Missa Omnium Sanctorum - Jan Dismas Zelenka
Festival Oude Muziek 25 augustus 2012, Domkerk Utrecht : Jan Dismas Zelenka (1679--1745) Missa Omnium Sanctorum ZWV 21
Kyrie
Gloria
Credo
Sanctus
Agnus Dei
COLLEGIUM 1704
Jan Dismas Zelenka
Over zijn leven is weinig bekend. Vast staat dat hij Johann Sebastian Bach en zonen persoonlijk heeft gekend en dat Bach hem tot de belangrijkste componisten van zijn tijd rekende. Aan het begin van de twintigste eeuw was zijn werk vrijwel geheel in de vergetelheid geraakt. Pas sinds de jaren zeventig wordt zijn werk weer met enige regelmaat uitgevoerd.
Zelenka ontving zijn eerste muzieklessen waarschijnlijk van zijn vader, de cantor en organist van Launowitz, nabij Praag. Hij bezocht daarna zeer waarschijnlijk het Jezuïetencollege Collegium Clementinum te Praag, waaraan hij in de periode 1704-1723 ook enkele composities leverde. In 1709 was hij als musicus verbonden aan de huishouding van de adellijke Praagse Von Hartigfamilie. In 1710-1711 verhuisde hij naar Dresden, waar hij als bassist in de hofkapel van August de Sterke werd aangenomen. Dit orkest, waaraan Zelenka voor de rest van zijn leven verbonden bleef, groeide gaandeweg uit tot een van de beste orkesten van Europa.
De jaren 1716-19 stonden voor Zelenka in het teken van studie en verdieping. Veel blijft over deze periode onduidelijk. Bezocht hij in deze jaren inderdaad Venetië, waarvoor in 1715 in de hofkas geld vrijgemaakt werd ? En was hij daar enige tijd leerling van de componist Antonio Lott i? In elk geval verbleef hij vanaf 1716 met grote regelmaat in Wenen, waar hij onderricht kreeg in contrapunt van de in zijn tijd vermaarde keizerlijke kapelmeester Johann Joseph Fux.
In Wenen gaf Zelenka zelf ook les in contrapunt aan Johann Joachim Quantz. Terug in Dresden nam Zelenka vanaf 1719 - samen met kapelmeester Johann David Heinichen - de taak op zich de composities te verzorgen voor de hofkerk van Augustus de Sterke. Vanaf 1720 groeide Dresden onder hun handen uit tot het centrum van katholieke kerkmuziek in de Duitstalige landen.
Zelenka's belangrijkste composities uit deze jaren zijn de 27 Responsoria pro Hebdomada Sancta (ZWV 55) en zijn tegenwoordig bekendste werk, de zes triosonates (ZWV 181). Van deze vooruitstrevende kamermuziek is de structurele en thematische complexiteit in deze periode alleen te vergelijken met het werk van Johann Sebastian Bach.
In 1721-22 bezocht Zelenka Praag. In 1723 ontving hij van het Collegium Clementinum de opdracht om een Melodrama de Sancta Wenceslao (ZWV 175) te componeren ter gelegenheid van de kroning van keizer Karel VI tot koning van Bohemen. De uitvoering in september 1723 in het bijzijn van het keizerlijke echtpaar werd voor Zelenka een artistieke triomf. Misschien ook in samenhang met de kroningsfeesten ontstonden in 1723 een aantal orkestwerken (ZWV 186-189).
In 1726 begon Zelenka een lijst op te stellen van zijn composities. Ondanks zijn grote inzet voor de Dresdense hofkapel in deze jaren (hij nam veelvuldig de plaats in van de ziekelijke kapelmeester Heinichen) behield hij het magere salaris van een gewoon orkestlid. Toen Heinichen in 1729 stierf, nam Zelenka al diens verantwoordelijkheden op zich. Het is uit enkele petities aan zijn werkgever duidelijk dat de componist vergeefs verwachtte dat hij Heinichen zou opvolgen. Waarschijnlijk omdat hij de modieuze nieuwe opera in zijn stad wilde bevorderen, benoemde de Dresdense keurvorst in 1733 niet de traditionele Zelenka, maar de jongere aanstormende operacomponist Johann Adolf Hasse tot kapelmeester.
In plaats daarvan ontving de oudere componist enkele jaren later de nieuwe titel 'Kerkmuziekcomponist' en een verhoging van zijn salaris. Vanaf 1733 liep de compositorische activiteit van Zelenka snel terug. Zijn gezondheid liet vanaf 1735 waarschijnlijk steeds meer te wensen over. Er zijn aanwijzingen dat hij betrokken raakte in een slepende rechtszaak. Desondanks ontstonden in deze jaren zijn belangrijkste werken: vijf missen, waaronder de drie zogenaamde Missae Ultimae (1740-1741). Hij stierf in 1745, ongehuwd, enkele dagen voor Kerstmis.
Er is geen enkel schilderij of afbeelding van hem bekend. Ook over zijn persoon is vrijwel niets bekend: in de negentiende eeuw merkt een musicoloog op dat tijdgenoten hem beschouwden als “een gereserveerde, bijgelovige katholiek, maar ook een respectabele, stille, eenvoudige man”.
Bron : Wikipedia

