij wil het ongrijpbaar afwezige vast blijven houden. De zoon zet zich aan het schilderen, tracht het beeld van de afwezige te vatten in kleuren en lijnen. De moeder tracht de afwezige te vervangen in de seksuele ervaringen welke zij gaat verzamelen. De vader weet zijn homoseksualiteit bevestigd, kleedt zich uit, schenkt zijn bezit weg en verdwijnt in de woestijn. Het beeld waarmee de film begon en dat als een leitmotiv telkens terugkeerde, besluit de film ook.”

     

     
    Eric de Kuyper (Brussel, 2 september 1942)
    Scene uit de film “Teorema” (1968) met Terence Stamp als de bezoeker 

     

     

    De Nederlandse dichter en schrijver R.A. Basart werd op 2 september 1946 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor R. A. Basart op dit blog.

     

    Samen oud

    Mijn vrouw smeert kachelglans op haar kale kop
    Terwijl ik dus een pijpjen smook.
    ‘Ben ik zo mooi?’ vraagt zij. Ik richt me op
    En sla haar zachtjes met de kachelpook:

    ‘Wat heet! Jij ouwe trouwe kalkedot!’
    Ze lacht gevleid, aait een der twin-
    Tig katten... zo gezellig... tot-
    Dat een witte wagen loeiend in

    De straat verschijnt. Achter mijn gade
    Ren ik gebukt naar het kozijn:
    ‘Het licht uit! Op de barrikade!’
    ‘Rood front!’ roept zij, en grijpt haar karabijn.

     

     

    Je oma

    We schreven maart maar 't was
    allang april of later: Lieve klein-
    zoon dit is voor je zwemdiploma
    Cigaretten jenever en wilde

    vrouwen kon ik niet kopen
    daarom een damspel op de groei
    Hier staan de keukenstoelen weer in bloei
    Zijn er stenen zoek dan neem je knopen.

     

     
    R.A. Basart (Amsterdam, 2 september 1946)

     

     

    De Japanse schrijver Fuminori Nakamura werd geboren op 2 september 1977 in Tōkai. Zie ook alle tags voor Fuminori Nakamura op dit blog.

    Uit: The Thief (Vertaald door Satoko Izumo en Stephen Coates)

    “Little by little I breathed out, conscious of my temperature rising even more. I checked my surroundings, only my eyes moving. My fingers still held the tension of touching a forbidden object, the numbness of entering someone's personal space. A trickle of sweat ran down my back. I took out my cell phone and pretended to check my email as I walked away.
    I went back to the ticket gate and down the gray stairs towards the Marunouchi line. Suddenly one of my eyes blurred, and all the people moving around me seemed to shimmer, their silhouettes distorted. When I reached the platform I spotted a man in a black suit out of the corner of my eye. I located his wallet by the slight bulge in the right back pocket of his trousers.
    From his appearance and demeanor I judged him to be a successful male companion at a ladies-only club. He was looking quizzically at his phone, his slender fingers moving busily over the keys. I got on the train with him, reading the flow of the crowd, and positioned myself behind him in the muggy carriage. When humans' nerves detect big and small stimuli at the same time, they ignore the smaller one. On this section of track there are two large curves where the train shakes violently. The office worker behind me was reading an evening paper, folded up small, and the two middle-aged women on my right were gossiping about someone and laughing raucously. The only one who wasn't simply traveling was me. I turned the back of my hand towards the man and took hold of his wallet with two fingers. The other passengers formed a wall around me on two sides. Two threads at the corner of his pocket were frayed and twisted, forming elegant spirals like snakes. As the train swayed I pushed my chest close to him as though leaning against his back and then pulled the wallet out vertically. The tight pressure inside me leaked into the air, I breathed out and a reassuring warmth flowed through my body. Without moving I checked the atmosphere in the carriage, but nothing seemed out of order. There was no way I would make a mistake in a simple job like this. At the next station I got off and walked away, hunching my shoulders like someone feeling the cold.
    I joined the stream of weary people and went through the barrier. Looking at the fifteen or so average men and women gathered at the entrance to the station, I figured there was about two hundred thousand yen among them. I strolled off, lighting a cigarette. Behind a power pole to my left I saw a man check the contents of his wallet in full view and put it in the right pocket of his white down jacket. His cuffs were dark with stains, his sneakers worn and only the fabric of his jeans was good quality.”

     

     
    Fuminori Nakamura (Tōkai, 2 september 1977)

     

     

    De Amerikaanse schrijver Chris Kuzneski werd geboren op 2 september 1969 in Indiana, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Chris Kuzneski op dit blog.

    Uit: The Prisoner's Gold

    “Metal creaked and groaned, startling Rustichello da Pisa from his restless sleep. Even in the fog of slumber, he knew the horrific sound of a cell door opening. Anytime he heard it, he would snap awake to the pounding in his chest—even after all these years.
    His senses on full alert, he strained to hear every rustle and scrape on the other side of the wall. He knew the Genoese guards were returning his neighbor after yet another round of torture. With any luck, they were done for the day and wouldn’t be coming for him next.
    He would find out soon enough.
    The uniformed guards moved into the adjacent cell and dumped their day’s entertainment on the floor with a wet splat. Then they quickly closed the door behind them and left without a word. Only then did Rustichello let out the breath that he had been holding.
    He didn’t move until he heard the guards’ heavy footsteps recede down the dark corridor. He always did his best to avoid their notice, unless they were coming for him.
    On those occasions there was nothing to do but submit. He was too weak and frail to fight them anymore.
    There was no sense in making them mad.
    He slowly stood from the loose straw on the floor that served as his bed and brushed away the pieces that were tangled in his hair.
    Then he slipped a hand into his ragged linen trousers and scratched at the fungal infection on the right side of his groin. Thanks to the humid air in the city of Genoa, everything in the dungeon was damp. The walls, the ceiling, the floor, his clothes. Molds and lichens grew over every surface of his cell. Some patches were so large that they looked like broccoli.
    On the bright side, at least he hadn’t started eating them.
    Or naming them.
    Confident that the guards were gone, he moved over to the wall and peered through the small window into the next cell.
    It was little more than a missing stone that had been dug out by a previous occupant, but the rectangular gap served a monumental purpose. Rustichello and his neighbor used the empty space to chat, to pass the long hours well into the night. »

     

     
    Chris Kuzneski (Indiana, 2 september 1969)

     

     

    De Belgische dichter en schrijver Johan Daisne werd op 2 september 1912 in Gent geboren als Hermanus Thiery. Zie ook alle tags voor Johan Daisne op dit blog.

     

    Bedtime-boutade

    Wanneer Professor slapen gaat rond den elven,
    Is hij gewis en zeer ten rechte moe:
    Den heelen dag in Plinius zitten delven,
    En dan studenten - deksels - nog aan toe!

    Hetzelfde geldt voor Celestijn van 't hoekje,
    Die druppeltjes verkoopen moest en dronk;
    Voor doppers die rij-schoven met hun boekje,
    En voor des pasters meid die 't zilver blonk.

    En verder voor de wroeters uit gewelven,
    Barbieren, beelaars, clowns en Miss Turkij,
    En dan ten slotte nog voor Hoogstdezelve,
    Die heel den godschen dag moest koning-zijn.

    Die allen gaan terecht vermoeid dus slapen,
    (Toch niet zóó moe dat 't hen niet slapen doet),
    Bedanken God gelijk rechtschapen schapen,
    En droomen (zoo ze droomen) droomen zoet.

    Helaas - zooveel valt niet elkeen ten deele!
    Er zijn er (‘manekijkers’ noemt men hen)
    Waarvan de nacht niet sluit d'ontstoken scheelen,
    Maar tranen afperst in een stompe pen.

    Zij delven - dwazen - in hun ‘vrije’ uren
    Naar een gewijd geheim dat duur zich wreekt,
    Ontvangen gratis 't oordeel van hun buren,
    Terwijl hun eigen geest hun hart doorsteekt.

    Geven hun geld, laten zich handicappen,
    Riskeeren 't àl, hebben bij vrouwen pech,
    Geven hun haar en ziel, tellen geen klappen, -
    Kortom: zijn duts èn held. En slapen slecht.

     

     
    Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)
    Cover

     

     

    De Duitse schrijver en politicus Robert Habeck werd geboren op 2 september 1969 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Robert Habeck op dit blog.

    Uit: Der Schrei der Hyänen (Samen met Andrea Paluch)

    »Hör auf, Frank, sonst verlieren wir beide.«
    Arabella hatte schon einmal ein Kalb, das nicht rauswollte, in der Kuh zersägt, um die Mutter zu retten.
    »Miststück.« Frank schlug härter zu, und der Sambjok öffnete den Rücken. Die Kuh brüllte, kam aber nicht auf die Beine. Die Lampe schwankte. Der Schnitt franste durch das Blut aus, die Ränder der Wunde kräuselten sich.
    »Nicht, Frank«, versuchte es Arabella erneut. Aber sie wußte, daß es keinen Sinn hatte. Zusammen mit anderen ehemaligen Schutztrupplern fuhr Frank jedes Jahr auf eine der Guanoinseln vor der Lüderitzbucht und erschlug dort Pelzrobben, um sich auszutoben.
    »Verdammte Niggerkuh«, schrie er. Arabella sah die Wirbel des Rückgrats durch das offene Fleisch und wandte den Blick in das Gesicht der Kuh. Die großen Augen glotzten feucht. Arabella scheuchte die Fliegen weg, die dick und grün im Tränensekret saßen. Die Kuh bekam wieder Wehen, litt aber zu sehr, um schreien zu können. Frank hieb besinnungslos auf das Tier ein. Sie würde am nächsten Tag zusätzlich zum Gnu nun auch noch eine Kuh verarbeiten müssen.
    Vor dem Haus bellte Troja, die Hyänen mußten ganz nah sein. Arabella überlegte, ob sie ein Gewehr holen sollte. Hier konnte sie sowieso nichts mehr tun. Dann wälzte sich die Kuh im Sterben auf die andere Seite und gab das Kälbchen frei. Arabella ließ den Strick los, und Frank hörte auf zu schlagen. Wortlos traten beide hinter das tote Tier, packten jeder einen Huf und zogen gleichzeitig. Das Kalb bewegte sich nur wenige Zentimeter, der Kopf blieb ohne die Unterstützung der Preßwehen im Leib. Arabella zwängte ihren Arm in den Uterus des toten Tieres. »Die Nabelschnur hält es«, sagte sie in das nasse Fell. Sie sah nicht, was Frank machte. Sie hörte ihn nur schwer atmen. Aber sie wußte, daß die Zeit gegen das Kalb lief. Sie packte die glitschige Nabelschnur und bohrte ihren Daumen mit aller Kraft durch das breiige Gewebe, bis der Nabelstrang riß. Als sie ihren Arm aus der Kuh zog, war er voll Blut und Schleim.“

     

     
    Robert Habeck (Lübeck, 2 september 1969) 

     

     

    De Nederlandse journalist en schrijver Pierre Huyskens werd geboren op 2 september 1931 in Wessem. Zie ook alle tags voor Pierre Huyskens op dit blog.

     

    Alternatief Limburgs Volkslied

    Wo ’t opgaond eikehout,
    Geveldj mit de moterzaêg,
    Nooit meer ziene sjone sjeem
    Kan spreie euver de waêg;
    Wo de herder eine brommer haet
    En zien sjaöpkes dreug:
    Dao is mien vaderlandj,
    Nooit waer ich ’t meug.

