Naar de inhoud

Taaldemocratie

Taalkundig-culturele democratie kan slechts gerealiseerd worden door gebruik van een Gemeenschappelijke, Eenvoudige, Neutrale, Tweede (= G.E.N.T.) taal, zoals het Esperanto.
akke.beakke.be

21 februari: Internationale dag van de moedertaal

Ter gelegenheid van de Internationale dag van de moedertaal verstuurde ik onderstaand bericht o.a. naar enkele tientallen Vlaamse auteurs.

********************************************************************************************

2008 - Internationaal jaar van de talen - Europees jaar van de interculturele dialoog
21 februari: Internationale Dag van de Moedertaal


Geachte Vlaamse schrijver,


Vier leden van de interparlementaire commissie Taalunie (Tan,Van Kerrebroeck, Schinkelshoek en Caron) stelden in het artikel: Uitdaging, fait accompli of blessing? van de Vlaamse krant 
De Standaard  (31/01/08, pag.25):


Wij willen dat meertaligheid gebouwd is op een sokkel: een goede kennis en de beheersing van het Nederlands.


In een reactie aan de vier voegde ik daaraan toe: Die sokkel verdient een stevig fundament: Esperanto! In de praktijk echter zien we dat één bepaalde moedertaal op een sokkel geplaatst wordt en als een gouden kalf aanbeden. Haar sprekers krijgen zomaar de status van eersterangsburgers: enkel en alleen omdat ze toevallig in een bepaald land geboren zijn, krijgen zij het voorrecht altijd en overal hun moedertaal te mogen spreken. Daarmee wordt de overgrote meerderheid van de Europese talen/burgers gediscrimineerd want gedegradeerd tot tweederangstalen/-burgers. Men houdt ons nochtans voor dat alle talen/burgers gelijk zijn! Heeft bijgevolg niet iédere Europeaan het recht om zonder communicatieproblemen te kunnen reizen en verblijven in 'zijn' Europese Unie?


Ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Moedertaal wil ik deze boodschap anders verbeelden. Ik bied u een eenvoudige tekening aan die laat zien hoe een eeuwenoud probleem op een eenvoudige manier met behulp van een eenvoudige taal op een democratische manier en met respect voor ieders taal en cultuur kan worden opgelost. (http://claudepiron.free.fr/articlesenneerlandais/drietaligeuropeaan.htm) Deze optie biedt op de koop toe een meerwaarde in de studie van de eigen moedertaal en vergemakkelijkt het leren van andere talen. (http://www.esperanto.be/fel/nl/esym7.html; http://www.springboard2languages.org/natlang.htm)


Kijk bij gelegenheid ook eens op http://forums.ec.europa.eu/multilingualism/ waar eurocommissaris voor meertaligheid, Leonard Orban, het vuur aan de schenen gelegd wordt omwille van zijn gratuite uitlating over het Esperanto: De woordenschat van een kunsttaal als Esperanto is nauwelijks beproefd in de sociale en culturele praktijk.


Over Esperanto: uitdrukkingsmiddel tot cultuur vindt u meer op http://www.esperanto.be/fel/nl/esym10.php 


Ik wens u een gelukkige moedertaaldag!

             

                                                                                

 

 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 14:39 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Geert De Kockere23 februari 2008 om 14:51

Moedertaaldag

Excuseer, ik ben geen Vlaamse schrijver, maar een schrijver. Onder welke lettertekens mijn gedachten op papier of op welke drager ook komen, maakt mij niet uit. Als geen ander ben ik met taal bezig. Dag in, dag uit, voor kinderen, voor volwassenen. En ja, in het Nederlands. Maar ik huiver van mensen die ijveren voor een absoluut behoud van hun eigen moedertaal. Het is een belachelijke en enigszins zielige vertoning. Een achterhoedegevecht ook. Alsof je een tsunami met een strandemmertje te lijf wil gaan...


De taal is slechts een primitief middel om uit te drukken wat we denken. Hoe vaak op een dag zeg je of denk je niet: hoe zal ik dat eens zeggen? Een mooi bewijs van dat primitieve karakter van onze taal. De taal op zich (Nederlands, Frans, Duits, Engels,...) moet dus niet verheven worden als taal. De taal heeft slechts als taak om ons te dienen (en niet andersom) bij het uitdrukken van onze gedachten. Of dat nu in het Nederlands, het Engels, het Frans of het Hottentots is, maakt mij in feite niets uit. Integendeel. Ik juich een veralgemening naar bijvoorbeeld het Engels heel erg toe. Hoewel ik in mijn werk vooral van woordspelingen hou en dus in dat opzicht vooral aan mijn Nederlandse taal vasthang, sta ik zeker niet weigerachtig tegenover een nog grotere introductie van het Engels. Waarom zou ik mij als schrijver verzetten tegen de mogelijkheid dat mijn gedachten die ik in woorden probeer uit te drukken nog door meer mensen kunnen gelezen en begrepen worden? Ik zou zot wezen als ik dat zou tegenhouden. En of je het nu graag hebt of niet, we evolueren langzaam maar zeker naar een grotere taalgroep. En dat zal ongetwijfeld het Engels worden, waarbij de verschillende andere talen beetje voor beetje worden opgeslorpt en wij, Vlamingen, aan het eind een soort dialect van het Engels zullen spreken en schrijven. En zo zal het ook andere taalgroepen vergaan. Ik rouw daar niet om. Want aan dat eind (maar ik zal het helaas zelf niet meer meemaken) zullen de uitgeschreven gedachten van wat u nu 'Vlaamse' schrijvers noemt ook in de rest van de wereld zonder vertalingen kunnen gelezen en gesmaakt worden. Nogmaals: een schrijver zou zot zijn om dit als een negatieve evolutie te zien. Ik hou van evoluties. Een taal moet leven. Zo is de invloed van jongeren met allerlei vreemde, nieuwe woorden voor een taal bijzonder fris, deugddoend en stimulerend om de gedachten nog beter uit te drukken. Ook daartegen proberen eenzame zielen ten strijde te trekken. SMS-taal kan bijvoorbeeld bijzonder verrijkend zijn voor een taal. Als we alle woorden uit onze taal zouden bannen, die in de loop van de taalevolutie op die manier tot onze standaardtaal zijn gaan behoren, zouden we niet zo heel veel woorden meer overhouden...


Esperanto doet me helemaal rillen. Doder dan dat kan een taal niet (meer) zijn. U tekent ze terecht onder de grond... Symbolischer kan haast niet, ook al bent u zich daar wellicht niet van bewust... De evolutie van een taal kan en zal nooit theoretisch zijn. De evolutie van de taal komt vanuit de mensen zelf. Gelukkig maar. Esperanto heeft de status van dode taal en zal die status voor altijd behouden. Begraven. Amen en uit. Ik hou van het leven en van de levende dingen.


Het ga u verder goed...


Vriendelijke groet,


Geert De Kockere

******************************************************
Op 19-feb-08, om 17:45 heeft Dan Van Herpe het volgende geschreven:


Geachte,

Hartelijk dank voor uw reactie. Ik beschouw ze als een visie zoals een andere. Ik was mij zeer bewust van het feit dat mijn tekening kon geïnterpreteerd worden zoals u dat doet.

Mag ik u er toch op wijzen dat ook het Esperanto op een natuurlijke wijze evolueert vermits het een levende taal is, die dagelijks wereldwijd o.a. op het internet door honderduizenden gebruikt wordt, die literatuur, poëzie, toneel, muziek, radio-uitzendingen enz. genereert. De Schotse Esperantodichter William Auld werd reeds verschillende keren voorgesteld voor de Nobelprjs literatuur; de academie voor wetenschappen AIS biedt een vijftalig platform voor wetenschappers met als voertaal Esperanto; de Wereldesperantobond wordt dit door 2 europarlementairen voorgesteld voor de Nobelprijs voor de vrede. Niet onaardig voor een dode taal, niet? Ik kan zo nog wel even doorgaan, hoor, maar ik denk niet dat het veel zin heeft t.o.v. iemand die een a priori afwijzende houding aanneemt. Het is uw goed recht, maar ik vind het intellectueel oneerlijk.

Mag ik uw reactie op mijn blog zetten? http://blog.seniorennet.be/taaldemocratie


Vriendelijke groeten,


Dan Van Herpe
******************************************************

Beste,


Zelf heb ik jaren geleden het idee van het Esperanto grondig bekeken en bestudeerd. Ik had er in oorsprong zelfs sympathie voor. Dit om maar te zeggen dat mijn houding niet 'a priori' afwijzend is. Maar mijn gedrevenheid om met taal bezig te zijn en ook mijn ervaring in de praktijk leerde me al snel dat taal en er boeiend mee bezig zijn tegenover een publiek van vlees en bloed niet kan op een kunstmatige manier. En dat is het Esperanto - hoe je het ook draait of keert - onvermijdelijk. Taal groeit, taal ontstaat niet. Taal is er, taal kan niet worden gecreëerd. Er kan hoogstens wat aan worden geschaafd, gesleuteld, hier en daar wat gestuurd en bijgestuurd. Een taalcommissie kan bepaalde regels uitvaardigen, maar als de eigenlijke gebruikers van de taal die regels aan hun laars lappen en blijven lappen, vermag een taalcommissie daar niets tegen en moet zij uiteindelijk (wat al meermaals in het verleden is gebeurd) haar eigen regels herroepen en zich aan de wil van het volk (de enige echte eigenaars van de taal) onderwerpen. Taal is een natuurlijke reflex om te communiceren, geen kunstmatige schepping. Als kind is een geheimtaal creëren en zelfs onder gelijkgezinden gebruiken een boeiend spel. Maar als schrijver interesseert je niet meer zozeer het spel van de geheimtaal, maar de kracht van het zeggen. Esperanto evolueert vooral in de clubjes die het Esperanto hopen te doen leven. Het zijn slechts clubjes. Tegenover het hele taaluniversum zijn het kleine groepen van mensen - en inderdaad in veel gevallen en typerend academici - die zich onder elkaar amuseren met dat spel van de geheimtaal. Of gelooft u echt - maar dan echt - dat het Esperanto ooit de muren van die clubjes zal verlaten en werkelijk door mensen in de straten zal gesproken worden? Ik geloof het niet. Ik bedoel: ik geloof het niet dat zelfs u dat gelooft...


Maar op zich heb ik daar geen probleem mee. Ik ga niet op straat komen of zelfs pamfletten schrijven tegen het Esperanto. Integendeel. Ik vind elke vorm van taalbeoefening, elke vorm van taalexperiment een interessant gegeven. Ik vind het Esperanto net zo interessant als de experimenten van jongeren met SMS-taal. Zolang men er zich maar van bewust blijft dat het om een experiment gaat. Zodra men oproept om op de barricades te gaan staan om natuurlijke taalevoluties tegen te houden (het Engels dat overal doordringt, de SMS-taal van jongeren,...) en in de plaats iets kunstmatigs wil poneren, krijg ik allergische reacties, zoals - toegegeven - onderstaande reactie van mij wellicht is. Ik moet u trouwens bedanken voor uw mail. Omdat - voor of tegen het Esperanto - dit soort mails een mens aanzetten om over zijn taal na te denken. En dat is altijd goed, wat ook de uitkomst van dat denken is. En dat is ook mijn betrachting met wat velen wellicht een heftige reactie zullen vinden. Ik wil ook u aanzetten tot nadenken. Ik wil niemand bekeren. Ik wil geen missionaris van mijn taal zijn. Omdat de taal, ik zei het reeds, voor mij slechts een instrument is en geen streven, geen doel op zich. Wat veel belangrijker is, is wat die taal uitdrukt. Wat onder de tekens schuilgaat.


En uiteraard is mijn reactie, mijn misschien allerigsche reactie, een visie zoals een andere. En ik ben er wellicht samen met u heel gelukkig om dat er veel visies zijn en niet één 'juiste' visie: de uwe of de mijne. Zeker in taal (zoals in cultuur en kunst in het algemeen) is verscheidenheid interessant en belangrijk. Anders word ik geen 'Vlaamse', maar vooral een 'arme' schrijver in de niet materiële betekenis.


Hoewel mijn reactie niet echt bedoeld is om te publiceren, maar gewoon een persoonlijke en emotionele bedenking was bij uw mail heb ik er evenwel geen bezwaar tegen dat u ze op uw blog gebruikt, zolang dat maar in een juiste en eerlijke context gebeurt. Eventueel samen met deze reactie, die de vorige aanvult. Al was het maar in de naam van de 'taaldemocratie', waarvoor u in mij zeker en vast wél een bondgenoot zult vinden. ;-)


Vriendelijke groet,


Geert De Kockere

******************************************************
Op 19-feb-08, om 21:14 heeft Dan Van Herpe het volgende geschreven:


Wederom gegroet,

Ik heb uw naam even ingetikt in Google en ben zo te weten gekomen dat u inderdaad een, zelfs gelauwerde, Vlaamse (= wonend in Vlaanderen, meer moet u daar niet achter zoeken) schrijver bent die niet eens zo ver van mijn deur woont.

Nog vlug enkele losse bedenkingen.

Het is inderdaad mijn bedoeling om mensen aan te zetten na te denken over taal en meer bepaalde over de praktische problemen die taalgebruik met zich meebrengt omwille van de taalverscheidenheid en, als het effe kan, op een onbevooroordeelde, objectieve manier, met een open geest (geen enkele oplossing a priori uitsluitend) en een beetje gezond (Kempisch) boerenverstand.

Je kan in iedere taal, dus ook in het Esperanto, 'boeiend bezig zijn tegenover een publiek van vlees en bloed'.

Ook het standaardnederlands is een kunstmatige schepping, want gestandaardiseerd. Het is voor vele Vlamingen een kunstmatige taal die, via het onderwijs, is aangeleerd. De meeste mensen zijn opgegroeid in hun moedertaal: het dialect of, in het beste geval, het verkavelingsvlaams. Niet voor niets dat het voor velen een probleem is zich vlot uit te drukken in die kunstmatige moedertaal. Wat is er trouwens mis met 'kunstmatig' als er geen andere natuurlijke oplossing is. Een kunstmatig verwekte proefbuisbaby groeit toch ook uit tot een volwaardige, natuurlijke mens.

Het Esperanto is de tijd van de clubjes ontgroeid: via het internet worden dagelijks wereldwijde contacten gelegd. Ik heb de laatste weken contacten gehad met een Rus, een Chinees, een Amerikaan en een Zuid-amerikaan: mensen van vlees en bloed. Een boeiende bezigheid. En dat via een taal die de gemiddelde intellectueel in enkele maanden leert en waarvan mensen die het kunnen weten, zeggen:
“Wat uitdrukkingsmogelijkheden met het Eo betreft, komt geen enkele andere taal die ik ken op gelijke hoogte.” (de befaamde taalkundige Paul Ariste uit Tartu, die behalve Eo enkele tientallen talen beheerst)


Het feit dat het voorlopig (?) 'slechts kleine groepen van mensen zijn die zich onder elkaar amuseren' zegt niets over de kwaliteiten van het Esperanto: de kwaliteit van een taal wordt niet bepaald door het aantal sprekers. 'PEN international' (een internationale vereniging van Poets, Playwrights, Essayist and Novelists) heeft na jaren grondige studie een afdeling PEN-Esperanto aanvaard. Esperanto is dus een volwaardige taal! (Uit Wikipedia: De organisatie heeft op dit moment (2005) 141 centra in 99 landen en is georganiseerd naar taalgebied.)


Of ikzelf geloof dat Esperanto ooit werkelijk door mensen in de straten zal gesproken worden? Ik heb geen glazen bol. Jules Verne werd ook uitgelachen omdat hij reizen naar de maan beschreef. Ik wil in ieder geval mijn steentje bijdragen. Ik wil in ieder geval niet kritiekloos achter de angelsaksische taalkundig-culturele vlag marcheren.
Om een ander voorbeeld aan te halen: ik ijverde twintig jaar geleden reeds voor rookvrije vergaderingen (op school) en rookvrije familiefeesten. Dat werd mij toen niet in dank afgenomen...


Ik wil ook geen missionaris zijn, zelfs niet van het Esperanto. Ik wil enkel pleiten voor een oplossing, voor de meest democratische-economische-fundamentele oplossing van het internationaal communicatieprobleem. Die bestaat er niet in iedereen minimum twee vreemde talen te laten leren zoals de Europese Commisie voorhoudt. Die bestaat in het aanvaarden van één gent-taal (gemeenschappelijke, eenvoudige, neutrale, tweede) als brugtaal tussen mensen die verschillende talen spreken. (Tenminste als je niet voor de wet van de jungle: het recht van de sterkste, wil kiezen.) En dat mag u vooral niet beletten in uw standaardmoedertaal boeiend bezig te zijn voor een publiek van vlees en bloed!


Ik geloof, beste, dat wij elkaar nooit zullen overtuigen. Dat hoeft ook niet. Ik hoop echter wél dat u van uw allergie voor het Esperanto afraakt, want dat is intellectueel niet gezond :-) Dit lukt wel als u uw emoties wat corrigeert door de 'ratio'. ;-)


"Amikajn salutojn"


Dan Van Herpe

******************************************************

Goeie avond,


De tijd - zoals zo vaak - brengt wellicht raad in deze onvoorspelbare taalkwestie. Alleen binnen onafzienbare tijd zullen we weten (als we het al zullen weten) wat er van onze moedertaal (het Nederlands), het oprukkende Engels of het Esperanto zal zijn geworden, om het even wat plechtiger uit te drukken. Tot zolang is het een vorm van virtuele waarzeggerij, zowel van de ene als van de andere partij. En zo zijn er veel partijen. Maar net dat onbestemde, dat nog raadselachtige, niet honderd procent voorspelbare maakt dit soort discussies ook wel boeiend. Want mochten we nu al weten waar het uiteindelijk allemaal naartoe gaat, dan zou er ook niet meer worden over nagedacht, gepraat, gediscussieerd. Misschien zou het dan zelfs helemaal niet boeiend meer zijn.


Mijn reacties lezen wellicht heftiger dan ze zijn bedoeld, maar in debatten is het vaak de rol die men voor mij heeft voorzien. En een goed acteur moet zijn rol goed spelen... ;-) Wat ik bedoel, is dat ik meestal ook de eerste ben om te relativeren. Zowel het standpunt van anderen als m'n eigen standpunt. Nogmaals: het Esperanto vind ik op zich een boeiend fenomeen, maar ik heb er duidelijk mijn vragen bij of het een nuttig fenomeen is. Maar het feit dat het een fenomeen is en ik het bovendien ook een boeiend fenomeen vind, is voor mij meer dan voldoende om de tijd te nemen om erover na te denken en op uw mail te reageren. Want ik doe dat zelden. Of u nu gelijk heeft of ik, doet er in feite ook niet zoveel toe. Wij zullen hoe dan ook slechts de rol krijgen van waarnemers (ook al zouden we dat misschien wel graag anders zien) in een proces dat zich in de ene of de andere richting zal voltrekken. Als een soort stoet, ommegang, demonstratie die door de straten van een stad trekt. Als individu in die stoet zou je op een gegeven moment misschien wel een zijstraat willen inslaan, maar dat zal je niet lukken of je zal zeker de route van de stoet niet kunnen verleggen. Zo zal het ook vermoedelijk (en wellicht meer dan vermoedelijk) met onze taal gebeuren, gedragen door de stoet van de massa.


Ik heb daarom als schrijver besloten om mij vooral toe te leggen op de schoonheid van de taal die mij eigen is. En dat is toevallig het Nederlands geworden. Maar ik heb er geen moeite mee dat dit Nederlands evolueert, zelfs sterk beïnvloed wordt door een andere taal. Zolang het voor mij persoonlijk maar als een verrijking geldt en/of een mogelijkheid om mijn gedachten nog beter of nog mooier uit te drukken. Het voordeel van schrijver zijn, is dat je tot op zekere hoogte ook eigen, nieuwe woorden aan de taal kunt toevoegen. Tijdelijk althans. Zolang de lezer leest wat je hebt opgeschreven. En het ook begrijpt.


Wat ik eigenlijk heb willen vertellen en wil vertellen, heb ik zopas in een soort van boutade (maar boutades zijn soms gevaarlijk en kunnen zich onverwacht tegen je keren) proberen samen te vatten: 'Geen enkele taal, zelfs niet de moedertaal, is het waard om ervoor te strijden. Alleen de gedachten die zij verwoordt, zijn dat heel misschien.' En om mezelf dan meteen ook maar weer te relativeren: mocht ik in een andere tijd dan deze hebben geleefd, zou ik zelf deze boutade misschien grote onzin vinden. Ik denk aan 'Leuven Vlaams' bijvoorbeeld. Maar ik leef in de tijd waarin ik leef en kan alleen vanuit deze tijd reageren.


Het was me alvast aangenaam om het daarover met u te hebben.


Groet,
Geert De Kockere

******************************************************

Beste,

Zeer bedankt voor uw openhartige reacties. U deed alvast de moeite om te reageren. Ik vecht al 10 jaar voor taaldemocratie. Ik heb iets meer dan 100 dergelijke mails verstuurd naar pers, media, politici, academici (rectoren), culturele verenigingen (davidsfonds, willemsfonds, vermeylenfonds). Ik weet reeds bij voorbaat dat 95 % daarop niet zal reageren, de mail zelfs niet volledig zal lezen zodra men het woord 'Esperanto' tegenkomt. En de overige 5 % zal waarschijnlijk negatief zijn. Van die 100 heb ik er 50 naar collega's van u verstuurd in de hoop dat mensen die dagelijks met taal bezig zijn meer open staan voor deze problematiek.Van pers en media moet je geen objectieve informatie over Esperanto verwachten. Daarom grijp ik gelegenheden als 'de internationale dag van de moedertaal' te baat om zoveel mogelijk mensen te informeren en om een reactie uit te lokken. Zolang de basis zich niet roert in dit debat, zullen politci en journalisten niet geneigd zijn hun nek uit te steken omdat ze vrezen zich belachelijk te maken in de ogen van andere 'intellectuelen'.

Dit wilde ik nog kwijt.

Ik denk wel dat uw houding t.o.v. het Esperanto nu iets genuanceerder is dan enkele dagen geleden. Dat maakt het de moeite waard.
Ik sluit hierbij de dialoog af.

'Geen enkele taal, zelfs niet de moedertaal, is het waard om ervoor te strijden.' Taaldemocratie is het voor mij wel waard om ervoor te strijden.

Vriendelijke eindgroeten,

Dan Van Herpe

Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Citaten - varia 2

De Standaard – Opinie & Analyse p. 18 (22/06/04)

 

Zoals in het redactiestatuut en de deontologische code van de nieuwsdienst opgenomen is, stonden onpartijdigheid, afstandelijkheid en een kritische houding centraal. De journalistieke kernopdracht van een openbare omroep is informeren, uitleggen, duiden.

 

****************************************

 

Wij gaan door tot het grote publiek de waarheid kent i.v.m. Esperanto, namelijk dat het een taal is die wereldwijd verspreid is, die goed functioneert, wier efficiëntie reeds meer dan honderd jaar bewezen is en nog dagelijks bewezen wordt. Het feit dat de publieke opinie hiervan niet op de hoogte is, toont aan dat er iets fundamenteels mis is met de manier waarop de pers en de media het publiek informeren. Daarom, doe uw werk zoals u het hoort te doen: zonder vooroordelen, met open geest, eerlijk en objectief. Zeg de waarheid over Esperanto, dan zullen wij u niet meer hoeven lastig te vallen. 

 

 

Ni neniam rezignos ghis la publiko scios la veron. La vero pri Eo ne estas konata de la ghenerala publiko. Ghi ne scias, ke Esperanto ekzistas, bone funkcias, estas disvastigita en la tuta mondo, povas utili al chiu. Tiu nescio montras, ke estas io trompa, misprezenta au almenau serioze nekompleta, en la maniero, lau kiu la amaskomunikiloj informas la publikon. Diru la veron pri Esperanto, kaj kiam la tuta loghantaro ghin scios. Post kiam vi estos farintaj vian laboron honeste kaj objektive, ni ne plu bezonos gheni vin.

 

 

****************************************

 

Jean-Luc Dehaene (CD&V)

                             

Wij onderschatten nog altijd het psychologisch effect van een stuk Europa in je hand of zak te hebben. Je creëert nu een grensgevoel doordat je telkens een andere munt nodig hebt.

 

(Gemakshalve gaat hij echter voorbij aan die andere grens, met een nog veel groter psychologisch effect: de taalgrens.)

 

 De Morgen - 19 juni 2001 - bijlage: In de ban van Europa (deel 1) – pag. 5: ‘Europa is antwoord op uitdaging van 21ste eeuw’.

 

****************************************

 

André Flahaut (PS) – Minister van Defensie

 

“Wereldwijde eentaligheid is niet goed. Taalrijkdom is belangrijk. Ik heb liever geen taalmonopolie van het Engels dat de VS nog machtiger maakt en ons allemaal in dezelfde kneedvorm zou duwen.

 

De Morgen - 31/01/’04,  pag. 4

 

****************************************

 

Shimon Peres (Israël)

 

In het radioprogramma “Titaantjes” (16/12/2001) haalde Jo Lernout de woorden aan van Shimon Peres, toen hij het, in de betere tijden van Flanders Language Valley, had over het slopen van een muur van niet-communicatie door middel van de L&H vertaaltechnologie:

 

Hoe meer communicatie tussen de mensen, hoe meer kans dat ze mekaar begrijpen en minder haten. (november 1999)

 

****************************************

 

Marc Van Oostendorp

 

… Maar het Nederlands is, vergeleken met de dialecten, ook een kunstmatige taal, die ooit bedacht is.Met als doel een zo groot mogelijk gebied te creëren waar men de Bijbel – de Statenvertaling – kon lezen. Er is geen duidelijk criterium voor een natuurlijke taal… Hetzelfde geldt voor het Duits, dat bedacht is door Luther, het Italiaans dat bedacht is door Dante.

 

Hoogleraar interlinguïstiek en Esperanto aan de universiteit van Amsterdam (een Haagse krant: HN 4 juli  1998)

 

****************************************

 

E.J. Hobsbawm

 

Taal kan niet de basis zijn van een nationale cultuur omdat nationale talen ‘bijna altijd min of meer kunstmatige constructies zijn’

 

Britse historicus – Natie en nationalisme sinds 1780,  blz 74.

 

****************************************

 

Piet Van de Craen

 

Maar op school les krijgen in en/of over een taal wil nog niet zeggen dat je die taal ook beheerst.


"Het taalonderricht zit in een crisis", zegt professor Piet Van de Craen van de Vrije Universiteit Brussel. "Uit een inspectieverslag van 1995 over vreemde talen in het middelbaar bleek dat het Frans - behalve in Brussel - achteruitgaat en dat het met het Duits erg slecht gesteld is. In het middelbaar zijn leraars nogal tevreden over de kennis van het Engels, maar de universiteiten zijn het daar niet mee eens."

 

Marc Spoelders

 

Ook Marc Spoelders van de Universiteit van Gent pleit voor tweetalig onderwijs. Hij heeft drie jaar geleden het vreemde-taalonderricht in de lagere school van naderbij bekeken. In zijn rapport "Frans op de basisschool vergelijkt Spoelders het Frans leren met leren zwemmen:

 

Als je die vergelijking doortrekt, betekent dat vandaag in de meeste klassen van de lagere school dat de leerlingen leren zwemmen van een niet-zwemmer, in de klas, liggend op een krukje. De leerkracht legt uit wat de kinderen moeten doen en splitst de zwembewegingen op in armbeweging, beenbeweging, ademhaling... De leerlingen herhalen eerst wat de leerkracht zegt en gaan vervolgens aan de slag op het krukje in de klas.


Op die manier leren kinderen wel heel wat, maar ze missen ook veel. Watergewenning bijvoorbeeld, die mogelijke angst zou voorkomen als ze écht in een zwembad springen.

Ook Spoelders ziet meertalig onderwijs zitten, maar hij waarschuwt dat het geen elitaire bedoening mag worden.


Taal moet gaan over communicatie, over naar mensen toestappen en ergens bijhoren.

 De Standaard 02/01/2001

 

****************************************

 

Jozef T. Devreese

 

In een vreemde taal is men als een pianist met houten vingers (Poll)

 

Hoogleraar UIA en TU Eindhoven. Uit: Hoe Vlaams zijn de Vlamingen? Davidsfonds Leuven, 2.000,  pag. 64.

 

****************************************

 

Louis Baeck

 

In Vlaanderen kan de amerikanisering rekenen op meer gangmakers, met name de jeugd, de culturele en maatschappelijke elite, de wetenschappers, de mediamensen en laatst maar niet in het minst de managers van het transnationale zakenleven.

 

Professor-emeritus KUL. Uit: Hoe Vlaams zijn de Vlamingen? Davidsfonds Leuven, 2.000, pag. 32

 

****************************************

 

Alexandra De Laet / Guy Tegenbos


Kwart van laag-en middengeschoolden heeft talen nodig. 2001 Europees Jaar van de Talen

 

Vacatures die talenkennis vergen, raken moeilijk ingevuld. Van de vacatures waarin Engels vereist is, wordt 6 tot 7 procent ingevuld met kandidaten die het Engels niet of nauwelijks lezen, begrijpen en spreken, en 12 procent met kandidaten die geen Engels schrijven.


Van de vacatures waarin Frans gevraagd wordt, wordt zeker 10 procent ingevuld met kandidaten die het Frans "weinig of niet" kunnen begrijpen en lezen, en 15 à 20 procent met kandidaten die de taal niet of nauwelijks spreken of schrijven. Voor vacatures met Duits worden 20 procent mensen aangeworven die de Goethe-taal niet begrijpen en lezen, 27 procent die geen Duits spreken en 34 procent die het niet schrijven.
 

De Standaard 02/01/2001

 

****************************************

 

Annick Schramme

 

We zijn inderdaad opnieuw in een fase van cultureel nationalisme aanbeland. Vlaanderen ziet de oorspronkelijke taak van de Vlaamse Beweging plots geactualiseerd: het moet opnieuw opkomen voor de verdediging van taal en cultuur. Ditmaal niet tegen het verfranste België maar tegen een algemene opmars van het Engels binnen de Europese instellingen, aan de universiteiten, in de IT-wereld en het bedrijfsleven.

 

Docente Cultuurmanagement aan de Universiteit Antwerpen. -  "OMTRENT", het tweemaandelijks magazine van het Davidsfonds. Nr 4, Juni 2002, pag. 34

 

****************************************

 

Willem van Oranje

 

Il n’est pas nécessaire d’espérer pour entreprendre ni de réussir pour persévérer.

 

 

****************************************

 

Jan Mulder

 

Het seizoen 2002-2003 zal ook de geschiedenis ingaan als de jaargang waarin Anderlecht zijn naam veranderde in 'RSC Anderlecht Brussels'.Toen ik dat las, stond ik een uur versteend, zegt ex-Anderlecht-vedette Jan Mulder.Dit vind ik van een ongehoordheid, wie dit op zijn geweten heeft, moet onmiddellijk ontslagen worden. Ik bewonder Michel Verschueren, maar dit gaat te ver. Ik heb Paul Van Himst al willen bellen, ik vind dat er iets moet georganiseerd worden om dit te verhinderen, maar ik ben niet zo'n demonstrant.

 

Ik vind dit zelfmoord,  vervolgt Mulder. En dat allemaal voor een paar 'francs' van het Brussels Gewest (...) Dat Engels alleen al, ik zou er een mitrailleur voor boven halen. Laat ons Anderlecht dan liever maar meteen omdopen tot 'FC Manneken Pis'.

 

Het Laatste Nieuws - 09/08/02 p.23

 

****************************************

 

Pelé

"Het Esperanto zal in het algemeen voor sporters, voor de toenadering onder mensen en het vergemakkelijken van vriendschappelijke en sportersrelaties, zeer nuttig zijn."

http://nl.wikipedia.org/wiki/Pel%C3%A9

 

****************************************


Paul Ariste - taalkundige

 

Wat uitdrukkingsvermogen betreft, komt geen enkele van de nationale talen die ik ken op gelijke hoogte met het Esperanto, verklaarde de befaamde taalkundige Paul Ariste uit Tartu, die, behalve Esperanto, enkele tientallen talen beheerste.

 

****************************************

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Een heilzame uitdaging - Het Maaloufrapport

Het Maaloufrapport


http://nieuwsbrief.taalpost.nl/r/tp.plx?2416-753

 

Een groep van intellectuelen deed op initiatief van de Europese Commissie voorstellen voor de interculturele dialoog. In “Een heilzame uitdaging” willen zij de Europese leiders en onze medeburgers een mogelijke richting  aanduiden om Europa tot een hechter geheel te maken ondanks de taalverscheidenheid.

 

Het rapport stelt dat iedere burger drie talen moet kennen: de identiteitsbepalende taal (IBT), een internationale voertaal (IVT) en een persoonlijke adoptietaal (PAT), m.a.w.: de moedertaal plus twee vreemde talen.

 

Wat de IVT betreft, beseffen ze wel dat de meeste mensen vandaag voor Engels kiezen. Maar anderen kiezen mogelijk voor Frans, Spaans, Portugees, Chinees of nog een andere taal.

 De keuze moet ingegeven zijn door de behoeften van een zo breed mogelijke communicatie.

 

Voor de PAT is de keuze praktisch onbeperk, klinkt het. In hun voorstelling is de PAT geen tweede vreemde taal, maar in zekere zin een tweede moedertaal. De keuze wordt bepaald door persoonlijke motieven.

 

Commentaar.

 

1. Het is niet realistisch van de modale burger te verlangen dat hij drie talen zou beheersen gezien de enorme investering van tijd, geld en energie die reeds nodig is voor de studie van één vreemde taal, laat staan van twee!

 

2. Gesteld dat iedere burger tóch drie talen zou leren, dan nog is dit geen garantie dat hij zonder communicatieproblemen kan reizen en verblijven binnen ‘zijn land’, de EU,  wat toch een conditio sine qua non is.

 

3. Er is een contradictie tussen enerzijds: een IVT naar keuze, en anderzijds: “een zo breed mogelijke communicatie”. Dit laatste kan slechts gerealiseerd worden via één gemeenschappelijke voertaal.

Tenzij dit een geraffineerd plan is om de positie van het Engels als dominante IVT te versterken: wie het Engels niet als IVT kiest, kan immers niet anders dan er zijn PAT van maken gezien het belang van kennis van het Engels in de huidige samenleving.

Wie het Engels wél als IVT kiest, zal bovendien eerder geneigd zijn een ‘grote’ taal (Frans, Spaans, Russisch, Chinees…) tot zijn PAT te maken. Stellen dat dit plan de ‘kleinere’ talen een kans geeft, is hypocriet.

 

4. Reeds meer dan 120 jaar verbindt het Esperanto wereldwijd miljoenen mensen vredevol over taalkundige, culturele, levensbeschouwelijke, aardrijkskundige of welke grenzen dan ook heen. Toch gaat de groep van intellectuelen weer straal voorbij aan deze realiteit. Ze heeft evenmin interesse voor de mogelijkheden van een plantaal, zowel wat betreft de taalonderwijsmethodiek als de internationale communicatieproblematie:

- de propedeutische eigenschappen van een plantaal maken ze tot de ideale springplank naar meertaligheid (op basis van persoonlijke behoeften);

- studie van een plantaal leidt tot een diepere kennis van de eigen moedertaal en

- biedt de meest democratische-economische-fundamentele oplossing voor het internationale communicatieprobleem.

Esperanto is bijgevolg het ideale medium om  de door de groep vooropgestelde doeleinden te bereiken: Europa tot een hechter geheel maken met behoud van de eigen identiteit en de taalkundige/culturele waardigheid.

De groep  beweert nochtans dat zij de netelige vragen in alle openheid en nuchterheid wilde aansnijden…

 

5. Zo is het allerminst ondenkbaar dat er door een en dezelfde leraar onlinecursussen worden gegeven aan over heel Europa verspreide leerlingen, waarbij de leerlingen de mogelijkheid hebben de leraar rechtstreeks via hun scherm vragen te stellen. Technische gesproken is dit vandaag de dag absoluut realiseerbaar en de contacten  tussen de sprekers van (en hier vervang ik “een persoonlijke adoptietaal” door) een Gemeenschappelijke, Eenvoudige, Neutrale, Tweede (GENT) taal zouden daardoor wel eens veel frequenter kunnen worden dan met een traditionele taalles.” (pag 28 van het rapport)

 

Slotbedenking.

Indien de groep van intellectuelen de openheid van geest en de moed zou gehad hebben zich te laten adviseren over de bijdrage van het Esperanto aan de interculturele dialoog en het wederzijdsbegrip tussen de burgers in de Europese Unie, dan zou er meer reden geweest zijn om te spreken van een oplossing die zowel ambiteus als realistisch moest zijn. De ondertitel van het rapport zou dan geweest zijn: Hoe Esperanto Europa tot een hechter geheel kan maken met respect voor de taalkundig-culturele verscheidenheid.

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Esperantocursussen officieel georganiseerd door universiteiten en hogescholen

‘Samideano’ Germain Pirlot stelde reeds in 1977 een lijst samen van universiteiten en hogescholen waar Esperanto als officieel vak wordt onderwezen. Deze lijst werd op geregelde tijdstippen geactualiseerd. De laatste aanpassing gebeurde in januari 2008.

 

‘Samideano’ Ir. Leo De Cooman vertaalde deze compilatie uit het Esperanto naar het Nederlands.

 

U vindt deze compilatie op:  http://users.telenet.be/griza_leono/Eo_cursussen_univ-en-hs.htm


Meer info over Esperanto: http://esperanto.start.be/   http://nl.lernu.net/

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 12:55 Reageer op dit bericht

Talen leren is belangrijk

1.  http://forums.ec.europa.eu/multilingualism/languages-for-young-people/

2.  http://forums.ec.europa.eu/multilingualism/do-you-experience-problems-in-your-everyday-life-that-are-due-to-language-difficulties/

 

In forum 1: Talen leren is belangrijk vraagt Europees commissaris voor meertaligheid Leonard Orban aan de Europese burger: waarom vindt u het belangrijk om talen te leren? Hierop kwamen 518 reacties, waarvan het merendeel positief is t.o.v het Esperanto. Zijn algemene reactie hierop is te lezen in forum 2. Hierop reageerde ik als volgt.

 

Geachte heer Orban,

 

Dat u het Esperanto zou afschieten, stond bij mij - en  ik vermoed: bij mij niet alleen -  reeds bij voorbaat vast. Ik vroeg mij alleen af wat uw motivatie zou zijn. Enkele voorbeelden.

 

De communautauire wetgeving van de Europese Unie stelt drie voorwaarden aan een taal om als officiële taal te worden erkend. Geen enkele wetgeving is volmaakt, en geen enkele wetgeving is definitief. Ofwel past men die wetgeving aan, ofwel staat men een uitzondering toe. Daar is alleen maar bereidwilligheid voor nodig.

 

De woordenschat van een kunsttaal als Esperanto is nauwelijks beproefd in de sociale en culturele praktijk. Tot deze vaststelling bent u zeker gekomen na een langdurig, objectief en wetenschappelijk verantwoord onderzoek? Of kon u het toch niet laten weer eens in uw glazen bol te kijken? Een kleine zoektocht op het internet volstaat om het tegendeel aan te tonen. Daar is eveneens alleen maar bereidwilligheid voor nodig.

 

De praktische en financiële implicaties van het creëren van hele taalgebieden ex novo in een kunsttaal zijn immens.

- Waren/Zijn de praktische en financiële implicaties van het creëren van een nieuwe munt/ een tolkensysteem niet immens?

- Zijn de praktische en financiële implicaties van de maandelijkse verhuizing van het Europese circus naar Straatsburg eveneens niet immens?

- Hebt u al eens berekend hoeveel u zou kunnen besparen door het invoeren van een neutrale brugtaal in de Europese instellingen? B.v.: Hoeveel minder tolken u zou nodig hebben als iedere tolk naast zijn moedertaal het Esperanto zou kennen?

 

Ik geloof niet in een lingua franca, of dat nu Esperanto of Latijn is … of Engels.

Wat u al dan niet gelooft, geachte heer Orban, is niet relevant. De modale Europese burger heeft recht op de mogelijkheid te reizen en te verblijven in de EU zonder taal- of communicatieproblemen tengevolge van de taalkundige verscheidenheid. Dat zou een prioriteit moeten zijn. De redenen waarom u dat  probleem niet oplost door algemene meertaligheid na te streven, werden talloze keren in uw forum aangehaald. Maar wat baten kaars en bril, als de uil niet zien ’n wil?

 

Ik zal zeker rekening houden met uw ideeën bij de ontwikkeling van mijn nieuwe strategie voor meertaligheid later dit jaar.

De kans dat u dan wél rekening zal houden met de ideeën van de overgrote meerderheid van dit forum (o.a. met de propedeutische mogelijkheden van een plantaal) is nihil! Dat weten wij nu reeds. De deelnemers aan uw volgend forum maken zich best geen illusies.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 13:39 Reageer op dit bericht

Uitdaging, fait accompli of blessing? (DS 31/01/08, pag.25)

Zeer geachte dames en heren,

 

In : Uitdaging, fait accompli of blessing? (DS 31/01/08, pag.25) pleit u, na Dirk De Cock en Marc Reynebeau, ook voor een betere kennis van het Nederlands en voor meertaligheid. Zonder het belang van zowel het ene als het andere in twijfel te willen trekken, heb ik daar volgende bedenkingen bij.

 

1. Moet men er niet van uitgaan dat het basisprincipe van een democratisch talenbeleid, zowel nationaal als Europees (en waarom niet mondiaal?), zou moeten zijn dat iedere burger de mogelijkheid moet geboden worden zonder taalproblemen te kunnen reizen en verblijven binnen de Europese Unie? Is het dan realistisch ervan uit te gaan dat dit mogelijk is via het nastreven van meertaligheid, gezien:

a. het aantal talen dat in de EU gesproken wordt, en

b. actieve beheersing van een of meerdere talen een enorme investering van tijd, geld en energie vergt en bijgevolg niet voor iedereen, meer nog: enkel voor een minderheid, een elite haalbaar is?

M.a.w.: meertaligheid biedt GEEN uitkomst.

 

2. Het jaar 2008 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties uitgeroepen tot  Internationaal Jaar van de Talen en door de Europese Commissie tot Europees Jaar van de interculturele dialoog. Hoelang nog gaan de beleidsverantwoordelijken en al wie bij het talenonderricht betrokken is, de ogen blijven sluiten voor de reële mogelijkheden van een plantaal, zoals het Esperanto, zowel wat het taalonderricht als wat de internationale communicatieproblematiek betreft ? Enerzijds hebben verschillende pedagogische experimenten aangetoond dat het leren van het Esperanto de leertijd voor andere talen aanzienlijk verkort.( http://www.springboard2languages.org/home.htm ; http://www.vanoostendorp.nl/interlinguistiek/oratie/kunnen.htm  ) Anderzijds verbindt het Esperanto wereldwijd reeds meer dan honderd jaar miljoenen mensen over geografische, taalkundig-culturele, levensbeschouwelijke of welke grenzen dan ook heen. Meer nog: studie van een plantaal leidt ontegensprekelijk tot een beter inzicht in het fenomeen taal en tot een grondiger kennis van de eigen standaardmoedertaal. Moet men dan niet de intellectuele eerlijkheid opbrengen om ook deze optie op een objectieve, wetenschappelijk verantwoorde manier te onderzoeken?

 

3. U stelt: Wij willen dat meertaligheid gebouwd is op een sokkel: een goede kennis en de beheersing van het Nederlands. Die sokkel, zeer geachte dames en heren, verdient een stevig fundament: Esperanto!

 

4. In dit verband raad ik u het artikel aan: Een taal in 7 dagen: een mirakel? van professor Gennadiy Shilo, rector van de Europese Universiteit JUSTO. Dit artikel staat op https://blog.seniorennet.be/taaldemocratie/  (zie de laatste bijdrage op datum: 31 01 08). Ik vertaalde dit uit het Russisch naar het Nederlands via de brugtaal Esperanto.

 

5. Nog in verband met de taalproblematiek raad ik u aan het interview te lezen met de vorige week plots overleden psycholoog Claude Piron, auteur van veel essays en artikels over interlinguïstiek en ex-vertaler bij de UNO en de WGO voor Engels, Chinees, Spaans en Russisch. http://claudepiron.free.fr/articlesenneerlandais/intervjuoabruzzo.htm

 

Mag ik hopen, zeer geachte dames en heren, dat u, zoals het intellectuelen past, zonder vooringenomenheid over deze optie zal willen nadenken?

 
*****************************************

De auteurs van dit artikel zijn leden van de interparlementaire commissie Taalunie:
Mevrouw Ing Yoe Tan (PvdA)
De heer Jan Schinkelshoek (CDA)
Mevrouw Monica Van Kerrebroeck (CD&V)
De heer Bart Caron (Spirit)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Een taal leren in 7 dagen: een mirakel?

De oorspronkelijke tekst: "Язык за семь дней -чудо?" van professor Gennadiy Shilo, rector van de Europese Universiteit JUSTO in Moskou, is te lezen op http://www.vrfo.ru/ed.html
De webstek van de professor: www.ejusto.ru

                                                     ***********************

EEN TAAL IN 7 DAGEN, EEN MIRAKEL?

 

 De praktijk is een criterium voor de juistheid van gelijk welke theorie. Daarom komt het niet zelden voor dat de wetenschap een verklaring geeft voor in de praktijk reeds gebeurde wonderbaarlijke feiten. Die feiten noemt men wel eens mirakels. Maar, zoals men weet, mirakels bestaan niet. Gewoonlijk noemt men mirakel een natuurlijk of sociaal verschijnsel dat tot dan toe niet wetenschappelijk verklaard is.

 

Waarschijnlijk moet men tot het soort mirakels in de sfeer van het sociale (opvoedkundige) handelen het door professor Selten vermelde statistische feit rekenen dat handelt over een studie van een vreemde taal in Duitsland volgens een vierjarenprogramma. In parallelle klassen ‘verliest’ de ene klas 2 jaar om de Internationale Taal Esperanto te studeren en perfekt te beheersen. De resterende 2 jaren slaagt ze erin een andere vreemde taal beter te leren spreken dan de klas die gedurende deze vier jaren enkel de vreemde taal studeerde.

 

Onderzoeken toonden aan dat 94-96% van hen, die men gewoonlijk beschouwt als kenners van vreemde talen, die talen in werkelijkheid niet kennen en slechts op primitief niveau met elkaar kunnen communiceren in een vreemde taal.

 

Een student met gemiddelde begaafdheid kan op 2 jaar tijd Esperanto beter beheersen dan de moedertaal, die hij tot dan toe gedruende 15-20 jaar geleerd heeft. Deze conclusie is geen grap als men bijvoorbeeld overweegt dat in het Russisch niet geweten is wat er het meest voorkomt: de regels of de uitzonderingen erop, terwijl in het Esperanto de grammatica maar 2 bladen beslaat, zonder één uitzondering. Ik heb Esperanto niet zo ijverig en niet zo lang geleerd als Russisch: Esperanto gedurende 4 maanden, Russisch gedurende 64 jaar. Esperanto spreek en schrijf ik foutloos (in die taal lees je alles zoals het geschreven is). In mijn Russische moedertaal kan ik dat nu nog altijd niet. [Hier legt de auteur een aantal problemen van zijn moedertaal uit i.v.m. uitspraak van bepaalde klinkers, schrijven van dubbele medeklinkers en het leggen van de klemtoon]. Ik vraag me gewoon af waarom ik, die geacht wordt een deftige kenner te zijn van het Russisch, dat ik al 65 jaar leer, correcter spreek en schrijf in Esperanto, dat ik destijds in vier maanden geleerd heb.

 

In het informatieboek “De beste abituriënten van de hogescholen van Moskou in 2004″ (p. 37-38) wordt de unieke casus in de Russische pedagogische praktijk beschreven: een groep afgestudeerden van de dagafdeling van de faculteit Rechten van de Europese Universiteit JUSTO legden hun eindexamen af en verdedigden hun eindwerken voor een staatscommissie in 3 talen:  Russisch, Engels en Esperanto. Reeds 9 jaar wordt aan de universiteit, waar  Esperanto een verplicht studievak is, deze taal in 10 dagen bestudeerd en de laatste 2 jaren in 7 dagen van telkens 6 uur studie per dag. Op de achtste dag legt de groep examen af voor een commissie, waarin 3 wetenschappers-Esperantisten zetelen. Het examen bestaat uit 5 delen: 1) het spelen van een toneelstuk: “Een Aanslag”, dat handelt over een economisch-juridisch thema. Dit schouwspel duurt 1 tot 2,5 uur, naargelang van de grootte van de groep; 2) voordragen van gedichten of verhalen, grappen, sketches, anekdoten; 3) koorzang; 4) grammatica; 5) converseren met de examinatoren, niet alleen over alledaagse thema’s, maar ook antwoorden op vragen als: “Wie is de aanklager in een assisenzaak?”, “Welke taken vervult de advocaat?”, Wie is de centrale figuur in het assisenproces?”, “Wat is de rol van de voorzitter in een rechtsgeding”, enz.

 

Sommigen geloven het niet: het is een soort mirakel. Maar elk jaar wordt het examenprocédé vastgelegd op video. Er gebeurt geen mirakel. Het is geweten dat men een  taal beter leert door het declameren van gememoriseerde proza- of poëzieteksten, door liederen te zingen en door reële feiten in spelvorm te brengen. Op de eerste dag wordt de grammatica gestudeerd. Op het einde van die eerste maken de studenten reeds zinnen, die de meerderheid van hen nog niet konden maken na 5-10 jaar studie van een andere taal. En dat ligt niet alleen aan de eenvoudige en logische grammatica - zonder een enkele uitzondering - maar ook aan het feit dat in Esperanto ongeveer 50% van de termen internationaal gebruikte woorden zijn die eender welke middelmatig getalenteerde persoon kent, zoals: profesoro, akto, aktiva, programo, plani, aktuale… Je kent het Esperanto dus al voor de helft, nog voor je het begint te leren. Als je de methodiek gebruikt die in de Europese universiteit JUSTO uitgewerkt werd, heb je geen 2 jaar nodig om Esperanto te leren, zoals in het voorbeeld van Selten in de Duitse praktijk.

 

De zevendaagse cursus Esperanto begint donderdags. Die dag wordt de hele grammatica gegeven. ‘s Vrijdags volgt de praktische toepassing van de grammaticale regels. Dezelfde dag wordt het toneelstuk gelezen, worden de rollen verdeeld en de teksten uitgereikt van de gedichten, liederen, verhalen, enz. Het nieuwe vak vermoeit de studenten niet tijdens deze eerste twee dagen. Meer nog: het enthousiasme omwille van de overtuiging dat ze die taal slechts na 2 dagen relatief gemakkelijk kunnen spreken, stimuleert hen tijdens het komende weekend met plezier de taken van de eerste twee lessen te volbrengen. Vanaf ’s maandags werkt men aan het volgende ritme: 3 uren spreekpraktijk en 3 uren: rollen leren, uitspraakcontrole, werken aan de manier van spreken en aan de basiswelsprekendheid. Dit tot ’s vrijdags. Vanzelfsprekend moeten de studenten thuis een zelfde aantal uren studeren als in de universiteit. De volgende maandag: 3 uren algemene repetitie en examen.

 

De universiteit JUSTO stelde samen met de Russische Esperanto-Unie een lijst op met meer dan 200 Esperantisten (uit de grootste steden van Rusland) met voldoende ervaring in het onderwijzen van Esperanto. Deze personen zijn bereid onbezoldigd een basiscursus van een week te organiseren voor leerkrachten van middelbare en hogescholen volgens de vermelde of een andere methode (die vrij talrijk zijn in Rusland). Na die cursus kunnen de leerkrachten zelf, reeds tegen betaling, aan de slag in middelbare en hogescholen.

 

We merken op dat Esperantisten de enige categorie zijn in de maatschappij, waarvan 100% van de leden minstens 2 talen beheerst. Daarom is hun mening omtrent de oplossing van het taalprobleem voldoende gekwalificeerd en verdient ze ernstige aandacht.

 

Evenmin als de sovjetschool behaalde ook de Russische school voor vreemdetalenonderwijs niet het gewenste resultaat ondanks enorme investering van geld en tijd. Slechts enkele studenten slaagden erin een taal min of meer te beheersen. De aanpak van het onderwijs dient radicaal te veranderen! Hoe? Professor Selten gaf ons het  het voorbeeld: twee talen leren in plaats van één, in dezelfde tijd en voor dezelfde prijs.

 

Toegepast op het Russische systeem van taalonderwijs, waar de staatsnorm de studie van een vreemde taal voorziet gedurende 3 jaar (340 uur), moet het mogelijk zijn 1 jaar te bestemmen voor de studie van Esperanto en de overige twee voor de studie van een vreemde taal.

 

Een ander voorbeeld uit de buitenlandse praktijk van de studie van vreemde talen verdient eveneens aandacht. Vele jaren geleden heeft men in Hongarije Esperanto ingevoerd als een facultatief leervak in de leerprogramma’s van middelbare en hogescholen. Een jaar na het invoeren groeide het aantal studenten van die taal tientallen keren en verbeterde de kennis van de vreemde talen. Vandaag geeft kennis van Esperanto in Hongarije dezelfde voordelen als kennis van eender welke vreemde taal: een salaristoeslag van 15% per taal. Ik kan niet beoordelen hoeveel dit de taalwetenschap bevorderde, maar het lijkt niet te ontkennen dat een zo efficiënte stimulans voor het verwerven van taalkennis bijdraagt tot het feit dat Hongarije vandaag koploper is, wat betreft het aantal Nobelprijswinnaars per aantal inwoners.

 

Wij, Russen, moeten eigenlijk niets uitvinden, maar eenvoudig het goede voorbeeld van anderen volgen en onze benadering van het taalprobleem wijzigen. En als een rijk als Rusland, alle vermelde en niet vermelde argumenten in acht genomen, vrijwillig Esperanto als propedeutisch middel in de leerprogramma’s zou invoeren, dan zal er volgens mij een kettingreactie in de andere landen volgen. En dan zijn we niet ver meer af van het ogenblik dat een eeuwenoude droom van het mensdom om de internationale communicatie op te lossen door een neutrale hulptaal, werkelijkheid wordt. Een rationeler oplossing bestaat vandaag niet in de wereld, en is in de eerstvolgende 50-100 jaar niet te voorzien, als men overweegt dat in de laatste 2000 jaar ongeveer 3000 pogingen ondernomen werden om een algemeen-menselijke hulptaal te ontwerpen en dat daaraan genieën deelgenomen hebben, zoals Descartes, Spinosa, Leibniz, Einstein en vele anderen. Slechts één van de rationeel ontworpen taalprojecten overleefde en functioneert nog met succes: Esperanto.

 

“Wat uitdrukkingsvermogen betreft, komt geen enkele van de nationale talen die ik ken op gelijke hoogte met het Esperanto”, verklaarde de befaamde taalkundige Paul Ariste uit Tartu, die, behalve Esperanto, enkele tientallen talen beheerste.

 

Uit het Russisch naar het Esperanto vertaald door Vladimir Minin

 

http://www.vrfo.ru/ed.html

 

 

Uit het Russisch naar het Esperanto vertaald door Vladimir Minin

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Nieuwe docenten aan Nederlandse universiteiten moeten verplicht op Engelse les.

Bron: Punt,

http://nieuwsbrief.taalpost.nl/r/tp.plx?2405-751 (28/01/08)


College geven? Eerst op cursus

dinsdag 22 januari 2008

Docenten aan universiteiten moeten voortaan een cursus volgen voordat ze college mogen geven. Na een verplichte scholing krijgen ze de ‘basiskwalificatie onderwijs’, een soort lesbevoegdheid op academisch niveau.
(...)
‘Docenten moeten bijvoorbeeld goed Engels leren spreken wanneer ze een Engelstalige opleiding verzorgen, vindt Noorda: ‘Een docent moet dan echt tweetalig zijn, anders trekt hij het niet. Het is wat anders om een half uurtje een verhaal te houden in het Engels of een jaar lang al je activiteiten met je studenten in die taal te doen.’

http://punt.avans.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=8655&Itemid=34

Mijn reactie:

Het Engels moet terug de status krijgen die het toekomt in het Europese democratische bestel: die van taal NAAST i.p.v. BOVEN de andere, zodat de Engelse moedertaalsprekers ook opnieuw de status krijgen die ze horen te hebben: die van gewone burgers i.p.v. eersterangsburgers. Velen die het Engels niet als moedertaal hebben spenderen jaarlijks, naast veel tijd en energie, miljoenen euro’s (in de Angelsaksische landen!) om die taal op bijna-moedertaalniveau te beheersen, maar komen, wereldwijd, veelal niet eens in aanmerking voor de bestbetaalde banen, want voorbehouden aan de NESsy’s: de native English speakers.

Er is maar één alternatief: invoeren van een gemeenschappelijke, eenvoudige, neutrale, tweede taal, zoals het Esperanto: voor ‘iedereen’ haalbaar, voor iedereen aanvaardbaar. Dit is bovendien realiseerbaar met een minimale investering van tijd, geld en energie en doet geen afbreuk aan de meerwaarde van meertaligheid voor wie daartoe gemotiveerd is op basis van noodzaak en/of interesse. Integendeel: de propedeutische waarde van een plantaal vormt een springplank naar meertaligheid.

 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 21:13 Reageer op dit bericht

Een vals dilemma (DS 24/01/08, pag. 25

Reactie:

1. Vele studenten hanteren het standaardnederlands als een vreemde, bijna kunstmatige taal, stelt filosoof Abicht. Het standaardnederlands ís een (bijna) kunstmatige taal, want gestandaardiseerd.

 

2. Als je op specifieke geselecteerde plaatsen  Nederlands- of Engelstalige studierichtingen zou aanbieden, zal voor velen de keuze vlug gemaakt zijn in onze door het  anglomania-generalisvirus besmette samenleving. Zeker als dat ook nog eens meer kansen biedt op de (internationale) arbeidsmarkt. Een valse oplossing, zolang het Engels de status geniet van officieuze lingua franca!

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 19:44 Reageer op dit bericht

De lat hoog voor talen, ook in hoger onderwijs. (DS 21/01/08 pag. 19)

Als de minister op taalkundig-communicatief gebied werkelijk gelijke kansen voor iedereen wil, zoals het een socialist betaamt, dan zal hij eerst de lat voor talen lager moeten leggen door het aanbieden van een eenvoudige plantaal, zoals het Esperanto, als eerste vreemde taal. Dit biedt verschillende voordelen, ook voor studenten hoger onderwijs. 1. De structurele eenvoud van een plantaal geeft een beter inzicht in het fenomeen taal en leidt tot betere kennis van de standaardmoedertaal. 2. In verschillende buitenlandse universiteiten (o.a. Duitsland, Hongarije, Rusland) hebben pedagogische experimenten aangetoond dat studie van een plantaal als eerste vreemde taal de leertijd voor volgende talen aanzienlijk verkort. 3. Een plantaal biedt een niet-discriminerende, democratische, economische en fundamentele oplossing voor het internationale communicatieprobleem. Vlaanderen kan hierin een pioniersrol vervullen.

 

Voor diegenen die behoefte aan en/of interesse voor andere talen hebben, kan de minister dan de lat voor talen zo hoog leggen als hij wil. Loont dit alles niet de moeite om eens onbevooroordeeld over na te denken?

 

Bovendien wil ik hier ook herinneren aan de woorden van de minister in de aanloop van de verkiezingen op 12 juni 1994: Ik steun uw voorstel om een objectief onderzoek naar uw voorstel om het Esperanto te gebruiken als brugtaal binnen de Europese Unie.

 

Belofte maakt schuld, ook voor een minister!

 

Dan Van Herpe

Koningin Fabiolalaan 2

2360 Oud-Turnhout

 

014/45.13.29

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dan Van Herpe om 16:36 Reageer op dit bericht

Verzoekschrift betreffende het onderwijs van het Esperanto: verslag

Vlaams Parlement - Commissie voor Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid

 

http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2001-2002/g1242-1.pdf

 

Een verzoekschrift betreffende onderwijs van het Esperanto ingediend op 22 oktober 2001 door de heer Leo De Cooman werd in de zitting van 11 juni 2002 behandeld met als voorzitter Gilbert Vanleenhove (CD&V) . Verslag uitgebracht door de heren Dirk De Cock en Luc Martens.

 

De voorzitter, Gilbert Vanleenhove (CD&V),verwijzend naar een brief van minister van onderwijs Marleen Van der Poorten (29/01/2002) aan Leo De Cooman:

 

 “Het is mijn persoonlijke mening dat de overheid in dit stadium onmogelijk kan overgaan tot het uitvoeren  van uw wens, precies omdat de groep Esperantogebruikers veel te miniem is en het maatschappelijk draagvlak voor deze taal ontbreekt. Ik kan u alleen maar aanraden te ijveren voor een breder draagvlak en voor meer uitstraling van de taal waarvoor u opkomt. Pas als dat gebeurt, zal waarschijnlijk automatisch een maatschappelijk debat op gang komen waar we dan, als blijkt dat de tijd er rijp voor is, kunnen op ingaan.”

 

De voorzitter, Gilbert Vanleenhove (CD&V), verwijzend naar een brief van toenmalig minister van Onderwijs Luc Van den Bossche als antwoord op een resolutie van mevrouw Cecile Verwimp-Sillis betreffende lessen in Esperanto dat de commissie tijdens de vorige legislatuur besprak en dat toen niet werd aangenomen (Parl. ST., V1. P., 1995-1996, nr. 2):

 

“Vermits er momenteel geen concrete aanwijzingen zijn dat Esperanto ooit de brugtaal zal worden, is het volgens de minister niet aangewezen om Esperanto momenteel als leervak aan te bieden. Onderwijs mag geen proefterrein voor experimenten zijn.”

 

Dirk De Cock (Spirit):

- is van oordeel dat men niet van bovenaf een vak ter studie kan opleggen. Er is daartoe een draagvlak nodig dat aan de basis ontstaat.

- Elke taal is voor hem een deur die je kan openen in het Europese huis. Esperanto is volgens hem echter een kamer waarvan de muren niet zijn bekleed. Hem is ooit nog verteld dat wanneer men een literair werk zou laten vertalen naar het Esperanto en dit werk dan opnieuw door iemand anders zou laten vertalen naar de oorspronkelijke taal men een droge, zakelijke tekst krijgt als resultaat.

 

Kris Van Dijck (N-VA):

- stelt met de minister vast dat er geen draagvlak is voor deze taal. Taal moet men zien als cultuurelement en als communicatiemiddel. Esperanto is uiteraard enkel op het tweede element aangewezen.

- Eo is een verenging van het taalgebruik.

 

Gilbert Van Baelen (Open VLD):

- Taal is een element waarmee men een cultuur leert kennen.

- Stelt vast dat het Esperanto ondertussen al decennialang gepromoot wordt, maar dat het aantal gebruikers niet sterk toeneemt.

 

Julien Librecht (VB):

- gelooft in het gebruiksgemak van het Eo vermits deze taal soepel, genuanceerd en logisch opgebouwd is.

- gelooft ook niet in de mogelijkheid van een kunstmatige taal. Een taal is een levend gegeven en zoekt zijn eigen bedding wat te maken heeft met de ziel van een taal. Dit is niet aanwezig.

- er ligt bij dit verzoekschrift geen wetenschappelijke benadering. Dit is volgens hem noodzakelijk om met kennis van feiten te oordelen over dergelijke verzoekschriften.

- in het leerplichtonderwijs mag er geen sprake zijn van dergelijke experimenten.

 

Frans Ramon (Groen!):

- is van mening dat het grote nadeel van het Esperanto is dat het een kunstmatige taal is. Het argument dat de culturele diversiteit zou bedreigd worden, is volgens hem achterhaald.

 

Hilde Claes (SP.A):

- onderschrijft de argumenten van de minister. Er is immers geen maatschappelijk draagvlak.

- In tijden waarin een internationalisering belangrijk is, moet men het accent leggen op de levende talen.

- kan niet akkoord gaan met de houding van de verzoeker waar die vermeldde dat hij bezorgd is over het feit dat de mensen al maar meer talen moeten kennen. Als dit zo is, dan zou men bovenop ook nog eens een kunstmatige taal moeten bijleren, wat niet consequent zou zijn.

 

Gilbert Vanleenhove (CD&V):

- sluit zich aan bij de sprekers.

- is ook van mening dat het maatschappelijk draagvlak nog te klein is

- wil wel aanstippen dat er in de provincie West-Vlaanderen in bepaalde scholen projecten lopen met Eo die gekaderd worden in projecten mondiale vorming via internet. Op die manier corresponderen deze jongeren met de ganse wereld en leren zij op die manier een stuk van elkaars taal kennen. De kinderen zijn erg enthousiast over deze projecten.

- Enkele maanden terug vond in het Europees Parlement ook de Euroskola plaats. Daarin is ook een specifieke groep actief met Eo waarbij de jongeren op een soepele manier met elkaar contact kunnen leggen.

- Hij beaamt de opmerking uit het verzoekschrift dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat kinderen en volwassenen die eerst Eo hebben aangeleerd, veel makkelijker vakken die betrekking hebben op logisch denken, kunnen leren.

 

Wie een hond wil slaan …

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Marc Reynebeau: Het neoliberalisme spreekt Engels (DS 19/01/08 pag. 22-23)

Geachte heer Reynebeau,

 

 

Na een politicus (Dirk De Cock – Een kans met Nederlands – DS 16/01/08 pag. 22) laat  nu ook een journalist een kritische geluid horen over de anglomania generalis en haar negatieve, verschralende gevolgen ondermeer wat de Nederlandse taal, wetenschappelijke publicaties en pluraliteit betreft. Terecht verwijst u ook naar de vaak overschatte kennis van het Engels bij de Vlaamse studenten. Dirk De Cock voegt daar nog aan toe dat ook professoren die niet in hun moedertaal doceren hoe dan ook op een lager taalniveau functioneren. Als besluit stelt u dat het verhaal hiermee terug is bij zijn begin: meertaligheid.

 

Alsof hiermeer de kous af is. Niets is minder waar. Uw verhaal gaat verder: hoeveel talen en welke? Als niet iedereen zich dezelfde twee, drie, vier, (…?) talen eigen maakt, staan we nog nergens. En wie bepaalt welke talen dat moeten zijn? En: alleen West-Europese of ook Russisch,  Japanees, Chinees, … want in die taalgemeenschappen zullen er ook wel eens wetenschappers rondlopen die iets zinnigs mee te delen hebben, niet? U voegt er nog aan toe: er komt nog iets bij, wat adepten van het beate geloof meestal over het hoofd zien (…) Taal is nooit neutraal of waardevrij. Besluit: 1. meertaligheid werkt niet en leidt onvermijdelijk tot discriminatie en 2. English only verschraalt.

 

Wat weerhoudt u ervan uw geest open te stellen voor de mogelijkheden van een neutrale (volwaardige!) taal die geen politieke, culturele, levensbeschouwelijke of welke waarden dan ook, vertegenwoordigt: een plantaal, zoals het Esperanto? Kijk in dit verband misschien eens op http://www.ais-sanmarino.org/ een vijftalig platform voor wetenschappers.

 

Er is echter  nog een andere dimensie in het meertaligheidsverhaal. U beperkt zich in uw bijdrage tot het academisch onderwijs. Hoe staat u tegenover het Vlaamse taalbeleid  (www.delathoogvoortalen.be) voor het middelbaar onderwijs? Als blijkt dat zelfs het kruim van deze studenten (waarvan de meesten ten gevolge van dagelijkse hersenspoeling via o.a. media en reclame dwepen met de Angelsaksische taal en cultuur) het Engels onvoldoende beheerst, wat kan je dan verwachten van de talenbeheersing (meervoud!) van de gemiddelde student, meer specifiek en met alle respect, deze uit het technisch en beroeponderwijs? Hoe hoger de lat, hoe meer er onderdoor moeten, toch? Ligt de oplossing ook hier niet in het aanbieden van een, per definitie: eenvoudige, plantaal als tweede taal (www.lernu.net)? Pedagogische experimenten in verschillende Europese universiteiten (o.a. Duitsland, Hongarije, Rusland) hebben aangetoond dat het leren van eeen plantaal als tweede taal de leertijd voor andere talen aanzienlijk verkort. Loont het niet de moeite om dít verhaal eens onbevooroordeeld, objectief en op wetenschappelijk verantwoorde wijze te beoordelen?

 

Ik ben zo vrij mijn Voorstel voor een alternatief Europees talenbeleid toe te voegen. Het is geen academisch werkstuk, maar de neerslag van vele jaren met open geest en met gezond verstand nadenken over en opkomen voor taaldemocratie.

 

Mag ik hopen dat u de tijd zal nemen om het eens door te lezen?

 

Hartelijk dank bij voorbaat.

 

Hoogachtend,

 

Dan Van Herpe

Koningin Fabiolalaan 2

2360 Oud-Turnhout

 

014/45.13.29

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Dirk De Cock: Een kans met Nederlands (DS 16/01/08 pag. 22)

Proficiat met uw pleidooi voor het behoud van het Nederlands in het hoger onderwijs. Ik deel uw vrees voor een duale maatschappij: zij die Engels spreken en zij die het niet of onvoldoende beheersen. De eerste groep moet echter nog onderverdeeld worden in de Engelse moedertaalsprekers, de NESsy’s (ontegensprekelijk ’s werelds eersterangsburgers), en zij die een andere moedertaal dan het Engels hebben.

 

Het parallel circuit waarvan u het ontstaan voorspelt, bestaat reeds. Ik ken mensen die hun tweeling na het beëindigen van de humaniora voor enkele maanden naar Engeland, Duitsland en Frankrijk gestuurd hebben om spreekervaring op te doen in de verschillende talen, waarna ze aan hogere studies konden beginnen. Dit is natuurlijk enkel weggelegd voor de gegoede burgerij. De duale maatschappij is dus reeds een realiteit!

 

Ik zou echter ook uw aandacht willen vragen voor de leerlingen van het middelbaar onderwijs in het algemeen en deze van het beroeps- en technisch onderwijs in het bijzonder, die NIET verder studeren. Waarom komt nooit eens iemand op voor hún recht op communicatie met anderstaligen, op interculturele contacten. Bent u ook van mening dat het leren van twee of meer vreemde talen 1. haalbaar is voor deze bevolkingsgroep en 2. het communicatieprobleem oplost in een EU met  nu reeds 23 officiële talen? U weet toch ook dat  een goede kennis van de eigen standaardtaal voor velen (niet alleen in deze categorie!) reeds een groot probleem is. Wanneer gaat men zich eindelijk eens onbevooroordeeld en op wetenschappelijk verantwoorde wijze bezinnen over de mogelijkheden van een plantaal, zoals het Esperanto? Pedagogische experimenten in verschillende universiteiten (o.a.: professor Selten in Duitsland, professor Shilo in Moskou) hebben de propedeutische waarde van een plantaal aangetoond: het aanleren van het Esperanto als eerste vreemde taal verkort aanzienlijk de studietijd voor het leren van andere vreemde talen. Je slaat dus twee vliegen in een klap: oplossing van het communicatieprobleem (op een democratische, niet-discriminerende wijze) en verkorten van de studietijd voor een of meerdere andere vreemde talen. Daar kunnen de studenten hoger onderwijs toch alleen maar baat bij hebben!

 

Een derde niet te versmaden voordeel, dat ik aan den lijve ondervonden heb: studie van een plantaal leidt ook tot een beter inzicht en een grondiger kennis van de eigen moedertaal. Waarom stappen we niet mee in dít verhaal in plaats van deze feiten hooghartig te blijven negeren? Zou het Esperanto geen tegengewicht kunnen vormen voor de dualisering aan de basis en voor de verloedering van het Nederlands? Wie steekt als eerste de nek uit?


Dirk De Cock (Spirit) is ondervoorzitter van de Commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

LATIN: THE LANGUAGE OF EUROPE


Dan Van Herpe
Zegt:

Brennus Legranus Zegt: Januari 8, 2008 op 7:08 pm
LATIN: THE LANGUAGE OF EUROPE

Met alle begrip: ziet u reeds een Franse bouwvakker in het Latijn de weg vragen aan een Griekse boer?

Plene respektante: chu vi povas imagi francan konstruiston latine pridemandi la vojon al greka kampulo?

Avec respect: pouvez-vous vous imaginer un ouvrier de bâtiment demandant son chemin en latin à un paysan grec?

Alle Achtung: sehen Sie schon ein französischer Bauarbeiter auf lateinisch einem griechischer Bauer nach dem Weg fragen?

With due respect: can you imagine a french building worker asking a greek farmer the way in latin?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dan Van Herpe om 15:44 Reageer op dit bericht

Roland Duchâtelet: rationeel en sociaal

DNA - Radio 1 - Uitzending van 13 januari 2008

Roland Duchâtelet



Actua: een idee voor de staatshervorming: maak van het oude Brabant het nieuwe Brusselse stadsgewest, een hoofdstad voor Europa.

Beroep: voorzitter van Vivant, Elex-holding, STVV, schepen, vader van zes.
Leeftijd: 61.
Woonplaats: Sint-Truiden.
Afkomst: Merksem.

Bijzondere kenmerken: van AMADA tot multimiljonair, rationeel, economische visie op de wereld, excellent time manager, durver, family man, houdt van lekker eten.


Geachte heer Duchâtelet,

Uit deze zeer interessante eerste kennismaking (zowel wat het programma als wat uw persoon betreft) onthou ik, in het kader van mijn persoonlijke strijd voor taaldemocratie, vooral dat u, naar eigen zeggen, een rationeel en sociaal persoon bent.

Wie met betrekking tot de internationale communicatieproblematiek rationeel en sociaal denkt, moet van oordeel zijn dat de oplossing van dit probleem in een gebied, met name de EU, waar meer dan 20 verschillende officiële talen gesproken wordt, niet ligt in het nastreven van algemene meertaligheid (want elitair en onrealistisch wegens 1. niet haalbaar voor de modale burger en 2. niet oplossen van het probleem) noch in het aanvaarden van één van die talen, het Engels, als lingua franca (want discriminerend zowel wat het bevoordelen van de Engelse moedertaalsprekers betreft als wat sociaal-intellectuele bevoordeling betreft).

De meest rationele en sociale, tegelijk ook de meest economische en efficiënte, oplossing is het aanvaarden van een Gemeenschappelijk, Eenvoudige (voor ‘iedereen’ haalbare), Neutrale (voor iedereen aanvaardbare), Tweede (G.E.N.T.) taal, zoals het Esperanto. Deze optie doet geen afbreuk aan de meerwaarde van meertaligheid voor wie daartoe gemotiveerd is op basis van interesse en/of noodzaak.

Bent u het hiermee eens?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Zwitserse parlementsleden stellen voor de Nobelprijs voor de Vrede toe te kennen aan de Universala Esperanto-Asocio

http://www.kontakto.info/Zwitserse_parlementsleden_stellen_voor_de_Nobelprijs_voor_de_Vrede_toe_te_kennen_aan_de_Universele_Esperanto-Associatie_UEA.html

Persconferentie van donderdag, 22 november 2007 om 13h00
CDELI, Stadsbibliotheek, La Chaux-de-Fonds, Zwitserland.


  Het Esperanto is de vredestaal. Het maakt demokratische contacten mogelijk, omdat personen ermee op voet van gelijkheid met elkaar spreken, want Esperanto heeft politieke of historische bindingen met geen enkele staat. De internationale taal kan niet de taal van een of andere natie zijn. In dat geval zouden de moedertaalsprekers van die taal voordeel hebben ten opzichte van personen van andere nationaliteiten. De Europese Unie heeft dat begrepen en privilegieert geen enkele taal ten overstaan van andere, dat heeft dan wel zeer specifieke uitgaven en niet bevredigende communicatie omwille van de vertaling als gevolg.

  In Afganistan wordt het Esperanto in vluchelingenkampen onderwezen als de "Vredestaal". Het laat toe te handelen zonder vijandige gevoelens, die veroorzaakt worden omwille van historische redenen. In jongerenkampen in Japan en Korea schept het Esperanto nieuwe contacten op basis van gelijkheid. De Internationale Taal wordt er, samen met computerkunde, onderwezen aan vertegenwoordigers van inlandse volkeren; dit stelt hen in staat ervaring uit te wisselen over de bescherming en het laten gelden van hun rechten.

  De UNESCO heeft goed begrepen dat Esperanto dezelfde doelen als zijzelf nastreeft: vrije informatiedoorstroming in het algemeen en vooruitgang in onderwijs, wetenschappen en cultuur. Daarom heeft de wereldorganisatie twee resoluties gestemd, in 1954 en 1985, gelet op de positieve betrachtingen van de Universele Esperanto-Associatie (UEA).

  De UEA zal in 2008 haar honderdste verjaardag vieren. Bij deze gelegenheid en om de reeds vermelde redenen, zal ze voorgesteld worden als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede. Daartoe mogen enkel parlementsleden van erkende staten het initiatief nemen. Dit deden de dames Gisèle Ory, lid van de Zwtiserse Statenraad, en Francine John-Calame, lid van de Zwitserse nationale raad. Hun brief vertrok enkele dagen geleden naar Oslo.

  Een persconferentie zal in CDELI de twee Zwitserse parlementsleden bijeenbrengen met mevrouw Mireille Grosjean, medevoorzitter van de Zwitserse Esperanto-Associatie, op 22 november 2007, om 13h00.

Les Brenets, 15 november 2007 |
Nederlands: Leo De Cooman

www.esperan.to/ses

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Citaten 6 : Engels

Barbara Wallraff – Amerikaanse journaliste

 

English isn't managing to sweep all else before it (let op de verwoording!) -- and if it ever does become the universal language, many of those who speak it won't understand one another.

 

If we want to exchange anything beyond rudimentary messages with many of our future fellow English-speakers, we may well need help from something other than English.

 

And the difference between native speakers and second- or foreign-language speakers is an important one subjectively as well as demographically. The subjective distinction I mean will be painfully familiar to anyone who, like me, spent years in school studying a foreign language and is now barely able to summon enough of it to order dinner in a restaurant.

(Deze ervaring zal vele ex-ASO-ers, eveneens ondanks vele les- en studie-uren Frans, Engels en Duits, bekend in de oren klinken.)

 

Certainly, the world's ships and airplanes are safer if those who guide them have some language in common, and restricted forms of English have no modern-day rivals for this role. (Blijkbaar heeft ze nog nooit van Esperanto gehoord!)  The greatest danger language now seems to pose to navigation and aviation is that some pilots learn only enough English to describe routine situations, and find themselves at a loss when anything out of the ordinary happens. (Het zal je maar overkomen!)

 

The consensus among those who study these things is that Internet traffic in languages other than English will outstrip English-language traffic within the next few years.

 

However unwelcome this news may be to some, not even headlong technological advances mean that computers will soon be doing all the hard work of coping with other languages for us. For the foreseeable future computers will be able to do no more than some of the relatively easy work. When it comes to subtle comprehension of our world and the other people in it, we are, as ever, on our own.

 

Maandblad “The Atlantic Monthly” - november-editie: “What global language?” (http://www.theatlantic.com/cgi-bin/o/issues/2000/11/wallraff.htm )

 

……………………………………………………………………………………………………………

 

"English is a global language.(....) English is equated with success. Wherever you go (...) you're sure to find someone who speaks English, albeit in an accent far different from yours.(...).  Of course, this rise in popularity of English is not without a downside. Talk with someone for whom English is not first language and you sense a feeling of loss.(...).

 

There are already thousands of newspapers around the world published in the English language. What do you think about the spread of English? Could English one day be the Esperanto of the world? (...)."   linguaphile@wordsmith.org

 

"A word a day"  van  Anu Garg - hoofdstuk 35 - p. 113 

  

 

  

 

“Our complex spelling requires years of effort to master, and very few people master it completely"

"Our devilish spelling system is a prominent and often painful part of our lives, and yet mastery of it is essential for anyone who wants to be regarded as literate. If you can't spell words in the accepted manner, then many readers will dismiss your work as obviously not worth reading".  (...) In fact English appears to be drifting towards a system  like that of Chinese, in which the written form has nothing to do with its pronunciation : instead, each word is represented on paper by a set of arbitrary but conventional marks."  p. 4  

 

"English spelling is notoriously complex, irregular and eccentric, more so than in almost any other written language on earth" (p 266)

 

 "MIND THE GAFFE" - "The Penguin Guide to Common Errors in English"
van R.L.Trask

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

"It is in the general interest of the United States to encourage the development of a world in which the fault lines separating nations are bridged by shared interests. And it is in the economic and political interests of the United States to ensure that if the world is moving toward a common language, it be English; that if the world is moving toward common telecommunications, safety, and quality standards, they be American; that if the world is becoming linked by television, radio, and music, the programming be American; and that if common values are being developed, they be values with which Americans are comfortable."

D
avid Rothkopf : "In praise of cultural imperialism ?", FOREIGN POLICY, SUMMER 1997

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Citaten 5: Varia

KOEN RAES

 

Een gedeeld Esperanto als Europese taal, dat dan natuurlijk ook aan alle Europeanen geleerd zou moeten worden, had wellicht meer bijgedragen tot zowel een gemaakt Europa als tot een grotere bescherming voor kleine taalgemeenschappen, en het had tegelijk de Europese identiteit tegenover de Amerikaanse versterkt. Thans is het hek van de dam en worden het Engels, het Spaans en het Chinees wellicht de lingua franca op wereldvlak, waardoor het lot van alle andere talen toch enigszins precair wordt.

Koen Raes - Ethicus, universiteit Gent

 

De Morgen 10/11/2001

......................................................................................................................................................... 


Marc Eyskens

                             

“De toekomst van het Esperanto zie ik ook in het raam van de stormachtige technologische ontwikkeling. Het vertalen via de computer, van bijvoorbeeld de Europese talen in het Chinees vergt een ongehoord ingewikkelde software. Indien daarentegen de meeste wereldtalen zouden worden vertaald in het Esperanto, via de computer, en men in onze scholen de jonge mensen tenminste een passieve kennis van het Esperanto zou aanleren, zou de taalcommunicatie in de wereld aanzienlijk worden verbeterd. Ik denk dat een vereniging als de uwe dringend contact moet opnemen met de geleerden in de ondernemingen die zich momenteel bezig houden met de baanbrekende nieuwe technologieën inzake simultaanvertaling.

 

Persoonlijke brief 25/01/2000

...................................................................................................................................................

 

Herman Brusselmans

 

Vraag: Zou het beter zijn als we allemaal dezelfde taal spraken?

 

H.B.: Zeer zeker. Ik vind het niet interessant om naar iemand te moeten luisteren die ik niet versta. (...) Wie vloeiend vijf, zes talen spreekt, voelt zich veel zelfverzekerder dan mensen die alleen hun moedertaal beheersen. Ik ga nooit op reis, maar mijn vrouw probeert me om te turnen. Als ze me ooit zover krijgt, kies ik een land uit waarvan ik de taal spreek. Omdat ik weet dat ik mij anders lullig zal voelen als ik iets met handen en voeten moet proberen uitleggen aan een Spanjaard of een Italiaan.

 

(De kans dat Vlaanderens grootste naar Spanje of Italië op reis gaat, is voorlopig dus onbestaande.)

 

De Morgen, 13/4/2001 pag. 17: over "Taal"

……………………………………………………………………………………………………………

 

Wilfried Decoo

 

Wonderdokters vinden makkelijk aanhang, omdat taalonderwijs een moeilijke opgave is en velen dus openstaan voor wondermiddelen en de beloften die ermee gepaard gaan. Maar het is erg naïef te denken dat "native teachers" nu plots hét verschil zullen maken, of dat alle kleuters zomaar een vreemde taal vlot leren, of dat Internet het taalleren nu plots anders én vanzelf maakt. Nee, de tips stellen het duidelijk: je moet als leerder zélf, op allerlei wijzen, en zoveel mogelijk, dagelijks met de taal bezig bezig bezig zijn.


Hoogleraar in Antwerpen en Provo (VS) en auteur van onder meer de lesmethodes Eventail en Vocapuces.

 

De Standaard 20/03/2001 : Bezig, bezig, bezig zijn.

……………………………………………………………………………………………………………

 

Professor Johan Taeldeman neemt afscheid van de universiteit van Gent.

 

Wordt onze taal bedreigd door de stijgende invloed van het Engels?

 

“Nee. Die Engelse invloed uit zich alleen in de woordenschat. (…) Wat ik veel gevaarlijker vind, is dat het Engels  zo een groot domein verovert. Het duikt op in het bedrijfsleven en het hoger onderwijs. Dat is gevaarlijk. Want als het Engels de standaardtaal wordt voor de wetenschap, de cultuur, de politiek… dan worden de andere talen gedegradeerd tot dialecten.”

…

 

Toen  de culturele elite in Vlaanderen rond het jaar 1900 ervoor koos om als standaardtaal het Nederlands van het Noorden over te nemen, betekende dat ook: de uitspraak van het Noorden.   Maar sindsdien zijn er allerlei processen komen opborrelen, zoals het harder worden van de schrapende ch, het stemloos worden van v en z, de ei die opschuift naar de aai, de diftongering van de ee en de oo… Tot in het begin van de twintigste eeuw keurden uitspraakdeskundigen dat nog af, maar nu zijn alle remmen los. Luister naar die Hollandse correspondenten op de VRT: Jetteke Van Wijk en Esther Verhalle, vreselijk! Geen mens zou dat bij ons willen overnemen. Maar luister ook eens naar Nederlandse zangers van dertig jaar geleden: Wim Sonneveld, Jules de Corte, Boudewijn de Groot… die staan dichter bij de Vlamingen van vandaag dan bij Nederlanders van vandaag. (Ludo Permentier)

 

De Standaard – Cultuur en Media- p. 36-37- De man van taal – 9-10 oktober 2004

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Dan Van Herpe om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Taaldemocratie

↑ Terug naar de berichten