Zaterdag 26 november 2005
ANDERMAN : Van andermans leer is goed riemen te snijden = op andermans kosten kan men licht royaal zijn. …
ANDERMAN : Van andermans leer is goed riemen te snijden = op
andermans kosten kan men licht royaal zijn.
Andermans boeken zijn duister te lezen = over
andermans omstandighedeen is het moeilijk naar
waarheid te oordelen.
Andermans schotels zijn altijd vet = men verbeeldt
zich, dat het een ander het beter heeft dan jezelf;
uiting van afgunst en ontevredenheid.
Dat is net een kat als andermans kat = dat is een
gewoon geval, er is niets bijzonders bij.
ANGEL : Iemand aan zijn angel krijgen = hem in de macht krijgen
door het lokaas dat men belooft of geeft.
Zaterdag 26 november 2005
In Vredeberg Lier, de stadsschouwburg gaat op zondannamiddag een muzikale opvoering door om 15 uur met tal van bekende zangeressen en zanger…
In Vredeberg Lier, de stadsschouwburg gaat op zondannamiddag een
muzikale opvoering door om 15 uur met tal van bekende zangeressen en zangers die melodieen brenegen uit musicals.
Donderdag 24 november 2005
vervolg van AMBTEN : Ambten hangen niet aan de boom maar aan de kruiwagen.= die geen voorspraak heeft …
vervolg van AMBTEN : Ambten hangen niet aan de boom maar aan de
kruiwagen.= die geen voorspraak heeft van
een man met invloed, komt niet in aanmerking
voor een benoeming.
AMEN : Ja en amen zeggen = alles maar goedvinden wat een ander gezegd heeft, er zonder eigen oordeel mee instemmen.
Amen is een hebreeuws woord = zo is het waarlijk.
Ik zeg er amen toe = ik beamen het tenvolle.
Van eeuwigheid tot amen = aldoor hetzelfde
AMERIJ : Een amerijtje = een ogenblik
ANDER : Die een ander jagen wil, moet zelf draven = een baas die
altijd achter zijn werkvolk aanzit, heeft zelf ook nooit rust.
Wat gij niet wat u geschiedt = Doe dat ook aan een
ander niet.
Andere lui, zijn ook lui = anderen hebben dezelfde
rechten als wij
Een ander is het die zaait, en een ander die maait
Wie zich aan een ander spiegeldt, spiegelt zich zacht.
Wat de een niet lust, eet de ander zich dik in = de
smaken verschillen.
Een anders lijden is maar een droom = wie het zelf
goed gaat, voor hem bestaat het lijden en de nood van
een ander niet; hij kan zich dat nauwelijks voorstellen.
Donderdag 24 november 2005
ALS : Als de lucht valt, krijgen wij allemaal een blauwe slaapmuts op= antwoord op de bezwaren van iemand die aldoor komt met: als…
ALS : Als de lucht valt, krijgen wij allemaal een blauwe slaapmuts op= antwoord op de bezwaren van iemand die aldoor komt met:
als dit eens gebeurt, als dat eens gebeurt
ALTAAR : Die het altaar bedient, moet van het altaar leven =
een geesteelijke moet door de gemeente behoorlijk
worden onderhouden. In het algemeen, men moet kunnen
bestaan van het ambt dat men bekleedt.
AMBACHT : Twaalf ambachten, dertien ongelukken = als
iemand telkens van beroep verandert, loopt het altijd weer op niets uit.
Vrijen is een leugenachtig ambt
Gelukkig man, die een ambacht kan
AMBT : in een ambt benoemd wordt= opmerking die gemaakt wordt, als men meent dat iemand in een ambt benoemd is door gunsten een
gaven, zonder dat hij de nodige bekwaamheid ervoor bezit
Het dook reeds op in de "Kamper Spreekwoorden van 1559 !
OOK MET EEN SCGERTSEND VERLENGSTUK :
Alle ambten zijn smerig, zei de kostersvrouw, en zij nam de kaarsen mee uit de kerk!
Donderdag 24 november 2005
ALLEMANSGADING : 't is geen allemansgading = afblijven Gezegde wanneer ieder van wat lekkers wat afn…
ALLEMANSGADING : 't is geen allemansgading = afblijven
Gezegde wanneer ieder van wat lekkers wat afnemen wil.
ALM : Goede alm maakt goed werk = goed gereedschap is het halve werrk.
ALMANAK : De almanak en de krant = zijn de leugenzakken van het land.
Kortweg: Almanak,
Leugenzak.
Donderdag 24 november 2005
ALFA: Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde = De alfa , de a, is de eerste letter van het Griekse alfabet; de omega…
ALFA: Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde = De alfa
, de a, is de eerste letter van het Griekse alfabet; de omega,
de lange "o", was de laatste.
ALIAS: Een alias= is een guit, een grappenmaker, een rare snoeshaan.
ALIBI = is het bewijs, dat men elders was dan op de plaats en de tijd
van een miosdrijf.
ALLELUJA : Men moet geen alleluja zingen voordat Pasen daar is
Loflied.
ALLEMAN: Wat alleman zegt is waar = Vlaams spreekwoord, de
stem van het volk is de stem van god.
Die alleman belieft en paait, zulk volk is deerlijk dunne
gezaaid.
Allemansvriend is allemans gek.
AKKER : Hij is aan 't eind van de akker = hij kan niet verder, hij is aan het eind van zijn krachten, zijn krachten begeven …
AKKER : Hij is aan 't eind van de akker = hij kan niet verder, hij is
aan het eind van zijn krachten, zijn krachten begeven het,
zijn vermogen is genoegzaam verdwenen.
AKKOORD : Daar ga ik mee akkoord = dat is m.i. de waarheid, dat is volgens recht, volgens overeenkomst.
AKTE: Daarvan neem ik akte = wat je daar zegt neem ik aan als iets
dat vaststaat.
AL: Die 't al wil hebben, krijgt niets!
Diet al wil hebben, het valt bi tiden.Dat hi van allen missen moet.
ALARM: Alarm blazen = waarschuwen voor dreigend gevaar, dat de
anderen nog niet zien.
ALEXANDER : Zo ik Alexander niet was, zou ik Diogenes willen zijn =
Als ik de allergrootsteniet was, dan wilde ik de aller-
armste zijn en zonder zorgen leven.
AFWEZIGHEID: Schitteren door zijn afwezigheid =Opvallen, juist omdat men er niet bij is AFWIMPELEN: Iets afwimpelen: = Iets niet door laten …
AFWEZIGHEID: Schitteren door zijn afwezigheid =Opvallen, juist omdat men er niet bij is
AFWIMPELEN: Iets afwimpelen: = Iets niet door laten gaan.
AFZAKKEN: Hij zakt af = Hij gaat weg zonder dat hij zijn doel heeft
bereikt. Ook nog = Hij gaat beschaamd weg.
AFZAKKERTJE: = glaasje op de valreep, waarna men dus kan "afzakken".
Lett. = een glaasje na het eten, waardoor de spijzen
gemakkelijk zakken.Afzakken = eenvoudig heengaan.
AFZOUTEN: iemand afzouten = hem met een kleinigheid wegsturen, hem
zijn deel niet geven.
AIR: Zich een air geven = zich voornaam voordoen.
AKKEFIETJE : Met dat akkefietje ben ik lelijk opgeknapt = dat is een
lastige opdracht, een onaangenaam werk, een ver-
velende boodschap
AFSCHEPEN: iemand afschepen =hem onverrichterzake wegsturen, hem onder een mooi voorwendsel zien kwijt te raken. …
AFSCHEPEN: iemand afschepen =hem onverrichterzake wegsturen,
hem onder een mooi voorwendsel zien kwijt te raken.
Afschepen: = verkochte goederen per schip verzenden.
AFTAKELEN: Hij takelt af = hij wordt minder; zijn krachten nemen af.
Lett. een schip aftakelen = van zijn takelage ontdoen
d.i. van zijn tuig ontdoen.
AFTANDS : Zij is aftands = Zij is over het beste heen; zij veroudert
Lett.gezegd van een paard, dat zo oud is, dat men aan
de tanden de leeftijd niet meer kan zien.
AFTOCHT: De aftocht blazen = terugtrekken, omdat men zijn doel
niet kan bereiken; de strijd verloren hebben.
AFTROEVEN: Iemand aftroeven = hem de les lezen, hem zijn
minderheid doen gevoelen.
Bij het kaartspel bvb troeft men iemand af, door
een hogere troef uit te spelen.
AFTUIGEN: Iemand aftuigen = zijn gebreken in het licht stellen, hem
scherpe verwijten maken; OOK = iemand een pak
slaag geveen.
AFSCHEPEN: Iemand afschepen =hem onverrichter zake wegsturen; hem onder een mooi voorwendsel kwijt zien te raken. …
AFSCHEPEN: Iemand afschepen =hem onverrichter zake wegsturen;
hem onder een mooi voorwendsel kwijt zien te raken.
Afschepen = verkochte waren per schip verzenden.
AFTAKELEN : Hij takelt af = hij wordt minder; zijn krachten nemen af
(een schip aftakelen = van takelage ontdoen, d.i.
van zijn tuig ontdoen)
AFTANDS : Zij is aftands = zij is over 't beste heen,;
zij veroudert.
Lett. gezegd van een paard, dat zo oud is, dat men
aan de tanden de leeftijd niet meer kan zien.
AFTOCHT : De aftocht blazen = terugtrekken, omdat men zijn
doel niet kan bereeiken; de strijd verloren hebben.
AFTROEVEN : Iemand aftroeven = hem de les lezen, hem zijn
minderheid doen gevoelen. Bvb Bij het kaartspel
troeft men iemand af, door een hogere troef uit
te spelen.
AFTUIGEN: Iemand aftuigen = zijn gebreken in 't licht stellen,
hem scherpe verwijten maken.
OOK : iemand een pak slaag geven.
Een schip aftuigen = van zijn tuig ontdoen, dan
kan het niet meer varen.