Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Loietje, de beenkapper

Er bestaan veel mensen in een leven die nooit belangrijk zijn geweest, maar die toch, af en toe en onwillekeurig, terug opduiken in iemand's herinneringen. Een typisch voorbeeld daarvan is Louís, onze beenhouwer (beenkapper?), van de Roeselaarsche Steenweg, hoofdstraat van de gemeente Rumbeke, centrum van West-Vlaanderen. Ik heb er altijd op gelet dat hij zijn beroep niet had gemist: zijn haakneus liet mij niet liegen. Iedere nieuwe winkel werd toen officieel geopend met de naam "patisserie" vooraan, terwijl hij, ik weet niet waarom, verkoos "been-kapper" te blijven. Hoeveel keren heb ik daar gene halve kilo vers (bij manier van spreken) gekapt moeten gaan halen, op speciale aanvraag van Mama? En iedere keer wilde hij weten hoe 't met ons "moeke" ging en hoe ons jongste broertje G.je het stelde (J. zwom toen nog in de klootzak van Fons), vanachter zijne toonbank, waarboven hij alleen op 't nippertje, met zijn neus, te voorschijn kwam om naar mij te kunnen loeren (immer met diezelfde grijze stofjas gekleed), zoals ik ook tenandere, zodat we een neus-en oog gesprek voerden, terwijl hij gretig zijn hand achter zijn rug liet verdwijnen, waar hij heftig aan zijn kruis schartte (dat kon ik vast stellen dóór de glazen ruit van zijn lege toonbank), terwijl hij daarna geniepig aan zijn middelvinger rook, vooraleer het stuk vlees (met méér witte dan rode plekken in) in zijn handbediend molentje te persen, toevallig ook met diene zelfde middelvinger, om het gekapt langs de andere kant van het machientje eruit te doen walgen. Iedere keer dat ik dan antwoordde dat Mama hem de "beste groetjes" had gezonden kreeg ik, als bonus, een blokje kaas van het merk "de koe die glimlacht" en elke keer als ik dan thuis arriveerde, vroeg Mama, op haar beurt, het ei uit mijn gat, langs haar neus weg om, terwijl ze er aandachtig in peuterde en dan diep bloosde, tot hij besloot niet meer op ons te wachten en zelf zijn kiekebenen in onze Spanjestraat, bijna dagelijks, te komen aanbieden, op zijn versleten brommer die hij, mits lange aanloop, zelf in gang moest duwen, benieuwd dat hij was na te gaan hoe het met zijn lievelingklant ging. Eigenaardig, weete gij dat ik zijn eigen vrouw nooit heb gezien? Die zal wel misschien in één van die pakskes "gekapt" vermengd zijn geweest...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Oorsprong van (bijna) alle problemen

Over ons G.je gesproken, ik zou hem durven aanraden eens zijn stamboom ná te zien en zelfs eens bij de notaris binnen te springen om er zeker van te zijn dat hij niet op de erfenis van Loietje staat. Dat zou ook volledig verklaren waarom hij zichzelf zo'n beetje zoals een halve jood voelt, die liever geboren was geweest bij de Spincemaillie's (onze huisdokter toen, in de Spanjestraat). Ze zitten namelijk beiden (joden en dokters), altijd dichter bij het vlees, hebben geen enkele schrik van bloed (zolang het hun eigen niet is), behandelen, over 't algemeen, ne hele hoop kiekenborsten, verkiezen gekaptballekes boven speelballekes, hebben meestal meer kinderen bij de buren dan bij henzelf thuis (zoals de uilen), zijn niet weg te slaan van een baardje en een hoge hoed, doen niets liever's dan hun eigenaardige voorwerpen in 't gat te steken van de Araben in het algemeen en de Palestijnen in het bijzonder, zijn eraan gewend te voldoen wat hen bevolen is geweest, met name, "gaat en vermenigvuldigt u" (niet alleen thuis, maar overal waar er een gewillige spleet ter beschikking staat), terwijl ze, als eigenaars van praktisch alle communicatiemiddelen in de wereld, homoseksuelen benoemen op de belangrijkste posten, die er speciaal moeten voor zorgen zoveel mogelijk niet-joden te overtuigen tot hun kreng wereldje toe te treden, om zo hun eigen ras rapper te doen groeien, in vergeljking met alle andere rassen samen, wat de totale overheersing, in de toekomst, met absoluute zekerheid, zal bevorderen, tenware ze vroegtijdig met hun atoombommekes beginnen te spelen, want de bestaande zijn al dicht bij hun geldigheiddatum aan het geraken...

Hij bij de Spincemaillie's en F. bij de Goedgeluk's, om zo, zoals eerder eens vermeld, dichter bij de blote borsten te kunnen geraken van Anne-Marie die voor hem wekelijks (alle zaterdagen) en met een beleefde Mona-Lisa-glimlach om haar mond, aan de ruit van hun badkamer (juist vóór de onze gelegen) verscheen, zich zedig van haar soutien ontdoend, terwijl F. haar heimelijk bespiedde, zoals een geniepige voyeur, daarvoor de verrekijker (die hij uit Fons's zijn bureau had gevist), aanwendend om daar, op de rand van het bad, maar toch wat gebukt, meerdere kwartieren te blijven haperen en vast te stellen dat ze, ondanks haar prille leeftijd, toch al indrukwekkende en voorruitpriemende borsten bezat, die ze op en neer liet wippen, naargelang zij zich aan het afdrogen was, vooral aan haar achterkant, de voorkant volledig prijsgevend aan het zicht van de Van Leuven's, terwijl hij, F. natuurlijk, gulzig zijn eigen geslachtsdelen betastte, onverlet van de details die hij niet helemaal goed kon onderscheiden, ondermeer omdat zijn hand zó verschrikkelijk beefde, terwijl D., ondertussen, onweerstaanbaar aangetrokken, naar zijn Chirovergadering peddelde.

Terugkerend naar onze onschuldige Joden, dat doet mij denken aan de moedige en strijdlustige Vice-president van Brazilië, José Alencar (praktisch tien jaar met een kanker in zijn buik aan het kampen), die eens, gedurende een interview met een Joodse journalist (Boris Casoy) een absoluut realistische suggestie heeft verstrekt op het moment dat hij gevraagd werd zijn opinie uit te drukken over de eventuele oplossing van het eeuwenoud probleem tussen de Arabieren en de Joden, dat hoogst waarschijnlijk naar de vernietiging van de gehele mensheid zal streven in een dichtbije toekomst en waar wij, gewone stervelingen, niets mee te maken hebben, maar er wel het slachtoffer van zullen zijn:

"Het wordt algemeen aanvaard dat de Joden, die niet in Israël wonen, uiterst intelligent zijn en over zeker en vast de helft van alle bestaande rijkdommen beschikken, tussen geld, eigendommen, banken, fabrieken, grondstoffen en goud- en diamantmijnen, enzovoort, terwijl, van de andere kant, de domste koppen naar Israël zijn uitgeweken om daar voortdurend hun buren uit te dagen en te blijven pesten, niet begrijpend dat ze volledig omringd zijn door vijanden en bovendien ook over een glazen dak beschikken. Waarom, dus, niet alle rijke joden overtuigen slechts één percent van hun rijkdom af te staan en met het opgeleverde fortuin de Staat van Texas af te kopen van de centrale regering van de Verenigde Staten (zoals zijzelf ook hebben gedaan met Alasca) en daar hun splinternieuw vaderland op te richten, omringd door eeuwenoude vrienden en sympathieke mensen. Met de huidige wetenschap, van de andere kant, is het helemaal niet moeilijk alle bestaande huizen, boerderijen, gebouwen, tempels, synagogen en andere heilige plaatsen, zoals de klaagmuur en zelfs hun atoombommen, over te hevelen naar Texas, waar ze dan eindelijk in vrede zouden kunnen bestaan en van het leven profiteren, zodat de gehele mensheid hen eeuwig dankbaar zal zijn een punt te hebben gezet achter het gevaar van de volledige vernietiging van ons klein en zo kwetsbaar planeetje"

