Naar de inhoud

boek onder lava

verzwegen berichten
akke.beakke.be

Berichten van 11 december 2006 tot 17 december 2006

Bij een  zoveelste oproep van Marc Hullebus …

 

…omtrent de controverse tussen ‘kennisgericht’ en ‘vaardigheidsonderwijs’: wat is hier nog meer aan toe te voegen? De essentie allicht, elke methode moet ergens toe leiden wat betekent dat je dat ergens omschrijft: zonder het formuleren van doelstellingen kan je een methodiek niet evalueren. Naar de mening van deze oud-leraar moet het onderwijs, in het bijzonder het lager en het middelbaar, gericht zijn op de totaliteit van de mens in de totaliteit van het leven.

 

Het gaat om Zelfrealisatie in de opvatting van Carl Gustav Jung: wat in de mens in potentie aanwezig is, moet door de opvoeding worden geoptimaliseerd – uiteraard gaat het dan niet om misdadige impulsen, maar om de vermogens en talenten die het waard zijn ontwikkeld te worden. Dit laatste verschuift de problematiek naar het niveau van de levensbeschouwing: er moet een ‘grootste gemene deler’ worden gevonden, een gemeenschappelijkheid in het mens- en maatschappijideaal waaraan alle opvoeders kunnen meewerken. Dit mensideaal is veelzijdig. Het omvat niet alleen de homo faber of economicus, ook de homo ludens en atleticus, de homo creator en viator, religiosus en politicus – dit laatste zowel in de strikte zin van bezig zijn met politiek als in de ruimere van maatschappelijke betrokkenheid. En bij al deze 'homo's' uiteraard ook en essentieel de homo sapiens sapiens voor wie het een bron van vreugde is om iets te kennen en te kunnen, en voor wie het een motivatie of minstens toch een aangename ervaring oplevert dat anderen over een onderwerp meer weten of een vaardigheid beter beheersen.
De term ‘competenties’ van de huidige minister van onderwijs is goed gevonden en best bruikbaar. Het onderwijs moet dus inzetten op de ontwikkeling van al deze potenties of competenties. Leerlingen moeten de kennis en de vaardigheden worden bijgebracht die zij nodig hebben om een job te kunnen vinden en correct uitvoeren, maar ook culturele en creatieve competenties, sociale en politieke, recreatieve en sportieve, religieuze of spirituele,  filosofische. De opvoeding moet iets als een kompas zijn en een rugzak bij de zoektocht naar zingeving en verantwoording.

Onderwijs kan daarom nooit technisch en vrijblijvend zijn: altijd worden waarden en streefdoelen meegegeven. Een leerkracht en opvoeder is een gids die minstens moet kunnen zeggen welke wegen vruchteloos en gevaarlijk zijn en in welke richting er verder kan worden gezocht, wat het tegendeel inhoudt van indoctrinatie en hersenspoeling: een gids is niet de slavendrijver van een ’chain gang’. Hij is bereid te zeggen dat hij het ook even niet meer weet maar op goede gronden (en op welke gronden) vermoedt en vertrouwt dat de weg van  beschaving en  humanisering eerder de ene loop zal nemen dan de andere.

De leerlingen spellingregels bijbrengen zal in deze begeleiding allicht van pas komen, maar het is duidelijk dat in het geheel van de doelstelling de spelling maar peanuts is, gebeuzel waardoor de gedrevenheid – want oprecht onderwijs is een passie - wordt opgepeuzeld indien de visie niet ruimer reikt.

Er is een kerkliedje uit de jaren 60 - de ongelovigen nemen het voor lief of vervangen het door de internationale -: ‘wij zijn samen onderweg, allelujah, allelujah’. Fundamenteler en juister kan deze ouwe jongen het niet formuleren: elk paradigma in dit syntagma is correct en op zijn plaats. Wij samen, onderweg en een frase zoals ‘allelujah’ wat een juichkreet is: zonder optimisme of hoop-ondanks-alles kan men niet aan opvoeding doen. De ren van lemmingen naar de afgrond is letterlijk geen school-voorbeeld. Een opvoeder kan zoals eerder gezegd zijn twijfels uitspreken maar als hij niet gelooft in de noodzaak van zijn project is zijn plaats misschien onder de decadente kunstenaars maar niet in het onderwijs.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 13:57 Reageer op dit bericht

ode aan Béjart

 

hij zag Matisse, een Griekse vaas:

silhouetten van rook die kronkelt

gelijk een klimroos om een zuil
jong en gonzend als honingdolle

bijen, hun honger naar leven

was een wals van Brel, minuten

 

dan Ravel, een hand, een arm

die opklimt naar de hemel, een knik

in de hals van de slang wanneer

de fakir zijn fluiten breekt, herneemt

met hobo’s, breekt, herneemt

met saxofoon en hoorn

 

een heupbeen wrikt zoals een ooglid

knippert, aan elleboog en voet

trillen de vinnen in hun trance

van paring – de kring wankelt,

schokt, schuift om de ronde

tafel als over een bodem

onder water, het offer vlucht op

haar rolband van angst (en toch,
wie plooit niet voor je naam,
o Maja Plissetskaja): dit is

 

de aarde die zich aanbiedt

aan haar schaduw, de behuizing

van goden die toezien met

welbehagen, wachten op de

trom, het teken van meedoen,

deelnemen aan de brokken

de hypnose wordt verscheurd

 

dit is de offerande van de aarde

al wat vloeit en stolt en vloeit –

hij zag silhouetten in slierten

van nevel, gaf een lichaam

aan geesten, aan hun

lichaam een feest

 

dit is de dans, de viering

van verrijzen en verdwijnen

de lenige nevel die de aarde

verwikkelt in de kringloop

van dromen en zaad

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 15:22 Reageer op dit bericht

aanvulling bij Béjart

Een dansvoorstelling is eigenlijk niet bevredigend te registreren, noch op video noch op film. Daardoor is de dans bij uitstek een efemere kunst: zij is er en dan weer niet. Zo staat de dans symbool voor zoniet alle dan toch de meeste kunst en voor zoniet alle menselijke levens dan toch voor de meeste: wij zijn er en dan weer niet.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 15:12 Reageer op dit bericht

(enkele voorbeelden uit de nieuwe bundel Van Toen en Thuis)

Jefke Kadijs

 

een zwartharig mannetje in een  melkwitte koets

de lakverf vrolijk: een Delftsblauwe molen,

een  vorstelijk baldakijn - het heertje stroef,

een scheiding middenin zijn schedel, hij keek

alsof hij vroeg: ben jij wel braaf geweest, verdien

jij wel een toeter en een bol

 

wij hielden van zijn paard op hoge poten

het paste bij het koninklijke van zijn boudoir

maar Jefke, boven de houten wielen, neen,

hij viel ons zwaar: een schoolmeester

met een stugge kop die zijn buurjongens

ijskreem verkocht alsof hij strafwerk uitdeelde

 

we liepen liever over de weide

van Pol, diepten het paadje uit

naar de Buntstraat waar in het

piepkleine winkeltje van de Mik

naast een neerhof je roomijs kon

proeven zacht als boerenboter, als

borstjes die nog verboden waren

 

toch was Jefke met die Brylcrème in zijn platte

haar een wondere vogel, zijn koperen

fluitje bootste de jubel van een merel na

volgens Fons van ‘de Congo’ de klingse vader

van Miss Katta,  de zwoele diva van de Blauwe Zaal,

kon hij schuifelen als een lijster, een nachtegaal

 

niet één van onze bende kende dat verhaal

wij miskenden Jefke Kadijs, het ijzig

mijnheertje in zijn houten paleis

tot op een dag het donkere paard

een wonder meebracht: zijn dochter

die we eerder nooit zagen

al woonden ze vlak om de hoek

 

ravenzwart zoals haar vader, bleek

haar huid zoals je verwachten kon

van een prinses die jaren was

opgesloten in een crypte

onder een toren

 

we liepen niet meer om roomijs

over de weide van boer Pol

we schoven aan bij het romig, schuchter

meisje voor een toeter en een bol


de vrouwen van de straat

 

de straat was arm maar proper

de vrouwen werkten niet

ze waren bezig

 

nog vóór het licht werd

- na de zomer - om de kachel

op te poken, het pompwater te koken

voor de koffie

 

daarna werd een man gewekt

en gingen zij weer slapen

daarna een zoon en later nóg een kind

zij bleven op bij het derde kraaien

 

want de dagen wachtten niet,

de scharrelkippen met hun zoele klachten,

de wasdraad na het kloppen en het roeren

met een bleke bezemsteel: het schuim

en blauwsel in een zinken tobbe

dan een strijkbout die in de oven stond

van de Leuvense stoof

 

want ze waren proper

je kon eten van hun vloer

van de plavuizen buiten

na het schuren van de koer op vrijdag

 

terwijl ze dachten aan een plankje,

een boeman van papier

in de winkel van het straatje,

een donker rijhuis waar je niet eens

je kont kon draaien

 

bleef er over van de markt

op zaterdag? dat moest wel,

alleen bij ziekte

ging je over de schreef -

het negertje knikte


 

en ze zongen soms

bij het keren van het koertje, het zemen

van de ramen wanneer Bob Benny galmde

tussen het ruisen

van het bakelieten bakje

 

ze lachten soms

om de piepstem van Will Ferdy,

ze lachten en hun ogen traanden –

ze dipten hun vingers in een porseleinen

of tinnen vaatje, herschikten het gewijde takje

en sloegen een kruis

 

en ’s zomers zaten ze in de vroege avond

samen voor de kapel op de hoek

waar kaarsjes brandden, een beeldje glom

van een moeder, een huisvrouw, een Eva

die ze nooit zouden evenaren

in vlijt

in deemoed

in kuisheid van gemoed

in heiligheid

 

want zij werkten niet

ze waren bezig, vulden hun tijd


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 14:54 Reageer op dit bericht

over prinsen en pausen

Het recente fraudeschandaal omtrent de villa van prins Laurent toont nog maar eens aan dat een koningshuis een fossiel is dat thuishoort in het Ancien Régime en niet in een moderne democratie. Het wordt in stand gehouden door wat de psychologie noemt regressie: de massa weigert volwassen te worden en hangt vast aan of keert terug naar het infantiele stadium dat het leven niet aankan zonder een moeder- of vaderfiguur. Het zelfde psychologische proces verklaart de blijvende populariteit van het pausdom, vooral in minder ontwikkelde landen maar ook bij ons. Tot je verrassing hoorde je indertijd een vrouw van 35-40 op een pauselijke encycliek die de anti-conceptiva verbood, reageren met: ‘nu weten tenminste waaraan ons te houden.’

Het gaat steeds om hetzelfde: de angst voor de vrijheid omdat die verantwoordelijkheid impliceert. De vrije volwassen mens moet zelf zijn morele keuzes verantwoorden en kan zich niet verschuilen achter een gezagsargument. Vrijheid in de morele zin van het woord is voor velen geen geschenk maar een last die zij niet wensen of vermogen te dragen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 00:00 Reageer op dit bericht

 

het was een elfde, de echte

 

het was een elfde van september

dat de vleermuis uitvloog, nevelblauw

zijn vlerken, een weerhaak van een muil

 

het was een elfde van september

en geen nacht in de Andes wordt kouder

als zijn ogen, de hyena daarin,

het loensen van een honds verraad

 

het was een elfde van september

en hij verhuisde naar het galmgat van woorden

zoals Patria, Libertad en Villa Grimaldi, wie

hoort nog zijn koorknapengeluid in het souterrain

van de taal, het geblaf van een horde krekels

 

het was een elfde van september

toen zijn gebroed onder de huid kroop

van ons geheugen terwijl de steden als spinnen

uitliepen in het duister, de horizont

veegden uit onze hoofden

 

het was een elfde van september

en de vleermuis vulde zijn spelonken

lichamen tuimelden spoorloos

uit het omhulsel van hun naam

 

een elfde van september was het

en men zag zijn kaken malen alsof

hij de angst herkauwde, de kreten

proefde in de vloed van zijn speeksel

 

het was een elfde van september

en hij beet de snaren van de gitaar

de matrassen van hun bed, hij kraste

gelijk een schreeuw in een kelder

zijn ketsende roepnaam op de nacht

de echo van Washington,  trawanten

en wie was heer en wie de meester

 

het was een elfde van september

de echte, en de vleermuis vloog uit

alsof een sein hem wekte, een engel

met bazuin joeg namen op als

insecten – de vleermuis hapte toe

met die weerhaak van een muil

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 12:15 Reageer op dit bericht

thuiskomst

 

toen ben je thuisgekomen

in die verpauperde buurt tussen

de Turken van Gent: al hadden ze

geen werk, soms, ze bleven bezig,

maakten een woning van een krot -

de jaren negentig in een vergeten wijk

werden de jaren vijftig in een dorp

 

de mannen kuierden ’s zomers schouder

aan schouder door hun autoloze straat,

de vrouwen op de stoep, op de dorpel

van hun gangetje babbelden, sloegen

gade als Hamse komméren

 

de kinderen speelden in het park

alsof het een weiland was, een bos,

de hondjes van de Gentse dames

gingen door voor wilde beesten

 

meisjes waren sprookjesdieren

met wijde ogen van agaat, een streepje

huid rondom de navel en meer wanneer

ze gebogen schoven over een zadel -

de jongens trapten een bal, deden druk

en protserig in de droom van hormonen,

even verlegen als  luidruchtig

 

de vaders wandelden zoals duinen

schuiven: je hoorde ze pas toen

alles zweeg, toen de nacht met

gelige ogen over het straatje hing

 

de milde uren waren aangebroken

voor verhalen van een verneveld

verleden, je deed mee je schoenen

uit, trippelde op je tenen over

de hoge polen van tapijten, hoorde

 

dat helden en verliefden om hetzelfde

strijden in alle streken: enig, eenzaam,

schoon en schuw als sprookjesdieren,

driftige dwazen die eden en zwaarden breken

 

je voelde je weer thuis met een

taalvaardige Turk als vader

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 07:36 Reageer op dit bericht

'kennis is macht' of 'macht is kennis'?
Wat maakt iemand tot een deskundige? ‘Onderwijsdeskundige’ André Mottart bewijst in DS van zaterdag dat je moet kunnen praten als een door god gezonden profeet met een pauselijke onfeilbaarheid; je opponenten blameren versterkt je eigen narcisme. Zijn uitspraken punt voor punt weerleggen zou een artikel opleveren van verscheidene bladzijden. Een poging dan maar om het korter te houden, in de volgorde van het artikel ‘kennis is macht’ waarvan de titel beter zou worden omgedraaid: macht is kennis.

Mottart stelt dat wij professionele taalgebruikers zelf voortdurend woorden en gegevens opzoeken. Dit klopt maar als we dit voor elke bewering of expressie moeten doen dan hebben we een halve dag nodig om één pagina te schrijven, met andere woorden: onze parate taalkennis moet zo omvangrijk mogelijk te zijn om tot een efficiënt taalgebruik te komen, zowel wat de spelling betreft als wat de juistheid van onze beweringen aangaat.

Volgens dit orakel hangen protesterende leerkrachten vast aan hun canon van kennis ‘de dingen waarmee zij opgegroeid zijn en onderwezen gekregen hebben’. Deze kennis moet in perspectief geplaatst worden door het gebruik van het internet: het internet is de nieuwe openbaring, de koran en de bijbel tegelijk. Ten eerste: surfen en downloaden kunnen de leerlingen beter dan de meeste leerkrachten. Ten tweede: hoe kun je de informatie via het internet evalueren als je geen ijkpunt hebt, geen eigen basiskennis, hoe ga je de teksten van het internet begrijpen als je de terminologie niet begrijpt noch het referentiekader? Kortom: het kennisprobleem door verwijzen naar de moderne media is niets anders dan het probleem verschuiven. De enige winst bestaat erin dat leerlingen dit misschien leuker vinden omdat zij nu eenmaal houden van de moderne technologie, maar zonder begeleiding levert deze werkwijze geen deugdelijke resultaten op.

Mottart beweert dat jongeren nu ‘veel liever schrijven als vroeger, ze sms’en, ze mailen.’ Hij ontkent dat het afkortingentaaltje van sms en chatten een schadelijke invloed zou hebben op de taalbeheersing, wat nochtans iedereen kan vaststellen in zijn eigen correspondentie met mensen die vaak bezig zijn met deze communicatievormen.

Mottart geeft het voorbeeld van zijn eigen zoon die de avond vóor hij een opdracht moest indienen nog gauw even het archief van DS downloadde en zo een pak documentatie afleverde waar hij geen enkel ander aandeel in had dan dit downloaden zelf. Deze werkwijze noemt Mottart: ‘Fantastisch toch?’ Als er nu één gewoonte is waar we de leerlingen altijd voor gewaarschuwd hebben dan is het wel dit wachten tot de laatste dag om aan een taak te beginnen en een leerkracht die vrede neemt met een pak internetgegevens zonder enige verwerking is een gemakzuchtige idioot.

‘Veel onderwijs is saai omdat de kennis die erin aan bod komt, ontdaan is van alles wat spannend en relevant is,’ gaat de visionair verder. Het onderwijs moet dus net als de rest van de consumptiemaatschappij vooral ‘kicks’ verschaffen, het moet ‘spannend’ zijn en ‘relevant’ noemt Mottart alles wat aansluit bij ‘de leefwereld van de leerlingen’. Zouden we dan de leerplannen maar niet beter laten schrijven door een leerlingenraad? Moet ook het onderwijs beheerst worden door ‘de waan van de dag’, door modeverschijnselen? Uiteraard dient een leerkracht erover te waken dat hij of zij niet totaal vervreemd geraakt van wat de jongeren bezig houdt, maar zijn de ‘klassieke’ motieven van literatuur en kunst dan opeens ‘versleten’: de liefde, de  dood en het afscheid nemen, de eenzaamheid en de beleving van de schoonheid in de natuur, de romantische symbiose tussen mens en natuur?

Vondel en Gezelle hoeven niet meer: wat bewijst Mottart met deze dwaasheid meer dan zijn eigen onvermogen om deze figuren en hun werk boeiend te presenteren? Vondels ‘Geusevesper’ kan een voltreffer zijn als je de leerlingen uitlegt dat het gaat om protest tegen onrecht, dan dragen zij dit gedicht met passie voor en schrijven met enthousiasme een eigen pamflet. En als er één dichter is die er nog altijd vlot in gaat, van wie zij nog steeds met plezier een gedicht van buiten leren en voordragen dan is het toch wel Gezelle, op voorwaarde dat je hen zelf een gedicht laat uitkiezen en hun voordracht ‘coacht’ zoals een dramaturg zijn acteurs begeleidt. En de traditie sluit de moderniteit niet uit: het is zoals in zovele andere kwesties een verhaal van én én, niet van ofwel ofwel. Plaats een eigentijds dichter tegenover een klassieke en laat de leerlingen zelf het verschil aanwijzen en evalueren waarom zij een voorkeur hebben voor het ene dan wel voor het andere.

Het is toch evident dat spreekoefeningen gaan over zelf gekozen onderwerpen, niet alleen de traditionele 'presentatie' maar zeker ook het debat. Concreet: een discussie over de taktiek van de Rode Duivels lijkt een banaliteit voor op de speelplaats, maar als men dit akkefietje gebruikt als aanloop naar een filosofisch debat over schoonheid en nuttigheid, dan krijgt het banale een verrassende diepgang.
Ronduit beledigend wordt Mottart, die volgens De Standaard ‘meeschrijft aan de eindtermen Nederlands’, als hij het heeft over onzekere en betweterige leerkrachten, hun hang naar comfort want: ‘Vaardigheidsonderwijs is zeer arbeidsintensief.’ Met andere woorden: wie op inhoud is gericht dat is een luierik. Kan een ‘deskundige’ gortiger zijn in zijn arrogantie?

Ten slotte heeft hij het over ‘het elitaire concept van retorica en een literaire canon’? Wat is er zo elitair aan Gezelle, ooit en voor vele Vlamingen nog steeds de volksdichter bij uitstek?

Is Multatuli elitair, L.P. Boon, Van den Vos Reynaerde? Men kan deze onderwerpen elitair maken door de keuze van zijn voorbeelden, maar didactisch talent bestaat er juist in dat men aanvoelt wat de eigen leerlingen aankunnen en wat te hoog gegrepen is en ieder van de klassiek genoemde auteurs heeft zowel moeilijke als toegankelijke teksten geschreven.

Wat is voor de leerlingen leuker dan zo’n ‘ouderwets’ verhaal als dat over de vos, of over Karel en Elegast na spelen, bij voorkeur in een daarvoor geschikte ruimte - ook dit is een frustratie bij creatieve leerkrachten: op hoeveel scholen is er voldoende accommodatie om aan expressie te doen zonder de andere collega’s te storen?

Mottart waarschuwt ervoor dat de tegenstanders van de vernieuwing op de duur ‘niemand meer zullen overhouden’ in de klas. Te vrezen valt dat met profeten en visionairen als Mottart het onderwijs geen leerkrachten meer zal overhouden die nog inhoudelijk en creatief bezig zijn. De huidige controverse heeft de intensiteit van een crisismoment in de etymologische betekenis van het woord crisis: we staan voor een tweesprong en het beleid moet zich grondig bezinnen welke kant het op wil gaan, de zelfverblinding van de nieuwlichters of de omzichtigheid van de ervaring die niet per se afkerig staat tegenover vernieuwing maar wel tegenover elke ingreep die regelrecht ingaat tegen hun eigen uit jarenlange ervaring opgebouwde inzichten en methodes.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 11:15 Reageer op dit bericht

Meer van boek onder lava

↑ Terug naar de berichten