    Wo ’t water van de Maas
    Zjwaor vergiftigd is,
    En de ves-sjtandj, ooit zo riek,
    Ter dood veroordeild is;
    Wo chemie, waat helder waas,
    Alles haet verkleurd:
    Dao is mien vaderlandj,
    Höbt geer ’t good geheurd?

    Wo onger de peut van ’t vee
    De weije zeen ontgrindj,
    En de plek verbaggerd is
    Wo ich sjpeelde es kindj;
    Wo de koel gein koal meer guf,
    De kompel is Marokkaan:
    Dao is mien vaderlandj,
    Kom d’r mich neet aan!

    Wo de zjwalg vertrokke is,
    De leeuw’rik neet meer zingkt,
    Wo de jaeger gein fazant
    Mit nao hoes toe bringt;
    Wo nog waal oos kienjer-sjat
    Hoog in aanzeen sjteit:
    Dao is mien vaderlandj,
    Det nooit verlaore geit.

    Wo kaploan op trouwe sjteit,
    Pesjtoor sjteeds aajer weurd;
    Begienkes loupe in mini-kleid,
    En nörges wierook geurt;
    Wo de swies gein wèrk meer haet,
    ’t gelouf zien kleur verluus:
    Dao is mien vaderlandj,
    Det blief ’t nondedjuus!

    Wo ’t staedje van plezeer,
    Väol pliesse haet,
    Wo ’t Vriethof is verpes,
    Servaes auch nieks meer zaet;
    Wo allein de Carnaval
    Egaal gebleve is:
    Dao is mien vaderlandj:
    Ein belaevenis!

     

     
    Pierre Huyskens (2 september 1931 – 19 november 2008)
    Limburg: de Maas bij kasteel de Keverberg in Kessel

     

     

    Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn vorige blog van vandaag.

    02-09-2018 om 14:26 geschreven door Romenu  


    Tags:Willem de Mérode, Eric de Kuyper, R.A. Basart, Fuminori Nakamura, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Robert Habeck, Pierre Huyskens, Romenu
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Joseph Roth, Manfred Böckl, Johann Georg Jacobi, Paul Bourget, Paul Déroulède, Giovanni Verga, Richard Voß

    De Oostenrijks – Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren op 2 september 1894 in Brody in Galicië. Zie ook alle tags voor Joseph Roth op dit blog.

    Uit: Die Kapuzinergruft

    „Die Gnade des Kaisers erstreckte sich noch auf seinen Sohn, der Bezirkshauptmann wurde, und auf den Enkel, der als Leutnant der Jäger im Herbst 1914 in der Schlacht bei Krasne-Busk gefallen ist. Ich habe ihn niemals gesehn, wie überhaupt keinen von dem geadelten Zweig unseres Geschlechts. Die geadelten Trotts waren fromm-ergebene Diener Franz Josephs geworden. Mein Vater aber war ein Rebell. Er war ein Rebell und ein Patriot, mein Vater — eine Spezies, die es nur im alten Österreich-Ungarn gegeben hat. Er wollte das Reich reformieren und Habsburg retten. Er begriff den Sinn der österreichischen Monarchie zu gut. Er wurde also verdächtig und mußte fliehen. Er ging, n jungen Jahren, nach Amerika. Er war Chemiker von 3eruf. Man brauchte damals Leute seiner Art in den groß-trüg wachsenden Farbenfabriken von New York und 2hilcago. Solange cr arm gewesen war, hatte cr wohl nur rleirnweh nach Korn gefiihlt. Als cr aber endlich reich ;eworden war, begann er, Heimweh nach Österreich zu üblen. Er kehrte zurück. Er siedelte sich in Wien an. Er iatte Geld, und die österreichische Polizei liebte Men-atm, die Geld haben. Mein Vater blieb nicht nur unbe-teiligt. Er begann sogar, eine neue slowenische Partei zu ründen, und er kaufte zwei Zeitungen in Agram. Er gewann einflußreiche Freunde aus der näheren Um-tebuns' des Erzherzog Thronfolders Franz Ferdinand.
    Mein Vater träumte von einem slawischen Königreich unter der Herrschaft der Habsburger. Er träumte von einer Monarchie der Österreicher, Ungarn und Slawen. Und mir, der ich sein Sohn bin, möge es an dieser Stelle gestattet sein, zu sagen, daß ich mir einbilde, mein Vater hätte vielleicht den Gang der Geschichte verändern können, wenn cr länger gelebt hätte. Aber cr starb, etwa anderthalb Jahre vor der Ermordung Franz Ferdinands. Ich bin sein einziger Sohn. In seinem Testament hatte er mich zum Erben seiner Ideen bestimmt Nicht umsonst hatte er mich auf den Namen Franz Ferdinand taufen lassen. Aber ich war damals jung und töricht, um nicht zu sagen: leichtsinnig. Leichtfertig war ich auf jeden Fall. Ich lebte damals, wie man so sagt: in den Tag hinein. Nein! Dies ist falsch: ich lebte in die Nacht hinein; ich schlief in den Tag hinein.“
    Eines Morgens aber — es war im April des Jahres 1913 —meldete man mir, dem noch Verschlafenen, erst zwei Stunden vorher Heimgekehrten, den Besuch eines Vet-ters, eines Herrn Trutta. Im Schlafrock und in Pantoffeln ging ich ins Vorzim-mer. Die Fenster waren weit offen. Die morgendlichen Amseln in unserem Garten flöteten fleißig. Die frühe Son-ne durchflutete fröhlich das Zimmer. Unser Dienstmäd-chen, das ich bislang noch niemals so früh am Morgen gesehen hatte, erschien mir in ihrer blauen Schürze fremd —denn ich kannte sie nur als ein junges Wesen, bestehend aus Blond, Schwarz und Weiß, so etwas wie eine Fahne.“

     

     
    Joseph Roth (2 september 1894 – 27 mei 1939)
    Cover

     

     

    De Duitse schrijver Manfred Böckl werd geboren op 2 september 1948 in Landau an der Isar. Zie ook alle tags voor Manfred Böckl op dit blog.

    Uit: Die Leibeigenen

    „Gott gesegne es“, murmelte der Mönch, einen schweren Rülpser mühsam unterdrückend, und soff die Bierbitsche auf einen Zug zur Hälfte leer. Dann stellte er den hölzernen Krug mit zittrigen Händen ins Gras, stemmte sich auf den Ellenbogen in eine halb sitzende Stellung hoch, ließ seinen verschwommenen Blick über die johlende Menge auf dem Tanzplatz schweifen, um endlich mit lauter Stimme zu fordern: „Holt mir noch einmal das Brautpaar her. Hab’ den Kopulierten noch einen guten Rat mitzugeben auf ihren Lebensweg.“
    Er rülpste nun doch, fuhr unmittelbar darauf den Viertelhübner an: „Na mach, nimm die Beine in die Hand, denn meine Belehrung kann nicht warten, weil sie mir gewissermaßen in diesem Augenblick vom Heiligen Geist selbst eingegeben wurde.“
    „Jawohl, ich lauf’ schon“, erwiderte gehorsam der Viertelhübner, während der Mönch erneut die Bierbitsche ergriff, damit ihn der Heilige Geist ja nicht verlassen sollte. Der Bote des frommen Mannes bahnte sich schwankend seinen Weg durch die Tanzenden. Als er bis zur Dorflinde durchgedrungen war, entdeckte er das Brautpaar.
    Mariann und Konrad, denen dieser ausgelassene Tag vielleicht für ein ganzes Leben genügen musste, denn sie würden später nichts kennen als harte Arbeit, qualvolle Kindsbetten und die Angst vor dem Natternburger Ritter, drehten sich weltvergessen in einer böhmischen Polka. Konrad, ein magerer, knochiger Bursche mit länglichem, sonnenverbranntem Gesicht und kräftiger Nase, hatte sein frisch angetrautes Weib um die Hüften genommen und gab Mariann so Halt bei dem schnellen Rundtanz. Seine auffallend hellblauen Augen blitzten und schienen nichts anderes zu sehen als das etwas derbe und dennoch liebliche Gesicht seiner Braut, und Mariann spürte diesen Blick und verstand ihn, und ein Widerschein von Konrads Glück leuchtete aus ihren eigenen braunen Augen.
    Sie hatte ihre Arme um Konrads Hals geschlungen, obwohl sie sich dabei kräftig strecken musste, aber das wollte sie ja: zu ihm aufsehen können. Und als der Zigeuner nun seiner Fidel einen schmelzenden Triller entlockte, da lachte sie fröhlich auf und zwang Konrad in einen noch schnelleren Wirbel, so dass ihr rabenschwarzes Haar wild unter der Brautkrone flatterte.“

     

     
    Manfred Böckl (Landau an der Isar, 2 september 1948)

     

     

    De Duitse dichter en schrijver Johann Georg Jacobi werd geboren op 2 september 1740 op Gut Pempelfort bij Düsseldorf. Zie ook alle tags voor Johann Georg Jacobi op dit blog.

     

    In der Mitternacht

    Todesstille deckt das Tal
    Bei des Mondes falbem Strahl;
    Winde flüstern dumpf und bang
    In des Wächters Nachtgesang.

    Leiser, dumpfer tönt es hier
    In der bangen Seele mir,
    Nimmt das Strahl der Hoffnung fort,
    Wie den Mond die Wolke dort.

    Hüllt, ihr Wolken, hüllt den Schein
    Immer tiefer, tiefer ein!
    Vor ihm bergen will mein Herz
    Seinen tiefen, tiefen Schmerz.

    Nennen soll ihr nicht mein Mund;
    Keine Träne mach′ ihn kund;
    Senken soll man ihn hinab
    Einst mit mir in′s kühle Grab.

    An des Todes milder Hand
    Geht der Weg in′s Vaterland;
    Dort ist Liebe sonder Pein;
    Selig, selig werd′ ich sein.

     

     
    Johann Georg Jacobi (2 september 1740- 4 januari 1814)
    Cover

     

     

    De Franse dichter en schrijver Paul Charles Joseph Bourget werd geboren op 2 september 1852 in Amiens. Zie ook alle tags voor Paul Bourget op dit blog.

     

    La Révolte

    La campagne était fraîche et tout ensoleillée ;
    Le souffle du matin passait les blés verts,
    Et je marchais dans l’herbe odorante et mouillée
    En récitant des vers.

    J’étais gai, bien portant, et libre au fond de l’âme ;
    J’avais enfin dompté mon douloureux amour,
    Et nul amer regret, nul souvenir de femme
    Ne troublait ce beau jour.

    J’ouvrais à pleins poumons ma poitrine profonde
    Aux vents qui se roulaient sur les arbres en fleur,
    Et je sentais aussi la jeunesse du monde
    Refleurir dans mon cœur.

    O toi qui veux, touchant à la terre qui crée,
    Reprendre un peu de force avant les durs combats
    Et boire un coup de vin à la coupe sacrée,
    N’aime pas ! — N’aime pas !

    Brise ta chaîne, esclave, et, seul, avec courage,
    Sans attendrissements, sans remords et sans fiel,
    Viens courir dans les prés comme un cheval sauvage
    Sous la beauté du ciel.

