Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Het leven is zoals de pedaal van een fiets

Ongeveer een week geleden, na mijn dagelijkse zware lichaamsoefeningen te hebben beëindigd (en waar ik in een oogwenk bijna twee liters zweet verlies), toogde ik opgewekt naar mijn stamcafé om daar de verloren vloeistof te recupereren en een nieuwe voorraad energie op te slaan voor de volgende dag.

Om mijn stamcafé (te voet) te kunnen bereiken moet ik een klein straatje inslaan waar het éénrichtingsverkeer is. Wat verder geraakt men dan terug in een normale straat en daar dichtbij, bevind zich mijn cafeetje. Toen ik de straat bijna uit was stopte er een wagen naast mij en de chauffeur, een ouderwets madammeke, wilde de weg weten naar een bepaald gekend hotel. Dat hotel is in feite heel gemakkelijk te bereiken te voet, maar vanwege het éénrichtingsverkeer's-straatje, niet langer dan vijftien meters, is het ietwat moeilijker de juiste manier om daar te geraken uit te leggen, aangezien men een aanzienlijke "ommetoer" verplicht is te maken, om daar, van de andere kant, te geraken. In overweging genomen mijn haast, mijn dorst en het feit dat ik onmiddellijk begreep dat dat vrouwmens, niettegenstaande al mijn pogingen nooit (jamais, never, nunca) zou begrijpen hoe daar precies te geraken, besloot ik haar de kortste weg aan te duiden en die verreweg ook de gemakkelijkste was. Alhoewel ik haar op voorhand had verwittigd dat ze goed moest oppassen, heb ik haar dat uiterst klein straatje aangewezen, dat direct naar het hotel leidde, eraan toevoegend dat er, op dat uur van de avond, praktisch niemand nemeer zou opdagen vanuit de tegenovergestelde richting, dat de politie daar in eeuwen al niet meer had gepasseerd en dat het dus geen slecht idee zou zijn toch dat stukje straat in te slaan, want het risico was klein, de omweg ontzettend groot en het moment voordelig. Ze knikte beslist en toestemmend van ja, bedankte me oprecht voor de hulp, sloot haar venster en weg was ze, het straatje in.

Ik bad, een beetje bezorgd, om vergiffenis en besloot mijn stappen wat te versnellen, want met al dat klappen was mijn keel nog droger geworden en toen ik pas het ritme perfect had hervat hoorde ik opeens een geweldige, metaalverwringende en glasbrekende klap achter mijn rug en begreep meteen wat er gebeurd was. Ik heb me niet helemaal omgedraaid en heb mijn pas ook niet vertraagd maar integendeel, veranderd in een draf, weg van het toneel, maar door een spleetje in mijn ogen kon ik nog juist vast stellen dat de wagen van dat ouderwets vrouwke recht in was gereden op een andere auto die vanuit de tegenovergestelde richting aan het rijden was.

Weet ge dat ik mijn verblijf in het cafeetje wat extra lang heb uitgerekt en daarna vermeed door dat eenrichtingsverkeerstraatje te stappen en integendeel de omweg te maken die zij eerst beslist had niet te gebruiken?

Voor alle zekerheid heb ik gedurende de verschillende dagen mijn baard niet meer geschoren en in plaats van mijn leesbil te gebruiken heb ik mijn uitzicht gemoderniseerd met een enorme zonnebril, net zoals diegene die mijn moeder altijd gebruikte en die ons eerst de bril deed zien en dan pas haar aangezicht?

Deze episode doet mij herinneren aan een uitspraak die ik ooit eens gehoord heb van mijn Joodse Chef, Herbert Landsberg, die aan een bediende, Lage Filho, aan het expliceren was dat zijn ontslag te wijten was aan een onvermijdbare regel, i.e. dat het leven nu eenmaal te vergelijken is met het pedaal van een fiets: vandaag is de pedaal aan de bovenkant, maar morgen is hij dan toch weeral aan de onderkant en dat dat in het leven net gelijk werkt. Bijgevolg treur niet, want morgen zal uw pedaal, ergens anders, terug aan de bovenkant staan.

Ga met zo een luidruchtige uitleg in uw oren gaan slapen!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De Trap

