Naar de inhoud

SEVEN VERTELT

ochtendvruchtjes vol liefde
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

ZUUR, ZOET EN EERLIJK GEDICHT.

ZUUR, ZOET EN EERLIJK GEDICHT.
Als de stilte over het bos valt, kippen al lang op stok zijn en het zandmannetje een eerste wandeling begint spreekt de nacht vaak een eigen taal. Op het smalle wandelpad rusten de restanten van een milde nachtelijke regenvlaag. 
In het bos schudden bomen de laatste druppels van hun bladertapijt weg, langzaam ontwaakt ergens een dorp of een stad.
De met bloemen getooide pergola wordt langzaam gevuld met koolmeesjes, de eerste nevelsierten glijden over een lege verlaten koeienwei en op een erf -stoel gedraaid- praat boer Nest bij zichzelf over de komende oogst. De ochtend oogt veelbelovend vandaag. 
Vanuit de nestwarmte ziet ze door het half geopende raam hoe lente frisse bladeren wanhopig proberen nog even wat dauwdruppels vast te houden. Bij het wakker worden is Argus nooit ver weg. 
Nog een beetje slaapdronken denkt ze aan de zee. 
Hoe symbolisch aangespoeld wrakhout wel is, op het strand geworpen en dan toch weer meegenomen worden door het water. Het is alsof het verleden wegspoelt. Zeilschepen -zij aan zij- in een soort ware liefde met elkaar glijden naar de einder. Ze laat zich meevoeren op hun deinende ritme, denkt aan hem en knuffelt heel even een stukje ledikant. 
Als ze haar ogen sluit voelt ze zijn warme zachte handen vol tederheid, hoort ze zijn stem vol van bekommernis en wijze raad, ziet ze zijn ogen vol luisterbereidheid en begrip maar denkt ze vooral hoe geduldig hij omgaat met haar. Zo schoon is ware liefde. 
Zuur, zoet en eerlijk gedicht.
Naast haar een -half gelezen- boek waarin geen antwoorden te vinden zijn. Een beetje weemoedig flitsen in haar eigen denkwereld oplossingen door elkaar heen, herleest ze haar leven, wikt en weegt. Geankerd in haar hart zijn rationele woorden vol waarheid, de duidelijkheid van ‘’forever’’ in goeie en mindere dagen. Het neemt een zekere angst weg, sterkt de hoop dat dromen geen bedrog zijn. 
De moes van een zure appel kan nooit winnen van de zoete smaak van hun ware liefde voor elkaar. 
Terwijl de eerste prille zonnestralen de dag van gisteren vergeten, hebben haar wonden en tranen de juiste weg gevonden. Hij had ze gevangen in zijn liefdesmuur van ware liefde en verlangen. Vol herboren is niets inniger dan samen zijn. De lentezon gaf het borduurwerk van hun ware liefde een aparte uitstraling.

Ze kende zijn open relatie met letters en woordenstromen van bedenkingen, de bekommernis, hun ware liefde voor elkaar en vertederde bij zijn aanrakingen en buikschodderde om zijn kwajongensstreken. Diep van binnen verbonden met hem deelt ze haar ziel. Bij de trilling van hun lichaamstaal kleden ze hun eigen wereld aan. 
Zwanger van liefdesgedachten deelden ze wijn aan de woktafel. Het onderscheid van het kleine en het fragiele van het bijzondere voelbaar als handen elkaar raken. Een mandje meizoentjes met amandelsmaak laten zich aaien door een lentebries. 
Zuur, zoet en eerlijk gedicht.
De nieuwe morgen! Een wereldstad ontwaakt. 
De lente maakt een schijnbeweging terwijl door de schrijver inspirerende gedachten gevangen worden. 
De kleine klankkast omhelst Guido Belcanto, ware liefde in concert bij een derde tas koffie. De tijd lijkt even stil te staan en weegt de waarde van gevoelstaal : onbetaalbaar!.
Dagjesmensen in de stad proberen hoekige straatstenen te verschalken, de eerste terrasjes geduldig wachtend op ‘’volzet’’ terwijl anonieme daklozen ‘’blij met de temperaturen’’ ontwaken. 
In de schrijfkamer zoekt een cursief en krullend alfabet naar woorden. Het klavier zwijgt. Met een pen -heel behoedzaam- probeert hij haar naam een kaligrafische toets te geven. Het kleine ‘’nachtschrift’’ vult zich met schoon schrift, signatuur ware liefde. 
In de digitale wachtkamer ontwaakt een eerlijk gedicht. Nog even trappelt het ter plaatse, wacht...maar zal straks bij de bestemmeling gehoor vinden. De “rosse”, voldaan van de ochtendlijke aandacht tuurt vanuit de geopende deur naar de laatste sterren. 
Terwijl hij worstelt met de tekst van een nieuw vruchtje bekijkt hij haar foto. 
De momentopname spreekt zonder woorden, hij nipt vluchtig aan een verse tas koffie en schrijft een quote die hun een mensenleven lang –in en van vol ware liefde- zal bij blijven.
‘’De moes van een zure appel kan nooit winnen van de zoete smaak van ware liefde’’.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Books om 07:35 Reageer op dit bericht

LENTE, LENAERTS EN EEN SPIEGEL.