     

     
    Paul Bourget (2 september 1852 – 25 december 1935) 

     

     

    De Franse dichter, schrijver en politicus Paul Déroulède werd op 2 september 1846 geboren in Parijs. Zie en ook alle tags voor Paul Déroulède op dit blog,

    Uit: Chants du soldat

     

    A la Belgique

    Salut petit coin de terre,
    Si grand de bonté,
    Où l’on vous rend si légère
    L’hospitalité ;.

    Où tout ce que l’on vous donne,
    Sourire ou pitié,
    N’a jamais l’air d’une aumône,
    Mais d’une amitié ;

    Où les âmes si sereines
    Ont les yeux si doux,
    Que les tourments et les haines
    S’y reposent tous !

    Salut, terre fraternelle,
    Où tout m’a tant plu !
    Peuple bon, race fidèle,
    Belgique, salut !

    Va ! La France a la mémoire
    De ces jours de deuil,
    Où la défaite sans gloire
    Brisait notre orgueil ;

    Où, fuyant, vaincus, débiles,
    Un puissant vainqueur,
    Tu nous as ouvert tes villes,
    Tes bras et ton cœur.

    Puis, douce comme une mère,
    Tu nous as bercés ;
    Mieux encor, chère infirmière,
    Tu nous as pansés.

    Tu nous as mis sur nos plaies,
    Saignantes encor,
    Ce baume, les larmes vraies,
    La foi, ce trésor !

     

     
    Paul Déroulède (2 september 1846 – 30 januari 1914)

     

     

    De Italiaanse schrijver Giovanni Verga werd op 2 september 1840 geboren als oudste zoon in een welgestelde liberale Siciliaanse familie in Catania op Sicilië. Zie ook alle tags voor Giovanni Verga op dit blog.

    Uit: Cavalleria Rusticana and Other Stories (Vertaald door G. H. McWilliam)

    "You wicked slut!" she cried. "You wicked slut of a mother!"
    "Shut up!"
    "You thief! Thief!"
    "Shut up!"
    "'I'll tell the police sergeant, that's what I'll do!"
    "Go ahead and tell him!"
    She did go ahead, with her children clinging round her neck, totally unafraid, and without shedding a tear. She was like a mad woman, because now she too loved the husband they had forced upon her, all greasy and covered in sweat from the fermenting olives.The sergeant had Nanni called in, and threatened him with prison and the gallows. Nanni stood there sobbing and tearing his hair. He denied nothing, and didn't even try to make excuses."I was tempted!" he cried. "I was tempted by the Devil!"
    He threw himself at the sergeant's feet, pleading with him to send him to prison.
    "For pity's sake, sergeant, take me out of this hell on earth! Have me killed, send me to prison, never let me set eyes on her again, ever!"
    But when the sergeant spoke to the She-Wolf, she replied, "No! I kept a corner of the kitchen to sleep in, when I gave him my house as a dowry. The house is mine. I don't intend to leave it."Shortly after that, Nanni was kicked in the chest by a mule, and was at death's door. But the parish priest refused to bring him the bread of Christ until the She-Wolf left the house. The She-Wolf went away, and her son-in-law could then prepare to take his leave of the world as a good Christian. He confessed and made communion with such an obvious show of repentance and contrition that all the neighbours and onlookers were in tears at the bed of the dying man. And it would have been better if he had died then and there, before the Devil returned to tempt him and to take him over body and soul as soon as he recovered.
    "Leave me alone!" he said to the She-Wolf. "For God's sake, leave me in peace! I stared death in the face! The poor Maricchia is in despair! The whole village knows all about it! It's better for both of us if I don't see you. . . ."

     

     
    Giovanni Verga (2 september 1840 – 27 januari 1922)
    Catania

     

     

    De Duitse schrijver Richard Voß werd geboren op 2 september 1851 op Gut Neugrape in Pommern. Zie ook alle tags voor Richard Voß op dit blog.

    Uit: Der gute Fra Checco

    „Er besaß zur Popularität ein Genie, um das ihn ein Monarch von Gottes- und ein Reichstagsabgeordneter durch Volkesgnaden beneiden konnte. Dabei stand er so himmelhoch über allen Parteien, von denen sein schönes Vaterland, das einige Italien, zerrissen wird, daß sein reines Gemüt den liberalsten, also gottlosesten katholischen Christen mit derselben Nächstenliebe umfaßte, wie das gläubigste Mitglied seiner großen Gemeinde. Er heischte demnach sein Scherflein ebensogut von der frommsten Witib, wie von dem fanatisiertesten Antiklerikalen — und von beiden ward ihm gegeben! Von dem einen allerdings häufig unter greulichen Gotteslästerungen; aber gegeben ward ihm, und er, der wahrhaft Gute, steckte die Verwünschungen und wütenden Ausfälle gegen sein Kleid und seinen Gott mit derselben echt christlichen Demut und Bonhomie ein, wie die Soldi.
    Jeden frühen Morgen, den Gott schuf, besuchte Fra Checco, nachdem er mit größter Inbrunst der ersten Messe beigewohnt hatte, die große Klosterküche — darin leider gar selten etwas Gutes gebraten oder gebacken ward, holte sich daselbst die von ganz Frascati gekannte dickbauchige, glänzende Blechkapsel, begab sich damit in den »Orto«, den klösterlichen Gemüsegarten, und ließ sich vom Bruder Gärtner sein umfangreiches Gefäß bis zum Rand mit Salat füllen; denn er, Fra Checco, nahm kein christliches Almosen umsonst.
    Dieser Salat, den Fra Checco an alle, die ihm gaben, mit vollen Händen austeilte, war so berühmt, so populär, wie er selbst. Es war aber auch ein Salätlein! Auf Gottes weiter, schöner Welt konnte nur Klostersalat so zart, so aromatisch, mit einem Wort, so köstlich sein! Aus neunerlei Kräutern war er gemischt, in einer Zusammenstellung, einer Komposition der verschiedensten Qualitäten, die einem Lucius Lucullus Ehre gemacht hätte."

     

     
    Richard Voß (2 september 1851 – 10 juni 1918)

    02-09-2018 om 14:25 geschreven door Romenu  


    Tags:Joseph Roth, Johann Georg Jacobi, Manfred Böckl, Paul Bourget, Paul Déroulède, Giovanni Verga, Richard Voß, Romenu
    » Reageer (0)



    Zoeken op Blog Romenu

    Inhoud blog
  • Jaap Harten, Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Nick Cave, Peter Drehmanns, Nathan Hill
  • Fay Weldon, Rosamunde Pilcher, György Faludy, Hans Leip, Uri Zvi Greenberg, Barthold Heinrich Brockes
  • Leonard Cohen, Stephen King, Frédéric Beigbeder, Xavier Roelens, Fannie Flag, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann, Max Porter, Paul Ewen
  • Constantijn Huygens-prijs 2018 voor Nelleke Noordervliet
  • Dolce far niente, Katharine Tynan, Owen Sheers. Joseph O’Connor, Donald Hall, Javier Marías, Hanya Yanagihara, Cyriel Buysse, Adolf Endler
  • Dolce far niente, Hamlin Garland, Crauss, Patrick Marber, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels, Jean-Claude Carrière, Stefanie Zweig
  • Dolce far niente, Isabel Ecclestone Mackay, Michaël Zeeman, Koen Stassijns, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Nicolien Mizee
  • September (Erich Kästner), Dolce far niente
  • H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart
  • Dolce far niente, Silas Weir Mitchell, Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, James Alan McPherson
  • Saint Peter (Henry Lawson)
  • Lucebert, Jan Slauerhoff, Sergio Esteban Vélez, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Orhan Kemal
  • Gunnar Ekelöf, James Fenimore Cooper, Claude McKay, Karl Philipp Moritz, Jim Curtiss, Ina Seidel
  • Dolce far niente, Archibald Lampman, Hans Faverey, Jenny Colgan, Alexander Schimmelbusch, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen
  • Hamlin Garland
  • Tõnu Õnnepalu, Roald Dahl, Janusz Glowacki, Jac. van Looy, Nicolaas Beets, Marie von Ebner-Eschenbach, Otokar Březina, Julian Tuwim, Muus Jacobse
  • Michael Ondaatje, James Frey, Chris van Geel, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias, Jan Willem Schulte Nordholt, Werner Dürrson, Gust Van Brussel
  • Murat Isik, David van Reybrouck, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova, Merrill Moore, Barbara Bongartz, Adam Asnyk
  • Edmund de Waal, Theo Olthuis, Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł, Huelle, Mary Oliver, Eddy Pinas, Jeppe Aakjær, Viktor Paskov
  • C. O. Jellema, Wim Huijser, Cesare Pavese, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis
  • Gaston Durnez, Meyer Sluyser, Edward Upward, Hana Androníková, Bas Jongenelen
  • Effeta (Wiel Kusters)
  • Elly de Waard, Siegfried Sassoon, Anthonie Donker, Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Eduard Mörike
  • Perikles Monioudis, Franz Hellens, Joaquin Miller, Frederic Mistral, Grace Metalious, Ludovico Ariosto
  • Merijn de Boer, Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Michael Guttenbrunner, Jenny Aloni, Margaret Landon, Henry Morton Robinson, Richard Jones
  • Jennifer Egan, Jessica Durlacher, Aart G. Broek, Christopher Brookmyre, Amelie Fried, Alice Sebold, Julien Green, Willem Brandt, Cyrus Atabay
  • Marcel Möring, Herman Koch, Carolijn Visser, Adrian Matejka, Rachid Boudjedra, Margaretha Ferguson, August Wilhelm Schlegel, Ward S. Just, Peter Winnen
  • Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright, Mary Renault, Femke Brockhus, Dik van der Meulen, Fieke Gosselaar
  • Dolce far niente, Gotthold Ephraim Lessing, Jacq Firmin Vogelaar, Fritz J. Raddatz, Eduardo Galeano, Alison Lurie, Sergej Dovlatov, Kiran Desai, Doğan Akhanlı
  • Willem de Mérode, Eric de Kuyper, R.A. Basart, Fuminori Nakamura, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Robert Habeck, Pierre Huyskens
  • Joseph Roth, Manfred Böckl, Johann Georg Jacobi, Paul Bourget, Paul Déroulède, Giovanni Verga, Richard Voß
  • The Dirty Hand (Mark Strand)
  • W. F. Hermans, Hubert Lampo, Blaise Cendrars, Edgar Rice Burroughs, Sabine Scho, Peter Adolphsen, Lenrie Peters, J. J. Cremer, Kris Pint
  • Dolce far niente, William Saroyan, Sander Kok, Éric Zemmour, Wolfgang Hilbig
  • Dolce far niente, Jan Wolkers, Charles Reznikoff, François Cheng, Mary Wollstonecraft Shelley
  • Dolce far niente, Margroet Spoelstra, Hugo Brandt Corstius, Elma van Haren, Oliver Wendell Holmes Sr.
  • Margreet Spoelstra
  • Johann Wolfgang von Goethe, Maria Barnas, A. Moonen, C. J. Kelk, Frederick Kesner, Rita Dove, John Betjeman, Elmar Schenkel, Harro Harring
  • Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, Paul Verhuyck, Jeanette Winterson, Lolita Pille, David Rowbotham, Lernert Engelberts, Cecil Scott Forester, Heinz Liepman
  • In Memoriam Neil Simon
  • Christopher Isherwood, Laura van der Haar, C. B. Vaandrager, Paula Hawkins, Joachim Helfer, Guillaume Apollinaire, Rashid Al-Daif
  • Jules Romains, Julio Cortázar, Walter Helmut Fritz, Joachim Zelter, Jürgen Kross, Ludwig Aurbacher, Boris Pahor, Emmy van Lokhorst
  • Belijdenis (Nicolaas Beets)
  • Martin Amis, Kees Stip, Howard Jacobson, Charles Wright, Maxim Biller, Frederick Forsyth
  • Brian Moore, Jògvan Isaksen, Johann Gottfried von Herder, Thea Astley, U Tchicaya Tam’si
  • John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Ali Smith, Jorge Luis Borges, Johan Fabricius, Robert Herrick
  • Charles Busch, Curtis Sittenfeld, Koos Dijksterhuis, Albert Alberts, Ilija Trojanow, Willy Russell, Gustav Ernst, Ephraïm Kishon, William Henley
  • Griet Op de Beeck, Jeroen Theunissen, Annie Proulx, Krijn Peter Hesselink, Willem Arondeus, Alfred Wellm, Dorothy Parker, Wolfdietrich Schnurre, Gorch Fock
  • Dolce far niente, Geert van Beek, Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Pete Smith, Frédéric Mitterrand, Lukas Holliger
  • Dolce far niente, Gerrit Kouwenaar, Menno Wigman, Elly de Waard, Anneke Brassinga, Etgar Keret, Alfred Birney, Arno Surminski, Charles de Coster

