Naar de inhoud

Felix Timmermans

Vlaamse schrijver, dichter en schilder * 1886 - 1947 *
akke.beakke.be

Archief

Ereburger van de stad Lier - Gaston Durnez

Ereburger Felix Timmermans

Inleiding op de plechtige toekenning van het ereburgerschap door de stad Lier, 14 november 2014

   Onlangs kwam ik, in de vreemde wereld buiten Lier, mensen tegen die mij verwonderd vroegen :” Wat hoor ik, wordt Felix Timmermans ereburger van Lier ?

Dat is hij toch al lang ?”
   Mijn antwoord was: Ja en Nee !
   Ja, Felix Timmermans was al lang virtuele ereburger.

   Toen ik zelf nog een jonge tiener was (een tijdje geleden) en in het Vlaamse binnenland kennis maakte met zijn werk, was Felix zelfs de Ongekroonde Koning van heel de Vlaamse literatuur en zijn troon stond in Lier, een stad waarvan ik dacht dat zij eigenlijk Schoon Lier heette en door Timmermans zelf was ontworpen Van uit die gezegende plek, in de zilveren knoop gestrikt door een Grote en een Kleine Nete, regeerde hij, als de Goede Fé, niet alleen over de Nederlanden maar ook over verre buitenlanden. Het was de tijd waarin men met zijn boeken heel het voetbalveld van de Lierse vol kon bouwen. Om zijn werk Europa rond te voeren, had men duizend autobussen nodig.

Nu nog, zo’n driekwart eeuw later, blijven wij de stempel zien die door deze royale kunstenaar op stad en land werd geprent.

Er zijn in Vlaanderen enkele schrijvers geweest die hun streek zo levendig hebben uitgebeeld en haar taal zo sterk hebben gebruikt, dat hun naam er voor altijd mee verbonden blijft. Maar het sterkste voorbeeld is wel de Goede Fé, wiens werk op zulke feestelijke, kleurrijke en tegelijk innige wijze geankerd is in het volksleven en in onze geschiedenis. De Ster die hij naar Betlehem droeg, is voor altijd blijven stille staan boven de Kempen. Als het Kerstfeest nog altijd kleur heeft in Vlaanderen, komt dat omdat hij het heeft geschilderd met pen en penseel. Zijn Juffrouw Symforosa blijft leven in het mystieke Begijnhof, zoals hij dat met zijn ronde pen heeft getekend. Pallieter is spreekwoordelijk doorgedrongen tot de woordenboeken en heeft zijn naam geleend aan alle bewoners van de Netestad. Kortom, de artistieke scheppingen van Timmermans zijn al lang een deel van ons culturele erfgoed. De Fé zelf werd een begrip. Zoveel betekende hij voor de faam van zijn stad in de wereld, dat ik ooit heb voorgesteld, de toenmalige Vereniging voor Vreemdelingenverkeer gewoon de Fee Fee Fee te noemen. Daar is men toen niet op ingegaan, maar alles blijft mogelijk in het verkeer.

Een en ander wil zeggen, dat het volk Felix Timmermans vanzelf als ereburger heeft aangenomen, bijna zo een beetje als lang geleden de gelovigen zelf hun heiligen verklaarden. Hij werd al vroeg een Sant in eigen land. En al gingen er ooit wel eens kaarsjes uit die voor hem plachten te branden, het warme zonnelicht is nooit gedoofd.

Wandel door Lier en je komt de Fé tegen. Plaatsnamen en beelden getuigen voor hem. Een museum bewaart en toont herinneringen aan hem en aan de schilder voor wie hij de mooie adellijke leuze bedacht :” Maar zomeren zal het !” Moge het voor dat museum nog heel lang zomeren, in groeiend wetenschappelijk en toeristisch comfort !

Ja, Felix Timmermans geniet al lang verschillende vormen van ereburgerschap. Maar nee, een officiële ereburger was hij niet. Dat wordt hij dus nu. En wij, Timmermansianen, die de interesse en de studie voor zijn werk willen bevorderen in een genootschap of in een vriendenkring, wij zien dat niet als een eerherstel. Felix heeft zijn eer nooit verloren.

De officiële titel komt wel een beetje laat, da’s waar. Tegelijk komt hij ook mooi op tijd, om een historische verjaardag te vieren. Weldra is het honderd jaar geleden dat Pallieter werd geboren. Inderdaad, in 1916 verscheen het Meesterwerk dat net voor de Grote Oorlog was voltooid. Pallieter werd gepubliceerd in het neutrale Nederland en de eerste bespreking verscheen niet dààr, en niet in ons bezette land, maar in Engeland, in The Times Literary Supplement. En het was een historische, toonaangevende bespreking. Het grote, nog altijd bestaande literaire weekblad zou later ook Het Kindeke Jezus in Vlaanderen bewieroken. Als belangrijkste kenmerk van Timmermans’ werk noemde het blad de mengeling van Uilenspiegelachtige geest en de kleur en de mystiek van de oude Vlaamse schilders. Daarmee was inderdaad de toon gezet voor de internationale weerklank.

In die dramatische donkere jaren, in en na de Grote Oorlog, werd de roman in Europa ontvangen als de droom van een paradijselijk bestaan, als een verlangen naar het feestelijke Leven, als een lofzang op de zuivere echtheid van de natuur. Dat is dan ook de allereerste reden van zijn succes geweest. Pallieter was het boek van kermis en bewondering. Maar zijn uitbundigheid in taal en beeld ging gepaard met grote innigheid, met gevoel voor het geheim van de natuur, ja, met een religieus aanvoelen van ons bestaan. Pallieter draagt een blijdschap uit, die dieper gaat. Als de ontroering om het wondere leven hem te machtig wordt, citeert hij Gezelle’s gedicht over de grote blije dag, en bidt hij, zoals de dichter, tot “de Zon van alle klaarheid”.

Vrienden, laten wij straks, te midden van de herdenking van de onvoorstelbare Europese burgeroorlog, onder de indruk van wat men “het grote sterven” heeft genoemd, ook de levensdroom van Timmermans oproepen. Laten wij de geboorte van Pallieter vieren als een lofzang op het Leven en als een hulde aan zijn geestelijke vader, aan de Ereburger die, op het einde van alweer een andere oorlog, deze woorden schreef:

“Er is maar één doel in het leven, dat is goed zijn.”

Gaston DURNEZ

*****

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Timmermans vertelt over Pallieter

Timmermans over "Pallieter."

Uit de Middelburgsche courant van 12/04/1919
     Uitgenoodigd door het bestuur der openbare leeszaal en bibliotheek hield Felix Timmermans donderdagavond in het gebouw der Vrijzinnig Hervormden een lezing over zijn boek "Pallieter".

Spreker begon met te zeggen, dat hij over Pallieter zelf, niet kan, zal en mag spreken.
Wel daarentegen over het ontstaan van dit werk, dat de vrucht is van een verkeerd geleefd leven. Wat men allerminst van dit boek zou verwachten: aan Pallieter kleven tranen. Het is geboren uit groote smart en het zieleproces waaruit het ontstaan is zal spreker nu nader ontwikkelen.

     Het is niet zooals velen denken, geschreven tijdens den oorlog, want het laatste deel verscheen in een tijdschrift in den zomer van 1914.
De voorgeschiedenis van Pallieter moet gezocht worden in de vele studies die door den schrijver gemaakt zijn op het gebied van occultisme, kabalisme, spiritisme, theosophie etc.
Al deze onderzoekingen hebben zijn geest verward, maakten hem zwaarmoedig en verstoorden zijn evenwicht.

     Hij werd door zijn moeder gewaarschuwd, doch ging voort het occultisme te bestudeeren, totdat hij zag dat hij geen houvast meer aan het leven had.
Evenwel kon hij toen niet meer terug, hoewel hij alles beproefde om weer te keeren tot de innerlijke rust en vrede van vroeger.
Eerst zonderde hij zich af in de bosschen, doch zonder resultaat. Na drie maanden alleen te hebben doorgebracht met zijn gedachten, keerde hij vermagerd huiswaarts.

Vervolgens trachtte hij genezing te zoeken in het Trappisten-klooster bij Mechelen, doch ook hier vond hij geen herstel voor zijn gestoorden geestestoestand.
Daarna begaf hij zich naar een Begijnenhof, waar hem door den pastoor een kamer gewezen werd, doch daar zijn vrienden hem kwamen opzoeken en de spiritistische séances wederom voortgezet werden, moest hij ook hier vertrekken zonder de rust gevonden te hebben die hij zocht.
In zulk een stemming nu van angst en dood en nostalgie schreef Timmermans "de Schemeringen van den Dood".

     Toen kwam er, wat spreker noemt, gelukkig een ongeluk.

Hij moest geopereerd worden en daar zijn toestand hoogst ernstig was lag hij eigenljjk te wachten op den dood, waarnaar hij vroeger dikwijls als een verlosser had uitgezien.
Maar thans wenschte hij plotseling te leven met alle kracht die in hem was en juist deze ommekeer bracht genezing voor zjjn verwarden geest. Ook lichamelijk werd hij gelukkig gezond, zoodat hij volgens zijn moeder tweemaal genezen was, van binnen en van buiten.

     Zijn herstel had plaats in het voorjaar, als de natuur ontwaakt en de drang naar nieuw leven heel de wereld vervult.
Toen ging hjj de velden in waar hij de lente genoot en waar de zekerheid in hem groeide een boek te zullen schrijven en wel een lofzang op de ontluikende aarde.
Maar hoewel de inspiratie noodig is voor een kunstenaar, moet er toch hard gewerkt worden en zoo heeft Timmermans dan ook vier jaar noodig gehad voor hij zijn Pallieter voltooid had.
Vooral de bijfiguren hebben hem dikwijls last bezorgd met name de weerbarstige Charlot, de schilder, de pastoor en ook Marieke.

     Spreker verhaalde vervolgens hoe heel Pallieter een verbeelding is zoowel wat personen aangaat als wat het landschap betreft. Wel zijn er dikwijls aanleidingen geweest die tot het ontstaan van een of andere figuur hebben geleid, doch steeds heeft 's schrijvers fantasie een groote rol gespeeld.
     Ook de naam van het boek zelf is op eigenaardige wijze ontstaan.
Toen hij met een zijner vrienden over zijn werk sprak en deze hem vroeg hoe het nu eigenlijk heette, wist hij dit zelf nog niet, maar daar er natuurlijk een antwoord verwacht werd, noemde hij den eersten naam die hem inviel, Pallieter.
Sommige gedeelten zijn door Timmermans met veel moeite geschreven, zoo b.v. de beschrijving der kermis, terwijl daarentegen "de Hoorn des Overvloeds" ontstond terwjjl er vijf kinderen rond hem heen sprongen.

     Ten slotte deelde spreker nog mede dat vele menschen meer achter Pallieter willen zoeken dan ermee bedoeld is. Pallieter is uitsluitend een uiting van levensblijheid en als zoodanig moet het boek dus worden opgevat.
     Na de pauze werd door Timmermans nog iets voorgelezen uit andere werken, waarna de talrijke aanwezigen door langdurig applaus hun ingenomenheid te kennen gaven voor het wie schoone, hun dezen avond gebracht.

********

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Liefde voor al wat leeft - Pieck en Timmermans

Liefde voor al wat leeft...

Anton Pieck, dank zij Felix Timmermans, goede vriend van het Vlaamse land.

Uit de Leeuwaarder Courant – 30/7/1955.

     Anton Pieck, graficus en illustrator van wereldvermaardheid, heeft zich voor een belangrijk deel van zijn werk laten inspireren door het kleurrijke Vlaamse land en volk.

Zijn belangstelling voor Vlaanderen die later uitgroeide tot een hartstochtelijk beleden liefde, dateert reeds van 1918, toen hij "Pallieter" van Felix Timmermans las. Het boek trof hem zo zeer, dat hij besloot het te illustreren. Zijn bescheidenheid weerhield hem er echter van, contact te zoeken met de schrijver. Tegelijkertijd liep Felix Timmermans rond met drie etsplaatjes, die hij graag aan een goede pers wilde toevertrouwen. Vrienden verwezen hem daartoe naar Anton Pieck, de jonge graficus, die de plaatjes graag voor hem zou afdrukken.

1687308-26f6ea173a2e81447ed708b5a3b88542.jpg

     De bescheidenheid van Timmermans was kleiner dan die van Pieck. En zo kwam het contact tot stand tussen de beide kunstenaars. Het contact, dat later zou uitgroeien tot een warme vriendschap en dat van onschatbare betekenis zou worden zowel voor de ontwikkeling van de kunst van Anton Pieck als voor het gehele Noord- en Zuid-Nederlandse kunstleven De belangstelling van Anton Pieck voor Vlaanderen is een deel van zijn wezen geworden. Zijn kunst is doordrenkt van de Vlaamse geest. De Vlaamse letterkunde en Anton Pieck zijn bijna onafscheidelijk aan elkaar verbonden.

     Een oprechte hulde als blijk van genegenheid voor het verdienstelijke werk dat hij sinds 1918 aan Vlaanderen heeft bewezen, zal Anton Pieck thans ten deel vallen Zaterdag a.s. zal de graficus in Antwerpen de Rockox-onderscheiding ontvangen. Een onderdeel van deze huldiging is het verschijnen van een kunstmonografie van de bekende kunstcriticus Denijs Peeters over "Anton Pieck en Vlaanderen."
Dit prachtig uitgevoerde boekje, waarin een groot aantal illustraties en schilderijen van Pieck is gereproduceerd, is verschenen bij de uitgeverijen Grafiek — Kolvo (Gent) en Ad. M. C. Stok (Den Haag).
Het zal niet alleen "beneden de Moerdijk" met open armen worden ontvangen.

     In 1920 dan verscheen een luxe uitgave van "Pallieter" met tekeningen van Anton Pieck. Het was het eerste boek, dat deze illustreerde. Pieck kende Vlaanderen nog niet en Felix Timmermans heeft hem daarom bijgestaan bij het maken van de tekeningen. Pieck gaf daar echter een eigen, persoonlijke vorm aan, zodat zich al vroeg de later zovelen zo vertrouwde Anton Pieck-stijl ontstond.

     Het contact met Timmermans deed Pieck evenwel al spoedig naar Vlaanderen trekken, waar hij zich niet alleen uitleefde in het portretteren van de vele prachtige plekjes, waaraan de oude Vlaamse stadjes zo rijk zijn, maar waar hij vooral zijn levensblik verruimde. Hij maakte kennis met de Vlaamse levensblijheid met haar veelal weemoedige bespiegelende achtergrond. Uit ervaring weten wij, dat niemand die — ook nu nog — met het Vlaamse gemeenschapsleven kennismaakt, ontkomt aan de invloed daarvan. Zo ook Anton Pieck niet. De vriendschap met de imponerende persoonlijkheid van Felix Timmermans en ook van de bouwmeester-schilder Flor van Reeth, lieten niet na hun stempel te drukken op Anton Pieck.

1687308-948171d951b34b009e319a39eda10266.jpg

     Vooral de invloed van Timmermans is onmiskenbaar op het werk van Pieck, zonder dat deze nochtans zijn persoonlijke techniek daardoor liet veranderen. Wel werd hij minder naturalistisch zou men kunnen zeggen : zijn kijk op de werkelijkheid werd ruimer, zijn tekeningen wonnen aan kracht, doordat ze meer strakheid kregen, directer werden.
     Anton Pieck ging het wezen van de dingen beter onderkennen, de vorm waarin iets bestaat en leeft, ontdaan van overdreven securigheidjes. Het was de geest van Felix Timmermans die doorwerkte in de techniek van Anton Pieck. De geest, die een waarachtige liefde ademt voor al wat leeft, die de humor kent van de stille lach, de weemoed van de verdrongen traan.
     Niet alleen in zijn etsen en houtsneden toont Anton Pieck zich een vriend van het Vlaamse land. Ook in zijn schilderijen. Felix Timmermans was trouwens ook degene, die hem de waarde van de kleur bijbracht. Een eigenlijke schilder is Pieck echter nooit geworden;zijn schilderijen bleven meer gekleurde tekeningen dan dat het schilderijen werden. Hun eigen stijl is evenwel ook hier die van strakheid, die onmiddellijk aanspreekt, doordat de kunstenaar in enkele beelden 'n sfeer volmaakt kan treffen en een heel verhaal kan samenbollen. "Iedere illustratie is afzonderlijk een volledig verhaal van de eenvoudigheid van het Vlaamse landschap en van de diepe geest van het Vlaamse volk", zo schrijft Denijs Peeters, die in zijn monografie uitvoerig ingaat op de techniek van Anton Pieck :
     "De techniek is hier de verwezenlijking van twee motieven, waarnaar Pieck heeft gestreefd om deze in zijn werk te bereiken : ziel en leven. Dit is voor iedere kunstenaar de grootste eis die hij aan zichzelf stelt, maar hoe weinig kunstenaars hebben het in hun werk gekund, de ziel en het leven in eenzelfde uitbeeldingsvorm te verwezenlijken".
     "Ieder beeld over Vlaanderen dat hij geeft is volledig, ieder onderwerp is met een warme belangstelling beleefd". Het is het beste compliment, dat een Vlaming over Anton Pieck en Vlaanderen kan geven. Een compliment, dat op 30 Juli nog wel uitvoerig zal worden herhaald. En terecht, want Anton Pieck verdient de volle aandacht, al ware het alleen al om het contact, dat hij heeft gelegd tussen het Noorden en het Zuiden.

Een contact, dat vooral op cultureel gebied zeker nog voor uitbouw vatbaar is.

*******

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Een boek van Pallieter - Erik Dams

Een Boek van Pallieter.

Uit Tijdingen van 9 maart 1994 - door Erik Dams.
     Dode schrijvers leven voort. In hun werk en in hun romanfiguren. Soms ook in hun eigen museum. Tijdingen doet in een reeks artikelen een aantal schrijversmusea aan. En onderzoekt tegelijkertijd of zo'n museum een impact heeft op de lokale boekenverkoop. We beginnen bij Timmermans. Niet zonder reden, want ooit was Timmermans heel groot in Vlaanderen.

1679059-bf31a7d51988845a8ab50e185a7cb822.jpg

     "Wie is de populairste auteur van Vlaanderen?" In 1938 stelde de VBVB die vraag aan de lezers van Het Boek in Vlaanderen. Zij mochten de tien Vlaamse auteurs opsommen die hun voorkeur hadden. De VBVB ontving liefst 20.000 antwoordformulieren. Felix Timmermans kwam als 'winnaar' uit de bus met 15.564 vermeldingen. Daarmee ging hij Ernest Claes (14.529), Hendrik Conscience (12.685). Stijn Streuvels (10.712) en Gerard Walschap (6.720) vooraf. Roem en glorie zijn echter vergankelijk. Wie van de vermelde 'groten' staat in 1994 nog met stip in de top tien?
     In Lier prijkt Felix Timmermans nog bovenaan. Want Lier is onlosmakelijk verbonden met Felix Timmermans. Hij werd er geboren in 1886 en stierf er in 1947. Timmermans is bij het grote publiek vooral bekend met zijn werken Pallieter en Boerenpsalm.

Ook Driekoningentriptiek (in toneelversie En waar de ster bleef stille staan...). Schoon Lier en De zeer schone uren van Juffrouw Symforosa, begijntje, doen nog een belletje rinkelen. Timmermans leeft voort in het Timmermans-Opsomerhuis. Het Felix Timmermans Genootschap en de Felix Timmermans Kring. En vooral in de naam Pallieter. Want waar je in Lier gaat of staat, overal kom je hem tegen : herberg 'Pallieter', reisbureau 'Pallieter', fotografiekring 'Pallieter'... In Lier is middenstander Pallieter de winnaar. 'De naam Pallieter is nu inderdaad meer bekend dan de naam Timmermans.' zegt Job Deckers van de Felix Timmermans Kring en zaakvoerder van het antiquariaat 'Schoon Lier'. Vaak lopen hier mensen langs die mij een boek van "Pallieter" vragen, waarmee ze Felix Timmermans bedoelen. De romanfiguur overleeft zijn schepper.'

     Tijdens zijn leven gaf men aan Timmermans al de naam 'Pallieter'. Dat bevestigt Frans Verstreken, secretaris van het Felix Timmermans Genootschap: 'Ik heb Timmermans nog gekend. Af en toe kwam hij bij mijn vader op bezoek. Mijn vader had een kledingzaak en voor de erg imposante Timmermans moest telkens een aangepast maatpak gemaakt worden. Iedereen keek toen op naar die stille, rustige man, soms Pallieter genoemd.
Ga je tegenwoordig een café binnen en vraag je waar de naam Pallieter vandaan komt, dan krijg je als antwoord dat hij symbool staat voor de vrolijke Lierenaar. Een verwijziging naar Timmermans wordt zeldzaam. Timmermans had voor zijn romanfiguur trouwens verschillende namen verzonnen en uiteindelijk is het Pallieter geworden. Het woord 'Pallieter' staat in Van Dale. Pas in recentere uitgaven hebben ze de naam correct met dubbele l gespeld!'

Eén schrijver, twee verenigingen
     Het Felix Timmermans Genootschap werd in 1972 opgericht, 25 jaar na het overlijden van Timmermans. Met als doel "Timmermans' nagedachtenis levend te houden en de kennis van zijn literair en plastisch werk te bevorderen". Dat komt vooral tot uiting in de waardevolle reeks jaarboeken die sindsdien werden uitgegeven. Ze bevatten studies over het werk van Timmermans vanuit zeer diverse invalshoeken (van Timmermans en het activisme tot Timmermans in Scandinavië) en af en toe zeldzame of niet eerder gepubliceerde teksten van de schrijver. Bij de oprichters vinden we bekende namen, onder meer Bertus Aafjes, Gaston Durnez, Hubert Lampo, Walter Opsomer (zoon van schilder Opsomer), Ludo Simons, Lia Timmermans, Louis Vercammen en Albert Westerlinck. Timmermans-biograaf José De Ceulaer was voorzitter, hij werd later opgevolgd door Marc Somers.

     Waarom werd er pas in 1972, en niet vroeger, een Felix Timmermans Genootschap opgericht? Frans Verstreken wijst erop dat het Timmermans-Opsomerhuis in 1968 geopend werd : 'De oprichting van het Felix Timmermans Genootschap, enkele jaren later, was daar een onrechtstreeks gevolg van. Sindsdien hebben we er dan ook echt werk van gemaakt.

De jaarboeken spreken voor zich.' Voor de verspreiding van zijn jaarboeken heeft het Felix Timmermans Genootschap een bijzonder systeem uitgedokterd.

Frans Verstreken licht toe : 'Wij laten de boeken drukken bij Sanderus in Oudenaarde.
Die boeken gaan dan naar Uitgeverij J. Van In, die als Liers bedrijf een gebaar wil stellen. Heel de oplage wordt er opgeslagen. Iedereen die lid is, krijgt automatisch een jaarboek toegestuurd. J. Van In neemt dus de praktische kant voor zijn rekening, wat ons een hoop beslommeringen bespaart. Uitgeverij J. Van In verzorgt ook de distributie van het jaarboek naar de boekhandel toe. Dat gebeurt echter niet zoveel, want het lidgeld bedraagt slechts 500 frank. Het aantal leden schommelt per jaar. afhankelijk van de in het jaarboek behandelde onderwerpen. De laatste jaren ligt het aantal altijd tussen 600 en 650.'

     Natuurlijk draagt de inhoud van de jaarboeken bij tot het succes ervan. Frans Verstreken vreest niet dat de onderwerpen uitgeput raken : 'Wij staan er zelf van versteld waar we het blijven halen. Er was bijvoorbeeld een jaarnummer over de poëzie van Timmermans.
Daarna kregen we automatisch nieuwe stof van lezers die geïnspireerd waren door de verschenen artikelen. Via de universiteiten krijgen we ook materiaal van studenten die hun eindverhandeling maken over Timmermans, hoewel dat niet frequent meer gebeurt."
     Het Felix Timmermans Genootschap organiseert bijna jaarlijks een ledendag rond een specifiek thema dat vaak in verband staat met de jaarboeken. 'Meer activiteitgerichte organisaties zijn in handen van onze Felix Timmermans Kring.' zegt Job Deckers. 'Wij zijn in 1990 gestart en willen de sporen van Timmermans nagaan.
     Ook willen wij de jongere generatie vertrouwd maken met de warme wereld van Timmermans, met voordrachten en wandelingen, of zelfs met een reis naar Italië, 'Naar waar de appelsienen groeien'. Ten slotte streven wij ernaar zeldzame werken op te sporen en eventueel uit te geven. Wij berichten daarover in ons tijdschrift 'Zilveren Verpozingen', dat tweemaal per jaar uitkomt. Wij stellen vast dat het publiek voor Timmermans vanaf de veertigers begint. Meestal zijn het mensen met heimwee naar hun jeugd, het 'rijke Roomse leven en de ongerepte natuur. Die elementen vind je natuurlijk ten overvloede in het werk van Timmermans.'

1679059-7b36bbaff7df47a70be1f7ca27dda956.jpg

Timmermans' woordenboek
     Felix Timmermans hanteerde een taal die bol stond van dialectwoorden, neologismen en archaïsche termen. Het Felix Timmermans Genootschap heeft lange tijd een woordenlijst aangelegd met termen die specifiek in het werk van Timmermans voorkomen.

Dat woordgebruik blijkt trouwens de struikelsteen te zijn voor het gebruik van zijn teksten in het onderwijs. Frans Verstreken : "Bij de dichtbundel Adagio stak Albert Westerlinck een handje toe om Timmermans' taal zo zuiver mogelijk te houden. Voor zijn romans echter moet je een zekere kennis van de dialecten uit de Kempen bezitten om alles te kunnen begrijpen. Voor Lierenaars is die taal nog zeer toegankelijk. Maar uit de soms zeer eigenaardige vertalingen van Timmermans' werk blijkt duidelijk dat aan sommige woorden door niet-ingewijden totaal verkeerde betekenissen gegeven zijn.'
     Op het einde van de eerste wereldoorlog vertrok Felix Timmermans voor twee jaar naar Nederland. Voor het dagblad Het Vaderland schreef hij stukjes onder de titel 'Pallieter in Holland', een verslag van zijn Nederlands verblijf. In Nederland en Duitsland bleek Pallieter meteen aan te slaan. Ook nu nog bestaat er vanuit Nederland interesse voor het werk van Timmermans. Zo ontvangt het Timmermans-Opsomerhuis jaarlijks een behoorlijk percentage Nederlandse bezoekers en ook boekhandel J. Van In krijgt regelmatig Nederlandse toeristen over de vloer, op zoek naar een boek van Timmermans. Ook in Duitsland kennen de vertalingen van Timmermans nog succes. Timmermans-kenner Ignaas Dom woont trouwens in Duitsland en heeft er ook een Duitse Timmermansvereniging gesticht.

Timmermans-Opsomerhuis
     Het achttiende-eeuwse Hof Van Geertruyen. ook wel de Groote Hofstadt genoemd, werd in 1968 omgedoopt tot het Timmermans-Opsomerhuis. 'Om publicitaire redenen' sprak men niet over een museum. Oorspronkelijk gaf het huis een overzicht van het oeuvre van Felix Timmermans en kunstschilder baron Isidoor Opsomer. In de loop der jaren bouwde men het Timmermans-Opsomerhuis uit tot een plaats waar ook andere Lierse kunstenaars uit het verleden aan bod komen, bijvoorbeeld kunstsmid Lodewijk Van Boeckel, componist Renaat Veremans en Jan Baptist David, naar wie het Davidsfonds genoemd werd.

     Naar aanleiding van de honderdste geboortedag van Felix Timmermans organiseerde de stad Lier in 1986 de tentoonstelling 'Met pen en penseel'. Toen bezochten meer dan 31.000 mensen het Timmermans-Opsomerhuis. In een 'gewoon' jaar schommelt het aantal bezoekers rond 6.000. De grootste toeristische trekpleister in Lier blijft de Zimmertoren.
     In het Timmermans-Opsomerhuis vindt de bezoeker een chronologisch overzicht van leven en werken van Timmermans. Het geheel is duidelijk en gemakkelijk leesbaar voorgesteld. Ook een aantal wetenswaardigheden ontbreken niet. Zo kan de bezoeker zien dat in de eerste druk van Pallieter bladzijde 48 ontbrak. Later werd die bladzijde als '48*' verspreid. Spijtig genoeg blijken de schilderijen aan de wanden meestal reprodukties.
'Het is heel moeilijk om nog aan origineel literair en vooral grafisch werk van Timmermans te komen.' zegt Luc Coenen van de stedelijke dienst voor archieven en musea. 'In de stadsbibliotheek hebben we wel een Timmermansarchief, maar dat is verre van volledig.'

Een vaste waarde
     Dan maar naar de boekhandel getogen, waar Timmermans, en vooral Lier prominent aanwezig is. 'Boekjes met daarin Lierse humor vormen een jaarlijks weerkerend kassucces', zegt men bij J Van In. Timmermans blijft natuurlijk een vaste waarde, maar spreekt toch voornamelijk een ouder publiek aan. De jaarboeken van het Felix Timmermans Genootschap en de door het Davidsfonds uitstekend verzorgde nieuwe uitgave van zijn werken dragen natuurlijk bij tot een regelmatige verkoop. En dat kan men bij het Davidsfonds inderdaad bevestigen. Veerle van den Bosch, redacteur literatuur van Davidsfonds Uitgeverij, meldt dat al bijna 85.000 exemplaren van de heruitgegeven boeken van Timmermans de deur uit zijn. Een opmerkelijk cijfer.


Een Timmermansjaar in 1997 - Timmermans overleed in 1947 zou de interesse in Timmermans nog kunnen versterken, maar niemand heeft al zo ver vooruit gedacht.
'Eerst de gemeenteraadsverkiezingen afwachten.' zegt elke wijze Lierenaar.

*******

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Eeuwfeest Tony Bergmann

Eeuwfeest Tony Bergmann, schrijver van Ernest Staas herdacht.

Een baanbrekend Lierenaar.

Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië - 9/8/1935.

Felix Timmermans huldigt zijn voorlooper
     De Bruselsche correspondent van het Amsterdamsch "Hbld." schrijft aan zijn blad:

Honderd jaar geleden, in Juni 1835, werd te Lier Tony Bergmann geboren, de vermaarde auteur van "Ernest Staas". Hij was de kleinzoon van een Duitscher die, na geruimen tijd in het Hollandsche leger te hebben gediend, zich in de Nethestad was komen vestigen en er kort daarop met een meisje van de streek in het huwelijk was getreden.
     Orangist in hart en nieren week hij, na de gebeurtenissen van 1830, naar Holland uit met zijn gansche gezin, behalve een zoon, George, die te Lier achterbleef en er het beroep van advocaat uitoefende. Zeer geziene persoonlijkheid, bekleedde George Bergmann zelfs jarenlang het Burgemeestersambt zijner geboortestad.
Hij liet gedenkschriften na — en o.m. een zoon, die dan Anton (Tony) was.

2333746-53e31eb50efdbb02690423b5af17f62c.jpg

     Te Lier, hoe de zaken ook draaien en keeren, valt alles prachtig uit. De geboortedag van Tony Bergmann valt onder de locale kermisdagen. Maar niet vooral daarom heeft men er van Liersche zijde aan gedacht, den auteur van Ernest Staas nu hij honderd jaar te voren was geboren, te vieren.
     Populair zijn de beelden en schetsen van Tony, voor het eerst in 1873 verschenen, immers gebleven; elke Vlaamsche jongeman, elk jong meisje, nog op de schoolbanken, heeft Ernest Staas gelezen. Noch vóór zij De Witte en Pallieter onder de oogen kregen.
Verder was Tony, na zijn vader George, te Lier de leider geweest van de liberale partij, die destijds vrij actief optrad. En in de provincie vereert men, tot in lengte van dagen, hen die eens het sieraad van de partij zijn geweest.
     Zoodat, ondanks den wensch van Tony's weduwe, zelf bijna een honderdjarige, die de herdenking van haar echtgenoot het liefst in alle stilte had zien gebeuren, gedurende een week elken dag vóór het monument van den schrijver op de lommerrijke veste der Nethestad, betoogingen plaats hadden vanwege de verschillende stedelijke korpsen en vereenigingen, met zang en klank, cantates en redevoeringen.

     Deze halve-weekfeesten, in de rijkelijk bevlagde stad, werden besloten met een Academische zitting, op verzoek van het Huldigings-comité, speciaal door de Koninklijke Vlaamsche Academie te Lier belegd.
Op het Stationsplein werden de leden der Academie, die vrij talrijk waren opgekomen, — Lier trekt de harten aan, — vanwege de stads-regeering afgehaald, naar het oude mooie stadhuis stoetsgewijze geleid, waar te hunner eere een receptie plaats had. Naast den Burgemeester, de wethouders, de raadsleden der stad en vele notabelen, was op deze plechtigheid de familie van Tony Bergmann, — zijn dochter en zijn kleinkinderen, — aanwezig. De eerewijn werd geschonken.

     En in de zaal "Vredeburg", een vanouds bekend lokaal waar ook Tony Bergmann vaak naar concerten is komen luisteren, vaak vergaderingen heeft bijgewoond, was de feestzitting. Zij werd voorafgegaan door een symphonisch concert door de orkestklas der stedelijke muziek-academie gegeven onder de leiding van haar bestuurder, den heer Frans Boogaerts: Grieg, Brahms, Jan Blockx, Brabançonne, Vlaamsche Leeuw. Waarna Mej. Blanca Gijselen, op waarlijk voortrefelijke wijze, enkele bladzijden uit Ernest Staas voordroeg.
     Zelden heb ik op zulke eenvoudige, maar diep-gevoelde, aangrijpende wijze proza hooren voordragen. En daarna kwamen de heeren van de Koninklijke Vlaamsche Academie aan de beurt, in wier naam zouden spreken F. V. Toussaint van Boelaere, bestuurder der Academie, en Felix Timmermans : een Lierenaar over een Lierenaar.
Zij spraken op het podium, omringd van hun medeleden.

     De heer F. V. Toussaint van Boelaere stelde Tony Bergmann's beteekenis in het licht : met een ietwat ouderwetsch maar sprekend beeld was Bergmann de schoonste parel aan de kroon van Lier. En geen schooner geschenk heeft Lier aan het Vlaamsche volk geschonken: Lier het heerlijke stadje met zijn eigen gezond leven, zijn eigenaardige gebruiken, zijn eigen kleur en geur, waarvan de gansche wereld, dank zij, Timmermans, alles afweet, zoodat het buitenland is gaan denken dat gansch Vlaanderen er uitziet als " Lierke Plezierke! "
Van die stad is Bergmann een zoon, omdat hij uit het specifiek Liersche milieu is opgegroeid.       Op Bergmann's literair werk is Lier's atmosfeer van overwegenden invloed geweest. Van zijn eerste novellen af, die Dr. Van Vloten destijds hoog roemde, en die kunnen gelden als het eerste Vlaamsche prozawerk, dat het intimisme in de Vlaamsche literatuur invoerde, — kunst die later Sabbe en Timmermans oefenen.

     Een baanbreker was Tony dus; ook met zijn "Geschiedenis der stad Lier" was hij baanbrekend. Die monografie is inderdaad een model van plaatselijke geschiedschrijfkunde. Doch in "Ernest Staas" heeft hij zich het zuiverst en het schoonst uitgesproken. Geen sterke constructie, geen zuivere taal. Stukken en brokken en een taal vol gallicismen en zonder plasticiteit. Maar het werk heeft andere qualiteiten die er duurzame beteekenis aan verzekeren: overal immers in het verhaal hoort men de schoone stem van het gemoed; rake opmerkingen volgen elkaar op; de humor is er bij voortduring fijn en subtiel; sommige typen zijn daarbij uitgebeeld met een scherpte, die telkens weer verrast en verrukt.
     Het is een avontuur, dat elk beleeft dat Tony ons verhaalt, het eeuwige avontuur van elken jongen man. Daarom blijft het frisch en jong, — Tony droeg in zich een wereld, gekleurd door de atmosfeer van Lier, — in zijn werk bloeit Lier's schoonheid voor altjjd.

Daarna kwam Felix Timmermans aan het woord.
     De historie van Ernest Staas heeft hij, toen hij nog een klein manneke was, van zijn vader vernomen. Fel was hij onder den indruk en gaarne had hij zelf zoo’n vrijage als tusschen Ernest en Bertha willen beleven.

     Hij hoorde van zijn vader dat Tony zoo'n fijne meheer was, dien iedereen, zelfs zijn politieke tegenstanders, gaarne groette, met wien een elk een praatje op de straat trachtte te houden, die rijk was, voor de arme menschen in de bres sprong, een groot kunstenaar was. Die op zijn buitengoed groote voorname heeren ontving.
     Timmermans vertelt verder van het Pannenhuis, van het geboortehuis van Tony op de markt, van dien ouden tijd, die oude herbergen, de diligentie, kortom van het oude Lier, een halve eeuw geleden.
Timmermans meent ook dat Bergmann met Gezelle en Conscience een klaverdrieblad vormt; dat Bergmann in de literatuur den schilder De Braeckeleer evenaart.
En in zijn sappig Liersch Vlaamsch vertelt hij verder van die goede oude mevrouw Bergmann, die den winkel van zijn ouders bezocht, van zijn eigen vreugde toen hij heel wat later zelf Ernest Staas las en den held van het verhaal, tot de vrijage toe wilde navolgen; hoe Bergmann, vader en zoon, twee advocaten, elkaar goed verstonden en begrepen; hoe Lier in Ernest Staas leeft. Hoe dat boek is ontstaan in een tijd van "papieren letterkunde", in een tijd van gefronste wenkbrauwen, — en hoe hij zelf zijn eerste werk in het licht van "Ernest Staas" heeft geschreven. En gansch het Vlaamsche volk vereert Tony Bergmann.

     Na een dankwoord van F. V. Toussaint van Boelaere begaf de Koninklijke Vlaamsche Academie zich met de plaatselijke autoriteiten naar het monument op de Veste, ter eere van Bergmann opgericht.
Aan den voet van het gedenkteeken lagen talrijke kransen en bloemstukken met linten van alle kleuren, Belgische, Vlaamsche, Hollandsche. In den avond werd het beeld verlicht.

Het staat op een open plek tusschen hooge populieren. Een breede gracht daarnaast.
Talrijke wandelaars, onder wie Ernest en Bertha, want die zijn eeuwige figuren.

************

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

De Sterre in Frans-Vlaanderen - Jan Hardeman

"De Sterre" in Frans-Vlaanderen

Door Jan Hardeman - Westouter 1956

Ter intentie van alle Vlaamse profs die menen de wetenschap te moeten dienen door in Nederland en in onze Akademie te gaan vertellen dat Zuid-Vlaanderen dood is. Qui potest capere, capiat.

     Bij de tiende vertoning van "En waar de Sterre bleef stille staan ", in Frans Vlaanderen, door "De Verbroedering " uit Westouter.

     Nummer tien is achter de rug, het kan wellicht interessant zijn 's terug te kijken naar wat voorbij is. Zo verliep het : Reeds vóór de oorlog - in 1936 - toen "De Sterre" van Felix Timmermans opgevoerd werd te Westouter, droomde men ervan dit spel te spelen over de grens. Doch het bleef bij plannen. Tot pater Joris de Clercq, bij sommigen beter gekend als Djoös Utendoale, zich aan het werk zette en een meesterlijke omzetting leverde van "de Sterre". Het werk werd niet alleen letterlijk omgezet, maar ook aangepast aan de eigen geest van Zuid-Vlaanderen. Alles wat enigszins vreemd aandeed voor onze Zuid-vlaamse mensen werd geschrapt. De tipisch Brabants klinkende naam "Schrobberbeek" werd vervangen door het meer eigene "Djoös". De palingvisser van de Nete werd een pensejager uit het Bolland. Zelfs de figuur van het omendom gekende "Pater Smetje" werd er opgeroepen.

     Op Kerstmis en Tweede Kerstdag 1954 werd het stuk eerst en vooral opgevoerd te Westouter zelf, waar het een overweldigend sukses kende – het grootste in de geschiedenis van de toneelkring. Twee avonden na elkaar een bomvolle zaal. Ook over de grens moest het slagen.
     Eerst en vooral kwamen de officiële regelingen. Bezoek bij de doeane, bij de heer ontvanger, bij de heer brigadier; alles kwam in orde, mits het opmaken van een uitgebreide inventaris van wat over de grens moest... van een "échte achtergemakte sterre" tot een kartonnen duivel.
     Op zondag, 16 januari 1955, kwam de eerste opvoering in Zuid-Vlaanderen, te Sint-Janskapel. Het werd een zware dag. Reeds een paar uur vóór de vertoning goot het water.
En toch was er volk in het parochiezaaltje. Z.E.H. pastoor had trouwens goed propaganda gemaakt... geen affiches... maar een hartelijk woordje van op de kansel.

     Nu, het was ook voor een "goed werk" ; de opbrengst was bestemd voor een nieuw Mariabeeld achter aan de kerk. Het volk leefde mee, zelfs toen er door het onweder geen elektriciteit meer was en er moest gespeeld met de hulp van kaarsen en zaklampen.
Volgende zondag, weer te Sint-Janskapel, was het zaaltje bomvol. Wie er de eerste dag geweest was had het verteld en het sukses was verzekerd.
     Zondag, 30 januari, kwam Boeschepe aan de beurt. Reeds vooraf waren alle kaarten uitverkocht en nog vóór de deur gesloten werd moesten kaarten voor staanplaatsen geweigerd worden. Daar zorgden de pompiers voor.
Bemoedigend was het in de zaal veel vooraanstaande geestelijken te vinden, die daardoor blijk gaven van interesse voor het werk. Van de burgemeester van Boeschepe, de heer Decanter, werd gezegd dat hij voor de eerste maal een toneelvertoning tot het einde toe bijwoonde.

1666342-bf716daacc6c2cf3f5273f16f962bac4.jpg

     Verder kwamen de opvoeringen te Abele, op 27 februari, en te Steenvoorde, op 13 maart.
Uit verschillende richtingen kregen we aanmoedigingen, zelfs mochten we na de opvoering te Boeschepe een lovend artikeltje vinden in "La Voix du Nord", waaruit we het volgende citeren : "Nous ne sommes pas dans les secrets des dieux, mais nous croyons pouvoir affirmer que cette représentation ne sera pas la dernière donnée dans la région des Flandres. - Tantmieux".

     Ook "La Croix du Nord" liet zich niet onbetuigd en na de vertoning te Steenvoorde verscheen onder de titel "On s'en souviendra" een artikeltje, dat begint met het treffende "il y avait foule dans la salle de fête..."
Nu, wat ons "La Voix" wenste, bleef niet uit. Reeds in de zomer 1955 startte een nieuwe toernee.
     Ter gelegenheid van Westouter-kermis werd door de toneelvereniging een opvoering gegeven van "Leentje uit het Hemelrijk", het frisse spel van Gaston Martens. Onmiddellijk werd het omgezet in het dialekt. De nodige regelingen werden getroffen en op maandag, 27 juni, kende het zijn Fransvlaamse première te Godewaarsvelde, nadat eerst de Westouterse fanfare op de kiosk gespeeld had.
     De speaker te Godewaarsvelde kondigde parmantig aan "Et maintenant, la troupe théâtrale de Westouter jouera une brillante comédie, notamment "Hélène au Paradis".
Na Godewaarsvelde kwam Boeschepe op kermis-maandag, 4 juli, en op zondag, 21 augustus, kwam een opvoering te Sint-Janskapel, eveneens ter gelegenheid van de kermis.

     Met het nieuwe speelseizoen '55 - '56 kwam weer "De Sterre", en dit op algemene aanvraag, want met "De Sterre" hebben we het hart getroffen van onze Zuid-Vlamingen. Meneer pastoor van Sint-Janskapel zei het zo goed "De Sterre, mo dat is koekebroöd voe nuze menschen..."

     Te Steenvoorde werden we zeer hartelijk door de deken ontvangen. Hoe zei hij het ook weer, toen hij van op het podium zijn parochianen toesprak ? "Dien Timmermans, dat is eën van de nuze. Zúkke mann lik Pietje Veugel of Suskewiet, je viengt dat ier overol en dat "Kowverkot" kuste oezewâl 't Boerenhol êwist ên, en dien Schoere Djoös ê Schooier van 't Ryveld". Ook te Ekelsbeke en te Eringem kende de "Sterre" hetzelfde sukses en hoorden we steeds "toet ter joarent".
     Beter dan welke aktie ook heeft deze toneeltoernee iets losgemaakt in de harten van onze Zuidvlaamse mensen : de liefde voor hun moedertaal, "nuus Vlêmsche", dat overal verstoken wordt. Ook op onze tiende vertoning in Frans-Vlaanderen, in de parochiezaal te Meteren, konden we dat zo goed aanvoelen: bij het binnenkomen van de zaal spraken de mensen meestal Frans en bij het buitengaan hoorde men alleen Vlêmsche. Meneer kapelaan van Meteren was een en al entoeziasme bij deze Vlaamse avond.
     Tussen de verschillende taferelen sprak hij de Meternaars toe in het Vlêmsche, en wat hij zei was ook niet zonder betekenis : "Menschen, ol 't Frânsche roent nuus en is mo vernisch, mo dit Vlêmsche goa na 't herte. Diengen die êzeid zyn in 't Vlêmsche goa' zo vele dieper. O 'k zoun oek zo geern otmets êtwot kunn zeggen up 'n preekstoel in 't Vlêmsche, je verstoat dat toen ol zo vele beter... 't Vlêmsche, dat is de toale van nuze vorouders, van nuus gelove, dat is nuze toale.

     Met deze tien opvoeringen van "En waar de Sterre bleef stille staan" heeft "De Verbroedering" duidelijk bewezen dat Zuid-Vlaanderen nog niet dood is. Verre van daar.
De 2.600 toegangskaarten, de tien avonden, de vele brieven, de groep Zuidvlamingen die vóór enkele weken de grens over kwam om nu eens toneel te "zien", de ontvangsten van onze groep, de persreakties zijn tegen wie ook een bewijs dat er iets te doen is in Zuid-Vlaanderen.
Mocht Westouter spoedig navolgers krijgen en mochten ook andere Westvlaamse toneelgroepen uit onze bloeiende grensdorpen de stap naar het Zuiden wagen.

Op 17 januari van dit jaar ging de groep naar Ieper met een laatst opvoering van "De Sterre", een "jubel"-opvoering, want ons "waagstuk" is gelukt...
Dit is geen einde, maar het begin van een nieuwe inzet...

1666342-ac3a13b69103306583abdde726539583.jpg

*****

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Felix Timmermans over zijn werk en de Vlaamschen humor

Felix Timmermans over zijn werk en over den Vlaamschen humor.

Uit Leeuwarder Nieuwsblad (NL)
- 30/10/1930.                                        
     — Breed geschouderd, 'n vriendelijke, forsche kop niet 'n groote, zwarte krullebos en 'n paar heldere, telkens van uitdrukking wisselende bruine oogen, dat is Felix Timmermans de groote Vlaamschrijver. En hij vertelde gemoedelijk, zooals hij dat in zijn boeken doet, maar zonder dat zoete, zachtvloeiende van taal, dat zijn geschriften kenmerkt en dat eens een bekend criticus aanleiding gaf hem een woord-virtuoos te noemen.

     Zoo eenvoudig verhaalde hij van de boeken die hij "gemaakt" had (wij spreken altijd heel eerbiedig van scheppen) en hoe ze in zijn brein waren ontstaan. Hij vertelde van zijn vader, de kantenkoopman, van zijn zestien broers en zusters en van het eenvoudige, blijmoedige Vlaamsche land, zoodat de avond omvloog.

     Nog al lang bleef de schrijver stil staan bij "De schemeringen van den dood". Dat boek, zei Felix Timmermans dat maakte ik door al dat gepraat van mijn vriend over occultisme, spiritisme en nog een heele massa "ismes" meer. Wat voelde ik me trotsch, ingewijd te worden in de geheimenissen van al die wetenschappen. Ik zag er de oplossing in van allerlei levensvragen, ik voelde me superieur, ver verheven boven al m'n stadgenooten, die van al die mysterieuse dingen niets wisten. Ik ging naar het Trapistenklooster met een heel boekje vol "ismes" in mijn zak en in het Bagijnenhof, waar ik woonde, keek ik er veel in. Mijn vrienden kwamen, deden de tafel dansen en, de stoelen janken! Toen werd ik ziek, moest geopereerd worden en in mij kwam 'n groote angst voor den dood.

— In die dagen was het, dat ik dat boek schreef.
— Naast de vrees voor den dood kwam echter de vurige wensch om te mogen blijven leven in mij op en in dezen gemoedstoestand vielen alle "ismes" van mij af! — O, toen ik toen weer beter was, wat een vreugde over het leven steeg er in mij, wat was ik dankbaar en blij!

En in die stemming schreef ik Pallieter. Ik heb er lang werk over gehad. Het boek dat gij kent, is n.l. niet de eenige Pallieter. Bij mij thuis, boven op den zolder, liggen nog een heele boel andere Pallieters, maar dit leek mij tenslotte de beste. Na Pallieter schreef ik "Het kindeke Jezus in Vlaanderen". Dat kwam door mijn vader.
     Vader was kantenkoopman en als hij terug kwam van zijn reizen, vertelde hij ons vele, mooie verhalen. De meeste menschen beginnen altijd met "Er was eens", maar mijn vader niet, die zei altijd: Ik was eens. Hij was de man die roodkapje redde en hij was de man, die de drie Koningen ontmoette in Vlaanderen. Later vertelde mijn leeraar mij, dat het in Palestina was en ik moest 't wel gelooven, anders kreeg ik geen prijzen. Maar toen vele jaren daarna in den bangen oorlogstijd mijn schoonmoeder bad: "De drie Koningen zagen den ster; wees gegroet", toen zag ik de drie Koningen niet in Palestina, maar in Vlaanderen, zooals mijn vader mij vertelde, dat hij ze was tegen gekomen.

* * *

     Anne-Marie schreef ik na het "Kindeke Jezus in Vlaanderen". Het kwam eigenlijk door een oud portret en 'n man, die een lied zong in den nacht, ik stuurde het eerste gedeelte naar Kloos, maar die zei heel wat anders dan gewoonlijk, wanneer hij mijn werk ontvangen had; hij zei, dat hij geen ziel had. Dat rook naar iets, ik begreep, dat ik mis was, dat ik den waren draad niet te pakken had. Maar het motief : een vrouw, die van een man houd!, maar moet ervaren, dat hij getrouwd is, bleef en na een tijdje begon ik toch weer met de uitwerking.

     Aan de notaris Pirroen zou ik aanvankelijk maar twee regels te wijden, maar in plaats van die twee regels heb ik het halve boek aan hem gewijd en ik heb er geen oogenblik spijt van gehad. Hoe ik aan Pirroen gekomen ben? Heel eenvoudig. Ik liep over de markt te Lier en zag een man over den markt stappen, kort en vierkantig als een doos was hij gebouwd. — Dat is mijn notaris dacht ik, daar heb ik hem heelemaal! De bij-figuren Van de Nast, Livinus, Corenhemel, zijn gedeelten uit menschen die ik gekend heb.
     Spreker vertelt dan in 't kort den inhoud van "Anne-Marie", dit prachtig werk, vol echt Vlaamsche humor waarin zonder zwaarwichtigheid zonder moeizaam-kervende psychologie, de verborgen roerselen van het zoo ingewikkelde menschenleven worden blootgelegd.

Anne-Marie is een adellijke jonge vrouw, die, meer nog gedreven door weemoed dan door de erfeniskwestie waarom notaris Pirroen haar naar Lier roept, besluit naar Vlaanderen te gaan en daar een jaar in het stille stadje te gaan wonen. Ze ziet daar onder de Dolfijnen een club van mannen, onder voorzitterschap van notaris Pirroen, een die haar bizonder aantrekt, van wien ze gaat houden — te laat echter verneemt zij dat hij getrouwd is.... Daartusschen door speelt de geschiedenis van den notaris, die 20 jaar en langer wacht op zijn Cézarine!

     Na de pauze sprak Felix Timmermans over den Vlaamschen humor, die voor hem niets anders is dan de uitbloeseming van het leven, de kunst om een traan met een lach te vermengen. 'n Vriend van mij heeft 't eens zoo mooi en juist gezegd, zei Felix Timmermans. Hij zei : De humor schiet zijn wortelen in de tragiek van het menschenleven. Het Vlaamsche volk,het is altijd overmand geweest met tragiek, het is altijd overheerscht geworden door vreemden, er is veel gestreden en veel geleden. Maar het volk, het Vlaamsche volk bleef, ondanks al die ellende bestaan, omdat het als spek in het zout lag, met welk zout ik bedoel de levensvreugde, zonder welke het zeker ten onder zou zijn gegaan. De verpersoonlijking van die levensvreugde is "Reinaar de Vos", de verpersoonlijking van den echte Vlaamschen humor Tijl Uilenspiegel.

     En dan hebben wij nog Pieter Breugel. Wat 'n levensverheuging gaat er van hem uit!

En nu ging Felix Timmermans echt Vlaamschen humor vertellen, en de mensen lachten, lachten zoals er bij ‘t Nut — Felix Timmermans sprak gister tot de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen — in langen tijd niet gelachen is. Een voorbeeld : Twee mannen trokken met een vaatje jenever 't veld in om de boeren die in 't hooiland stonden, ’n borrel te schenken, maar het ging regenen, de boeren trokken naar huis en hadden geen behoefte aan 'n borrel. De mannen rolden 't vaatje weer stadwaarts, hadden zelf verbazend veel trek in een glaasje, maar durfden 't elkaar niet bekennen. Eindelijk diepte de een drie centen — de prijs van ’n borrel — uit zijn broekzak en kocht er een glaasje van zijn makker, die, zoodra hij de drie centen had, voor dat geld 'n borrel van den ander kocht, die op zijn beurt voor dezelfde 3 centen weer een borrel van hèm kocht en zoo ging 't door tot 't vaatje leeg was!

     En wat is er gelachen om de grappen van pastoor Van Aken, die door zijn ambtsbroeders gewaarschuwd werd voor een vrouw, die altijd, altijd maar kwam biechten en nooit uitgepraat raakte. "Bij mij komt ze maar één keer"' zei Pastoor Van Aken. De vrouw kwam, praatte drie kwartier aaneen en toen ze eindelijk vroeg: Hoe vindt u 't, mijnheer de pastoor? kreeg ze geen antwoord. Mijnheer pastoor hield zich slapende.
     Het Vlaamsche volk, besloot de heer Timmermans feest, feest altijd door, om iedere kleinigheid wordt alles en ieder bij elkaar getrommeld en men feest, maar gewoonlijk hebben die feesten toch wel 'n godsdienstigen grondslag.
Hartelijk toegejuicht verliet de heer Timmermans 't podium.

— 't Nut had een prachtigen avond gehad.

*******

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Felix Timmermans als schilder - Georg Hermanowski

Felix Timmermans als schilder

Bonn, Georg Hermanowski
     Dit artikel van Timmermans' meest bekende en verdienstelijke vertaler verscheen in het Juni- nummer van het Münchener-Freiburger maandblad « Stimmen der Zeit ». Het werd geschreven naar aanleiding van een bezoek aan onze Timmermanstentoonstelling te Antwerpen. Bij de opening van dezelfde tentoonstelling in ons Gents Arteveldehuis achten we het belangwekkend een overzetting van Hermanowski's oordeel te publiceren.

     Dat Felix Timmermans zijn eigen en ook de boeken van zijn vrienden illustreerde, weet ieder, die een werk van hem gelezen heeft. Dat deze begenadigde schrijver echter ook zelfstandige tekeningen, waterverfschilderingen en pastelschetsen heeft voortgebracht, is slechts diegenen bekend, die tijdens de eerste oorlogsjaren het mooie, door Hatzfeld samengestelde herinneringsboek hebben kunnen bemachtigen.

1658149-48fa030b0faa32a4237adfb0b6ba2846.jpg

     Sinds de eerste dagen van Januari l947 rust Felix Timmermans onder een eenvoudige witte steen, die slechts zijn naam draagt, op de stille begraafplaats van zijn geboortestad Lier, als slachtoffer van de tijdsomstandigheden veel te vroeg heengegaan.
     Ter herinnering aan de schilder Felix Timmermans heeft de Vlaamse Toeristenbond thans een tentoonstelling geopend, waarin een goed deel van zijn nog onbekende scheppingen werden verzameld.
Benevens door kostbare, door hem geïllustreerde handschriften en de bekende tekeningen voor « Pallieter » en « Het kindeke Jezus in Vlaanderen », wordt de bezoeker dezer tentoonstelling verrast door olieverfschilderingen van aanmerkelijke omvang, ja zelfs door een groot ontwerp voor gebrandschilderd glasraam uitgevoerd met een kleurenvolheid en een kompositorische schoonheid zoals men ze tegenwoordig slechts zelden aantreft.

     Felix Timmermans heeft als schilder zijn eigenaardigheden die hem van alle andere schilders duidelijk onderscheiden. Zoals zijn taal is ook zijn penseelstreek eenvoudig en ongekunsteld. Diepe vroomheid komt tot uiting naast soms wrange humor, stralende zonneschijn naast de sombere trekken, waarmee hij zijn onder de last des levens neergedrukte personages uitbeeldt.
     De kinderlijke vroomheid, zoals wij ze uit zijn laatste gedichten kennen, zoals zij in het heerlijke late werk « Minneke poes », totnogtoe in Duitsland onbekend naar voren treedt, leeft ook in de laatste uitingen van de schilder Timmermans. Opvallend is in deze tentoonstelling hoeveel prenten Felix Timmermans rond de stof van « Sint Franciscus » geschilderd heeft. Voortdurend houdt het leven van deze heilige hem bezig ; hij heeft een Sint-Franciscuskalender voortgebracht en in een groots werk de dood van de heilige uitgebeeld. Steeds opnieuw toont hij hem in zijn Godsverknochtheid, in die zachte kleurschakeringen, die de verzen van zijn Sint-Franciscussonnet vertolken :

In zulke pure mens wil God staan branden,
Boort hem zijn vuur door voeten, hart en handen.
Uit elke wonde juicht het zonnelied.

     Processies, kermistonelen, het bonte Vlaamsche leven nemen in de scheppingen van de schilder evenveel plaats in als in de werken van de schrijver Timmermans. Daarnaast staan de landschappen ; zij verraden de oorsprong van die schone lyrische taferelen, waarmede zijn prozawerk steeds doorvlochten is. Nochtans vinden wij de grote gewrochten van een ziener, waarin we Bruegeliaanse trekken onderkennen, slechts in zijn beeldende kunst.
Felix Timmermans gaf in zijn geschriften steeds de voorkeur aan het realistisch milieu : zijn tekenpen bracht echter eveneens apokalyptische tonelen voort. Maar ook die zijn op de aarde teruggebracht : zij ademen aardse zwaarheid en de liefde tot deze wereld, waardoor het oeuvre van Felix Timmermans gedragen werd.

     Wat de bezoeker aan deze tentoonstelling wel het meest zal treffen, is de artistieke eenheid in het werk van de auteur en van de schilder. Er bestaat een eigenaardige harmonie tussen geschrift en borstelstreek ; wat Timmermans zegde — hetzij in woorden, hetzij in beelden — is steeds onmiskenbaar « Felix Timmermans ». Wanneer wij ons zijn eigen verklaring herinneren, dat het eenmaal maar weinig gescheeld heeft of hij was schilder geworden, of, zoals hij het schertsend zei : « Enkel het vroeg opstaan ter akademie. waaraan ik maar niet gewennen kon, is de oorzaak... », dan blijkt uit deze eerste tentoonstelling van zijn schilderwerk nog meer wat ons aan deze kunstenaar is « verloren gegaan ».

1658149-8ef649ffffb93e3aac371a1a25bdac9a.jpg

     Een overweging welt in deze tentoonstelling bij de bezoeker op : Vergelijken wij het schilderwerk van deze kunstenaar met de vele tentoonstellingen zijner tijdgenoten, die als schilders roem en eer verworven hebben, dan zien we hier het werkelijk gezonde en ware temidden van een ontaarde wereld, en merken we wat diepe Godsverknochtheid en echte liefde tot het heem ook nu nog, in deze wereld, die uit haar voegen gerukt is, vermogen voort te brengen. Het schilderwerk van Felix Timmermans getuigt van een kunstenaar, die de wereld met al haar licht- en schaduwzijden beleefde, thans, midden onder ons, en wie de genade deelachtig werd dit beleven vruchtbaar gestalte te geven.

*****

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Timmermans en Schoon Lier - V. Wouters

Felix Timmermans en Schoon Lier

 

Uit Land Levend 1986 – door V. Wouters
Bij de herdenking van een volks verteller 

     De Netestad dommelt nog rustig op het ritme van een vredige winterslaap. Die laatste februaridag jaagt een nijdige wind - bar en boos - de inwoners uit de stille straten. En toch wagen we het langs huizen en pleinen en langs de dichtgevroren Nete te dwalen Niet om Zimmers befaamd astronomisch uurwerk te bewonderen in zijn stoere toren, noch om Gummarus - de Lierse «huisheilige» - te dienen in zijn prachtige kerk waar de Brabantse hoog-gotiek triomfeert, maar om Felix Timmermans te herdenken. Honderd jaar geleden werd immers deze onvergetelijke verteller geboren die zo kleurrijk zijn «Schoon Lier» wijde bekendheid schonk.

 

DROOMSTAD

     Lier ligt juist op die plek waar de drie Nethen hun loop tot een zilveren strik tesamen binden, op de scheiding van Brabant - het spekbuikige, overvloedhoornige Brabant - en het Kempenland - 't mijmerend, magere Kempenland - fris en kleurig in de zon als een mandeken met schoon Brabants fruit waarvan de kerk de meloen is. "Eenvoudig, rustig, kleurig en gelukkig als een droom van Vermeer uit Delft", zo typeerde Timmermans de droomstad uit zijn jeugdjaren, waar de mensen God loven «met een stuk spek in de mond». Op de Grote Markt pronkt het stadhuis nog steeds met een gotisch torentje, maar verder heeft het niets arrogants in zijn notarisdeftig, sober en smaakvol Louis XV-kleed. De dunne, lenige gotieke belforttoren steekt als de silhouet van een uitgesneden lans in de lucht.

2011357-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg 

     Enkele decoratieve oude gildehuizen sieren de ruime marktplaats zoals het gratievolle Vleeshuis, de barokke d' Eycken Boom en 't Schaakberd, de 17de-eeuwse gemeentelijke brouwerij. In de schaduw van stadhuis en belfort droomt de Spaanse Sint-Jacobskapel, die er in 1383 werd neergezet. Over de Netebrug gaat het verder naar de Sint-Gummaruskerk met zijn peperbustoren in leverworstkoleur, waar in een zilveren reliekschrijn de beenderen en de gordelriem van de stichter van de stad rusten. De «kast» weegt wel 800 kg. Rijzige pijlers schragen de hoge gewelven. Het kantwerk in witte zandsteen van het monumentale doksaal maakt ons bewonderend stil.

Het werd gekapt door de Mechelaars Jan Wishaegen en Franciscus Mijnsheeren.

 

     Vanuit zijn schrijfkamer zag de Fee "het edel schip van de kerk als een ivoren galjoen boven de golven der rode daken drijven."

De nabijgelegen laatromaanse Sint-Pieterskapel is «het ei waar Lier werd uitgebroed».

We wandelen langs de Zimmertoren - goed voor duizenden klokkenkijkers per jaar - naar het Begijnhof waar Tony Bergmann «Ernest met Bertha liet vrijen». Het dagtekent uit de 13de eeuw en beslaat 2 ha, met stemmige straatjes en intieme hoekjes en vroom, op ieder hoek een statie van de kruisweg. Het begijnhof, "waar de stilte naar zichzelf luistert", "d'amandelboon van Lier" was de geliefkoosde pleisterplaats van de Fee, die er een atelier had.

 

SCHRIJVEN IS TE BIECHTEN GAAN

     We luisteren even naar het levensverhaal van de schrijver. «Als ik in dit stadje op de wereld geblazen werd, bij 't nachtlicht van den vijfden July 1886, was ik het dertiende kind van veertien. Ik was een overschotje...

     Mijn vader was de zoon van een kanthandelaar, mijn moeder de dochter van een zachten smid, die uit de Kempen kwam. Hun trapgevelhuizen stonden tegenover elkander...

Mijn vader verkocht kantenmutsen en ging daarmee te voet den buiten op, de binnenwegen van de Kempen in, en trok van hoeve tot hoeve, van dorp tot dorp, altijd gekleed als een boer...

     Vader leerde ons oude volksliederen en speelde 's zondags voor ons met een klein poppentheater, met houten poppekens van één cent. Van jongs af dacht ik er aan een kunstschilder te worden. Geen papier of lege plek of er stonds seffens een manneken op, een molen of een bloem, een vogel of een hond ...»

 

     Timmermans ging maar tot zijn vijftiende naar school. Hij hielp vader in de kanthandel met het tekenen van patronen. Op zijn 17de schreef hij gedichten. In 1910 verscheen zijn sombere verhalenbundel «Schemeringen van de dood» en in 1911 «Begijnhofsproken». Een ziekte brengt de Fee aan de hand van de dood; hij leeft vol angst. Doch hij komt deze periode te boven. Het schrijven van «Pallieter» (1916) - een lofzang op het leven - is voor hem als een bevrijding. «De kreet van een verloste ziel», schrijft stadsgenoot Frans Verstreken. Zijn vruchtbare literaire periode sluit af met een ander meesterwerk «Boerenpsalm» in 1935.

 

     De Fee schrijft over de dagelijkse voorvallen van simpele lieden in een proza tintelend van humor en in een sappige met dialect doorspekte taal. Op ontroerende wijze vertelt hij over zijn stad : «Is het hier vroeger het Aardsch Paradijs niet geweest ?»

Schrijven was zijn beroep, schilderen zijn hobby. «Tekenen en schilderen, ik ben er door bezeten. Ik versta nog altijd niet hoe ik geen schilder geworden ben in plaats van schrijver.» «Tekenen was voor de Fee een vertelsel», getuigt Renaat Veremans.

Zelfs zei hij eens : «Schrijven is voor mij te biechten gaan, tekenen te kommunie gaan».

De Fee verliet voor eeuwig zijn geliefde Lier op 24 januari 1947. Dit jaar zal hij er evenwel weer tot leven gebracht worden in tal van vieringen waarvoor het Timmermanscomité borg staat. We nemen afscheid van Lier waar mystiek en zinnelijkheid zich bijeen mengen, en men meer dan ergens het verdeelde hart vindt : de herberg naast de kerk, met een verwarmende pint Caves, een bierke van Kirië – Eleison, zoals de levenslustige Fee het typeerde.

 

ADAGIO

Een van de laatste gedichten uit «Adagio», de bundel die postuum verscheen, bevat als het ware het testament van FelixTimmermans.

 

De kern van alle dingen

is stil en eindeloos.

Alleen de dingen zingen

Ons lied is kort en broos.

En donker zingt mijn bloed,

van heimwee zwaar doorwogen.

Ik zeil langs regenbogen

Gods stilte tegemoet

********

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Pallieter verboden - 2/11/1920

Pallieter verboden!

Uit De Tijd, godsdienstig, staatkundig dagblad - 2/11/1920

     "Het Vaderland" blijft hardnekkig; volhouden, ditmaal op gezag van den zeer eerw. pater Molkenboer O.P. — dat het den Katholieken niet verboden is Pallieter te lezen.


Het blad schrijft :

"De Tijd" is met hare commentaren aan het verkeerde adres. "Onze commentaren" waren "niet misleidend, maar een zuivere weergave van wat pater Molkenboer had geschreven
     Pater Molkenboer heeft in de " N. R. Ct " echter alleen maar de door dit blad uitgesproken dwaling rechtgezet, dat Pallieter op den Index zou zijn geplaatst, wat inderdaad onjuist is. Over de officieële mededeeling van het Nederlandsch Episcopaat, dat de lezing van Pallieter verboden was, heeft Pater Molkenboer in genoemd blad niet gerept.Dat hij echter dit feit als van voldoende bekendheid veronderstelde, bleek uit het ingezonden stuk in ons blad, waarin hij sprak van "verbod". Ook "Het Vad"heeft dit ingezonden stuk gelezen en schrijft nu :
"Dat is in strijd met wat hij zelf als een zoo goed als officieële verklaring in de "N.R.Ct." schreef." Het is er geenszins mee in strijd, als de redactie maar goed wil lezen. Hoe zij ook de zaak keere of wende, de commentaar is vals, dat de lezing van Pallieter niet verboden zou zijn.

     Die lezing; is, blijkens uitdrukkelijk bericht van het Doorluchtig Episcopaat, wel verboden.
Ook een nieuwe poging van "Het Vad", om den tekst der Congregatie van het H. Officie in bedoelden zin, den door haar gewenschte zin uit te leggen, is mislukt. Deze tekst luidde volgens mededeeling van het Aartsbisdom Mechelen aan den "Msb." correspondent:

Suprema S. C S. Offici, Romae, die Julii 1920.
Eme ac Rme Domine,

Delatum est ad supremam hanc Congregationem Sancti Officii opus cui Titulus "Felix Timmermans (Amsterdam P. N. van Kampen en Zoon)" Quo accurate perpenso, Emi ac Rmi Cardinales una mecum Inquisitores Generales in consessu habito feria IV. die 9 decurrentis mensis, indicarunt illud, utpote sensuum voluptatem fovens, pietatis exercitia haud reverenter tractans, ipsasque fidei veritates quasi ludibrio exponens, animabus periculosum esse, ideoque mandarunt ut singuli Episcopi Belgici et Hollandici fideles moneant opus ipsum legi non posse.
Haec ego Eminentiae Tuae significans emni cum veneratione manus Tuae deosculor

Eminentiae Tuae addictissimus
R. CARD. MERRY DEL VAL.

Hetgeen vertaald aldus luidt:


Congregatie van het H. Officie. Rome, Juli 1920.

Eerwaardigste Heer en Eminentie. Onder de aandacht van de verheven Congregatie van het H. Officie is gebracht het werk, getiteld "Felix Timmermans (Amsterdam P. N. Van Kampen en Zoon)". Dit werk is na nauwkeurige bestudeering door hunne Eminenties, de Eerwaardigste Kardinalen, die gelijk met mij de opperste Inquisitie vormen, in de zitting van Donderdag den 9en van de afgeloopen maand gequalificeerd als den wellust der zinnen streelend de godsdienstige ceremonieën op oneerbiedige wijze behandelend, terwijl het de waarheden des Geloofs zelfs als het ware bepottelijk maakt, zoodat het voor de Geloovigen vol gevaar is.
Daarom hebben wij gelast, dat iedere Belgische en Hollandsche Bisschop de Geloovigen zal vermanen, dat dit werk niet gelezen kan worden.
Terwijl ik dit aan Uwe Eminentie schrijf, breng ik U de aan Uwe waardigheid verschuldigde eerbetuiging.

Van Uwe Eminentie de zeer toegenegene
KARDINAAL MERRY DEL VAL.

     Naar aanleiding van bovenstaande lastgeving heeft het Doorluchtig Nederlandsch Episcopaat het verbod der lezing van Pallieter ter kennis van de geloovigen gebracht.


Voor Katholieken is dus het verbod bindend, door welke misleidende redeneeringen dan ook de redactie van het liberale "Vad." tracht niet-Katholieken van de dwaasheid, de onrechtmatigheid en.... het niet bestaande van dit verbod te overtuigen.

1654018-67e2b326aa697e079ea0908f6a0f2434.jpg

***********

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Mon om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Felix Timmermans

↑ Terug naar de berichten