Vijftig tinten taal 11 / 01 / 2013
Enkele citaten uit de tekst.
Doe er nog maar één bij
"Ik ben zelf altijd een talenveelvraat geweest, ik kon en kan er niet genoeg van krijgen. (…)Tussen de reportages door begon ik met Spaans, en zes jaar geleden dacht ik, kom op, nog een laatste, waarom niet ook Italiaans? Daar ben ik nu nog steeds mee bezig, noem het een veredelde hobby. Of het verstandig was van mij om er nog een paar talen bij te nemen betwijfel ik vandaag ten zeerste.
Want als je zo erg in de breedte gaat is dat altijd ten koste van de diepte."
Truc
"Dat er aan die diepte nog één en ander schort heb ik rond de kerstdagen nog maar eens ondervonden. Ik was een turf van 400 pagina’s beginnen lezen van de Spaanse schrijver Javier Marías. Hij heet Koorts en lans, het eerste deel van zijn trilogie Jouw gezicht morgen. (…) Het lezen ging traag, het is geen gemakkelijk boek en al helemaal geen gemakkelijk Spaans. Omdat ik ondanks mijn leeftijd toch een mens van deze tijd probeer te zijn, dus nogal gehaast, bedacht ik een truc: ik leende uit de bibliotheek van Overijse de Nederlandse vertaling, ik las een hoofdstuk in het Spaans, dan een in het Nederlands, en zo verder. Dat ging uiteraard sneller. Bij de Spaanse hoofdstukken moest ik het woordenboek erbij nemen. Want een vreemde taal kun je leren, maar echt kennen doe je ze nooit. Omgaan met vreemde talen is een voortdurende oefening in bescheidenheid. Een bijkomend voordeel."
***************************************************************************
Reacties.
- Jozef-Willem :
14 januari 2013 18:39 om 18:39
Een taal is een macht. Dat was zo met het Grieks, het Latijn, het Frans en vandaag met het Engels. Wie de geschiedenis kent weet dat al deze talen door politieke invloeden, economisch overwicht en oorlogsgeweld aan de maatschappij werden opgelegd – ook in ons land. De “native-speaker” is steeds bevoordeeld. Hij kan het immers beter uitleggen en heeft daardoor in handel, nijverheid en diplomatie altijd een sterkere positie. Democratisch kan ik dat niet noemen. Vanaf de 19de eeuw tot aan WO II werden wij overrompeld door het Frans. Dat was “chique”. Vandaag laten wij ons op sleeptouw nemen door het Engels. Dat is “cool”. Kleinere taalgroepen – waaronder de Nederlandse – vinden zich echter minderwaardig en nemen dan ook gretig Engelse woorden over om even groot te lijken als hun broodheren. Zij hebben evenwel nog steeds niet opgemerkt dat de Angelsaksische wereld flink bezig is om hen met mode, commerciele muziek en libidogeweld systematisch onderuit halen. Nationale wereldtalen zijn inderdaad niet “neutraal”. Zij plegen vaak taalgenocide op anderen en denken vooral aan de uitbreiding van hun eigen politieke en economische invloedssfeer. Ik ben dan ook voorstander van de bescherming van de rijke veelvuldigheid van talen en culturen die slechts kunnen overleven door respect en erkenning voor elkaar. Hier is voor het Esperanto een belangrijke toekomst weggelegd. Deze geniaal uitgedachte kunsttaal, de enige “neutrale” wereldtaal die door de UNESCO erkend werd en alle andere talen principieel respecteert, ijvert immers voor een oprechte, humane aanpak van het wereld-talenvraagstuk, in tegenstelling tot het taalimperialisme van de grote wereldmachten. Ik wens mijn Nederlands dan ook niet te laten overrompelen door het Engels of het Frans en kijk met belangstelling uit naar een toekomstige doorbraak van het Esperanto, de meest eenvoudige en neutrale gemeenschappelijke taal die door steeds meer mensen in de wereld gesproken wordt en reeds 125 jaar bloeit, ondanks de negatieve opstelling en het scepticisme van wisselende wereldmachten en hun blinde aanhang.
- Dan Van Herpe :
15 januari 2013 00:21 om 00:21
Prioriteit in het taalbeleid zou moeten zijn dat “iedereen” de mogelijkheid zou moeten geboden worden om zich vertstaanbaar uit te drukken in een meertalige gemeenschap (EU). Als men dat op een democratische, niet-discriminerende manier wil realiseren, kan men niet buiten de idee van een gemeenschappelijke, eenvoudige, neutrale, tweede taal, met name een plantaal, zoals het Esperanto. Deze oplossing voor het internationale communicatieprobleem vergt een minimale investering van tijd, geld en energie.
Ze doet geen afbreuk aan het belang van kennis van het Engels als belangrijkste wereldtaal, noch aan de (beperkte) meerwaarde van meertaligheid (“Want als je zo erg in de breedte gaat is dat altijd ten koste van de diepte.”) voor wie daartoe gemotiveerd is op basis van interesse en/of noodzaak.
Daar zijn echter drie voorwaarden voor nodig: 1. openheid van geest (geen a priori afwijzing, wat intellectueel oneerlijk is), 2. een minimum aan gezond boerenverstand en 3. drie seconden politieke/journalistieke/academische moed: 'we doen het!'