Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
het oog van Darwin
Het motief van de boze stiefmoeder verklaaart hij vanuit de noodzaak de eigen genen te beschermen.
De evolutionaire psychologie is vooral sedert de publicatie van 'De zelfzuchtige genen' van Richard Dawkins een rage geworden: het menselijk gedrag wordt bepaald door zijn genetica. In dit boek suggereert Dawkins zelfs dat de genen over een eigen wil zouden beschikken die beslist over het gedrag. De mens zelf zou niet meer zijn dan een 'survival kit' voor de genen, hun apparaat voor overleving.
Het artikel geeft het voorbeeld van Cosette in 'Les Misérables', maar wat zegt deze geschiedenis: een ongehuwde moeder, verleid door een losbandige student, moet uit armoede haar kind achterlaten en wordt uitgebuit door een herbergier, de gewezen laffe soldaat Thénardier, die bezeten is door hebzucht. Dit zijn sociale en morele categorieën: Victor Hugo draait zich om in zijn graf als men die probeert te verschonen met de genetica als excuus.


angel de sangre y miedo
Angelica,
je zal wel geen engel zijn
engelen hebben geen donkere
huid, geen kastanje haren
engelen zijn romig
als boter van eigen bodem
blond als schuimend bier
engelen hebben geen moeder
die bloedt en krijst
en weerstand biedt
je zal wel geen engel zijn
geen etherisch wezen
vrij van angst en vlees
en geen dier met een ring
in het oor waar de wet
een nummer op schreef
je moeder heeft die naam
bedacht om je verbeelding
vleugels te geven, om je
te laten geloven dat er
een overkant bestaat,
voorbij oceaan en bergen
waar je welkom zou zijn
een land van bier en boter
waar engelen zingen in koor,
muziek maken in verlichte zalen
van verbeelding, in eeuwenoude
kathedralen van geloof
je dwaze moeder dacht
dat zo’n land bestond
je zal wel geen engel zijn
geen engel vertoeft zoals
pluimvee achter draad


Ingmar Bergman
Gisterenavond deelde het tv-journaal mee dat Ingmar Bergman is overleden, een van de absolute genieën van de zevende kunst.
Het kwam aan alsof een EO-kijker plots hoorde omroepen: ‘God is dood.’
Vandaag lees ik reacties en getuigenissen in twee kranten en herinneringen komen naar boven.
Mijn initiatie in de film als kunstvorm begon in de smalle, afbuigende Ankerstraat van Sint-Niklaas – de naam van de bioscoop ben ik vergeten. Ik voel nog altijd de ontgoocheling toen de voorstelling van ‘Vangeli secondo Matteo’ van Pier Paolo Pasolini werd afgebroken omdat de leerlingen van de vakschool te veel kabaal maakten. Naast mij zat mijn boezemvriend, de latere professor in de ontwikkelingspsychologie Paul van Geert, die reeds op 16-jarige leeftijd schilderde in de stijl van Marc Chagall en mij wees op de Fra Angelico-achtige cadrages in de openingssequenties: film kon schilderkunst zijn. En drama, muziek en literatuur: alles in één vorm.
Ik zag voor de eerste keer ‘Het Zevende Zegel’. Later zou ik als leraar mijn eigen leerlingen ervan proberen te overtuigen dat dit sombere, akelige meesterwerk de perfecte achtergrond leverde om het opgelegde ‘Elckerlyc’ beter te leren begrijpen.