Enkele jaren geleden kregen we het bezoek van de moeder van mijn meid in Rio, vanuit São Luis, op weg (met de bus) naar São Paulo en volgens haar uitleg was ze gevraagd geweest, op het busstation, door een daar toevallig ontmoette kennis, gedurende de reis, een beetje op te passen op haar dochter die toevallig ook naar São Paulo aan het afreizen was, om daar een ander familielid op te zoeken. Zoals afgesproken en om haar dat plezier te doen, wachtten we haar aan het busstation in Rio op, voor een “tussenlanding” van amper twee dagen. Op weg naar huis (ik had me toen al mijn huis in Engenho Novo, een wijk van Rio, aangeschaft) was het, door het achteruitkijkspiegeltje gemakkelijk vast te stellen geweest dat het meisje, verbaasd over mijn eigenaardig en voor haar vreemd accent, me gedurig bleef aanstaren. Eens thuis, geraakten moeder en dochter dadelijk in een-oneindig-lang-overtijds-over-iedereen-gesproken-roddelaars-gesprek in de keuken terwijl ik, in de woonkamer, het meisje, zonder gelijk welk soort van interesse, ook wat aan de praat trachtte te houden. In de engelse taal bestaat er een uitdrukking waarvoor ik in het Vlaams geen precieze vertaling vind. Feit is dat het meisje een geboren “crotch watcher” was. Vanaf het moment dat ze mij voor het eerst had gezien tot op het ogenblik dat ik in de sofá neer zakte, had ze haar ogen niet afgewend van mijn onderbuik. Eigenlijk erg verstorend als ge dat niet aan het verwachten bent. Ik gebruikte, zoals gewoonlijk, een “bermuda”, een niet te korte sportbroek, die wat van de knieën af naar boven opschuift als men gaat zitten, maar toch niets verhult, zelfs als ge echt naar iets aan het zoeken zijt. Ze besteedde geen enkele aandacht aan de “small talk” die ik uit mijn mouwen aan het toveren was, of misschien verstond ze mij eigenlijk niet goed, maar ze was kort en grof toen ze me zonder aarzelen vroeg haar de kleur van mijn onderbroek te laten zien. Dat was het laatste wat ik verwachte van iemand die ik nog maar tien minuten eerder had leren kennen, van het vrouwelijk geslacht was en heel zeker niet ouder was dan achttien. Ze bezat blijkbaar al een prominente boezem, was wel een beetje aan de mollige kant, maar niets of niemand genoeg om een volwassen man, zoals ikke, te trachten mee te verleiden. Toch werd ik rood tot achter mijn oren, deed alsof ik het niet had verstaan en stond op om mijn broekbenen meteen zoveel als mogelijk naar beneden te trekken. Ik haastte me verschrikt naar de keuken waar ik zelfs niet opgemerkt werd door de twee vrouwen, keerde verbijsterd terug naar de woonkamer, keek haar wantrouwig over mijn bril heen aan en vluchtte zonder meer de trap op om boven, in mijn slaapkamer, in veiligheid te geraken. Ze was me echter één stap te vlug af en stelde zich uitdagend en strak naar mij opkijkend, op de eerste trede. Het was moeilijk om me, zonder mezelf laf te voelen, terug weg te draaien en zo besloot ik de trap toch op te klimmen. Ik verwachte al min of meer die beweging, maar toch verschoot ik mezelf een bult, toen haar linkerhand zich rechtstreeks en doelbewust naar mijn zak bewoog, die ze stevig vast klemde, haar tong tussen haar gesloten lippen stekend en er met wilskracht op bijtend. De pijn (in mijn ballen natuurlijk) was niet groot genoeg om het uit te brullen, maar het was ook niet zo dat ik me gerust voelde me bruusk terug te trekken. Zo stonden we daar, gedurende enkele seconden, in een onopgelost dilemma, niet wetend wat er verder zou gebeuren. Of beter, ik wist het niet.

De twee vrouwen waren nu pas maar echt aan het roddelen geraakt, nog altijd in de keuken en niets wees er op dat ze rap zouden ophouden. Ik wilde wel vluchten maar mijn benen waren zoals verlamd en antwoordden niet meer op mijn onovertuigend bevel. Zij intussen, maakte gebruik van mijn tijdelijke wanhoop om met haar rechtse hand, zonder aarzelen, mijn riem open te haken, de drie knoppen van mijn broek praktisch af te trekken en haar hand onbeschaamd in mijn onderbroek te steken....censuur...

Zonder zich te storen aan de twee vouwen die op minder dan vijf meter afstand, achter de hoek, stonden te kletsen, terwijl wij allebei op de eerste tred van de trap geklemd stonden, haalde ze....censuur...

Onmiddellijk voelend dat ik aan het bezwijken was, loste ze de druk wat op mijn eieren, liet mijn broek op de trap néér vallen, duwde mijn onderbroek naar beneden en....censuur....

Alles samen duurde het minder dan drie minuten. Dan pletste het resultaat met een duidelijk hoorbaar geluid op de derde trede van de houten trap. Ikzelf heb me gehaast het er met mijn eigen zakdoek vanaf te vegen. Zij, ongestoord, gleed terug naar de woonkamer, scharrelde ergens een tijdschrift op en keek niet meer om naar mij. De rest van de twee dagen heeft ze, iedere keer dat we elkaar kruisten, met een spottende blik op haar aangezicht, terug naar mijn kruis gegrepen. Toch is het niet meer mogelijk geweest dezelfde daad te herhalen en bleef het bij een licht, bovenop de broek, knijpen en wrijven, terwijl ze grijnzend en op haar tong bijtend, in mijn ogen staarde. Ik vermoed dat ze niet helemaal bij haar verstand was want later klaagde de moeder erover dat ze tijdens de gehele reis, ongeveer veertig uur lang, verschillende keren gewoonweg verdwenen was, vooral bij het donkeren, om het gezelschap op te zoeken van alleen reizende mannen. Toen begreep ik beter wat ze in São Paulo, alléén, van plan was te doen en waarom haar moeder zo bekommerd had gevraagd op háár te letten.

Geschreven door Rudo om 11:08 Reageer op dit bericht Stuur door

De Paster

Ik was weeral eens mijn dagelijkse plicht aan het vervullen, met name, een biertje binnen te gieten, in mijn nieuwste stamcafé, “O Artesão” in Recife, toen ik opmerkte dat er aan de tafel naast de mijne een bekend gezicht te bespeuren was. Het duurde verschillende minuten vooraleer ik hem thuis kon brengen en ik me herinnerde dat het zich om een Paster betrof van de Kerk, op het pleintje, dicht bij ons gebouw, die ik eens had opgezocht, samen met mijn vrouw, speciaal om over onze “delicate toestand” te spreken. Het is zo dat ze (mijn vrouw), alle zondagen, zonder faal, de mis bijwoont en iedere keer een ongezellige situatie beleefd, in die zin dat iedereen in die kerk normaal gaat communiceren (? - ik vermoed dat dit een verkeerd werkwoord is) en alleen maar mijn vrouw overblijft op haar stoel, omdat ze verboden is te biechten en bijgevolg ook de heilige hostie te ontvangen, omwille van het feit dat ze getrouwd is met een gescheiden man (ikke, natuurlijk, als ge daar nog over aan het twijfelen zijt). Voor iedereen die daar in de rij aan het aanschuiven is en geheimzinnig in de lenden duwt van de voorganger, hem (of haar) erop wijzend dat de zonden door haar (mijn vrouw) bedreven in de voorbije week nog erger waren dan diegene van de week daarvoren, toen ze ook al niet gecommuniceerd had, zich hadden blijven opstapelen en waarschijnlijk, intussen, onopbiechtbaar waren geworden.

