
Van Georges De Corte verscheen
België. Een geschiedenis van het gewone volk, en zijn koningen. Leuven, Van Halewyck, 2009
Koning Albert II vertelt een sprookje aan zijn kleinkinderen, in het bijzonder aan Elisabeth, oudste dochter van Prins Filip en Prinses Mathilde. Misschien wordt ze ooit de eerste regerende koningin van België. “Er was eens een koning die regeerde over een klein land, België. Hij liep niet rond met een kroon en een lange mantel. Hij reed niet door zijn land met een groot wit paard. Toen hij jonger was reed hij liever rond met een vlugge auto of met een motorfiets. Want ook koningen gaan met hun tijd mee. Hij reed dan naar de kust, naar De Panne, vlak aan de grens met Frankrijk. Daar zette de eerste koning van België voor de eerste keer voet aan land . Deze eerste koning kwam per schip van Engeland waar hij woonde. Maar hij was geboren in Duitsland (Saksen – Coburg). Hij was een grote, man die er graag mooi bij liep. Als hij wat ouder werd droeg hij een mooie pruik en een legeruniform. België zag in de tijd van de eerste koning er toen heel anders uit dan nu. Meer weiden en velden en hier en daar fabrieken. De meeste Belgen leefden van de landbouw. Heel wat mensen konden met moeite rondkomen. Ze leden geregeld honger, zeker als de oogst van de aardappelen of van het koren mislukt was. Ze morden al beseften ze dat ze woonden in een vrij land. Sommige buurlanden keken met een begerig oog naar dit landje. Eerst Nederland, later Frankrijk en zeker Duitsland die twee keer dit kleine land binnenviel: twee vreselijke oorlogen met zeer veel doden. De zoon van de eerste koning volgde zijn vader op. Die tweede koning bouwde veel in Brussel, in Oostende, in Spa. Hij had geen zoon die hem kon opvolgen. Hij had wel dochters, maar toen mochten de dochters nog niet regeren. Dat is nu veranderd, want Elisabeth kan koningin van België worden. Zijn neef volgde hem op. Albert I. En ik draag dezelfde naam: Albert. Niet veel later kwam de Eerste Wereldoorlog. Duitsland viel brutaal België binnen. De Belgen hielden stand op een klein plekje in de Westhoek aan de Noordzee. Onze medestanders hielpen ons en Duitsland verloor. De Belgen waren door het dolle heen van vreugde: ze droegen hun koning op de handen en de sympathieke koningin, die dezelfde naam droeg als u, ma petite princesse, Elisabeth. Enkele jaren later viel de koning van een rots in de Ardennen. Opnieuw rouwden de mensen: hun dappere koning was dood. Zijn zoon volgde hem op. Hij had het bijzonder moeilijk. De mensen die het land bestuurden vanuit Brussel konden niet overeen komen. Veertig jaar na de Eerste Wereldoorlog, kwam de Tweede Oorlog. Opnieuw viel Duitsland ons land aan en vele andere landen. Tijdens en vooral vlak na de oorlog waren sommige Belgen niet akkoord hoe die koning de zaken had aangepakt. Zijn zoon, hij was nog geen eenentwintig, volgde hem op. Hij stond er alleen voor en was nogal eens triest. Er was nog geen koningin en hij moest alles nog leren. Toen hij trouwde kreeg zijn leven meer kleur. Spijtig genoeg konden zij geen kinderen krijgen. Deze koning regeerde vele jaren. Als hij plots stierf in Spanje, was heel het land in diep verdriet. Zijn broer volgde hem op. De Belgen hadden opnieuw een koning. De Belgen leefden langer, gezonder en welvarender. Ze vonden werk. Ze gingen meer en meer op reis. Ze hielden van chocolade, bier, friet, het Atomium, Manneken Pis, Kuifje (Tintin). Er waren ook problemen, zoals tussen de Nederlandssprekenden en de Franssprekenden Er kwamen ook mensen uit het buitenland naar België. Om er te werken en er te wonen. Sommigen werden nieuwe Belgen, anderen zochten een schuilplaats in België.
De Belgen vieren graag feest. Samen met de koning en de koningin dansten en zongen ze toen ons land 175 jaar bestond. Ze betaalden nu niet meer met de frank maar met de Euro. En die koning samen met de koningin kregen kinderen en kleinkinderen. En de koning zag dit goed was.
Als hij alleen in de slaapkamer was, deed hij voor zijn plezier een kroon op zijn hoofd. Hij keek in de spiegel en lachte. De koning lachte omdat hij gelukkig was in zijn land, met zijn familie, met de Belgen. …
“Maar opa, die koning bent u.” zei Elisabeth blij dat ze dit doorhad. “Ja prinsesje, oui ma petite princesse, die koning ben ik.” en hij lachte breeduit zoals enkel een koning als Albert II dat kon.
Hij kneep wat harder in haar hand, kuste haar op haar voorhoofd en pinkte een traan weg. Hij kuste ook de andere kleinkinderen. Ook koningen pinken traantjes weg, maar die veranderen niet in goud zoals in sprookjes.