Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Jonge duiven borstjes

Iedereen die mij kent (kan men op de vingers van één hand tellen), of die me langzaam aan het leren kennen is, zullen er onmiddellijk akkoord mee zijn dat ik een levenslange hekel koester aan alles wat enigszins met de dood te zien heeft, of wat er mee gepaard gaat (zoals rechtelijke of onrechtelijke veroordelingen in die zin, folteringen, martelingen, alle soorten ziekten die naar de dood leiden, moord, aanslag, verlating, verkrachting, rammelingen van eender welk type, perversheid, sadisme, roekeloosheid, wreedheid, water-boarding, oorlog, achtervolging, jacht, terechtstellingen, geselecteerde moorden, wapens en bommen van eender welk type, enzovoort). Dat, in verband met de mensen in het bijzonder en de andere beesten, in het algemeen. Maar precis hetzelfde gevoel koester ik ook en in dezelfde graad, wanneer het over dieren gaat, eender welk type ook, zoals huisdieren of wild in het algemeen en dieren die met speciale inzet gekweekt worden om daarna, zonder enig teken van medelijden, zoals ook in de wetenschap gebeurt, afgeslacht te worden en door ons, koelbloedig verslonden.

Zo is het ne keer gebeurd dat mijn vrouw (ze had vroeger al eens geprobeerd de nek van een kieken om te draaien, maar was er, bijna, niet in geslaagd - spijtig genoeg voor dat kieken, dat toen niet alleen op gevreten zou worden, maar bovenal, ook nog als proefkonijn heeft moeten dienen), op een bepaalde middag, thuis arriveerde met een zak onder haar oksel waarin er ongeveer acht levende krabben in rond kriebelden, gereed om in de ketel, waarin ze koud water aan het gieten was, geplonst te worden en ze dan lekker, op het brandend vuur, te koken, tot ze rood uitsloegen van de inspanning. Toen ik de bedoeling in de gaten kreeg werd ik weeral eens zo verschrikkelijk kwaad. Hoe durfde ze, bij mij thuis, die daad plegen, beseffend dat ik daar ziek van wordt (om niets méér te zeggen). Daar zou geen enkele sprake van zijn. Niet de minste kans. En geen bekvechting daarover!!

(Iemand heeft me ooit verteld dat als men een puit op een hete plaat zet, hij een puitensprong zal maken om er vanaf te geraken, maar als men diezelfde puit op een koude plaat zet en daarna het vuur langzaamaan aan wakkert, hij daar rustig zal blijven zitten tot en met zijn eigen einde. Puiten zijn toch ook wel domme beesten, hé?)

De krabben waren ongeveer vijftien tot twintig centimeter groot, hadden een lichtblauwe kleur en hun enorme “klauwen?” waren met een koordje vast gebonden, zodat ze onmogelijk, vooraleer gestoofd te worden, iemand zouden kunnen kwetsen. Hoe wreed kan een mens wel niet zijn? Hier woorden ze “carangueijos genoemd, maar hetzelfde lot ondergaan ook de kreeften.

Ik wilde van gene enkele verklarende uitleg weten of horen, maar ik vermoedde, vanwege de kleur, dat het zich om rivierkrabben betrof en geen zeekrabben die een meer grijsachtige kleur bezitten(??). Waren het zeekrabben geweest, het geval was rapper op te lossen geweest, maar rivierkrabben? Waar zou ik een propere rivier kunnen vinden, daar in de stad van Rio De Janeiro, om ze terug te schenken aan de natuur? Allemaal strontstromen. Ik heb ze dus mee genomen in mijn auto, niet vooraleer de koordjes kapot gesneden te hebben. Dat had ik, besefte ik achterwaarts, niet gedaan moeten hebben, vooraleer ze te bevrijden, bedoel ik, want halverwege de weg op naar het bos “Floresta Da Tijuca”, een bergachtige omgeving, midden in de stad en waar men zelfs gemakkelijk verloren in kan lopen, begonnen ze aanstalten te maken uit de zak te kruipen en wist ik niet waar ik eerst en meest aandacht moest aan schenken, de krabben op de passagiersbank, of aan het verkeer. Vooraleer ze van bank veranderden en de mijne zouden trachtten te veroveren, besloot ik een duw te geven aan de zak zodat ze allemaal op de grond tuimelden. Daarmee werd mijn afschuw nog groter want zo konden ze de zak nog rapper verlaten en bewogen ze zich de richting in van mijn voeten op de pedalen. Gelukkig had ik mijn schoenen aan en kon ik ze, af en toe, eens terug schoppen naar de voor hen gereserveerde plaats, terwijl ik verschillende keren nog juist een accident kon vermeiden, vooraleer eindelijk, boven op de berg te hebben beland, waar ik me herinnerde, er een zoetwaterbronnetje bestond om daar de beestjes in te werpen, hopend dat ze ergens hun weg zouden weten te vinden naar een propere rivier. Maar toen begon eigenlijk mijn echte strijd, eerst om ze uit de auto te verwijderen en daarna in de richting te stuwen van de bron, terwijl ze zich in alle richtingen begonnen te verspreiden en ik geen benen genoeg bezat om ze voortdurend terug op de juiste baan te zetten. Ik moet bekennen dat ik er alleen maar zes van heb kunnen redden, want de zevende heb ik uit het gezicht verloren en de achtste, verdenk ik, is in de handen geraakt van een man, die daar ineens ook was opgedaagd en waarschijnlijk één exemplaar, later in zijn eigen kookpot heeft kunnen foefelen en zonder enig teken van wroeging, verslonden heeft. Ik hoop dat, wanneer hij in de hel zal arriveren, Lucifer hem ook een pot met kokend water zal aanduiden, als straf.

Iedere keer dat ik nu in een restaurant verzeild geraak waar er, in een aquarium, levende dieren worden ten toon gesteld aan de gulzige en beklekkende klanten, hen uitnodigend zelf hun slachtoffers uit te kiezen, verlaat ik onmiddellijk, niet alleen het restaurant, maar de gehele wijk, om toch zeker de kreten niet te horen van de stervende beestjes. Toch kunnen ze mij somtijds verrassen, terwijl ik daar rustig zit te mijmeren en er ineens een kelner aandraaft met verschillend krabben op zijn schaal en naar een tafeltje streeft juist naast het mijne, waar er onveranderlijk een wreed vrouwmens zit te wachten met een houten hamertje in haar klauwen, gereed om de gehele krab niet alleen compleet kapot te slaan, maar ook aan alle beentjes verwoed te zitten zuigen, net alsof haar leven daarvan af hangt, tot haar muil helemaal bespetterd is van het wit vlees (bijna schuim) en de resten eruit vallen of gespuwd worden en ik het niet meer vol kan houden van de afschuw en, met al mijne bucht en brol, van tafel verander, zover weg als enigszins mogelijk is en met mijn rug naar haar toe gedraaid. Dat noem ik echt pervers zijn. Idem met vogeltjes, duiven en eender welk ander beestje dat alleen maar in grote hoeveelheden de goesting stilt. De zondaars zullen in de hel ook zeker allemaal verslonden worden en hun beentjes helemaal leeg gezogen. Die perverse beulen.

Ene keer is het zelfs met mijn eigen zuster gebeurd. Ze had aangekondigd dat ze mij een speciaal avondmaal had voorbereid diene keer dat ik daar pas gearriveerd was, vanuit Brazilië. Goed, heel goed bedankte ik haar, gelukkig met het aanbod, terwijl ze mij het menu in mijn handen frommelde. Ik heb alleen maar het voorgerecht bekeken: "Jonge Duiven Borstjes"...

Ga met zo’n lawijt in uw oren gaan slapen. Meteen heb ik mijn achterwerk opgepakt en heb in de keuken twee pistolets met kaas op gegeten. Ze heeft haar jonge duiven borstjes alleen moeten opvreten en de volgende dag heeft ze er ne slappe afgang van over gehouden...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Labyrintite, de eerste crisis

Gedurende een kort bezoek aan België, om Mama een riem onder het hart te steken en moed te verstrekken terwijl ze opgenomen was geweest in een hospitaal van Kortrijk, na een val in een restaurant op de Grote Markt van Roeselare (Bij de Chinees), waar ze een heup had gebroken, toen ze ook, voor de eerste keer, een zekere "moeheid" van het leven had laten blijken, had ik al een klein seintje ontvangen dat er zich iets verkeerds aan het afspelen was in mijn hoofd. Terugkerend van het hospitaal, naar Roeselare op, in de auto van J., in een scherpe bocht, had ik opeens een korte maar hevige "draaierigheid" ondervonden, die ik nog nooit eerder had gevoeld.

Het is waar dat ik, die dagen nog, gewend was verschillende soorten dranken tijdens één enkele gelegenheid te vermengen, zoals bier met wijn en eender welke soort korte drank daarbij en ik had het daaraan gewijd. Overtuigd dat dat de reden was, had ik toen besloten te stoppen met drinken, uitzondering gemaakt voor bier, vanzelfsprekend, want niemand is van steen. Ik had al eerder drastische beslissingen genomen, waaronder ophouden met roken, toen ik op een bepaalde morgen wakker werd met het vermoeden dat ik me een kanker in mijn keelgat had aangeworven (tot vandaag bezit ik, twintig jaar later, een half opgerookt pakske sigaretten, dat ik nooit nemeer heb aangeraakt). Ik ben ervan overtuigd dat het lichaam duidelijke tekens verstrekt, wanneer er iets verkeerds aan het gebeuren is. Wij moeten de taal van het lichaam maar weten te verstaan, als het zover is en de nodige beslissingen nemen.

In alle geval, het gezondheid's probleem met Mama had me ook wel een beetje aangetast en dat zal er iets mee te maken hebben, denk ik.

Eenmaal terug in Recife, overtuigd dat Mama het al veel beter stelde, op een vrijdagmorgen voor carnaval, 's morgens vroeg, zonder enig spoor van sterke drank in mijn hoofd, heb ik de eerste werkelijke crisis ondervonden van "labyrintite", iets wat een mens doet veronderstellen dat de dood nabij is. Het betreft zich om een verschrikkelijke staat, te vergelijken met die van volledige dronkenschap, wanneer het hoofd oncontroleerbaar begint te draaien en er geen enkel spoor meer is te vinden van fysisch evenwicht...