Ik had gedacht dat gedurende een persoonlijk gesprek met de Paster, hem er op wijzend dat ze nooit doodzonden had bedreven (maximum enkele weinige, dagelijkse, zonden, zoals mijn kloten kussen) en dat ze daarom die straf helemaal niet verdiende, het mogelijk zou zijn hem van gedacht te doen veranderen. De Paster antwoordde (met diene typische mond die iedereen herkent, het geniepig gat van een kieken verwezenlijkend, waarin men pas een geschelde citroen heeft geduwd) dat ze werkelijk en in VOORTDURENDE ZONDE aan het leven was, stel u voor, met een gescheiden mens gehuwd te zijn en ze daarom absoluut verboden was geen enkel van de sacramenten te ontvangen. Ik wees hem erop dat verschillende Pausen, die hun neus ook in de vrucht hadden gestoken (in het verleden) en op den duur zelfs getrouwd waren met hun vriendinnen toch de mis hadden blijven voort lezen en al de sacramenten hadden blijven bedienen. Hij had me nog zuurder aangekeken, bij manier van spreken eigenlijk, want Pasters kijken de mensen nooit recht in de ogen, lachen ook nooit vriendelijk en wrijven altijd voortdurend in hun handen, omdat ze altijd zweten van de goesting, terwijl hij uiteen legde dat het verboden was feiten uit het verleden aan te halen, te twijfelen aan dogma's, twee keren dezelfde vraag te stellen, altijd maar “waarom” te vragen, over de inquisitie uit te wijden, moeilijke onderwerpen op de tafel te gooien, kortom, dat ze, wilde ze ooit de sacramenten ontvangen ze, of zowel moest scheiden van mij, of nog beter, wachten tot ik dood ging, want dat alleen zou het probleem definitief kunnen oplossen.

Ik had al eerder verdacht dat het onmogelijk was met een Katholieke Paster te trachten gedachten te verwisselen over eender welk onderwerp, maar toen werd ik er ineens absoluut zeker van. Ze hebben geen eigen gedachten, ze bezitten geen eigen initiatief en alles wat ze moeten lezen en zeggen gedurende de mis is eerst behoorlijk opgeschreven geweest door hun respectieve overheid, die het ook voorgeschoteld had gekregen van hun eigen overheid en die het op zijn beurt uit Rome had ontvangen, waar iemand anders en die niemand persoonlijk ooit heeft ontmoet het destijds had opgeschreven op een perkament papier, vierhonderd jaar geleden, wat hun moderne thesissen betreft en tweeduizend jaar geleden wat over hun dogma’s behandelt (zoals de drie personen in één) en alle verboden onderwerpen (min of meer drieduizend, allemaal samen) die, ge moogt gij niet aandringen hé, door een experte Paus bijeen waren gerakeld geweest, kort daarna, met de opdracht zich daar nooit nemeer mee te bemoeien.

Na diene overtuigende uitleg heb ik afscheid genomen, zonder zijn hand te drukken, want ik was er absoluut zeker van dat hij zijn handen dan meteen zou willen (en moeten) wassen, in dat kommeke wijwater, daar in de hoek van de sacristie en ik oordeelde dat het beter was hem dat ongemak niet aan te doen.

Hij zat daar dus nu terug, aan dat grenzend tafeltje, samen met een meneer, rond de dertig, die ik voortdurend in mijn richting voelde gluren om er zichzelf van te vergewissen dat ik hun gesprek niet aan het volgen was. Ik heb het niet gevolgd, eerlijk, maar de Paster, die een watertje aan het drinken was en daarna nog eentje, terwijl de andere meneer al aan zijn derde pintje bezig was, knikte voortdurend van nee, had geen antwoord op niets, veegde de lenzen van zijn bril voortdurend proper, gaapte verschillende keren luid en onbeschaamd met zijn mond wijd open, reinigde voortdurend zijn nagels met een zakmesje dat hij voor dat doel altijd in zijn zak bewaarde, keek om de twee minuten naar zijn horloge, rekte om de drie minuten zijne nek uit, veegde een stofje van zijn hemd, knikte terug van nee gedurende meerdere seconden en de man daar, die bleef maar aandringen, hopend de weerstand van de Paster te breken, maar er was geen doen aan, net zoals een ezel die niet vooruit wil stappen en nog minder achteruit en toen was ik er zeker van dat die meneer aan het expliceren was dat hij wilde trouwen met een gescheiden vrouw en toch verder de sacramenten wilde blijven ontvangen en toen herinnerde ik mij dat verhaaltje van Meester De Snak, in de Broederschool, in Roeselare: ’t zal gemakkelijker zijn de gehele oceaan in dat putje, in het strand van Blankenberge, te gieten, dan te verwachten dat de KK zal toelaten een condoompje te gebruiken of een mens opnieuw te laten trouwen (ge moest het maar vantevoren geweten hebben hé, dat uw vrouw zo’n tange is).

En dat is het. Punt en andere lijn.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Nota Bene (2)

’t Zal toevallig zijn, daar ben ik zeker van, maar t’is nu al bijna tien jaar dat ik weeshuizen frequenteer en ik herinner me niet ooit eens een Paster, laat staan een Bisschop, daar ontmoet te hebben, vooral om de kinderen te komen gelukwensen dat ze aan abortus ontsnapt zijn geweest, dank zij God en nu zullen moeten strijden om niet te sterven van de honger, van’t geweld en van de tientallen ziekten, de helft ervan ontvangen van hun eigen moeders, die resoluut het verbod van de KK in acht hadden genomen absoluut geen capootjes te gebruiken, eerst en vooral omdat die het grootste part van het genot verbrodden, maar ook en vooral omdat ze dan zo niet alleen hun eigen geslachtsziekten, maar ook die van hun eventueel gezelschap (ondere andere, hun echtgenoten), aan hun kinderen zouden kunnen door spelen.

Kinderen, voor hen (de KK), zijn maar belangrijk tot en met de dag dat ze geboren worden, want daarna is het iedereen voor zichzelf en God voor allen, uitzondering gemaakt voor de eeuwige zondaressen die getrouwd zijn met voordien gescheiden mannen en voor wie er geen enkele manier van genade bestaat.

