Woensdag


Ik wandel door de bossen
het is daar lekker koel
mijn ogen dwalen af naar twee vossen
buiten de bossen is het zwoel
De vossen spelen onder de koelte van de bomen
hopend dat er nog meer mooi weer zal mogen komen.
De vogels zitten fluitend op de takken rond kijkend en luisterend of ze nog iets te eten kunnen pakken voor het duister is.
De schemering valt over het bos
de nacht dieren komen kijken
dat zijn er nog al een tros
maar toch moet het bos wijken.
Ik vind het jammer dat het bos moet verdwijnen
in een weiland zie ik lammeren
die naar het bos kijken
en zitten te jammeren omdat het er anders uit gaat zien omdat de mens altijd alles moet veranderen.











