Romenu is een blog over gedichten, literatuur en kunst Maar Romenu is ook een professionele freelance vertaler Du-Ne en Ne-Du http://www.roumen-vertalingen.nl/
Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in het conducteurshuis aan de Waagplatz 2 in Salzburg geboren. Zijn vader, Tobias Trakl, was een handelaar in ijzerwaren en zijn moeder, die ook psychische problemen had, was Maria Catharina Trakl, (meisjesnaam Halik). Voorts had hij nog drie broers en drie zussen. Margarethe (doorgaans Grethe genoemd) stond hem het naast, zelfs zodanig dat sommigen een incestueuze verhouding vermoeden. Zijn jeugd bracht hij door in Salzburg. Vervolgens bezocht hij van 1897 tot 1905 het humanistische gymnasium. Om toch een academische opleiding te kunnen volgen, werkte hij tot 1908 in de praktijk bij een apotheker. Sommigen vermoedden dat hij dit vooral deed om zichzelf opiaten te kunnen verschaffen. Bij het uitbreken van WO I werd Trakl als medicus naar het front in Galicië (heden ten dage in Oekraïne en Polen) gestuurd. Zijn gemoedsschommelingen leidden tot geregelde uitbraken van depressie, die verergerd werden door de afschuw die hij voelde voor de verzorging van de ernstig verwonde soldaten. De spanning en druk dreven hem ertoe een suïcidepoging te ondernemen, welke zijn kameraden nochtans verhinderden. Hij werd in een militair ziekenhuis opgenomen in Kraków, alwaar hij onder strikt toezicht geplaatst werd.Trakl verzonk daar in nog zwaardere depressies en schreef Ficker om advies. Ficker overtuigde hem ervan dat hij contact moest opnemen met Wittgenstein, die inderdaad op weg ging na Trakls bericht te hebben ontvangen. Op 4 november 1914, drie dagen voordat Wittgenstein aan zou komen, overleed hij echter aan een overdosis cocaïne
Paul Celan
Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Paul Celans ouders waren Duitssprekende joden die hun zoon joods opvoedden en hem naar Duitse christelijke scholen stuurden. In 1942 werden Celans ouders door de Duitse bezetter naar een werkkamp gedeporteerd en daar vermoord. Hijzelf wist aanvankelijk onder te duiken, maar moest vanaf juli 1942 in een werkkamp dwangarbeid verrichten. Celan overleefde de oorlog. Via Boekarest en Wenen vestigde Celan zich in 1948 in Parijs. Daar was hij werkzaam als dichter, vertaler en doceerde hij aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure. Vermoedelijk op 20 april 1970 beëindigde hij zijn leven zelf door in de Seine te springen.
Gerard Reve
Gerard Reve over: Medearbeiders ”God is in de mensen, de dieren, de planten en alle dingen - in de schepping, die verlost moet worden of waaruit God verlost moet worden, door onze arbeid, aangezien wij medearbeiders van God zijn.” Openbaring ”Tja, waar berust elk godsbegrip op, elke vorm van religie? Op een openbaring, dat wil zeggen op een psychische ervaring van zulk een dwingende en onverbiddelijke kracht, dat de betrokkene het gevoel heeft, niet dat hij een gedachte of een visioen heeft, maar dat een gedachte gedachte of visioen hem bezit en overweldigt.”
Simon Vestdijk
Simon Vestdijk (Harlingen, 17 oktober 1898 – Utrecht, 23 maart 1971) was een Nederlands romancier, dichter, essayist en vertaler. Zijn jeugd te Harlingen en Leeuwarden beschreef hij later in de Anton Wachter-cyclus. Van jongs af aan logeerde hij regelmatig bij zijn grootouders in Amsterdam, waar hij zich in 1917 aan de Universiteit van Amsterdam inschrijft als student in de medicijnen. Tijdens zijn studie die van 1917 tot 1927 duurde, leerde hij Jan Slauerhoff kennen.Tot 1932 is hij als arts in praktijken door heel Nederland werkzaam. In 1932 volgt zijn officiële schrijversdebuut met de uitgave van de bundel Verzen in De Vrije Bladen. Doorslaggevend voor Vestdijks uiteindelijke keuze voor de literatuur is zijn ontmoeting in 1932 met Eddy Du Perron en Menno ter Braak. Deze ontmoeting had tot resultaat dat hij redactielid werd van het tijdschrift Forum Kort daarop, in 1933, wordt zijn eerste novelle, De oubliette, uitgegeven. In hetzelfde jaar schrijft hij Kind tussen vier vrouwen, dat, eerst geweigerd door de uitgever, later de basis zal vormen voor de eerste drie delen van de Anton Wachter-romans. In 1951 ontvangt Vestdijk de P.C. Hooftprijs voor zijn in 1947 verschenen roman De vuuraanbidders. In 1957 wordt hij voor het eerst door het PEN-centrum voor Nederland voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Literatuur, die hij echter nooit zal krijgen. Op 20 maart 1971 wordt hem de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, maar voor hij deze kan ontvangen overlijdt hij op 23 maart te Utrecht op 72-jarige leeftijd. Vestdijk was auteur van ca. 200 boeken. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem 'de man die sneller schrijft dan God kan lezen'. Andere belangrijke boeken van Simon Vestdijk zijn: "Kind van stad en land" (1936), "Meneer Visser's hellevaart" (1936), "Ierse nachten" (1946), "De toekomst de religie" (1947), "Pastorale 1943" (1948), "De koperen tuin" (1950), "Ivoren wachters" (1951), "Essays in duodecimo" (1952) en "Het genadeschot" (1964).
K.P. Kavafis K.P. Kavafis werd als kind van Griekse ouders, afkomstig uit Konstantinopel, geboren in 1863 in Alexandrië (tot vandaag een Griekse enclave) waar hij ook het grootste deel van zijn leven woonde en werkte. Twee jaar na de dood van zijn vader verhuist het gezin in 1872 naar Engeland om na een verblijf van vijf jaar naar Alexandrië terug te keren. Vanwege ongeregeldheden in Egypte vlucht het gezin in 1882 naar Konstantinopel, om na drie jaar opnieuw naar Alexandrië terug te gaan. In de jaren die volgen maakt Kavafis reizen naar Parijs, Londen en in 1901 zijn eerste reis naar Griekenland, in latere jaren gevolgd door nog enkele bezoeken. Op de dag van zijn zeventigste verjaardag, in 1933 sterft Kavafis in Alexandrië. De roem kwam voor Kavafis pas na zijn dood, dus postuum. Deels is dat toe te schrijven aan zijn eigen handelswijze. Hij was uiterst terughoudend met de publicatie van zijn gedichten, liet af en toe een enkel gedicht afdrukken in een literair tijdschrift, gaf in eigen beheer enkele bundels met een stuk of twintig gedichten uit en het merendeel van zijn poëzie schonk hij op losse bladen aan zijn beste vrienden.
Thomas Mann
Thomas Mann, de jongere broer van Heinrich Mann, werd geboren op 6 juni 1875 in Lübeck. Hij was de tweede zoon van de graankoopman Thomas Johann Heinrich Mann welke later één van de senatoren van Lübreck werd. Zijn moeder Julia (geboren da Silva-Bruhns) was Duits-Braziliaans van Portugees Kreoolse afkomst. In 1894 debuteerde Thomas Mann met de novelle "Gefallen". Toen Thomas Mann met 21 jaar eindelijk volwassen was en hem dus geld van zijn vaders erfenis toestond - hij kreeg ongeveer 160 tot 180 goldmark per jaar - besloot hij dat hij genoeg had van al die scholen en instituties en werd onafhankelijk schrijver. Kenmerkend voor zijn stijl zijn de ironie, de fenomenale taalbeheersing en de minutieuze detailschildering. Manns reputatie in Duitsland was sterk wisselend. Met zijn eerste roman, Buddenbrooks (1901), had hij een enorm succes, maar door zijn sceptische houding tegenover Duitsland na de Eerste Wereldoorlog veranderde dit volledig. Stelde hij zich tot aan de jaren twintig apolitiek op (Betrachtungen eines Unpolitischen, 1918), meer en meer raakte hij bij het Politiek gebeuren betrokken. Zijn afkeer van het nationaal socialisme groeide, zijn waarschuwingen werden veelvuldiger en heftiger. In 1944 accepteerde hij het Amerikaanse staatsburgerschap. Tussen 1943 en 1947 schreef Mann Doktor Faustus (zie Faust), de roman van de 'Duitse ziel' in de gecamoufleerd geschilderde omstandigheden van de 20ste eeuw. In 1947 bezocht hij voor het eerst sinds de Oorlog Europa, twee jaar later pas Duitsland. In 1952 vertrok hij naar Zwitserland. Op 12 augustus 1955 stierf hij in Zürich. Twintig jaar na zijn dood, in aug. 1975, is zijn literaire nalatenschap geopend: dagboekaantekeningen van 15 maart 1933 tot 29 juli 1955, alsmede notities uit de jaren 1918 tot en met 1921.Belangrijke werken zijn: Der Zauberberg, Der Tod in Venedig, Dokter Faustus , Joseph und seine Brüder en Die Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
Rainer Maria Rilke
Rilke werd op 4 december 1875 geboren in Praag. Hij had al naam gemaakt als dichter met zijn bundels Das Stundenbuch en Das Buch der Bilder, toen hij de literaire wereld versteld deed staan en wereldfaam verwierf met de publicatie van zijn twee delen Neue Gedichte in 1907 en 1908. Hij verzamelde daarin het beste werk uit een van zijn vruchtbaarste periodes, die hij grotendeels doorbracht in Parijs. Rilke was daar diep onder de indruk gekomen van Rodin, bij wie hij een tijdlang in dienst was als particulier secretaris. Rodin, zei hij later, had hem leren kijken. Dit kijken kwam neer op intense concentratie, om het mysterie te kunnen zien ‘achter de schijnbare werkelijkheid'. Latere en rijpere werken als Duineser Elegien (1912-1923) en het ronduit schitterende Die Sonette an Orfeus (1924) illustreren Rilkes metafysische visie op het onzegbare, dat haar verwoording vindt in een hermetische muzikale taal. Op 29 december 1926 overlijdt Rilke in het sanatorium in Val-Mont aan de gevolgen van leukemie. Enkele dagen later wordt hij, overeenkomstig zijn wens, begraven op het kerkhof van Raron.
* * * * * * * * * * * * * * * *
Romenu
Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
04-04-2012
Maya Angelou, Wolfgang Windhausen, Marko Klomp, Marguerite Duras, Edith Södergran
De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.
Men
When I was young, I used to Watch behind the curtains As men walked up and down the street. Wino men, old men. Young men sharp as mustard. See them. Men are always Going somewhere. They knew I was there. Fifteen Years old and starving for them. Under my window, they would pauses, Their shoulders high like the Breasts of a young girl, Jacket tails slapping over Those behinds, Men.
One day they hold you in the Palms of their hands, gentle, as if you Were the last raw egg in the world. Then They tighten up. Just a little. The First squeeze is nice. A quick hug. Soft into your defenselessness. A little More. The hurt begins. Wrench out a Smile that slides around the fear. When the Air disappears, Your mind pops, exploding fiercely, briefly, Like the head of a kitchen match. Shattered. It is your juice That runs down their legs. Staining their shoes. When the earth rights itself again, And taste tries to return to the tongue, Your body has slammed shut. Forever. No keys exist. Then the window draws full upon Your mind. There, just beyond The sway of curtains, men walk. Knowing something. Going someplace. But this time, I will simply Stand and watch.
Unser Zug fuhr gegen Mitternacht von Xining der Hauptstadt der Chinesischen Provinz Qinghai in Nordwestchina ab. Dieser Zug, die Quinghai-Tibetbahn, führt über Golmud nach Lhasa. Alle Waggons werden mit Sauerstoff versorgt, weil dieser Zug im Kunlun-Shan Gebirge am Tanggula Pass in Tibet, eine Höhe von 5.072 Meter überschreitet. Ein Spezialabteil mit Medizinischer Einrichtung steht für Ersthelfer Maßnahmen zur Verfügung. Jeder Zug besteht aus zwei 1. Klasse Schlafwagen, acht 2. Klasse Schlafwagen und vier normalen Waggons mit Sitzmöglichkeiten und einem Restaurantwaggon. Die Geschwindigkeit auf der 1.972 km langen Strecke liegt bei ca. 110km/h.
In der Wartehalle des Bahnhofes befanden sich, außer einigen Touristen, sehr viele Tibeter die wieder nach Hause fahren wollten. In ihren Farbenfrohen Trachten gaben Sie ein stimmungsvolles und fröhliches Bild ab, trotz Ihres schweren Schicksals. Diese Gelassenheit zog uns auch später in Lhasa in den Bann. Viele Chinesen nutzen natürlich auch den Zug um in Lhasa ihr Glück zu versuchen. Einerseits um die Bevölkerungszahl der Chinesen in Tibet zu steigern, andererseits natürlich um dort Geschäfte auf Kosten der Tibeter zu machen. Das führt unter anderem auch dazu, dass die Tibeter in ihrem eigenen Land zu einer Minderheit werden.
Een kromme rug buigt rimpels in het voorhoofd Nagels krassen overpeinzingen in de trillende knieën Huidplooien persen zweetdruppels langs de vele faalangsten onzekerheden van de lichaamsgeur druipen uit de neus.
voeten stampen gebalanceerd langs de kledinglijn handen zwemmen een baan in de naderende massa
oorschelpen verdrinken in een zee van gelaatsuitdrukkingen wegkijkend met de woorden van een uitgestoken tong.
Marko Klomp (Goes, 4 april 1974)
De Franse schrijfster Marguerite Duras (pseudoniem van Marguerite Donnadieu) werd geboren op 4 april 1914 in Gia Dinh, Indochina (nu Vietnam). Zie ook alle tags voor Marguerite Duras op dit blog.
Uit: Un barrage contre le Pacifique
Dès la première année elle mit en culture la moitié de la concession. Elle espérait que cette première récolte suffirait à la dédommager en grande partie des frais de construction du bungalow. Mais la marée de juillet monta à l'assaut de la plaine et noya la récolte. Croyant qu'elle n'avait été victime que d'une armée particulièrement forte, et malgré les gens de la plaine qui tentaient de la dissuader, l'année d'après la mère recommença. La mer monta encore.
(...)
-Si vous le voulez, nous pouvons gagner des centaines d'hectares de rizières et cela sans aucune aide des chiens du cadastre. Nous allons faire des barrages: les uns parallèles à la mer, les autres, etc.
Les paysans s'étaient un peu étonnés. D'abord parce que depuis des millénaires que la mer envahissait la plaine...
(...)
Puis, en juillet, la mer était montés comme d'habitude à l'assaut de la plaine. Les barrages n'étaient pas assez puissants. Ils avaient été rongés par les crabes nains des rizières. En une nuit, ils s'effondrèrent.
Strange father! Your children will not let you down, they are coming across the earth with the footsteps of gods, rubbing their eyes: where am I?
The Trains of the Future
Tear down all the triumphal arches the triumphal arches are too low. Make room for our fantastic train!
Hope
I want to let go - so I don't give a damn about fine writing, I'm rolling my sleeves up. The dough's rising... Oh what a shame I can't bake cathedrals... that sublimity of style I've always yearned for... Child of our time - haven't you found the right shell for your soul?
Uit: De knuppel in het doksenhok. Leven in de Surinaamse letteren
Laten we om te beginnen voor de aardigheid eens kijken naar hoe de Surinaamse schrijvers in Nederland met elkaar debatteren. Rabin Gangadin schrijft over Julian With: De With schrijft over iets, dat door hem gezien is als door een dofglazig oog van een gekookte apekop, bedacht en gevoeld door dode apen-hersenen en een uitgebloed apenhart. Alles in zijn poëzie is flauw en min en wekt door de verrassing en het brutaal-onvoorziene van zijn laffe ordinairheid de lekkerste fantasieën op. Genoemde Julian With heeft over het Surinaams-Nederlands van Edgar Cairo geschreven dat het gebruik ervan dom en inconsequent is en spreekt van apentaal. Genoemde Edgar Cairo verweet With zijn jaloezie, zijn discrimineren tegen joden en zijn minderwaardigheidscomplex. Genoemde With weer schrijft over Astrid Roemer in zijn boek Zwart racisme bestaat niet: Roemer behoort tot de categorie hoeren die in staat is een gehandicapte man op te geilen, hem naar een sexboot te lokken, zich uit te kleden om vervolgens de man in een toestand van loodrechte erectie in het water te duwen en dan nog de moed te hebben om op zijn begrafenis te komen. Ja, ja, het is een gezellige boel daar onder de Surinamers in Nederland. Wie meent dat ik een hard criticus ben, moet maar eens een plaats laten zien waar ik zo tekeer ben gegaan als Gangadin tegen With of With tegen Roemer.
Kritisch-zijn heeft niets te maken met schelden, noch met hard-zijn, noch met negatief-doen. Een goed criticus moet zijn kritisch vermogen hanteren zonder aanzien des persoons, al mag hij bij een pretentieuze praatjesmaker best wat meer de puntjes op de i zetten dan bij een bescheiden debutantje.
Ich bin ein Jud aus Wien, das ist die Stadt Die heiße Herzen, meines auch, in ihrem Blinddarm hat Die schönste Stadt der Welt direkt am Lethefluss Ich leb in ihr, in der der ich soviel lachen muss
Einst Weltstadt des Antisemitismus ist sie heute Vergessenshauptstadt worden. In ihr lachen Leute Die für das nackte Leben grad gnug Tränen haben Sitzen in der Dunkelküche, eine halbe Welt geladen
Das Wien liegt dennoch nicht im Österreiche Und wer noch glaubt, dass diese Stadt, die herzensbleiche Dem Land der Hauptsitz ist vom schroffen Alpenbunker Der soll vom Transalpinen kommen da herunter Möge uns geben den Devisenklunker Und in der Hofburg riechen Östreichs beste Leiche
Ach diese Stadt ist nicht fürs Alpenglühen da Sondern sie lebt, wie ich, längst in Diaspora
Lieblied 3
Ich seh dein Lächeln frieren. Zwischen dir und mir wächst tief das Paradies Wir wollen uns gegenseitig vorwärtsführen Und ernten uns als Schweigeschattenriss
Während wir uns küssen Mund und Ohren Tritt Fremdheit ein und applaudiert Im Beifall der Vereinigung gehn wir verloren Verneigung - und das Glück wächst unbeirrt.
Im Bett der Rose lag er eingeschlossen, Im Wechselschimmer ihrer zarten Seiten, Die taugebrochnen Strahlen schmeichelnd gleiten Hinein zu ihm, von Geisterhauch umflossen.
Mich dünkt, in Schlummer waren hingegossen Die reinen Glieder, durch des Dufts Verbreiten Und durch der Biene Summen, die zuzeiten Vorüberstreift an zitternden Geschossen.
Doch da beginnt mit einemmal zu schwellen Der Blume Kelch! Ins Freie nun gehoben, Erkenn ich ihn im Tagesglanz, dem hellen.
Es ist mein Auge vor ihm zugesunken, Der mich so seltsam mit dem Blick umwoben, In seinem Lichte lieg ich traume-trunken.
Bettina von Arnim (4 april 1785 20 januari 1859)
- Henriette ? Qu'est-ce que ce nom venait faire ce jour-là dans sa vie ? Henriette, Dorothy ? Appelons-la Blanche, se dit-il, et que ce soit fini.
C'était fini. Il avait, une fois de plus, au lieu de copier des actes notariés sordides, envie de passer sa journée à lire. Mais quoi ? Il se sentait une fringale de lecture épouvantable.
- Est-ce qu'il te reste un livre que je n'aie pas lu, Toto ?
Robert lui tournait le dos. Il ne se dérangea pas.
- Interroge l'armoire, dit-il, méprisant.
Il y avait dans un coin de la chambre un certain nombre de caisses entassées les unes sur les autres : c'était l'armoire. Des planches superposées, chargées d'un fatras poussiéreux, d'où s'échappaient des couvertures de livres à demi déchirées, des reliures qui avaient perdu leur dos. Au-dessus de tout cela flottait, dans un espace intermédiaire, entre les caisses et les toiles d'araignées qui décoraient le plafond, une paire de vieilles savantes en délire. C'était bien Toto. La chambre, les chaises, les clous au mur étaient encombrés de guenilles, de mornes guenilles.
Phil avait tout vu d'un coup d'il. Pas un livre dont il n'eût déjà tourné cent fois les pages. Si. Il y avait bien ceux qu'il se réservait pour les jours de grâce. Ceux-là s'accumulaient sur un rayon, tous propres sous leurs couvertures blanches. Mais les jours de grâce ne venaient jamais, il ne se réveillait jamais avec l'âme assez pure pour les lire. Et puis ça le tentait d'aller chez les libraires, les bouquinistes. Acheter des bouquins, chez lui, c'était devenu un vice. Il aurait eu beau posséder tous les livres du monde sur des rayons, c'était toujours d'un autre qu'il avait envie. Les hommes marqués par les passions ont de ces lubies. Il pouvait bien y avoir ce jour-là des livres non coupés dans l' « armoire », il n'y avait pas celui qu'il voulait lire. Il voulait lire la Baghâvat Gîta . Non. Il voulait lire La Chartreuse de Parme . Qui donc lui avait parlé de La Chartreuse de Parme ?
They have a belief among them that I have been a great traveller. They know that I have many books, and that I read much; and they have got it into their heads that I am a wonderful scholar.
I have been a great traveller, and am a great reader, but the simple villagers are mistaken as to my scholarship. In my youth I was denied the advantages of a fine education, and what little literary knowledge I possess has been acquired by self-instructionhasty and interruptedduring the brief intervals of an active life.
I have said that my fellow-villagers know very little about me, and you are no doubt surprised at this; since among them I began my life, and among them I have declared my intention of ending it. Their ignorance of me is easily explained. I was but twelve years of age when I left home, and for forty years after I never set foot in my native place, nor eyes upon any of its inhabitants.
He must be a famous man who would be remembered after forty years absence; and I, scarce a boy at going forth, returned to find myself quite forgotten. Even my parents were scarce remembered. Both had died before I went away from home, and while I was only a mere lad. Besides, my father, who was a mariner by profession, was seldom or never at home, and I remember little else about him, than how I grieved when the news came that his ship was lost, and he with most of his crew were drowned. Alas! my mother did not long survive him; and their death occurring such a long time ago, it is but natural that both should be forgotten among a people with whom they had but slight intercourse. Thus, then, is it explained how I chance to be such a stranger in my native place.
Thomas Mayne Reid (4 april 1818 22 oktober 1883)
Plût au ciel que le lecteur, enhardi et devenu momentanément féroce comme ce qu'il lit, trouve, sans se désorienter, son chemin abrupt et sauvage, à travers les marécages désolés de ces pages sombres et pleines de poison; car, à moins qu'il n'apporte dans sa lecture une logique rigoureuse et une tension d'esprit égale au moins à sa défiance, les émanations mortelles de ce livre imbiberont son âme comme l'eau le sucre. Il n'est pas bon que tout le monde lise les pages qui vont suivre; quelques-uns seuls savoureront ce fruit amer sans danger. Par conséquent, âme timide, avant de pénétrer plus loin dans de pareilles landes inexplorées, dirige tes talons en arrière et non en avant. Écoute bien ce que je te dis: dirige tes talons en arrière et non en avant, comme les yeux d'un fils qui se détourne respectueusement de la contemplation auguste de la face maternelle; ou, plutôt, comme un angle à perte de vue de grues frileuses méditant beaucoup, qui, pendant l'hiver, vole puissamment à travers le silence, toutes voiles tendues, vers un point déterminé de l'horizon, d'où tout à coup part un vent étrange et fort, précurseur de la tempête. La grue la plus vieille et qui forme à elle seule l'avant-garde, voyant cela, branle la tête comme une personne raisonnable, conséquemment son bec aussi qu'elle fait claquer, et n'est pas contente (moi, non plus, je ne le serais pas à sa place), tandis que son vieux cou, dégarni de plumes et contemporain de trois générations de grues, se remue en ondulations irritées qui présagent l'orage qui s'approche de plus en plus. Après avoir de sang-froid regardé plusieurs fois de tous les côtés avec des yeux qui renferment l'expérience, prudemment, la première (car, c'est elle qui a le privilège de montrer les plumes de sa queue aux autres grues inférieures en intelligence), avec son cri vigilant de mélancolique sentinelle, pour repousser l'ennemi commun, elle vire avec flexibilité la pointe de la figure géométrique (c'est peut-être un triangle, mais on ne voit pas le troisième côté que forment dans l'espace ces curieux oiseaux de passage), soit à bâbord, soit à tribord, comme un habile capitaine; et, manoeuvrant avec des ailes qui ne paraissent pas plus grandes que celles d'un moineau, parce qu'elle n'est pas bête, elle prend ainsi un autre chemin philosophique et plus sûr.
Comte de Lautréamont (4 april 1846 24 november 1870)
Doch kaum habe ich meine Hose zugeknpft, legt sich mir eine schwere Hand auf die Schulter. Ich fahre herum und blicke in die Augenschlitze eines Kapuzenmannes. Der hebt den Kopf, mein Blick folgt ngstlich dem seinen nach oben. Porca Madonna! Da hngt doch in einer Mauernische, just ber dem Prellstein, an dem ich mein Wasser abgeschlagen, ein Schrein mit dem Bildnis der Hl. Jungfrau! Ich hatte es in der Eile gar nicht bemerkt.
Und was ist das?, zischt der Kapuzenmann zwischen den Zhnen hervor und deutet mit seiner ausgestreckten Rechten auf das gelbliche Ornament meiner Notdurft, das den frischgetnchten Prellstein verziert.
Ich wei nicht, Hochwrden!
Du weit es nicht? Schau genau hin, du gottloser Bube!
Nochmals betrachte ich die sich kreuzenden Linien meiner gelben Harnspur auf dem weien Kalkstein, doch ich kann wahrlich nichts Aufflliges, geschweige denn Gottloses daran finden.
Das ist ein Pentagramm, ein Drudenfu, Kreuzsapperment! donnert der Kapuzenmann.
Dann bekreuzigt er sich.
Ich wusste bis dahin gar nicht, was ein Pentagramm oder Drudenfu ist, geschweige denn, welche Bedeutung er hat. Beim nochmaligen Hinstarren fiel mir indes auf, dass die gelben Linien auf dem Kalkstein eine Art Fnfeck bildeten, deren Geraden einander kreuzten. Ich staunte nicht schlecht ber das bemerkenswerte geometrische Ornament, das durch unwillkrliches Hin- und Herschwenken meines Krnchens da mir nichts, dir nichts entstanden war. Ich musste die Magie wohl im Urin haben!
De Britse schrijfster E. L. James (pseudoniem van Erika Leonard) werd geboren op 4 april 1963 als Erika Mitchell, dochter van een Chileense moeder en een Schotse vader, in Buckinghamshire. Zij genoot privé onderwijs en studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Kent, voordat zij assistente van een studiomanager werd aan de National Film and Television School in Beaconsfield. E. L. James werd bekend met haar romantrilogie Fifty Shades of Grey (in het Nederlands vertaald als Vijftig tinten grijs). Ze begon in 2009 pas met schrijven, toen ze de website FanFiction.net ontdekte, waar ze onder de naam Snowsqueen Icedragon schreef. Leonard woont in Londen, met haar man en twee zoons. In 2012 werd ze door Time Magazine op de lijst van de honderd meest invloedrijke mensen geplaatst.
Uit: Fifty Shades of Grey
I scowl with frustration at myself in the mirror. Damn my hairit just wont behave, and damn Katherine Kavanagh for being ill and subjecting me to this ordeal. I should be studying for my final exams, which are next week, yet here I am trying to brush my hair into submission. I must not sleep with it wet. I must not sleep with it wet. Reciting this mantra several times, I attempt, once more, to bring it under control with the brush. I roll my eyes in exasperation and gaze at the pale, brown-haired girl with blue eyes too big for her face staring back at me, and give up. My only option is to restrain my wayward hair in a ponytail and hope that I look semi-presentable. Kate is my roommate, and she has chosen today of all days to succumb to the flu. Therefore, she cannot attend the interview shed arranged to do, with some mega-industrialist tycoon Ive never heard of, for the student newspaper. So I have been volunteered. I have final exams to cram for and one essay to finish, and Im supposed to be working this afternoon, but notoday I have to drive 165 miles to downtown Seattle in order to meet the enigmatic CEO of Grey Enterprises Holdings, Inc. As an exceptional entrepreneur and major benefactor of our university, his time is extraordinarily preciousmuch more precious than minebut he has granted Kate an interview. A real coup, she tells me. Damn her extracurricular activities. Kate is huddled on the couch in the living room. Ana, Im sorry. It took me nine months to get this interview. It will take another six to reschedule, and well both have graduated by then. As the editor, I cant blow this off. Please, Kate begs me in her rasping, sore throat voice. How does she do it? Even ill she looks gamine and gorgeous, strawberry blond hair in place and green eyes bright, although now red rimmed and runny. I ignore my pang of unwelcome sympathy. Of course Ill go, Kate. You should get back to bed. Would you like some NyQuil or Tylenol? NyQuil, please. Here are the questions and my digital recorder. Just press record here. Make notes, Ill transcribe it all.