Uitstekend idee, vond ik, waarmee zelfs de reporter helemaal niets kon tegenin brengen.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Verontschuldiging in Oekene

Verontschuldiging had ik ook moeten gevraagd hebben aan een boerin van Oekene, dicht bij Rumbeke, in België dus, toen ik, als tiener nog, al mijn creativiteit moest aanwenden om de opdracht te vervullen van moeke, bij het kwijt geraken van twee volgepropte bakken vuilnis, resultaat van twee weken huishouden, die ze, zoals gewoonlijk, tijdig had vergeten buiten te zetten. Ik slaagde erin ze in de koffer van onze auto te wringen en weg was ik, straat in, straat uit, dorp in, dorp uit, traag rijdend om spiedend een geschikte plaats te vinden waar ik geniepig onze hevig stinkende afval zou kunnen kwijt geraken, zonder dat iemand daar op lette, vooral de politie niet, of beter, de commissaris die in onze straat woonde en die voortdurend op de loer zat om er een lid van de familie "Van Leuven" op te betrappen eender welke overschrijding van de wet te begaan, wat niet zodanig gemakkelijk was en daarom trachtte ik er zo onschuldig als mogelijk uit te zien, zelfs onnozel, wat minder moeilijk is, maar het is eigenaardig, want juist dán blijkt iedereen méér op mij te letten, die valsschaards, tot ik een onbewoond veldbaantje met ronde keistenen in reed en daar vijftig meter verder, twee lege, ronde bakken wist te onderscheiden, onvoorzichtig scheef gedepositeerd naast een grachtje, precies gepast in grootte en omvang voor het doel en ik besloot er dicht bij te stoppen, omdat ik die gelegenheid absoluut niet wilde missen en zelfs niet rond ne meer wilde gluren om na te gaan of er iemand mij aan het bespieden was en ik, blij met het gelukkig toeval, onmiddellijk besloot de inhoud van de eerste bak van eigenaar te doen veranderen, tot ik opeens uit mijn toestand van "verdachte mensch" werd wakker geschud door het geschreeuw van een schelle vrouwenstem: "Allez, allez, wazijdegij daaraan 't doene, gijne vuile smeerlap, stopt daarmee, verdimme; en directééé!!", maar ik deed alsof ik niets had gehoord, terwijl ik toch langs mijn neus weg om opmerkte dat het zich om een weelderige boerin betrof met een fel vooruit priemende boezem die met grote treden en armzwaaiend, zoals de wieken van een molen, naar mij toe beende, halverwege een aardepad van ongeveer honderd meter lang, dat van de boerderij naar de baan leidde en waar ze zeker al op weg was om haar lege vuilnisbakken te gaan ophalen, toen ze mij met argwaan had zien stoppen en haar stappen nerveus had óp gedreven om mij nog juist bij mijnen nek te kunnen grijpen, iets waar ik absoluut niet naar verlangde en besloot ongedeerd maar met opbruisende haast ook de tweede bak rap te ledigen, in plaats van de eerste te hervullen en plots begreep dat de vuilniswagen daar juist gepasseerd moest geweest zijn, toen ik daar aan kwam en ik me nu beter rap weg moest haasten en daarom, zonder blozen, achter het stuur van de auto kroop terwijl ze het zware gietijzeren boerderijhek met wat moeite open zwierde, want het liep niet op wielekes natuurlijk en ze nogmaals heftig zwaaiend en tierend beval dat ik moest stoppen en terugkeren, want dat ze de politie ging roepen en toen ik de bocht indraaide, wat verder, haar juist nog zag de zware, overbelaste bakken, die dreigden omver te vallen, de richting van het hekken ín, te sleuren, want het was streng verboden de vuilnis té vroeg buiten te zetten en in overweging genomen dat de volgende retour van de vuilniskar, zeker en vast, maar binnen een week of zo zou gebeuren, ze peinzend en met diepe rimpels in haar voorhoofd, in overweging nam zich dringend twee nieuwe afvalbakken aan te schaffen, want het zou er zeker allemaal niet meer bij kunnen...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Vasectomie

Terugkerend naar Recife, enkele maanden geleden, waren we (vrouw, dochter en ik), in mijn goede-oude stamcafé verzeild geraakt, gezellig aan het babbelen over koetjes en kalfjes, toen er ineens een troep straatjongens en meisjes op dook om vlug, vooraleer de uitbater hen met een dreigende vinger weg wees, een aalmoes af te dwingen. Het dienstertje commentaarde daarna dat hun moeders zich met wat meer verantwoordelijkheid zouden moeten gedragen vooraleer ze, altijd zo bereidwillig, met de ene of de andere gereed staande schede-indringer, nieuwe wezens, op de lopende band, aan het scheppen waren. Waarom werden ze niet verplicht anticonceptionele pillen te gebruiken om kinderen te vermijden? De pil, of zelfs capootjes, die de regering toch gratis daarvoor úitdeelde om zo te verhinderen dat de minder begunstigde lagen van de bevolking zich zo onverantwoordelijk bleven uitbreiden. En mijn vrouw maar positief knikken en instemmen tot er vanuit een andere hoek van de café ineens een, mannelijke, schelle, stem opdook, die beweerde dat niet alleen die vrouwen, maar ook de mannen schuldig waren aan de hedendaagse overstroming van onbedoelde en zelfs ongewenste kinderen...

Bon, ik had nog niets gezegd, maar vond het toch onbeleefd dat diene mens tussenin kwam in een gesprek dat hem niet aanging, maar ik kon me, me een beetje ongemakkelijk voelend, toch inhouden om geen verwarring te stichten. Hij besloot echter verder uit te wijden en beweerde dat de regering het opereren van de mannen veel méér zou moeten verkiezen en misschien zelfs moeten verplichten, om te vermijden dat ze hier en daar, maar bijna alle dagen, rond vogelden in de goot, in het ongeruit, op de veldweg, aan het strand, in het kreupelhout, op het dak en verder overal waar men daar niets van die dingen verwacht, dronken of niet, onder de invloed van drugs of niet, of zelfs helemaal nuchter en uit pure verveling en omdat ze toch niets anders te doen hadden vandaag en omdat het, puntje bij paaltje gezien, bovendien ook nog zo erg lekker was..