Wat ik wel heb gezien zijn honderden Protestantse Pastoors, die sinds vroeg hun aandelen beleggen in verlaten kinderen, gevangenen van alle graden en typen en zieken, overal waar ze men kan vinden.

Ik zie niet met sympathie geen enkele van de twee, herkennend nochtans dat de KK ouder is dan de PK en dus over meer traditie zou moeten beschikken, terwijl, van de andere kant, maar vooral in de PK, het allemaal een pure kwestie van geld is geworden, aandelen en beleggingen, waarbij de mens alleen maar het middel vertegenwoordigt om het geld, na enkele overtuigende preken, van eigenaar te doen veranderen.

Ik heb gezegd.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Johan, de broer van mijn hart

Beste Johan,

.......

Ik maak van de gelegenheid gebruik te bevestigen dat ik uw huwelijksfoto ontvangen heb. Echt schoon en een reële afdruk van wat ge vertegenwoordigt: een gelukkig koppel. En over kinderen moet ge ook niet meer klagen, ge hebt ze nu in overvloed, voor de rest van uw leven. Ik heb het hier nog een vierde keer geprobeerd, maar zonder succes, weeral. Ne mens zou er, op de duur, zot van worden. Ik minder, want het lukt me niet (zot te worden, bedoel ik), maar voor Ligia is het een ware marteling. Ze gelooft er iedere keer zodanig in dat ze bijna omver valt als ze al die "nullen", onderscheidt op het papier van het bloedonderzoek...

En toch verliest ze haar "geloof" niet.

A propos van dat, ik heb net op het internet gezien dat er zich veel mensen afvragen waar God was gedurende die laatste aanval van Israël op de Gazastrook. De meerderheid van de slachtoffers waren kinderen. Arme kinderen.

God is toch wel een wreed schepsel, hé? Hij (langs zijn wettelijke en onfeilbare afgevaardigde, de Paus, om) maakt zich verschrikkelijk ongerust over wezens die nog over geen enkel van de vijf “gevoelens” beschikken: zien, horen, smaken, rieken en voelen, maar duizenden kinderen die, vooraleer te sterven, bekwaam zijn die vijf gaven tot in hun mergelbeen te ondervinden, worden, op dat gebied, toch als minder puur beschouwd en praktisch gereed om geslachtofferd te worden.

't Is net zoals dat meisje hier in Pernambuco, negen jaar oud en verkracht door haar stiefvader. Ze woog amper dertig kg en verwachtte een tweeling. De verantwoordelijke Bisschop hier heeft zich gehaast om te vermeiden dat de wettelijke overheden, na rechtelijke goedkeuring, een abortus pleegden, alhoewel verzekerd dat het leven van dat onschuldig kindje (dat van negen, bedoel ik) doodsgevaar liep. Hij beweerde, zonder rood te worden tot aan de wortels van zijn pruik, dat het leven van die twee embryo’s belangrijker was, voor God, dan het leven van dat negen jaar oude, verkrachtte, moederke en dat het duizend keren erger was die abortus te plegen, dan de simpele en eenvoudige daad van verkrachting. Voor dat laatste bestaat er onmiddellijke en absolute vergiffenis, twee paternosters en een Ave Maria, als penitentie, en ge zijt weeral gereed om de heilige hostie op te kauwen, terwijl de dokter, de verpleegster en de moeder van het kind officieel gebaand zijn geweest uit de Katholieke Kerk en het kind zelf, op het nippertje is ontsnapt, omdat ze nog minder dan tien was en dus (zogezegd) niet besefte wat er aan de gang was.

Ik herinnerde me prompt mijn eigen vrouw die ook de Heilige Sacramenten niet mag uitoefenen, want ze leeft met een gescheiden man. Ze is en ze zal altijd, een eeuwige zondenares blijven. Hoe rap de KK wel iemand veroordeelt hé?

De verkrachter zelf kan me nu regelmatig in de mis van de assistent van de Pisschop, om negen uur, op de zondagen, ontmoeten.

Diene valse Bisschop en diene ouderwetse Paus zijn er compleet bezorgd over de verkrachters niet uit de KK (er ontbreekt maar één K nemeer aan) te bannen, want één op elke twee van hun collega’s, Pasters, Bisschoppen, Kardinalen en Pausen, zijn homoseksueel van kindsaf aan en om problemen te vermeiden met eventuele toekomstige abortus verkiezen ze hun werktuigen in het achterwerk te proppen van de Chiroleiders en de Wierookventjes, in de Sacristie, in het geheim, vooraleer ze met hun Heilige handjes de Heilige wijn opdrinken. Het zou, zodus, niet gepast zijn al deze uiterst Godsdienstige mensen ook uit de Kerk te bannen, verkiezend er een zaakje van te maken en hun (on)schuld af te kopen met honderden miljoenen dollars in schadevergoeding.

.......

Jaja, ge hebt gelijk, onze Gleicy vervult 99,99 percent van onze dromen!!

Dank voor de boodschap.

Rudo

Geschreven door Rudo om 14:54 Reageer op dit bericht Stuur door

Dominus Vobiscum

't Is eigenlijk een beetje eigenaardig, maar elk jaar is het mijn vrouw (Ligia, die niet de moeder was van mijn enige zoon Rudo Jr.) die er mij aan herinnert dat het de verjaardag is van zijn dood en ieder keer is ze bekwaam me mee te sleuren naar een vooraf bestelde mis, om 17 uur, in die kerk op het pleintje, dicht bij ons thuis. Gisteren ook.

Daar zit ik dan (want ik doe niet méé aan al dat gedoe) en staar naar al die oerdomme mensen.... recht staan, neer zitten, recht staan, knielen, neer zitten, recht staan, buigen...enz.. zodat de oudere mensen er flink en fris van worden en hijgend en zwetend content zijn dat ze vandaag weeral eens uitstekend hunne plicht hebben voldaan (terwijl ze mij verwijtend aankijken, want ik ben nog veel jonger en ik zou eigenlijk het dubbel van die lichaam's oefeningen moeten plegen) en er absoluut zeker van zijn de hemel te verdienen en dat ze nooit nemeer ziek zullen worden...

