Gedicht "De Kip."
DE KIP.
Twaalf kippen in een hok
twee zaten niet op stok
tien zaten op een lijn
samen is dat een dozijn
Over wat ze spraken
gaat niet over zaken
ging het over fouten
niet om bij te houden
Kakelen dat ze doen
het was al over noen
ze riepen door elkaar
er was ook geen bezwaar
Plotseling een stilte
Mijnheer Haan die ’t wilde
hij vond het nu genoeg
zij hen " tot morgenvroeg”
Toen sprong hij mee op stok
er kwam herrie in ’t hok
er viel een van de kippen
omdat haan mee kwam zitten
Hoe kon dat gebeuren
één kip moest betreuren
op een plaats niet voorzien
er was maar plaats voor tien.
Sami.

