Op het einde van het langgerekte dorp lopen we tussen muren van opgehoopte stenen, en tussen uitgestrekte graanterreinen. Opeens zien we in de verte Fuente de Cantos, maar het duurt nog uren voor we het dorp bereiken. Voor ons bemerken we dan de kerk van de Maagd van Granada. Fuente de Cantos is de geboorteplaats van de schilder Zubarán. We slapen in de Alberque Covente Frailes (prachtig klooster) waar het heerlijk ruikt naar wierook, er zijn 8 pelgrims. Deze avond eens geen peregrinomenu, onze amigo Michele maakt voor ons spaghetti op zijn Italiaans klaar in de plaatselijke keuken. Het is terug zeer warm, bij de 40 graden.
We verlaten Fuente de Cantos langs de romeinse weg, en algauw bereiken wij Calzadilla de los Barros. Dit is een klein dorp met een versterkte - kerk, gebouwd in de 15' eeuw, waar één van de mooiste gothische renaisance retabels wordt bewaard van Extremadura. We zien terug hoeven met vee, olijfbomen en wijngaarden. We steken de spoorweg over en komen aan in het dorp Sancho Pérez, waar we een cafe con leche drinken, om terug op krachten te komen. We komen aan in Zafra, deze stad is gesticht door de Moren dit is een historische, artistieke stad. We slapen in het mooie klooster Covento San Francisco, in een afzonderlijke kamer, we zijn met ons 6, Michele, Vitaliano, Steffen nog een fietser en wijzelf.
Na 7 dagen stappen is alles goed met ons. Schitterend weer, mooie etappes met prachtige natuur, het is kurkdroog, de beken lopen wij over op de stapstenen, (geen natte voeten). Voldoende water en -voeding nemen we mee op de etappes, want zelden paseren we een dorp. Dagelijks een stevig ontbijt, dit ter plekke of nabij gelegen bar, 's avonds een peregrinomenu en bij aankomst onze was, voor het drogen geen probleem. Extremadura = in 2 woorden extrema (uitzonderlijk) dura (zwaar) in de zomer heet en de winter zeer koud.
We verlaten Zafra en bereiken los Santos de Maimona. De kerk met een portaal in plateresca stijl en zijn gemeentehuis trekken onze aandacht. We lopen verder tussen olijfbomen en wijngaarden en komen aan in Villafranca de los Barros, met zijn kerk uit de 16' eeuw en met een interessant gothisch portaal. De wijn van de streek met dominatie (de Ribera del Guadiana) bezorgt aan de pelgrims een heerlijke voldoening. Hier was het zoeken voor overnachting (Alberque dicht wegens werken), na rond vragen vinden we een Hostal-Restaurante (La Marina), Michele, Vitaliano en wijzelf, slapen in afzonderlijke kamers, Steffen is spijtig achterop geraakt wegens kniepijn. Jammer dit Hostal is wel wat afgelegen van de camino en het centrum.
We nemen terug de romeinse weg die ons in rechte lijn naar Torremejía leidt. We lopen terug langs wijngaarden, (de boeren hier druk in de weer), tussen olijfbomen en korenvelden, soms door smalle straatjes. In Torremejía slapen we terug in een vroegere klooster, nu een prachtige Alberque Palacio de los Lastras, we zijn met ons 5, de 2 Italiaanse amigos, Steffen en wijzelf.
Met een stralende zon lopen we over de romeinse brug Mérida binnen. Onze amigos zijn tevreden met de Alberque, maar wij zoeken een Hostal (Sereno) op om te overnachten en ons wat op te frissen. Mérida is een romeinse stad, gesticht door keizer augustus, het is ook een werelderfgoedstad. We bezoeken er el Templo de Diana, el Arco de Trajano, el Casa del Anfiteatro, Museo de Arte Romano, enz. Mérida is tevens een stad, waar de politieke beslissingen in Extremadura genomen worden. Al bij al heeft Mérida zijn kleine handelszaken tussen de wandelstraten weten te behouden.
Bij het vertrek uit Mérida, even buiten de bebouwde kom zien we het romeinse waterreservoir, het grootste ooit in het romeinse Rijk. Na het waterreservoir loopt de weg verder door kurkeik, en zien we links en rechts de spaanse vechtstieren lopen. We komen aan in het dorpje Carrascalejo, hier is er niets, een 4 tal km verder komen we reeds in Aljucén, dit kleine dorp biedt ons te eten en te drinken. In een kleine Alberque kunnen we overnachten, we zijn met 6 pelgrims, onze amigos, ook nog een nieuwe pelgrim, Peter (Hamburg) gestart in Mérida.
We lopen door de mooiste weilanden van Extremadura, en door het Parque Natural de Cornalvo. We paseren het Cruz de San Juan, wat verder bereiken we Alcuéscar. We slapen in het Covento Esclavos de Maria in afzonderlijke kamer, waar nog paters aan de pelgrims hun eisen stellen.
Vanuit Alcuéscar leidt de weg ons over een romeinse brug naar Casas de Don Antonio. Langs smalle straatjes paseren we nog enkele overblijvende romeinse palen (25 jaar na Christus). Over nog een romeinse brug bereiken we Valdesalor, de Alberque is hier dicht, de mogelijkheid tot slapen kan in een voetbalkantine, dit wel op de grond, onze Italiaanse amigos blijven hier. Wij trekken verder onder een brandende zon, nog 11 km naar Cáceres, hier is het zoeken naar de Alberque Los Veletas, maar met Herman is dit geen probleem. We overnachten in deze prachtige Alberque, 50 meter van het centrum, voor het avondeten hebben we nog tijd voor om wat rond te kuieren in de mooie stad. Cáceres is ook een werelderfgoedstad, het is Romeins en de wieg van de Orden van de Ridders te Paard van Santiago.
Vooraleer we hier vertrekken, maken we er gebruik van om de historische stad nog eerst te bezoeken. We verlaten Cáceres, paseren de plaza de torres en gaan richting El Casar bekend voor zijn uitstekende kaastaarten. In El Casar, op de Plaza Espána stoppen we aan de Alberque om te overnachten, hier zijn we ook afgesproken met de amigos, het was een heel korte etappe.