Naar de inhoud

OPERA

Savats Oranje Theehuis : Populaire opera- operette en klassieke muziek
akke.beakke.be

Archief

Erich Korngold - Die tote Stadt (Bruges la morte)

 

 

Erich Korngold: Die tote Stadt - Oh Freund, ich werde sie nicht wiedersehen Torsten Kerl Orchester der Deutschen Oper Berlin Leitung: Lawrence Foster

 .

Glück, das mir verblieb" from Die tote Stadt (E. W. Korngold) Recorded live at the Théâtre Musical De Paris - Châtelet, 2000

. .

Mariettas Lied (Glück, das mir verblieb) from Erich Wolfgang Korngold's opera Die tote Stadt (The Dead City): Angela Denoke (Marietta), Torsten Kerl (Paul), Jan Latham-Koenig

Glück, das mir verblieb, rück zu mir, mein treues Lieb. Abend sinkt im Hag bist mir Licht und Tag. Bange pochet Herz an Herz Hoffnung schwingt sich himmelwärts.

 

2 x Erich Korngold en 2 x Renée

 

 

1. Die Kathrin -- 'Ich soll ihn niemals, niemals mehr sehn' 2. Das Wunder der Heliane -- 'Ich ging zu ihm'

U kent inmiddels de mevrouw die dit zingt, neem ik aan ? Zij verblijft bij mij, in de living, het salon, de slaapkamer. Nooit in de keuken : daar sta ik, om lekkere hapjes voor haar te maken. Hoe beter ze zijn, des te beter zingt Renée. Voor mij, voor mij alleen.  En soms gaan we samen wandelen en ze houdt mijn hand vast en ze knijpt er even in en ze kijkt me aan en glimlacht. En dan schiet ik wakker .

Savat

 

W.A. Mozart - Die Zauberflöte - Salzburger Festspiele

 

 

 

Wiener Philharmoniker Leitung: Ricardo Muti S

ARASTRO (Bass) René Pape TAMINO (Tenor) Paul Groves SPRECHER (Bass) / ERSTER PRIESTER (Tenor) Franz Grundheber ZWEITER PRIESTER (Bass) Xavier Mas DRITTER PRIESTER (Sprechrolle) Michael Autenrieth KÖNIGIN DER NACHT (Sopran) Diana Damrau PAMINA, ihre Tochter (Sopran) Genia Kühmeier ERSTE DAME (Sopran) Inga Kalna ZWEITE DAME (Sopran) Karine Deshayes DRITTE DAME (Alt) Ekaterina Gubanova ERSTER KNABE (Sopran) Mitglieder ZWEITER KNABE (Sopran) der DRITTER KNABE (Alt) Wiener Sängerknaben PAPAGENO (Bariton) Christian Gerhaher PAPAGENA (Sopran) Irena Bespalovaite MONOSTATOS, ein Mohr (Tenor) Burkhard Ulrich ERSTER GEHARNISCHTER (Tenor) Simon O'Neill ZWEITER GEHARNISCHTER (Bass) Peter Loehle

 

Dienstmededeling

 

 

Youtube heeft een van de componenten van de copieercode die tot vandaag 13 september 2012 gehanteerd werd, gewijzigd.

Met als gevolg dat alle video's die op deze blog verschenen zijn tot heden, niet meer kunnen bekeken worden. Het zijn er meer dan 1500 en dat is natuurlijk een geweldig verlies.

Langs de andere kant ben ik dankbaar dat wij gedurende bijna 3 jaar gebruik hebben kunnen maken van de fantastische discotheek die Youtube is. En ik zal er nog een tijdlang mee doorgaan.  Als de tijd het me toelaat zelfs in een verhoogd tempo omdat al de vorige opnames niet meer beschikbaar zijn. En misschien zal Youtube iets wijzigen aan haar nieuwe copieerbaarsysteem, zodat de oude gebruikers niet afgestraft worden.

Nog een opmerking : deze wijziging wordt doorgevoerd zonder één verwittiging.  En dat is jammer.

Dank aan de bescheiden kleine  groep bezoekers van het Oranje Theehuis voor hun trouwe aanwezigheid. De muziek die ik laat horen, is een erg persoonlijke en individuele keuze van klassieke opnames, die ik beschouw als de pijlers van onze Westerse beschaving die door geen enkele andere cultuur geëvenaard wordt.

