Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Fritz en zijn geiten (2)

Iets dergelijks (zie vorige post) is ook gebeurd toen hij opeens opdook met een voor mij nog onbekend meisje, hand-in-hand, te laat voor een vergadering die we eerder hadden gepland, met de onschuldige uitleg dat ze zopas van een motel waren gearriveerd, na eerst samen gezellig gemiddagmaald te hebben.

Toevallig, of niet, is zijn vrouw, diezelfde dag nog, met haar twee kinderen, mij komen opzoeken, ongerust dat ze zich verklaarde over zijn vreemd gedrag, terwijl ze me mij onderzoekend, maar streng, in de ogen aankeek en uitdrukkelijk (onder)vroeg: hebde gij hem al eens "betrapt" met een andere vrouw? Met mijn geweten helemaal in orde heb ik haar, overtuigd, geantwoord: "Nee, ik heb hem nooit betrapt". Betrappen, voor mij, betekent: zijn piemel in een andere schede "in en uit" zien bewegen en dat heb ik, echt waar, nooit gezien. Had ze mij gevraagd of ik hem hand-in-hand met andere vrouwen had gezien, dan zou ik positief gereageerd hebben. Of zowel, hebde gij hem een andere vrouw in de nek zien strelen, dan zou ik ook positief geantwoord hebben.

Nog enkele dagen later kwam ook zijn schoonmoeder mij diezelfde vragen stellen en nogmaals heb ik alles ontkend.

Minder dan een week daarna vroeg Fritz me hem naar het appartement van die schoonmoeder te rijden en toen we daar aankwamen gedroeg hij zich, och zóóooo teder met haar en zij, och zoóóoo teder met hem, zodat ik er opeens zeker van was dat zij me nooit meer lastig zou vallen. Integendeel, in de toestand van een "ongetrouwde moeder", zoals ze bleek te zijn, had ze pas recent de ware genoegens van de "harde seks" ontdekt. Harde seks is de seks voor de seks en niet voor de liefde, heeft ze me later eens vertrouwelijk toegewijd, alsof dat nodig was. Toen wist ik nog niet of ik iets te veel had gezien, maar ze gaf mij de indruk dat, in de familie, dat specifiek probleem met extreme voldoening was opgelost, wat haar part betrof toch, op zijn minst.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Fritz en zijn geiten

Terugkerend naar mijne gewezen vriend Fritz, wij waren samen gecontracteerd geweest door een zekere Eduardo Monteiro, een locale megaondernemer, afstammeling van een rijke traditionele familie hier in Recife (die ook de oorsprong was van verschillende gekende politicus, ondermeer een ex-gouverneur, een ex-burgemeester, enkele ex-senators, verschillende volksvertegenwoordigers en zelfs ministers), met de bedoeling de industriële voorbereidingen te treffen een nieuwe krant te inaugureren, met als grootste doelwit hun politieke invloed te herstellen, die door een deficiënte, voorafgaande, administratie en aanwezigheid in polemische politieke groepen op verkeerde momenten, in franke decadentie was verzeild geraakt. Het gehele concept van die nieuwe krant, het gebouw, alle machines, de financiële hoek, het type van de krant, de inhoud en zelfs de grafische voorstelling, praktisch alles enfin, waren rechtstreeks gevolg van onze exclusieve actie, onze inzet en onze verantwoordelijkheid: hij als onlangs afgestudeerde ingenieur en toekomstige industriële directeur en ik, met de noodzakelijke ondervinding, als de gespecialiseerde en vertrouwbare leverancier. Ze hadden ook, natuurlijk, een architecten bedrijf gecontracteerd om het bestaand gebouw, waarin eerder een bank van de familie was gevestigd (met zelfs een ondergrondse kluis erin) op te kalefateren en voor dat nieuwe doel, volledig aan te passen. De twee verantwoordelijke architecten vormden toevallig (of niet?) een jong koppel, schijnbaar gelukkig en vriendelijk, onder elkaar en met ons. Regelmatige vergaderingen en contacten tussen ons vieren, waren natuurlijk onvermijdbaar. Ze hadden nog geen kinderen, alhoewel ze daar duidelijk naar streefden.

Hoe groot was mijn verrassing niet toen Fritz me op een zekere middag, over de telefoon, uitgenodigde met hen te gaan middagmalen, wat ik niet gewoon was te aanvaarden, maar sinds ik daar toch enkele zaken moest oplossen, besloot te accepteren en toen ik daar, in het restaurant, arriveerde alleen de vrouw-architect, samen met Fritz aan ene kant van een tafel zag zitten, terwijl ze mij uitnodigden aan de andere kant van de tafel, plaats te gaan nemen. Ik vond hun gedoe een beetje eigenaardig, vooral de manier waarop ze zich, dicht bij elkaar aanleunend en zelfs op een intieme manier, gedroegen. Het werd nog vreemder toen ik Fritz's hand ineens achter haar nek zag opduiken en haar daar, zachtjes, begon te strelen, terwijl ze, knorrend van het genot, zoals een kat, zichzelf tegen zijn schouder vlijde. Ik wist niet goed hoe ik moest reageren: doen, net alsof ik niets aan het zien was, of gewoon recht staan en te murmelen dat ik hun intimiteit absoluut niet wilde storen. Ik besloot voor het eerste, vooral ook omdat er veel andere mensen aanwezig waren en die ook precies wisten wie juist wie, in die verhouding, was...

Deze, voor mij lastige, intimiteit is blijven duren tot ze me, op een zekere dag, hebben ingelicht dat zij, de vrouw-architect, eindelijk en gelukkig, zwanger was geraakt. Eigenaardig genoeg, juist op diene dag was haar man wel aanwezig, zat het getrouwd koppel aan één kant van diezelfde tafel, op diezelfde stoelen en zat Fritz aan de andere kant van de tafel, nu naast mij.

Ga met zo'n lawijt in uw oren gaan slapen!!

(Ik denk dat iedere man recht heeft op een DNA bewijs van zijn toegewezen kinderen... dat schaap van diene goeie mens... zo jong nog en toch al met al die enorme horens op zijn voorhoofd... en dan te weten dat Fritz nog lelijker is dan ik...)

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Het afscheid van Mama

Hallo Charlotje,

Ja 't is waar, weeral zo lang geleden. Maar een mens wordt daaraan gewoon, op den duur, denk ik.

Ik moet eerlijk zeggen, moest ik een bijgelovige mens zijn, of alleen maar een gelovige mens, dan zou ik nu met mijn hart in mijn voeten gezonken zitten. Lager dan dat kan het, is het niet?

Mijn moeder, jou grootmoeder, heeft mij verrast, op het laatst. Gelukkig heeft het mij niet uitzonderlijk aangetast. Het is hoogst mogelijk dat ik nog véél zal lijden, zoals ze het mij hartstochtig heeft toegewenst, op het einde van haar leven, maar als dat dan toch gebeurt, zal ik het niet aan háár verwijten. Hopelijk kan ik er dan zelf, op het juiste ogenblik, een punt achter zetten.

Je herinnert je nog dat je daar aanwezig was, met Christian, diene zaterdag namiddag? Ze was ongelooflijk lief en nuchter. Bijna normaal, buiten het feit dat ze in haar bed (praktisch recht) zat.

Toen je amper de lift uitstapte, beneden, draaide ze zich om naar mij en vroeg me vriendelijk haar nu naar haar bed te dragen. Verbaasd antwoordde ik haar dat ze al in haar bed zat. Maar ze drong onmiddellijk aan: draag mij nu naar mijn bed, terwijl ze aanstalten maakte zichzelf op te heffen. En nogmaals bevestigde ik: "maar je bent in je woonkamer, in je bed. Daar is de televisie, daar is de tafel, de sofa, de familie foto's..." Ze perste dan tussen haar fijne lippen: BRENG MIJ NAAR MIJN BED!! ONMIDDELLIJK!! IK ZAL HET NIET MEER HERHALEN!! NU !!!!

Maar ze heeft het nog verschillende keren herhaald. Tot ze mij begon te verwijten dat ik haar in haar bed had vast gebonden. En ze trachtte, de daad bij het woord voegend, recht te kruipen, meer dan ene keer, om er zelf naar toe te sukkelen. Maar ze slaagde er niet in en viel terug, slap neer, na elke poging. En toen wilde ze mij blijkbaar doden, alleen maar met die verschrikkelijke blik. Ge zijt nen vuile smeerlap.. nen echten duvel, uw vader had gelijk... hij had u lam moeten geslagen hebben... Braziliaanse smeerlap... ge zult daar allemaal nog veel voor moeten betalen, zulle... wacht maar af... ge zult nog veel moeten afzien vooraleer ge dood gaat.... vuile smeerlap... duvel.. allez, breng mij nu naar mijn bed... onmiddellijk... enzovoort, enzovoort... tot ik er van begon te beven, niet begrijpend wat er eigenlijk allemaal aan het gebeuren was... wat ik eigenlijk allemaal verkeerd had gedaan.. wat ik nu moest doen om alles goed te maken... en er een traan in mijn ogen begon te pinken.. en er ook echt lam van werd.. begrijpend dat ik niets kon doen om er einde aan te maken... dat ze misschien zelfs gelijk had, want op zo'n ogenblik is er niemand bekwaam te liegen en dat ik er beter van onder sloop, in de grond zakte... misschien zelfs, het allemaal verdiende...

Wat later, maar zonder één enkel ogenblik mij uit haar toegeknepen ogen te verliezen, beweerde ze dat ze dringend moest gaan wateren en ik heb haar dan bevend en diep zuchtend uit haar bed geholpen, haar op den pisbak gezet en terug naar haar bed gedragen, bang dat ze er gebruik van zou maken haar tanden in mijn nek te planten, wat dat dan toch niet gebeurd is en waarvoor ik haar, inwendig, bedankt heb.

Diene avond, de tweede avond ná mijn aankomst, was ik van plan geweest bij haar te blijven overnachten (bij manier van spreken), één of meerdere nachten, zolang zij en ikzelf, oordeelden dat het haar deugd deed, in afspraak en in overeenkomst met mijn broers... om haar handen vast te houden, haar eerlijk te steunen op haar laatste ogenblikken, wie wist wanneer...

Zij was de enige reden geweest voor mijn onverwacht bezoek aan België, toen iemand, hier, er mij van overtuigd had dat ze mij waarlijk nodig had en me zelfs riep, om afscheid van haar te nemen, terwijl ik er zelf meer dan een week lang over had gepiekerd en overwoog of mij dat zelf eigenlijk goed zou doen, of het niet beter zou zijn mezelf in de schaduw te blijven houden, tot ik besloot dat het haar waarschijnlijk veel meer deugd zou doen dan aan mijzelf en dat dat méér dan een reden was... een verplichting, om haar te tonen dat mijn liefde voor haar groter was dan de schrik daarna met een slecht beeld te moeten gaan slapen, misschien zelfs nog slechter dan de herinnering aan de dood van mijn eigen zoon...

Ik heb dan J. gebeld en heb hem ervan overtuigd dat ik het niet meer vol kon houden, dat het uiterst slecht was voor ons beiden, heb haar dan aan de telefoon gezet met hem, wanneer ze alles volledig en in alle geuren en kleuren en bijbehorende haat, die ze bekwaam was samen te schuren, bevestigd heeft, dat ik nen vuile smeerlap was... enzovoort... enzovoort... en ik hem gewoonweg gesmeekt heb iemand anders te zenden en hij er gelukkig is in geslaagd G. te lokaliseren, die een uurtje later is binnen gestort en haar nieuwsgierig vroeg wat er aan de gang was en zij opeens, terug vriendelijk, beweerde van niets... dat alles normaal was en zelfs stiekem naar mij loerde om na te gaan of ik dat ook zou bevestigen, wat ik niet gedaan heb en mij nerveus terug heb getrokken om de laatste trein, terug naar Gent, niet te verliezen en mijzelf ervan te overtuigen dat ik beter helemaal niet had moeten gekomen zijn en dat ik zelfs de moed niet meer zou kunnen opkrikken later nog eens langs te passeren en nogmaals proberen afscheid te nemen, vooraleer terug te reizen naar Brazilië... wat ik niet meer heb gedaan... volledig verslagen.. zoals ik mij voelde..

Nu zit ik mij hier alle dagen af te vragen wanneer juist dat lijden zal beginnen, alhoewel ik er zeker van ben dat, als dat echt gebeurd, dat niets met háár te maken zal hebben, dat zij daar zelf niets kan (of kon) aan doen of laten te doen en zelf ook ongelovig was, zoals ik, in God en in alle duivels, die misschien zelfs veel reëler zijn dan alle goden, of beter, zich verkleden zoals de ene of de andere God en er gebruik van maken om de gehele wereld te verpesten, in de naam van God, enzovoort... enzovoort...

Goed zo, maak je niet ongerust, ik ben volledig bij mijn bewust en ben er zeker van dat niets ne meer mij aantast, dat ik niet bang ben van de ene of de andere vervloeking, van wie dan ook, dat ik in de grond een goede mens ben en dat ik mijn dochter in de juiste richting zal stuwen, op de ene of de andere manier.

Verleden week heeft dienen dokter, hier in Recife, die al drie keren (of was het vier keren?) een kind heeft getracht te verwekken in Ligia, een tweeling het licht gegeven, na vier eicellen van een dochter (rond de dertig), bevrucht met het zaad van haar echtgenoot, in de buik van haar eigen moeder (51 jaar) te hebben geplant, acht maanden geleden. Misschien is er nog tijd over, dáár nog eens aan te denken...

En jij ook, tenandere.

Daaag,

Rudo

PS: Het is hier gepast eraan toe te voegen dat Mama, gedurende de laatste maanden van haar leven, een morfinepleister op haar borst gebruikte, met de bedoeling, natuurlijk, haar pijnen te stillen. Volgens de verstrekte uitleg van praktisch iedereen die het incident heeft meegeleefd, is dat de oorzaak geweest van haar ijlende, laatste woorden, die ze aan mij heeft gericht. Goed zo, met dat gerucht in mijn oren probeer ik nu alle dagen rustig te gaan slapen. En het lukt, bijna, altijd.

(Hehehe, ik begin te vermoeden dat ik toch iets duivelachtigs heb...)

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Diegene die nooit gezondigd heeft in de cinema, werpt de eerste steen

Enkele post's geleden was ik bezig geweest sommige pikante avonturen te verhullen die ik, samen met een vriend van het werk, beleefd had gedurende de late jaren tachtig. We verkeerden toen ondermeer ook met twee humaniora studentinnen, uitstekende vriendinnen onder elkaar, alhoewel totaal verschillend op fysisch gebied. Ze verkozen duidelijk het vrijen in gemeenschappelijke ambienten, meestal in de auto en in het donker. Ik, van voren met een groot, aanhankelijk, blank, maar wat onhandig meisje en hij van achteren, met haar vurig, klein en mollig, lichtbruin gekleurd, vriendinnetje, die met méér lenigheid over zijn schoot wist te kruipen. We zochten vooral publieke, speciaal daarvoor bestemde parkeerplaatsen op, zoals bijvoorbeeld op de baan langs het strand, waar we door hen onveranderlijk naar toe werden gelokt, wanneer ze onschuldig(?) wilden weten of we zin hadden de voorbij passerende duikboten te observeren, of op een berghelling die naar de “Alto Da Boa Vista” en de “Vista Chinesa” leidt en waar er altijd op zijn minst een twintigtal andere auto’s stonden te wiegen (van links naar rechts) en te schommelen (van voren naar achteren). De meisjes vonden er blijkbaar genoegen in elkaar luid zuchtend te horen klaar komen, iets wat ze absoluut niet van elkaar trachtten te verbergen. Ze zouden zelden in afzonderlijke ruimten willen vrijen en integendeel, schenen zichzelf meer op te winden te beseffen dat ze elkaar bijna konden áán raken. Ze waren ook voortdurend uit op verschillende soorten spelletjes, zoals eens in de bioscoop.

Ze hadden, op het moment dat we elkaar ontmoetten, die bepaalde dag, erop aangedrongen een toen juist veel besproken film (in Brazilië toch wel - “Deep Throat”, met Linda Lovelace - die daar toen pas vrij was gegeven voor het publiek - voordien enkel voor de leden van de regering - door de militeiren, alhoewel hij voor het eerst werd afgespeeld, in de Verenigde Staten, in 1973), te gaan bekijken, vanwege zijn vreselijk erotische scènes, iets wat me, om er in het publiek echt van te genieten, nooit fel had kunnen bekoren.

Hier is het misschien aangeraden te vermelden dat in die tijd, in Brazilië, de censuur op erotische films pas was opgeschort geweest en het resultaat dat zijn vertoning, in openbare bioscopen, ongewoon de aandacht trok en een ware “boom” veroorzaakte, onder meer ook met films zoals “Império Dos Sentidos” en “Calígula”.

Eens ter plaatse aan gekomen, op zijn minst een half uur vóór het begin van de voorstelling (opzettelijk natuurlijk), duwden de meisjes ons prompt en wat ongeduldig naar de allerlaatste rij, juist vóór de wand dus, wat mij verwachting opwekte voor mogelijk spannende en wie weet zelfs, ontspannende, ogenblikken. Ze lieten ons, de mannen, tegen hun normale gang van daden, tussen hen beiden plaats nemen (gewoonlijk verkozen ze precies het omgekeerde). In afwachting van het begin van de film viel het ons op dat ook andere koppels de laatste rijen verkozen en alhoewel de zaal bijna vol liep werden we gespaard van (heel) dichtbij plaats zoekende mensen. Er werd overigens weinig gezegd tussen ons vieren, waarschijnlijk vanwege de groeiende verwachting en méér dan ene keer moesten we verschrikkelijk gapen en ons verveeld uitstrekken. Zoals verwacht heb ik de film niet helemaal kunnen volgen, alhoewel het onderwerp mij fascineerde, maar dat hoefde ook niet. Zij hadden blijkbaar afgesproken, voor de verandering, ons vanaf een zeker ogenblik en naarmate de film vorderde, tegelijkertijd te masturberen en na te gaan wie het eerst bekwaam was, hun respectief gezelschap, de "krampen" te doen ondervinden. Zonder veel aambras te veroorzaken, eens de lichten werden gedempt en de eerste beelden van de film op het scherm verschenen, wrongen ze hun handen, zonder meer, in onze respectieve broekzakken....censuur..

Het duurde niet lang vooraleer we ons allemaal van onze aanvankelijke schaamte lieten ontdoen en vast stelden, in het opflikkerende licht van de beelden op het scherm en ook vanwege de voortdurend aanwezige projecterende beeldstraal, boven onze hoofden, dat daar, in de film, Linda haar eerste pogingen had gestart een opmerkbare sabel diep in haar keel te doen zinken, zonder daarom verplicht te zijn geworden walgende bewegingen te produceren, wat de oorspronkelijke bedoeling was geweest van de dokter die ze daarvoor speciaal had geraadpleegd en die tot het vreemd besluit was geraakt dat haar clitoris zich in haar keel bevond en niet daar, waar iedereen verwachtte. De andere aanwezige koppels in onze omgeving bleken compleet opgeslorpt door die indrukwekkende beelden en alhoewel ik er mijn handen niet voor in het vuur zou hebben durven steken, kon ik geen verdachte, ritmisch verdwijnende, hoofden constateren.

Blijkbaar bekommerd dat de ene, of de andere, van de twee vriendinnen er vroegtijdig voordeel uit zouden trachten te halen om, onschuldig, de wedstrijd te beginnen zonder op de nodige "start" te hebben gewacht, besloten ze elkaar over onze borst heen te bespieden, terwijl wij de truc van die sabel-in-zwelgster op het scherm, aan het bestuderen waren. Wat later en met een bescheiden hoofdknikje, terwijl ze zichzelf wat rechter plaatsten, besloten ze de wedstrijd werkelijk te starten. Ik sloot, voor alle veiligheid, mijn ogen want ik had intussen al begrepen wat hun werkelijke bedoeling was. Ten andere, was het een wedstrijd dan moest ik mezelf concentreren, bijvoorbeeld, door me twee naakte negerinnetjes in te beelden die me, zonder enig belang, aan het aftrekken waren. Ik weet niet precies wie de winnaar is geweest, maar ik weet wel dat het lekker is geweest. Terwijl het duurde. Langer dan tien minuten, schatte ik. Geen record alleszins. Zij giechelden voortdurend en veranderden af en toe van hand, want de kramp overviel hen regelmatig, terwijl ze op hun onderlip beetten, duidelijk verradend dat de inspanning hen rapper vermoeide dan ze oorspronkelijk hadden verondersteld. Uit de hoek van mijn blik stelde ik nog vast dat, eigenaardig genoeg, de twee meisjes nieuwsgierig loerden naar het voorwerp dat hen NIET toebehoorde…

Een andere keer, in de auto, hadden ze, na er een soutien in de “Lojas Americanas” op verwed te hebben, met verwachtende opwinding, één van die oprolbare kleermaker meters mee gebracht om er onze instrumenten zorgvuldig mee ná te meten en dan te beslissen wie er uiteindelijk als overwinnaar(es?) verklaard mocht worden. Ik heb het niet persoonlijk willen nagaan, maar ik verdenk er het slimmere meisje van de afstand te hebben genomen, metend onderaan, vanaf zijn “asshole” tot aan zijn “pisshole”, terwijl mijn, wat eerlijker, vriendinnetje, de afstand nam boven op mijn buis, vanaf mijn buik. En dat maakt een groot verschil uit natuurlijk. In alle geval, de diameter van mijn cilinder was anderhalf keren de maat van de zijne en dat betekende dat niemand een duidelijke overwinnaar is geweest, want ze hadden vooraf vergeten te beslissen welke maat de belangrijkste was.

À Deus, gratis soutien…

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Arseholes en dergelijke

Voor de zoveelste keer terugkerend naar Brazilië; zoals ik alle dagen gewend ben te doen, ettelijke jaren en zelfs misschien mijn gehele leven lang (mijn jeugdjaren er niet bij gerekend), ga ik ná de vijven mijn “after hour”, alléén, gaan vieren.

Weekdagen, zondagen, feestdagen... enfin..... alle dagen, om er niet langer over uit te wijden. Het speelt toch geen rol.

Ik heb het al eerder vermeld, het is een belangrijke taak; altijd op dezelfde stoel, aan dezelfde tafel, in dezelfde café. De laatste jaren, ná een verplichte voorafgaande meditatie en bijbehorende “eenzaamheid” van op z’en minst een half uur, komt mijn vrouw mij dan regelmatig óp zoeken, vergezeld van onze dochter Gleicy, na hun terugkeer van de zwem- of judoles. Het gebeurde op zo een gelegenheid, terwijl ze vrolijk en lachend aan de tafel plaats hadden genomen dat er een vrouwmens die ik niet eerder had opgemerkt en wat verder achter mij haar derde fles bier aan het binnen slingeren was (bier hier wordt meestal opgediend in flessen van 600ml), opeens recht sprong en zich naar onze tafel begaf terwijl ze met haar wijsvinger dreigend naar mijn zeven jaar oud dochtertje wees en verschillende keren uitbraakte: ge zijt een zwervende vagebond, een nietsnut, een zondenares, kortom: een smerige HOERE!!

Wadde?

Ik verstond het niet goed. Was ze zich echt naar mijn dochter aan het richten? Of naar die vrouw aan de andere kant van de straat, die juist uit de bus was gestapt? Ik keek van die vrouw naar mijn vrouw, die daar ook verbaasd zat te gapen en dan naar Gleicy, die er geen knopen van verstond en zelfs geen benul had en nog altijd niet heeft, van wat die woorden allemaal wel betekenen, vooral wat het woord HOERE betreft en dan terug naar dat scharminkel dat bezig was hetzelfde allemaal opnieuw te herhalen en ja, duidelijk naar Gleicy aan het wijzen was en ik opeens razend woedend werd en hard, met mijn open gehouden hand, op de tafel bonsde zodat de glazen en flessen een tiental centimeter hoog vlogen (dat heeft Gleicy later beweerd) en bleek van de kolere dreigend recht sprong, gereed om op zijn minst drie tanden van haar vuile muile kapot te slaan, maar daar ze ineens op haar stappen terug aan het keren was en ik er zeker van was dat ik tenslotte, in de rechtbank, het onderspit zou moeten delven en ne hele hoop operaties zou moeten betalen, plus psychologen en psychiaters, om de aangerichte schade, lichamelijk en geestelijk, te vergoeden, kon ik het toch niet nalaten alle vloeknamen die ik me kon herinneren, niet alleen in het Portugees, maar ook in het Vlaams, Engels en Frans, naar haar hoofd te slingeren, waaronder, maar niet alleen beperkt tot: HOERE ziede gie, Filha da Puta; Stinkende Strond, Lamba-Cu, Puta Que Pariu, Cocksucker, Crapule, Bloody Bastard, Straatafdweilster en nog ne hele hoop andere en die ik ook op zijn minst twee keren op een rijtje heb afgedonderd, terwijl Lígia me ongeduldig naar buiten aan het trekken was en Gleicy er nog altijd geen barst van aan het verstaan was en ik ook niet eigenlijk, want zo’n smeerlapperij is gewoon onmenselijk, vooral had ze mij beter gekend en ik, eens thuis gearriveerd, gedurende een verder half uur, mezelf heb moeten beheersen om niet terug te keren en toch haar vuile bekkes definitief kapot te slaan...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De Strijd van Mama

Terwijl ik Mama in het middelpunt van mijn leven aan het zetten ben, zou ik hier graag de maanden en de weken die haar afscheid vooraf hebben gegaan, wat nader willen beschouwen.

Enkele e-mails die tussen de verschillende broers zijn gewisseld, gedurende die weken, mogen belangrijk worden genoemd, want voor het eerst in mijn leven kwam ik in direct contact met verschillende uitdrukkingen waarover ik alleen maar gelezen en nooit gedacht, laat staan ontleed, had, zoals euthanasie, verassen van lijken, gehuurde priesters, enzovoort.

Om het gemakkelijker te maken, hier gaan wat losse stukken:

“Subject: IVM MAMA

Vannacht heeft ze weer een zestal keer opgestaan om naar het toilet te gaan. Ze klaagt er over dat ze zo moeilijk haar water kan maken (nierproblemen?). Vanmorgen vond Noella het nogal bedenkelijk: opgezwollen voeten, opgezwollen gezicht aan éne kant, buikpijn. De dokter is geweest. Even gevreesd dat ze weer binnen zou moeten in de kliniek. Maar nee, ze mag toch nog thuis blijven. Ze zei ook tegen mij "tot vanavond ... als ik er dan nog zal zijn"... Volgens Noella gaat het nu weer even beter, maar 't is zoals ze zegt: iedere dag wat minder tot 't kaarske op is. D.

Subject: IVM MAMA

Mama heeft deze ochtend voor het eerst over haar nabije afscheid gesproken. Zal ik Kerstmis nog halen? Vaneigens, eerst feestje van je verjaardag. Ze keek bedenkelijk, met veel twijfels. Elke dag een beetje minder en dan fwwwwwwwwwwwwt weg. Ze voelt dus duidelijk dat er een einde aan 't komen is. D.

Onderwerp: IVM MAMA

Familiezorg vraagt mij wat er moet gebeuren mochten ze op een bepaald ogenblik mama overleden vinden of zo goed als overleden. Met andere woorden: moeten ze dan de hulpdiensten verwittigen voor reanimatie of eventueel zelf proberen te reanimeren. Ik denk persoonlijk dat dit niet nodig is: als het lichaam zegt dat het genoeg is, dan moeten we niet proberen daar nog een weekje of een maand aan te breien, wie weet in welke toestand...

Familiezorg (ook de verpleging en de dokter) zouden graag ons standpunt op papier hebben, zodat ze gedekt zijn. Ik zal een dergelijke verklaring in het boekje van Familiezorg op tafel steken (zie ontwerp in bijlage). Dat elk het tekent voor akkoord indien hij er ook mee akkoord is. Daarmee is dat in orde.

Rudo, kunt ge uw standpunt doormailen? Dan kan ik dat er ook bijvoegen. D.

Subject: even nadenken

Zou het niet best zijn dat we al eens overleggen hoe we de begrafenis van mama regelen als het binnenkort zover is? Wetende dat mama wel religieus, maar niet kerkelijk is; dat haar parochiekerk de dekanale St.-Michielskerk is, maar we hoogstens met 40 zullen zijn; dat ze normaal in Roeselare begraven wordt maar we allemaal veraf wonen...

Heeft mama aan iemand iets laten weten hoe ze dat zelf ziet? Eens dat ze gestorven is zullen we van alles rap in een paar uur moeten beslissen: priester? kerkdienst? begrafenisondernemer? kist? overlijdensberichten? gedenkprentjes? enz.... Persoonlijk zou ik eerder voorstander zijn van een afscheidsdienst in een crematorium (Brugge?) met asuitstrooiing op de strooiweide. Eventueel met "rent a priest"? De kleinkinderen raadplegen wat zij ervan denken? J., nu ge eerstdaags voor enkele dagen weg zijt zou het zeker van belang zijn dat ge tegen ten laatste maandag toch uw opinie geeft, ook de anderen overigens. Zoals iedereen het voor zichzelf kan uitmaken gaat het met mama nu snel achteruit. D.

J. en D.,

Ik moet voor mijn werk naar de VS (west-en oostkust) voor een week of zo, vanaf de tweede week van november. Ik ben van plan Mama (nog levend) terug te zien op mijn terugkeer naar Recife, maar toch moet ik bekennen: ik ben bang van dat laatste afscheid...

Eerlijk gezegd, ik had haar graag begraven willen zien in Roeselare. Dat is altijd haar lievelingsplaats geweest. Ik ben niet gelovig en begrijp dat ze daarna van niets ne meer zal weten, maar later zou ik zelf ook zo een "bezoekplaats" willen krijgen. Naast Mama, of naast Rudo Junior. Een begraafplaats is niet voor diegene die weg gaat, maar voor diegenen die achter blijven. En zelfs ik zal een dochter áchter laten (als alles normaal verloopt). Niemand van de kleinkinderen heeft daar een speciale belangstelling voor getoond en daarom moet de beslissing tussen ons gebeuren, de kinderen, maar ik leg me neer bij de meerderheid. Waar ligt Hilde tenandere? Crematie vind ik zo zakelijk: alles netjes proper en óp geruimd. En "rent a priest" maakt het nog slechter. Zoals een laatste avondmaal in een snackbar.

Een priester van Roeselare, op het laatste ogenblik, zou ook niet mis zijn, want als ze echt gelovig is dan zal ze wel wat spirituele hulp kunnen gebruiken, denk ik....

Ik begin me lam te voelen in mijn benen.

Rudo

Beste Rudo,

Allicht zit je nu ergens in de USA. Onze moeder weet dat je in aantocht bent en vraagt naar u. Weet je al of je afkomt of niet, en wanneer?

Ze houdt nog altijd stand, al is het iedere dag iets minder. En lang zal het niet meer duren vrees ik. Maar ze is taai. Laat eens iets weten. Met hartelijke groeten.

J. en de clan

D.,

Eerlijk, ik voel mij verplicht u speciaal te bedanken voor alles wat ge voor Mama gedaan hebt, gedurende de laatste twintig jaar, om niet te zeggen, gedurende uw gehele leven lang. Ongelooflijk, uw onvermoeibaarheid, uw eindeloze opoffering en evenwicht in het beheren van de voortdurend opborrelende, nieuwe zorgen en problemen. Gelukkig en ik zal het herhalen, gelukkig, is ze thuis mogen sterven, omringd door haar kinderen en heeft ze mogen rekenen op de "familiale hulp" (enig in ons land) waarvoor gij ook geen werk hebt gespaard. Wat ik tekort heb gedaan aan Mama, hebt gij gecompenseerd met verdubbelde aandacht. Het is ook de eerste keer, de tweede en de derde keer niet geweest dat gij de anderen vóór u hebt gezet in de rij van de belangen. Niet iedereen kan op zo'n broer rekenen.

Ik zelf voel me tekort komend geweest ten opzichte van haar en ze heeft me dat ook laten blijken, op het laatste ogenblik. Toch houd ik er (nog?) geen gewetensproblemen van over, want het leven scheurt nu eenmaal méér open dan dat het toe naait en ik werd verplicht ergens anders te gaan ploegen.

Om afscheid te nemen, triestig voel ik me wel een beetje, maar de vreugde dat haar lijden voorbij is heeft mij ook danig aangetast..

Nogmaals, bedankt voor alles.

Rudo”

Geschreven door Rudo om 15:06 Reageer op dit bericht Stuur door

Langestraat in Oostende

De vorige post doet mij eraan herinneren dat ik, gedurende mijn studentenjaren, in Oostende nog, in de dancing “‘de Jinn” (mijn lieveling’s plaats) verliefd (bij manier van spreken) was geraakt op een tenger maar groot, wat voorover gebogen negerinnetje dat daar alle avonden alleen danste, alhoewel er altijd enkele van haar vriendinnetjes aanwezig waren, maar die altijd apart dansten omdat ze blank waren, waarschijnlijk. Ze waren allemaal afkomstig vanuit Engeland en op zoek naar, liefst, geld opbrengende bezigheden.

Ze waren daar alle avonden en ik ook. Zij om gegeten te worden en ik om van het eten te dromen. Ik was toen nog bevriend met Johan Van Hecke, een schuchtere jongen zoals ik en op een zekere avond heeft ze ons beiden uitgenodigd haar te bezoeken in haar appartement, juist om de hoek, wat we wel hebben gedaan, maar waar we echter alleen maar konden babbelen, want er liepen daar wat andere vriendinnetjes rond op dat moment en toen beschikten we nog niet over de nodige verbeeldingskracht om aangepaste alternatieven te kunnen overwegen. In alle geval, vanaf die avond is onze verhouding, die zich tot dan toe had beperkt tot honderden medeplichtige ogenblikken en tientallen rappe swing’s, naar plakkerige slow’s en verder naar honderden tongkussen, de ene heter dan de andere, in één van die duistere hoekjes, waar de garçon mijn reden verstond en ons daar nooit lastig viel, mits betaling echter van een kleine fooi, nooit groter dan vijf frank nochtans, zoals Johan mij ooit eens uitdrukkelijk had aangeraden. Ze had natuurlijk ondervinding en ik kon er nooit genoeg van krijgen, terwijl ze mijn private delen, doorheen mijn broekzak, bleef betasten en ik, in compensatie, mijn hand deed dwalen van haar puntige borstjes naar haar natte poes, in haar piepklein wit slipje, waar ik haar geduldig bepotelde, terwijl ze, luid hijgend, verschillende keren sterren ontdekte...
Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

You can keep your hat on...

Reizen heb ik eigenlijk nooit met plezier gedaan. Was het niet om uit het gezicht van de anderen te "verdwijnen", 't was voor mijn werk. De reis naar Zweden bijvoorbeeld, was alleen belangrijk op professioneel gebied. Ik was daar gearriveerd, afkomstig vanuit Rio, waar het veertig graden boven nul was, op een zondagmorgen, terwijl het in Stockholm, pasmem, zesentwintig graden onder nul was. Natuurlijk had ik de gepaste kleren niet mee. Toch besloot ik een wandelingske te wagen in het centrum van de stad. Zesentwintig graden onder nul, nochtans, moet men niet uitdagen zonder een warme klakke over uw oren geschoven te hebben. En die had ik niet alleen vergeten, ik bezat ze ook niet. Mijn oren waren praktisch vervroren en ik vreesde zelfs dat, indien ik trachtte hen op te warmen met mijn handen, ze er, onwillekeurig, door de stoot, van mijn hoofd zouden kunnen afgekraakt worden. De oplossing, na veel kilometers rond getjoold te hebben en terwijl het al begon te schemeren, terwijl ik weigerde te geloven dat ik verloren was geraakt, was mezelf een taxi te roepen om me terug naar het hotel te laten voeren. Gelooft ge dat hij ruim twintig minuten nodig heeft gehad?

Een andere reis die me, inwendig, meer zure leute heeft bezorgd was naar Las Vegas. De nog altijd onvolwassen zoon (toen al verre over de dertig) van mijn directeur vergezelde mij en we slenterden zonder zorgen in de kilometerlange gangen die de grootste hotels daar omringden, verschillende toestanden in de natuur ná bootsend, zoals woestijnen, wouden, moerasachtige gebieden, bergen en dergelijke. We waren stil bewonderend blijven haperen vóór een grote ruit waarachter er een klein meertje zichtbaar was, omringd door grote rotsen en op een streepje zand dáárvoor, een koppel (verdacht ik, maar het kan ook een misse geweest zijn) witte tijgers die zich lui en zonder enig doel van de ene kant naar de andere bewogen. Andere toeschouwers omringden ons en we bleven langer plakken dan ik eigenlijk nodig vond. Ik trok me terug vanuit die hoop mensen en wachtte ongeduldig op mijn collega die geen aanstalten maakte dat “stilleven” daar te verlaten. Op den duur oordeelde ik het nodig op mijn stappen terug te keren om hem er van te overtuigen dat er nog verschillende andere attracties te bezichtigen waren. Maar hij was niet te overhalen. Toen ik ongeduldig aan zijn ellebogen begon te trekken, verwittigde hij me: “Rudo, diene mens hier, juist naast mij, heeft me gewaarschuwd dat om het half uur, die twee tijgers daar, in het water springen om een bad te pakken. Wacht nog een paar minuutjes a.u.b, want dát wil ik absoluut niet missen..!!”

Hij heeft me nogmaals een teken gegeven van zijn totale naïviteit (onnozelheid?), toen we, gedurende diezelfde reis, in New York, de wijk "China Town" op zochten om ons daar enkele goedkope namaakhorloges aan te schaffen (type Rolex, voor minder dan drie dollars) en ze dan later peperduur door te verkopen aan mensen zoals mijn broer G. bijvoorbeeld, die nog altijd met hun hoofd in de wolken lopen en het verschil niet begrijpen tussen goud en verguld. Terwijl we het gewoel gade sloegen kwam er opeens een neger voorbij stormen met een enorme katoenen zak, vol met draadloze telefoontoestellen, over zijn schouder. Nauwelijks rende hij ons voorbij, hij stopte op het kruispunt dat we daarnet hadden over gestoken en zette ze, de telefoonapparaten, allemaal vlug op een rij ten toon, terwijl hij riep: vlug, vlug vóór de politie ze aan slaat. Ze zijn allemaal splinternieuw; rap, rap; voor een tiende van de prijs in de winkel aan de overkant van de straat... en daar ging hij, mijn chef... zo’n occasie wilde hij niet verliezen.... ze waren allemaal in een doorschijnend plastiekske gewikkeld en men kon niet oordelen hoe juist hun staat van onderhoud was. Vlug, vlug... riep de man hem opnieuw toe..... hoeveel..?? .. twintig dollar... rap Rudo, rap... geef hem het geld, beval hij me... Ik had geen enkele goesting me één van die toestellen aan te schaffen, maar ik ben een knecht en een knecht vraagt niets en ondervraagt ook niemand niet en daar scharrelde ik in mijn zak... twintig dollars... amper had ik betaald, hij vluchtte als het ware weg met al de rest, want blijkbaar had hij een glimp op gevallen van een naderend gevaar en ik wilde daar ook niet blijven staan, met het bewijs van de misdaad in mijn handen.. en terstond stak ik het “hoopje bucht” in mijn handtas en diene verdachte mens passeerde mij zonder me van iets te verdenken... oh, wat een geluk, Rudo...!! Eens in het hotel, terug in Manhattan, na dat uiterst spannend avontuur beleefd te hebben, besloot ik onmiddellijk de respectieve waarde van het toestel aan mijn chef terug op te eisen, hem het verdacht pakje tezelfdertijd in zijn handen proppend, wat hij een beetje aarzelend aanvaardde, niet zonder er, bijna smekend, bij te voegen, dat betalen, oké, daar was hij akkoord mee, maar het apparaat het land, Brazilië, in te smokkelen, neetje Rudo, daar heb ik geen moed voor... a.u.b, doe me een pleziertje en doet gij dat voor mij... en daar ging ik weeral... met een verdacht apparaat in mijn valies, zonder factuur... Om een lang verhaal kort te maken: ik heb het mee genomen in mijn bagage, ik heb het door de douane kunnen smokkelen in Rio zonder rood uit te slaan (wel, rood werd ik wel, maar de douanebediende was er zeker van dat ik met een valling had te kampen en er een beetje koortsachtig uit zag en hij heeft me dus een vlugge herstelling toe gewenst) en eens thuis, heb ik getracht het apparaat in werking te stellen. Helaas, toen ik er de energie aan sloot, lichtte het rood lampje niet aan en toen ik een verbinding trachtte te maken kwam er zelfs geen beltoon op. Nieuwsgierig schroefde ik het toestel open en, God vergeef het mij, er zat niets in, zelfs geen verroest draadje... wat een flater Gabizo...

Daar, in New York nog, zijn we wat later naar een nachtclub getrokken waar de meisjes zichzelf op de maat van de muziek (....you can keep your hat on....) ontblootten en zich met hun benen wijd open, voor de mannen op de eerste rij, néér hurkten om zo wat extra dollar biljetten in hun achterste gleuf geschoven te krijgen. Ik zat gelukkig op de tweede rij en ben ontsnapt aan die belasting, terwijl Gabizo dacht dat het zich om een slot machine betrof en dat, afhangende van het aantal keren dat hij er een biljetje in stak, hij opeens geroepen zou worden om achter het gordijntje, zijn opgehoopt geil van twee weken, kwijt te geraken. Dat is niet gebeurd natuurlijk (uitzondering gemaakt voor een oude lelijkaard, die er tientallen tiendollar biljetten heeft in geïnvesteerd) en is hij uiteindelijk recht gestrompeld met een wazige blik in zijn ogen, kwijl op zijn mond en een duidelijk gespannen broek om zijn lenden.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Mama

Vroeg of laat wordt elke mens zich bewust van het feit dat hij uiteindelijk toch zijn laatste strijd en bijgevolg zijn eigen einde zal moeten ondergaan en zijn part van het menselijk lijden, veroverd samen met zijn bestaan, zijn opvoeding en zijn intelligentie, zal moeten trotseren.

Mijn moeder is lang gezond gebleven, gelukkig, alhoewel ze gedurig klaagde over haar darmen, haar gal en dat ambetante puistje, daar binnenin haar neus, waarover ze eigenlijk geen echte klachten had, maar er ook nooit vanaf bleef. Na allang de kaap van de tachtig overschreden te hebben, kwam er nog een ongelukkige val bij, over een stom drempeltje van amper ene centimeter hoog, bij de “Chinees”, een restaurant op de grote markt van Roeselare. Dat heeft een delicate operatie aan haar heup meegebracht, plus hospitalisatie en speciale verzorging, waardoor ze voor het eerst liet blijken dat ze "er al een beetje genoeg van had". Van het leven, bedoelde ze. Ze verbleef het grootste part van de tijd alleen in haar appartement in de Ooststraat (uitzondering gemaakt voor D., die daar alle dagen passeerde) en was niet gediend met eender welk bezoek, tenware het haar eigen kinderen waren, die ze aanbad (sommige méér dan de andere, wat normaal is). Ze was toen ook al de laatste afgevaardigde van haar eigen generatie. Haar ouders, tantes en nonkels, haar broers en zuster, haar gewezen Fonske en verder iedereen die ze gekend had, lagen al jaren lang in hun houten, laatste, kostuum, onder de grond. Bovendien had ze al een kleinzoon verloren en kort daarna, haar eigen, enige, dochter. En ze begon zich waarschijnlijk af te vragen of zij eigenlijk niet vergeten was geweest in de rij van het leven. D., haar tweede zoon, maakte er zelfs een grapje van: "gemoegienie opuns bluv'n wacht'néé; beneenbetje goat'r niemandnemeer overbluv'n..."

Ik zal er later wel ne keer uitgebreid op terug komen, op mijn moeder, bedoel ik. Maar vooraleer ze echt begon te verlangen om het tijdelijke voor het definitieve te verwisselen, probeerde ze toch nog wat van het leven te profiteren. Lijden, in dat geval, kan draaglijk zijn. Stel u voor, onze moeder, eens ze goed op weg was de grens van de negentig te overschrijden. Let op haar dagorde:

Ontbijt: niet later dan 8u30 (een klein lepeltje koffie met evenveel cichorei en een beetje melk - niet té warm, maar ook niet té koud en een bruin vers broodje met confituur). Vergeet niet de krant te halen en haar hoorapparaat op te zoeken. Haar pillen wil ze in alle geval niet nemen vóór het eten. Van den anderen kant, zeker en vast óók niet ná het eten;

Soep: vers en niet van gisteren (laat staan die van éérgisteren, want ze herinnert die zich nog héél goed), samen met een stukske brood (niet té hard). Niet later dan 11u30. Gewoonlijk stort ze de helft van de soep op haar hemd want ze weet niet dat ze haar kommetje recht moet houden en er blijkt ook een gat te zijn in diene lepel;

Middagmaal: niet vóór 12u30 en zeker niet láter dan 12u45, want dan is haar buik al hoorbaar aan het ronken en begint ze aanstalten te maken ergens anders te gaan eten (goed opletten, want soms is het té veel, soms té weinig; andere keren is het té koud en nog andere keren veel te hete). Het beste is alle dagen: biefstuk met frieten. Ze houdt ervan de helft te laten liggen, want meestal is dat vlees té hard, of té taai. En tenandere, dat is toch uw part;

Warme verse koffie met een koekje of een taartje (geen appeltaartje, geen roomtaartje, geen fruittaartje, enfin ge moet maar raden wat ze wil, maar eender wat ge meebrengt, 't is juist dat wat ze absoluut niet verwachtte), niet later dan 10 minuten ná het middagmaal;

Rond 14u: tijd om de benen eens goed úit te strekken en een vers luchtje te gaan happen aan de hoek van de markt en daar een "Gini'tje" rustig te zitten opslurpen. Normalerwijze laat ze daar een grote fooi na omdat ze bewust is dat ze daar lang zit voor weinig verbruik. G. heeft haar dat ook ernstig áán geraden omdat dat een goede indruk nalaat (hoe groter het drinkgeld, hoe belangrijker de mens). Soms echter vergeet ze gewoonweg te betalen en dan moet gij er voor zorgen dat ze gene slechte naam krijgt op de markt;

Rond 15u30: een pannenkoek of twee, mét warme verse koffie, óók op de hoek van de markt (soms zelfs zonder naar huis terug te keren; vooral als het zonnig is en als ze haar "pis" zolang kan ophouden);

Rond 18u: hoog tijd voor een nieuw uitstapje naar de hoek van de markt en een "Croque Monsieur", met verse groenten, te gaan opvreten;

Afhangende van haar goesting, rond 20u, een laatste bordje macaroni of een stukje kaas (dat heeft ze van D. geleerd);

Juist vóór ze gaat slapen, een warme tas melk met nog een koekje erin verzuipt, want niemand is van steen. Pillen wil ze niet, met uitzondering van diene Seresta, plus een Perdolan (waarvoor ze het gehele huis op stelten zet), om goed te kunnen slapen en de volgende dag flink en fris te zijn en alles opnieuw te kunnen beginnen.

Men kan er nu wel een beetje mee lachen, maar wat we allemaal vreesden, is dan toch gebeurd en ik vind het aangepast, in één van mijn volgende post’s, te vertellen wat er zich heeft afgespeeld diene bepaalde zaterdag, toen ik pas enkele uren eerder gearriveerd was vanuit Recife, speciaal om van haar afscheid te komen nemen en van plan was daar, met haar thuis, verschillende nachten door te brengen om haar sterkte te geven en haar handen vast te houden, vooral indien ze besloot ineens de laatste bladzijde van haar boek om te keren.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dringende "neus"-gevallen

Vooraleer verder uit te wijden over de begrippen: "Afhankelijkheid" en "Betrouwbaarheid", heb ik besloten nog een episode te vertellen over mijn jeugdjaren.

Het vlammetje van dat gaskacheltje daar, in de badkamer van ons woonhuis in Rumbeke, was ne keer uitgewaaid (verdacht ik toen, onschuldig) en verstrooid als ik was in mijn onzedelijke daden had ik dat niet opgemerkt. Terwijl ik mezelf ernstig aan het afwassen, afspelen en afspoelen was, begon mijn hoofd ineens fel te draaien, tot ik, nog juist op tijd, naar beneden kon strompelen, met een handdoek rond mijn heupen gewikkeld, vooral om mijn bult te verbergen, maar ook, tegelijkertijd, om buiten op het terras, op adem te kunnen geraken, verstikt dat ik was van dat levensgevaarlijke, ontsnapte, gas. Ik zit hier nu te overwegen of Nonkel Fons daar niet tussen heeft gezeten om zo, voor de eerste keer, een concrete kans te wagen korte metten met mij te maken, want toen hij thuis kwam ondervroeg hij benieuwd Mama, "ewel, waar heeft diene duivelse deugniet weeral zijne dommekloot van zijne neus in gestoken??..."

Enkele weken daarna was er een nieuw, dringend, "neus"- geval in de familie. Deze keer echter was het niet met de mijne, maar met die van Hilde, mijn bijna vier jaar oudere zuster. Ze had D. in haar slaapkamer gelokt om hem te overtuigen haar zijn private delen te tonen, want alhoewel ze de enige dochter was tussen zes kinderen had ze nog nooit een piemel van dichtbij kunnen bezien, laat staan, bepotelen. Ze had mij daarvoor ook al eens lastig gevallen en had perse het lidteken willen ontleden dat overgebleven was aan mijn onderbuik, na een operatie van mijn ontstoken appendicitis. Ik was daar akkoord mee gegaan, op voorwaarde dat zij eerst ook haar lidteken liet bezichtigen, ook aan háár onderbuik, waar zij geopereerd was geweest van diezelfde kwaal, enkele jaren eerder. Zonder aarzelen trok ze haar rok op, stak een duim onder het rekkertje van haar slipje en bewoog die zover genoeg naar beneden tot het lidteken en haar eerste schaarse schaamhaartjes (die worden hier "pentelhos" genoemd, om het verschil te maken tussen het "haar"="cabelo", dat op het hoofd groeit en dat ander soort haar dat daar vanonderen het algemeen gezicht beperkt) te voorschijn piepten. Ik moet eerlijk bekennen dat ik weinig aandacht heb besteed aan dat dunne sneetje daar, ik bedoel dat, dat overgebleven was van de operatie en dat ik meer geintereseerd was in de "pentelhos", want ik begreep dat daaronder, nog een beetje verder, een ander spleetje te vinden was, veel indrukwekkender, maar ze wilde haar broekje niet verder naar omlaag trekken vooraleer ik zelf mijn eigen lidteken prijs gaf. Zogezegd, zogedaan en ik herhaalde, op mijn manier, haar bewegingen, tot ook mijn dunne haartjes te voorschijn kwamen piepen. Op het moment dat ik bezig was haar te overtuigen nu ook de rest te ontbloten, hoorde ik diene altijd aanwezige spelbreker, D., de trap op stormen om alle verdere initiatieven dergelijk te kelderen en diene namiddag heb ik mij tevreden moeten stellen met de inleidende haartjes, die we allebei, juist nog op tijd, konden verbergen, vooraleer D. de deur in stampte.

Om dus nu terug te keren op diene andere keer, toen ze D. naar haar slaapkamer had gelokt om haar zijn geheime delen te laten betasten (allez, dat veronderstel ik hé, in overweging genomen haar onbedwongen nieuwsgierigheid) had hij blijkbaar serieuze beletselen aangewonden om dat niet te doen, want daar had hij nooit over horen spreken in de Chirovergaderingen die hij wekelijks bijwoonde en waar ze alleen maar over het mannelijk geslacht uitwijdden, want meisjes waren daar absoluut niet toegelaten. Om hem te overtuigen mee te werken in haar plan besloot ze hem te bewijzen hoe ze bekwaam was verschillende voorwerpen in haar neus te proppen, zonder daarvoor een uitzonderlijke inspanning te moeten voor leveren. Ze vermoedde, natuurlijk, dat haar intimiteit met het penetreren van voorwerpen in haar neusgaten, hem er aan zou doen herinneren dat zij nog over andere donkere gaten beschikte en hij, van zijn kant, over andere voorwerpen, die allemaal in de hutsepot gegooid, naar verschillende interessante resultaten zouden kunnen leiden. Ze begon met een stylo, vervolgde met een potlood en op den duur kreeg ze haar metalen haarklemmetje in de gaten, dat op haar nachtkasje lag en de daad bij het woord voegend was ze bekwaam het gehele gevalleke in haar rechter neusgat te doen verdwijnen, zonder daar enige last van te ondervinden. Ze hield nog juist het puntje vast en D. ging zelfs dichterbij staan en bukte zich wat, om niets van die penetratie te verliezen, allusie makend op dat ander gat. Heel waarschijnlijk heeft hij dan en daar eindelijk verstaan waar hij later zijn eigen voorwerpen zou moeten in steken, eens hij daar de gepaste leeftijd voor zou hebben bereikt. Niemand weet juist wat er ineens is verkeerd gegaan, maar 't schijnt dat Hilde plotseling ferm moest niezen en toen ze gedaan had merkte ze verrast op dat het pincerske, zoals in een tovertruc, helemaal verdwenen was. Ze staarde verbaasd naar D. en D. bukte zich nog wat dieper, ongelooflijk vaststellend dat haar neus nog dieper was dan hij vooraf had verondersteld en zich afvragend hoe de andere gaten wel zouden moeten zijn, in vergelijking met die van haar neus, die de typische design had van een ware "Van Leuven".

Om een lang verhaal kort te maken, ze is naar het hospitaal gevoerd geweest, ze hebben een X-straal van haar maag getrokken en waarlijk, daar was het ijzeren klemmetje. In plaats van een chirurgische ingreep in overweging genomen te hebben heeft de dokter beslist de natuur zijn gang te laten gaan en gedurende de volgende dagen heeft Hilde in hare stront blijven roeren tot ze de reden van al haar nieuwsgierigheid heeft terug kunnen vinden. D., de belangrijkste medeplichtige en met wroeging te kampen, heeft dan dat pincerske gezellig bewaard tot hij ervan overtuigd werd door een andere Chiroleider dat dat het voorwerp niet was waarin de meisjes geïnteresseerd waren en dat begrijpend heeft hij beslist zich maandelijks het fameus, franstalige, Ciné Magazine aan te schaffen om na te gaan wat zij eigenlijk wel plannen te verbergen in hun verleidende gaten...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten