De Standaard – Opinie & Analyse p. 18 (22/06/04)
Zoals in het redactiestatuut en de deontologische code van de nieuwsdienst opgenomen is, stonden onpartijdigheid, afstandelijkheid en een kritische houding centraal. De journalistieke kernopdracht van een openbare omroep is informeren, uitleggen, duiden.
****************************************
Wij gaan door tot het grote publiek de waarheid kent i.v.m. Esperanto, namelijk dat het een taal is die wereldwijd verspreid is, die goed functioneert, wier efficiëntie reeds meer dan honderd jaar bewezen is en nog dagelijks bewezen wordt. Het feit dat de publieke opinie hiervan niet op de hoogte is, toont aan dat er iets fundamenteels mis is met de manier waarop de pers en de media het publiek informeren. Daarom, doe uw werk zoals u het hoort te doen: zonder vooroordelen, met open geest, eerlijk en objectief. Zeg de waarheid over Esperanto, dan zullen wij u niet meer hoeven lastig te vallen.
Ni neniam rezignos ghis la publiko scios la veron. La vero pri Eo ne estas konata de la ghenerala publiko. Ghi ne scias, ke Esperanto ekzistas, bone funkcias, estas disvastigita en la tuta mondo, povas utili al chiu. Tiu nescio montras, ke estas io trompa, misprezenta au almenau serioze nekompleta, en la maniero, lau kiu la amaskomunikiloj informas la publikon. Diru la veron pri Esperanto, kaj kiam la tuta loghantaro ghin scios. Post kiam vi estos farintaj vian laboron honeste kaj objektive, ni ne plu bezonos gheni vin.
****************************************
Jean-Luc Dehaene (CD&V)
Wij onderschatten nog altijd het psychologisch effect van een stuk Europa in je hand of zak te hebben. Je creëert nu een grensgevoel doordat je telkens een andere munt nodig hebt.
(Gemakshalve gaat hij echter voorbij aan die andere grens, met een nog veel groter psychologisch effect: de taalgrens.)
De Morgen - 19 juni 2001 - bijlage: In de ban van Europa (deel 1) – pag. 5: ‘Europa is antwoord op uitdaging van 21ste eeuw’.
****************************************
André Flahaut (PS) – Minister van Defensie
“Wereldwijde eentaligheid is niet goed. Taalrijkdom is belangrijk. Ik heb liever geen taalmonopolie van het Engels dat de VS nog machtiger maakt en ons allemaal in dezelfde kneedvorm zou duwen.
De Morgen - 31/01/’04, pag. 4
****************************************
Shimon Peres (Israël)
In het radioprogramma “Titaantjes” (16/12/2001) haalde Jo Lernout de woorden aan van Shimon Peres, toen hij het, in de betere tijden van Flanders Language Valley, had over het slopen van een muur van niet-communicatie door middel van de L&H vertaaltechnologie:
Hoe meer communicatie tussen de mensen, hoe meer kans dat ze mekaar begrijpen en minder haten. (november 1999)
****************************************
Marc Van Oostendorp
… Maar het Nederlands is, vergeleken met de dialecten, ook een kunstmatige taal, die ooit bedacht is.Met als doel een zo groot mogelijk gebied te creëren waar men de Bijbel – de Statenvertaling – kon lezen. Er is geen duidelijk criterium voor een natuurlijke taal… Hetzelfde geldt voor het Duits, dat bedacht is door Luther, het Italiaans dat bedacht is door Dante.
Hoogleraar interlinguïstiek en Esperanto aan de universiteit van Amsterdam (een Haagse krant: HN 4 juli 1998)
****************************************
E.J. Hobsbawm
Taal kan niet de basis zijn van een nationale cultuur omdat nationale talen ‘bijna altijd min of meer kunstmatige constructies zijn’
Britse historicus – Natie en nationalisme sinds 1780, blz 74.
****************************************
Piet Van de Craen
Maar op school les krijgen in en/of over een taal wil nog niet zeggen dat je die taal ook beheerst.
"Het taalonderricht zit in een crisis", zegt professor Piet Van de Craen van de Vrije Universiteit Brussel. "Uit een inspectieverslag van 1995 over vreemde talen in het middelbaar bleek dat het Frans - behalve in Brussel - achteruitgaat en dat het met het Duits erg slecht gesteld is. In het middelbaar zijn leraars nogal tevreden over de kennis van het Engels, maar de universiteiten zijn het daar niet mee eens."
Marc Spoelders
Ook Marc Spoelders van de Universiteit van Gent pleit voor tweetalig onderwijs. Hij heeft drie jaar geleden het vreemde-taalonderricht in de lagere school van naderbij bekeken. In zijn rapport "Frans op de basisschool vergelijkt Spoelders het Frans leren met leren zwemmen:
Als je die vergelijking doortrekt, betekent dat vandaag in de meeste klassen van de lagere school dat de leerlingen leren zwemmen van een niet-zwemmer, in de klas, liggend op een krukje. De leerkracht legt uit wat de kinderen moeten doen en splitst de zwembewegingen op in armbeweging, beenbeweging, ademhaling... De leerlingen herhalen eerst wat de leerkracht zegt en gaan vervolgens aan de slag op het krukje in de klas.
Op die manier leren kinderen wel heel wat, maar ze missen ook veel. Watergewenning bijvoorbeeld, die mogelijke angst zou voorkomen als ze écht in een zwembad springen.
Ook Spoelders ziet meertalig onderwijs zitten, maar hij waarschuwt dat het geen elitaire bedoening mag worden.
Taal moet gaan over communicatie, over naar mensen toestappen en ergens bijhoren.
De Standaard 02/01/2001
****************************************
Jozef T. Devreese
In een vreemde taal is men als een pianist met houten vingers (Poll)
Hoogleraar UIA en TU Eindhoven. Uit: Hoe Vlaams zijn de Vlamingen? Davidsfonds Leuven, 2.000, pag. 64.
****************************************
Louis Baeck
In Vlaanderen kan de amerikanisering rekenen op meer gangmakers, met name de jeugd, de culturele en maatschappelijke elite, de wetenschappers, de mediamensen en laatst maar niet in het minst de managers van het transnationale zakenleven.
Professor-emeritus KUL. Uit: Hoe Vlaams zijn de Vlamingen? Davidsfonds Leuven, 2.000, pag. 32
****************************************
Alexandra De Laet / Guy Tegenbos
Kwart van laag-en middengeschoolden heeft talen nodig. 2001 Europees Jaar van de Talen
Vacatures die talenkennis vergen, raken moeilijk ingevuld. Van de vacatures waarin Engels vereist is, wordt 6 tot 7 procent ingevuld met kandidaten die het Engels niet of nauwelijks lezen, begrijpen en spreken, en 12 procent met kandidaten die geen Engels schrijven.
Van de vacatures waarin Frans gevraagd wordt, wordt zeker 10 procent ingevuld met kandidaten die het Frans "weinig of niet" kunnen begrijpen en lezen, en 15 à 20 procent met kandidaten die de taal niet of nauwelijks spreken of schrijven. Voor vacatures met Duits worden 20 procent mensen aangeworven die de Goethe-taal niet begrijpen en lezen, 27 procent die geen Duits spreken en 34 procent die het niet schrijven.
De Standaard 02/01/2001
****************************************
Annick Schramme
We zijn inderdaad opnieuw in een fase van cultureel nationalisme aanbeland. Vlaanderen ziet de oorspronkelijke taak van de Vlaamse Beweging plots geactualiseerd: het moet opnieuw opkomen voor de verdediging van taal en cultuur. Ditmaal niet tegen het verfranste België maar tegen een algemene opmars van het Engels binnen de Europese instellingen, aan de universiteiten, in de IT-wereld en het bedrijfsleven.
Docente Cultuurmanagement aan de Universiteit Antwerpen. - "OMTRENT", het tweemaandelijks magazine van het Davidsfonds. Nr 4, Juni 2002, pag. 34
****************************************
Willem van Oranje
Il n’est pas nécessaire d’espérer pour entreprendre ni de réussir pour persévérer.
****************************************
Jan Mulder
Het seizoen 2002-2003 zal ook de geschiedenis ingaan als de jaargang waarin Anderlecht zijn naam veranderde in 'RSC Anderlecht Brussels'.Toen ik dat las, stond ik een uur versteend, zegt ex-Anderlecht-vedette Jan Mulder.Dit vind ik van een ongehoordheid, wie dit op zijn geweten heeft, moet onmiddellijk ontslagen worden. Ik bewonder Michel Verschueren, maar dit gaat te ver. Ik heb Paul Van Himst al willen bellen, ik vind dat er iets moet georganiseerd worden om dit te verhinderen, maar ik ben niet zo'n demonstrant.
Ik vind dit zelfmoord, vervolgt Mulder. En dat allemaal voor een paar 'francs' van het Brussels Gewest (...) Dat Engels alleen al, ik zou er een mitrailleur voor boven halen. Laat ons Anderlecht dan liever maar meteen omdopen tot 'FC Manneken Pis'.
Het Laatste Nieuws - 09/08/02 p.23
****************************************
Pelé
"Het Esperanto zal in het algemeen voor sporters, voor de toenadering onder mensen en het vergemakkelijken van vriendschappelijke en sportersrelaties, zeer nuttig zijn."
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pel%C3%A9
****************************************
Paul Ariste - taalkundige
Wat uitdrukkingsvermogen betreft, komt geen enkele van de nationale talen die ik ken op gelijke hoogte met het Esperanto, verklaarde de befaamde taalkundige Paul Ariste uit Tartu, die, behalve Esperanto, enkele tientallen talen beheerste.
****************************************
1 reactie op dit bericht
Moedertaaldag
De taal is slechts een primitief middel om uit te drukken wat we denken. Hoe vaak op een dag zeg je of denk je niet: hoe zal ik dat eens zeggen? Een mooi bewijs van dat primitieve karakter van onze taal. De taal op zich (Nederlands, Frans, Duits, Engels,...) moet dus niet verheven worden als taal. De taal heeft slechts als taak om ons te dienen (en niet andersom) bij het uitdrukken van onze gedachten. Of dat nu in het Nederlands, het Engels, het Frans of het Hottentots is, maakt mij in feite niets uit. Integendeel. Ik juich een veralgemening naar bijvoorbeeld het Engels heel erg toe. Hoewel ik in mijn werk vooral van woordspelingen hou en dus in dat opzicht vooral aan mijn Nederlandse taal vasthang, sta ik zeker niet weigerachtig tegenover een nog grotere introductie van het Engels. Waarom zou ik mij als schrijver verzetten tegen de mogelijkheid dat mijn gedachten die ik in woorden probeer uit te drukken nog door meer mensen kunnen gelezen en begrepen worden? Ik zou zot wezen als ik dat zou tegenhouden. En of je het nu graag hebt of niet, we evolueren langzaam maar zeker naar een grotere taalgroep. En dat zal ongetwijfeld het Engels worden, waarbij de verschillende andere talen beetje voor beetje worden opgeslorpt en wij, Vlamingen, aan het eind een soort dialect van het Engels zullen spreken en schrijven. En zo zal het ook andere taalgroepen vergaan. Ik rouw daar niet om. Want aan dat eind (maar ik zal het helaas zelf niet meer meemaken) zullen de uitgeschreven gedachten van wat u nu 'Vlaamse' schrijvers noemt ook in de rest van de wereld zonder vertalingen kunnen gelezen en gesmaakt worden. Nogmaals: een schrijver zou zot zijn om dit als een negatieve evolutie te zien. Ik hou van evoluties. Een taal moet leven. Zo is de invloed van jongeren met allerlei vreemde, nieuwe woorden voor een taal bijzonder fris, deugddoend en stimulerend om de gedachten nog beter uit te drukken. Ook daartegen proberen eenzame zielen ten strijde te trekken. SMS-taal kan bijvoorbeeld bijzonder verrijkend zijn voor een taal. Als we alle woorden uit onze taal zouden bannen, die in de loop van de taalevolutie op die manier tot onze standaardtaal zijn gaan behoren, zouden we niet zo heel veel woorden meer overhouden...
Esperanto doet me helemaal rillen. Doder dan dat kan een taal niet (meer) zijn. U tekent ze terecht onder de grond... Symbolischer kan haast niet, ook al bent u zich daar wellicht niet van bewust... De evolutie van een taal kan en zal nooit theoretisch zijn. De evolutie van de taal komt vanuit de mensen zelf. Gelukkig maar. Esperanto heeft de status van dode taal en zal die status voor altijd behouden. Begraven. Amen en uit. Ik hou van het leven en van de levende dingen.
Het ga u verder goed...
Vriendelijke groet,
Geert De Kockere
******************************************************
Op 19-feb-08, om 17:45 heeft Dan Van Herpe het volgende geschreven:
Geachte,
Hartelijk dank voor uw reactie. Ik beschouw ze als een visie zoals een andere. Ik was mij zeer bewust van het feit dat mijn tekening kon geïnterpreteerd worden zoals u dat doet.
Mag ik u er toch op wijzen dat ook het Esperanto op een natuurlijke wijze evolueert vermits het een levende taal is, die dagelijks wereldwijd o.a. op het internet door honderduizenden gebruikt wordt, die literatuur, poëzie, toneel, muziek, radio-uitzendingen enz. genereert. De Schotse Esperantodichter William Auld werd reeds verschillende keren voorgesteld voor de Nobelprjs literatuur; de academie voor wetenschappen AIS biedt een vijftalig platform voor wetenschappers met als voertaal Esperanto; de Wereldesperantobond wordt dit door 2 europarlementairen voorgesteld voor de Nobelprijs voor de vrede. Niet onaardig voor een dode taal, niet? Ik kan zo nog wel even doorgaan, hoor, maar ik denk niet dat het veel zin heeft t.o.v. iemand die een a priori afwijzende houding aanneemt. Het is uw goed recht, maar ik vind het intellectueel oneerlijk.
Mag ik uw reactie op mijn blog zetten? http://blog.seniorennet.be/taaldemocratie
Vriendelijke groeten,
Dan Van Herpe
******************************************************
Beste,
Zelf heb ik jaren geleden het idee van het Esperanto grondig bekeken en bestudeerd. Ik had er in oorsprong zelfs sympathie voor. Dit om maar te zeggen dat mijn houding niet 'a priori' afwijzend is. Maar mijn gedrevenheid om met taal bezig te zijn en ook mijn ervaring in de praktijk leerde me al snel dat taal en er boeiend mee bezig zijn tegenover een publiek van vlees en bloed niet kan op een kunstmatige manier. En dat is het Esperanto - hoe je het ook draait of keert - onvermijdelijk. Taal groeit, taal ontstaat niet. Taal is er, taal kan niet worden gecreëerd. Er kan hoogstens wat aan worden geschaafd, gesleuteld, hier en daar wat gestuurd en bijgestuurd. Een taalcommissie kan bepaalde regels uitvaardigen, maar als de eigenlijke gebruikers van de taal die regels aan hun laars lappen en blijven lappen, vermag een taalcommissie daar niets tegen en moet zij uiteindelijk (wat al meermaals in het verleden is gebeurd) haar eigen regels herroepen en zich aan de wil van het volk (de enige echte eigenaars van de taal) onderwerpen. Taal is een natuurlijke reflex om te communiceren, geen kunstmatige schepping. Als kind is een geheimtaal creëren en zelfs onder gelijkgezinden gebruiken een boeiend spel. Maar als schrijver interesseert je niet meer zozeer het spel van de geheimtaal, maar de kracht van het zeggen. Esperanto evolueert vooral in de clubjes die het Esperanto hopen te doen leven. Het zijn slechts clubjes. Tegenover het hele taaluniversum zijn het kleine groepen van mensen - en inderdaad in veel gevallen en typerend academici - die zich onder elkaar amuseren met dat spel van de geheimtaal. Of gelooft u echt - maar dan echt - dat het Esperanto ooit de muren van die clubjes zal verlaten en werkelijk door mensen in de straten zal gesproken worden? Ik geloof het niet. Ik bedoel: ik geloof het niet dat zelfs u dat gelooft...
Maar op zich heb ik daar geen probleem mee. Ik ga niet op straat komen of zelfs pamfletten schrijven tegen het Esperanto. Integendeel. Ik vind elke vorm van taalbeoefening, elke vorm van taalexperiment een interessant gegeven. Ik vind het Esperanto net zo interessant als de experimenten van jongeren met SMS-taal. Zolang men er zich maar van bewust blijft dat het om een experiment gaat. Zodra men oproept om op de barricades te gaan staan om natuurlijke taalevoluties tegen te houden (het Engels dat overal doordringt, de SMS-taal van jongeren,...) en in de plaats iets kunstmatigs wil poneren, krijg ik allergische reacties, zoals - toegegeven - onderstaande reactie van mij wellicht is. Ik moet u trouwens bedanken voor uw mail. Omdat - voor of tegen het Esperanto - dit soort mails een mens aanzetten om over zijn taal na te denken. En dat is altijd goed, wat ook de uitkomst van dat denken is. En dat is ook mijn betrachting met wat velen wellicht een heftige reactie zullen vinden. Ik wil ook u aanzetten tot nadenken. Ik wil niemand bekeren. Ik wil geen missionaris van mijn taal zijn. Omdat de taal, ik zei het reeds, voor mij slechts een instrument is en geen streven, geen doel op zich. Wat veel belangrijker is, is wat die taal uitdrukt. Wat onder de tekens schuilgaat.
En uiteraard is mijn reactie, mijn misschien allerigsche reactie, een visie zoals een andere. En ik ben er wellicht samen met u heel gelukkig om dat er veel visies zijn en niet één 'juiste' visie: de uwe of de mijne. Zeker in taal (zoals in cultuur en kunst in het algemeen) is verscheidenheid interessant en belangrijk. Anders word ik geen 'Vlaamse', maar vooral een 'arme' schrijver in de niet materiële betekenis.
Hoewel mijn reactie niet echt bedoeld is om te publiceren, maar gewoon een persoonlijke en emotionele bedenking was bij uw mail heb ik er evenwel geen bezwaar tegen dat u ze op uw blog gebruikt, zolang dat maar in een juiste en eerlijke context gebeurt. Eventueel samen met deze reactie, die de vorige aanvult. Al was het maar in de naam van de 'taaldemocratie', waarvoor u in mij zeker en vast wél een bondgenoot zult vinden. ;-)
Vriendelijke groet,
Geert De Kockere
******************************************************
Op 19-feb-08, om 21:14 heeft Dan Van Herpe het volgende geschreven:
Wederom gegroet,
Ik heb uw naam even ingetikt in Google en ben zo te weten gekomen dat u inderdaad een, zelfs gelauwerde, Vlaamse (= wonend in Vlaanderen, meer moet u daar niet achter zoeken) schrijver bent die niet eens zo ver van mijn deur woont.
Nog vlug enkele losse bedenkingen.
Het is inderdaad mijn bedoeling om mensen aan te zetten na te denken over taal en meer bepaalde over de praktische problemen die taalgebruik met zich meebrengt omwille van de taalverscheidenheid en, als het effe kan, op een onbevooroordeelde, objectieve manier, met een open geest (geen enkele oplossing a priori uitsluitend) en een beetje gezond (Kempisch) boerenverstand.
Je kan in iedere taal, dus ook in het Esperanto, 'boeiend bezig zijn tegenover een publiek van vlees en bloed'.
Ook het standaardnederlands is een kunstmatige schepping, want gestandaardiseerd. Het is voor vele Vlamingen een kunstmatige taal die, via het onderwijs, is aangeleerd. De meeste mensen zijn opgegroeid in hun moedertaal: het dialect of, in het beste geval, het verkavelingsvlaams. Niet voor niets dat het voor velen een probleem is zich vlot uit te drukken in die kunstmatige moedertaal. Wat is er trouwens mis met 'kunstmatig' als er geen andere natuurlijke oplossing is. Een kunstmatig verwekte proefbuisbaby groeit toch ook uit tot een volwaardige, natuurlijke mens.
Het Esperanto is de tijd van de clubjes ontgroeid: via het internet worden dagelijks wereldwijde contacten gelegd. Ik heb de laatste weken contacten gehad met een Rus, een Chinees, een Amerikaan en een Zuid-amerikaan: mensen van vlees en bloed. Een boeiende bezigheid. En dat via een taal die de gemiddelde intellectueel in enkele maanden leert en waarvan mensen die het kunnen weten, zeggen:
“Wat uitdrukkingsmogelijkheden met het Eo betreft, komt geen enkele andere taal die ik ken op gelijke hoogte.” (de befaamde taalkundige Paul Ariste uit Tartu, die behalve Eo enkele tientallen talen beheerst)
Het feit dat het voorlopig (?) 'slechts kleine groepen van mensen zijn die zich onder elkaar amuseren' zegt niets over de kwaliteiten van het Esperanto: de kwaliteit van een taal wordt niet bepaald door het aantal sprekers. 'PEN international' (een internationale vereniging van Poets, Playwrights, Essayist and Novelists) heeft na jaren grondige studie een afdeling PEN-Esperanto aanvaard. Esperanto is dus een volwaardige taal! (Uit Wikipedia: De organisatie heeft op dit moment (2005) 141 centra in 99 landen en is georganiseerd naar taalgebied.)
Of ikzelf geloof dat Esperanto ooit werkelijk door mensen in de straten zal gesproken worden? Ik heb geen glazen bol. Jules Verne werd ook uitgelachen omdat hij reizen naar de maan beschreef. Ik wil in ieder geval mijn steentje bijdragen. Ik wil in ieder geval niet kritiekloos achter de angelsaksische taalkundig-culturele vlag marcheren.
Om een ander voorbeeld aan te halen: ik ijverde twintig jaar geleden reeds voor rookvrije vergaderingen (op school) en rookvrije familiefeesten. Dat werd mij toen niet in dank afgenomen...
Ik wil ook geen missionaris zijn, zelfs niet van het Esperanto. Ik wil enkel pleiten voor een oplossing, voor de meest democratische-economische-fundamentele oplossing van het internationaal communicatieprobleem. Die bestaat er niet in iedereen minimum twee vreemde talen te laten leren zoals de Europese Commisie voorhoudt. Die bestaat in het aanvaarden van één gent-taal (gemeenschappelijke, eenvoudige, neutrale, tweede) als brugtaal tussen mensen die verschillende talen spreken. (Tenminste als je niet voor de wet van de jungle: het recht van de sterkste, wil kiezen.) En dat mag u vooral niet beletten in uw standaardmoedertaal boeiend bezig te zijn voor een publiek van vlees en bloed!
Ik geloof, beste, dat wij elkaar nooit zullen overtuigen. Dat hoeft ook niet. Ik hoop echter wél dat u van uw allergie voor het Esperanto afraakt, want dat is intellectueel niet gezond :-) Dit lukt wel als u uw emoties wat corrigeert door de 'ratio'. ;-)
"Amikajn salutojn"
Dan Van Herpe
******************************************************
Goeie avond,
De tijd - zoals zo vaak - brengt wellicht raad in deze onvoorspelbare taalkwestie. Alleen binnen onafzienbare tijd zullen we weten (als we het al zullen weten) wat er van onze moedertaal (het Nederlands), het oprukkende Engels of het Esperanto zal zijn geworden, om het even wat plechtiger uit te drukken. Tot zolang is het een vorm van virtuele waarzeggerij, zowel van de ene als van de andere partij. En zo zijn er veel partijen. Maar net dat onbestemde, dat nog raadselachtige, niet honderd procent voorspelbare maakt dit soort discussies ook wel boeiend. Want mochten we nu al weten waar het uiteindelijk allemaal naartoe gaat, dan zou er ook niet meer worden over nagedacht, gepraat, gediscussieerd. Misschien zou het dan zelfs helemaal niet boeiend meer zijn.
Mijn reacties lezen wellicht heftiger dan ze zijn bedoeld, maar in debatten is het vaak de rol die men voor mij heeft voorzien. En een goed acteur moet zijn rol goed spelen... ;-) Wat ik bedoel, is dat ik meestal ook de eerste ben om te relativeren. Zowel het standpunt van anderen als m'n eigen standpunt. Nogmaals: het Esperanto vind ik op zich een boeiend fenomeen, maar ik heb er duidelijk mijn vragen bij of het een nuttig fenomeen is. Maar het feit dat het een fenomeen is en ik het bovendien ook een boeiend fenomeen vind, is voor mij meer dan voldoende om de tijd te nemen om erover na te denken en op uw mail te reageren. Want ik doe dat zelden. Of u nu gelijk heeft of ik, doet er in feite ook niet zoveel toe. Wij zullen hoe dan ook slechts de rol krijgen van waarnemers (ook al zouden we dat misschien wel graag anders zien) in een proces dat zich in de ene of de andere richting zal voltrekken. Als een soort stoet, ommegang, demonstratie die door de straten van een stad trekt. Als individu in die stoet zou je op een gegeven moment misschien wel een zijstraat willen inslaan, maar dat zal je niet lukken of je zal zeker de route van de stoet niet kunnen verleggen. Zo zal het ook vermoedelijk (en wellicht meer dan vermoedelijk) met onze taal gebeuren, gedragen door de stoet van de massa.
Ik heb daarom als schrijver besloten om mij vooral toe te leggen op de schoonheid van de taal die mij eigen is. En dat is toevallig het Nederlands geworden. Maar ik heb er geen moeite mee dat dit Nederlands evolueert, zelfs sterk beïnvloed wordt door een andere taal. Zolang het voor mij persoonlijk maar als een verrijking geldt en/of een mogelijkheid om mijn gedachten nog beter of nog mooier uit te drukken. Het voordeel van schrijver zijn, is dat je tot op zekere hoogte ook eigen, nieuwe woorden aan de taal kunt toevoegen. Tijdelijk althans. Zolang de lezer leest wat je hebt opgeschreven. En het ook begrijpt.
Wat ik eigenlijk heb willen vertellen en wil vertellen, heb ik zopas in een soort van boutade (maar boutades zijn soms gevaarlijk en kunnen zich onverwacht tegen je keren) proberen samen te vatten: 'Geen enkele taal, zelfs niet de moedertaal, is het waard om ervoor te strijden. Alleen de gedachten die zij verwoordt, zijn dat heel misschien.' En om mezelf dan meteen ook maar weer te relativeren: mocht ik in een andere tijd dan deze hebben geleefd, zou ik zelf deze boutade misschien grote onzin vinden. Ik denk aan 'Leuven Vlaams' bijvoorbeeld. Maar ik leef in de tijd waarin ik leef en kan alleen vanuit deze tijd reageren.
Het was me alvast aangenaam om het daarover met u te hebben.
Groet,
Geert De Kockere
******************************************************
Beste,
Zeer bedankt voor uw openhartige reacties. U deed alvast de moeite om te reageren. Ik vecht al 10 jaar voor taaldemocratie. Ik heb iets meer dan 100 dergelijke mails verstuurd naar pers, media, politici, academici (rectoren), culturele verenigingen (davidsfonds, willemsfonds, vermeylenfonds). Ik weet reeds bij voorbaat dat 95 % daarop niet zal reageren, de mail zelfs niet volledig zal lezen zodra men het woord 'Esperanto' tegenkomt. En de overige 5 % zal waarschijnlijk negatief zijn. Van die 100 heb ik er 50 naar collega's van u verstuurd in de hoop dat mensen die dagelijks met taal bezig zijn meer open staan voor deze problematiek.Van pers en media moet je geen objectieve informatie over Esperanto verwachten. Daarom grijp ik gelegenheden als 'de internationale dag van de moedertaal' te baat om zoveel mogelijk mensen te informeren en om een reactie uit te lokken. Zolang de basis zich niet roert in dit debat, zullen politci en journalisten niet geneigd zijn hun nek uit te steken omdat ze vrezen zich belachelijk te maken in de ogen van andere 'intellectuelen'.
Dit wilde ik nog kwijt.
Ik denk wel dat uw houding t.o.v. het Esperanto nu iets genuanceerder is dan enkele dagen geleden. Dat maakt het de moeite waard.
Ik sluit hierbij de dialoog af.
'Geen enkele taal, zelfs niet de moedertaal, is het waard om ervoor te strijden.' Taaldemocratie is het voor mij wel waard om ervoor te strijden.
Vriendelijke eindgroeten,
Dan Van Herpe