Uiteraard was mijn fascinatie voorde film al eerder ontstaan, dankzij de Hamse Jamba: het jongenspatronaat Johannes Baptist waar op zondagnamiddag na het gebed van onze geliefde onderpastoor Moras, die later een romanschrijver onder schuilnaam bleek te zijn en er met een vrouw vandoor ging, Amerikaanse westerns zoals ‘Rio Bravo’ en ‘Fort Apache’ en oorlogsfilms werden vertoond. Steevast voorafgegaan door een voorfilm met Roy Rogers de zingende cowboy in het wit op zijn zilveren schimmel. Om ‘de Dikke en de Dunne’ niet te vergeten en die ene afschuwelijke zondag dat mijn broertje en ik te veel snoep hadden gekocht zodat we geen geld meer over hadden om de toegang te betalen en ‘Laurel en Hardy bij het Vreemdelingenlegioen’ misten. We voelden ons als Adam en Eva die door de engel met het vlammende zwaard uit de Tuin van Eden werden verjaagd. We keken naar een godsvruchtige prent over het leven van de heilige Theresa van Avila, naar de even vrome ‘Brood en Wijn’ in het Italiaans over een jongetje dat jong stierf en van bij het altaar recht naar de hemel opsteeg. Ook de Vlaamse film ‘De goede moordenaar’ komt in mijn geheugen weer naar boven: het begin van enige sympathie voor veroordeelden en van een principieel wantrouwen tegenover het gerecht en een instinctieve afkeer van de arrogantie en wreedheid van een vonnis.
Isdit interpretatie achteraf of is het toch waar dat jouw meest fundamentele overtuigingen al onbewust vorm krijgen bij je eerste ervaringen, zelfs op zo jonge leeftijd: minder dan tien?
Het sterkste beeld van al komt uit een spionageverhaal met ijzingwekkende folterscènes en een ondervrager die plots zijn gezicht uittrekt en het rubberen masker blijkt te dragen van een vriend van de ondervraagde. Wellicht is die schok verantwoordelijkheid voor mijn levenslange voorliefde voor maskers en voor de theorie van Jung over persona en schaduw: hoeveel maskers moet je van een mens verwijderen eer je zijn ware gezicht te zien krijgt?
In die middelbareschooltijd, midden de jaren 1960, zond de BRT geregeld artistieke films uit: de Italiaanse neorealisten, Fellini, Buñuel, Tsjechische en Russische producties en verscheidene werken van Bergman. Dat gebeurde na 22 uur: iedereen ging slapen, alleen ik bleef in onze woonkeuken met haar veranda en Leuvense stoof zitten en voelde het gevecht van de gloeiende kachel met de ijzige helft van de ruimte onder het glas. Vader kwam dan van zijn avondploeg en rolde zijn eerste shag met zijn onveranderlijke vraag: ‘Wat is het opschrift van die film?’ Meestal reageerde ik nors omdat hij toch niets had aan die titel, vond ik, maar verder zweeg hij en tot op vandaag vraag ik me af waaraan hij dacht, wat hij toen voelde.
Op de Bisschoppelijke Normaalschool werd Bergman door een retraitepredikant aangeprezen als een christelijke cineast, tegenover de heidense en verfoeilijke Buñuel. De priester beweerde: als Bergman een verkrachting toont laat hij aanvoelen hoe erg dat is, de Spanjaard legt de nadruk op het plezier.
Ik zag twee keer ‘De Maagdenbron’, een soort Middeleeuwse legende over een adellijk meisje dat van haar paard wordt geroepen door bedelaars die haar uiteindelijk verkrachten en vermoorden bij een bron in het bos. Deze struikrovers zagen er inderdaad afschuwwekkend uit, maar dit maakte de opwinding bij de puber er niet minder om. Later zag ik – als ik me niet vergis – in ‘Viridiana’ van de Spaanse grootmeester eveneens een verkrachting en de smerigheid leek me niet geringer: juist door de burgerlijke schijnheiligheid en listige omwegen van de dader vond ik deze versie minstens even weerzinwekkend – en gezien de schoonheid van de actrice (Cathérine Deneuve?) net zo prikkelend, wat iets zegt over de ‘economie van de driften’ zoals Freud dat noemt.
Na mijn diplomering als katholiek onderwijzer begon ik op zaterdag naar Antwerpen te trekken: een fietstocht van ruim 30 kilometer heen, en 30 terug in het donker met een ronkende dynamo. In die tijd kon je een vrijwel nieuwe fiets ongeketend achterlaten bij de ingang van de Kleine Tunnel: ’s nachts vond je hem onaangeroerd terug.
In een van de kleinere bioscopen ging ik helemaal op in de sublieme portretfotografie van Sven Nykvist in ‘Persona’, ik hijgde mee met een Griekse film over incest die zich afspeelde in spelonken, de personages halfnaakt, halfgekleed in pelsen. Ik genoot van ‘Electra’ van de Griek Michael Cacoyannis: voor het eerst maakte ik het mee dat de koren uit de meer dan tweeduizend jaar oude toneelstukken nog steeds konden overrompelen met hun statige zwarte gewaden en hun onheilspellende dictie.
Ik ga geen opsomming geven van al de films die ik van Ingmar Bergman heb gezien: nagenoeg alles wat er ooit in België is vertoond. Beelden bleven me bij, symbolische en dramatische: een mot die tegen een venster tokkelt wanneer een man en een vrouw een langdurig gesprek voeren in een afgelegen hut (in ‘Een Passie’); de bloedrode sterfkamer in ‘Kreten en Gefluister’ en vooral Liv Ullman voor een hoge wandspiegel in deze film: hoe een bezoeker – een dokter? – haar verplicht naar haar eigen gezicht te kijken, naar de geschiedenis van haar groeven en rimpels en al de geheimen die daardoor worden verraden.
Meer dan wat ook is dit de les van de grote Zweed: leer naar jezelf kijken, jij zelf bent het grootste raadsel. Hoe meer je over jezelf te weten komt, hoe beter je de anderen zal begrijpen.
Deze zelfbeschouwing is bij Bergman meedogenloos: eerst gaat het om die genadeloze blik van een onverzoenlijke calvinistische God (zoals in De Avondmaalgasten’), in latere films zit deze God in de mens zelf, in zijn partner of in zijn eigen tegenstem of slagschaduw.
Bergman is inderdaad een ‘christelijke’ kunstenaar maar wat hij toont geeft de leiders en predikanten van het christendom geen enkele reden tot trots: in Bergman zien we een mens worstelen met wanhoop om een zwijgende God, worstelen met het wurgende zondebesef, worstelen met het onvermogen tot nabijheid en communicatie.
Dit portret is eenzijdig: er is ook een vrolijke Ingmar Bergman – denk aan zijn schitterende verfilming van Mozarts ‘Toverfluit’ – maar dit is de Bergman die in die woelige jaren 60 tot begin jaren 70 op mij een overdonderende indruk heeft gemaakt. Voor mij staat deze sombere Zweed op de uitzonderlijke hoogte van Homeros, Shakespeare, Freud en Montaigne – om maar deze namen te noemen die specifiek voor mij zo’n betekenis hebben gehad en nog hebben: iedereen kan zijn eigen lijstje samenstellen. Het gaat hier om meer dan bewondering: dit is een verhaal van erkentelijkheid, een tribuut aan een grotere geest die mijn kleinere geest geopend heeft. Vanaf je zestiende ‘geïnfecteerd’ zijn met Bergman, maakt je immuun voor alle rotzooi die in de daaropvolgende jaren is aangeprezen als geniale kunst. 31 juli07
gewetensvorming
De vorige tekst - over India en de namaakmedicijnen - besloot nogal gemakkelijk met de term 'gewetensvorming' als het doorslaggevende middel om tot een beter gedrag te komen.
Maar wat is dat precies, een geweten?
Het morele besef, een juist inzicht in goed en kwaad, voldoet niet. Dit wordt aangereikt door de meeste godsdiensten en filosofische tradities.
In het katholicisme is 'de stem van het geweten' zelfs gelijk aan 'de stem van God'. Een uitwerking van het concept dat de mens in God leeft zoals God in de mens.
Maar daarmee schieten we niet op: de ene gelovige hoort duidelijk wat anders dan de andere. Gisteren zagen we op tv nog een reportage over de jeugdkampen van de Amerikaanse NRA (National Rifle Association) waar zeer jonge kinderen leren omgaan met vuurwapens en een dankgebed uitspreken omdat zij in een land mogen leven waar zij vrij wapens mogen bezitten en gebruiken. Het schizofrene en krankzinnige aan deze beweging is dat zij zich beroepen op een God die heeft gezegd: 'Wie met het zwaard omgaat, zal door het zwaard vergaan.'
Een tweede element is de empathie: het vermogen om zich te verplaatsen in de andere, in het bijzonder in de lijdende mens. Psychopaten bezitten dit vermogen niet: het lijden van de anderen laat hen onverschillig terwijl het minste ongemak dat zij zelf ondervinden hen razend kan maken - denk aan Dutroux.
Maar ook dit vermogen volstaat niet: heel wat mensen worden aangegrepen door de miserie maar doen er niets aan behalve het hoofd schudden of zelfs tranen wegpinken.
Het derde en noodzakelijke element is dus de aanvaarding van de eigen verantwoordelijkheid: de impuls om iets aan het lijden of het onrecht te willen doen en dan ook in actie schieten, iedereen 'naar godsvrucht en vermogen' dat wil zeggen: op zijn eigen manier.
Niet iedereen is een pater Damiaan of Mahatma Gandhi: wat men in concreto doet moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Zoals iedereen geconfronteerd wordt met de vraag of hij/zij wel voldoende doet.
Deze vraag kan een kwelling worden als men ze onverbiddelijk stelt: men kan immers nooit genoeg ondernemen, het lijden is zo immens dat men het nooit helemaal kan wegnemen.
Men moet dus bewegen tussen het nietsdoen en de absolute overgave.
Het laatste is gereserveerd voor de heiligen onder ons - voor zover die bestaan en als mens te genieten zijn - , het eerste is moreel verwerpelijk.
Daartussen is er het mededogen: met de anderen en met zichzelf.
Mededogen met zichzelf betekent de aanvaarding van het feit dat men niet volmaakt kan zijn: 'Wees volmaakt zoals uw Vader die in de hemelen is' moet men begrijpen als een hyperbool, de overdrijving van een dichter die oproept tot het maximale om een minimum te verkrijgen.
Samengevat: moreel inzicht, empathie en aanvaarding van de eigen (mede-)verantwoordelijkheid bepalen het gewetensvol gedrag.
'Wer immer strebend sich bemüht' (wat in Faust op Mefisto slaat) onderneemt alleszins meer dan niets, hoeveel meer hangt af van je persoonlijk vermogen, mentaal en fysiek.
reiger
blauwe reiger
reiger, liaan
al wat lang en lenig
en statig is: ze veegt
je de schedel en dekmantel
uit, je wereld van oorlog,
verloochening, krimpt in
één mededogenblik
lang en lenig
een blauwe reiger
en jij een voorn,
een bliek die smeekt:
hap dan toch, stoot
je snavel in het water
een liaan, een klimtouw
dat uit de hemel valt
en een stem beveelt:
klauter, vlerk zonder
vleugels, stijg van de aarde
en haar bezwaartekracht
statig begaat ze de zomer
in een beschaduwde straat
en jij wordt ontijdig ijs
waarin ze achten, verwachten
snijdt, lidtekens van oneindigheid
namaak
Zondagavond zond Panorama een Britse undercoverreportage uit over de trafiek in vervalste medicamenten.
We zagen een Indiër in Mumbai opscheppen over zijn werknemers die hij ongeveer 1,5 dollar betaalde voor een hele werkdag, en over het feit dat hij in India veel meer kon verdienen dan in Dubai waar hij ook een verblijfplaats had en dat een centrum is in de verhandeling van kapitalen van verdachte oorsprong.
India is een raadselachtig land: sedert 1947 de oudste democratie in de Derde Wereld. Het heeft een eeuwenoude cultuur met intens beleefde godsdiensten. En tegelijk is het een land met wellicht de meest extreme tegenstellingen: miljoenen armen die zelfs honger lijden, en een groeiende bovenlaag van oude en nieuwe rijken met daartussen een middenklasse die steeds welstellender wordt.
Volgens Robert D. Kaplan voert India graan uit terwijl het niet in staat lijkt om zijn eigen bevolking te voeden.
In India zijn allerlei buitenlandse ngo's en hulporganisaties actief die daar doen wat je eigenlijk van een democratie zou mogen verwachten: zorg dragen voor de zwaksten onder hun landgenoten.
Blijkbaar zijn noch de culturele traditie, noch de godsdiensten daar een inspiratiebron om sociale wantoestanden te bestrijden.
De reportage deed me denken aan een interview met Jan de Hartog op de BRT-radio een paar dagen na de ramp met de Herald of Free Enterprise.
Betty Mellaerts vroeg deze schrijver teon wat volgens hem de oorzaak was van die ramp.
De Quaker (een geloof dat het evangelie zeer ernstig neemt) antwoordde met één woord: 'Hebzucht.'
Dit klinkt zeer moralistisch, maar is het niet zo dat de meeste plagen in deze wereld kunnen verklaard worden door deze twee ondeugden: hebzucht en machtswellust.
Dat de officiële moraal (of die nu christelijk, islamitisch, hindoeïstisch, socialistisch of humanistisch is, doet er niet toe) hier weinig tegen vermag is om wanhopig van te worden. De macht, economisch en politiek, is in handen van types die niet geplaagd worden door hun geweten.
En niet de intelligentie noch de emoties zijn doorslaggevend, het gaat in de kern om dit gegeven: de gewetensvorming.
De vraag is dan ook waarom opvoeding en godsdienstigheid of filosofische overtuiging hierin falen?
Komt het door het eerder beschreven proces dat mensen in staat zijn om schotten aan te brengen in hun geest zodat zij hun handelen op het ene domein volkomen kunnen afzonderen van hun woorden en rituelen?
We mogen aannemen dat deze fabrikant en trafikant in nepmedicijnen een lieve echtgenoot en vader kan zijn zoals je dit kon vaststellen bij andere misdadigers en daarin gelijken ze op onze Reinaert de Vos die ook een voorbeeldige huisvader was maar buiten zijn hol of burcht een doortrapte schurk.
Blijkbaar heeft de schrijver van dit grandiose dierenepos de aard van de mens zeer sterk doorgrond: we zijn gespleten wezens. Zoals de Manicheërs het formuleerden: elke mens is een strijdtoneel van goed en kwaad, in zijn ziel strijden God en de Satan om de overmacht. Dit is een zeer schematische voorstelling van zaken en niet meer dan een mythologie, maar het benadert de waarheid wel zeer dicht.
waar behoor je?
- bij Geboortegrond van Czeslaw Milosz –
gekruisigd in de ruimte
tot hoeveel werelden
wil je behoren, hoeveel
schaduwen werp je af:
het kruis van een vogel
een vogel op een kruis?
er was dat Verloren Paradijs
waar je wandelde naakt
en onwetend, een dier
zonder vacht
en je bent van het ras
der gehoornden met
gespleten hoef, een bouwer
van torens waar men
vlees en dromen verbrandt
je wordt bewoond door
een geest en je woont
in een geest die alles
verschoont, telkens
opnieuw: een zaaier
die het land zegent
met zijn zwaai
de schaduw van een vader
de adem van een moeder:
wie wordt niet geboren
met dit heimwee in het bloed?
gekruisigd in de ruimte
weet je het niet waar je
behoort: je bent het kruispunt
van wegen die lopen naar een
Verloren Paradijs, naar een wereld
van schaamte en onvergeeflijke schuld
enkelband
hysterie in het kwadraat
kan het nog hysterischer?
Vandaag stelt Hans Vandeweghe in De Mogen voor om renners onder elektronisch toezicht te plaatsen: geen enkelband want die zou tegen de 'manivels' schuren, maar een chip in het oor.
Wat zal het volgende voorstel zijn: een brandmerk of jodenster? Zweepslagen bij iedere verdachte beweging?
Hoe kan het dat verstandige, universitair geschoolde mensen meedoen aan dit opbod in fascistische maatregelen?
Zit er in ieder van ons dan een Hitler of Stalin?
Zoals Jan Wauters in dezelfde krant zegt: wij hebben allemaal een duistere kant, niemand van ons is zuiver tot op de graat. Met welk recht eisen we dan absolute zuiverheid van één categorie van mensen?
En vooral: met welk recht zouden we aan anderen sancties en controlesystemen opleggen die we voor onszelf nooit zouden aanvaarden?
Wie van ons is bereid om drie maanden van tevoren bij de overheid aan te geven waar hij/zij zal vertoeven, zodat hij/zij onverwacht kan worden gecontroleerd op dronkenschap, druggebruik, zwartwerk, zedenfeiten of fiscale fraude?
Wat voor maatschappij bepleiten die dopingdominees in feite: mij blijft het verbijsteren dat die waanzin doorgaat zonder massaal protest.
hysterie
Tel het aantal bladzijden in de kranten op en het aantal minuten zendtijd op tv en je kan niet anders besluiten dan dat we leven in de ban van een dopinghysterie.
In een klimaat van hysterie worden altijd maatregelen getroffen die de redelijkheid te buiten gaan.
In de nasleep van de affaire Dutroux besliste de toenmalige Waalse minister van onderwijs, Laurette Onckelinx, om leerkrachten en opvoeders die verdacht werden van pedofilie onmiddellijk te schorsen. En 'verdacht' betekende onder meer een telefoontje van een leerling(e) die zich wou wreken voor een slecht rapport.
In de Amerikaanse 'war on terror' na 9/11 worden gevangenen opgesloten zonder een duidelijke aanklacht en zonder uitzicht op een fair proces, om nog te zwijgen over allerlei vormen van foltering. Critici die de vraag opwierpen 'why do they hate us so much?' zoals Noam Chomsky en Susan Sontag werden verketterd als landverraders en werden uit de nationale media geweerd.
De dopingrepressie vertoont gelijkaardige kenmerken: de meldplicht voor topsporters, die naar het schijnt nog zal worden uitgebreid, hoort thuis in een totalitair regime zoals de vroegere DDR en niet in een democratische rechtsstaat: topsporters moeten werken in een sfeer van verklikking en heksenjacht.
Het blijft mij verbazen dat alleen enkelingen hiertegen protesteren en niet de gespecialiseerde organisaties zoals de Liga voor de Rechten van de Mens en de specialisten in arbeidsrecht.
Ik zie maar twee verklaringen: topatleten zijn uitgesproken individualisten en weinig of niet georganiseerd in slagvaardige vakbonden. Ten tweede is topsport hoe dan ook een zaak van massahysterie - denk aan de gekken die de weg versperren bij bergbeklimmingen - en de dopingjacht sluit zich daarbij aan. Als je aandacht wil bij de sensatiebeluste bevolking dan speel je op safe door deel te nemen aan deze hetze.
Naar mijn mening is elke remedie die erger is dan de kwaal te verwerpen.
Een maatschappij die respect prentendeert te hebben voor mensenrechten en grondwettelijke en juridische basisregels verliest alle geloofwaardigheid wanneer zij die regels zelf overtreedt.
Mij doet het denken aan het afhakken van handen in islamitische dictaturen om diefstal te bestraffen.
Een beschaving bewijst haar superioriteit door haar redelijkheid en proportionaliteit: de repressie mag nooit erger zijn dan de overtreding.
Om die reden zijn wij in Europa tegen de doodstraf.
En het gelijkheidsbeginsel uit onze grondwet laat niet toe dat in één sector repressiemethodes en sancties worden gehanteerd die niet gelden voor de rest van de bevolking.
Je zou nog kunnen aanvaarden dat in een noodtoestand, bijvoorbeeld in een oorlogssituatie, preventieve acties worden ondernomen die strenger zijn maar doping is toch geen invasie of geen vorm van terrorisme?
Wanneer komt er een breedgedragen protest tegen deze waanzin: mensen die getroffen worden door overstromingen of bosbranden of de miljoenen vluchtelingen in deze wereld liggen wakker van allerlei vragen maar wellicht niet van het existentiële dilemma of de Tour nog een toekomst heeft of niet.
Wat een luxe dat wij, media en publiek, ons kunnen gedragen als konijnen gehypnotiseerd door die ene lichtbak.
rampenplan


rampenplan
leer het van de regen:
een land onder steen wordt
een land onder water
wat je de bomen misgunt
stroomt als een zondvloed
door straten en kamers
we houden de aarde gegijzeld
alsof er een andere is
die het losgeld betaalt
leer het van de regen:
wie zijn moeder knevelt
duwt zichzelf een prop
in de keel
een land onder steen
heeft een volk zonder bodem
het leeft tot in zijn dromen
angstig alleen
verontwaardiging
de berk


de berk houdt stand
je hebt een boom geplant
een zoon zal je naam
bewaren; nader het water
nu van je rivier, zweef
als zaden naar de bodem
waar de lisdodde wortelt
de zuilen van riet
of zoek een onbewogen
vijver uit, waar een
waterlelie openligt
met hemelse glimlach
je hebt een boom geplant
een zoon vertelt het door
in verwarde woorden:
juistere zijn er niet
ze vallen uit hun zin
zoals een walnoot
uit haar bolster:
weerom ruik je aan
geelbruine vingers
het harsig sap, zerp
als terpentijn, je proeft
de zoete vrucht die
stemmen heser maakt
je hebt een boom geplant
een roepnaam gevestigd
in een bodem: zie hem
aan het razen weerstaan
als meisjeshaar ruisen
zelden buigt een boom
het hoofd alleen terwijl
onhoorbaar het gruis verglijdt
uit het barsten van tempels:
een zuil moet eenzaam getuigen
Brabançonne
Niet alleen de overgrote meerderheid van de Belgen, zelfs onze kandidaat-premier kent de tekst van ons volkslied niet uit het hoofd.
Men kan de spot drijven met dit gebrek aan chauvinisme, maar wie ooit deze tekst heeft moeten memoriseren weet wat voor een draak het is. Wie kan vandaag nog in alle ernst zingen: 'o heilig land der vad'ren'?
Trouwens, in landen waar het patriottisme er van jongs af aan wordt ingestampt met een dagelijkse groet aan de vlag en de hand op het hart bij het opdreunen van de nationale hymne tussen de schoolbanken, zien we weinig redenen om ons gemis te betreuren.
Wanneer een Amerikaan zegt: 'I am proud to serve my country' bedoelt hij daarmee niet: ik ben er trots op dat ik meewerk aan ons onderwijs of aan onze gezondheidsheidszorg of dat ik mij inzet voor de minderbedeelden onder mijn landgenoten.
Deze frase hoor je uitsluitend van soldaten die met hun vlag en volkslied als excuus ergens aan het moorden slaan.
Kortom, als we moeten kiezen tussen het Belgische incivisme en het hysterisch patriottisme van een aantal andere volkeren, dan lijkt de keuze mij vlug gemaakt.
in Vino veritas?
'Wie alleen staat, heeft recht van spreken
vindt redenen uit die anderen ontbreken'
Dit versje om te zeggen dat ik liever/beter zou zwijgen over het zoveelste dopingschandaal.
Bij Alexandre Vinokourov werd lichaamsvreemd bloed vastgesteld. Dit heet bloeddoping en deze term werkt als een rode lap op de stieren van de dopinghysterie. We weten niet eens wat er in dat bloed zat.
Volgens de Vlaamse dopingspecialist bij uitstek, professor Verbeke van de RUG, is een transfusie met vreemd bloed 'relatief gemakkelijk en nog lang na de toediening - zo'n vier à zes weken - opspoorbaar'.
Eerste vraag: zijn de betrokkenen dan echt zo oliedom dat zij zo'n risico hebben gelopen?
Tweede bedenking: niet zo lang geleden getuigde Ivan Vanmol, ploegdokter bij Quick Step, dat hij tijdens de Giro van 1989 een ernstig ijzertekort vaststelde bij Greg Lemond waardoor deze Amerikaan geen poot vooruit kwam. Hij besloot tot een reeks van ijzerinjecties. De gevolgen hebben we gezien tijdens de Tour van dat zelfde jaar.
Als leek ontgaat mij het verschil: in beide gevallen worden vreemde elementen aan het bloed toegevoegd en het ene wordt aanvaard als een therapeutische ingreep, het andere niet. Terwijl het redelijk klinkt dat na zijn bloedverlies ten gevolge van zijn valpartij besloten werd tot een 'herstelbehandeling'. Al blijft het koffiedik kijken wat de echte redenen zijn geweest. Om nog te zwijgen over de medische risico's, maar ook de zuiver medische kant van de zaak roept vragen op: zijn die ploegdokters dan zo decadent dat zij hun renners onderwerpen aan praktijken die volgens sommigen levensgevaarlijk kunnen zijn?
Uiteraard zou het duidelijker zijn mochten in het bloed van Vinokourov prestatieverhogende middeltjes zijn aangetroffen, maar daar horen of lezen we niets over.
Nogmaals sprekend als leek kan ik alleen maar herhalen dat een wetenschappelijk debat zich opdringt over wat medisch kan en wat niet.
Maar in het huidige klimaat van hysterie is zo'n serene discussie onmogelijk.
'Vino vermoordt de Tour' koppen vandaag minstens twee kranten: het zal wel aan mijn gebrek aan mensenkennis liggen, maar ik kan in deze timide Kazach geen moordenaar zien.
de haan 3

de haan 2

de haan 1

noten bij Keats
noten bij Keats
De vorige tekst over het gesloten denken is minstens op drie punten onvolledig.
1. De intellectuele verstarring doet zich niet alleen voor bij godsdiensten, er is ook de politiek-ideologische verstarring: denk aan de leden van het vroegere Amada, nu PVDA, die nog altijd dwepen met Stalin en/of Mao en aan de rechtse extremisten die trouw blijven aan Hitler en zijn trawanten.
Jean-Luc Dehaene werd door zijn partijgenoten met de rug aangekeken toen hij in Humo verklaarde dat hij net zo goed een socialist had kunnen worden.
Het gaat in essentie om een verlangen naar identiteit: een mens wil iets zijn en wie in zichzelf geen houvast vindt, moet dit ontlenen aan een overgeleverde identiteit.
2. Het vasthouden aan de veiligheid van uitgestippelde wegen heeft minder te maken met IQ dan met een openheid en souplesse van geest: je hebt geen universitair diploma nodig om tot het inzicht te komen dat het verhaal van je opvoeders niet klopt.
3. Het grote gevaar van het gesloten denken is naast zijn gewelddadige of dictatoriale ontsporingen, zijn mogelijke implosie gevolgd door cynisme of nihilisme. In dat geval verwerpt men de overgeleverde waarheid en vervangt ze door een bodemloos ongeloof. Het verderfelijke van gesloten denksystemen bestaat erin dat men aan de volgelingen een façade van uniformiteit opdringt waarachter zich de mesthoop van extreme onverschilligheid bevindt.
Dit zie je bijvoorbeeld in het katholiek onderwijs zowel bij oudere leerlingen als bij leerkrachten: zij worden door het systeem gedwongen uiterlijk aan allerlei normen te voldoen en zij ervaren de holte, de leugenachtigheid van het systeem. Maar zij zijn niet in staat daar een andere waarde tegenover te stellen: zij nemen een attitude aan van schamperheid, spot en materialistische zelfzucht. Het enige wat hen nog bezighoudt is de verdwazing van de sport en de genietingen van reizen en restaurants.
Het geloof heeft het onmiskenbare voordeel dat het kan inspireren tot engagement, tot samenwerking aan de opbouw van een menselijker wereld; het cynisme keert zich af van elk engagement vanuit een valse superioriteit: 'zie die dwazen eens bezig,' schampert de cynicus. Of de vaak gehoorde vraag: 'Ga jij het veranderen soms?'
Dit is de schijnsuperioriteit van de ruïne: ze getuigt van een beschaving die in puin ligt. Een vaste eigenschap van ruïnes is hun onbewoonbaarheid.