Savat

 

W.A. Mozart - De Toverfluit - Royal Opera House - Integrale versie

 

 

Performers * Franz-Joseph Selig (Bass) * Dorothea Roschmann (Soprano) * Diana Damrau (Soprano) * Simon Keenlyside (Baritone) * Will Hartmann (Tenor) Conductor * Colin Davis Ensembles * Royal Opera House Covent Garden Chorus * Royal Opera House Covent Garden Orchestra

 

Antonin Dvorak - Rusalka - Integrale versie Opéra National de Paris

 

 

. . Rusalka : Renée Fleming

Ježibaba :  Larissa Diadkova

The Prince -- Sergei Larin

The Water Spirit -- Franz Hawlata

The Foreign Princess -- Eva Urbanova

The Gamekeeper -- Michel Sénéchal

Paris National Opera Chorus and Orchestra

James Conlon, conductor

Robert Carsen, stage director

Michael Levine, set and costume design

De opera speelt zich af in een sprookjesland, in een ondefinieerbare sprookjestijd.

Eerste bedrijf Wanneer, diep in het woud, de nacht valt over een meer, ontwaken de waternimfen die in het water leven. Zij dansen en spelen vrolijk aan de oever en plagen hun vader, de watergeest, wanneer die eveneens uit het water opduikt. Hun zus, de mooie Rusalka, deelt echter niet in hun plezier. Zij vertelt de reden van haar verdriet: onlangs zag zij een knappe jonge prins baden in het meer, en werd onmiddellijk smoorverliefd op hem. Nu verlangt zij naar een menselijke gedaante en een ziel, om de liefde van deze jongeman te winnen. De watergeest probeert zijn dochter te waarschuwen voor deze onmogelijke liefde, maar tevergeefs. In de beroemde weemoedige aria “Lied aan de Maan” lucht zij haar hart tegenover de volle maan die over het meer schijnt. Dan besluit Rusalka de hulp in te roepen van de heks Ježi Baba. Deze is wel bereid haar wens in te willigen, echter op voorwaarde dat Rusalka haar stem inruilt, waardoor zij in de mensenwereld stom zal blijven. Maar als haar geliefde haar ooit ontrouw zal zijn, zal de betovering verbroken worden, en moet Rusalka voor eeuwig een uitgestotene blijven. Zonder na te denken stemt Rusalka hiermee in. Wanneer de prins tijdens een jachtpartij aan de oever van het meer verschijnt, verovert Rusalka zijn hart. Hij neemt haar mee naar zijn kasteel.

Tweede bedrijf In het kasteel komt het stille en onwennige meisje erg zonderling en onheilspellend over op het dienstpersoneel. De prins houdt weliswaar van zijn mooie bruid, maar raakt uiteindelijk toch enigszins geïrriteerd door haar ergerlijke stilzwijgen en haar eigenaardige gedrag. Tijdens het bruiloftsfeest maakt een van de uitgenodigde dames hiervan misbruik en probeert openlijk de liefde van de prins voor zich te winnen. Machteloos moet Rusalka toekijken hoe de prins haar ontrouw wordt, en zij vlucht naar de kasteelvijver om tegen haar vader, de watergeest, haar leed uit te zingen. Op het ogenblik dat de prins de lichtzinnige hertogin zijn liefde verklaart, sleurt de watergeest zijn dochter weer het water in, en bedreigt de ontrouwe prins. Diep getroffen door het verlies van zijn ware geliefde, verzinkt de prins in een diepe wanhoop.

Derde bedrijf Terug bij het meer roept Rusalka, ontheemd en door haar zusters uitgestoten, ten einde raad opnieuw de hulp van Ježi Baba in. Deze verklaart dat Rusalka alleen kan gered worden als zij bereid is haar ontrouwe minnaar te doden. Dat wil en kan Rusalka echter niet over haar hart krijgen: zij houdt nog steeds zielsveel van de prins. Op dat moment krijgt de heks eveneens bezoek van een boswachter en zijn neefje, een koksmaatje. Zij zijn bezorgd om de depressieve toestand waarin hun meester, de prins, verkeert. Zij weten te vertellen dat hij door een boosaardig wezen tot een huwelijk zou gedwongen, en door haar toverij geestesziek geworden zijn. Als hij dat hoort, jaagt de woedende watergeest ze allebei weg. Opnieuw willen de waternimfen met de watergeest stoeien, maar deze brengt hen verdrietig op de hoogte van Rusalka’s treurige lot. Als een dwaallicht – halfweg tussen levend en dood – moet zij nu voor eeuwig over het meer dwalen en achteloze mensen met haar vage schijnsel de dood in lokken. Verdrietig en verteerd door berouw keert de prins terug naar het meer waar hij zijn geliefde Rusalka voor het eerst had ontmoet. Wanneer hij haar schim ziet opduiken, smeekt hij haar om een kus, maar zij waarschuwt hem dat dit zijn dood zal veroorzaken. Het kan de prins echter niets meer schelen: dat heeft hij er graag voor over, want zonder haar heeft het leven voor hem geen zijn meer. Wanneer Rusalka hem tenslotte toch teder kust, brengt dit ultieme bewijs van haar liefde hem de rust van de dood.

 

Meer van OPERA

↑ Terug naar de berichten