LENTE, LENAERTS EN EEN SPIEGEL.
Er hangt mist over de velden terwijl de dauw van de nieuwe dag nog even rust. Heimwee op het slaapkamerraam terwijl buiten er was zit in de beukenhaag. Er zit lente in een vers gebouwd nest.
Een solitaire houtduif koert naar een klad spreeuwen dat het Pasen is. Mussen en vinken preken vrede, een oude kerkuil ratelt een psalm en een overvliegende kauw monstert snel de klokken in de kerktoren. 
Aan de vijverrand ruist het oeverriet een eentonige melodie, een verliefd vlinderpaar strijkt neer op het graszaad in de berm waar straks fietssporen een gloednieuw pad zullen aanleggen. De lente telt de eerste knoppen. 
Nog even en blij wakker geworden kinderen zullen de weekend-zoektocht starten naar heerlijke chocolade eieren. In de berm vol bloemen naast het tuinhek huppelt een koolmeesje. 
Ze slaat het allemaal gade vanachter het slaapkamerraam terwijl een eerste zonnestraaltje teder knipoogt. Stilletjes vleit ze zich terug in de nestwarmte gevuld met zijn onzichtbare schaduw. De warmte in haar hart doet goed. Met gesloten ogen kan ze de wereld aan,ze mijmert over hoe ze ooit een palmtak had geplukt die haar gedachten een uitleg had gegeven. Beelden waren strakker geworden terwijl kleuren helderder leken te schijnen. 
Lente, Lenaerts en een spiegel.
Op het kastje een boek waarin Lenaerts vertelt hoe elke stilte haar eigenheid draagt. Ze doet het vanzelf, ze knijpt of knelt. Ze omvat, ze verstilt of verinnerlijkt de boodschap die we zelf willen invullen. Wij weten best waarom dan ook nog, waar en wanneer ze ons tegemoet komt. Daar waar wij scheiden kan ze drukken, waar ze ons ontvangt zijn we bij wijlen een bloem of een afgerukt blad. 
Stilte is zo veelzijdig in de schaduw van haar invalshoek door haar ambivalentie. Ik geef ze het voordeel van de twijfel. 
Met enig cynisme om haar trillende lippen vraagt ze zich af of een late maartse grap de sereniteit van Pasen zal verstoren. Haar ogen in een stil gelaat denken enkel aan hem, aan de smaak van zijn woorden die de welvingen op haar tong hadden gestreeld. Zijn combinatie van ratio en gevoel van ware liefde maar ook de steun,bekommernis en begrip maken haar blij. Even kruipt ze nog dieper weg in het beschermend schild van het donsdeken.
Het ochtendlicht (vol van het zomeruur) -nog pril- straalt in schril contrast met het met waas omgeven badkamermoment waar het onvoorspelbare voorspelbare langsheen de witte muren dwaalt. Pasen, er valt eigenlijk niets te vieren. 
Aan de schrijftafel leest een schrijver uit een klein schriftje een tekst. Af en toe nipt hij even aan een tas koffie, stokt zijn adem en denkt hij hoe ware liefde over pijngrenzen heen zoeter smaakt als twee zielen verse wonden delen. 
Zachtjes prevelt hij de tekst alsof het een Paasgebed is op een dag dat er niets te vieren valt. Het gedicht verdwijnt tussen het geluid van het eerste beiaaardgeluid en de eerste blij wakker geworden kinderen. 
Pasen, onschuldige blije kindergezichten en een gedicht. 
De oude healer zei tegen de ziel:
Het is niet je rug die pijn doet,
maar de last die je draagt.
Het zijn niet je ogen die pijn doen,
maar het onrecht dat je ziet.
Het is niet je hoofd dat pijn doet, 
maar je gedachten die je pijn doen.
Het is niet je keel,
maar dat wat je niet durft vertellen.
Het is niet je buik,
maar je ziel die niet kan verteren wat er rond jou gebeurt.
Het is niet je lever die pijn doet,
maar de boosheid vanbinnen.
Het is niet je hart dat pijn doet, 
maar de liefde.
Het verlangen naar liefde, de liefde die je wil delen, ...
En het is liefde zelf, 
wat al deze pijn kan genezen.
Het meest krachtige medicijn! 
Lente, Lenaerts en een spiegel.
De “rosse” is wakker. Terwijl een zacht windje doorheen het geopende raam naar binnen waait glijden trage waardeloze beelden voorbij. In de inkt van de gevulde pen verschuilen zich nog zinnen terwijl verdriet zich verslikt zich in het ontkennen van de realiteit. Het gepuzzel van scherven, het glas van gisteren -wat was- viel in foute verwachtingen uit elkaar. De schrijver puzzelt, laat haar versmelten tot een nieuw geheel en verdrijft een moeilijk ogenblik. 
Straks zal de spiegel haar enkel vertellen wat ze zo graag wil horen. 
Oude gewoonten zullen ook deze keer goede voornemens in de kiem versmoren. Zonder bereidheid tot pijn is reflectie enkel schijn. 
Ze puzzelt scherven, weerlegt...legt weer...zonder haast, bang dat het laatste stuk niet zal passen met het slechte voorbeeld ernaast. Té bang dat zij al te lang een rol speelt, nooit genoeg lef had in het tonen van het origineel. 
De helaasheid van de ochtend waarin ze zichzelf altijd handig verschool in ontwijken. Spiegels breken...vergeefs ontweken. Hoe mooi is ware liefde als je dwars door een spiegel heen de band voelt tussen twee harten.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Books om 06:24 Reageer op dit bericht

ROME, ONDERWEG EN EEN HANDPALM

ROME, ONDERWEG EN EEN HANDPALM
Het is stil op het erf van boer Nest. In de nabij gelegen weide rukt een kudde geiten wat jonge scheuten van de wassende bomenrij. De lucht kleurt al blauw.
Lenaerts schrijft hoe een verwaaiende bloem, door de wind uitgekleed, wordt ontdaan van haar pracht. Velden verstuiven. Kluiten omgeploegde aarde, kiemkracht ontbrekend liggen er mistroostig bij. Een ekster bezoekt de heg en met regelmaat vliegt ze met iets weg, ze verleert het nooit. Langsheen de schuur -in de stilte van een hoekje- zit de poes van geluk te spinnen. 
Vader kauw doorklieft de morgen, hoog en hemelwaarts.
Rome, onderweg en een handpalm.
Gisteren keerden de klokken terug uit het verre Rome en speelden rondom de kerktoren. Langsheen de muren hield het grote woord zich in voor een zacht gebed. De grote dennen op het dorpsplein prevelen stil en teder hun ochtendlied. Het zijn een soort koningswachten, immer buigend. Aan de bosrand ontwaken narcissen. Het lijkt of ze iedereen toewuiven in hun gele uitbundigheid. Lief en aanstekelijk is het, net of ze vroege wandelaars willen uitnodigen zomaar te gaan dansen in de lentewind. 
Op de bank zit de dorpsfilosoof, eenzaam verzonken in gedachten. Uit een - "door de tijd getekend boekje” leest hij -zonder publiek- een schrijfsel. Over een huis van warmte maar ook van kilte waar een waarheid die het dak bedekt tussen de hanenbalken het verschil maakt. Wat nog is en niet verdween : de kamers met de oude bedden die kraken, de tafels waaraan de familie zich verenigde in goede en kwade dagen en de keuken met een dampkap als een schuiloord bij regen. Dagelijks leven, het speelgoed nog ergens in schuiven en bakken. 
De kasten met het keukengerei van potten, pannen en andere snuisterijen. Beeldjes, vazen, en al wat een naam heeft dat we leven en waar we geleefd worden. Het bezoek, het vertrek en al wat er gebeurt. 
Ze draagt het mee als een muildier in een harde langzame herinnering dat zoveel al is geweest en dat nog wel iets zal komen. Je zal het herkennen en zeggen: dat weet ik, we lijken op elkaar en we verschillen als de appel van een peer. Was het dat dan?
Rome, onderweg en een handpalm.
Nog slaapdronken. Ze leest. Het mooie van dit gedicht valt moeilijk te omschrijven. 
“ Ik heb alweer gedroomd met de lente aan mijn voeten. Ik zag je over het water lopen tot het huis aan de rots. We waren dromen op reis zonder enige zorg. De paradijsvogels waren onze genoten, ze brachten ons vrede in bonte bloesems. We hadden elkaar gevonden als twee verdwaalden onderweg. Soms liggen droom en realiteit samen in de zon.” Vanuit het vinden dat ze niet zocht dwingt ze zichzelf verder met een hart vol van hem.

Rome, onderweg en een handpalm.

Wereldstad. Schrijftafel en koffie. Bladzijde voor bladzijde opent de ochtend zich. 
De “rosse” slaapt nog. Ik stel het schrijven en het lezen uit. De digitale snelweg is wakker. Buiten in de tuin verhult klimop zijn leugens, misvattingen en zorgen, omsingelt en overgroeit gras oneffenheden. Een vroege vogel - zou het een leeuwrik zijn?- vlucht voor mij de wolken in. Ik volg. Een nieuwe dag ligt voor mijn voeten doordrongen van de lentezon. 
Ik aarzel om mij daar in te mengen, staar daarom maar naar het venster gelegen in mijn handpalm zonder doel. Gelukkig ken ik je naam en fluister hem stil. In de palm van je hand wil mijn lijf zich klein plooien, door vingertoppen gekoesterd en genieten van het zoetste onderkomen terwijl tijd zich in dromen twijnt
In mijn bewondering zijn géén grenzen. De zee wordt pas zee als je de branding door bent. Daar waar niemand ons kent als geliefden op het strand. Anomiem, alleen in de wereld op een dag in Oostende. Op het terras van een restaurant, een glas verse witte wijn. Ik praat, je lacht terwijl een accordeon voorbij gaat. Vijf liederen en de wolken die komen en gaan. In de koningin der badsteden, laagwater en kinderen spelend op het zand. Grootmoeders op de banken in de zon terwijl wij de binnenstad menigte vermijden. Onzichtbare toeristen.
Jij neemt me bij de hand, ik neem je bij de taille. Wij steken het strand over, verblind door de golven zo dichtbij. 
Zoals kinderen aan zee, niets behaagt ons meer dan samen zijn in de late namiddagzon. In je ogen te zien, je gelach in het water en nog een paar woorden. Recht vanuit de palm van je hand.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Books om 06:21 Reageer op dit bericht

STAIRWAY.

STAIRWAY
Moegestreden als een oude krijger, getekend door wijlen Willy Vandersteen in De Rode Ridder zat de man in zijn zetel naast de warmte van zijn houtkachel. De laatste keer had hij deze gevuld met zelf gekliefde oude eiken balkjes. De warmte deed goed. 
Ingetogen en berustend dacht hij terug aan zijn leven. 
Hoe hij de akker ploegde, de hooischuur vulde en ravottende kinderen over de velden zag lopen. Iedere ochtend, vaak bij de nog optrekkende mist had hij de koeien gemolken. Bijna klokvast was hij altijd geweest. De kippen die hem kakelend een groet brachten, de haan fier bovenop de mesthoop. Jantje, de golden retriever geen vin wijkend van zijn zijde. Moeder aan de haard, de opgroeiende zonen en de kleinkinderen.
De avondlijke klimpartij trapsgewijs naar de slaapkamer. 
Nu rest hem enkel nog de stairway to heaven. Het leek hem alsof het allemaal gisteren was. De balans van een rijk leven is slecht een notedop.
Met deze gedachte sloot hij de ogen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Books om 05:51 Reageer op dit bericht

MA REINE ET LE COEUR A SES RAISONS.

MA REINE ET LE COEUR A SES RAISONS.
In het park overgoten met een lentezonsausje zat ik gisteren bij de kastanjeboom, de castanea sativa even te mijmeren over het verleden. 
Puberaal vroeger zat ik steevast vooraan in de klas, in het zicht van de juffrouw dus. Of het iets te maken had met mijn gestalte heb ik nooit geweten maar ik denk dat ze op een of andere manier een boontje voor mij had. Voor mij schonk juf Marleen me enkel wat dieptezicht. Een architect ben ik niet geworden.
Tijdens de zomermaanden organiseerde ik, op de zand-en zavelbergen bij ons thuis de Tour de France. Op mijn okergeel gekleurde knieën knikkerde ik dat het een lieve lust was. Mijn schare vrienden kwam dan langs, bekeken de gemaakte lijst met uitslagen, klassementen en punten. De gele knikker was de gele trui en de groene die van sprintkoning. 
Op een wei voetbalden we, onze kleren -op hoopjes- waren de doelpalen en slalommend tussen koeienvlaaien speelden we the good,the bad and the ugly. 
Rond het blokje dat onze wijk vormde fietsten we om het rapst als volleerde tijdrijders. Achter de struiken deden we soms geniepige spelletjes. 
Op een braakliggend terrein hadden we een kamp. Een soort fort met bewakers, een gangenstelsel en valkuilen. 
Ik verzamelde sigarenbandjes en Panini-stickers. 
Op televisie volgde ik Mannix, Ivanhoe en Kapitein Zeppos. Verhalen van echte helden die op kwamen voor waarheden. Ik was zelden bang een stunt uit te halen. 
Als jonge gast heb ik mooie momenten beleefd.
De vroegte van de ochtend, de “rosse” en haar foto vormen het heden van nu. Ik letter wat woorden en denk hoe hier gisteren, bij de nostalgische mijmeringen aan mijn verleden alles weg ebde als los zand als ik aan haar dacht. Zij is het allermooiste moment in mijn leven, geworden en voor eeuwig en altijd. 
Samen zwerven wij door ware liefdes vertellingen, lachen we om kleine dingen en vertederen waar ogen alles zeggen. Om woordjes zoals batterij, omdat er de letter R in voorkomt. Of om "kom we herbeginnen" als we de draad in een gesprek uitrafelen of als we lief en leed delen. Als we dingen benoemen, in een zure appel bijten en dagen aftellen. 
Le coeur a ses raisons.
Ach, diep van binnen schuilt voor een stuk haar moeder in haar denk ik. Het moet beslist een eenvoudige, mooie maar in vele zaken ook verstandige vrouw zijn geweest. Een vrouw met groot, liefhebbend en warm luisterend hart. 
Zo is zij ook, mijn koningin van de ware liefde. 
Mijn eigen Queen!
Of hoe jeugdherinneringen verdwijnen in de liefde voor die ene op de juiste plaats en op het juiste moment. 
Vive ma Reine!.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Books om 06:49 Reageer op dit bericht

ODE AAN BRIEK.

Morgen is het zover : De Ronde van Vlaanderen, de enige hoogmis die er toe doet, zal zich vanuit Antwerpen op gang trekken om uiteindelijk na 270 kilometer in de Minderbroedersstraat te Oudenaarde de winnaar te vieren van de 103de editie.

De koers van vandaag is anders geworden. Afgelopen week maakte ik nog een praatje met wielerfans in het park. Ik hoorde ze klagen over het feit dat de wedstrijden minder explosief zijn dan vroeger. Ik ben akkoord. Volgens mij ligt de verklaring daarvoor, ten eerste, in het feit dat renners minder aan het verboden goedje zitten, en, ten tweede, koers vandaag ook rekenkunde is geworden. Wielerploegen rijden zo gecontroleerd mogelijk, want renners kunnen zonder doping niet langer vijf keer na elkaar demarrerend hun duivels ontbinden. De krachten worden nu zo lang mogelijk opgespaard. Kopmannen worden haast op bestelling afgezet. Die ‘trend’ kunnen we niet tegenhouden, maar we kunnen er wel een mouw aan passen door renners en ploegleiders géén parcours te bieden dat hen helpt al te berekend te koersen. Maar het is niet alleen het parcours dat een koers maakt.

We missen eigenlijk ook een beetje een icoon, een renner in een wroetende stijl met verwrongen grimas. Een Briek Schotte anno 2019. Geen renner die het woord afzien beter symboliseerde dan deze in het rauwe arbeidersmilieu opgegroeide werker, met zijn van pijn doordrongen gelaat en holle ogen.Briek Schotte, dat was een combinatie van temperament, engagement, karakter en durf. Hij stamt uit een gouden generatie wielrenners die een maatschappelijke functie vervulden in de emancipatie van hun volk.

Briek,die twee wereldtitels pakte, was negentien jaar toen hij in 1939 prof werd. Hij debuteerde in de Franse rittenwedstrijd de Omloop van het Westen. Na drie dagen stond hij op kop. Maar toen moest de koers worden stilgelegd omdat de oorlog uitbrak. Vanuit Lorient nam hij de trein naar huis, in elk station wemelde het van de soldaten. In de carrière van Briek Schotte zorgde de oorlog voor een onderbreking van zes jaar. Er waren toen nauwelijks wedstrijden.

Toch werd de Ronde van Vlaanderen in 1942 wel georganiseerd. De renners werden toen langs secundaire wegen gestuurd, op de hoofdwegen stonden tanks, het waren beelden vol contrasten: sport en oorlog leefden naast elkaar. Schotte won, maar niemand schonk veel aandacht aan zijn zege. Er deden alleen maar Belgen en een handvol Fransen mee.

Maar de Ronde van Vlaanderen zou later wel uitgroeien tot de koers van Briek Schotte. Hij reed die wedstrijd twintig keer. De eerste als jongste en de laatste als oudste deelnemer. Naast twee overwinningen eindigde hij twee keer tweede en vier keer derde. Het profiel van de koers was hem op het lijf geschreven: een uitputtingsslag, een afvallingsrace langs bonkige kasseien, rijden en rijden, tot je erbij neervalt. De Ronde van Vlaanderen en Briek Schotte hoorden bij elkaar. Opmerkelijk was het daarom dat Schotte, in 2004, stierf op de dag dat de Ronde van Vlaanderen werd gereden. Het bericht van zijn dood bereikte de karavaan toen die in de nabijheid van Kanegem was. Kanegem, het West-Vlaamse dorpje waar nu een beeld staat van een renner in een wroetende stijl. Het is Briek Schotte. Soms passeerde de Ronde van Vlaanderen voorbij deze plek. Maar morgen zal dat niet het geval zijn. Het parcours is hertekend, Antwerpen is de startplaats geworden en dus rijden de renners nog amper op West-Vlaamse grond, alleen in de finale een paar honderden meters door Kerkhove.

Ik heb er geen idee van wie morgen wint. Misschien moet ik  Bernadette Buysse, de moeder van Greg Van Avermaet, eens bellen. Uit haar tarotkaarten bleek dat haar zoon eerst Parijs-Roubaix zou winnen, en dan pas de Ronde van Vlaanderen.

Is het morgen Greg-dag? Het zou kunnen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Books om 11:09 Reageer op dit bericht

STRAK GEKNOOPT, WITH LOVE EN DE SCHOONHEID.

STRAK GEKNOOPT, WITH LOVE EN DE SCHOONHEID.
Wij vangen met een goed boek aan zoals men in een koud bed stapt. Wij beginnen er slechts genoegen in te vinden wanneer wij er een goede sfeer in hebben geschapen : de onze.
Strak geknoopt, with love en de schoonheid.
Terwijl het laatste nachtelijke uur vecht tegen de opkomende morgenstond denkt ze na. Vreemde dromen hadden haar in de ban gehouden terwijl de straat - nog in stilte- ontwaakt, de landelijke kerktoren de eerste zonnestralen vangt en de lente in strak en vastberaden amazone-houding, vast in het zadel de nieuwe dag begroet. Door een kier in de rolluiken vangt de nestwarmte een vers etmaal. De schaduw van ware liefde laat gevoelens zich nestelen rond en in haar schoot. 
Heel integer wrijft ze over de lakens alsof het zijn huid is. Buiten zweeft de ochtendmist gedragen door een lentebries als een laken van satijn over prille groene weilanden. 
Een wolk verliest wat werkterrein, de zon staat op en zal straks de wereld gaan verkennen. Bij de geboorte van een nieuwe dag denkt ze aan hun ware liefde. Hoe vragen en antwoorden de band sterker hadden gemaakt, hoe tedere momenten steeds te kort zijn en hun verstrengelde handen -nat van intensiteit- aan elkaar kleefden. 
Over mindere momenten heen had hun liefdesband zich nog sterker en strakker geknoopt. De schoonheid van ware liefde stralend op hun gezichten sprak zonder woorden. 
Strak geknoopt, with love en de schoonheid.
Ergens in een tuin, ergens in een wereldstad. Gezeten aan een geimproviseerde schrijftafel droomt een eenvoudige jongen weg tussen boeken en een tas koffie. Op de muur ziet hij de schaduw van ware liefde. 
Hij wrijft zich in de ogen, memoriseert gesprekken en momenten en steelt ergens in dichtersland een tekst. De nieuwe dag -nu nog boven de doopvont- is een nieuwe aanvulling van de zovele voorbije maanden waarin ware liefde een gezicht kreeg. 
In het kleine schriftje pent hij zinnen, stolen sentences. Hij glimlacht als hij denkt dat op het stelen van een hart géén gevangenisstraf staat. 
Ware liefde, gepend in een boekje. Een nieuwe dag gaat van start met een dicht en een rijm, cosy samen zijn. With love from me to you! 
Strak geknoopt, with love en de schoonheid.
Dankbaar om een nieuwe dag zoekt hij langsheen de snelweg van woorden. De horizon is stil als gedachten verpozen. In de slipstream van voorbij gegleden stapelwolken hoort hij heldere vogelklanken. 
Nevelslierten kwijnen weg, de statische bomenrij in het park beschermt het zandpad en een heidelucifer laat zijn innerlijke zon schijnen. Achteroverleunend hoort hij een grote lijster fluiten, hakt een specht een hartje in een oude eik en speelt hij met de aromatische ribbels van een derde tas verse koffie. 
In het dag begin ziet hij ze samen zitten aan een spiegelende vijver.Terwijl ze elkaar trakteren op rode wijn streelt hij haar zachte hongerige buikje. Zijn andere hand op haar knie, ondeugd-signalen vermengd met pianomuziek uitgevoerd door een twee-mans orkestje op de afschilferende vaal grijze pergola. 
Verdwaald in de tijd voelen ze de draagkracht van hun ware liefde. Ogen geven de liefdeswarmte mee die er woont. 
Lang geleden hadden de sleutelbewaarders van twee harten vrij spel gekregen. Hier kleurt de ware liefde en passie zich als een vlinder. 
Samen hoog en soms lager vliegen, opstijgen en landen maar alles samen trouw als een zwanenkoppel.
De harmonie van leefbare fantasie maakt dat de wereld hier andere tijden kent. Gedachten creëren werkelijkheid, laten zich vangen in de melancholie van ware liefde.
Strak geknoopt, with love en de schoonheid.
Aan de bosrand rust en mediteert een vink, laten de bomen de lente in zich los en bespeelt de liefde gedijende longen. De ondertussen verlaten pergola ziet dat het twee-mans orkestje vervangen is door spelende tranen van puur wederzijds liefdesgeluk. Het samenspel knipoogt even naar elkaar. Hier kent de wereld andere tijden. 
Lenaerts zont in de lente van woorden. 
De schoonheid ervan, altijd even jong hups -en speels- bekoort diepere lagen, sijpelt naar wortels en wij drinken met grote teugen alle lente uit woorden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Books om 07:05 Reageer op dit bericht

LA VIE EST BELLE, ANTOINE EN EEN NIEUWE WEEK.

LA VIE EST BELLE, ANTOINE EN EEN NIEUWE WEEK.
Elke ware liefde is de geschiedenis van een groot geduld. 
Bij een oud boek geurt de nostalgie vermengd met het aroma van verse koffie. De kist vol herinneringen herbergt de indexen van liefdevolle momenten, hoofdstukken met omgevouwen hoekjes. 
Het is nog vroeg als ze zich de dag herinnert toen het lot een gigantische ware liefdestuk had uitgedeeld. 
Zachtjes scharnieren gedachten langs haar hart terwijl stil achter een damp van dauwdruppels de tijd een onzichtbare lasso gooit. Door het levensraam ziet ze er, weliswaar na een te korte nacht, stralend uit. Het is lente, bijna zomer al en in de gang wachten geduldig gepakte koffers. 
Emoties rollen in een wispelturige ton terwijl ergens in een wereldstad nicotine de schrijfkamer vult. In een klein schriftje de restanten van gelach om glijmiddel, over opvliegers en andere ongemakken van de menopauze en alleen zijn met de Goden. 
In hun wolkenatlas staat ware liefde vet gedrukt. Hij was een laatkomer (zonder suggestieve betekenis) en is gebleven.
Akkoord, een regendag hadden ze wel eens gekend maar de vurige tongen façon Philippe Robrecht hadden altijd gedanst. Onvoltooide liefdesbrieven, neen die hadden ze elkaar nooit geschreven. Stilletjes bedenkt ze hoe deze dag had kunnen zijn met haar liefste, de enige persoon die ze zelfs mist als hij bij haar is. 
Zo mooi kan Sylvain Tesson haar gevoel verwoorden. 
Het leeslintje zoekt toenadering met een ansichtkaart uit Firenze. Eeuwige verbondenheid in ware liefde laat zich niet linten of aankaarten, het is de magie van woordeloos sprekende ogen. Het gemis als ingepakte koffers reizen, het dubbelgevoel dat golft door gedachten en uiteindelijk tedere lippen die “ik zie je graag” prevelen in een vakantiehuisjesspiegel. Ondertussen leest in een hotel zonder sterren een oude man een foto. 
Ware liefde, la vie est belle. Hoe dan ook...
La vie est belle, Antoine en een nieuwe week.
De boorden van de Schelde worden langzaam wakker terwijl hij heel stil luistert, door het fluisterbos van de ochtend heen, naar gearchiveerde lieve woordjes bij het gezang van een lijsterkolonie. 
Een zacht maar wispelturig windorkestje speelt rond de karmelietenkerk wanneer hij gewapend met inkt en papier ten strijde trekt. 
Woorden wandelen weer op de nevels van het ware liefdesgeluk. Herinneringen vloeien als kabbelende beekjes. Hij glimlacht als hij zichzelf de vraag stelt of poepjesgewrijf een correct woord is. Is koefer dat? Of koefelen en dan nen doef krijgen? Het is de luxe van de gedachte eigen aan een schrijver.
In een oneindig mentale zandloper ziet hij hun bij elkaar als zandkorrels. Bij de euforie van de nieuwe morgen knipoogt een traan van puur liefdesgeluk.
Hartkamers chambreren, intoxicatie ware liefde. Zonder doktersvoorschrift. De wispelturig door elkaar lopende levensfasen hadden hormonenvuurwerk opgeleverd. 
Hij koestert haar prinsessenpracht, en in de erkenning van haar ware liefde heeft zich op het schuim van de verse tas koffie een hartjescontour gevormd.
In de lichtheid van het bestaan lijkt hij voor haar de kleine prins, weggestapt uit het moderne sprookje van Antoine de Saint-Exupéry. Ware liefde, niet op bestelling en zonder doktersvoorschrift. 
La vie est belle, Antoine en een nieuwe week.
In de bibliotheek hengelt een dun boekje naar zijn aandacht. “Besluiteloosheid”. 
Het lijkt of sleutelwoorden zigzaggend door zijn lijf en leden razen. In een wirwar van emoties rolt een traan over zijn wang. Terwijl de dageraad de nieuwe dag in spoort kalmeert zijn ademhaling. 
Bij de buren scharniert piepend een hek, in de verte de echo van een sirene. In zijn hoofd speelt de dia voorstelling van hun ware liefde. Over hindernissen, obstakels met kruispunten en vele gaten in het asfalt zijn ze verder blijven gaan. Ze hadden braamstruiken ontweken, kasseiwegen uitgevlakt en puzzels gelegd. 
Samen hadden ze meer gesproken dan stembanden, inkt en gelezen gedachten intiem tussen lakens gedeeld. 
Dingen benoemd, rauw en puur onversneden onverbloemd. De deelzaamheid van ware liefde loopt dwars door alles heen, draait niet rond in cirkels. 
De morgen opent zijn poorten terwijl de koestering de roerloze stilte geurt. Herman van Veen zingt over liefde van later. 
La vie est belle, Antoine en een nieuwe week.
Terwijl het laatste nachtelijke uur vecht tegen de opkomende morgenstond denkt ze na. Ze denkt de grillige verlangens van ochtenden weg. 
Vreemde dromen hadden haar in de ban gehouden, de listen van de duivel die gezworven hadden als mistige slierten over velden in de spraakloosheid van zijn lusten. 
De straat nog in stilte, een landelijke kerktoren die de eerste zonnestralen vangt zit de lente in strak en vastberaden in amazonehouding vast in het zadel. Door een kier in de rolluiken vangt de nestwarmte een nieuwe dag. De schaduw van ware liefde laat gevoelens zich nestelen rond en in haar schoot. 
Heel integer wrijft ze over de lakens alsof het zijn huid is. Buiten zweeft de ochtendmist gedragen door een lentebries als een laken van satijn over prille groene weilanden. Een wolk verliest wat werkterrein, de zon staat op en zal straks de wereld gaan verkennen. Bij de geboorte van een nieuwe week denkt ze aan hun ware liefde. 
De nieuwe week -nu nog boven de doopvont- is een nieuwe aanvulling van de zovele voorbije maanden waarin ware liefde een gezicht kreeg.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Books om 06:40 Reageer op dit bericht

INTRATUIN.

INTRATUIN.

Ik ben het een beetje beu -en moe- tegelijk die regendagen. Het lijkt mij of wind en regen een ongeschreven samenwerkingscontract getekend hebben. Ergens op de digitale weg kwam ik deze tekst tegen en vond hem eigenlijk zel heel toepasselijk. Als het leven je een regenachtige dag geeft, speel dan in de plassen. Durven jullie dat? Spelen in plassen? Ik moet er eerlijk gezegd eens over nadenken. Ik wil het niet meteen aanhalen als mijn muze net wakker is, een kopje koffie drinkt -op haar eigen gracieuze wijze- en de “rosse” lustig spinnend de ochtend verwelkomt. Terwijl ze wat kiwi’s van haar jasje ontdoet vraagt ze mij hoe het afgelopen is met de ontmoeting -eerder deze week- met een vriend van mij, een keurige kakker (ja, supporter van Mechelen dus) overigens die me wilde spreken onder vier oren.

Na zijn telefoontje had ik voorgesteld om dat in de koffiecorner van Intratuin in Zwijndrecht. Hij voelde meer voor een ontbijtje in het keurige Le Tissu Hotel. Na kort aandringen won ik.

Het gesprek begon traag en raar. Hij wilde weten wat ik leuk vond aan die scootmobielhoekje van de Intratuin? Ik vroeg hem op mijn beurt wat er gezellig was aan het Le Tissu Hotel? We namen wat kleine en grotere wereldproblemen door. Al gauw ging het over de klimaatspijbelaars. ”Van onze belastingscenten”, mopperde hij en voegde er in één volzin nog aan toe dat die kids allemaal vliegend met vakantie gaan en dagelijks bij de plaatselijke McDonalds zitten. Nee, dan waren wij vroeger beter af met onze broodtrommeltjes. Harde korstjes, daarvan kregen er véél…juist ja  Ik zei het waarschijnlijk nét iets te luid want aan de draaiende kopjes van alle andere koffieklanten kon ik merken dat zij mijn ongezouten uitspraak té luid -én dus té duidelijk hadden meegekregen. Ze claxonneerden als het ware instemmend. Ook mijn vriend – de kakker annex maneblusser- was het roerend met me eens. Heerlijk. Nu ja, we hebben de leeftijd voor dit soort saamhorige meningen. Zoals? Als ze willen protesteren doen ze dat maar beter maar in hun eigen tijd. Ik deed het overigens in 1981 met die kruisraketten ook. Vorige week las ik trouwens dat de meeste leerlingen op donderdag vrij zijn in verband met het chronische lerarentekort, maar dat hield ik hier wel stil. Laat de honden maar gezellig slapen. 

Samen moesten we ook nog even smakelijk lachen om Stef Wauters, die steeds zo lief zijn best doet om intellectueel over te komen. Stef is ongetwijfeld lief, maar als nieuwsanker hou ik méér van een acuratere uitstraling. Schattige Stef mag er wezen. Nadat we het nog even hadden over de malaise bij Real Madrid merkte mijn vriend mij op dat niet alleen de Noord- en Zuidpool met zekere spoed smelten, maar dat ook de gletsjers in Hindoekoesj en de Himalaya in rap tempo verdwijnen. Maar liefst 1,9 miljard mensen zijn afhankelijk van dat water en komen daarna -zo goed als zeker- met bootjes onze kant op. Ze spoelen waarschijnlijk aan bij Oostende dat inmiddels verlost is van een Coucke-complex. 

Ik vroeg mijn oude -maar beschaafde- vriend waarom hij mij eigenlijk wilde spreken. Simpele vraag : Of ik hem wilde vertellen over ware liefde. Ik zei hem: “ die vertelt je alles zelf, als je ze ontmoet.” Hij leek beduusd door mijn antwoord, ik zei dat ik weg moest. Bij de uitgang van het tuincentrum zag ik Gwendoline Rutten met een zakje kunstmest in haar karretje. En toen? Toen toeterde een scootmobiel en deed ik verbaasd én beleefd een stapje opzij.

Aan de keukentafel ben ik alleen achter gebleven. Mijn muze hoor ik boven volop bezig, de “rosse” is alwéér in Cats Dreamland en ik? Ik denk nog even na over Intratuin.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Books om 09:43 Reageer op dit bericht

LENTEPOETS.

LENTEPOETS.
Het is onmiskenbaar: Koning Winter heeft de aftocht geblazen en maakt plaats voor Prinses Voorjaar.
Her en der mogen -ik kan zo meteen géén bergtop of land opnoemen- er dan nog hoopjes sneeuw liggen, de lente komt er aan! 
Dit mooie seizoen in wording draagt de belofte in zich van steeds langere dagen, méér buiten leven en een frisgroen ontwakende natuur. Alles wordt nieuw. Nieuw leven als er lammetjes worden geboren, nieuwe blaadjes die uit hun tere knoppen springen, nieuw zonlicht dat door de grauwsluier van de voorbije maanden heen breekt.
Maar het is dadelijk ook de tijd om af te rekenen met even banale als vervelende zaken zoals: groene aanslag op je tuintegels, uitpuilende schuurtjes en stof, vuil en rotzooi in het algemeen. Juist ja, De Grote Schoonmaak. 
Op het moment dat de Lidl adverteert met motorpakken, de klok een uur vooruitgaat en op tv de wielerklassiekers al volop rondjes draaien, weet je dat je aan de bak moet. De lentepoets!
Nu behoor ik zelf tot het neurotische type. Ik hang juist aan orde, netheid en regelmaat. Opruimen is bijna mijn tweede natuur.
Maar de chaoten onder ons hebben er doorgaans meer moeite mee. Nu ja, ze zien er nog net niet als de Himalaya tegenop. 
Als ultieme smoes om niks te hoeven doen, poneren ze de stelling dat opruimen zinloos is. Het wordt immers toch in -no time- weer vies en rommelig, maar wonen in een huis dat er permanent uit ziet alsof er zojuist een bom is ontploft? Overigens komt dit slappe excuus vaker uit de mond van mannen, die gemiddeld immers een hogere vuildrempel hebben dan vrouwen.
Maar er is ook een middencategorie. 
Dat zijn de Jekyll and Hyde-achtigen die qua opruimen een tweeslachtige persoonlijkheid hebben. Misschien ben jij wel zo iemand. 
Meestal slordig, maar soms ten prooi aan opruimwoede, vooral in het voorjaar? Yep! Ruim je meestal netjes op maar hou je een paar kamers gemakshalve altijd dicht omdat het daar één grote zwijnenstal is? Bingo!
Veel chaoten en een deel van de Jekyll and Hyde-achtigen lijden vaak aan “perfection paralysis“: ze raken in een lichte staat van paniek als ze zien wat er allemaal gedaan moet worden. 
Omdat ze nooit alles gedaan krijgen en zich overweldigd voelen, doen ze uiteindelijk helemaal niks.
Voor deze twee categorieën -heb ik ontdekt na opzoekwerk- is er toch licht aan het einde van de tunnel. Als je niet wilt opruimen om een schone leefomgeving te krijgen, doe het dan voor het welzijn van je geest. Want wetenschappelijke inzichten claimen dat opruimen niet alleen leidt tot orde en rust in je huis, maar ook in je hoofd.
Ik durf zelfs te beweren dat een opgeruimd huis leidt tot feel good momenten als je iedere keer vindt wat je zoekt, en snel ook. Als je zo méér tijd overhoudt voor de dingen die echt belangrijk zijn in het leven. Als je bijna alles wat je in huis hebt ook daadwerkelijk gebruíkt. Dat is namelijk niks minder dan een kick, met de bijbehorende adrenalinestoot. Ook is er weinig zo bevredigend als het gevoel dat je bekruipt als je met een ferme zwaai alle puinzooi in de container mikt. En omdat dit gevoel verslavend werkt, voorspel ik zelfs dat je het ook opgeruimd zult willen houden.
Aan de koffie – het is zaterdagochtend- merkt ik een soort bedenkelijke frons op het voorhoofd van mijn muze. 
Ze herleest mijn column. Het is stil in huis, lentepoets stil eigenlijk. Terwijl ik wat koffie bijschenk, de “rosse” spinnend wat aandacht komt vragen denk ik aan een feel good verhaal om vandaag dit werkstukje af te sluiten. Misschien dit? 
Het was al een tijd geleden dat ik met de trein op pad ging. Met mijn papieren krant en zwarte trolley val ik op, tussen het hippe volk met nieuwsapps en Starbucks koffiebekers. Ik duw mijn overjarige Tupperware trommel iets verder mijn valiesje in.
Er is nog iemand die opvalt, een oud dametje op een bank bij het perron. 
Ze zit op haar gemak een appeltje te schillen, wit servetje uitgevouwen op schoot. Boodschappenkarretje naast zich, haren mooi in de krul en met een kleurige lentemantel voorbereid op een mooie dag. Ze wenkt me, schuift een beetje op we raken aan de praat. 
Wat brengt haar zo vroeg op pad? Net negen uur geweest en de zon amper op.
Ze is op weg naar de verjaardag van haar broer in Gent. Vroeg vertrokken, net als ik. Zonder dat ik vragen stel vertelt ze honderduit. 
Ik voel me een soort priester die een levensverhaal aanhoort. Ik doe mijn uiterste best, toon interesse en begrip als ze vertelt dat haar broer herstelt van een hersenbloeding en niet zoveel contacten meer heeft. Ze blijft een paar dagen om te mantelzorgen. ‘Ook al ben ik zelf al 82 jaar’, glimlacht ze. ‘Hij is een nakomertje, ik was al 11 toen hij geboren werd. 
En al zijn we oud, hij blijft mijn kleine broertje.’ 
Ik knik begrijpend en diep vanbinnen vraag ik me af wie háár steunkousen aan hielp zo vroeg in de ochtend. Of háár hielp bij het aankleden.
Op het moment dat ik de moed heb om het te vragen, komt de trein en zie ik haar behendig het karretje de wagon in wippen terwijl ze er zelf achteraan hupt. 
Die heeft noch steunkousen, noch hulp bij het opstarten nodig. En als ze zich dan ook nog eens soepel omdraait om uitbundig naar me te zwaaien, weet ik het zeker. 
De lentepoets en het lezen van mijn column gaan aan deze hoogbejaarde dame voorbij. Erg is dat niet. 
Ze zal het nooit weten hoe ons onderonsje -op een perron in Antwerpen Centraal- mijn dag een mooi randje gaf.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Books om 09:39 Reageer op dit bericht

Meer van SEVEN VERTELT

↑ Terug naar de berichten