En altijd maar zagen over de Heilige Joden, Israël, Jeruzalem, Dominus Vobiscum, Jezus, Amem... enz... tot ge er uzelf bewust van wordt waarom precies ge ongelovig zijt geworden, om niet te zeggen atheïst... en ge vast stelt dat gij de enige nuchtere mens bent in de dichte omgeving en dat alle godsdienstige mensen er zeker van zijn dat alle oorlogen niet alleen nuttig zijn, maar absoluut nodig, om de goden van de andere volkeren definitief te vernietigen, onder andere, maar alleen maar op hun eigen terrein, natuurlijk, want preventief aanvallen is duizend keren beter dan naïef te verdedigen en ge weet wel, dat voortdurend ROOD gevaar dat ons altijd bedreigt, die miljoenen chinezen, allez, buiten al die andere, oosterse, enz, enz...

Feit is dat ik daar zit om mijn vrouw een plezier te doen en dat zij het goed meent en dat ik haar niet mag vragen te "REMMEEEEENNN", maar dat ik mij een beetje schijnheilig voel, dat voel ik...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van darmen en pisboogjes

We moesten op een bepaald weekeinde, vanwege het werk, deel nemen aan een congres in een modern hotel (ontworpen door de wereldberoemde architect, Oscar Niemeyer) in Niteroí, rechtover de stad Rio De Janeiro. Zoals gepland waren er talloze vergaderingen, spreekbeurten en vanzelfsprekend, ook meerdere “coffee breaks”. Ik voelde me niet helemaal op mijn gemak omdat ik nog geen enkele echte gelegenheid had gevonden, sedert vroeg in de morgen, tussen de tientallen aanwezige mensen die me hier en daar in beslag namen, eens rap naar de WC te rennen om me daar te verlossen van de dringende druk in mijn onderbuik. Gedurende het middagmaal, nog altijd met die pijnlijke goesting in mijn broek, vond mijn vriend (diezelfde van de uitstappen met de twee humaniorastudentinnen), verrast, een lang (blond) haar in zijn soep. Hij stond geniepig recht, kwam kalm achter mijn stoel staan en legde het langzaam, uitgespreid, over de aardappelen in mijn bord, alsof er niets aan de hand was. Nadat hij rustig terug zijn plaats had ingenomen, kregen de stuipen mij opeens te pakken en eveneens kalm (trachtend te blijken, alleszins) stond ik ook op, ging eveneens achter zijn stoel staan, doopte mijn plat uitgestrekt hand in zijn soep en wreef het over zijn haar, terwijl er op lettend niemand’s anders aandacht te trekken. Ik was niet van plan op zijn reactie te wachten en spoedde me haastig naar het lang verwachtte toilet.

Er waren meerdere mannen aanwezig en me niet helemaal gerust voelend besloot ik een onbezet piskommetje, recht tegenover de deur, uit te kiezen, terwijl ik ze, half omgedraaid, in de gaten hield, om me te beschermen tegen onverwachte terroristische aanslagen. De druk was intussen ontzettend groot geworden en de pisstraal, dadelijk daarop, fel en overvloedig. Met één oog op mijn gevoelige pisser gericht en het ander op de deur kon ik mij eindelijk in vrede verlossen. Diep zuchtend van het genot kreeg ik echter opeens in de gaten dat twee dienstmeisjes onderzoekend het toilet binnen aan het stappen waren. Ze droegen elk een metalen bordje onder hun oksels, waaraan een formuliertje vast geklemd zat en waar ze de toestand van alle WC’s aan het opschrijven waren, in aangepaste tabellen, om later voor eventuele maatregelen te zorgen. Nog altijd een beetje ongerust over de mogelijk aanrukkende wraakpogingen vanwege mijn vriend, besloot ik mijn beschermende houding niet te verlaten, alhoewel mijn halfomgedraaide rug mijn werktuig zo niet helemaal verborg. De meisjes hielden zich beroepsbewust aan hun taak, belangstellend in alle richtingen kijkend, tot ze mijn piskommetje in de gaten kregen. Alhoewel ik de indruk had dat ze naar mijn werktuig aan het loeren waren en ik het aangeraden achtte er een beschermende hand vóór te houden, hadden ze opgemerkt dat het kommetje stilaan vol aan het lopen was, verstopt door een niet eerder ontdekte prop papier. Ik voelde op dat zelfde moment dat het tipje van mijn spuiter in het "natte" aan het dompelen was, zoals ten andere ook de vingertippen van mijn rechterhand die ik er juist voren hield. Één van de twee meisjes draaide zich giechelend om terwijl het ander, mij ernstig aanschouwend, waarschuwde dat het kommetje op het punt stond over te lopen. Ze maakte korte rappe bewegingen met haar handen om me aan te zetten te stoppen met wateren. Door het verschot klemde ik wellicht de verantwoordelijke spier voor een ogenblik hard dicht, maar de drang om er (nog) niet mee op te houden werd groter en de straal kwam er meteen nog bruisender uit. Mijn darm, weliswaar slap, vertoonde zich dikker dan in een normale toestand te verwachten is, veroorzaakt door de hoeveelheid opgehoopte vloeistof die er doorheen spoot en dat trok wellicht nog méér de aandacht van dat meisje, dat er nu, onbeschaamd en bewust, haar blik deed op rusten. Het zalig gevoel van de ontlading, van de ene kant, plus de geïnteresseerde blik van het meisje, van de andere kant, deden me, bijna zwijmelend, helemaal terug naar voren draaien, tezelfdertijd een stap naar achteren zettend om de rest van de lading naar de overstromende bassin te mikken.

De andere aanwezige mannen lieten duidelijk hun plezier uiten met de geschaapte situatie, maar op dat moment kon het mij weinig schelen en voleindigde ik, blozend van de opluchting, mijn belangrijke taak.

Tot mijn allergrootste verbazing mompelde het meisje mijn voornaam (hoe had ze die ontdekt?), trok haar schouders vragend op en verdween.

Morele kant van dit incident: ik heb niet kunnen uitmaken of het piskommetje te hoog geïnstalleerd was geweest of dat mijn appendice te laag hing.

Mijn collega heeft zich later op mij gewroken maar dat zal wel eens te pas komen gedurende een volgende gelegenheid.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Een vierde poging van iets en een tweede poging van iets anders, en nietske hé...!!

Vergeef me mijn gebrek aan aandacht, maar ja, we hebben nog ene andere keer, gedurende een vierde poging, geprobeerd kunstmatig een kind te verwekken, zonder succes nochtans.

We hadden ons gloednieuw dochtertje Gleicy mee genomen op onze verschillende, voorbereidende, bezoeken aan de dokter (niet alleen omdat we geen voorstanders zijn van "geheimpjes", maar ook en vooral omdat ze ons toen al zo veel geluk aan het voorschotelen was) en ze verbaasd had zitten gadeslaan hoe hij, de dokter, regelmatig tussen de benen van mijn vrouw aan het foefelen was, zich waarschijnlijk afvragend waarom ik dat allemaal toeliet, tot ze ook ne keer wilde gluren en ik haar aandacht aan iets anders heb moeten afleiden, maar 't is allemaal geen "avance" geweest. Geen enkele van de drie overgehevelde embryo’s, geen enkele van haar honderden, om niet te zeggen duizenden, "Ave Maria's", de zorg waarmee we haar hebben omcirkeld, de namen die we voortdurend overwogen, de talrijke, onverwezenlijkbare, beloften die mijn vrouw uit haar hoed heeft getoverd, de kaarskes hier, de paternosters daar, niets, absoluut niets heeft God en zijn Heilige Moeder, kunnen overhalen haar (en ik ook, natuurlijk) diene gunst toe te staan. Alhoewel de drie embryo’s er sterker en gezonder uitzagen dan ooit tevoren (door de microscoop, vanzelfsprekend), is er geen enkel van hen bekwaam geweest zich aan de baarmoeder van Ligia vast te klampen en was het resultaat van de eerste bloedtest, na veertien dagen, negatief voor zwangerschap. Ik had er speciaal op gepast mijn leesbril niet te vergeten, terwijl we naar het laboratorium toogden, maar 't was ook helemaal niet nodig. "Nullen" herken ik nu al op afstanden van meer dan tien kilometers. Ik heb zelfs de dokter niet meer bezocht en heb hem het resultaat van de bloedtest telefonisch laten weten.

Maar we zijn aanhouders, resistent, wilskrachtig, overtuigd en onbreekbaar en daarom is het niet overdreven te beweren: we zijn bekwaam een vijfde poging te wagen. Wacht af...

Ondertussen oordeelden we het echter tijd (ook om gemakkelijker "Onze Lieve Vrouw", beetje bij beetje, te vermurwen en definitief te overtuigen), een nieuwe poging te starten nog een ander kindje te adopteren en hebben we daar de nodige papieren en onvermijdbare ondervragingen, vanwege sociale assistenten en psychologen, van de Staat, met geduld, ondergaan. Om de kansen op een vlugge afloop te vergroten, maar ook omdat ik wel degelijk een enorme voorkeur heb voor "zwartjes", hebben we onze aanvraag met alleen maar twee eigenschappen ingediend: een zwart meisje, tot en met vijf jaar, zonder andere voorkeuren te vermelden. De psychologe, een blanke, had nog willen weten of het kindje het ene of het andere gebrek, fysisch of psychisch, mocht bezitten en pas toen stelde ik vast dat zijzelf ook een handicap had (aan haar linkerhand), wat ik niet eerder had opgemerkt. Ik heb geantwoord van ja, een scheel oog, een diep lidteken in haar aangezicht en zelfs een verminkt handje, dat zou me allemaal geen barst kunnen schelen. Maar ze vervolgde: "en indien het kindje aan een geestelijke gebrek lijdt, zoude dat ook aanvaarden?" en dan heb ik gereageerd van "liever niet"; dat ik aan zo'n beproeving "niet bekwaam zou zijn weerstand te bieden" en toen ze wilde weten waarom niet, ik geantwoord heb (wat ik het eerlijkste vond): "ik ben niet overtuigd dat ik daarvoor over genoeg geduld zou beschikken", terwijl, door mijn hoofd, het geval schoot van een collega van het werk die ook twee keren getrouwd was geweest en gedurende zijn laatste huwelijk een kind had gewenst van zijn vrouw, die toen al over de veertig jaar was en het kind toch gebaard heeft en zich bij de drie andere kinderen heeft gevoegd, die al veel ouder waren en die nooit naar een "speciaal" kindje hadden gevraagd en er ook nooit op hebben willen letten, terwijl de ouders werden uitgedaagd hun levenslange aandacht te schenken aan een jongetje dat een geestelijk gebrek bezat en dat ze, de ouders, kort daarop, allebei, zijn gestorven, beseffend dat na hun dood, niemand zich zou storen aan dat laatste schepselke dat ongewild op de wereld was gezet geweest en er absoluut zeker van waren dat het uiteindelijk, alleen, in een weeshuis zou belanden.

Bestaat er iets vreselijker dan een ouder te beseffen, terwijl hij tegen de dood aan het strijden is, dat hij een wezen zal achter laten dat zichzelf niet alleen zal kunnen verdedigen?

Dat was het wat door mijn hoofd spookte terwijl de psychologe mijn antwoord afwachtte, na me tegen de muur te hebben geperst, zonder dat ik er over getwijfeld had dat, op den duur, onze liefde niet alleen eender, maar zelfs bekwaam geweest zou kunnen zijn, groter te worden voor een speciaal kindje, dan de liefde die men voelt ten opzichte van eender welk ander. Ik heb, moedig, besloten dat ik mezelf die jeuk niet wilde aandoen. De psychologe heeft dat blijkbaar niet goed kunnen inslikken want, alhoewel goed gekeurd voor een nieuwe adoptie, zijn we nu al (bijna) een vol jaar aan het wachten op een speciaal telefoontje, ons uitnodigend, ons nieuw dochtertje te leren kennen...

In een vlaag van wanhoop heb ik dan, enkele maanden geleden, de volgende boodschap gezonden naar mijn jongste broer J., in Gent:

“Pour Memoire”

Vandaag, negen september 2008, heb ik, op aanvraag van de Jeugdrechter hier in Recife, een afspraak gemaakt met een psychiater. Hij, die rechter natuurlijk, verdenkt mij ervan enkele vijzen tekort te hebben (ik vermoed dat hij te weten is gekomen dat ik de broer ben van G.) want ik moet, net zoals mijn vrouw, een getuigschrift verkrijgen dat we geschikt zijn een ander kindje te adopteren. De vorige keer, toen we ons "Gleicy" verdiend hebben, was dat ook al zó, maar ik had verondersteld dat we uit die geslaagde onderneming, met grote onderscheiding te voorschijn zouden gekomen zijn en zo van die nutteloze bureaucratie gespaard te worden. Blijkbaar niet.

De vorige keer was het met een andere rechter geweest, wat ouder en met wat meer ondervaring, maar toch nog altijd duidelijk weinig geïnteresseerd in de zaken die de Staat rechtstreeks aangaan. We hebben zelfs NOOIT direct contact met geen enkele van deze twee kinderrechters gehad en toch hebben ze, beiden, ons "gevonnist". Een rechterlijke beslissing gemaakt.

Toen al waren we ontvangen geweest in een klein bureeltje door een receptioniste die de deur gezellig had open laten staan, zodat iedereen, in een omtrek van vijf meters, ons gesprek had gevolgd en ons daarvoor, ferm geïnteresseerd, hadden blijven aanstaren. Terwijl ik mijn “probleem” beleefd had uitgelegd kregen ook de andere aanwezigen ons verhaal te horen: waarom juist we wilden adopteren, hoezo, wat is uw probleem dan wel eigenlijk, enzovoort, maar toen ik mijn "depoimento" geëindigd had, heb ik mezelf omgedraaid naar de volgende in de rij en heb haar, ook beleefd, maar koud, uitgenodigd nu ook haar probleem publiek te bekennen, wat de receptioniste niet helemaal echt had geapprecieerd en die nieuwsgierige vrouw ook niet tenandere, maar kom, het kon me, op dat ogenblik, gene barst nemeer schelen..

Deze keer echter, scheen het nog verslecht te zijn. Het is duidelijk een “hostile” operatie geworden. Weeral zaten er drie andere koppels in de rij die deftig bezig waren ons verhaal méé te leven, terwijl de receptioniste ons duidelijk maakte dat wij de "vragende partij" waren en dus absoluut niets moesten eisen (ik had eigenlijk ook nog niets geëist) en integendeel onszelf moesten inprenten dat de kinderrechter verwachtte dat wij vooral moesten geïnteresseerd zijn in zwaar zieke, fysische en mentaal gestoorde pubers en als’t ietwat mogelijk was, met een misdadig verleden.

(Ga naar de helle, lelijk vrouwmens, ik ben wel nen goeie mens maar ik ben nog altijd gene onnozelaar, hé!!).

Bovendien maakte ze het verschrikkelijk duidelijk dat de nieuwe rechter oordeelde dat vreemdelingen geen Braziliaanse kinderen zouden moeten adopteren, verkiezend dat ze beter hier, in hun eigen land, verrotten..

Ze liet bovendien verstaan dat er geen enkel kind, huidig onder de bescherming van de Staat, een Peter nodig had en dat er alleen maar kinderen beschikbaar waren, voor dat doel, boven de zeven jaar. De kindjes, jonger dan vijf, zouden beter terecht zijn bij hun eigen, biologische, ouders, mopperde ze nog.

Ik heb me daar echt zoals een uil gevoeld, eerlijk gezegd.

Ze kon echter niet uitleggen waarom alle weeshuizen, overal hier, zo stropvol zitten. Misschien is ze "benauwd" haren job te verliezen. Die domme geite...

Om te besluiten moet ik er nog aan toevoegen dat die psychologe mijn uitdaging heeft aanvaard en mijn dochter (die daar ook altijd aanwezig was geweest) in een apart zaaltje heeft ondervraagd, vooral om te weten welk cijfer ze me zou toekennen, van nul tot tien, in verband met de toestand van mijn "vaderschap" en ik, achteraf, te weten ben gekomen dat ze me "Nota DEZ" heeft toegewezen!!

Heerlijk hé, vader zijn!!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Afscheid van Mama: F's versie

Mama,

Je hebt ons gedragen en gekoesterd,

Verlangend om ons te zien bij de geboorte

Verlost en vermoeid ons los gelaten

Soms in vreemde handen

Vol vertrouwen ons op weg gezet,

Als het moest, ook hardnekkig verdedigd,

Je was leeg gegeven,

Wij namen de taak over:

Je was nu ons kind geworden

Geborgen verzorgend, tot alleen de aanraking en de blik je rust gaf

Nog altijd te weinig en te kort voor wat jij aankon.

F. D. Rudo G. J..

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Golven van geluk

Iedere keer als het mogelijk is (en het is altijd mogelijk, tenware ik op reis ben) zijn de zaterdagavonden gereserveerd, met onvermurwbare hardnekkigheid, aan een cafeetje, hier dichtbij, waar de eigenaar één van die elektronische orgels volledig domineert en praktisch een compleet orkest vertegenwoordigt, terwijl hij tezelfdertijd en nog indrukwekkender, zijn ontroerende maar toch vastbesloten stem uit strooit in het gebuurte. Eerder was ik een dagelijkse fan geweest van een ander, groter en chieker, restaurant (dat ondertussen vervangen is geworden door een wolkenkrabber), waar er zich dagelijks een samba orkest presenteerde (met zeven begaafde instrumentlisten), wat voor mij het gelukkigste part van mijn leven, hier in Recife, heeft betekend. J., G., Nara, Asoeka, Mark en ne hele hoop andere kennissen en vrienden hebben dat, gelukkig, ook kunnen bijwonen. Maar zoals de ondervinding leert, alle goede acties duren niet lang en nog iets anders: ne keer dat het gedaan is, komt het nooit ne meer terug (nog verder in diene aard: het smakelijk eten komt altijd in kleine porties, het slechte, in ene keer en in grote hoeveelheid, of nog raker, als je denkt dat de nood het hoogst is, is de redding nu pas, echt vér weg). Wel, maar terugkerend op dat simpel cafeetje, de zaterdagen zijn dus de dagen in de maand waar ik het meest naar verlang. Normaal trek ik er alleen naar toe, zo rap de show begint, rond de vijf uur in de namiddag, om er absoluut niets van te missen. Hij stopt ongeveer vijf uur later, zonder maar ene keer recht gestaan te hebben, gepauzeerd te hebben of, nog moeilijker, ene keer te gaan pissen. De eerste twee uren dienen om op gang te geraken en de stemming er langzamerhand in te brengen. Het timbre van zijn stem, niet speciaal terwijl hij gewoon spreekt, maar vooral wanneer hij zingt, volgens mijn goesting en criteria, is niet te verbeteren. Niet luid en toch niet onhoorbaar, met een perfecte dictie. Alhoewel ik een halve dove ben, versta ik kristalhelder alle woorden, wat eerder zeldzaam is. Het orgel verbergt een beetje de fouten die hij op het toetsbord begaat en die op een piano onvergeeflijk zouden zijn, terwijl valse tonen prompt zouden versterkt worden en zelfs beklemtoond, maar ik vergeef hem dat wel. Een orgel is, in alle geval, te verkiezen boven een gitaar, dat nooit zoveel variëteit vanuit één instrument kan toveren.

Hij is origineel een metser van beroep, vooraleer hij besloot deze muzikale carrière te omhelzen en is er, uitzonderlijk, in geslaagd eigenaar te worden van zijn eigen cafeetje met de opbrengsten ervan. Hij is, zoals er duizenden rondlopen hier, een ongelooflijk natuurtalent (tenor). Bovendien is de muziek die hij produceert, zacht, emotioneel, op de volmaakte toon, op het juiste ritme, meeslepend en zelfs hartstochtelijk en toch kalmerend, zonder de muziek aan verkrachting of zelfs aan moord bloot te stellen, zoals vele andere zogenoemde "artiesten" dat doen, met of zonder voorafgaande muzieklessen.

Die avonden betekenen voor mij, zonder enige twijfel, de allergelukkigste momenten, tegenwoordig, in mijn leven en dat is nu al langer dan een jaar aan het duren. Soms vermoed ik dat, zoals de spreekwoorden het altijd preken, het niet lang nemeer zal blijven duren..

Gedurende de eerste helft dus van zijn presentatie vind ik de tijd om na te denken, de moeilijkheden te overwegen (niet precies financieel), de ernstigheid van de problemen te schatten, de strijd te herleven en gebeurt het niet zelden dat ik dan, daar alleen in mijn hoekje, één enkele traan, onbekwaam ben te onderdrukken. Ik heb mezelf nooit ontwikkeld in de zin mijn heersende gevoelens, op alle ogenblikken, duidelijk te manifesteren, maar het kost niets, heimelijk, één traantje, of maximum twee, te bevrijden als men maar alleen is, thuis of eender waar, zolang niemand dat kan bespieden. Soms is het niet meer dan een momentele opruiing van opgestapelde en oververpakte gevoelens zonder zelfs één speciale reden of oorzaak daaraan te kunnen koppelen maar niet zelden kan ik vermijden dat mijn ogen simpelweg vochtig worden. Andere keren en hoe langer hoe meer, ben ik verplicht te tranen weg te vegen, vooraleer ze in mijn glas bier vallen...

Maar dan begint de overwelvende invloed van de muziek zich weer te manifesteren en de tranen die eerst vloeiden van het verdriet, beginnen nu te vloeien van het geluk. Ik vraag altijd aan mijn vrouw: hoeveel is een slecht geslapen nacht waard? Gene smerige frank. Maar ook: hoeveel zijn enkele gelukkige uren waard? Hoeveel ben ik bereid daar voor te betalen? Letterlijk en figuurlijk? Gelukkige uren zijn, gewoonweg, onbetaalbaar!!

Dan begin ik zelfs oncontroleerbaar mijn hoofd en zelfs met mijn gehele lichaam te wiegen en te zwalpen over de golven van het geluk, terwijl ik, op de tafel, met enkele vingers, het ritme volg, zodat zelfs de bedienster me wat eigenaardig, maar met een verstaande glimlach, aankijkt terwijl ze voorbij passeert. Op het einde dan komen mijn vrouw en mijn dochter mij opzoeken, maar nooit vroeger dan het allerlaatste liedje weerklinkt in dat halfopen cafeetje. Dat laatste liedje is dan meestal dat wat het minste culturele boodschappen bevat en integendeel, het lot van een mens een schup onder zijn achterwerk bezorgd (in deze zin vond ik het woord "schijter" dat je gebruikt hebt in je laatste mail, een voorbeeld van oprechte natuurlijkheid) en waarvan de meest herhaalde woorden zijn: "drinken, vallen en terug óp staan".

Maak u echter niet ongerust, dronken worden staat niet meer in mijn woordenboek, sedert diene laatste keer dat ik, om de tien meters (zoals klein duimpje), een duidelijk spoor heb achter gelaten, op mijn weg naar huis.

Ewel, 't leven is nu eenmaal zo: veel verdriet en weinig geluk, maar de karre is vooruit aan 't bollen (of beter: en de boer, hij ploegde voort..) en dat is het belangrijkste..

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten