Woensdag 8 januari 1969
1954- Amaai we liggen al samen in de wei, dat mag niet van onze pa !
Wij liggen beide in de wei
Zijn armen verstrengeld om mijn zij
Bang om van mij te moeten wijken
Vechtend om niet te bezwijken
De glans in zijn ogen zo stralend
En af en toe soms vreemd dwalend
Zeggen meer dan duizend woorden
Ik hoor slechts klankrijken akkoorden
Op dat moment zijn we volledig een
Een traan, het lijkt wel of ik ween
Het is een traan van gelukzaligheid
Die mij naar het hoogtepunt leidt
Toen werd de zaligheid verbroken
God wat hebben we toch genoten.
Eigen gedicht




1 reactie op dit bericht
Jouw gedichten
Proficiat met uw blok
Vol talent tot in de nok
Ik geef toe ik moet zwichten
Je kunt beter dan ik dichten
jij , Je barst van tallent
Tegen U ben ik een domme vent
Daarom vind ik het fijn
Je mail vriend te zijn
Henri