    Archief per dag
  • 22-09-2018
  • 21-09-2018
  • 20-09-2018
  • 19-09-2018
  • 18-09-2018
  • 17-09-2018
  • 16-09-2018
  • 15-09-2018
  • 14-09-2018
  • 13-09-2018
  • 12-09-2018
  • 11-09-2018
  • 10-09-2018
  • 09-09-2018
  • 08-09-2018
  • 07-09-2018
  • 06-09-2018
  • 05-09-2018
  • 04-09-2018
  • 03-09-2018
  • 02-09-2018
  • 01-09-2018
  • 31-08-2018
  • 30-08-2018
  • 29-08-2018
  • 28-08-2018
  • 27-08-2018
  • 26-08-2018
  • 25-08-2018
  • 24-08-2018
  • 23-08-2018
  • 22-08-2018
  • 21-08-2018
  • 20-08-2018
  • 19-08-2018
  • 18-08-2018
  • 17-08-2018
  • 16-08-2018
  • 15-08-2018
  • 14-08-2018
  • 13-08-2018
  • 12-08-2018
  • 11-08-2018
  • 10-08-2018
  • 09-08-2018
  • 08-08-2018
  • 07-08-2018
  • 06-08-2018
  • 05-08-2018
  • 04-08-2018
  • 03-08-2018
  • 02-08-2018
  • 01-08-2018
  • 31-07-2018
  • 30-07-2018
  • 29-07-2018
  • 28-07-2018
  • 27-07-2018
  • 26-07-2018
  • 25-07-2018
  • 24-07-2018
  • 23-07-2018
  • 22-07-2018
  • 21-07-2018
  • 20-07-2018
  • 19-07-2018
  • 18-07-2018
  • 17-07-2018
  • 16-07-2018
  • 15-07-2018
  • 14-07-2018
  • 13-07-2018
  • 12-07-2018
  • 11-07-2018
  • 10-07-2018
  • 09-07-2018
  • 08-07-2018
  • 07-07-2018
  • 06-07-2018
  • 05-07-2018
  • 04-07-2018
  • 03-07-2018
  • 02-07-2018
  • 01-07-2018
  • 30-06-2018
  • 29-06-2018
  • 28-06-2018
  • 27-06-2018
  • 26-06-2018
  • 25-06-2018
  • 24-06-2018
  • 23-06-2018
  • 22-06-2018
  • 21-06-2018
  • 20-06-2018
  • 19-06-2018
  • 18-06-2018
  • 17-06-2018
  • 16-06-2018
  • 15-06-2018
  • 14-06-2018
  • 13-06-2018
  • 12-06-2018
  • 11-06-2018
  • 10-06-2018
  • 09-06-2018
  • 08-06-2018
  • 07-06-2018
  • 06-06-2018
  • 05-06-2018
  • 04-06-2018
  • 03-06-2018
  • 02-06-2018
  • 01-06-2018
  • 31-05-2018
  • 30-05-2018
  • 29-05-2018
  • 28-05-2018
  • 27-05-2018
  • 26-05-2018
  • 25-05-2018
  • 24-05-2018
  • 23-05-2018
  • 22-05-2018
  • 21-05-2018
  • 20-05-2018
  • 19-05-2018
  • 18-05-2018
  • 17-05-2018
  • 16-05-2018
  • 15-05-2018
  • 14-05-2018
  • 13-05-2018
  • 12-05-2018
  • 11-05-2018
  • 10-05-2018
  • 09-05-2018
  • 08-05-2018
  • 07-05-2018
  • 06-05-2018
  • 05-05-2018
  • 04-05-2018
  • 03-05-2018
  • 02-05-2018
  • 01-05-2018
  • 30-04-2018
  • 29-04-2018
  • 28-04-2018
  • 27-04-2018
  • 26-04-2018
  • 25-04-2018
  • 24-04-2018
  • 23-04-2018
  • 22-04-2018
  • 21-04-2018
  • 20-04-2018
  • 19-04-2018
  • 18-04-2018
  • 17-04-2018
  • 16-04-2018
  • 15-04-2018
  • 14-04-2018
  • 13-04-2018
  • 12-04-2018
  • 11-04-2018
  • 10-04-2018
  • 09-04-2018
  • 08-04-2018
  • 07-04-2018
  • 06-04-2018
  • 05-04-2018
  • 04-04-2018
  • 03-04-2018
  • 02-04-2018
  • 01-04-2018
  • 31-03-2018
  • 30-03-2018
  • 29-03-2018
  • 28-03-2018
  • 27-03-2018
  • 26-03-2018
  • 25-03-2018
  • 24-03-2018
  • 23-03-2018
  • 22-03-2018
  • 21-03-2018
  • 20-03-2018
  • 19-03-2018
  • 18-03-2018
  • 17-03-2018
  • 16-03-2018
  • 15-03-2018
  • 14-03-2018
  • 13-03-2018
  • 12-03-2018
  • 11-03-2018
  • 10-03-2018
  • 09-03-2018
  • 08-03-2018
  • 07-03-2018
  • 06-03-2018
  • 05-03-2018
  • 04-03-2018
  • 03-03-2018
  • 02-03-2018
  • 01-03-2018
  • 28-02-2018
  • 27-02-2018
  • 26-02-2018
  • 25-02-2018
  • 24-02-2018
  • 23-02-2018
  • 22-02-2018
  • 21-02-2018
  • 20-02-2018
  • 19-02-2018
  • 18-02-2018
  • 17-02-2018
  • 16-02-2018
  • 15-02-2018
  • 14-02-2018
  • 13-02-2018
  • 12-02-2018
  • 11-02-2018
  • 10-02-2018
  • 09-02-2018
  • 08-02-2018
  • 07-02-2018
  • 06-02-2018
  • 05-02-2018
  • 04-02-2018
  • 03-02-2018
  • 02-02-2018
  • 01-02-2018
  • 31-01-2018
  • 30-01-2018
  • 29-01-2018
  • 28-01-2018
  • 27-01-2018
  • 26-01-2018
  • 25-01-2018
  • 24-01-2018
  • 23-01-2018
  • 22-01-2018
  • 21-01-2018
  • 20-01-2018
  • 19-01-2018
  • 18-01-2018
  • 17-01-2018
  • 16-01-2018
  • 15-01-2018
  • 14-01-2018
  • 13-01-2018
  • 12-01-2018
  • 11-01-2018
  • 10-01-2018
  • 09-01-2018
  • 08-01-2018
  • 07-01-2018
  • 06-01-2018
  • 05-01-2018
  • 04-01-2018
  • 03-01-2018
  • 02-01-2018
  • 01-01-2018
  • 31-12-2017
  • 30-12-2017
  • 29-12-2017
  • 28-12-2017
  • 27-12-2017
  • 26-12-2017
  • 25-12-2017
  • 24-12-2017
  • 23-12-2017
  • 22-12-2017
  • 21-12-2017
  • 20-12-2017
  • 19-12-2017
  • 18-12-2017
  • 17-12-2017
  • 16-12-2017
  • 15-12-2017
  • 14-12-2017
  • 13-12-2017
  • 12-12-2017
  • 11-12-2017
  • 10-12-2017
  • 09-12-2017
  • 08-12-2017
  • 07-12-2017
  • 06-12-2017
  • 05-12-2017
  • 04-12-2017
  • 03-12-2017
  • 02-12-2017
  • 01-12-2017
  • 30-11-2017
  • 29-11-2017
  • 28-11-2017
  • 27-11-2017
  • 26-11-2017
  • 25-11-2017
  • 24-11-2017
  • 23-11-2017
  • 22-11-2017
  • 21-11-2017
  • 20-11-2017
  • 19-11-2017
  • 18-11-2017
  • 17-11-2017
  • 16-11-2017
  • 15-11-2017
  • 14-11-2017
  • 13-11-2017
  • 12-11-2017
  • 11-11-2017
  • 10-11-2017
  • 09-11-2017
  • 08-11-2017
  • 07-11-2017
  • 06-11-2017
  • 05-11-2017
  • 04-11-2017
  • 03-11-2017
  • 02-11-2017
  • 01-11-2017
  • 31-10-2017
  • 30-10-2017
  • 29-10-2017
  • 28-10-2017
  • 27-10-2017
  • 26-10-2017
  • 25-10-2017
  • 24-10-2017
  • 23-10-2017
  • 22-10-2017
  • 21-10-2017
  • 20-10-2017
  • 19-10-2017
  • 18-10-2017
  • 17-10-2017
  • 16-10-2017
  • 15-10-2017
  • 14-10-2017
  • 13-10-2017
  • 12-10-2017
  • 11-10-2017
  • 10-10-2017
  • 09-10-2017
  • 08-10-2017
  • 07-10-2017
  • 06-10-2017
  • 05-10-2017
  • 04-10-2017
  • 03-10-2017
  • 02-10-2017
  • 01-10-2017
  • 30-09-2017
  • 29-09-2017
  • 28-09-2017
  • 27-09-2017
  • 26-09-2017
  • 25-09-2017
  • 24-09-2017
  • 23-09-2017
  • 22-09-2017
  • 21-09-2017
  • 20-09-2017
  • 19-09-2017
  • 18-09-2017
  • 17-09-2017
  • 16-09-2017
  • 15-09-2017
  • 14-09-2017
  • 13-09-2017
  • 12-09-2017
  • 11-09-2017
  • 10-09-2017
  • 09-09-2017
  • 08-09-2017
  • 07-09-2017
  • 06-09-2017
  • 05-09-2017
  • 04-09-2017
  • 03-09-2017
  • 02-09-2017
  • 01-09-2017
  • 31-08-2017
  • 30-08-2017
  • 29-08-2017
  • 28-08-2017
  • 27-08-2017
  • 26-08-2017
  • 25-08-2017
  • 24-08-2017
  • 23-08-2017
  • 22-08-2017
  • 21-08-2017
  • 20-08-2017
  • 19-08-2017
  • 18-08-2017
  • 17-08-2017
  • 16-08-2017
  • 15-08-2017
  • 14-08-2017
  • 13-08-2017
  • 12-08-2017
  • 11-08-2017
  • 10-08-2017
  • 09-08-2017
  • 08-08-2017
  • 07-08-2017
  • 06-08-2017
  • 05-08-2017
  • 04-08-2017
  • 03-08-2017
  • 02-08-2017
  • 01-08-2017
  • 31-07-2017
  • 30-07-2017
  • 29-07-2017
  • 28-07-2017
  • 27-07-2017
  • 26-07-2017
  • 25-07-2017
  • 24-07-2017
  • 23-07-2017
  • 22-07-2017
  • 21-07-2017
  • 20-07-2017
  • 19-07-2017
  • 18-07-2017
  • 17-07-2017
  • 16-07-2017
  • 15-07-2017
  • 14-07-2017
  • 13-07-2017
  • 12-07-2017
  • 11-07-2017
  • 10-07-2017
  • 09-07-2017
  • 08-07-2017
  • 07-07-2017
  • 06-07-2017
  • 05-07-2017
  • 04-07-2017
  • 03-07-2017
  • 02-07-2017
  • 01-07-2017
  • 30-06-2017
  • 29-06-2017
  • 28-06-2017
  • 27-06-2017
  • 26-06-2017
  • 25-06-2017
  • 24-06-2017
  • 23-06-2017
  • 22-06-2017
  • 21-06-2017
  • 20-06-2017
  • 19-06-2017
  • 18-06-2017
  • 17-06-2017
  • 16-06-2017
  • 15-06-2017
  • 14-06-2017
  • 13-06-2017
  • 12-06-2017
  • 11-06-2017
  • 10-06-2017
  • 09-06-2017
  • 08-06-2017
  • 07-06-2017
  • 06-06-2017
  • 05-06-2017
  • 04-06-2017
  • 03-06-2017
  • 02-06-2017
  • 01-06-2017
  • 31-05-2017
  • 30-05-2017
  • 29-05-2017
  • 28-05-2017
  • 27-05-2017
  • 26-05-2017
  • 25-05-2017
  • 24-05-2017
  • 23-05-2017
  • 22-05-2017
  • 21-05-2017
  • 20-05-2017
  • 19-05-2017
  • 18-05-2017
  • 17-05-2017
  • 16-05-2017
  • 15-05-2017
  • 14-05-2017
  • 13-05-2017
  • 12-05-2017
  • 11-05-2017
  • 10-05-2017
  • 09-05-2017
  • 08-05-2017
  • 07-05-2017
  • 06-05-2017
  • 05-05-2017
  • 04-05-2017
  • 03-05-2017
  • 02-05-2017
  • 01-05-2017
  • 30-04-2017
  • 29-04-2017
  • 28-04-2017
  • 27-04-2017
  • 26-04-2017
  • 25-04-2017
  • 24-04-2017
  • 23-04-2017
  • 22-04-2017
  • 21-04-2017
  • 20-04-2017
  • 19-04-2017
  • 18-04-2017
  • 17-04-2017
  • 16-04-2017
  • 15-04-2017
  • 14-04-2017
  • 13-04-2017
  • 12-04-2017
  • 11-04-2017
  • 10-04-2017
  • 09-04-2017
  • 08-04-2017
  • 07-04-2017
  • 06-04-2017
  • 05-04-2017
  • 04-04-2017
  • 03-04-2017
  • 02-04-2017
  • 01-04-2017
  • 31-03-2017
  • 30-03-2017
  • 29-03-2017
  • 28-03-2017
  • 27-03-2017
  • 26-03-2017
  • 25-03-2017
  • 24-03-2017
  • 23-03-2017
  • 22-03-2017
  • 21-03-2017
  • 20-03-2017
  • 19-03-2017
  • 18-03-2017
  • 17-03-2017
  • 16-03-2017
  • 15-03-2017
  • 14-03-2017
  • 13-03-2017
  • 12-03-2017
  • 11-03-2017
  • 10-03-2017
  • 09-03-2017
  • 08-03-2017
  • 07-03-2017
  • 06-03-2017
  • 05-03-2017
  • 04-03-2017
  • 03-03-2017
  • 02-03-2017
  • 01-03-2017
  • 28-02-2017
  • 27-02-2017
  • 26-02-2017
  • 25-02-2017
  • 24-02-2017
  • 23-02-2017
  • 22-02-2017
  • 21-02-2017
  • 20-02-2017
  • 19-02-2017
  • 18-02-2017
  • 17-02-2017
  • 16-02-2017
  • 15-02-2017
  • 14-02-2017
  • 13-02-2017
  • 12-02-2017
  • 11-02-2017
  • 10-02-2017
  • 09-02-2017
  • 08-02-2017
  • 07-02-2017
  • 06-02-2017
  • 05-02-2017
  • 04-02-2017
  • 03-02-2017
  • 02-02-2017
  • 01-02-2017
  • 31-01-2017
  • 30-01-2017
  • 29-01-2017
  • 28-01-2017
  • 27-01-2017
  • 26-01-2017
  • 25-01-2017
  • 24-01-2017
  • 23-01-2017
  • 22-01-2017
  • 21-01-2017
  • 20-01-2017
  • 19-01-2017
  • 18-01-2017
  • 17-01-2017
  • 16-01-2017
  • 15-01-2017
  • 14-01-2017
  • 13-01-2017
  • 12-01-2017
  • 11-01-2017
  • 10-01-2017
  • 09-01-2017
  • 08-01-2017
  • 07-01-2017
  • 06-01-2017
  • 05-01-2017
  • 04-01-2017
  • 03-01-2017
  • 02-01-2017
  • 01-01-2017
  • 31-12-2016
  • 30-12-2016
  • 29-12-2016
  • 28-12-2016
  • 27-12-2016
  • 26-12-2016
  • 25-12-2016
  • 24-12-2016
  • 23-12-2016
  • 22-12-2016
  • 21-12-2016
  • 20-12-2016
  • 19-12-2016
  • 18-12-2016
  • 17-12-2016
  • 16-12-2016
  • 15-12-2016
  • 14-12-2016
  • 13-12-2016
  • 12-12-2016
  • 11-12-2016
  • 10-12-2016
  • 09-12-2016
  • 08-12-2016
  • 07-12-2016
  • 06-12-2016
  • 05-12-2016
  • 04-12-2016
  • 03-12-2016
  • 02-12-2016
  • 01-12-2016
  • 30-11-2016
  • 29-11-2016
  • 28-11-2016
  • 27-11-2016
  • 26-11-2016
  • 25-11-2016
  • 24-11-2016
  • 23-11-2016
  • 22-11-2016
  • 21-11-2016
  • 20-11-2016
  • 19-11-2016
  • 18-11-2016
  • 17-11-2016
  • 16-11-2016
  • 15-11-2016
  • 14-11-2016
  • 13-11-2016
  • 12-11-2016
  • 11-11-2016
  • 10-11-2016
  • 09-11-2016
  • 08-11-2016
  • 07-11-2016
  • 06-11-2016
  • 05-11-2016
  • 04-11-2016
  • 03-11-2016
  • 02-11-2016
  • 01-11-2016
  • 31-10-2016
  • 30-10-2016
  • 29-10-2016
  • 28-10-2016
  • 27-10-2016
  • 26-10-2016
  • 25-10-2016
  • 24-10-2016
  • 23-10-2016
  • 22-10-2016
  • 21-10-2016
  • 20-10-2016
  • 19-10-2016
  • 18-10-2016
  • 17-10-2016
  • 16-10-2016
  • 15-10-2016
  • 14-10-2016
  • 13-10-2016
  • 12-10-2016
  • 11-10-2016
  • 10-10-2016
  • 09-10-2016
  • 08-10-2016
  • 07-10-2016
  • 06-10-2016
  • 05-10-2016
  • 04-10-2016
  • 03-10-2016
  • 02-10-2016
  • 01-10-2016
  • 30-09-2016
  • 29-09-2016
  • 28-09-2016
  • 27-09-2016
  • 26-09-2016
  • 25-09-2016
  • 24-09-2016
  • 23-09-2016
  • 22-09-2016
  • 21-09-2016
  • 20-09-2016
  • 19-09-2016
  • 18-09-2016
  • 17-09-2016
  • 16-09-2016
  • 15-09-2016
  • 14-09-2016
  • 13-09-2016
  • 12-09-2016
  • 11-09-2016
  • 10-09-2016
  • 09-09-2016
  • 08-09-2016
  • 07-09-2016
  • 06-09-2016
  • 05-09-2016
  • 04-09-2016
  • 03-09-2016
  • 02-09-2016
  • 01-09-2016
  • 31-08-2016
  • 30-08-2016
  • 29-08-2016
  • 28-08-2016
  • 27-08-2016
  • 26-08-2016
  • 25-08-2016
  • 24-08-2016
  • 23-08-2016
  • 22-08-2016
  • 21-08-2016
  • 20-08-2016
  • 19-08-2016
  • 18-08-2016
  • 17-08-2016
  • 16-08-2016
  • 15-08-2016
  • 14-08-2016
  • 13-08-2016
  • 12-08-2016
  • 11-08-2016
  • 10-08-2016
  • 09-08-2016
  • 08-08-2016
  • 07-08-2016
  • 06-08-2016
  • 05-08-2016
  • 04-08-2016
  • 03-08-2016
  • 02-08-2016
  • 01-08-2016
  • 31-07-2016
  • 30-07-2016
  • 29-07-2016
  • 28-07-2016
  • 27-07-2016
  • 26-07-2016
  • 25-07-2016
  • 24-07-2016
  • 23-07-2016
  • 22-07-2016
  • 21-07-2016
  • 20-07-2016
  • 19-07-2016
  • 18-07-2016
  • 17-07-2016
  • 16-07-2016
  • 15-07-2016
  • 14-07-2016
  • 13-07-2016
  • 12-07-2016
  • 11-07-2016
  • 10-07-2016
  • 09-07-2016
  • 08-07-2016
  • 07-07-2016
  • 06-07-2016
  • 05-07-2016
  • 04-07-2016
  • 03-07-2016
  • 02-07-2016
  • 01-07-2016
  • 30-06-2016
  • 29-06-2016
  • 28-06-2016
  • 27-06-2016
  • 26-06-2016
  • 25-06-2016
  • 24-06-2016
  • 23-06-2016
  • 22-06-2016
  • 21-06-2016
  • 20-06-2016
  • 19-06-2016
  • 18-06-2016
  • 17-06-2016
  • 16-06-2016
  • 15-06-2016
  • 14-06-2016
  • 13-06-2016
  • 12-06-2016
  • 11-06-2016
  • 10-06-2016
  • 09-06-2016
  • 08-06-2016
  • 07-06-2016
  • 06-06-2016
  • 05-06-2016
  • 04-06-2016
  • 03-06-2016
  • 02-06-2016
  • 01-06-2016
  • 31-05-2016
  • 30-05-2016
  • 29-05-2016
  • 28-05-2016
  • 27-05-2016
  • 26-05-2016
  • 25-05-2016
  • 24-05-2016
  • 23-05-2016
  • 22-05-2016
  • 21-05-2016
  • 20-05-2016
  • 19-05-2016
  • 18-05-2016
  • 17-05-2016
  • 16-05-2016
  • 15-05-2016
  • 14-05-2016
  • 13-05-2016
  • 12-05-2016
  • 11-05-2016
  • 10-05-2016
  • 09-05-2016
  • 08-05-2016
  • 07-05-2016
  • 06-05-2016
  • 05-05-2016
  • 04-05-2016
  • 03-05-2016
  • 02-05-2016
  • 01-05-2016
  • 30-04-2016
  • 29-04-2016
  • 28-04-2016
  • 27-04-2016
  • 26-04-2016
  • 25-04-2016
  • 24-04-2016
  • 23-04-2016
  • 22-04-2016
  • 21-04-2016
  • 20-04-2016
  • 19-04-2016
  • 18-04-2016
  • 17-04-2016
  • 16-04-2016
  • 15-04-2016
  • 14-04-2016
  • 13-04-2016
  • 12-04-2016
  • 11-04-2016
  • 10-04-2016
  • 09-04-2016
  • 08-04-2016
  • 07-04-2016
  • 06-04-2016
  • 05-04-2016
  • 04-04-2016
  • 03-04-2016
  • 02-04-2016
  • 01-04-2016
  • 31-03-2016
  • 30-03-2016
  • 29-03-2016
  • 28-03-2016
  • 27-03-2016
  • 26-03-2016
  • 25-03-2016
  • 24-03-2016
  • 23-03-2016
  • 22-03-2016
  • 21-03-2016
  • 20-03-2016
  • 19-03-2016
  • 18-03-2016
  • 17-03-2016
  • 16-03-2016
  • 15-03-2016
  • 14-03-2016
  • 13-03-2016
  • 12-03-2016
  • 11-03-2016
  • 10-03-2016
  • 09-03-2016
  • 08-03-2016
  • 07-03-2016
  • 06-03-2016
  • 05-03-2016
  • 04-03-2016
  • 03-03-2016
  • 02-03-2016
  • 01-03-2016
  • 29-02-2016
  • 28-02-2016
  • 27-02-2016
  • 26-02-2016
  • 25-02-2016
  • 24-02-2016
  • 23-02-2016
  • 22-02-2016
  • 21-02-2016
  • 20-02-2016
  • 19-02-2016
  • 18-02-2016
  • 17-02-2016
  • 16-02-2016
  • 15-02-2016
  • 14-02-2016
  • 13-02-2016
  • 12-02-2016
  • 11-02-2016
  • 10-02-2016
  • 09-02-2016
  • 08-02-2016
  • 07-02-2016
  • 06-02-2016
  • 05-02-2016
  • 04-02-2016
  • 03-02-2016
  • 02-02-2016
  • 01-02-2016
  • 31-01-2016
  • 30-01-2016
  • 29-01-2016
  • 28-01-2016
  • 27-01-2016
  • 26-01-2016
  • 25-01-2016
  • 24-01-2016
  • 23-01-2016
  • 22-01-2016
  • 21-01-2016
  • 20-01-2016
  • 19-01-2016
  • 18-01-2016
  • 17-01-2016
  • 16-01-2016
  • 15-01-2016
  • 14-01-2016
  • 13-01-2016
  • 12-01-2016
  • 11-01-2016
  • 10-01-2016
  • 09-01-2016
  • 08-01-2016
  • 07-01-2016
  • 06-01-2016
  • 05-01-2016
  • 04-01-2016
  • 03-01-2016
  • 02-01-2016
  • 01-01-2016
  • 31-12-2015
  • 30-12-2015
  • 29-12-2015
  • 28-12-2015
  • 27-12-2015
  • 26-12-2015
  • 25-12-2015
  • 24-12-2015
  • 23-12-2015
  • 22-12-2015
  • 21-12-2015
  • 20-12-2015
  • 19-12-2015
  • 18-12-2015
  • 17-12-2015
  • 16-12-2015
  • 15-12-2015
  • 14-12-2015
  • 13-12-2015
  • 12-12-2015
  • 11-12-2015
  • 10-12-2015
  • 09-12-2015
  • 08-12-2015
  • 07-12-2015
  • 06-12-2015
  • 05-12-2015
  • 04-12-2015
  • 03-12-2015
  • 02-12-2015
  • 01-12-2015
  • 30-11-2015
  • 29-11-2015
  • 28-11-2015
  • 27-11-2015
  • 26-11-2015
  • 25-11-2015
  • 24-11-2015
  • 23-11-2015
  • 22-11-2015
  • 21-11-2015
  • 20-11-2015
  • 19-11-2015
  • 18-11-2015
  • 17-11-2015
  • 16-11-2015
  • 15-11-2015
  • 14-11-2015
  • 13-11-2015
  • 12-11-2015
  • 11-11-2015
  • 10-11-2015
  • 09-11-2015
  • 08-11-2015
  • 07-11-2015
  • 06-11-2015
  • 05-11-2015
  • 04-11-2015
  • 03-11-2015
  • 02-11-2015
  • 01-11-2015
  • 31-10-2015
  • 30-10-2015
  • 29-10-2015
  • 28-10-2015
  • 27-10-2015
  • 26-10-2015
  • 25-10-2015
  • 24-10-2015
  • 23-10-2015
  • 22-10-2015
  • 21-10-2015
  • 20-10-2015
  • 19-10-2015
  • 18-10-2015
  • 17-10-2015
  • 16-10-2015
  • 15-10-2015
  • 14-10-2015
  • 13-10-2015
  • 12-10-2015
  • 11-10-2015
  • 10-10-2015
  • 09-10-2015
  • 08-10-2015
  • 07-10-2015
  • 06-10-2015
  • 05-10-2015
  • 04-10-2015
  • 03-10-2015
  • 02-10-2015
  • 01-10-2015
  • 30-09-2015
  • 29-09-2015
  • 28-09-2015
  • 27-09-2015
  • 26-09-2015
  • 25-09-2015
  • 24-09-2015
  • 23-09-2015
  • 22-09-2015
  • 21-09-2015
  • 20-09-2015
  • 19-09-2015
  • 18-09-2015
  • 17-09-2015
  • 16-09-2015
  • 15-09-2015
  • 14-09-2015
  • 13-09-2015
  • 12-09-2015
  • 11-09-2015
  • 10-09-2015
  • 09-09-2015
  • 08-09-2015
  • 07-09-2015
  • 06-09-2015
  • 05-09-2015
  • 04-09-2015
  • 03-09-2015
  • 02-09-2015
  • 01-09-2015
  • 31-08-2015
  • 30-08-2015
  • 29-08-2015
  • 28-08-2015
  • 27-08-2015
  • 26-08-2015
  • 25-08-2015
  • 24-08-2015
  • 23-08-2015
  • 22-08-2015
  • 21-08-2015
  • 20-08-2015
  • 19-08-2015
  • 18-08-2015
  • 17-08-2015
  • 16-08-2015
  • 15-08-2015
  • 14-08-2015
  • 13-08-2015
  • 12-08-2015
  • 11-08-2015
  • 10-08-2015
  • 09-08-2015
  • 08-08-2015
  • 07-08-2015
  • 06-08-2015
  • 05-08-2015
  • 04-08-2015
  • 03-08-2015
  • 02-08-2015
  • 01-08-2015
  • 31-07-2015
  • 30-07-2015
  • 29-07-2015
  • 28-07-2015
  • 27-07-2015
  • 26-07-2015
  • 25-07-2015
  • 24-07-2015
  • 23-07-2015
  • 22-07-2015
  • 21-07-2015
  • 20-07-2015
  • 19-07-2015
  • 18-07-2015
  • 17-07-2015
  • 16-07-2015
  • 15-07-2015
  • 14-07-2015
  • 13-07-2015
  • 12-07-2015
  • 11-07-2015
  • 10-07-2015
  • 09-07-2015
  • 08-07-2015
  • 07-07-2015
  • 06-07-2015
  • 05-07-2015
  • 04-07-2015
  • 03-07-2015
  • 02-07-2015
  • 01-07-2015
  • 30-06-2015
  • 29-06-2015
  • 28-06-2015
  • 27-06-2015
  • 26-06-2015
  • 25-06-2015
  • 24-06-2015
  • 23-06-2015
  • 22-06-2015
  • 21-06-2015
  • 20-06-2015
  • 19-06-2015
  • 18-06-2015
  • 17-06-2015
  • 16-06-2015
  • 15-06-2015
  • 14-06-2015
  • 13-06-2015
  • 12-06-2015
  • 11-06-2015
  • 10-06-2015
  • 09-06-2015
  • 08-06-2015
  • 07-06-2015
  • 06-06-2015
  • 05-06-2015
  • 04-06-2015
  • 03-06-2015
  • 02-06-2015
  • 01-06-2015
  • 31-05-2015
  • 30-05-2015
  • 29-05-2015
  • 28-05-2015
  • 27-05-2015
  • 26-05-2015
  • 25-05-2015
  • 24-05-2015
  • 23-05-2015
  • 22-05-2015
  • 21-05-2015
  • 20-05-2015
  • 19-05-2015
  • 18-05-2015
  • 17-05-2015
  • 16-05-2015
  • 15-05-2015
  • 14-05-2015
  • 13-05-2015
  • 12-05-2015
  • 11-05-2015
  • 10-05-2015
  • 09-05-2015
  • 08-05-2015
  • 07-05-2015
  • 06-05-2015
  • 05-05-2015
  • 04-05-2015
  • 03-05-2015
  • 02-05-2015
  • 01-05-2015
  • 30-04-2015
  • 29-04-2015
  • 28-04-2015
  • 27-04-2015
  • 26-04-2015
  • 25-04-2015
  • 24-04-2015
  • 23-04-2015
  • 22-04-2015
  • 21-04-2015
  • 20-04-2015
  • 19-04-2015
  • 18-04-2015
  • 17-04-2015
  • 16-04-2015
  • 15-04-2015
  • 14-04-2015
  • 13-04-2015
  • 12-04-2015
  • 11-04-2015
  • 10-04-2015
  • 09-04-2015
  • 08-04-2015
  • 07-04-2015
  • 06-04-2015
  • 05-04-2015
  • 04-04-2015
  • 03-04-2015
  • 02-04-2015
  • 01-04-2015
  • 31-03-2015
  • 30-03-2015
  • 29-03-2015
  • 28-03-2015
  • 27-03-2015
  • 26-03-2015
  • 25-03-2015
  • 24-03-2015
  • 23-03-2015
  • 22-03-2015
  • 21-03-2015
  • 20-03-2015
  • 19-03-2015
  • 18-03-2015
  • 17-03-2015
  • 16-03-2015
  • 15-03-2015
  • 14-03-2015
  • 13-03-2015
  • 12-03-2015
  • 11-03-2015
  • 10-03-2015
  • 09-03-2015
  • 08-03-2015
  • 07-03-2015
  • 06-03-2015
  • 05-03-2015
  • 04-03-2015
  • 03-03-2015
  • 02-03-2015
  • 01-03-2015
  • 28-02-2015
  • 27-02-2015
  • 26-02-2015
  • 25-02-2015
  • 24-02-2015
  • 23-02-2015
  • 22-02-2015
  • 21-02-2015
  • 20-02-2015
  • 19-02-2015
  • 18-02-2015
  • 17-02-2015
  • 16-02-2015
  • 15-02-2015
  • 14-02-2015
  • 13-02-2015
  • 12-02-2015
  • 11-02-2015
  • 10-02-2015
  • 09-02-2015
  • 08-02-2015
  • 07-02-2015
  • 06-02-2015
  • 05-02-2015
  • 04-02-2015
  • 03-02-2015
  • 02-02-2015
  • 01-02-2015
  • 31-01-2015
  • 30-01-2015
  • 29-01-2015
  • 28-01-2015
  • 27-01-2015
  • 26-01-2015
  • 25-01-2015
  • 24-01-2015
  • 23-01-2015
  • 22-01-2015
  • 21-01-2015
  • 20-01-2015
  • 19-01-2015
  • 18-01-2015
  • 17-01-2015
  • 16-01-2015
  • 15-01-2015
  • 14-01-2015
  • 13-01-2015
  • 12-01-2015
  • 11-01-2015
  • 10-01-2015
  • 09-01-2015
  • 08-01-2015
  • 07-01-2015
  • 06-01-2015
  • 05-01-2015
  • 04-01-2015
  • 03-01-2015
  • 02-01-2015
  • 01-01-2015
  • 31-12-2014
  • 30-12-2014
  • 29-12-2014
  • 28-12-2014
  • 27-12-2014
  • 26-12-2014
  • 25-12-2014
  • 24-12-2014
  • 23-12-2014
  • 22-12-2014
  • 21-12-2014
  • 20-12-2014
  • 19-12-2014
  • 18-12-2014
  • 17-12-2014
  • 16-12-2014
  • 15-12-2014
  • 14-12-2014
  • 13-12-2014
  • 12-12-2014
  • 11-12-2014
  • 10-12-2014
  • 09-12-2014
  • 08-12-2014
  • 07-12-2014
  • 06-12-2014
  • 05-12-2014
  • 04-12-2014
  • 03-12-2014
  • 02-12-2014
  • 01-12-2014
  • 30-11-2014
  • 29-11-2014
  • 28-11-2014
  • 27-11-2014
  • 26-11-2014
  • 25-11-2014
  • 24-11-2014
  • 23-11-2014
  • 22-11-2014
  • 21-11-2014
  • 20-11-2014
  • 19-11-2014
  • 18-11-2014
  • 17-11-2014
  • 16-11-2014
  • 15-11-2014
  • 14-11-2014
  • 13-11-2014
  • 12-11-2014
  • 11-11-2014
  • 10-11-2014
  • 09-11-2014
  • 08-11-2014
  • 07-11-2014
  • 06-11-2014
  • 05-11-2014
  • 04-11-2014
  • 03-11-2014
  • 02-11-2014
  • 01-11-2014
  • 31-10-2014
  • 30-10-2014
  • 29-10-2014
  • 28-10-2014
  • 27-10-2014
  • 26-10-2014
  • 25-10-2014
  • 24-10-2014
  • 23-10-2014
  • 22-10-2014
  • 21-10-2014
  • 20-10-2014
  • 19-10-2014
  • 18-10-2014
  • 17-10-2014
  • 16-10-2014
  • 15-10-2014
  • 14-10-2014
  • 13-10-2014
  • 12-10-2014
  • 11-10-2014
  • 10-10-2014
  • 09-10-2014
  • 08-10-2014
  • 07-10-2014
  • 06-10-2014
  • 05-10-2014
  • 04-10-2014
  • 03-10-2014
  • 02-10-2014
  • 01-10-2014
  • 30-09-2014
  • 29-09-2014
  • 28-09-2014
  • 27-09-2014
  • 26-09-2014
  • 25-09-2014
  • 24-09-2014
  • 23-09-2014
  • 22-09-2014
  • 21-09-2014
  • 20-09-2014
  • 19-09-2014
  • 18-09-2014
  • 17-09-2014
  • 16-09-2014
  • 15-09-2014
  • 14-09-2014
  • 13-09-2014
  • 12-09-2014
  • 11-09-2014
  • 10-09-2014
  • 09-09-2014
  • 08-09-2014
  • 07-09-2014
  • 06-09-2014
  • 05-09-2014
  • 04-09-2014
  • 03-09-2014
  • 02-09-2014
  • 01-09-2014
  • 31-08-2014
  • 30-08-2014
  • 29-08-2014
  • 28-08-2014
  • 27-08-2014
  • 26-08-2014
  • 25-08-2014
  • 24-08-2014
  • 23-08-2014
  • 22-08-2014
  • 21-08-2014
  • 20-08-2014
  • 19-08-2014
  • 18-08-2014
  • 17-08-2014
  • 16-08-2014
  • 15-08-2014
  • 14-08-2014
  • 13-08-2014
  • 12-08-2014
  • 11-08-2014
  • 10-08-2014
  • 09-08-2014
  • 08-08-2014
  • 07-08-2014
  • 06-08-2014
  • 05-08-2014
  • 04-08-2014
  • 03-08-2014
  • 02-08-2014
  • 01-08-2014
  • 31-07-2014
  • 30-07-2014
  • 29-07-2014
  • 28-07-2014
  • 27-07-2014
  • 26-07-2014
  • 25-07-2014
  • 24-07-2014
  • 23-07-2014
  • 22-07-2014
  • 21-07-2014
  • 20-07-2014
  • 19-07-2014
  • 18-07-2014
  • 17-07-2014
  • 16-07-2014
  • 15-07-2014
  • 14-07-2014
  • 13-07-2014
  • 12-07-2014
  • 11-07-2014
  • 10-07-2014
  • 09-07-2014
  • 08-07-2014
  • 07-07-2014
  • 06-07-2014
  • 05-07-2014
  • 04-07-2014
  • 03-07-2014
  • 02-07-2014
  • 01-07-2014
  • 30-06-2014
  • 29-06-2014
  • 28-06-2014
  • 27-06-2014
  • 26-06-2014
  • 25-06-2014
  • 24-06-2014
  • 23-06-2014
  • 22-06-2014
  • 21-06-2014
  • 20-06-2014
  • 19-06-2014
  • 18-06-2014
  • 17-06-2014
  • 16-06-2014
  • 15-06-2014
  • 14-06-2014
  • 13-06-2014
  • 12-06-2014
  • 11-06-2014
  • 10-06-2014
  • 09-06-2014
  • 08-06-2014
  • 07-06-2014
  • 06-06-2014
  • 05-06-2014
  • 04-06-2014
  • 03-06-2014
  • 02-06-2014
  • 01-06-2014
  • 31-05-2014
  • 30-05-2014
  • 29-05-2014
  • 28-05-2014
  • 27-05-2014
  • 26-05-2014
  • 25-05-2014
  • 24-05-2014
  • 23-05-2014
  • 22-05-2014
  • 21-05-2014
  • 20-05-2014
  • 19-05-2014
  • 18-05-2014
  • 17-05-2014
  • 16-05-2014
  • 15-05-2014
  • 14-05-2014
  • 13-05-2014
  • 12-05-2014
  • 11-05-2014
  • 10-05-2014
  • 09-05-2014
  • 08-05-2014
  • 07-05-2014
  • 06-05-2014
  • 05-05-2014
  • 04-05-2014
  • 03-05-2014
  • 02-05-2014
  • 01-05-2014
  • 30-04-2014
  • 29-04-2014
  • 28-04-2014
  • 27-04-2014
  • 26-04-2014
  • 25-04-2014
  • 24-04-2014
  • 23-04-2014
  • 22-04-2014
  • 21-04-2014
  • 20-04-2014
  • 19-04-2014
  • 18-04-2014
  • 17-04-2014
  • 16-04-2014
  • 15-04-2014
  • 14-04-2014
  • 13-04-2014
  • 12-04-2014
  • 11-04-2014
  • 10-04-2014
  • 09-04-2014
  • 08-04-2014
  • 07-04-2014
  • 06-04-2014
  • 05-04-2014
  • 04-04-2014
  • 03-04-2014
  • 02-04-2014
  • 01-04-2014
  • 31-03-2014
  • 30-03-2014
  • 29-03-2014
  • 28-03-2014
  • 27-03-2014
  • 26-03-2014
  • 25-03-2014
  • 24-03-2014
  • 23-03-2014
  • 22-03-2014
  • 21-03-2014
  • 20-03-2014
  • 19-03-2014
  • 18-03-2014
  • 17-03-2014
  • 16-03-2014
  • 15-03-2014
  • 14-03-2014
  • 13-03-2014
  • 12-03-2014
  • 11-03-2014
  • 10-03-2014
  • 09-03-2014
  • 08-03-2014
  • 07-03-2014
  • 06-03-2014
  • 05-03-2014
  • 04-03-2014
  • 03-03-2014
  • 02-03-2014
  • 01-03-2014
  • 28-02-2014
  • 27-02-2014
  • 26-02-2014
  • 25-02-2014
  • 24-02-2014
  • 23-02-2014
  • 22-02-2014
  • 21-02-2014
  • 20-02-2014
  • 19-02-2014
  • 18-02-2014
  • 17-02-2014
  • 16-02-2014
  • 15-02-2014
  • 14-02-2014
  • 13-02-2014
  • 12-02-2014
  • 11-02-2014
  • 10-02-2014
  • 09-02-2014
  • 08-02-2014
  • 07-02-2014
  • 06-02-2014
  • 05-02-2014
  • 04-02-2014
  • 03-02-2014
  • 02-02-2014
  • 01-02-2014
  • 31-01-2014
  • 30-01-2014
  • 29-01-2014
  • 28-01-2014
  • 27-01-2014
  • 26-01-2014
  • 25-01-2014
  • 24-01-2014
  • 23-01-2014
  • 22-01-2014
  • 21-01-2014
  • 20-01-2014
  • 19-01-2014
  • 18-01-2014
  • 17-01-2014
  • 16-01-2014
  • 15-01-2014
  • 14-01-2014
  • 13-01-2014
  • 12-01-2014
  • 11-01-2014
  • 10-01-2014
  • 09-01-2014
  • 08-01-2014
  • 07-01-2014
  • 06-01-2014
  • 05-01-2014
  • 04-01-2014
  • 03-01-2014
  • 02-01-2014
  • 01-01-2014
  • 31-12-2013
  • 30-12-2013
  • 29-12-2013
  • 28-12-2013
  • 27-12-2013
  • 26-12-2013
  • 25-12-2013
  • 24-12-2013
  • 23-12-2013
  • 22-12-2013
  • 21-12-2013
  • 20-12-2013
  • 19-12-2013
  • 18-12-2013
  • 17-12-2013
  • 16-12-2013
  • 15-12-2013
  • 14-12-2013
  • 13-12-2013
  • 12-12-2013
  • 11-12-2013
  • 10-12-2013
  • 09-12-2013
  • 08-12-2013
  • 07-12-2013
  • 06-12-2013
  • 05-12-2013
  • 04-12-2013
  • 03-12-2013
  • 02-12-2013
  • 01-12-2013
  • 30-11-2013
  • 29-11-2013
  • 28-11-2013
  • 27-11-2013
  • 26-11-2013
  • 25-11-2013
  • 24-11-2013
  • 23-11-2013
  • 22-11-2013
  • 21-11-2013
  • 20-11-2013
  • 19-11-2013
  • 18-11-2013
  • 17-11-2013
  • 16-11-2013
  • 15-11-2013
  • 14-11-2013
  • 13-11-2013
  • 12-11-2013
  • 11-11-2013
  • 10-11-2013
  • 09-11-2013
  • 08-11-2013
  • 07-11-2013
  • 06-11-2013
  • 05-11-2013
  • 04-11-2013
  • 03-11-2013
  • 02-11-2013
  • 01-11-2013
  • 31-10-2013
  • 30-10-2013
  • 29-10-2013
  • 28-10-2013
  • 27-10-2013
  • 26-10-2013
  • 25-10-2013
  • 24-10-2013
  • 23-10-2013
  • 22-10-2013
  • 21-10-2013
  • 20-10-2013
  • 19-10-2013
  • 18-10-2013
  • 17-10-2013
  • 16-10-2013
  • 15-10-2013
  • 14-10-2013
  • 13-10-2013
  • 12-10-2013
  • 11-10-2013
  • 10-10-2013
  • 09-10-2013
  • 08-10-2013
  • 07-10-2013
  • 06-10-2013
  • 05-10-2013
  • 04-10-2013
  • 03-10-2013
  • 02-10-2013
  • 01-10-2013
  • 30-09-2013
  • 29-09-2013
  • 28-09-2013
  • 27-09-2013
  • 26-09-2013
  • 25-09-2013
  • 24-09-2013
  • 23-09-2013
  • 22-09-2013
  • 21-09-2013
  • 20-09-2013
  • 19-09-2013
  • 18-09-2013
  • 17-09-2013
  • 16-09-2013
  • 15-09-2013
  • 14-09-2013
  • 13-09-2013
  • 12-09-2013
  • 11-09-2013
  • 10-09-2013
  • 09-09-2013
  • 08-09-2013
  • 07-09-2013
  • 06-09-2013
  • 05-09-2013
  • 04-09-2013
  • 03-09-2013
  • 02-09-2013
  • 01-09-2013
  • 31-08-2013
  • 30-08-2013
  • 29-08-2013
  • 28-08-2013
  • 27-08-2013
  • 26-08-2013
  • 25-08-2013
  • 24-08-2013
  • 23-08-2013
  • 22-08-2013
  • 21-08-2013
  • 20-08-2013
  • 19-08-2013
  • 18-08-2013
  • 17-08-2013
  • 16-08-2013
  • 15-08-2013
  • 14-08-2013
  • 13-08-2013
  • 12-08-2013
  • 11-08-2013
  • 10-08-2013
  • 09-08-2013
  • 08-08-2013
  • 07-08-2013
  • 06-08-2013
  • 05-08-2013
  • 04-08-2013
  • 03-08-2013
  • 02-08-2013
  • 01-08-2013
  • 31-07-2013
  • 30-07-2013
  • 29-07-2013
  • 28-07-2013
  • 27-07-2013
  • 26-07-2013
  • 25-07-2013
  • 24-07-2013
  • 23-07-2013
  • 22-07-2013
  • 21-07-2013
  • 20-07-2013
  • 19-07-2013
  • 18-07-2013
  • 17-07-2013
  • 16-07-2013
  • 15-07-2013
  • 14-07-2013
  • 13-07-2013
  • 12-07-2013
  • 11-07-2013
  • 10-07-2013
  • 09-07-2013
  • 08-07-2013
  • 07-07-2013
  • 06-07-2013
  • 05-07-2013
  • 04-07-2013
  • 03-07-2013
  • 02-07-2013
  • 01-07-2013
  • 30-06-2013
  • 29-06-2013
  • 28-06-2013
  • 27-06-2013
  • 26-06-2013
  • 25-06-2013
  • 24-06-2013
  • 23-06-2013
  • 22-06-2013
  • 21-06-2013
  • 20-06-2013
  • 19-06-2013
  • 18-06-2013
  • 17-06-2013
  • 16-06-2013
  • 15-06-2013
  • 14-06-2013
  • 13-06-2013
  • 12-06-2013
  • 11-06-2013
  • 10-06-2013
  • 09-06-2013
  • 08-06-2013
  • 07-06-2013
  • 06-06-2013
  • 05-06-2013
  • 04-06-2013
  • 03-06-2013
  • 02-06-2013
  • 01-06-2013
  • 31-05-2013
  • 30-05-2013
  • 29-05-2013
  • 28-05-2013
  • 27-05-2013
  • 26-05-2013
  • 25-05-2013
  • 24-05-2013
  • 23-05-2013
  • 22-05-2013
  • 21-05-2013
  • 20-05-2013
  • 19-05-2013
  • 18-05-2013
  • 17-05-2013
  • 16-05-2013
  • 15-05-2013
  • 14-05-2013
  • 13-05-2013
  • 12-05-2013
  • 11-05-2013
  • 10-05-2013
  • 09-05-2013
  • 08-05-2013
  • 07-05-2013
  • 06-05-2013
  • 05-05-2013
  • 04-05-2013
  • 03-05-2013
  • 02-05-2013
  • 01-05-2013
  • 30-04-2013
  • 29-04-2013
  • 28-04-2013
  • 27-04-2013
  • 26-04-2013
  • 25-04-2013
  • 24-04-2013
  • 23-04-2013
  • 22-04-2013
  • 21-04-2013
  • 20-04-2013
  • 19-04-2013
  • 18-04-2013
  • 17-04-2013
  • 16-04-2013
  • 15-04-2013
  • 14-04-2013
  • 13-04-2013
  • 12-04-2013
  • 11-04-2013
  • 10-04-2013
  • 09-04-2013
  • 08-04-2013
  • 07-04-2013
  • 06-04-2013
  • 05-04-2013
  • 04-04-2013
  • 03-04-2013
  • 02-04-2013
  • 01-04-2013
  • 31-03-2013
  • 30-03-2013
  • 29-03-2013
  • 28-03-2013
  • 27-03-2013
  • 26-03-2013
  • 25-03-2013
  • 24-03-2013
  • 23-03-2013
  • 22-03-2013
  • 21-03-2013
  • 20-03-2013
  • 19-03-2013
  • 18-03-2013
  • 17-03-2013
  • 16-03-2013
  • 15-03-2013
  • 14-03-2013
  • 13-03-2013
  • 12-03-2013
  • 11-03-2013
  • 10-03-2013
  • 09-03-2013
  • 08-03-2013
  • 07-03-2013
  • 06-03-2013
  • 05-03-2013
  • 04-03-2013
  • 03-03-2013
  • 02-03-2013
  • 01-03-2013
  • 28-02-2013
  • 27-02-2013
  • 26-02-2013
  • 25-02-2013
  • 24-02-2013
  • 23-02-2013
  • 22-02-2013
  • 21-02-2013
  • 20-02-2013
  • 19-02-2013
  • 18-02-2013
  • 17-02-2013
  • 16-02-2013
  • 15-02-2013
  • 14-02-2013
  • 13-02-2013
  • 12-02-2013
  • 11-02-2013
  • 10-02-2013
  • 09-02-2013
  • 08-02-2013
  • 07-02-2013
  • 06-02-2013
  • 05-02-2013
  • 04-02-2013
  • 03-02-2013
  • 02-02-2013
  • 01-02-2013
  • 31-01-2013
  • 30-01-2013
  • 29-01-2013
  • 28-01-2013
  • 27-01-2013
  • 26-01-2013
  • 25-01-2013
  • 24-01-2013
  • 23-01-2013
  • 22-01-2013
  • 21-01-2013
  • 20-01-2013
  • 19-01-2013
  • 18-01-2013
  • 17-01-2013
  • 16-01-2013
  • 15-01-2013
  • 14-01-2013
  • 13-01-2013
  • 12-01-2013
  • 11-01-2013
  • 10-01-2013
  • 09-01-2013
  • 08-01-2013
  • 07-01-2013
  • 06-01-2013
  • 05-01-2013
  • 04-01-2013
  • 03-01-2013
  • 02-01-2013
  • 01-01-2013
  • 31-12-2012
  • 30-12-2012
  • 29-12-2012
  • 28-12-2012
  • 27-12-2012
  • 26-12-2012
  • 25-12-2012
  • 24-12-2012
  • 23-12-2012
  • 22-12-2012
  • 21-12-2012
  • 20-12-2012
  • 19-12-2012
  • 18-12-2012
  • 17-12-2012
  • 16-12-2012
  • 15-12-2012
  • 14-12-2012
  • 13-12-2012
  • 12-12-2012
  • 11-12-2012
  • 10-12-2012
  • 09-12-2012
  • 08-12-2012
  • 07-12-2012
  • 06-12-2012
  • 05-12-2012
  • 04-12-2012
  • 03-12-2012
  • 02-12-2012
  • 01-12-2012
  • 30-11-2012
  • 29-11-2012
  • 28-11-2012
  • 27-11-2012
  • 26-11-2012
  • 25-11-2012
  • 24-11-2012
  • 23-11-2012
  • 22-11-2012
  • 21-11-2012
  • 20-11-2012
  • 19-11-2012
  • 18-11-2012
  • 17-11-2012
  • 16-11-2012
  • 15-11-2012
  • 14-11-2012
  • 13-11-2012
  • 12-11-2012
  • 11-11-2012
  • 10-11-2012
  • 09-11-2012
  • 08-11-2012
  • 07-11-2012
  • 06-11-2012
  • 05-11-2012
  • 04-11-2012
  • 03-11-2012
  • 02-11-2012
  • 01-11-2012
  • 31-10-2012
  • 30-10-2012
  • 29-10-2012
  • 28-10-2012
  • 27-10-2012
  • 26-10-2012
  • 25-10-2012
  • 24-10-2012
  • 23-10-2012
  • 22-10-2012
  • 21-10-2012
  • 20-10-2012
  • 19-10-2012
  • 18-10-2012
  • 17-10-2012
  • 16-10-2012
  • 15-10-2012
  • 14-10-2012
  • 13-10-2012
  • 12-10-2012
  • 11-10-2012
  • 10-10-2012
  • 09-10-2012
  • 08-10-2012
  • 07-10-2012
  • 06-10-2012
  • 05-10-2012
  • 04-10-2012
  • 03-10-2012
  • 02-10-2012
  • 01-10-2012
  • 30-09-2012
  • 29-09-2012
  • 28-09-2012
  • 27-09-2012
  • 26-09-2012
  • 25-09-2012
  • 24-09-2012
  • 23-09-2012
  • 22-09-2012
  • 21-09-2012
  • 20-09-2012
  • 19-09-2012
  • 18-09-2012
  • 17-09-2012
  • 16-09-2012
  • 15-09-2012
  • 14-09-2012
  • 13-09-2012
  • 12-09-2012
  • 11-09-2012
  • 10-09-2012
  • 09-09-2012
  • 08-09-2012
  • 07-09-2012
  • 06-09-2012
  • 05-09-2012
  • 04-09-2012
  • 03-09-2012
  • 02-09-2012
  • 01-09-2012
  • 31-08-2012
  • 30-08-2012
  • 29-08-2012
  • 28-08-2012
  • 27-08-2012
  • 26-08-2012
  • 25-08-2012
  • 24-08-2012
  • 23-08-2012
  • 22-08-2012
  • 21-08-2012
  • 20-08-2012
  • 19-08-2012
  • 18-08-2012
  • 17-08-2012
  • 16-08-2012
  • 15-08-2012
  • 14-08-2012
  • 13-08-2012
  • 12-08-2012
  • 11-08-2012
  • 10-08-2012
  • 09-08-2012
  • 08-08-2012
  • 07-08-2012</