Het gevolg is geweest dat ik praktisch vier dagen in het hospitaal heb door gebracht, onbekwaam recht te staan en nog slechter, mijn ogen te openen. Alhoewel ik er zeker van was dat het zich niet om een hersenbloeding betrof (ik kon alle leden bewegen) kneep ik mijn achterwerk dicht met schrik van een tumor. Na een besluitende scan van de schedel, op zijn minst, werd ik toch van deze ramp bevrijd.

De brief naar de verantwoordelijke overheid van de firma in São Paulo (hieronder) over dit onderwerp, is duidelijk in dat opzicht (sorry voor de tekst in het Portugees).

Een tweede aanval is gebeurd drie jaar later, ná van een oorontsteking last te hebben gehad. Ook verschrikkelijk, maar toch minder erg dan de eerste. Eigenaardig is dat de tweede aanval ongeveer drie/vier maanden in beslag heeft genomen om volledig te passeren.

Nu ben ik verschrikt aan het wachten op mijn derde beurt!!

"Prezado Sr. Salvador,

Longe de querer me queixar, gostaria de relatar que sofri, na terça-feira antes de carnaval, uma crise repentina (descobri depois) de "labyrintite", logo ao levantar de manha, o que me deixou estendido no chão durante aproximadamente duas horas, acompanhado de vômitos e suor abundante, enquanto minha mulher desesperadamente tentava chamar uma ambulância da SEMEPE, conveniada com a AMESP, contratada pela filial de São Paulo. Como esta alegava que este serviço não estava incluso no contrato, ela acabou chamando um serviço particular, péssimo alias, porque me carregavam feito um saco de batatas, apos conseguir me colocar no soro. Cobrarem R$ 280,00 adiantados. Durante doze horas fiquei deitado na maca no serviço de emergência no hospital da SEMEPE (na qual fui expressamente recomendado não mexer porque a maca poderia desabar) até que alguém autorizou me levar para um outro hospital (Neuro), para tirar uma tomografia computadorizada do crânio (já que aparentemente este serviço também não estava incluso no contrato), para depois voltar para o hospital anterior, onde fui acomodado na enfermaria geral. Até então não tinha conseguido abrir os olhos, ou me movimentar, diante da tontura violenta. Eu mesmo já tinha chegado à conclusão que não podia tratar se de um derrame (já que conseguia mexer os membros), mas desconfiei de coisa pior. Nada disso se confirmou, felizmente, e fui diagnosticado como tendo sido vitima de labyrintite.

Permaneci na enfermaria até a sexta-feira e depois solicitei e paguei do meu bolso, adiantado (R$ 90,00), a minha transferência para um quarto particular, uma vez que a minha filha não podia me visitar ali. Voltei no sábado para casa, já bem melhor, mas ainda sofrendo de tontura e sensação de desequilibro constante.

O objetivo da presente é pedir que o serviço da ambulância seja incluído no meu contrato com a SEMEPE, para mim, minha mulher e para minha filha.

Abraços,

Rudo"

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Gentse Feesten (vervolg)

Ik vermoed dat veel van de lezers van deze blog niet erg geïnteresseerd zullen zijn in herinneringen over mijn zwoele avonturen, allemaal (alias) echt (95%) gebeurd.

Om niemand's gevoelens te kwetsen heb ik besloten een nieuwe blog te creëren, in de categorie + 18, waar ik het "vervolg van de Gentse feesten" in heb geplaatst en waar ik ook alle andere, door mezelf gecensureerde, eerdere, post's zal publiceren.

Ge zijt dus, op voorhand, verwittigd!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Twee vinnige katjes en de Gentse Feesten!!

Verwijzend naar een vorige post waarin ik vertelde hoe ik, samen met enkele mechaniekers van Recife, een machine aan het demonteren was geweest in Salvador (en waar er een hamer op mijn kop was gevallen), we hadden toen een appartement gehuurd, op wandelafstand van de job, om zo de kosten van verschillende kamers in een hotel en de daarmee gepaarde taxi's, beter te kunnen administreren. Na het accident besloot ik die dag áf te maken. Thuis gekomen vond ik er niets beters op de nodige maatregelen te treffen om de overbodige last die wat verder, in mijn darmen, naar beneden was geschoven, er vanonderen, definitief uit te stoten. Gelukkig beschikten we over twee WC’s en bezorgd over het algemeen welzijn van de overige collega's, die in de woonkamer aan het kaarten waren, wendde ik mij naar de badkamer van de meid. Ik had echter niet verwacht dat iemand, zonder opzet, de keukendeur, die ik zorgvuldig achter mij had gesloten, terug had open gezet. Het was wat beginnen waaien buiten en vooraleer ik het besefte waren de ontsnapte winden niet alleen tot in de keuken door gedrongen, maar ook tot in de woonkamer, zodat ik het niet kon nalaten te polsen wie er één had laten vliegen. Toen ze mij allemaal verrast aanstaarden, viel mijne frank en rood tot achter mijn oren heb ik ergens diene spray “verse lucht” kunnen vinden om onmiddellijk de verraderlijke sporen te verwijderen.

