Uit Jacob Hamel's album 1937
De duikelaar
Drie popjes stonden naast elkaar
De ene was een duikelaar
Hij had een buikje dik en rond
En stond te wiebelen op de grond
De popjes smaalden
“Moet je zien,
Heb jij een buik van lood misschien?”
Kijk, wij zijn chic en elegant
Maar jij lijkt wel een olifant
Daar kwam een klein boos kindje, zeg
Dat schopte al die popjes weg……..
Twee lagen zielig naast elkaar,
Maar één bleef staan: De duikelaar!