Hij noemde de operatie bij de naam: “Vasectomie”. Beide vrouwen knikten uitbundig en onmiddellijk: jaja, dat is de beste oplossing. De vrouwen zien veel te veel af van “de pil” en waarom die taak niet over laten aan de mannen. ’t Is maar een klein operatietje en het kost praktisch niets, enz... en de man, uiterst blij met het ontvang van zijn vergulde raad, vond zich aangemoedigd zijne thesis met nog met meer enthousiasme te verdedigen. Ik zelf begon opeens vast te stellen dat ik me in de minderheid bevond en nog niets had uitgevoerd om de reden en de zin terug op de juiste plaats te zetten... jamaar, jamaar.. keerde ik mij om naar Lígia: vasectomie is een straat van éénrichtingsverkeer, weete dat? Wie er mee begint kan er niet meer van terug.. Ewel en wat dan nog?.. kwam de man er weer tussen, van langs achteren op duikend... Ik wendde me, hem verwaarlozend, naar het dienstertje toe en beweerde met alle letters: Weete gij wel dat uwe man, moest hij vasectomie doen, hij binnen een paar maanden maar eiertjes zal hebben, laat zeggen de grootte van die van een duif? Is het dat ge wilt? Een verminkte man? Weete gij dat hij, in plaats van een stier, een os zal worden? Of, in plaats van een haan, een kieken? Wiste gij dat?, braakte ik dreigend. Ze bleek wel een beetje aangetast te zijn door deze technische en zelfs wetenschappelijke argumenten, want ze begon zich voor te stellen wat er van haar man zou overblijven... een klein onopmerkzaam lulletje, vooral nadat hij een koud stortbad zou genomen hebben; een kinderprulletje dat met moeite in attentie ging staan, terwijl ze, thuis, al toen dagen in hare bloten rond liep om hem op te winden... enz... Enfin, ze begon in te zien dat het misschien toch de moeite niet waard was. Maar diene vent daar, met zijn fijn stemmetje, was niet bereid het op te geven en bleef maar nieuwe argumentaties uit zijn toverhoed halen en me kwellen met die operaties waar er geen terugkeer voor bestaat, terwijl ik al een klein fortuin had verspeeld om mijn vrouw toch maar zwanger te doen krijgen en hij daarvoor helemaal geen compassie voelde. Ik keerde mij dus toch maar om naar hem en vroeg nogmaals duidelijk, maar nu direct aan hem: wiste gij dat een gecastreerde stier ineens een tamme os wordt? Dat een gecastreerde haan in een piepend kieken wordt omgetoverd? Wiste gij dadde allemaal wel? Neetje, dat wist ik helemaal niet... maar wiste gij dat ik een vasectomie heb ondergaan, verleden maand? Neenee, dat wist ik ook helemaal niet, maar waarom hebt ge me dat niet eerder gezegd?? Met dat beende hij woedend naar het WC en zag ik me verplicht mijn zaken, zonder verdere tijdverspilling, op te ruimen, de rekening in één twee drie te betalen en weg te wezen vooraleer hij terug kwam met zijn pistool in zijn handen, om me te bewijzen dat hij nog altijd een mannelijk wezen was, niettegenstaande zijn fijn stemmetje...

Ik heb hem nooit meer terug gezien, dat kieken. Gelukkig, want ik zou hem eigenlijk om verontschuldiging moeten gevraagd hebben.

Geschreven door Rudo om 17:56 Reageer op dit bericht Stuur door

F. nog ne keer, ipsis litiris, over zijn vierde studiejaar in de Broederschool van Roeselare

4de studiejaar

bij meester Benoit Vercruysse. Hij woonde nog in bij zijn moeder op het kerkplein te Rumbeke, naast café Tschaak. Zij hield er een winkel in herenhemden en hoeden en plastrons, voor de mannen met stijl en présence. Zoals haar zoon zelf en de Fons vaneigens.

hij had er eens commerce willen doen met zijn popeline-hemden die hij uit China importeerde dank zij de tussenkomst van zijn schoonbroer Urbain Vandecapelle, bijgenaamd nonkel bing.

Meester Vercruysse, daar was iets aan, toen nog nog niet beseffende wat precies, wie weet het wel? Hij was musikaal begaafd maar ook meester Snak (Lievens Raymond) onder de instrumentale leiding van broeder kok.

Ik heb daar enkele stoten meegemaakt dat jaar.

Een zwarte Chevrolet styleline split-windows sedan de luxe met witte flanken op de banden, veerde op de kasseien van de Mandellaan, vol geladen met kinderkopkes die wij zagen glunderen achter de achterruit. Was dat de eerste versie van De LIJN? Wij met de velo, zigzaggend op de aarden berm naast de kasseikopkes. Des zomers als mul zand, en moeilijk recht te blijven, des winters den enen plas na de anderen. Op de straatstenen rijden? met van die superhard opgeblazen banden? Liever slappe banden dan. Want ik weet van mezelf en D. dat we van onze zate wipten met onze doedelzak op de buize.

En dat de kader van D. zijne velo gebroken was, van tzal wel van op de borduren op en af te rijden zijn zeker? Vroeg de Fons op school bij zijn laattijdige aankomst te voet met de velo als een crosser rond zijn nek. Vantezelfs zekers? Vantzelfs al metnekeer.

Nog een geluk twas een soort meiskesvelo dat de Fons had afgekocht voor een appel en een ei, van een ouder van zijn klas. Dus niets aan de marbels, of toch, er waren er enkele bij de valpartij uit gegleden, en hij vond ze van danige ontratie niet terug. Vantzelfs? Vlam, toppeire! Zet u op uw knieën, en steek de velo in de lucht dat iedreen kan zien hoe een velokader kan breken vantzelfs.

En ik stond stillekes in de rij van meester Vercruysse. Met een snotkeise, Kpeisdige in mijn eigen, ik ga vanavond met D. zijne velo te voet naar huis. De mijne staat toch plat.

De zwarte Chevrolet Styleline met de white tires gleed tussen de pareeën van de oprit in de Lange Meire 38 te Laarne. Elke vakantie werd de auto volgeladen, ook met nafte, en schoven er zes kinders op de achterbank, telden onderweg de vreemde nummerplaten, en noemden automerken, en schoven bezweet en vol blauwe plekken van het stiekem knijpen in elkanders billen, zonder te gillen, terug uit de achterbank. De buren zeiden: ze blijven daar maar uitkomen, uit die auto.

Vader Georges, dus pépé, keek sip, tanta Georgine bezorgd, mijn meter Elisa Bauwens begerig want zij kon geen kinders krijgen, en was getuige van het wonder dat Fons met Irène geschapen had. Tante Denise keek achterdochtig en begon het ei uit iemand zijn gat te vragen, en nonkel Marcel sprong alover de capeau om zijn zuster, dag Ireineken, aan zijn kort bovenlijf te drukken. Fons trok aan zijn Schimmelpenninck, en blies blauwe kringetjes.

De kinders wreven hun gekreukelde korte broek in de plooi, en Hilde trok haar kort rokske weer naar beneden. Meteen sprongen ze alle kanten uit. Ze waren meteen al verdwenen. Pepé wist niet wat hem overkwam, en mama wreef over heel haar lijf van de kou. De vogels in het ronde verdwenen ook, en stopten hun gezang.

Waar zijn ze? Mama zat al met haar knieeën tegen de buisstoof, Fons had een pijp opgestoken en deed aan supervisie. F. zat al in de corridor bij Annie, Hilde stond ergens niets te doen, D. zat in de volière, want hij had een badmintonpluimke zien liggen, Rudo stond te pissen over de rand van een waterput, G. keek ernaar, probeerde alsnog hetzefde maar piste op zijn schoenen, J. zat te wiebelen in zijn hobbelpaard.

Maar het scenario was wel om het kwartier anders, niemand kon hen volgen. Er moest haast een sirène aan te pas komen, voor de verzameling op het appel. Broeken gescheurd, de kousen op de hielen, een trui uitgerafeld, vingers om zekers niet af te likken, getuigen van een halve peer, een stuk rabarber, en zwarte kersen. Iedereen zijn handen en smoel wassen in het witte marmeren wasbekken in de keuken. F.: begin maar en telkens: de volgende! Handen tonen, voor ge binnenkomt aan tafel. De regel dient als waarschuwing. De stapel gebreedde boterhammen was als de wind verzwonden. En twas rootse schuiven aan het vertrek met het gat in de plank, met gazettepapier en in vier gescheurde telofoonboekbladen als accessoire.

D. kwam binnen, al tchiepen, duwde nog wat harder in zijn ogen dat de zwarte tranen eruit piesten, compassie weird, broek gescheurd, en zijn been bloedde: hij had in de goot tussen de serres gelopen om er het tennisballeke te halen, en hij had het stuk ruit mee dat aan zijn broek was blijven haperen.

Tennis tussen twee vuren, met Hilde in het midden, om het spel te onderbreken, waardoor hoge en vantijd harde opslagen in de ruiten van de serres belandden. We waren nog geen uur op het domein. En twas al een slagveld.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Falando em pessoas de quinta categoria

Terwijl we toch over Amerikanen bezig zijn, mijn broer had gelijk toen hij de altijd terugkerende aanwezigheid van gay's in de TV en verder alle communicatiemiddelen, had opgemerkt. Het is een ware pest. Ik begin te vermoeden (ben er nu zeker van) dat de eigenaars en de directeurs van de bedrijven in de amusementswereld, allemaal, allesbehalve, Palestijnen zijn. Christus had bevolen: "Gaat en vermenigvuldigt u". Maar daar bedoelde hij zijn eigen landgenoten(?) mee en niet ons, de gewone, onbelangrijke, wezens, allemaal zondaars, zonder uitzondering, zoals alle Vlamingen, met de bedoeling zo de gehele wereld te kunnen onderdrukken. Ge kunt dus gemakkelijk vast stellen dat zij ons ervan willen overtuigen dat "gay" zijn in de mode is, om zo te vermijden dat we onszelf ook vermenigvuldigen, terwijl hun eigen moeders zelden minder dan tien kinderen baren. ’t Is ongelooflijk, hun aandringen op dat gebied. Op den duur zou ne mens beginnen vinden dat hij, een hetero, een historische uitzondering is. Een dinosaurus in de wereld van de "potters".

Volledig van onderwerp veranderend en zoals eerder al eens vermeld, het schijnt dat de (het?) "gen" van de intelligentie van de kinderen van de moeder komt. Ik ben daar niet helemaal zeker van, maar die van ons moet toch van iemand geërfd geweest zijn: dus één punt voor Mama (die van ons "vake" komt helemaal niet in aanmerking, want hij is vierkant gebuisd geweest, zelfs in zijn toegangsexamens voor straat- en café psychologie en ik laat hem toe, democratisch, vanuit de hel, zijn hevig protest te laten horen - hoor ik iets?). 't Is wel waar dat niet iedereen van de broers en zuster hun volledig deel hebben veroverd, maar er is toch méér aanwezig (gemiddeld) dan verwacht zou kunnen worden. Ikzelf vind dat ik recht had op wat méér, maar kom, ik zal niet klagen. De rest heb ik, gelukkig genoeg, kunnen compenseren met mijn onweerstaanbare lichamelijke en geestelijke aantrekkingskracht, vooral gedurende mijn eerste twee leefjaren, toen ik nog gene plastieken bril nodig had, met dikke glazen, om mijn scheel oog in de correcte richting te wringen, wat overigens geen resultaat heeft opgeleverd en integendeel, het gezicht van beide ogen heeft verwoest. Daardoor en van de andere kant, ben ik wel wat voorzichtiger geworden, de laatste jaren. Ik voel me, iedere keer dat ik niet bezig ben mijn eigen moreel op te pompen met een glas bier, net als een in een hoek gedreven prooi. Gereed om verscheurd te worden door het noodlot. Of door die "wrede beesten", zoals mijn broer het uitdrukt.

In verband met dit, vroeger werden de natuurdocumentaires gefilmd door vredeliefhebbende, meestal Europese, amateurs. Nu worden ze vooral gemaakt en betaald door Amerikaanse uitbuiters, nooit van Palestijnse afkomst, die er niets beters op vinden dan de vooraf gevangen, onschuldige, prooien, in de omgeving te gooien van de hongerige vleesverscheurende beesten, om dan geboeid de gevolgen gade te kunnen blijven slaan en tezelfdertijd, voor gemakkelijk geld, aan de ongewaarschuwde kleine (en grote) kindjes, te tonen hoe ze later zelf levend zullen verslonden worden.

Lekker hé?

PS: ik weet niet of het mijnen indruk is, maar 't stinkt hier in ene keer zovele...
Geschreven door Rudo om 18:12 Reageer op dit bericht Stuur door

Doris

Op liefdesgebied, in België nog en bijgevolg, vele jaren geleden, had ik de kans met enkele vurige, maar nog zuivere, meisjes te vrijen, onder meer met Jacqueline, een vriendin van mijn zuster Hilde op haar “kot” in Gent, het eerste meisje waarmee ik mijn onderbroek, verschillende keren, heb vól gespoten. Het begon op een zwoele avond toen we aanstalten maakten onze benen eens goed te gaan uitstrekken in de Kuiperskaai (toen nog in de mode en waar mijn ver gevorderde thesis van het HTI van Oostende is gestolen geweest, prachtig getypt op stencilpapier door mijn jongere broer J., vanuit de auto van Mama, een Engelse Triumph die ik daar geparkeerd had en die ze me juist diene ene keer had uitgeleend) en Hilde, met enkele van haar vriendinnen, Carine, Martine, Marleen en nog een ander, waarvan ik me de naam niet meer herinner maar die een gebrekje had aan één van haar handen, zich naar het kot van één van hen wendden met het gedacht zich dáár op te kalefateren, wat ik oordeelde, uren in beslag zou nemen. Jacqueline was opzettelijk achter gebleven en had mij uitgenodigd naast haar plaats te gaan nemen, op de sofa. Ik verstond de boodschap onmiddellijk (denkt ge da‘k zone stomme knul was, misschien?) en liet, zonder veel weerstand, mijn hand zachtjes in het slordig toe geknoopte bloesje glijden, wat ze blijkbaar uitstekend vond, want ze draaide zich terstond naar mij om, ontknoopte zélf de rest en vlijde haar hoofd op mijn schouder om mij, met genegenheid en opgeheven gezicht, een vurige kus te vragen. Eerst beroerde ik haar borsten over haar beha heen, maar ze vond het zelf wat te ongemakkelijk en bood mij aan hem (de soutien dus), van langsachteren, open te haken, waarin ik niet geslaagd ben, natuurlijk. Of niet onmiddellijk toch, maar toen hij dan toch los geraakte en op haar schoot rustig néér zakte kon ik, in de heersende schemering, mijn blik wenden naar een koppel blanke, helemaal nog niet volwassen borsten, met de lichtbruin gekleurde, vooruit priemende, "grote lichten", wat me zoveel deugd deed dat ik er onweerstaanbaar mijn lippen omheen heb gesloten om er minutenlang aan te zitten zuigen. Ze vlijde zich nog dieper neer in de sofa, wentelde haar hoofd in haar nek en opende haar benen met opmerkbare geilheid, me uitnodigend haar maagdelijke mond (de tweede), over haar slipje heen, met tederheid te “bepotelen”. Ze werd, in weinige ogenblikken, ongelooflijk nat en de opmerkbare ingang daar, vergrootte met de seconden. Intussen begon zij ook mijn opstandig orgaan, over mijn broek heen, te betasten, tot ik het bijna niet meer vol kon houden van de spanning. Ons spel werd toen gestoord door de terugkerende vriendinnetjes, maar we hebben de gehele avond dicht bij elkaar gedanst, de donkerste plaatsjes opzoekend in de dancing, waar we ons op ons gemak voelden en waar we ons bijna tot het toppunt hebben gewreven, elke keer toch niet juist helemaal voltooid door de van ritme veranderende muziek, de verstorende, andere, koppels dichtbij en ook wel omdat we van elkaar begrepen dat het daarmee, diene avond nog, niet zou ophouden en integendeel, we nog de gehele nacht vóór onze boeg hadden. Ze kuste me voortdurend en langdurig, mijn tong hard in haar mond opzuigend tot we soms, naar lucht hakkend, elkaar moesten loslaten om op adem te geraken en dan, met onze nog natte monden, genegenheid zochten op elkaar’s schouders, haar armen fel rondom mijn nek gevouwd, tot we gereed waren de kus te hervatten, terwijl, daar beneden, de druk er nooit flauwer van werd. Later, op haar bed en andere keren, gewoon op de grond in de gemeenschappelijke woonkamer, ontkleedde ze zich gedeeltelijk, trok me over zichzelf heen en drong aan op een onvrijwillige(?) heen-en-weer beweging over haar geslachtsdelen in het algemeen en haar kittelaar in het bijzonder, tot ze luid kreunend gereed geraakte. Die eerste keer echter ging er iets verkeerd, want toen ik voelde dat ze haar orgasme aan het bereiken was, verloor ze opeens haar bewustzijn. Ik dacht dat er levensgevaar bij betrokken was en verschrikt diende ik haar een paar felle muilperen toe, tot ze lui haar ogen opende en mij glimlachend gerust stelde. Intussen, moet ik eerlijk toegeven, had ik ook al gespoten in mijn broek, wat daar altijd een gruwelijke, vieze, plek naliet. We hebben verschillende maanden gevrijd tot we het allebei beu werden en, zonder ruzie, ons met andere lieven hebben beloond.

De volgende, of de vorige, ik weet het niet juist nemeer, was de dochter van de eigenaar van een kruidenierswinkel in de Roeselaarsche Steenweg, in Rumbeke. Ook een verrassend aanhankelijk, blond, meisje met uiterst belangrijke borsten die ik urenlang kon liggen strelen op mijn néérslaand éénpersoonsbed in mijn nauw kot in Oostende (waar ik, a propos, ooit eens een oud meetje had ontmoet in een gezellig cafeetje, dichtbij de hippodroom, die me persé heeft willen verleiden en misschien zelfs wilde verkrachten), terwijl we elkaar teder zoenden...

Een andere nog was Doris (echte naam), een bril dragend meisje van Roeselare dat ook in Gent studeerde en dat ik echt bemind heb en waaraan ik bereid was één van mijn nieren áf te staan omdat ze ernstige problemen ondervond met haar eigen nieren en die me zo danig vurig en nat wist te kussen (onafhankelijk van onze beide, lastige, brillen, die gedurig tegen elkaar schuurden) met haar opengesperde mond, dat ik er tot heden heimwee naar koester. Ene keer, in “De Karre”, in de hoofdstad van West Vlaanderen, Rumbeke, die mijn broer D. had gehuurd voor de ene of de andere gelegenheid (en waar er toen pakken geld binnen stroomden), hebben we ons, nog buiten, in het donker en in de koude nacht, zodanig en zo hevig, nat (ze had voortdurend veel speeksel in haar mond), gekust, dat ik er een stijve van over heb gehouden, die de hele godslange avond lang heeft mee gegaan en waar ik maar vanaf ben geraakt, alleen, in mijn bed, rond de drie uur ‘s morgens. Nochtans was ze eigenlijk niet precies knap. Ze bezat eerder dunne benen en een prominent achterwerk, maar dat kon me geen barst schelen. Vanwege het feit dat ik, toen nog, in Oostende studeerde en ons fysisch contact, daardoor, schaars, was, heb ik haar tientallen liefdesbrieven geschreven, die ik echter nooit heb óp gezonden, want de liefde was niet, in diezelfde mate, wederkerig en in zo’n geval moet men zich niet te veel bloot stellen. Toch bezocht ik haar, af en toe, in Gent, waar zij studeerde en vanwaar ik, praktisch iedere keer, ontgoocheld, terug ben gekeerd. Bovendien vond ik de moed niet met haar de ware liefde te bedrijven, alhoewel ze zelf aandrong, bang dat ik was haar te kwetsen of verkeerd aan te pakken. Één enkele keer zelfs ben ik onder haar bed gaan slapen, in plaats van naast haar, niettegenstaande haar protest. Ik heb er jaren lang van “geleden...”, mijn lief Doriske..

Nog een ander meisje, ik herinner mij, op dit ogenblik, haar naam niet meer, had ik ontmoet in de stedelijke zwemkom. Ze was uiterst vurig, maar haar speeksel liet een slechte smaak ná in mijn mond, iedere keer we elkaar omhelsden. Onze verhouding duurde amper enkele weken.

Nog verder over “liefde” en andere nobele emoties en gevoelens, uitwijdend, het is waar, ik was een stommerik. Wat, in mijn leven, niet altijd een compleet nadeel is geweest. Soms krijgt men méér tijd iets te verwezenlijken als men er, ietwat, dom uit ziet. Of zich als een "onnozelelaar" gedraagt. De mensen willen toch nog eens proberen wat goeds uit een dommerik te persen. Ze geven hem gemakkelijk een tweede, of zelfs meerdere kansen, maar slechts één enkele kans, aan een herkende slimmerik. Het is aangeraden nooit de slimste te willen zijn in een groep, want daar is veel concurrentie voor. Kijk uit naar de slimmeriken. Zij zullen waarschijnlijk vallen vóór ge het zelf verwacht en zo krijgt ge de gelegenheid om, op zijn minst, "hun" flater niet te begaan. Dat is tenandere ook één van de redens waarom "oudere mensen" constant gehoord moeten worden (zoals uitstekend beschreven wordt in de oosterse cultuur, ten andere). Ze zijn verschillende keren gestruikeld wanneer jonger en pas later hebben ze begrepen, waaróm. De kwestie komt dus altijd terug op: "tijd winnen, zonder stil te blijven staan".

Had ik mijn gevoelens gevolgd en op een "halve" beslissing gewacht van Doris en Eliane (zo was de naam van mijn eerste secretaresse, in Rio De Janeiro), bijvoorbeeld, ik had er waarschijnlijk méér, en langer, van geleden. Verslaafd aan mijn eigen, meesleurende, gevoelens. Als men geen beslissing onderscheidt in een mens en besluit er tóch op te bouwen, betekent dat de eerste twijfelachtige (of beter: praktisch zekere) stap naar een ontgoochelende mislukking. Een mogelijk huwelijk met Eliane, zou me waarschijnlijk ook naar een mislukte poging hebben geleid. Mét al mijn liefde en alles... Dan zult ge aanhalen: waarom hebt ge dan eerder geschreven dat ge nú die flater niet meer zoudt begaan? In een blog (over het verleden) mag men zichzelf permitteren de vroegere "gevoelens" wat óp te rakelen en er zelfs over te dromen, uit te wijden, verder over te "redeneren"; allemaal zonder zin eigenlijk, zonder doel; gewoon maar om uzelf toe te laten eens gevoelig te zijn over een ogenblik in uw leven dat belangrijk is geweest. Die precieze episodes bewust nadenkend, geloof ik dat ik opnieuw dezelfde reacties zou ontwikkeld hebben, moesten de situaties zich terug, op dezelfde manier, herhalen.

Ik hou van besliste mensen. Overtuigde mensen. Mensen die weten wat ze willen. Toen ik, eerst Hilma en later Lígia, uitnodigde met mij te vrijen, bestond er geen aarzeling. Geen twijfel. En dus beloofde ik: je kan op mij bouwen. Waarom het niet goed is afgelopen met Hilma? Omdat ze méér wilde dan ik, waarschijnlijk. En ook omdat ze soms van die "buien" had!!!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

En het leven gaat zijne gang..

Zoals beloofd en in verband met Maria, de oudste zuster van mijn dochter Gleicy, we hadden beide meisjes gedurende een eerste, preparerende, fase, als onze wettelijke petekindjes aanvaard en we werden door hen gewoonweg aangesproken als Rudo, Ligia, Tante en Nonkel. Vooral Maria weigerde ons resoluut als beschermende verantwoordelijken te herkennen. Zij herinnerde zich uitstekend haar biologische moeder en stiefvader en had met hen, gedurende verschillende jaren, samen geleefd (haar biologische vader had haar moeder, gedurende de zwangerschap, in de steek gelaten). De biologische vader van de drie andere kinderen, inclusief Gleiciane, is, gedurende de bijna drie jaar die ze in dat weeshuis hebben door gebracht, enkel en alleen maar ene keer, op een zondag, op gedaagd en het enige wat mijn dochter zich van hem herinnert is dat ze dezelfde huidskleur hadden (obviously). Ze herinnert zich niks meer van haar moeder (gelukkig).

Maria had, gedurende de jaren van hun verblijf in dat weeshuis, het op haar schouders genomen zowat de figuur van de moeder te vertegenwoordigen ten opzichte van haar twee kleinere zusters, alhoewel ze er niet voor terug deinsde enkele goed gemikte meppen, hier en daar, uit te delen, wanneer ze oordeelde dat dat gepast was. Beide zusters echter hebben haar dat vergeven en signaleren voortdurend, tot heden, hun oprechte liefde, eeuwige dankbaarheid en oneindige onderdanigheid. Gedurende de periode van het peterschap brachten we de drie, of meestal de twee, kinderen (want de derde dochter had al een andere meter, die haar, af en toe, ook kwam afhalen), bijna wekelijks, bij ons thuis, naar het strand, naar de shopping, naar de bioscoop, naar de zoo, naar het play-station, naar ’t één of ’t ander feestje en waarom niet, ook af en toe naar een restaurant en zelfs naar mijn stamcafeetje (dat laatste eigenlijk meer voor mijzelf bedoeld natuurlijk, maar daar waren er toch ook Coca-Colaatjes en Fanta’s beschikbaar?). Met Gleicy hadden we absoluut geen last en het afscheid was altijd respect- en zelfs liefdevol, terwijl het met Maria, negen keer op tien, ruzie was. Ze deed alsof ze me niet verstond, antwoordde niet op mijn vragen, weigerde mij een hand te geven om de straat over te steken en trok voortdurend die tote van: ‘k willekiknie, ‘t is da nie, ’t is ’t ander, ‘k ben’t beu, enzovoort. Dat heeft zes maanden lang geduurd. Toen de kinderrechter ons verplichte een beslissing te nemen over de adoptie van één of zowel beide zusters heb ik de knoop door gehakt in verband met Maria. Maar hoezo Rudo, zult ge de twee zusters echt willen scheiden? Jaja, ik dacht ook eerst van niet, maar nu denk ik toch wel van ja (herinnert ge dat liedje van Bissegem?). Het jongste heeft onmiddellijke redding nodig en kan niet meer wachten op dromen, wensen en onvaste grond. Ik ben geen psycholoog en ben niet van plan daar een ingewikkelde studie over te realizeren. Tenandere het zijn halfzusters en gelijken bijna nikske op mekaar (nu, na enkele jaren, ben ik er mee akkoord dat ze iedere keer meer op elkaar gelijken). Het enigste wat ze gemeen hebben zijn de vlooien in hun haar en de wormen in hun darmen en dat heb ik allang opgelost. Bovendien en dat is het belangrijkste, Ligia was intussen al in een echte moeder om getoverd. Maria aanvaarde ons wel om de kosten te betalen maar niet om haar splinternieuwe ouders te worden, gehoorzaamde ons niet en beweerde dat ze onze meid niet was. Ik begreep dat wel en ook dat het moeilijk was voor haar, vooral op diene leeftijd, maar ik wilde mezelf gene jeuk bezorgen, om me daar jaren lang te kunnen scharten. Ze was de oudste, kende haar moeder en rekende erop dat ze die, vroeg of laat, terug zou ontmoeten. Bovendien stak ze haar zuster tegen ons op, loog en bedroog, terwijl ze nog in haar bed piste, zonder te vergeten de schuld op Gleicy’s rug te schuiven. Oké, in dat geval zijn we akkoord haar peter te blijven, zorgen voor uitstappen, kleren, feestjes, haar tanden en zelfs reizen, maar de grote trein, de trein van het leven, die heeft ze (toen) gemist. Ze was wel een beetje (verschrikkelijk) ongerust over haar toekomst en de fysische scheiding van haar zusters, maar het is nooit zover gekomen. Wanneer we uiteindelijk de nieuwe geboorteakte van Gleicy, van de Notaris, ontvingen, als resultaat van het vonnis van de kinderrechter, bewijzend dat ze nu definitief ons kind was (geboren van Rudo - vader en Serligia - moeder), heb ik haar dicht bij mij geroepen en alhoewel ze toen nog niet kon lezen, natuurlijk, heb ik beklemtoond dat het zich nu om een afgeronde zaak betrof. Dat wilde, onder meer, zeggen dat ze ons niet meer bij onze eerste naam moest noemen en ons ook niet aanspreken met de woorden “tante” en “nonkel”. Van de andere kant, ik wist dat Maria haar uitdrukkelijk had verboden ons "Papai" en "Mamai" te noemen (de algemeen gebruikte woorden, hier in Brazilië), hopend dat ze ooit hun echte, biologische Mamai, zouden heroveren. Mijn dochter bevond zich dus ineens tussen een steen en een harde plaats en ik heb het aan haar oordeel over gelaten hoe ze ons verder zou blijven aanspreken. De liefde was intussen al diep tussen ons drieën in geankerd, het samenleven een volledig succes, de school, de sport, de muziek, alles enfin, perfect. Het was een kwestie geworden van gezond verstand en zelfs intelligentie, om niemand, opzettelijk, te kwetsen. Ze zat op het bed, met gekruiste beentjes, peinsde wat, nam haar kin in haar handen en vroeg vragend opkijkend, na een minuut of zo: mag ik je dan Ma en Pa noemen? Natuurlijk, juichte ik, natuurlijk, overgelukkig van de perfecte oplossing. Met alle zekerheid, met alle genoegen, met alle geluk, mijn allerliefste dochter....

Goed dat was het wat de aanspreking betrof, maar wat over de gevoelens? Met “Ma”, Ligia, was het direct opgelost: Gleicy herinnerde zich haar eigen moeder niet meer, stelde vast dat mijn vrouw dezelfde huidskleur bezat en de liefde en de bezorgdheid tussen beiden waren er met dikke pollepels van af te scheppen. Maar met mij was het niet zó danig gemakkelijk: ze herinnerde me eraan dat haar biologische vader een “moreno” (lichtbruine) man was, terwijl wij, Pá en dochter, twee verschillende huidskleuren bezaten. Kan dat, Pá? Ja, natuurlijk kan dat en het is maar een kwestie van geduld geweest; van alle dagen tientallen keren te herhalen hoeveel ik wel van haar hield, vertroetelde, naar bed droeg, kuste, beschermde, verdedigde, lief had, zoende, bewonderde, loofde, geloofde, vertrouwde, pronkte, stoefte... tot ze er eindelijk begon in te geloven dat.... jaja dat kan alleen maar mijn Pá zijn, onafhankelijk van zijn blanke huid, jawel zelfs lelijk, maar daar is nu absoluut geen twijfel meer aan... "Pá Rudo"!! en "Ei, Pá, eu te amo..!!!