Enkele dagen later, hersteld van het ongeluk en met het werk praktisch voltooid, besloten we onszelf te belonen voor de geleverde prestatie, in record tijd volbracht. We stonden buiten, in een kring, met de bedoeling overeenstemming te verkrijgen over de meest geschikte plaats. Het gebouw waarin we aan het werken waren bevatte niet alleen de sluitende krant maar ook een daar nog functionerende radiozender waar er, op dat ogenblik, een liveshow aan het gebeuren was die vooral door het wat jonger "vrouwvolk" werd geapprecieerd. Veel van hen waren nog aan het proberen gratis ingang biljetjes te verkrijgen aan de receptie en wierpen ons van daaruit onderzoekende blikken toe, alsof ze er ons van verdachten part te zijn van de troep technische mensen die normalerwijze beroemde zangers vergezellen: jonge gezonde mannen die er vreemd uitzagen en waarschijnlijk zekere deuren zouden kunnen doen openen (met diene alom gekende "abra cadabra") voor gelukkige avonturen, zonder onkosten. Het duurde dan ook niet lang vooraleer er een zwerm op ons dak landde met de vraag wat wij daar juist verrichtten en of we soms ook artiesten waren.

Jajaatje, zekers en vaste, wij zijn ook artiesten, maar we hebben nu eigenlijk méér goesting een ontspannende plaats te ontdekken waar we een verfrissend biertje kunnen appreciëren, wat te zeveren over koetjes en kalfkes en kennis te maken met enkele afgevaardigden van het vrouwelijk geslacht, voorkeur verstrekkend, eerst en vooral, aan onze eigen fans. Ewel natuurlijk, jazeker, hier dichtbij bestaat er een geschikte plaats. Terstond stapten we verschillende taxi's in en weg waren we.

Éénmaal daar beland, terwijl het juist begon te schemeren, bezetten we twee grote, tegen elkaar geschoven, tafels in een ruime omgeving, waarschijnlijk een markt, omringd, om de twintig meter, door muziek produceerde cafeetjes (een beetje zoals gedurende de Gentse feesten gebeurt) en van zodra iedereen diep verzeild geraakte in zijn eigen doen en laten, begon ik geduldig uit te leggen aan twee van die meisjes, aan een hoek van de tafel, dat ze vooral niet aan drugs verslaafd moesten geraken en zelfs op moesten passen voor drank en sigaretten. Ik weet niet wat ze peinsden in verband met drugs, want ze hadden eenvoudige colaatjes besteld. Toch zogen ze diep aan hun sigaretten, waarschijnlijk om te bewijzen dat ze daar ondervinding in hadden. Mijn collega’s, één na één, lieten het weten, elk vergezeld van een vers gevangen prooi, verschillende richtingen inslaand, vooral naar nabij gelegen hotellekes, geil dat ze waren van de opgekropte goesting, verzameld gedurende de voorafgaande dagen, terwijl ook de wijfkes wilden bewijzen dat ze niet van plan waren terug te deinzen in hun voorstel en absoluut gene schrik koesterden voor worsten van eender welk type, kleur en grootte. Op den duur bleef ik over met die twee meisjes, mijn vennoot in de gecontracteerde opdracht en zijn eigen slachtoffer, ook een sympathiek vrouwke. Het voortdurend aandringen van mijn twee gezellinnen, terwijl ze met hun blik “laat ons gaan” insinueerden, met een oog wenkend in de richting van een rood geverfd hotel, zichtbaar van waar we zaten (het leek mij een goedkope nabootsing te zijn van de Moulin Rouge) en het ander oog, op elkaar gevestigd, deed me op den duur besluiten dat ze van plan waren twee sabelbewaarders tot mijn beschikking te stellen. Meteen foefelde ik het verzamelde geld in de handen van mijn vriend, deed er nog enkele scheppen bij, wenste hem amusement en verdween in de menigte, met aan mijn beide zijden, mijn twee lieverdjes geplakt. Eindelijk zou ik dan toch eens mijne wens kunnen vervullen, de daad met twee vrouwmenschen, tegelijkertijd, te bedrijven. Ik had er al menige keren over gefantaseerd (vooral sedert diene ene keer, gedurende carnaval, in Rio nog) en het beste van alles was dat ik er gene frank zou voor moeten betalen, uitzondering gemaakt voor een zakske frieten met mayonaise en wat colaatjes. Vooraleer het motel binnen te treden polste ik hen nog over het eventueel obstakel verhinderd te worden, aan de receptie, terwijl ik daar met twee vrouwen tezelfdertijd zou trachten binnen te glijden. Het scheen dat dat geen enkel probleem vertegenwoordigde (ze hadden het blijkbaar al eerder gedaan), maar ze verkozen me gerust te stellen: “ga jij eerst met haar en ik voeg me zo bij jullie”, zei het ander, zonder er veel over te twijfelen. En waarlijk, niemand lette op iets, of lette helemaal op niets, gewend dat ze er aan waren iedere dag nieuwe, vreemde, situaties te ontdekken. Iedereen is van iedereen, of zowel, niemand is van iemand. De totale vrijheid, op zijn minst op dat gebied, en fuck (vogel) de rest. En dat was het dus, iedereen was bijna aan het fucken (vogelen) of zou binnen een beetje, gefuckd (gevogeld) worden.

Wordt vervolgd!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Gevaarlijke poepen

Een andere keer dat ik mij, onverwacht, bloot heb gesteld aan gevaar is gebeurd nadat ik mijn vrouw naar de engelse taal cursus had gereden (ze studeert nog altijd Engels en nu ook Spaans). Na haar daar af gezet te hebben kon ik niet vermeiden mijn blik, op een wiegend achterwerk, op het trottoir, te laten rusten. Om er zeker niets van te missen, had ik zelfs de snelheid van de auto aanzienlijk verminderd. Vooraleer ik, echter, de tijd had om te begrijpen wat er precies aan de hand was sprong het schepsel, razend vlug, de passagiersdeur binnen. Ach, waarde mij aan het uitnodigen misschien, kraakte ze? De klank van haar stem, plus haar uitzicht, nu van dicht beschouwd, deden het me opeens beseffen dat het zich om een travestiet begaf. Ik vroeg het ook onmiddellijk, zonder aarzelen. Nee nee, ontkende ze beslist, bekijk maar eens mijn tieten hier, pas twee weken geleden ben ik er mee gestopt mijn kindje te voeden. Ach já? Drong ik aan. Kijk eens hier, madammeke, het is beter prompt uit mijn auto te stappen, hé!

Intussen was ik langzaamaan door blijven rijden, want er was geen enkele plaats te bespeuren, vrij om te parkeren. Oké schatje, reageerde ze, laat me er dan wat verder, uit. Dáár aan die hoek, wees ze. Opgelucht een rappe oplossing voor een mogelijk gevaarlijke toestand, ontwikkeld te hebben, streefde ik er zonder aarzelen naar toe. Ter plaatse gearriveerd en weeral helemaal onverwacht werd de auto omringd door vier andere travestieten, die zogezegd vriendschappelijk tegen de deuren en ruiten aan kwamen leunen. Let op hé, baasje, we zijn allemaal gewapend met scheermesjes. Wilt ge er levend van uit geraken? Meteen zochten ze mijn zakken na, loerden in het handschoenvakje van de auto en onder de zitbanken. Ik bewaarde mijn kalmte, overhandigde het geld dat ik bezat, vroeg mijn documenten terug en zweerde dat ik niets anders van waarde bezat. Toen wilde die travestiet, die naast mij had plaats genomen, weten, van de andere die aan mijn linkerkant, buiten, recht stond, of het toch niet beter zou zijn me te verminken in het aangezicht. Allez, allez, waarom dan toch, probeerde ik, verbaasd? Ik ben toch aan het coöpereren zeker? Dat heeft waarschijnlijk mijn redding betekend, want ze beslisten allemaal ineens rap wég te wezen.

Daar had echter de travestiet die in de auto achter was gebleven, niet op gerekend en ze trachtte verwoed, maar tevergeefs, uit de auto te ontsnappen. Het veiligheidsslot voor alle deuren, zoals standaard is vandaag, is echter alleen maar bedienbaar vanaf mijn deur. Maar dat besefte ik, op dat ogenblik, zelf ook nog niet. Laat me buiten begon ze nerveus en schellend te tieren. Ze vocht met de klink, wrong zich over haar zetel heen naar de bank vanachteren, trachtte daar ook de deur te openen en niets...

Haha, schreeuwde ik woedend, nu zal ik uw gat eens goed verkrachten, hé. Neetje, alstublieft niet, ik ben nog maagd, huilde ze wanhopig.

Wel kom, dat laatste deeltje is niet echt gebeurd, maar dat ik goesting had zijn slap hol met een bezemsteel te ontmaagden, dat had ik. Had ik er maar ene bij mij gehad…

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Zilver: 't is bijna niets..

Jawel, ik heb gisteren niet vermeld, opzettelijk, dat mijn dochter enkel “Zilver” heeft veroverd in de recente Judokampioenschappen van de Staat van Pernambuco (ze is dus nu lokale Vicekampioen, terwijl ze de Braziliaanse titel had veroverd, verleden jaar en het jaar daarvoor). ’t Was ook al drie jaar lang dat ze iets minder dan “Goud” had ontvangen. De oorzaak is niet moeilijk aan te duiden. Ze was, tot vorig jaar, een “zwaargewicht” in haar categorie, wat betekent tot en met 12 jaar, tot en met 52 kg. Dit jaar bleek het onmogelijk haar gewicht onder de 52 kg te blijven behouden en ze is moeten stijgen naar de categorie “superzwaar gewichten”, vanaf 53 kg, zonder verdere gewichtslimiet. Ze weegt nu 55 kg (nog altijd 12 jaar oud) en is verslagen geworden door een meisje dat ongeveer 65 kg weegt en bijna een hoofd groter is (en huidig Braziliaans kampioen). Dat alleen is eigenlijk geen reden genoeg om de hand niet te hebben gelegd op de gouden medaille (want ze had haar eerder al eens overwonnen in een andere wedstrijd), maar ’t zal ook wel een beetje liggen aan het feit dat ze haar eigen capaciteit onderschat; te weinig aanvalt en de tegenaanval verkiest, wat niet altijd succes oplevert.

Ik was er de put van in! Zijzelf heeft me komen troosten: dat ze onmogelijk altijd alles kan blijven winnen, dat ze ook, af en toe, eens ne keer zal moeten verliezen, dat ik me niet hopeloos moet voelen, dat het leven nu eenmaal zo is, enz...

Wat denkt ge nu misschien? Dat ik helemaal verslagen ben? Uitgeroeid? Plat gestampt? Overwonnen? Overheerst?

Oké, 't is waar, er zijn momenten dat men zich zo voelt. Ik heb mezelf weeral zien buigen tot praktisch aan de grond. Maar 't is niet genoeg geweest om te kraken, ook weeral. En het is al lang over. De weerstand was wel wat aangetast, oké, ik moet het bekennen, maar ik heb mezelf toch nog terug kunnen omhoog trekken. Eerst mijn benen bijeen geraapt. Dan mijn achterwerk op getild. Mijn rug recht gericht. Mijn hoofd op gehoffen. En daar sta ik weer, gereed voor een nieuwe uitdaging.

Tegen de vorige heb ik, inderdaad, het spit moeten delven.

Het versterkt, nochtans, mijn opvatting: het leven heeft eigenlijk alleen maar belang, zolang men kinderen heeft die onze strijd voort blijven zetten. En dus zal ik verdere pogingen moeten ondernemen. Als ik het opgeef ben ik verloren. Want dat is synoniem van EINDE.

Zo voel ik mezelf soms. Overbodig. Nutteloos. Tenware ik mijn eigen vlees ná laat. En dat wordt een reden op zichzelf. Men is niets als men niets levends achter laat. Het vlees van uw vlees. De enige erfenis die het waart maakt er voor geleefd en gewroet te hebben..

Ik voelde me net zoals dat lijk op het treinspoor, hoeveel jaren niet terug? Overreden. Verslonden. Zonder enige kans verder leven te verwekken. Mijn vlees en bloed. Geweigerd door de natuur. Afgekeurd.

Kinderen adopteren staat ook nog altijd in mijn plannen.

Maar ik besef dat al dat opgekropt verdriet een negatief effect heeft op mijn gezondheid. ’t Blijft maar opstapelen en opstapelen en ik kan er gene weg nemeer mee. Tja, ´t is waar; hoe meer tijd een mens reserveert om over zijn eigen verdriet te piekeren, hoe dieper hij in de put geraakt. Het is beter door het venster te staren en te analyseren wat er allemaal nog gedaan kan worden. De volgende stappen uitrekenen om niet in verwarring te geraken. Vast te stellen dat het verleden eigenlijk groter is dan de toekomst. Te besluiten dat ik nog altijd niet op de eerste plaats van de rij sta. Dat ik het ritme terug wat moet óp drijven. En dan te redeneren dat ik niet geschapen ben geweest om me nutteloos door het leven heen te sleuren.

Dus???!!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Kinderen, de vrucht van het leven

Ik ben, zonder er langer over te willen piekeren en schuimen, een café gaan opzoeken om mijn rust te herstellen, mijn reden te heroveren, te bedenken dat ik er ooit wel eens in zal slagen mijn muziek op dezelfde golflengte van die van de anderen uit te zenden, niettegenstaande die verduvelde storingen en nogmaals de noodzaak vast te stellen thuis, meer en meer kinderen onder de paraplu te plaatsen, eigen of geadopteerde, om ze het bruisend leven in te stuwen, zelfzeker te zijn, kracht te hebben door te terten, onafhankelijk van de keren dat ze struikelen, moedig genoeg zijn niet na te laten hun hart bij hun ouders, af en toe, ne keer te luchten...

Zelfs moordenaars en verkrachters hebben er geen spijt van kinderen verwekt te hebben, gepland of niet, eens ze, door hen, omhelsd worden. Diene dwaze praat van één van mijn neven in België en zijn naïef gezelschap, in verband met "kinderen", zal maar blijven duren zolang het duurt. En als 't wat langer duurt dan de natuur bereid is te wachten zal hij nog vele keren terug peinzen aan de domme commentaar die hij uitgebraakt heeft toen hij nog kompleet groen was. Is 't nie voor ´t één of voor 't ander, 't is genoeg om over iemand te beschikken (wat een zonde is; maar 't is een dagelijkse en geen doodzonde) die er niet voor terug zal deinzen uw achterwerk af te kuischen als ge verlamd van de ellende met uw laatste adem aan het vechten zijt. En zonder er een vergoeding voor te vragen. De liefde voor uw kinderen, vooral, maar ook omgekeerd, de liefde voor uw ouders (diene Nonkel Fons niet inbegrepen) is ONVERGELIJKBAAR. Niets in het leven is volmaakt, maar als er iets bestaat dat de grenzen van het volmaakte benadert is het de liefde die een mens (vooral de moeder) koestert voor zijn kinderen.

Trouwen? Kinderen hebben? Da's voor de onnozelaars! Maar ze beweren dat maar terwijl ze nog zelf flink en fris zijn. “Cu doce” zijn (letterlijk: een zoet gat bezitten of, beter vertaald: genoeg hebben aan zichzelf). Ze vermoeden dat ze zelf nooit oud zullen worden en hebben zelfs een zekere hekel aan oudere mensen. "Neanderthalers", zoals ze minachtend genoemd worden. Ze hebben zelfs de neiging te geloven dat ze ongenaakbaar zijn voor ziekten en ongelukken. Dat ze misschien zelfs de uitzondering van het leven zullen betekenen en de natuurwetten tegensprekend, helemaal nooit zullen sterven.

Dus proficiat Rudo, dat het maar weinige jaren geduurd heeft vooraleer ge plechtig tot het besluit zijt geraakt dat kinderen zo intens belangrijk zijn...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Gapen, boeren, wateren, winden en dutten van de verwachting..

Zonder het eigenlijk zelf goed te beseffen zat ik daar, in de "volkstribune" van het openbaar stadium van de stad Caruaru, in het binnenland van de Staat van Pernambuco, voortdurend te gapen. Mijn dochter was deel aan het nemen aan de Staats Judokampioenschappen en was haar respectieve matchen aan het afwachten. Ze was ook wat nerveus, vanzelfsprekend, maar mijn lijden was aanzienlijk intenser, terwijl de opgestapelde spanning mij, letterlijk en figuurlijk, aan het overmeesteren was. Een overwelvende en onweerstaanbare drang om voortdurend te blijven gapen. Zonder reclamerende honger of dorst, maar onvermijdbaar vergezeld van ongezellig klotsende darmen en andere rammelende ingewanden. De drang van de woeste winden, die blijkbaar geklemd in mijn onderbuik, bleven wachten op verlossing, lieten me niet in vrede. De lucht die ik voordien, zonder argwaan en onbewust, droog, had ingeslikt, samen met de benauwdheid, pleegden constante aanvallen op mijn weerstand in het openbaar te boeren. De nooit wijkende drang om verlossend te gaan wateren en die daarna, vanaf het moment dat ik mijn materiaal aan het opbergen was, terstond en opnieuw verscheen, alsware het mijn schaduw, deed mij verdenken van ernstige problemen aan mijn blaas. De krabbelende goesting wat in te dutten, beseffend dat toch niemand zal storen. De klaarheldere ruimte die zich langzaam uitdooft in uw verlammende staat van wanhoop en de veroverende nood op rust die er mee gepaard gaat...

Stop met diene omni aanwezige zin van verantwoordelijkheid, diene onmogelijk immer te dragen mantel, diene altijd aanwezige druk, de hoop die ver weg, om de hoek, op een andere ziel aan het lokken is... en dat voortdurend gapen dat niet wil óp houden, van pure verwachting, ongeduld en eeuwige twijfel...

.....terwijl er zich een andere soort van "gapen" opdringt, in uw persoonlijk en alledaags leven, zoals eerder vermeld. Er zijn van die situaties die men alleen maar begrijpt na jarenlange ervaring en ondervinding. Iedereen kopieert alles van iemand anders en niemand ontdekt iets nieuws. Dat gebeurt ook met gapen, scheten ontladen, hardop niezen met de bijbehorende verlossing van miljoenen bacteriën, zonder enig gevoel van schuld te manifesteren en zelfs het simpel in slaap vallen terwijl men met iemand aan het praten is.

De verontschuldiging, tussen de tanden gemompeld, dat de dokter het verboden heeft die drangen te bestrijden, is natuurlijk de beste manier om een andere mens te laten weten hoeveel hij wel geminacht wordt, hoeveel zijn aanwezigheid (niet in het minst) geapprecieerd wordt, of zelfs eigenlijk ferm ambeteert, of nog beter: duidelijk maakt dat hij uit diezelfde lucht bestaat die van boven, door het open gesperde bekkes, buitenwaarts wordt gestuwd of van onderen, uit het gat van alle schaamden, opzettelijk ontsnapt. In 't kort: niets keren niets, plus niets, vermenigvuldigd met niets. Gapen, in die zin, is de meest onbeschofte manier om uit te drukken hoe een bepaalde aanwezigheid stoort, vermoeit, verveelt en vertaalt meteen dat men een nul is, aan de linkse kant. De beste reactie daarop is zelf ook te gapen, zelfs zonder werkelijke goesting, maar ge moet wel uwe mond heel wijd open sperren en verschillende seconden laten passeren vooraleer ge besluit de dialoog te hervatten. Het heeft de invloed van een ijskoud stortbad aan de andere kant van de lijn en de mens die daar aanwezig is zal onvermijdbaar haperen in zijn reactie, vooral ook omdat hij niet onmiddellijk zal begrijpen wat er aan de hand is... Werden de rollen nu omgekeerd? Zoiets is nog nooit eerder gebeurd, of in andere woorden, hij heeft zelf de klok wel verschillende keren doen dreunen, maar het is hem altijd ontsnapt waar juist die tepel hing.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Toeval, louter toeval

Toen ik nog in Rio De Janeiro woonde bezat ik een huis voorzien van een grote hof waar veel bloemen, planten en bomen in groeiden. Één ervan was een kerstboom die ik zelf had geplant, na onze eerste Kerstdag daar, in dat huis, gevierd te hebben. Gedurende ettelijke jaren schonk ik er geen werkelijke aandacht aan, tot op een zekere dag, mijn meid mijn aandacht er op trok dat, indien ik hem, die kerstboom, verder zou blijven laten groeien, zonder hem regelmatig te snoeien, vooral boven aan de top en zo óver het huis zou beginnen te reiken (alias, twee verdiepen hoog), iemand zeer genegen van de familie, als rechtstreeks gevolg daarvan, zou sterven. Ik heb geen enkele voorzorg getroffen.

Ik ben niet gelovig en bijgevolg, nog minder bijgelovig en ik heb me nooit geneigd gevoeld het verband tussen die boom en mijn zoon te leggen.

Mijn zoon is enkele maanden later overleden in een auto-ongeval.

Eigenaardig, hé? ’t Zal wel toevallig geweest zijn. Louter toeval.

Sedertdien wil ik, echter, in geen huis nemeer wonen.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Vingertopgrote zuigers

In Belo Horizonte en in Curitiba moest ik beroepshalve, gedurende meerdere weken in één enkele reis, verblijven. Verschillende machines moesten geïnstalleerd worden, ik was nog jong en onervaren en op den duur kreeg ik de gelegenheid vastere relaties met het lokaal ontmoette vrouwvolk, aan te gaan. Ook in die omstandigheden betrof het zich om ietwat jongere meisjes, een romantische sfeer, toekomstplannen. Toch was het mij minder gepast, vanwege de dan later te overbruggen afstand, het verschil in de opvoeding en vooral in de cultuur. Men zou er een nieuw leven in moeten investeren om klaar te geraken voor een evenwichtige en langdurende verhouding. Alleen de goesting, de seks en het lichaam zijn niet voldoende. Daarom zal ik over deze relaties hier niet al te veel schrijven, tenware over één van de twee, de vurigste, met wie ik in Belo Horizonte serieus gevrijd heb. Een echt schoon meisje. Een klassiek aantrekkelijk aangezicht. Een reeks witte, perfecte, tanden. Maar een beetje aan de mollige kant toe. En toch warmbloedig (a propos, dat is niet toevallig, dat is een noodzaak). Ik had ze leren kennen gedurende een carnaval in Rio, aan het strand. Later heb ik haar verschillende keren opgezocht in Belo Horizonte en is zij mij terug komen bezoeken in Rio. Ze kuste ontzettend geconcentreerd en langdurig. Met haar volle mond en haar enorme tong, die ze overal in mijn mond wist te wringen, tot diep in mijn keelgat. Ze hield intussen mijn nek stevig vast, mijn hoofd dichter tegen het hare trekkend. Gedurende tientallen minuten en vooral terwijl we aan het dansen waren. Intussen zou ze mij, met haar schoot, blijven opwrijven tot en met de conclusie (weeral) in mijn onderbroek. Ik geloof dat ze zelf ook niet achterbleef, alléén maar door het kussen en het wrijven, maar het lag er met pollepels op dat haar grootste bedoeling was mij over de grens te smokkelen. Ze vond er genoegen in niet alleen een man op te hitsen, maar ook het werk te beëindigen. Of misschien voelde ze dat zelfs als een noodzaak aan. Om hem verslaafd op haar te maken. Ik weet niet zeker of ze nog maagd was, maar ik verdenk van wel. Nooit hebben we volledig naakt gevrijd. Ik mocht me wel in haar aanzienlijke boezem verbergen, overheersend en zacht, zelfs indrukwekkend, met vingertipgrote zuigers. En ook met haar kittelaar. Maar enkel en alleen maar boven op haar slipje. Tot het drenkte van het sap, terwijl ze gretig haar dijen opende. Onderwijl niet vergetend, langs mijn broekgleuf om, de oorzaak van mijn spannende onderbroek, te blijven bekneden en te betasten. Haar warme mollige handjes, werkten zonder medelijden. Tot ze de stuiptrekken en rillingen door mijn lichaam voelde passeren. Ene keer gebeurde het liggend, op een verlaten strand, op een regenachtige dag, in Rio. Een andere keer in haar auto, in Belo Horizonte, boven op de neergeklapte banken. Nog een andere keer, op de sofa in de woonkamer van het huis van haar vriendin, ook in Belo Horizonte, waar we een half uur alleen mochten verblijven en tenslotte in een bioscoop, terwijl we naar een komische film aan het kijken waren.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten