Geweld.2014.10.04De nutteloosheid van het leger bewijst zijn nut.Omdat we met velen als behoeftige maar assertieve en vooral expansieve indi…
Geweld.2014.10.04De nutteloosheid van het leger bewijst zijn nut.Omdat we met velen als behoeftige maar assertieve en vooral expansieve individuen in een eindige wereld leven, botsen we op de eigen en andermans grenzen. En daaruit ontstaat geweld.Om dat geweld te beheersen hebben we het geconcentreerd, gekanaliseerd en gedisciplineerd in een krijgsmacht. Geen krijgsmacht neemt zelf het initiatief tot het plegen van geweld. Dat doen de politici. Zo wordt geweld beteugeld, Zo krijgt het de breidel op. En binnen het leger geldt de strengste discipline! Geweld op bevel, niet uit eigen cru! Beteugeld geweld.
Woensdag 24 september 2014
Alleen de mens 2014.09.24Ik moet je deelgenoot maken van een ontdekking! Van een overrompeling! Naar aanleiding van een paar bladzijden uit …
Alleen de mens 2014.09.24Ik moet je deelgenoot maken van een ontdekking! Van een overrompeling! Naar aanleiding van een paar bladzijden uit J.J. Hermsen , Kairos, 2014, p. 117-118.De band tussen Humanitas, Cultuur en Werk, (zoals Heidegger het verstaat in zijn ‘Der Ursprung des Kunstwerkes’.)Ik ‘lees’ J. Hermsens openbarende bladzijden over Hannah Arendt vanuit een revelerende bewering van Heidegger in zijn ‘Zusatz’ van 1956 bij ‘Der Ursprung des Kunstwerkes’: “Sein aber ist Zuspruch an den Menschen und nichts ohne diesen.”‚Zuspruch‘ vooronderstelt hoorders. Hoorders die willen luisteren. Die vanuit zichzelf openstaan voor wat hun van elders, van buitenaf, vanuit een andere individualiteit wordt toegezegd. Gezegd! Vrijlatend, niet dwingend opgelegd, noch opgedrongen. Geen sprake van noodzakelijkheid, van universaliteit van contactcausaliteit. Geen kosmische onafwendbare NUC-processen. ‘Zuspruch’: Hermsens legt, via Benjamin, de band met ‘In principio erat verbum.’ (Jn, 1.1.) ‘Verbum’ interpreteer ik als kenosis, als zelf ontlediging van de Exuberante, die zich naar ons neerbuigend, (‘sunkatabasis’), zich bereikbaar maken, zonder dat we door zijn gloed verschroeid worden tot sintels. In dat ‘Verbum’, in die ‘Zuspruch’ zit heel onze vrijheid. Cultuur doorbreekt de stalen koepel, breekt los uit de stalen band van NUC, doorbreekt de blinde evolutie van de natuur. Cultuur is humanitas. Humanitas is cultuur. ‘Terug naar de natuur!’ is larie! Cultuur is verzet! Is beginnen wat geen begin heeft, is opgang brengen wat geen begin kan verdragen. (De bede om inspiratie van de Rederijkers!) Begin dat geen startblok heeft, geen vaders, geen verleden, maar humaan gestuwd en gestuurd wordt, steeds nieuw, steeds ‘from scratch. Alleen het menselijke individu kan dat presteren. Alleen de mens kan zich het centrum van de wereld wanen, voelen en weten. En met recht! Elke zieke weet zich het centrum van heel het ziekenhuis. En moet zich zo ook behandeld voelen!Alleen de mens kan al wat hem omringt of overkomt in vraag stellen. Alleen de mens wil, via Facebook, zichzelf aanheel de wereld bekend maken! Alleen de mens zoekt naar de zin van zijn bestaan, van wat hem omringt, van al wat bestaat.Alleen de mens zoekt naar de zin van al de betrokkenheden, en zoekt naar andere betrokkenheden dan die welke de natuur, de kosmos hem opdringt.Alleen de mens kan die betrokkenheden in woorden, in verhalen vastleggen en een vorm van blijvende een gestalte geven, een vorm van bestendigheid.Alleen de mens maakt bewust, wetens verschil tussen goed en fout.Alleen de mens heeft weet van utopia, van de tussenruimte, van het ‘Zwischenfeld’.Alleen de mens weet dat open,veld, die open ruimte te gebruiken, als vrijblijvende ontmoetingsruimte:uitnodiging om onvoorziene interacties aan te gaan.Alleen de mens weet van zijn vrijheid gebruik te maken, en verslaapt die niet, als een kat.Alleen de mens kan opkomen voor een mening,voor een geloof, voor een fictie en in verzet komen als die in gevaar komen. Geld en god!Alleen de mens is met zichzelf in gezelschap, met zichzelf een pluraliteit en een diversiteit, heeft twee inborsten, en leeft met zichzelf in ‘Streit’.Alleen de mens wil excelleren en maakt zich daar druk over, o.a. in grootse sportpaleizen.Alleen de mens heeft aandacht voor die vrije betrokkenheden, voor wat zich in die vrije ruimte aan onvoorziens en onvoorzienbaars afspeelt; voor vrije, ‘ongegronde’ meningsuitingen en voor het interageren van vele verschillende interpretaties.Alleen de mens neemt vrijheid au sérieux, meer , hij beschouwt ze als een fundamentele waarde, en hij waakte er over, elk op zijn eigen wijze. Die zorg uit zich in poëzie, in schilderkunst, in toneel en opera. (‘apolis, pantopolis’, Antigone)Alleen de mens is begaan met de Exuberante en strijdt zelfs voor zijn visie erop.Alleen de mens is religieus, ontwikkelt ingewikkelde theologieën en richt enorme tempels op.Alleen de mens is begaan met de samenhang van alles met alles.Alleen de mens is begaan met de ‘Seinsgeschichte’. Alleen de mens is begaan met de evolutie, zowel van de kosmos als geheel, als van de Aarde, van de elementen, het Periodiek Systeem, van het plantenrijk en van het dierenrijk. Hij is begaan met zijn eigen geschiedenis zover zijn oog reikt in het verleden en heel de aardebol rond. Getuige wat nu gebeurt rond IS en het verzet ertegen.Alleen de mens kent een wetgevende activiteit en probeert de onvoorzienbare interacties op de agora volgens begaanbare paden te leiden, en vlot te houden.Alleen de mens kent een justitieapparaat met advocaten, met rechters die oordelen en soms veroordelen. Alleen de mens!Maar hij staat daardoor ook alleen! Onbeschut!
Dinsdag 23 september 2014
Het mysterie van de taal! 2014.09.23Het zijnsmysterie van de taal! Soms denk ik dat taal, het woord, ‘VERBUM’, de kenotische gestalte van de…
Het mysterie van de taal! 2014.09.23Het zijnsmysterie van de taal! Soms denk ik dat taal, het woord, ‘VERBUM’, de kenotische gestalte van de Exuberante is. Taal brengt het benoemde uit zijn individuele begrenzing. Uit zijn dragende context. Uit zijn locatie, en leidt jet binnen in de onbepaaldheid van het ‘Zwischenfeld’ tussen de zijnden, van utopia, van het apeiron, leidt het naar de agora waar allen allen kunnen ontmoeten,. Geeft het een schaduw zijn. Wat wij benoemen via taal kan met alles verbonden worden (metaforen, metonymieën!). Poëzie is daarvan de belichaming, de ‘poëtische vrijheden’! We moeten beslist het kunnen denken, het kunnen spreken, het kunnen gebruiken van taal als een enorme breuk in de natuurevolutie zien. Het ‘Dabar’ van de schepping alluderen daarop. En ook Johannes: ‘In principio erat Verbum!’ Heidegger zegt van taal: “Stätte aller Nähe und Ferne der Götter.“ (UdK, II, 49, 1.) Taal heeft iets goddelijks. Mret stijgende verbazing lees ik de tweede brief van Johannes. Hoe kom je ertoe dat te schrijven, dat op papier neer te leggen?En dan dat te versturen? En hoe lezen die ontvangers dat dan? Welke graad van ontwikkeling wordt hier aan weerszijden van die tekst, van die brief, van dat stuk taal verondersteld? Op een stuk papier schrijven “Want God is liefde!” En dat dan naar anderen sturen! Het wonder dat dat kan! Dat de boodschap overkomt! En dat we die tekst bewaard hebben! Ik heb geen wonderbaarlijke genezingen nodig! Dit is wonderbaarlijk genoeg! We hebben nog lang niet het belang van de taal overdacht! Taal wurmt zich in de relaties tussen de entiteiten. Taal verandert de aard van die relaties tussen de entiteiten. Zodat K.O.S.B.H. mogelijk worden. Zodat Kunst mogelijk wordt. Zodat we de onverbiddelijke NUC soepel kunnen maken een aanpassen, onderwerpen aan onze wensen en onze doelstellingen. Zodat vrijheid mogelijk wordt. Zodat diversiteit verandert van aard.Zodat ontmoetingen in respect voor elkaars II mogelijk wordt. En interacties. Wat tussen de polen gebeurt wordt belangrijker Dat neemt de polen in dienst.
Zaterdag 20 september 2014
Wat ik geloof.Tastend naar de werkelijkheid 2014.09.14 Bestaat God? Neen. Hij is op komst. Er wordt aan gewerkt! Met onze inzet. Is er dan …
Wat ik geloof.Tastend naar de werkelijkheid 2014.09.14 Bestaat God? Neen. Hij is op komst. Er wordt aan gewerkt! Met onze inzet. Is er dan niets? Neen! Er was Niets. Alleen het compacte Niets zonder interne schuttingen noch verbanden, zonder veelheid, noch verscheidenheid. Dat Niets, ‘to apeiron’ (το απειρον), dat compacte onbepaalde, waar niets iets was, niets zich onderscheidde van enig ander iets, zonder identiteiten, die poel van gesmolten lood zonder boven noch onder, zonder voor noch achter, zonder rechts noch links, zonder buitengrenzen noch centrum, die zat gevangen in de eigen compacte voldaanheid. Compact zichzelf te zijn. Onbelast met identiteiten. (Ik gebruik de term ‘god’ verder niet wegens te beladen. Ik heb besloten de term ‘Exuberante’ te gebruiken. (Cf. In Rebekka’s schoot, 2005, p. 60-61 (?))) Tot dat compacte Niets uit zichzelf losbarstte in de oerknal, in de Big Bang en uiteen spatte in ontelbare splinters die buiten elkaar, los van elkaar wegzweefden. En die meteen weer naar een nieuwe samenhang tendeerden en langzaam, ook uit zichzelf, de ‘open slots’ van het Periodiek Systeem van Mendeljev opende en langzaam ook weer systematisch vulden. De natuurwetenschappen bestuderen de universele verschillen en de gelijkenissen, met afwijzing van elke individuele identiteit. Zij houden zich bij de universele wetten, de noodzakelijke processen en de causale verbanden. De filosofie echter denkt na over de vrije tussenruimtes waarin individuele identiteiten tijdens toevallige ontmoetingen in vrije interactie treden met elkaar en met de kosmos, en dat Handelen is gestoeld op eigen verworven Kennis , op onafhankelijk Oordelen, op door inzicht gestuurd Selecteren en op vrij Beslissen. (K.O.S.B.H.) In de evolutie van de kosmos observeren we een onafgebroken stuwing naar individualiseren, naar diversifiëren. Die evolutie demonstreert een veelheid en verscheidenheid van zelf ontwikkelde strategieën om de eigen individualiteit een toekomst te verzekeren via het ongeschonden doorgeven ervan aan nakomelingen. Nu, half september, staan de botten van de rododendron reeds gezwollen en klaar om na de winter open te barsten en te bloeien: de individuele toekomst is verzekerd. In mijn visie is de Big Bang een kenosismoment: het voldane, compacte ‘Sein’ ontledigt zich. Het geeft zo vrije ruimte aan eindige zijnden en geeft deze de kans om zelf de eigen grenzen in toevallige ontmoetingen met ander zijnden tegen elkaar af te tasten en vast te leggen en tevens wederzijds elkaars mogelijkheden open te leggen. Op zoek naar de mogelijkheden voor een eigen individualiteit. Op zoek naar mogelijkheden voor interacties, waarin de eigen individuele identiteit gerespecteerd wordt en tevens de individuele identiteit van de anderen tot ontplooiing kan komen en bovenal op zoek naar een overkoepelende samenhang waarin ieder zichzelf kan blijven. 2014.09.15 Leven. Individu Leven omgeeft ons: overal ontmoeten we een onstuitbare wil tot leven, tot blijven leven, en wel als individu. Alle leven is immers strikt individueel. Ik verleg een kei en daaronder vluchten wantsen weg, om zichzelf in veiligheid te brengen. Die wantsen willen onder die kei leven, wensen daar te overleven, en reppen zich daarom naar veiligere oorden. Overal zien we verscheidenheid woekeren en die dan angstvallig met onderscheidende eigenschappen en verschillen in stand houden. (Dat onvermengd behoud van de eigen groepseigenschappen en -verschillen was ook het opzet van Charles Darwin in zijn fameuze boek over ‘On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life, (1859) waarvan steeds weer de twee helft van de titel verzwegen wordt. En ook van Gregor Mendel.) Overal bemerken we een stuwing tot diversifiëring en tot individualisatie. Alle individuen wensen te leven en verzetten zich met alle middelen tegen het verlies van dat individuele leven. Leven ten koste van elke prijs. En leven als individu. Leven als individu doorgeven, dit leven ook als individu een toekomst verzekeren. Geen leven zonder individuen. Ik neem aan dat de Exuberante oorspronkelijk opgekloosterd zat in zichzelf, in de eigen volheid en oneindigheid, en dat hij zich ontledigde, zijn buik introk om ruimte te bieden aan eindige zijnden. ( Het ‘woord’, ‘Dabar’, (‘Jahweh sprak’) van het scheppingsverhaal is deze ontlediging; het realiseert deze benaderbaarheid, het dimmen van de verschroeiende gloed. De schepper maakt eerst open ruimtes en bevolkt die dan.) Die eindige zijnden kregen de opdracht mee op zoek te gaan naar de volle identiteit van de Exuberante. Door hun eindigheid, hun pluraliteit en diversiteit kunnen die eindige zijnden ontelbare unieke identiteiten realiseren, als gestaltes van de in de schoot van de Exuberante gezichtsloos en identiteitsloos verborgen Gratiën. Daarom is onze eindigheid geen vloek maar een zegen; daarom is veelheid geen kwaal, maar een middel; daarom is verscheidenheid geen afwijking, maar een tasten naar de eindgestalte, het ‘Ereignis’ van de Exuberante. Wij, de eindige zijnden, voltrekken die queeste en bouwen zo aan de eindidentiteit van de Exuberante. Wat een opdracht! Wat een glorieuze taak! Wat een wonderbaarlijke toekomst. De Exuberante zal zijn wat wij ervan maakten! En we zullen in onze individualiteit deel uitmaken van die eindidentiteit. Dat is de echte oneindigheid van de Exuberante. Wij zijn geen sterrenstof, maar de bouwstenen van het ‘Ereignis’ van de Exuberante, van zijn volle gestalte. Elk individueel eindig zijnde. Dat was het grote risico dat de Exuberante liep bij de kenosis / schepping. (καλος κινδυνος)(Daarom treur ik niet om mijn eindigheid, om de dood, om de moeilijkheden die het leven meebrengt. Ze zijn mijn privé-uitrusting!) Die taak tot die eindidentiteit van de Exuberante bij te dragen en ze gestalte te geven, krijgen alle levende wezens. Alle elementen, alle insecten, alle planten, alle dieren openbaren op hun wijze de verborgen mogelijkheden van de Exuberante. Alle mensen van alle rassen, van alle culturen en van alle confessies, allen samen en zonder uitzondering, elk op zijn unieke manier, geven een unieke individuele gestalte aan Gratiën van de Exuberante. Dat is de glorie van elk individu. Zo zal het als individu overleven in de Exuberante. De Standaarde van 2014.09.16 meldt dat ‘achthonderd meter diep onder het eeuwige ijs van Antarctica’ ‘vierduizend soorten levende wezens’ leven. Verbazingwekkend, toch! Geeft dat toch niet te denken! Het lijkt alsof in alle materie een wil tot leven stuwt. Alsof alle materie ten koste van veel inspanningen en het overwinnen van veel hindernissen toch tot leven wil komen. Elke vorm van leven lijkt beter dan louter materie te zijn. Een tweede versie:Wat geloof ik? Ik beschouw mezelf samen met alle eindige zijnden als een onmiddellijke medewerker van de Exuberante in zijn queeste naar zijn volle zelf. Alle eindige zijnden hebben een glorieuze taak: de gestalteloze, identiteitsloze Gratiën van de Exuberante te tooien met een unieke gestalte, met een unieke identiteit, die ze alle van elkaar onderscheidt en toch, met hun verschil, samen houdt. Daarom zijn die eindige zijnden eindig , zijn ze met zo velen, zijn ze zo divers en streven ze alle naar een individuele identiteit. Eindigheid, pluraliteit, diversiteit en individualiteit zijn daartoe onze geprivilegieerde hefbomen. Elk zijnde draagt zijn steentje bij tot de volle uitbouw van de onuitputtelijke glorie van de Exuberante. De Exuberante kan vanuit zichzelf niet die over eindigheid, veelheid en diversiteit beschikken. Hij zat daarom opgekloosterd in zin volheid en oneindigheid. Opdat eindige zijnden in ontelbare hoeveelheid en diversiteit zouden kunnen bestaan, ontledigde hij zichzelf: de kenosis. In al wat we zijn en doen zijn we zijn medewerkers. Medewerkers aan zijn queeste naar zichzelf, naar geïndividualiseerde Gratiën. Maar ook medewerkers die de Exuberante bij de anderen aanwezig kunnen brengen en zo die de anderen in hun taak de Gratiën te individualiseren bij te staan en elkaar in die taak te ondersteunen.( In ‚Der Ursprung des Kunstwerkes‘, 1937, beweert Heidegger, nadenkend over een tempel: „Aber es ist ein Werk, das den Gott selbst anwesen läßt und so der Gott selbst ist.“ (p. 39, al. 12. 4. Reclam. Een lang te overwegen bewering!) Zou het ‘Ereignen’ van de Exuberante liggen in het hechter, het intenser worden van het verband tussen de individuele identiteiten? “Want God is liefde.” (2Jn, 4.8.) Liefde vooronderstelt een veelheid van individuele identiteiten. We zien in de evolutie van de kosmos twee tegengestelde bewegingen, die elkaar bij de hand houden, die ogivaal verbonden zijn:- De Big Bang beweging: het uit elkaar spatten uit de oorspronkelijke compacte eenheid. De groeiende diversificatie en individualisatie van de eindige zijnden: Ikke, Ikke, Ikke;- De zich intensiverende samenhorigheid, de ‘Zusammengehörigkeit’ van alle individuele identiteiten. En die samenhorigheid voltrekt zich in de lege tussenruimte, in het utopia. (Cf UdK, II al. 36.1. & 2.) In / door ons, in / door onze individualiteiten voltrekt de Exuberante zijn eigen ‘Ereignung’, komt hij tot zijn eigen volle wasdom, tot de volle ontplooiing van zichzelf, tot de individualisatie van zijn verborgen Gratiën en dat in intense samenhorigheid van alles met alles: de liefde. ‘God is liefde.’ Waarheid opent steeds een onvoorspelbare toekomst en kan geen ‘adaequatio’ zijn, want dat is immobilisme. Ze lijkt ook niet op Descartes ‘certitude’, want waarheid is springen in het duister, in het onzekere, in het verrassend nieuwe. Ze oogt op aanwinst, op uitpuilen, op uitstulpen, op over-grenzen en op springen in het onbekende. Waarheid is de risico’s van het steeds weer beginnen ‘from scratch’ aan te durven. Waarheid moet overstijging inhouden, groei en beterschap. Excellentie. Onvoorspelbare emergentie. Zo werkt ook taal en spreken. Taal kopieert niet. Het sticht nieuw. Verhalen verrassen, zijn niet te sturen noch in te tomen: ze kunnen immers op elk moment alle kanten uit. Peripetieën!
Maandag 15 september 2014
BDE2014.09.15Eben Alexander, Na dit Leven Als je Eben Alexander au sérieux neemt, dan vraag je je toch af waarom we zoveel moeite doen om me…
BDE2014.09.15Eben Alexander, Na dit Leven Als je Eben Alexander au sérieux neemt, dan vraag je je toch af waarom we zoveel moeite doen om mensen te reanimeren, om ze ‘terug te brengen’ in deze lamentabele wereld, in dit knullig, bekrompen bestaan? Het lijkt of dit aardse leven enkel een beknotting van onze mogelijkheden is. Waarom die beknotting dan per se willen redden, in zijn beknellende kracht herstellen?Dat iemand na een BDE anders gaat leven, dat valt licht te begrijpen! Dat hij überhaupt dit aardse leven nog wenst verder te leven, dat valt moeilijk te begrijpen. Ik blijf met de vraag van Lode Zielens zitten: ‘Moeder, waarom leven wij?’Dit aardse leven moet een zin hebben! En die zin moet in de lijn liggen van de werkelijkheid die in BDE ervaren wordt. Met die lectuur in het hoofd herlas ik alinea 39 van M. Heidegger, Der Ursprung des Kunstwerkes (1936). Plots krijgen die zinnen een nieuwe betekenis.
Donderdag 11 september 2014
2014.09.10Het geheel en de delenOf de werking van taal op afstand In zijn De anima zet Aristoteles al zijn omvangrijke kennis en snedige sc…
2014.09.10Het geheel en de delenOf de werking van taal op afstand In zijn De anima zet Aristoteles al zijn omvangrijke kennis en snedige scherpzinnigheid in om het verschil tussen vele duistere onderscheidingen te verhelderen. En dan, naar het einde toe, beweert hij plots dat de ziel bijna alles is: “ç øõ÷ç ôá ïíôá ðùò åóôéí”. Die tegenstelling! Thomas vertaalde in het Latijn: “ens, quod natum est convenire cum omni ente.” (Het enkelvoud !)Wat bedoelde Aristoteles onder woorden te brengen, of via taal te benaderen, af te zonderen, te identificeren?Welke realiteit wilde Thomas in taal vangen?En wat deed Heidegger naar deze uitspraken grijpen? W elke werkelijkheid had hij gezien? Wat schuilt achter Aristoteles’s ‘ðùò’? Welke onmacht of welke ambitie duikt hier op uit welke diepten? Wat verbergt zich achter dat ‘cum’, achter ‘convenire’. En waarom dat enkelvoud in ‘omni ente’? Waarom laat Aristoteles zijn scherpslijperij overwoekeren door dat ‘ðùò’? En door ‘alles’, door ‘ôá ïíôá’. Welke verdeelde veelheid? Welke samenhangende individuele identiteiten? Wat is taal? Wat doet taal hier? Welke pas de deux dansen taal en werkelijkheid?Hoe zien wij de werkelijkheid? Als geheel dat in deeltjes versnipperde? Of als een veelvormige veelheid, zuivere pluraliteit en zuivere diversiteit, die toch moeizaam naar eenheid streven, vanuit individuele identiteiten?
Verdoken Kenosis2014.08.17Heidegger, Identität und Differenz, al. 42. Heidegger gebruikte de term ’kenosis‘ uiterst spaarzaam; ik heb weet…
Verdoken Kenosis2014.08.17Heidegger, Identität und Differenz, al. 42. Heidegger gebruikte de term ’kenosis‘ uiterst spaarzaam; ik heb weet van een plaats, maar vind ze nu niet. Echter in deze alinea, in de zinnen 2 tot 5 ligt het begrip net onder de oppervlakte verborgen, dacht ik. “(2) … ein Satz … von der Art eines Sprunges, der sich vom Sein als dem Grund des Seienden absetzt und so in den Abgrund springt. (3) Doch dieser Abgrund ist weder das leere Nichts noch eine finstere Wirrnis dessen, sondern: das Er-eignis. (4) Im Er-eignis schwingt das Wesen dessen, was als Sprache spricht, die einmal das Haus des Seins genannt wurde. (5) Satz der Identität sagt jetzt: Ein Sprung, den das Wesen der Identität verlangt, weil es ihn braucht, wenn anders das Zusammengehören von Mensch und Sein in das Wesenslicht des Ereignisses gelangen soll.“Wat is dat ‚Sein des Seienden‘ anders dan een afgeslankt, een kenotisch Sein, beknot en zelf-ontledigd? Kenosis is net die ‘Sprung’ in de ‘Abgrund’, zichzelf als ‘Grund’ miskennen. De Exuberante kan geen ‘Grund’ zijn van eindige zijnden zonder ze door zijn gloed te verschroeien tot sintels. Zonder zelfontlediging van ‘Sein’, zou geen eindig zijnde mogelijk zijn. ‘Seiendes’: „Das Wunder aller Wunder: d a s s Seiendes i s t.“ (WiM, in Wm: p. 307). ‘Abgrund’ is de onmisbare open ruimte om zijnden tot hun bestaan te laten komen. ‘Sprung’ is de voltrekking van de kenosis. De sprong in het avontuur van de toekomst, het grote risico. ‘Brauchen’ heeft MH reeds verhelderd in GA 65, p. 251. Alles wat in deze lezing vooraf gaat, leidt naar deze belijdenis. Naar dit kerugma! Naar deze tastende nieuwe formulering van een totaal nieuwe ‘Einblick in das was ist’. (GA 79)Deze ‘Sprung’ is de aanzet van de ‘Seinsgeschichte’, van onze queeste op weg naar de eind-Ereignis van de Exuberante.
Donderdag 14 augustus 2014
Gisteren bezoek van Bennie die ‘pastoraal’ actief is in het ziekenhuis. Hem bedrukt ook de vraag: wat zinnigs kan ik die mensen …
Gisteren bezoek van Bennie die ‘pastoraal’ actief is in het ziekenhuis. Hem bedrukt ook de vraag: wat zinnigs kan ik die mensen over hun einde meegeven?Zou met de dood alles definitief ten einde zijn?Heeft met de dood als definitief einde het leven dat eraan vooraf ging niet alle zin verloren?Ik dacht aan een circusartiest. Volgt de complete leegte na elk optreden? Gaan de toeschouwers met lege handen naar huis? Of kregen ze leeftocht mee, een ‘viaticum’ voor de volgende dagen?Als de dichter zijn gedicht uit handen geeft, is het dan gedaan?Verdwijnen wij met onze dood definitief van het toneel?Verdwijnen wij allen na de vertoning achter de coulissen? Neen!Wij gaven in ons leven, in ons handelen, telkens een unieke, blijvende gestalte aan verborgen schatten, aan gestalteloze Gratiën van de Exuberante.Er wordt telkens iets nieuws en blijvends toegevoegd aan de realiteit! Aan het ‘Ereignis’ van de Exuberante, aan zijn definitieve gestalte.
Leven emergeert uit NUC.2014.08.12Staat niet alle leven haaks op NUC? Op NUC steunend om het te overstijgen? Om een zelf te worden. Een indi…
Leven emergeert uit NUC.2014.08.12Staat niet alle leven haaks op NUC? Op NUC steunend om het te overstijgen? Om een zelf te worden. Een individuele identiteit te realiseren? Om uniek te zijn? Heeft niet alle leven een eigen, uniek telos, een individuele bestaanszin en bestaansdoel? Maakt niet alle leven continu onderscheid tussen wat die identiteit bevordert en ze benadeelt? Leven wil vooruit! Leven wil voorbij zichzelf, wil uitstijgen boven zichzelf. Excelsior. Alle leven wil zich doorzetten door zich af te zetten tegen al wat dat emergeren niet bevordert.En daarom kleeft aan alle leven een ethiek! Leven kan niet zonder een schakelruimte, zonder een ruimte waar vrij kennis henomen wordt, waar vrij geoordeeld wordt, vrij geselecteerd wordt, en dus vrij beslist wordt om vrij te handelen, vrij van de dwang van blind NUC.
Dinsdag 12 augustus 2014

Leven emergeert uit NUC.2014.08.12Staat niet alle leven haaks op NUC? Op NUC steunend om het te overstijgen? Om een zelf te worden. Een indi…
Leven emergeert uit NUC.2014.08.12Staat niet alle leven haaks op NUC? Op NUC steunend om het te overstijgen? Om een zelf te worden. Een individuele identiteit te realiseren? Om uniek te zijn? Heeft niet alle leven een eigen, uniek telos, een individuele bestaanszin en bestaansdoel? Maakt niet alle leven continu onderscheid tussen wat die identiteit bevordert en ze benadeelt? Leven wil vooruit! Leven wil voorbij zichzelf, wil uitstijgen boven zichzelf. Excelsior. Alle leven wil zich doorzetten door zich af te zetten tegen al wat dat emergeren niet bevordert.