(NB: Maria is intussen altijd ons petekind gebleven en we hebben haar voortdurend blijven helpen, op alle gebied, ook met de studies en haar professionele opleiding, haar appartement, inboedel, telefoon, gezelschap en zelfs genegenheid. We hebben nooit iets meer gehoord over haar biologische moeder en nu, uiteindelijk, na zes jaar, wil ze toch wél door ons geadopteerd worden, ná al de kaap van de achttien jaar te hebben overschreden!??!! Kan dat?)

Ook Gleicy is zich volop aan het ontplooien, Braziliaans Judo Kampioen (tot en met twaalf jaar, tot en met 53 kilo's - groene gordel), zwemkampioen, bemind door iedereen, vooral thuis, maar ook in de school, door kennissen en vrienden. Ze is ook nooit de domste van de ploeg geweest (zoals ikke bijvoorbeeld), weet wat ze wil en is volstrekt zelfbewust. Ze is verstandig, braaf en onschuldig. Ze is altijd gereed om aan mijn nek te hangen, mij omver te sleuren, mij naar onderen te duwen... de energie eigenlijk van een jongen, met de liefheid van een meisje... een werkelijke schat... en dus hup vooruit, naar de school, naar de zwemles, naar de judo, naar de cinema, naar de shopping, naar het strand... en verschillende keren al, een interview voor de lokale TV-zenders om over de positieve kanten van de adoptie uit te wijden en andere koppels aan te moedigen ook verlaten kinderen een huis te verschaffen... (dat is intussen al de vijfde keer geweest dat ze ons als voorbeeld aan het gebruiken zijn).

Ze heeft natuurlijk ook een nieuwe naam ontvangen: Gleiciane Martins Van Leuven. Een vers Belginneke (daar moet ik later eens op terug keren, aangezien de Belgische Consul, in Rio, onlangs ontdekt heeft dat wij, Ligia en ik, haar eerst hebben geadopteerd en pas later officieel zijn getrouwd met elkaar, voor de wet, wat voor hem een duidelijke, onvergeeflijke, doodzonde betekende, genoeg om haar de Belgische nationaliteit te weigeren, plus een "excomunhão" van de Katholieke Kerk te veroorzaken).

Ik ben ervan overtuigd geraakt dat zelfs eigen, bloedverwante, kinderen zelden zoveel genot verstrekken aan hun ouders. Toch zullen we het (onze eigen kinderen verwekken) nog eens proberen. Méér voor Ligia nu, dan voor mezelf, want ze is nog alle dagen aan het bidden en ze verwacht die gunst van Maria zonder enige verdere twijfel.

Van de andere kant, de wettelijke echtscheiding van Hilma is er dan toch door geraakt. Dat betekende dat ik toen eindelijk toch met Ligia kon trouwen, die er eigenlijk echt nooit had op áán gedrongen. Ze heeft, zonder veel goesting, haar naam veranderd in Serligia De Jesus Van Leuven. We zijn getrouwd, alleen voor de wet, hier in Recife, op de achtste Oktober 2003, juist twintig jaar nadat ik haar mijn plechtige uitnodiging had geformuleerd met mij te vrijen en enkele uren daarna de heilige "daad" hebben bedreven. Het is een eenvoudige ceremonie geweest, zonder familie en vrienden. Ik had graag ook getrouwd voor de kerk (om Ligia een plezier te doen en zo haar natuurlijke droom te vervullen in het wit te trouwen in een atmosfeer vol met familie, vrienden en kennissen) enkele dagen later, in België, maar dat is niet mogelijk geweest, want de katholieke kerk, vertegenwoordigd door de episcopale overheden, heeft haar, beleefd maar streng, wijs gemaakt dat ze in een voortdurende doodzonde aan het leven is, omdat ze “vleselijke” betrekkingen onderhoud met een gescheiden man. Dat is absoluut van geen belang voor mij maar daardoor mag ze de heilige hostie niet opeten. Is me dat gene vuile smeerlapperij? Daarmee bennekik de schuldige, want Lígia was vrijgezel. En ze was nog speciaal eens gaan biechten, want ze wilde persé de hostie inzwelgen vóór ze kinderen zou krijgen. Ga met zo'n gerucht in uw oren gaan slapen...!! Ze zouden het water van diene ouderwetse Paus ook ne keer deftig moeten afsnijden. Diene middeleeuwse chiro-leiders-verkrachter.

Wat later slaagde ik erin mijn huis in Rio te verkopen en mijn moto (een originele Harley Davidsson Electra-Glide 1200) op te kalefateren, ook met het oog op verkoop. Dat zou geld in mijn kas brengen, genoeg om al mijn lopende schulden af te betalen en nog poen genoeg overlaten om op andere investeringen te mogen denken. Hier en in België.

Alles begon, eindelijk, te vlotten. Dacht ik.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Een raadsel

Puntje bij paaltje gezet, ik moet toch eerlijk toegeven dat, gedurende die weken en maanden, de goesting om helemaal niets te doen mij langzaam begon te overwelven. Een beetje verlamd door het gevoel dat er nog zoveel te verwezenlijken was en zo weinig tijd om alles keurig te doen. Zonder energie om er mee te beginnen. Een beetje ontgoocheld van alles waarschijnlijk. Een gevoel van teneergeslagenheid. Opgegevenheid. Niets bewoog vooruit. Alles bleef hangen; zonder oplossing. De desktop computer geraakte kapot (Compaq), de zip-drive ook, de laptop was nog altijd kapot (ook Compaq), de handheld had nooit gewerkt (weeral Compaq), de water verwarmer ontplofte in een kortsluiting, er sijpelde regenwater in de auto, de bomen in Rio moesten dringend gesnoeid worden, de huurder van het appartement in het appart-hotel had het na een jaar opgezegd en ik moest een nieuwe huurder vinden in dezelfde omstandigheden, mijn bankrekeningen geraakten nooit ne meer boven nul (elke bevruchtingspoging betekende tweeduizend euro’s; in 't zwart), de echtscheiding (van mijn eerste vrouw) zat strak, de moeilijkheden met Maria verbeterden niets, mijn reis naar België geraakte er niet door, het huis in Rio was (toen) nog niet verkocht, de firma die niets besliste over mijn toekomst daar, de meid (een andere) in Rio die problemen had met haar zuster die haar kind terug wilde (later meer daarover), de muren van het appartement hier die hersteld moesten worden, de airconditioning van de auto die al zo lang kapot was, bijna alle kranen die druppelden, de wc´s die niet stopten met water te verversen... , .. in ´t kort: dát allemaal hier en 't zelfde nog ne keer in België. Had ik gene nagel gehad om aan mijn gat te krabbelen, op zijn minst, ik zou in vrede geleefd hebben, zonder al die bekommernissen...

Vooraleer wat verder uit te wijden over Maria (nu al bijna negentien), nog altijd mijn wettelijk petekind en zuster van mijn dochter Gleicy, het is interessant te vermelden dat gedurende verschillende jaren, in mijn appartement in Recife, aan de zee, terwijl wij zelf verwoedde pogingen aan het aanwenden waren om kunstmatig kinderen te verwekken, wij dagelijks het suikerwater verversten van een drinkpanneke speciaal daarvoor aan het venster gehangen, juist naast mijn werktafel, waar er verschillende keren per dag, somtijds tientallen, vogelkes op af kwamen vliegen, terwijl ze piepend, zingend en vechtend de beste plaats trachtten te veroveren, mij bezig hielden en mij afleidden van mijn zwaarste zorgen. Het waren uiteraard geen mussen maar wel degelijk verschillende soorten kolibries en geelzwarte vinkskes, die absoluut aan ons gewend geraakten en zich zelfs ver in het appartement waagden en daar duikvluchten uitvoerden en zich rond en om ons hoofd bewogen, zeker dat ze er van waren dat dat hun gevangenis niet zou worden. Één speciaal vrouwke, dat door Ligia als "Divina" werd gedoopt, verraste mij op een zekere morgen, toen ik het venster open schoof en ze naar buiten vloog, in plaats van naar binnen. Bij nader onderzoek kwam ik tot de conclusie dat ze een nestje aan het maken was in een "samambaia" plant, op amper één meter vanuit mijn handbereik, wat ik niet eerder had opgemerkt. Sedert die dag ben ik vroeger op gestaan om het venster te openen bij zonopgang en te sluiten, nadat ze op haar nest terug was gekeerd, dat ze samen met haar manneke dagelijks voort heeft blijven bouwen, bij zonsondergang. Hun eerste poging heeft hen twee eieren op geleverd, die ze normaal gebroed heeft, terwijl ze gevoed werd door het manneke. Er zijn later twee vogelkes geboren, zoals ge kunt zien op de foto. Een jaar daarna hebben ze het nogmaals geprobeerd, in hetzelfde nest, maar diene keer zijn de eieren daarna uit het nest gevallen (of gestoten), want ze waren blijkbaar niet bevrucht geweest (er zat alleen maar wat slijm in).

Schoon, nietwaar?

God is toch wel een wreed schepsel, hé? Intussen is die hoere hier, die juist voor onze deur op de straat leeft, uit de vuilbak haar eten scharrelt, tientallen vreemde geslachtsziekten bezit, plus grote spataders en vlooien en schimmel tussen haar benen, terug zwanger geraakt. Haar vierde kind op één rij. En ze hoeft maar ene keer te fucken om prijs te hebben; tegen de straatpaal leunend, zodat de spermatozoïden bijna twintig centimeter verder moeten ploegen om op de bestemming te geraken..

En wij intussen, meneer?? Nietenmedalle hé meneer!

Geschreven door Rudo om 21:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Eindelijk, mijn eerste dochtertje!!

Daar, in het kantoor van de locale kinderrechter, na ne hele hoop plechtige papieren en documenten te hebben gelezen en ondertekend en nadat ze ons leven volledig hadden uitgepluisd (vooral dat getuigschrift daar, van mijn goed gedrag en zeden, dat mij, oneindig veel jaren eerder, nog in Rumbeke, door het gemeentebestuur was verstrekt geweest, niet vooraleer diep in de ogen van de commissaris gekeken te hebben) werden wij, in minder dan tien dagen, aan twee zustertjes vóór gesteld (Maria, toen elf en Gleiciane, of beter Gleicy, met vijf) die we schriftelijk, onmiddellijk, hebben aanvaard als onze petekinderen. Later hebben we ontdekt dat er, in hun "tehuis" zich nog tientallen andere meisjes, in diezelfde toestand, bevonden...

Een zekere vriendin van mijn vrouw had ons, gedurende de voorafgaande dagen, aangeraden voldoende aandacht te schenken aan het gehele ritueel om zo eventuele verrassingen te vermijden, zoals het gebeurd was met haar collega van het werk, die in een gelijkaardige situaties, ook een kindje had willen adopteren en toen ze, samen thuis arriveerden en beleefd haar leeftijd vroeg, want ze had, oocchhh, zo’n grote tandenéé, te weten was gekomen dat ze al vierentwintig was, want ze was een lief dwerginnetje, dat schatje, wat haar toch niet heeft laten vermurwen ze terug te dragen, vooral toen ze eraan toevoegde dat het kindje dat ze zo erg verlangde nog in haar buik zat...

In ons geval betrof het zich, in feite, om drie zusters en één broertje. Het broertje was, toen, minder dan twee en zou later wettelijk geadopteerd worden door een koppel in het binnenland van de Staat van São Paulo. Het derde meisje was bijna vier jaar en had al een meter op de kop kunnen tikken, in Recife. De twee oudste meisjes verkozen samen te blijven en we hebben daar geen bezwaar tegen geopperd. Het oudste, Maria (toen al degelijk struis, hardnekkig en moeilijker om te plaatsen, 't schijnt) is eigenlijk een halfzuster van de andere drie. Het tweede, Gleicy, was tenger (duidelijk ondervoedt), gevoelig en hartveroverend en liet, vanaf het eerste ogenblik, weten dat ze echt naar moederlijke liefde en zorg aan het streven was. Ook ik werd niet vergeten en het duurde maar enkele dagen vooraleer ze zich rond mijn hals vast klemde en in mijn oor fluisterde: “nu zijde van mij!”. Wat een stamp in mijn maag, maar wat een muziek in mijn oren!! We weten niet wat er met de vader van Maria is gebeurd, maar wel dat de vader van Gleicy, een visser, aan de rechter bekend heeft dat hij niet meer voor zijn drie kinderen wilde (kon?) instaan. Wat de moeder betreft, we hebben later, beetje bij beetje, ontdekt dat ze opgepikt was geweest van de straat, samen met haar vier hongerige kinderen dus, rond 't joolend, zonder doel noch bestemming, na gedenuncieerd te zijn geweest door voorbijgangers. Zij is, na onderzoek, óp genomen geweest in een psychiatrisch instituut, terwijl de kinderen naar twee afzonderlijke protestantse “weeshuizen” (één voor het jongetje en een ander voor de drie zusterkes), door de kinderrechter, werden geloodst. Daarna blijkt ze dat instituut ontvlucht te zijn en nooit heeft iemand nog een woord over haar horen reppen. Toen wij aan de kinderen werden voorgesteld hadden ze daar al bijna drie jaar van hun leven door gebracht....

Zoals we bewust waren, enkele maanden nadat we het peterschap hadden aanvaard, heeft de rechter ons voor de uiteindelijke beslissing geplaatst: de kinderen waren allebei vrij geraakt voor wettelijke adoptie en hij was zo beleefd het eerst aan ons te laten weten: ’t is nu of ’t is nooit! Met Gleicy hadden we geen enkele twijfel en dat probleem werd meteen geregeld. Met liefde. Ze is zo teder, zonder zwak te zijn. Uitbundig, zonder lastig te worden. Braaf en voorzichtig. Knap en lichamelijk perfect zonder een "Miss" te vertegenwoordigen (belachelijk eigenlijk). Lachend voor het meeste deel van de tijd, zelfs contaminerend, wanneer schaterlachend. Intelligent en zoals Júnior, met interesse voor de studie. Ze weent niet. Ze is niet koppig. Ze is beschaamd en zelfs wat schuw, wat geen nadeel is, als het beperkt of kortdurig is. Ze doet haar huis- en schooltaken zonder reclameren. Ze slaapt en wordt wakker op het juiste uur. Ze omhelst ons met kracht. Ze is niet slap of lui. Ze is gezond. Ze kraait niet (te veel). Allez, kom, ik zie er geen negatieve kanten aan. Zij is definitief de (geestelijke) zuster van Rudo Jr.

Met Maria was het (toen) volledig omgekeerd. Maar dat zal ik voor de volgende post laten...

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten