Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 15: Oorlogspropaganda
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 15: Oorlogspropaganda
Zoals ook gebeurde ten tijde van de zogenaamde coronacrisis, worden ook nu ongewenste video's middels speciale programma's automatisch van de blogs en van het hele internet weggehaald. Wat erger is: ook de teksten worden onleesbaar gemaakt en dat gebeurt door ze ongevraagd en automatisch te vertalen van het Nederlands naar het Engels en dan terug naar het Nederlands; als dat enkele keren achtereenvolgens gebeurt, schiet er van de oorspronkelijke tekst uiteraard niet veel meer over. Dat hangt ook af van de instellingen van het toestel van de gebruiker en blijkbaar gaan wat dat betreft vooral de telefoons en de tablets hun eigen gangetje. In het vervolg zullen om die reden onze teksten vergezeld worden van een tekst in PDF, een publicatieformaat dat hopelijk moeilijker te saboteren valt.
(J.B., 3 maart 2026)
02-03-2026
Manufacturing Consent (Chomsky & Herman) – Over de leugenfabriek van de demon van het geld
Manufacturing Consent (Chomsky & Herman) – Over de leugenfabriek van de demon van het geld
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 14: De toren van Babel
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 14: De toren van Babel
Misschien wel de belangrijkste oorzaak van de oorlog is het feit dat het lot van de mens verkeerdelijk verwisseld wordt met dat van de wereld: men probeert er immers voor te zorgen dat de wereld beter wordt en als dat ook maar kon, dan zou men wedden op de vestiging van een eeuwige, vredige paradijslijke burcht op aarde. Edoch, dit zou het lot van niet één menselijk wezen kunnen wijzigen: wij worden ter wereld geworpen, in het beste geval gaat het een tijdje goed, al zijn we ook dan nooit tevreden en misschien juist dan nog het minst, maar uiteindelijk takelen wij af en volgt een gewisse dood. Voor niet één mens wordt een uitzondering gemaakt en dat zou ook niet gebeuren als men erin zou slagen om van de wereld een vakantieoord voor iedereen te maken.
De vergelijking met de onderlinge verwisseling van onze gezondheid en de volksgezondheid gaat volledig op: Hitler verbeterde de volksgezondheid in Duitsland, niet door te investeren in de geneeskundige zorg maar door de artsen door beulen te vervangen en de zieken uit te moorden. De zaak is alleen dat er niet zoiets bestaat als 'volksgezondheid', het is een abstract begrip en geen mens heeft daar wat aan, het is een bedrieglijke sluier over de realiteit. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de economie: bij een goed draaiende economie met mooie cijfers wint uiteindelijk niemand, in tegendeel: zij gaat zelfs ten koste van onszelf. En zo ook gaat het met al die andere menselijke maaksels: het zijn illusies en zij dreigen hun instrumenteel karakter te verwisselen voor hun heerschappij.
Wat baat het dat steden ons overleven, dat zij duizend jaar oud worden? Steden, beschavingen, de wereld? Het kan het lot van niet één mens veranderen. Bovendien treedt altijd overal gewenning op en zelfs heel snel. Wij achten onszelf vrij als wij zekere ketenen denken te hebben verbroken maar nieuwe ketenen nemen de plaats in van de oude, het is een spel waarvan het einde nooit in zicht kan komen omdat het verleggen van de grenzen sowieso moet botsten op onze nood daaraan. Wij bouwen alleen maar aan een toren van Babel, die echter niet kan blijven groeien omdat het materiaal dat naar de top versleept wordt om hem nog hoger te maken, onderweg voor herstelwerken zal stranden. De toren verandert dan spontaan in een kanker: hij slorpt al onze krachten op maar geeft ons niets meer in de plaats. De volksgezondheid is een toren, de economie, de beschaving, de wetenschap, de vooruitgang, de hele wereld is een toren waarin wij onszelf verliezen: ware het niet beter indien wij ons lot aanvaardden en de eenvoud waarmee alle dieren, planten en alle andere levende wezens vrede nemen?
(J.B., 2 maart 2026)
01-03-2026
Charlie Chaplin, The great dictator (1940) fragment
Charlie Chaplin, The great dictator (1940) fragment
Isfahan en het sprookje van de kernbom
Isfahan en het sprookje van de kernbom
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 13: Geen oorlog kent een einde
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 13: Geen oorlog kent een einde
Spreken over de oorsprong van de oorlog kan niet zonder ook het einde ervan te bevragen maar uit alle getuigenissen uit de eerste hand blijkt dat aan een oorlog nooit een einde komen kan, zoals ook zo vaak verbeeld door kunstenaars die helaas maar zelden toegang tot de harten van de mensen krijgen.
Om te beginnen met het laatst genoemde, blijkt uit onderzoek ter plekke dat museumbezoekers en in casu bezichtigers van het Lam Godsretabel in de Sint-Baafskathedraal te Gent bij het buitenkomen van de kerk vaak denken dat het kunstwerk welgeteld drie luiken heeft: één centraal luik en twee zijluiken, een linker en een rechter. Over de geschiedenis van het werk wordt zelfs door zogenaamde kenners de grootste onzin verteld, al was het maar om er hun politieke gelijk mee te illustreren maar dat is dan alweer een heel ander paar mouwen. Het zijn allemaal groteske facetten van het nieuwe normaal ingevolge de zapcultuur die op haar beurt rechtstreeks uit de hebzucht volgt: men heeft het ene nog niet vast of men grijpt al naar het volgende en op die manier verliezen wie alles begeren zich in de begeerte zelf: zij bezitten niet maar zij zijn bezeten en de bezetenen hebben geen eigen hart meer, zij zijn handlangers geworden van een harteloze want anonieme, onpersoonlijke machinerie, een golem die het bestuur over zijn bestuurders heeft overgenomen, de slang die in haar staart bijt en die aldus zichzelf verslindt.
En zo is het de perversie van de huidige zogenaamde vrije welvaartswereld dat alle kunst hermetisch lijkt te zijn geworden: zij lijkt ingepakt in veelsoortige omhulsels en omheiningen en de woorden van een gids, bedoeld om deze sluiers weg te nemen en de toegangspoort te openen tot die andere wereld die op zijn minst de onze iets te zeggen heeft, blijken contraproductief, ze verwijderen de toeschouwer met zijn gulzige blik alleen maar van het zielenvoedsel en de banken her en der in kunstzalen blijven onbezet door de vreemde haast die alle mensen sinds het aanbreken van de nieuwe tijd tot zijn vertolkers heeft gemaakt en tot doofstomme blinde schimmen die ontsnappen aan de greep van de werkelijkheid zoals ook de werkelijkheid aan hun greep ontsnapt, zodat de wereld, daar hij zich van de hemel van de muzen heeft vervreemd, is gaan gelijken op de hades.
Toch is het dat wat zij bepleiten aan wie een bijzonder oor werd aangenaaid waarmee zij stemmen horen van hierboven: nimmer kunnen oorlogen worden beëindigd omdat zij definitief en onomkeerbaar zijn zoals de dood die zij verwekken en zoals ook het Zijn zelf declameert - “die verschrikkelijke Vishnu-gestalte, als duizend zonnen tegelijk'” - in woorden die de eeuwigheid trotseren: “'Ik ben de tijd die alles verslindt'.”1
(J.B., 1 maart 2026)
1Zoals geciteerd door Ludo Noens, in: Ludo Noens,Het ingebeelde universum. De ontregelende confrontatie met het onmogelijke, Aspekt, Soesterberg 2024, pag. 190. De context: Noens verwijst naar de woorden in de Baghavad Gita gesproken door Krishna [Vishnu] tot Arjuna:“(...) En wie zal er door de wijde oneindigheid van de ruimte de zij aan zij gelegen universa tellen, elk haar Brahma inhoudend, haar Visnu, haar Shiva? Wie kan in hen de Indra's tellen, al die Indra's zij aan zij, die tegelijk regeren in al de ontelbare werelden.'” (Ludo Noens, o.c., pag. 190.) “(...) Er zijn ontelbare universa buiten dit ene, en hoewel zij ruimtelijk onbegrensd zijn, bewegen zij zich als atomen in Jou. Daarom word je onbegrensd genoemd.'” (Ludo Noens, o.c., pag. 191.) In de Bhagavad Gita vraagt Arjuna aan Krishna [Vishnu] één keer diens ware, eeuwig, goddelijke gestalte te mogen zien. “Die verschrikkelijke Vishnu-gestalte - 'als duizend zonnen tegelijk' - blijkt het universum en alle leven daarin zélf te zijn, in al haar eindeloze en duizelingwekkende verscheidenheid. Arjuna ziet dan tot zijn ontzetting die grandioze diversiteit en uitgestrektheid samengevat als het lichaam zelf van de 'god der goden': een hallucinante gedaante met ontelbare armen en benen en hoofden en ogen en monden (…) 'Ik ben de tijd die alles verslindt'.” (Ludo Noens, o.c., pag. 191.)
28-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 12: De oorlog en de regenboog
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 12: De oorlog en de regenboog
Käthe Kollwitz
De stelling dat de oorlog het verlengstuk is van de economie, is alleen maar correct waar het gaat om een economie met een kapitalistisch karakter, wat betekent: een economie gebaseerd op het principe van het privaatbezit, hetwelke gegrond is in de hebzucht of in het egoïsme en dat type van economie, die het natuurlijke recht van de sterkste in de mensenwereld naar binnen lijkt te smokkelen, zal onvermijdelijk een concurrentieel karakter hebben.
Het fundament van het concurrentiemodel is de intermenselijke vijandigheid, het is de huldiging van het principe dat de mens een wolf is voor zijn medemens: homo homini lupus. Concurrentie geldt weliswaar ook in de sport maar omdat die, althans tot voor kort, niets te maken had met winstbejag, staat men daar elkaar niet naar het leven: sport is altijd een se disportare geweest, een zich ontspannen, wat inhoudt dat men de strijd die daar gevoerd wordt, niet au serieux neemt, maar speelt: het is een voorbereiding op de zelfhandhaving in een zeker maatschappelijk systeem. In de sport wordt ook rekening gehouden met de validiteit van de deelnemers, men dient met andere woorden 'sportief' te strijden: mannen mogen niet tegen vrouwen worden uitgespeeld of volwassenen tegen kinderen en die morele eerlijkheidsregels worden dan spontaan getransponeerd naar het maatschappelijke bestaan dat er alsnog 'menselijker' door wordt. De tendens om in de sport het amateurisme als voorbijgestreefd te gaan beschouwen, kan daarom alleen op onverstand berusten, zoniet wordt hij aangewakkerd door de meedogenloosheid van het grootkapitaal. En het is misschien wel het grootste kwaad van deze tijd dat het grootkapitaal kan beschikken over de middelen om ervoor te zorgen dat haar critici vrijwel automatisch geassocieerd worden met communistische ideologieën en bovendien met de dictatoriale politieke verschijningsvormen ervan.
Dat het grootkapitaal, dat nota bene een even anonieme en onpersoonlijke macht is als de hebzucht zelf die het drijft, zichzelf wil handhaven omdat het zoals alle natuurkrachten onderhevig is aan een blinde traagheid, brengt mee dat het niet alleen de strijd zelf op de spits zal drijven maar dat het ook de onderliggende intermenselijke vijandigheid maximaal zal aanwakkeren. En dat brengt uiteraard ook mee dat alle vormen van intermenselijke samenwerking systematisch en maximaal gedwarsboomd zullen worden.
Die strijd tegen intermenselijke samenwerking wordt structureel gevoerd en wel op een bijzonder doortastende wijze: elke geleverde inspanning moet financieel worden vergoed en dat gebeurt met geen andere bedoeling dan om daar de volledige controle over te krijgen en om aldus te kunnen verhinderen dat het schenken en het ontvangen 'om niets' nog langer mogelijk zijn. Want op de keper beschouwd is het recht van de sterkste niet zomaar een natuurlijk model: van nature helpen wij, mensen, elkaar omdat wij sociale wezens zijn maar die spontaneïteit wordt ondermijnd middels door het kapitaal geïnduceerde tegennatuurlijke beginselen zoals het betaalsysteem, het systeem van straf en beloning - straf en beloning wel te verstaan met betrekking tot gehoorzaamheid en dus in functie van een welbepaald systeem van slavernij, de loonslavernij. Waar destijds ongehoorzaamheid bestraft werd met de zweep, wordt zij nu bestraft door het achterwege houden van de beloningen waaraan wij gewend gemaakt zijn, de lonen waarmee wij door wie ons overheersen, worden geconditioneerd.1 En vanzelfsprekend is dat systeem even sterk als de hebzucht in onszelf.
Die hebzucht nu, wordt aangewakkerd door de afwezigheid van sociale of beschermende realiteiten, zodat elke dictator er zal naar streven om van een gemeenschap een massa te maken2, wat wil zeggen: een bende enkelingen, en wat neerkomt op de huldiging van het aloude principe van 'verdeel en heers'. Totalitaire systemen halen hun macht door het systematisch ondermijnen van alle vormen van spontane intermenselijke samenwerking en op die manier worden eerst binnen één en dezelfde maatschappij de burgers afgericht om elkaar (economisch) te bestrijden en er naderhand het hele volk des te gemakkelijker te kunnen toe brengen om andere volkeren als vijandig te gaan beschouwen en er oorlog mee te voeren. Waar dat mogelijk is, is de onderwerping van de mens aan het monster van de macht een onwrikbaar feit.
De symptomen van het totalitarisme zijn in wezen makkelijk te bespeuren omdat ze allemaal verordeningen en tendensen betreffen die er op gericht zijn om de natuurlijke menselijke samenwerking en de zelfredzaamheid te ondermijnen en vandaar ook is de strijd van de dictator tegen het volk altijd repressief: bewegingen die uit het volk zelf voortkomen, zoals alle vormen van emancipatie, worden gekortwiekt met de meest afschuwelijke middelen teneinde te bekomen dat iedereen alleen komt te staan en dat allen zich noodgedwongen zullen richten op het centrale gezag dat 'voor hen zorgt', wat betekent: dat hen afhankelijk maakt, dat hen aan de leiband houdt, zoals het vee in de stallen dat niet weet dat het te eten krijgt om daarna in de richting van het abattoir te worden gedreven.
Vrijheid is de absolute voorwaarde voor menselijkheid maar van vrijheid kan geen sprake meer zijn waar vrouwen moeten geloven dat zij minderwaardige wezens zijn, ongeschikt om voor iets anders te dienen dan als lustobjecten, broedmachines en voedsters van toekomstige werklui en soldaten. Vrijheid is volstrekt onbestaande waar de uniciteit van de menselijke persoon tot voorwerp gemaakt wordt van spot en waar derhalve één en slechts één door de overheid gewenst menstype aan iedereen wordt voorgehouden met uiteraard de boodschap: volg dit toonbeeld na, deze heilige of deze vedette, en wie daar niet in slagen, moeten maar hun conclusies trekken, waaronder dan te verstaan is dat zij ongewenst zijn, dat zij maar betert kunnen wegvluchten, dat zij zichzelf maar moeten opruimen ofwel, als zij alsnog wensen te blijven, dat zij moeten doen alsof zij niet bestaan door bijvoorbeeld in de kast te kruipen; dat zij vrede moeten nemen met een tweederangspositie in de maatschappij of dat zij de pikorde moeten respecteren, dat zij maar beter tijdig geaborteerd kunnen worden of voor euthanasie kiezen. Kortom: waar regenboogvlaggen worden opgeruimd, wordt de eigenheid van de mensen niet langer geduld, heersen racisme en nog andere waanzinnige ideologieën en heeft de mens zijn plaats afgestaan aan de robot, de lege huls, de slaaf, de frontsoldaat, het lijk op de gigantische begraafplaats onder het toeziend oog, of de gesloten blik, van de stenen vader en moeder van Käthe Kollwitz.3
(J.B., 28 februari 2026)
1Cf. o.m.: Alfie Kohn, Punishhd rewards, Houghton Mifflin Company, Boston New York 1999.
2Cf. : Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, vijfde oplage 2021 (eerste druk 2014), in het Nederlands vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter. Oorspronkelijk: Totalitarianism, deel III, alsook (in een appendix) een gedeeltelijk samengevat negende hoofdstuk uit deel II,getiteld: The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man. Voor een synthetisch overzicht en bespreking van dit werk, zie: Hannah Arendt over Totalitarisme (J.B., Serskamp 27 mei tot 28 juni 2021), Cf.: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208113704.pdf
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 11: De oorlog en de parels (vervolg): Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 11: De oorlog en de parels (vervolg):
Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)
Giftig is de lucht, wolken van rook, kerosine, as en de stank van cadaverine in grachten en schachten, het lawaai van vliegtuigmotoren, de verschrikking van de explosies, alcohol voor de ontsmetting van afgerukte ledematen, verdovende middelen die de altijd verse rekruten, nog tieners, onderdompelen in de illusie dat het allemaal niet echt is ofwel tijdelijk en dat morgen de zon weer schijnen zal, de voorwendsels van plicht en roem, de vergissing en de onmogelijkheid om ze ongedaan te maken, het voorgoed wegglijden van de geliefden aan wie men niet meer zeggen kan dat de overheidsbeloften leugens waren en dat men nimmer terug zal keren omdat alleen het zwart wacht.
Als men nog over oorlog spreekt, dan over lang geleden maar de frontsoldaat weet dat hij zal blijven duren, dat men er elke ochtend middenin nachtmerries, zweet en bloed, verminkt mee opstaat, dat het schrikbeeld nooit zal wijken, de behandelingen, pleisters op een houten been, tot men zelf afhaakt.
Een hoge muur is gekomen tussen hem en zijn geliefden voor altijd, hij wenst dat hij in de greppels was gebleven, er is zijn lichaam dat wil leven maar zijn hoofd is nu een zwarte kool, zijn ogen diepe putten die nog altijd niets dan dode maten zien, zijn gedachten zijn alleen maar zwanenzangen, kreten in de leegte, wanhoopsdaden, bataljons, geweren, kanonnen, obussen, landmijnen, verloren vrienden, herinneringen aan schone leugens en verraad, afkeer van het circus der herdenkingen, monumenten en gelogen woorden, afkeer van een maatschappijsysteem waarin aarden nooit meer tot de mogelijkheden zal behoren: daarmee is hij nu voorgoed alleen, te midden van wie fuiven, vieren en onwetend zijn.
Vladslo en het treurend ouderpaar, zij staan apart ofschoon het kind zowel aan vader als aan moeder toebehoorde maar leed heeft met de dood gemeen dat men het versteend alleen moet ondergaan, het samenzijn is altijd tijdelijk ofschoon wij het verlangen voor de eeuwigheid; het leed, de splijtzwam.
Hij wil zich schoon wassen, maar het blauwe water wijkt en hij daalt af in een zee van giftig groen, zijn dieprood bloed snakt naar bevrijding en in zijn naar binnen gekeerd oor dreunt in een bezwerende cadans de kreet uit Cold Song1, de wereld van de eeuwige oorlog; het lijf leeft nog, wil zich verzetten tegen 't trauma wijl aan de horizon het asgrijs van het front blijft duren.
(J.B., 27 februari 2026)
“The Cold Song” (Een libretto in King Arthur van Henry Purcell uit 1691 op tekst van John Dryden)
“What power art thou, who from below Hast made me rise unwillingly and slow From beds of everlasting snow? See'st thou not how stiff and wondrous old Far unfit to bear the bitter cold, I can scarcely move or draw my breath? Let me, let me freeze again to death.”
1Cf. https://www.youtube.com/watch?v=TnkVgKzKPt8
25-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 10: De oorlog en de parels
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 10: De oorlog en de parels
In een wereld die door corruptie is verziekt, zijn psychopaten in hun element; op één been klimmen zij er naar de top en zij 'regeren', zoals zij hun plundertochten heten, en zorgen er ook voor dat elke tegenstand geweerd wordt. Die tegenstand komt uiteraard vanuit het kamp van wie geestelijk nog gezond genoeg zijn om van de maatschappelijke malaise ziek te worden en aldus ontplooit zich het publieke geheim van een gigantische paradox, niet onbekend aan vaklui in de daarop betrekking hebbende sectoren: de carrièrejagers blijken lui die de psychische ruïne waartoe zij zichzelf bij het verkopen van hun ziel veroordeeld hebben, ontvluchten en eenmaal aan de top beland, schieten van hen alleen nog lege hulzen over, windhanen, te koop voor amper dertig zilverlingen. Het resterende segment van geestelijk gezonde mensen wordt overeenkomstig de natuur die altijd voor corruptie passen zal, gedwongen tot verzet tegen de malaise; het vormt de zogenaamde linkervleugel van de maatschappij die door de potentaten die als zwarte vlaggen uit de poel van extreemrechts oprijzen, gedemoniseerd worden, ziek verklaard, opgepakt en veroordeeld zonder vorm van proces maar in den duik middels broodroof en ondermijning van gezondheid en reputatie. Vaak worden ze in een medische dwangbuis geïmmobiliseerd teneinde te beletten dat via hun monden de waarheid zich alsnog toegang tot de wereld kan verschaffen want uiteraard: niets vrezen de usurpartors zozeer als het aan het licht komen van de leugen waarop zij teren en die hen in het zadel houdt.
De tegenstanders van hun onoprechte wandel kunnen zij weliswaar fysiek bedreigen en kortwieken maar aan de levenskiemen die hen zullen blijven kentekenen en die schieten bij het geringste straaltje zon dat door het wolkendek priemt, kunnen zij niet raken. Die scheuten uiten zich als ongedwongen biotopen van kunst die onafwendbaar kritisch en geëngageerd zal zijn, vernietigend voor het kwaad omdat zij het licht der waarheid in zich hebben dat niet verdragen wordt door wedijver die zich afspeelt in de krochten van de nacht en die altijd op de vlucht is voor de klaarte.
Uiteraard worden hier de waarschuwingen bedoeld van een immer vermaledijd broederschap dat van de adem van de opperwezens leeft en dat, de eigen adem inhoudend, naar parels vist die de mensheid van megalomane overheersers moeten redden doch die van haar plek verdreven wordt door politiek benoemde narren die ons brood en spelen bieden en zo proberen om met die parels ook ons aller heil te doen belanden bij de zwijnen.
In de context van de derde grote oorlog denken we, omdat hij op de tweede gelijkt, in de eerste plaats aan John Heartfield die ofschoon zijn even simpele als ware boodschap alom bekend is, helemaal niet wordt gehoord, daar men andermaal massaal de kinderen naar het front drijft om daar in de dwangbuis van een bedrieglijke plichtsethiek elkander te verminken.
Hedendaagse politici verkeren in de gevaarlijke waan de door henzelf aan het volk voorgehouden goden te overtreffen maar alsnog verborgen geesten blazen artiesten hun adem in om 't mensdom uit het slop te halen. Zo vermocht de muze van het heldendicht, de welsprekendheid en de wijsbegeerte, Kalliope, het om alvast tijdelijk aan de goden van de onderwereld en aldus ook aan de dood het hoofd te bieden met het inspireren van haar zoon Orpheus die met zijn lier alles en allen in beroering brengen kon: samen met acht van haar zusters vormden zij het negental der muzen maar de plastische kunstenaars ontvangen hun levensadem van twee andere kinderen van de oppergod: Athena en Hephaistos, die als volgt ontsproten aan de fundamenten van het universum.
Kunst haalt al haar krachten uit de oertijd: Chaos wordt bevrucht en zo geordend door Eros en aldus ontstaan de Hemel (Ouranos) en de Aarde (Gaia), de Hel, de Dood, de Slaap, de Twist alsook het Recht. De kinderen geboren uit vader Hemel en moeder Aarde worden door hun vader opgeslokt maar moeder Aarde redt haar jongste telg, de Tijd (Kronos). Die ontmant zijn vader, werpt zijn organen in de zee die dan gaat schuimen en zo de Liefde (Aphrodite) voortbrengt. Kronos huwt zijn zuster Rhea en ook hij verslindt zijn kinderen, doch Zeus, de jongste, wordt gered: hij geeft zijn vader een door Metis gebrouwd braakmiddel en redt zo zijn broers en zusters. Zeus, nu de oppergod, huwt zijn zuster Hera, krijgt veel buitenechtelijke kinderen en als wraak baart Hera zonder de tussenkomst van hem of van een andere man, de lelijke Hephaestos die zij ontgoocheld in zee werpt en die daar door nimfen grootgebracht wordt en van de dwerg Kedalion de smeedkunst leert.
Onuitgemaakt of nu Zeus ofwel zijn zoon Hephaistos Metis had bezwangerd, at, na een ruzie met Hephaestos, Zeus zijn nicht Metis op maar zij verteerde niet, zij steeg hem naar het hoofd en veroorzaakte zo'n migraine dat Hephaestos hem moest verlossen door zijn hoofd te klieven met een bijl.1“En ziet: uit het hoofd van Zeus steeg een volwassen vrouwspersoon op, fier rechtop, gehelmd en geharnast, met lans en schild. Het was Athena.”2
Athena, de godin van de wijsheid en de edele krijgskunst (geheel onderscheiden van de oorlogsgod Ares die bloeddorstig was, laf en dom), de godin van de beschaving, de ambachten en de schone kunsten, en Hephaestos of Vulcanus met de sterke armen, de god van het vuur, de smeedkunst en de ambachten, zijn sinds oudsher de inspiratiebronnen van de plastische kunstenaars en in de hedendaagse geschiedenis die gekenmerkt wordt door polarisering en oorlog zijn dat John Heartfield in Nazi-Duitsland met zijn alleszeggende collage uit 1932 getiteld: “Krieg und Leichen - Die letzte Hoffnung der Reichen”3, en in zijn zog eenreeks zich in de strijd werpende verzetshelden, authentieke hedendaagse tekenaars en schilders die naar de kern gaan van de malaise die nu als een kanker in de wereld woekert en die zoeken hem te duiden en te vatten omdat aan elke mogelijke remedie een diagnose moet voorafgaan, een doorzien van het probleem, wat lastiger nog is dan de behandeling.
Op die manier wordt krediet gegeven aan een gedachte waarmee Dostojevski zijn personages in De idioot laat spelen: de gedachte dat de wereld uiteindelijk zal gered worden door schoonheid.
(J.B., 25 februari 2025)
1Kris Vansteenbrugge, Uit het schuim van de zee. De Griekse Mythologie in 136 verhalen, uitgeverij Heras 2012 (2011), pp. 13-27.
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 9: Intermezzo
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 9: Intermezzo
In de dood die voorafgaat aan het leven zijn wij zoals vissen in het water en wij komen deze wereld binnen zoals vissen die aanspoelen op het strand: naar adem happend en immer vechtend als in een element dat niet het onze is, veroordeeld tot uiteindelijk creperen. Wij belanden hier via de gekende toegangspoort die om die reden heilig is, die ons gewis biologeert en onze laatste krachten opeist, want het is de scharnier tussen die twee: de wereld van volmaakte vrede en die van een niet te peilen onrust.
Want wij, doden, blijken voor het leven niet bestemd ofschoon wij het verlangen, zozeer dat we bereid zijn om voor een kort en lastig verblijf hier te betalen met onze zee van eeuwige vrede. De dood die wij daarna ingaan, is beslist een andere dan deze die voorafgaat aan de wonderlijke smart der aangespoelden maar dat is ook alles wat wij daarvan kunnen weten.
De niet te peilen diepten van het Zijn lijken de horken die menen dat zij over de aarde kunnen heersen, niet te raken maar dat komt alleen omdat zij geen gevoelens hebben: die hebben zij verkwist, verkocht voor geld waarmee zij zandkastelen kopen en landsgrenzen verleggen, luchtkastelen zoals ook de getallen op bankrekeningen de wereld rond, die gewoon weggespoeld worden van zodra het tij keert zonder sporen na te laten.
Maar niets is meer onloochenbaar dan pijn, die zonder twijfel uit een onpeilbaar Vernuft ontsproten status van bestaan die alleen maar kan toenemen - een lot dat wij schuwen ofschoon het ons uiteindelijk van het eeuwig niet-zijn redt.
(J.B., 23 februari 2026)
21-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 8: Een onheilspellende combinatie
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 8: Een onheilspellende combinatie
De combinatie in kwestie is die van macht met onverstand: niets is gevaarlijker dan verantwoordelijkheid die in handen is gekomen van een onwijze en dat geldt heden nog steeds voor een regering van een land dat aan zichzelf een voorbeeldfunctie toeschrijft voor de rest van de wereld alsook een alwetendheid omtrent zijn geschiedenis én toekomst die echter faliekant strijdt met de feiten maar zo gaat het er nu eenmaal aan toe in elk totalitair systeem, zoals betoogd door een van zijn slachtoffers, de joodse wijsgeer Hannah Arendt.1
Iedereen (behalve misschien Rutte en de zijnen) weet dat paaien dan geen uitstel van executie is maar de bespoediging ervan want een ijdeltuit wordt aangemoedigd door wat hij in zijn waan voor lof aanziet: alleen het antwoord van de terechtwijzing is op zijn plaats maar dat vergt moed wanneer de tegenstander Goliath heet.
In de rol van de rebel tegen de reus zit nu een pacifistisch Belgisch politieker die de wereld rond (want zo ver reiken de media van de usurpator) godbetert wordt beschuldigd van het aanzetten tot haat en doodslag terwijl die zaken juist het mikpunt van zijn strijd uitmaken. Edoch, andermaal Hannah Arendt: in een totalitair systeem doet de inhoud van wat men zegt er niet meer toe want “elke ideologie (…) leent zich tot een totalitair gebruik. (…) als een passe-partout om alles (…) logisch uit te leggen.”2En verder: “Zo ook blijkt een totalitair regime erin te slagen “haar slachtoffers te overtuigen van hun schuld aan misdaden die ze nooit gepleegd hebben.”3
En wie het voor ons opnemen, verdienen alle steun - immers: “(…) In een situatie waarin de scheidingslijn tussen fictie en werkelijkheid uitgewist wordt door de monsterachtigheid en de innerlijke consistentie van de beschuldiging, is niet alleen een sterk karakter vereist om te weerstaan aan de voortdurende bedreigingen, maar ook een groot vertrouwen in medemensen - kennissen, vrienden, buren, die 'het verhaal' nooit zullen geloven - zodat men niet zwicht voor de puur abstracte mogelijkheid van schuld. Zeker, dit toppunt van een kunstmatig gefabriceerde waanzin kan alleen in een totalitaire wereld bereikt worden.”4
In dit geval wordt (meer dan terechte) kritiek beschouwd als een doodsbedreiging, wat alleen maar illustreert hoe de leugen altijd met een ei zit: de vrees dat zij ontmaskerd wordt, wat zich hoe dan ook ooit zal voltrekken en wellicht eerder dan men geneigd is te geloven. By the way: het geweld tegen homo's en andere leden van de LGBTQIA+-gemeenschap is nooit zo snel toegenomen als sinds het aantreden van Trump die op die wijze alsnog poogt de massa te doen wegkijken van het Epstein-spektakel waarmee volgens zekere insiders zijn Russische rivaal hem tot ons aller onheil in de tang houdt.
En wat nog de geschiedenis van W.O.II betreft, is Amerika pas op de kar gesprongen in 1944 en het aantal gesneuvelde Russen bedroeg zowat het twintigvoudige van het Amerikaanse. Echter, belangrijker om weten is ons inziens dat de Hitlers oorlog werd gefinancierd door het grootkapitaal die de gek inzette als handpop voor de massamoord. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen maar die baten niet waar de vereiste kennis en de bekwaamheden voor het uitvoeren ervan het laten afweten.
(J.B., 21 februari 2026)
1“[Arendt] begrijpt dat in totalitaire regimes de inhoud van ideologieën er nauwelijks toe doet en uitgevreten wordt door (…) de logiciteit als handelingsprincipe: elke ideologie (…) leent zich tot een totalitair gebruik. (…) als een passe-partout om alles (…) logisch uit te leggen. (…) De veelzijdige, altijd meerduidige ervaring van de complexe werkelijkheid wordt ingeruild voor de
logische zekerheid van een idee. Ofwel worden feiten ontkend tot ze passen binnen het keurslijf van een tot in het absurde uitgewerkte, volkomen fictieve ideologische consistentie (…). Ofwel worden feiten gecreëerd zodat ze passen binnen het keurslijf van de ideologie: aanvaarden dat er 'inferieure rassen' of 'uitstervende klassen' bestaan en niets doen om ze daadwerkelijk uit te roeien, is inconsequent”. En de vertalers citeren Arendt: “'Je kunt niet A zeggen zonder B en C te zeggen, enzovoort, het rijtje af tot aan het einde van het moorddadige alfabet' (p. 340)” (Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, vijfde oplage 2021 (eerste druk 2014), in het Nederlands vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter. Oorspronkelijk: Totalitarianism, deel III, alsook (in een appendix) een gedeeltelijk samengevat negende hoofdstuk uit deel II, getiteld: The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man.), pp. 14-15, zoals weegegeven in: Hannah Arendt over Totalitarisme (J.B., Serskamp 27 mei tot 28 juni 2021), pp. 2-3. Cf.: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208113704.pdf
Verder uit het genoemde overzicht, o.m., p. 7: “Een totalitair regime vergt “de fabricatie van grote massa's geïsoleerde en verlaten individuen, die niet samengehouden worden door een gemeenschappelijk belang.” (Arendt, o.c., p. 18) Leugenachtige propaganda “presenteert ideologieën als onfeilbare wetenschappelijke voorspellingen.” (Arendt, o.c., p. 18) “De fictieve waarheid van de propaganda [wordt omgezet] in een functionerende werkelijkheid” waarbij de fanatieke kern en de leider verborgen worden gehouden.” (Arendt, o.c., p. 18)” (p. 3) en: “In het totalitair systeem worden feiten geminacht en aan de fictie aangepast. Hannah Arendt schrijft inzake het Rusland van Stalin: “alle feiten die niet overeenstemden, of dreigden niet overeen te stemmen, met de officiële fictie – gegevens over de oogstopbrengst, criminaliteit, echt gepleegde 'contrarevolutionaire daden', in tegenstelling tot de latere verzonnen samenzweringen – werden behandeld als niet-feiten (…) zodat elke regio en elk district van de Sovjet-Unie zijn officiële, fictieve statistieken kreeg op dezelfde manier als ze de niet minder fictieve normen van de vijfjarenplannen ontvingen.” (Arendt, o.c., p. 54)” alsook p. 19: “Het volk belandt aldus in “de griezelige rust van een volkomen imaginaire wereld.” (Arendt, o.c., p. 142) alsook par. 9 (“Totalitarisme, de verwisseling van fictie en werkelijkheid en het prijskaartje daarvan”) (pp. 22-25, corresponderend met: Arendt, o.c., p. 155-184) alsook par. 14 (“De ideale onderdaan van een totalitaire heerschappij is de mens voor wie het onderscheid tussen feit en fictie en tussen waar en onwaar niet langer bestaat”) (pp. 40-45, corresponderend met Arendt, o.c., pp. 321-349).
4Hannah Arendt over Totalitarisme (J.B., Serskamp 27 mei tot 28 juni 2021 - zie hoger), pp. 55-56, corresponderend met: Hannah Arendt, o.c., pp. 141-142.)
20-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 7: Crypto-oorlogsretoriek
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 7: Crypto-oorlogsretoriek
De speech van Marco Rubio1 op de Veiligheidsconferentie in München was een staaltje van retorica maar dan wel retorica in de betekenis van leugenaarskunst en dit omwille van de leugens uiteraard maar ook door de verdraaiingen, de verzwijgingen, de eenzijdigheid, het paaien en het bespelen van de onzekerheidsgevoelens met altijd op de achtergrond de door de V.S. gecultiveerde (ofschoon in de speech zelf veroordeelde) angst, hier ingevolge de kwestie of de V.S. ons zal beschermen als Poetin ook de rest van Europa binnenvalt, en de moderator ter plekke wees ook op de bijval die de spreker krachtens herhaald applaus genoot telkenmale als hij daarop zinspeelde.
Een sprankeltje hoop om te beginnen: wat niet mag vergeten worden, is dat Rubio weliswaar de V.S. vertegenwoordigt maar dan wel een specifiek en hopelijk een zeer tijdelijk fragment dat in feite extreemrechts vertegenwoordigt terwijl, zoals dat in een democratie hoort, de andersdenkenden in de zijlijn ongeduldig nieuwe verkiezingen afwachten.
De beïnvloedingstactiek van megacommerçant Trump bestaat er kennelijk in om eerst te dreigen, om te laten zien wat er gebeuren kan bij ongehoorzaamheid om vervolgens beleefd om instemming te verzoeken, aldus de prooi de gelegenheid gevend om alsnog haar waardigheid te bewaren en zich zonder gezichtsverlies over te geven aan het roofdier, een wolf in schapenvacht.
Rubio start zijn toespraak met de herinnering aan de stichting van de veiligheidsconferentie (mede n.a.v. het gevaar van kernwapens) ten tijde van een Europa verdeeld (in het hart van Duitsland) tussen vrijheid en communisme, en ziedaar reeds de polarisering en het heropflakkerend Mccarthyisme.
Hij benadrukt de samenhorigheid van de V.S. met Europa in de wereldoorlogen maar vergeet dat in W.O.II de Russen behoorden tot de alliantie tegen nota bene de te stoppen zelfingenomen nationalist Adolf Hitler.
Hij noemt het globalisme inert voor het oplossen van conflicten en verwijst naar Gaza en naar Iran en godbetert ook nog naar Venezuela, waar Trump optreedt als de grote vredestichter, weliswaar met geweld dat echter gerechtvaardigd wordt “omdat diplomatie alleen werkt in een ideale wereld” - en Trump is alvast een vredestichter in de door de Amerikanen gecontroleerde media, de plek waar hij zijn publiek in de illusie brengt van zijn Nobelprijswinnaarschap voor de vrede.
“A foolish idea”, zo noemt Rubio het geloof in het wereldburgerschap en hij verwijt internationale instituties, “systems beyond our control”, te handelen uit eigenbelang, hierbij uit het oog verliezend dat dit weliswaar alleen maar het geval is waar zij opereren als machten van hetzelfde kapitaal dat Trump in het zadel heeft gehesen en dat zijn niet alleen de phamareuzen maar ook en vooral de wapenindustrie want beleggers maken sowieso abstractie van ethiek.
Een ethiek rond klimaat speelt zijns inziens alleen maar de vijand in de kaart en met zijn standpunt over zogenaamde massa-immigratie die 'onze' cultuur zou ondermijnen, polariseert hij er lustig op los en doet hij alsof de vierde wereld, de rijkmaker bij uitstek van de geprivilegieerden, helemaal niet bestaat.
Desnoods pakt de V.S. die problemen alleen aan, maar liever samen met Europa, zo betoogt hij: Europa, de wieg van de V.S., met wie we onze te verdedigen levenswijze delen, op wiens verleden we trots zijn en met wie we verder willen gaan. Maar eerst moeten we inzien dat we fouten maakten en daarom moeten we her-industrialiseren, onze grenzen bewaken en zo onze beschaving beschermen.
We vechten samen, aldus Rubio, voor onze mensen, onze beschaving, onze levenswijze: het klinkt allemaal overtuigend maar in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog alarmeerde John Heartfield de wereld met de waarschuwing: “Krieg und Leichen, die letzste Hoffnung der Reichen”, aldus verwijzend naar het feit dat oorlog vooreerst een klassenstrijd is waarin volkeren in de illusie worden gebracht dat ze elkaars vijanden zijn om hen er aldus toe te brengen elkaar uit te moorden - een vuile zaak, gestuurd door het grootkapitaal, met het oog op het vrijwaren van tanende voorrechten en macht.
De V.S. willen samen met Europa strijden, aldus Rubio, maar zonder angst voor industrialisatie, technologie, klimaatzaken en oorlog. Hoort men dit goed? Jawel, zonder angst voor oorlog, dat zegt hij. Het konden de woorden zijn van de Russische patriarch: vreest de dood niet! - zo immers bemoedigde die corrupte figuur, bevriend met de paus, de Russische soldaten bij het begin van de inval in Oekraïne en intussen bedraagt het aantal oorlogsslachtoffers aldaar 1,2 miljoen - de patriarch zelf vecht uiteraard niet mee en dat zal ook Rubio niet doen, al zijn vooraanstaanden er niet vies van om als soldaten te poseren voor het spijzen van hun media.
Rubio verheerlijkt de westerse levenswijze, de reden voor het bestaan van de NAVO. Hij noemt zichzelf een kind van de kolonisering en teert kennelijk op de jammerlijke onwetendheid bij zijn publiek omtrent de ware toedracht daarvan en van de immense tragedies in haar zog.
Maar de handlanger van het gouden kalf krijgt spreekrecht en zijn publiek ter plekke bestaat uit politici waarvan het merendeel de onwetendheid delen van de massa die hen in het zadel hielp en aldus gaat het van de regen in den drop en slinkt de hoop dat de oorlogsmodus waarin de wereld nu geraakt is, ooit nog teruggeschroefd kon worden.
“Laten we opnieuw ‘samen uitbreiden en koloniseren’. Zet de trans-Atlantische alliantie in om het Westen een nieuw tijdperk van dominantie binnen te loodsen. Ruil klimaatambities, sterke welvaartsstaten en liberale democratie in voor grootsheid en veiligheid.” - aldus citeert Pieter Stockmans in MO* d.d. vandaag 19 februari 2026 de Amerikaanse minister Rubio uit zijn speech op de recente Veiligheidsconferentie in München en wat alles behalve geruststellend is: Rubio kreeg er een staande ovatie voor!1
Deze actuele feiten illustreren overvloedig wat hoger werd aangehaald: de verantwoordelijkheid voor de genocide onder Hitler wordt weliswaar aan de dictator toegeschreven maar ligt veeleer bij de corrupte en onverantwoordelijke getuigen die deze gek lieten begaan en vandaag herhaalt zich die geschiedenis.
Hetzelfde geldt overigens m.b.t. de voor '200 jaar België' geplande festiviteiten in het Brusselse Jubelpark dat met bloedgeld van de kolonisator Leopold II werd opgericht.
Voor wie de geschiedenis van het kolonialisme en van het totalitarisme niet kennen, en daartoe behoort kennelijk het voltallige applaudisserende publiek in München, de volgende met commentaren en literatuurverwijzingen aangevulde synthese (uit 2023) van het ophefmakende boekwerk over de kolonisering van de Congo onder Leopold II, van historicus Adam Hochschild, getiteld: “De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo”2,
2Adam Hochschild, “De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo”, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998): onder de titel: “De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910.” Cf.: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208122348.pdf
Dit is het! Dit, hier, is het boek dat ik al in mijn jeugd koortsachtig zocht tot in de rommeligste boekenwinkels, op gezellige oude markten en hoog in het gebinte van ontelbare bibliotheken. Gij zult het niet vinden! zo klonk het t' allen kante: het boek dat gij zoekt, moet immers nog geschreven worden, en wie zal dat doen? Een groot geleerde met pensioen?
Dit hier is die ene, vaak vergeten peiler van de twee pilaren waarop de ganse westerse beschaving rust. Want naast het monotheïstische christendom dat sinds tweeduizend jaar de wereld overspoelde, is dit die andere en nog veel oudere bron, met wel duizend goden en evenveel verhalen: mysterieus en meer dan sprookjesachtig, maar o zo verklarend als wij dié vragen àchter de vragen stellen zoals bij uitstek kinderen dat doen: hoe zijn wij uit de chaos voortgekomen? Waarom verbeeldt onze achillespees de kwetsbaarheid? Kan een man een kind baren uit zijn hoofd of uit een van zijn dijen?
De woorden van de wetenschap zijn niet zomaar uit het Oud Grieks gewonnen: in Hellas ligt de oorsprong der begrippen, de kiem van de rede die ons de moderne wereld schonk. Want het begin der tijden reikt de einder van de toekomst de hand in de beloften van de nanotechnologie, de eugenetica, de megapsyche van het mensdom en Andromeda.
Uit het schuim van de zee, zo luidt het antwoord op de vraag van een oude man die alle leed en lusten heeft gekend: het wonderbare wezen dat uitgerekend door de broosheid die haar schoonheid geeft, moeiteloos alle krachten van de kosmos aan zich onderwerpt om ze dan eindeloos opnieuw te baren, werd zelf geboren uit het schuim der zee:
"Kronos hieuw Ouranos de geslachtsorganen af en wierp ze ver weg in de zee. En waar het zaad van Ouranos zich vermengde met het zeewater begon dit laatste te schuimen en uit het schuim kwam een onbeschrijflijk mooi en lieftallig wezen te voorschijn, Aphrodite, de godin van de liefde, een kind van de hemel en de zee." (p. 14)
Dit is een boek dat weidse velden behoeft met narcissen bezaaid, glooiende dalen vol boterbloemen en koele meertjes in de zon langs wier zanderige oevers een voltallig koor van nimfen danst, scanderend in een heilige vervoering:
"Toen ze met Zeus in het huwelijk trad
kreeg Hera als bruidscadeau van haar grootmoeder Gaia
een gouden appelboom.
Ze plantte de boom in haar eigen tuin,
die zich bevond op de hellingen van het Atlasgebergte,
dat is aan de westelijke kant van de wereld,
waar 's avonds de door paarden getrokken zonnewagen
van de god Helios op de aarde nederdaalt
en waar de weiden zich bevinden
waar de onmetelijke kudden koeien en schapen van Atlas grazen." (p. 19-20)
En dan krijgt dit verhaal een wending die wat herinnert aan de boom des levens uit de joodse heilige schrift: op een dag stelen de Hesperiden de gouden vruchten, en Hera laat de boom bewaken door de honderdkoppige draak Ladon - later nog door redder Herakles geveld.
Edoch, ware redding in het Grieks klinkt wel verrassend anders: toen op een dag de twee zonen van Hera's priesteres de plaats innamen van de zieke ossen die haar kar voorttrokken naar haar heiligdom, vroeg zij aan de godin een beloning voor hen beide. En ziet: Hera liet de twee terstond dood neervallen ter aarde: "Want, zo sprak de godin, de dood is het mooiste geschenk dat een mens kan te beurt vallen!" (p. 21)
Wie weet overigens dat de godin Hera een tempel had "op de heilige grond van Olympia (...) ouder nog dan die van Zeus? Te harer ere werden daar Spelen gehouden, de Heraiën, uitsluitend bestemd voor vrouwen. Maagden, naar men zegt." (p. 21)
Ooit nam Hera wraak op haar ontrouwe echtgenoot door bij zichzelf en zonder tussenkomst van een man, een zoon te verwekken, Hephaistos, die zo lelijk was dat zij hem maar meteen in zee wierp, waar nimfen hem voedden; een dwerg bracht hem later de smeedkunst bij. Uit wraak jegens zijn moeder smeedde Hephaistos haar een gouden zetel die zich om haar heen klemde en die haar zo gevangen zette. In ruil voor haar bevrijding eiste de lelijkaard Aphrodite als gemalin. Uiteraard was zij hem ontrouw en zo werd hij de 'hoorndrager'. (pp. 22-23)
Onder Zeus' kinderen waren de oorlogsgod Ares en ook Athena: zij was een bastaard, haar vader verorberde haar moeder maar kon haar niet verteren. "En ziet: uit het hoofd van Zeus steeg een volwassen vrouwspersoon op, fier en rechtop, gehelmd en geharnast, met lans en schild". (pp. 28-29)
Het verhaal over Erichthonios verklaart waarom Athena de kraai, haar lievelingsvogel, vervloekte en inruilde voor de uil; hij was het immers die haar meldde dat de bewaaksters van baby Erichthonios het verbod hadden overtreden om hem te bekijken: hij was geboren met een kronkelend slangenlichaam. Wie zijn bewaaksters waren, waarom het kind misvormd was en hoe het Erichthonios verder verging, staat allemaal nog in dezelfde paragraaf, compact én vloeiend. (p. 30-32)
Ook de maagdelijke wijsheidsgodin Athena had haar zwakheden. Zo maakte zij blind wie haar naaktheid aanschouwde. Zij leerde Arachne weven doch duldde niet dat haar leerlinge zich beter achtte dan Athena zelf van wie zij de lering loochende. Na een weefduel verhing Arachne zich, Athena kreeg spijt en veranderde de dode in een spin aan wie zij beval eeuwig te weven. (pp. 33-34)
Dan komt het verhaal van Poseidon met zijn burcht op de zeebodem, met zijn drietand en zijn gouden paardenkoets waarmee hij stormen bedwong tijdens zijn tochten over de oceanen. Wie wist dat zijn zoon Triton een 'zeemeerman' was? (pp. 36-38)
Hoe goden het aan boord legden om hun escapades te onttrekken aan het oog van hun jaloerse echtgenote, wordt onder meer verteld in het verhaal van Leto die door Zeus werd bezwangerd. "Sommigen beweren dat Zeus haar en zichzelf tijdens de paring veranderde in een kwartel (...)" (p. 39) Maar wie gelooft dat zij zich zo makkelijk liet verschalken, heeft het mis. Het vervolg van dat verhaal verklaart onder meer hoe de Egeïsche zee aan haar naam kwam, waar zich het middelpunt van de wereld bevindt en hoe de Pythische Spelen van Delphi zijn ontstaan.
Hermes dan, werd amper één dag na de bevruchting geboren en tegen de avond van zijn eerste levensdag weidde hij al de koeien van Apollo in 't gebergte. Uit de darmen van die koeien en uit het schild van een schildpad maakte hij de eerste lier. Hij bestal Apollo maar wist zich voor 't gerecht van Zeus zo geliefd te maken met zijn lier dat hij opgenomen werd als twaalfde god en benoemd tot goddelijke bode alsook tot god van de handel. (pp. 41-43)
Het verhaal van Io, de dienstmaagd van Hera die echter met haar echtgenoot Zeus aanpapte, is betoverend mooi. In een raamvertelling daarin verhaalt een fluitspelende Hermes aan de door Argos bewaakte Io die door Hera in een koe veranderd was, het verhaal van de fluit - andermaal een metamorfose, dit keer van de door Pan op de hielen gezeten nimf Syrinx die de goden om bescherming smeekte. Syrinx' bede werd aanhoord, zij werd veranderd in een rietstengel, waaruit Pan zijn fluit sneed. Hermes hakte nu een ingedutte Argos het hoofd af om Io te bevrijden, maar Hera stuurde een horzel op haar af zodat zij vluchtte en zich in zee stortte - de Ionische Zee. Maar hiermee is het verhaal opnieuw nog lang niet verteld. (p. 44-46)
Verliefd op de koningsdochter Europa, begaf Zeus zich in stierengedaante tussen haar vee en nodigde haar uit om plaats te nemen op zijn rug om haar vervolgens te ontvoeren alover de Middellandse Zee tot op Kreta waar hij weer zichzelf werd en zich met Europa verenigde. Europa kreeg drie zonen, waaronder Minos van Knossos, stamvader van de Minoïsche cultuur. Europa's ongeruste vader stuurde zijn zonen vruchteloos naar haar op zoek. Een van hen was Kadmos, die het orakel van Delphi raadpleegde. Het verdict luidde dat Zeus zelf het spoor verborg en dat hij met zijn mannen een koe moest volgen en een burcht bouwen waar ze strandde. Daar wilden zijn makkers drinken aan een bron, bewaakt door een monsterslang die hen verslond. Maar Kadmos versloeg de slang en Athena voorspelde hem dat hij als slang zou sterven nadat hij eerst een roemrijke stad had gesticht met de hulp van krijgers opgeschoten uit de tanden van de slang die hij op Athena's bevel daar zaaide. Die krijgers moordden elkaar uit, behalve vijf: de Sparti, met wie hij Thebe stichtte. (pp. 47-49)
Kadmos kreeg vier dochters, onder wie Semele, en ook met haar verenigde Zeus zich in de gedaante van een knappe jongeman. Toen hij zich bekend maakte, wilde zij de godheid zien en hij beloofde het haar ook ofschoon hij wist dat niemand god kon zien en blijven leven. Toen hij aan haar verscheen, brandde Semele op, en Zeus riep Hermes ter hulp om met een keizersnede nog gauw haar vrucht te redden en die in te planten in zijn eigen dij, en zo werd Dionysos geboren. (pp. 50-52)
In het verhaal van Ino wordt de oorsprong van de Isthmische Spelen verklaard: zij herdachten Ino en haar zoontje die tragisch om het leven kwamen. En even tragisch verging het haar zuster, Agave. Dionysos werd door vijf nimfen opgevoed, hij maakte wijn, leefde uitbundig en telde onder zijn volgelingen maenaden alsook saters, onder wie Pan. Na omzwervingen terug in Thebe organiseerde hij daar een orgie waarop Agave te gast was. Bedwelmd door de wijn aanzag zij haar zoon voor een wild dier, doodde hem en at van zijn vlees. Toen sprak Kadmos de beroemde woorden: "Prijst nooit iemand gelukkig voor hij zijn laatste dag heeft geleefd". (pp. 56-58)
En ook de zuster Autonoë verging het slecht. Haar zoon Aktaion zag op een keer Artemis naakt baden, waarop deze hem in een hert veranderde, zodat zijn honden hem verscheurden. Zeus bezwangerde de koningsdochter Kallisto - een tempeldienares van Artemis die geslachtsbetrekkingen verbood - en toen Artemis het merkte, veranderde ze haar prompt in een berin, die Arkas baarde, die op beren jaagde. Toen die op het punt stond om zijn moeder te doden, veranderde Zeus ook hem in een beer en van de twee maakte hij de sterrenbeelden Grote en Kleine Beer. (pp. 59-60)
Toen Demeter's dochter Persephone verdween, was zij uitzinnig van verdriet en prins Triptolemos vertelde haar "dat op een naburige weide een meisje was geschaakt door een geweldenaar in een door vurige zwarte paarden getrokken wagen. Daarna was de aarde opengescheurd en had het hele gespan verzwolgen [in het zogenaamde 'hol van Pluto (of Hades)']". Helios, de zonnegod die alles ziet, bevestigde dat Hades de dader der ontvoering was. Zeus werd ter hulp geroepen doch kon niets meer doen aangezien Persephone reeds gegeten had van de granaatappel die een terugkeer uit de onderwereld onmogelijk maakt. Van droefheid verdorde toen de ganse natuur en zo werd een compromis gesloten: een deel van het jaar mocht Persephone bij haar moeder, dan werd de natuur blij en ontlook de lente; het andere deel moest zij bij Hades in de onderwereld leven, dan verdorde alles en werd het winter. Hier rond werden de Eleusische mysteriën gesticht, uitbundige feesten over de levenscyclus. (pp. 61-63)
Betoverd door een jaloerse Aphrodite, deelde de koningsdochter Myrrha met een list het bed met haar vader. Toen die haar herkende, vluchtte zij naar Arabië maar toen zij zwanger bleek, schaamde ze zich zozeer dat ze niets meer wenste te zijn, noch levend noch dood. De goden veranderden haar in een myrrheboom die uit zijn bast welriekende gomhars weent om de verloren eer. Uit de schors werd Adonis geboren, een kind zo schoon dat Aphrodite hem adopteerde die het aan Persephone ter bescherming gaf. Ze kregen ruzie over het kind, en Zeus besloot dat het gedurende een derde van het jaar bij Persephone zou verblijven en een derde bij Aphrodite. Over het laatste derde besliste hij zelf en hij koos voor Aphrodite. Aphrodite werd verliefd op Adonis en de jaloerse Ares, in de gedaante van een ever, doodde hem. Adonis' bloed kleurde een beek rood die via de Styx naar de onderwereld stroomde. Waar het bloed van Adonis de aarde doodrenkte, ontsproten alom anemonen. (pp. 64-65)
Dan is er het verhaal van Tantalos die het allemaal voor de wind ging totdat hij de alwetendheid van de goden op de proef wilde stellen. Hij nodigde hen bij hem aan tafel uit en schotelde hen zijn eigen zoon Pelops voor. Alleen de nog in rouw verkerende Persephone at een stuk van zijn schouder, de andere goden doorzagen en verafschuwden de daad. Tantalos belandde in de Tartaros, de diepste hel, gefolterd door een eindeloze kwelling: staande in het water komt hij om van de dorst en onder altijd wijkende vruchten verhongert hij. Zeus liet de stukken van Pelops lichaam weer samenstellen, alleen het opgegeten stuk schouder ontbrak, het werd vervangen door ivoor. Poseidon werd verliefd op Pelops en schonk hem een stel paarden en een renwagen. (pp. 66-68)
De kunst van het paardenrennen kwam Pelops ten goede toen zijn oog viel op Onomaios' mooie dochter Hippodameia. Onomaios immers daagde elke huwelijkskandidaat uit tot een renwagenwedstrijd en boven de paleispoort hingen de dertien hoofden van Pelops' voorgangers tentoon. Hippodameia echter werd verliefd op Pelops en beraamde het plan om haar vader's wagenmenner Myrtillos om te kopen en zijn wagen te saboteren. Zijn loon: de helft van het rijk en de eerste huwelijksnacht met Hippodameia. Pelops won maar misgunde Myrtillos zijn loon en duwde hem van een rots naar beneden. Myrtillos kon Pelops en diens nageslacht nog net vervloeken. Om voor zijn misdaad vergeving te bekomen van zijn vader Hermes en van de andere goden, stichtte Myrtillos de Olympische Spelen. (pp. 69-71)
Maar hiermee werd de beknopte inhoud van slechts de eerste eenentwintig van de in totaal honderdzesendertig verhalen weergegeven. Ze bestrijken een kleine vierhonderd bladzijden en worden aangevuld met een vooral voor oningewijden bijzonder welkome, overzichtelijke genealogie en ook een uitgebreid trefwoordenregister. De tekst wordt verlucht met grappige pentekeningen van de grafische kunstenaar en cartoonist Kurt Vangheluwe. Het boek ligt vlot in de hand met zijn plooibare doch stevige kaft, de bladspiegel oogt fraai en ook lettertype en lettergrootte komen de leesbaarheid zeer ten goede. Een kanjer dan toch, een unicum in de Nederlandse taal en niet van de eerste de beste, een onschatbare rijkdom aan culturele bagage met eeuwigheidswaarde. Binnen pakweg driehonderd jaar zal men dit boek nog lezen in Vlaanderen en in Nederland, en zonder te overdrijven: als een boek het verdient om vertaald te worden, dan wel deze prachtige parel.
Nog iets over mythologie als ware kennis
Wie de oude, zangerige verzen leest waarin gewag gemaakt wordt van de mythologische oorsprong van de dingen, kan zich niet van de indruk ontdoen dat hij te maken heeft met metaforen verweven met welluidende vertelsels, veeleer dan met wat wij vandaag 'overtuigingen' zouden noemen. De Griekse oorsprongsmythentreffen wij vandaag meestal aan in een of andere moderne taal en in de vorm van een haast redelijk verslag, terwijl ze eigenlijk gebaseerd zijn op de verzen van, in dit geval, vooral, een van de meesterwerken van een groot dichter, namelijk de Theogonia van Hesiodos: een muzikaal gedicht van meer dan duizend verzen dat er geen twijfel laat over bestaan dat hier vooral de menselijke fantasie van eeuwen aan het werk is geweest, vanuit het opzet om in een symfonische vorm het grote verhaal van het ontstaan van de wereld zo indrukwekkend, zo beeldend en zo volledig mogelijk te vertellen ten behoeve van het kind dat zich verwonderd afvraagt waar wij dan vandaan komen. Geen mens is er die zich die vraag niet heeft gesteld, en er is ook geen mens die de vraag van het kind onbeantwoord kan laten. En het dichterlijke antwoord is ook rijk en mistig genoeg om niet ontkracht te kunnen worden, om de fantasie veeleer te voeden dan ze in te tomen, en om zodoende hoop te schenken aan de mens die zich per slot van rekening verloren weet in de oneindige uitspansels van de ruimte en de tijd. Diezelfde rijkdom en mistigheid die onze vragen weliswaar niet onbeantwoord laten, maar die ze tevens verveelvoudigen, vindt men trouwens ook terug in de zogenaamd wetenschappelijke benaderingen van ten slotte exact dezelfde problemen, die nimmer wijken, doch die terugkeren, telkenmale met hernieuwde kracht geladen en met steeds weer onverwachte verrassingen. Het is daarom beslist niet zo, dat mythen 'prewetenschappelijke verklaringen' zouden zijn; veel beter kunnen wij onze wetenschappen als 'neomythische verhalen' bestempelen.
De Grieks-Romeinse oorsprongsmythen zijn ons het beste bekend, maar misschien eerder nog de Joods-Christelijke, en het verwondert ons dan ook terecht wanneer wij vaststellen dat, in tegenstelling tot de Helleense, de Joodse ontstaansverhalen bij velen van ons niet eens in strijd worden geacht met wat de moderne wetenschappen ons leren. Wij noemen de Griekse mythen moeiteloos pre-wetenschappelijk, en als wij zelf aan wetenschap doen, dan beschouwen we het zelfs geheel onbewust als een vanzelfsprekendheid dat wij geloof hechten aan wat de wetenschappen ons aangaande de oorsprong van de dingen leren, terwijl wij de mythologie als een folklore beschouwen. Anders blijkt het gesteld, althans bij velen, wanneer het wetenschappelijke arsenaal aan kennis naast de Joods-christelijke mythologie wordt gelegd. Deze laatste geldt immers zeer vaak als 'geloof', en ze blijft een eigen bestaan leiden naast het huidige 'spel' van de wetenschappen.
Niettemin gebeurt zulks niet onterecht. Immers, de vragen die aan de basis liggen van de mythen, en deze die de wetenschappen hebben doen ontstaan, zijn in de grond dezelfde. Het wetenschappelijke denken is complex geworden en wegens zijn vele, hoge specialisaties uitgelopen op bijna louter technische aangelegenheden, wat het nadeel met zich brengt dat de oorspronkelijke vragen soms geheel uit het gezichtsveld verdwijnen. In de oude mythen daarentegen, blijven die vragen zelf uitdrukkelijk aanwezig en kunnen de prachtige metaforen principieel zelfs bij volslagen leken onmiddellijk de bijzondere gevoelens losmaken die eigen zijn aan de verwondering waarin het ganse opzet van de grote zoektocht naar verklaringen duidelijk wordt. Scholieren die met louter wetenschappelijke gegevens worden volgepropt zonder eerst terdege kennis gemaakt te hebben met het wonder van de mythen, dreigt het daarom te vergaan zoals de reizigers in de karavaan, uit de nachtmerrie van Kaspar Hauser in Werner Herzog's gelijknamige filmdrama: zij trekken door de leegte van een woestijn, echter zonder kop of staart, zonder oorsprong en geheel onwetend omtrent enig doel. Het schrikbeeld van de volslagen stuurloosheid is ongetwijfeld de allerzwaarste last waarmee de jonge generaties, welke uiteindelijk de toekomst van de mensheid vertegenwoordigen, worden opgezadeld wanneer men hen de schoonheid en de verwondering, zoals deze bij uitstek in de mythen spreekt, onthoudt. En die stuurloosheid is niet alleen een zware last: zij is op de keper beschouwd moordend en onhoudbaar, zowel voor de wetenschappen zelf als voor hun beoefenaars. Immers, de wetenschappelijke bedrijvigheid zelf lijdt er zwaar onder wanneer zij haar beginselen, die haar ziel zelf zijn, moet ontberen, en zo mag het dan ook niemand nog verwonderen dat er 'wetenschappen' ontstaan, of althans bedrijvigheden, die, geheel losgekoppeld van enige oorsprong of enig doel, alleen nog technische complexen zijn die niet alleen geen aarde aan de dijk brengen, maar die bovendien, met een knipoog naar de - mythologische - toren van Babel, nog slechts energie en tijd verspillen die men dan elders tekort komt, zodat zij verworden tot een alles verslindend, louter 'spel'. De doelen zijn dan middel geworden en het middel werd tot doel verheven, om het te zeggen met de auteur van de toren van Babel, met Christus, met Augustinus, met Marx, met Illich en ook met de postmodernen. Het zijn de mythe van de eeuwige Sisyphus, de Tantaloskwelling, de draad van Ariadne. De zaak is nu dat pas deze oerlegenden ons het licht schenken waarin wij ons bewust kunnen worden van waar we aan toe zijn. (1)
OVER DE AUTEUR
Kris Vansteenbrugge (°Grijsloke, 1940) is arts (chirurg) van beroep, net zoals Tsjechov, Slauerhoff en vele andere getalenteerde schrijvers. Hij is dramaturg, romanschrijver, essayist, dichter en marathonloper. In het spoor van zijn naamgenoot Chrisolius, een Armeense missionaris en martelaar die in de derde eeuw de Vlamingen in Grijsloke tot het Christendom kwam bekeren, bekeerde dokter Kris Vansteenbrugge onze gewesten tot de helende loopcultuur als stichter van Vlaanderen's (momenteel tijdelijk (?) opgeschorte) mooiste loopkoers, Dwars door Grijsloke, die in augustus 2011 aan zijn eenendertigste uitgave toe was. Kris Vansteenbrugge is tevens een kenner van de literatuur en in het bijzonder van de Griekse Mythologie. Met Uit het schuim van de zee - de Griekse mythologie in 136 verhalen - komt hij tegemoet aan een aloude vraag naar een volledige, authentieke en overzichtelijke weergave van de verhalen die de basis uitmaken van de bakermat van de westerse cultuur - een unicum in de Vlaamse letteren, met een gezwinde pen en in een vlekkeloos hedendaags Nederlands. Kris Vansteenbrugge publiceerde eerder onder meer "Dwars door Grijsloke - Kanker en hartinfarct moeten niet zijn", over de nieuwe gezondheidsleer, "De mens... een loopdier - De heksen van Grijsloke", "Grijsloke's Olympiade", over de mythologische oorsprong van de verschillende Antieke Spelen" (Grijsloke 2000), "O jerum jerum jerum" (2006), een autobiografie, en nog een aantal toneelstukken. Voor meer info, zie: www.bloggen.be/pierpont & www.bloggen.be/kris & www.bloggen.be/dzeus .
Dat het goede niet gratuït is en dient te worden gemaakt, wel te verstaan door mensen, is een grondstelling in de ethiek van onder meer de wijsgeer Augustinus van Hippo, die aan het kwaad geen eigenheid toekent maar het daarentegen een resultaat noemt van een tekort aan het goede. Het goede moet tot stand worden gebracht door menselijke inspanningen en in tijden waar het kwaad heer en meester over de wereld werd, waar met andere woorden vriendjespolitiek en corruptie heersen, worden met het oog op de bestrijding van dat kwaad vaak bovenmenselijk te noemen inspanningen vereist oftewel heldenmoed. Zoals edelmetalen zich van andere onderscheiden doordat zij niet aan corrosie onderhevig zijn, zo onderscheiden helden zich doordat zij niet aan corruptie onderhevig blijken en dat maakt hen even kostbaar als zeldzaam.
De activiteit die wordt vereist om het kwaad te bestrijden, is geen opzichtig spectakel met bombarie en wapengekletter: fysiek gezien vergt het zelfs geen greintje kracht vanwege de spieren of vanwege het intellect want het is een werkzaamheid die zich afspeelt in wat eertijds de menselijke ziel genoemd werd, nu te vertalen als het bestaan van een fundamentele oprechtheid bij degene aan wie het lot van medemensen werd toevertrouwd.
Wanneer Hitler in zijn Derde Rijk zijn gang kon gaan, was dat alleen te wijten aan een totaal gebrek aan oprechtheid bij al degenen die getuige waren van zijn daden: zij zwegen en zij verzaakten eraan de gruwel die hij aanrichtte, te veroordelen. De verantwoordelijkheid voor de shoah, de kampen waar zes miljoen onschuldige burgers op industriële wijze werden afgemaakt, wordt weliswaar aan Hitler toegeschreven maar ligt veeleer bij wie die gek lieten begaan, alleen bleken dezen ongevoelig voor verantwoordelijkheid, zoals zij ook vatbaar bleken voor corruptie.
Waarmee gezegd werd hoe ook heden de vork aan de steel zit in een scenario waarin alweer het sprookje over de kleren van de keizer uit de kast kan worden gehaald. De voorraad met uitvluchten om de zaken op hun beloop te laten, is even onuitputtelijk als leugenachtig maar alleen de zich opnieuw met urgentie profilerende morele proef kan uitmaken, en wel zonder een zweem van twijfel, wie de bekwaamheid bezitten om het volk van wie zij het vertrouwen genieten, in deze tijd van helaas nakende oorlog, te leiden.
(J.B., 18 februari 2026)
16-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog Aflevering 4
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 4
N.a.v. Vance's toespraak op de veiligheidsconferentie in München vorig jaar en Rubio's verklaring aan de pers van gisteren in Bratislava1 onderzocht het Nederlandse instituut Clingendael of Trumps ideeën ook in Europa kunnen aarden. Uit het gisteren verschenen rapport blijkt volgens het dagblad Trouw dat in Nederland zo'n 20 percent van het volk sympathiseert met de MAGA-ideologie terwijl ruim de helft meent dat de Westerse beschaving bedreigd wordt; tevens zou blijken dat Amerikaanse politici nu openlijk Europese partijen van extreemrechts steunen die de ideologie van het recht van de sterkste aanhangen.2 Simon Tibo van De Morgen beaamt: “Ook uit de nieuwe Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie blijkt dat de regering de antidemocratische krachten in Europa verder wil aanwakkeren” terwijl hij er anderzijds op wijst dat“MAGA ook veel inspiratie putte uit Europese politieke ideeën.”3
In ons artikel, getiteld: “De kerk en extreem-rechts”4 van 30 oktober 2019 kon worden opgemerkt dat in het kader van de samenwerking tussen moordzuchtige Amerikaanse dictaturen5 en de katholieke kerk er ook vandaag (i.e.: oktober 2019 en dus tijdens de eerste regeerperiode van Trump) “(...) een nauwe samenwerking op til is tussen extreemrechts en de katholieke kerk die de haren ten berde doet rijzen. Iedereen weet dat bij het in voege treden van de euro, de Amerikaanse dollar flink is gezakt en dat de euro dreigde de plek van de dollar in te nemen op de internationale markt.6 Amerika bleef niet bij de pakken zitten en sommige critici beweren dat het nu een prioriteit geworden is voor de USA om de EU de wind uit de zeilen te halen en wel met de beproefde divide et impera-tactiek. Alvast heeft Trumps beste strateeg, Steve Bannon, zich heden gevestigd in een klooster op een boogscheut van het Vaticaan - een klooster dat onder de dekmantel van Centrum voor het Herstel van de Christelijke Waarden in Europa, een opleidingscentrum blijkt voor extreem-rechtse nationalisten die de autonomie van de eigen natie willen terugwinnen en dus ook de ondergang van de EU. (...)”7
Waarmee gezegd is dat het van bij het begin van de totalitaire machtsgreep van het kapitaal, welke overeemkomt met de regeerperiode van de kliek van Trump, een doel was om Europa te verdelen middels steun aan de Europese extreemrechtse nationalistische politici. Waarbij nota bene ook de V.S. dit koekje van eigen deeg te vreten krijgen omdat de ideologie van het nationalisme paradoxaal genoeg ook de interne verdeeldheid meedraagt in de kiem. Eenzelfde verbrokkeling is overigens aan de gang in het Rusland van de nationalist Poetin en zoals alle dictaturen doorheen de geschiedenis hebben ook deze twee geen andere keuze om die interne verbrokkeling te lijf te gaan dan middels het voeren van oorlogen met andere naties want zij doen dat in de hoop aldus de eenheid van het eigen volk te kunnen bewaren en daarmee ook de eigen persoonlijke macht - het is de laatste redplank van de rijken, zoals John Heartfield een eeuw geleden heeft opgemerkt.
5Deze dictatoriale regimes werden ingezet met de middels het pauselijke requerimientogesteunde Spaanse veroveraars die zowat vijfhonderd jaar geleden in het spoor van Columbus de Inca's en de Azteken kwamen onderwerpen op straffe van totale vernietiging en dood. (Cf.: Zal de kerk de Amazonevolkeren redden? - http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3184707 ;
Dat Angelelli een martelaar was, werd duidelijk na later onderzoek want de officiële versie van de doodsoorzaak luidde dat de bisschop was omgekomen bij een verkeersongeval en de katholieke kerk is die officiële versie blijven onderschrijven totdat de kust veilig was, meer bepaald tot dertig jaar na zijn dood. (https://en.wikipedia.org/wiki/Enrique_Angelelli)
Die politieke strategie herinnert aan de historie van pater Damiaan en aan die van Oscar Romero, nog twee martelaren die werden genegeerd zolang er geen profijt mee te behalen was. Pater Damiaan werd door de katholieken wandelen gestuurd toen hij het verbod overtrad nog terug te keren naar het vasteland waar hij om hout kwam bedelen om de leprozen mee te begraven; hij werd echter als groot weldoener erkend door het stamhoofd van een plaatselijke gemeenschap en pas nadat zijn heiligheid boven alle twijfel verheven was, werd zijn lijk in stukken gereten door de 'relikwieënjagers' van de kerk. (Zie: Ludo Noens, Molokaï: het eiland der verworpenen.)
Ook de El Salvadoraanse aartsbisschop Oscar Romero verzette zich tegen de door de latere president Duarte gesteunde en door de USA bewapende militaire junta die zowat 75.000 burgers ombrachten en hijzelf werd op 24 maart 1980 vermoord, korte tijd nadat hij in Leuven een eredoctoraat ontving; de kerk weigerde hem lange tijd te erkennen terwijl zij zich verschuilde achter de valse beschuldiging van communisme terwijl Romero alleen maar zijn bevrijdingstheologie (het geloof in solidariteit met de armen) praktiseerde. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Jos%C3%A9_Napole%C3%B3n_Duarte ;
Dat de Argentijn Jorge Bergoglio paus is kunnen worden, is mede te danken aan het feit dat deze steunpilaar van de conservatieve autoritaire katholieke elite die de bevrijdingstheologie bestreed, tijdens die vuile oorlog niet behoorde tot de verzetslieden-martelaren ofschoon hij toentertijd (van 1973 tot 1979) provinciaal was van de Jezuïetenorde. ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Franciscus ;
Nog in Zuid-Amerika was er in Chili van 1974 tot 1990 de eveneens door de VS gesteunde dictatuur van de rooms-katholieke mensenrechtenschender Augusto Pinochet met 130.000 arrestaties, tienduizenden martelingen en drieduizend executies. ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Augusto_Pinochet ) Deze dictatoriale regimes werden ingezet met de middels het pauselijke requerimientogesteunde Spaanse veroveraars die zowat vijfhonderd jaar geleden in het spoor van Columbus de Inca's en de Azteken kwamen onderwerpen op straffe van totale vernietiging en dood. ( Zal de kerk de Amazonevolkeren redden? - Zie: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3184707 ;
In Afrika kennen we de katholieke dictatuur van de onlangs overleden Robert Mugabe van Zimbabwe maar ook in Europa kunnen we er niet naast kijken: het verkapte bondgenootschap van de kerk met extreemrechts toonde zich van 1939 tot 1975 in het Spanje van massamoordenaar Franco "die zich in 1953 na het concordaat met de Heilige Stoel "Caudillo de Espana por la Gracia de Dios" ("leider van Spanje bij de Gratie Gods") liet noemen." (https://nl.wikipedia.org/wiki/Francisco_Franco ;), in de praktijken van de kerk(en) tijdens de tweede Wereldoorlog "waarbij de angst voor het communisme ze soms in de handen van rechts-autoritaire regimes dreef." (Jan Bank, God in de oorlog. De rol van de Kerk in Europa 1939-1945, Balans 2017. Recensent E. Sengers schrijft over het boek: "[Bank] (...) laat zien dat de kerken in het interbellum een weg moeten zoeken tussen de autoritaire regimes die soms sterk voor, soms sterk tegen ze zijn - waarbij de angst voor het communisme ze soms in de handen van rechts-autoritaire regimes dreef." Zie: https://www.bol.com/nl/f/god-in-de-oorlog/9200000036327109/?country=BE ;
7 Cf.: J.B., “De kerk en extreem-rechts”, 30 oktober 2019. Cf.: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3185753 . En verder: “De huidige Hongaarse president Victor Orban die het eigen land tot een ware slavenstaat heeft herschapen, is alvast één van de beste leerlingen van de klas en een straks niet meer te tellen aantal extremisten zitten klaar om in zijn spoor te treden eenmaal zij, gefinancierd door 'geheim privé kapitaal' verkozen zullen zijn. (De VRT wijdde er een reportage aan, getiteld: "Op bezoek in het Italiaanse klooster waar Steve Bannon 'gladiatoren' wil opleiden om joods-christelijke waarden te verdedigen":https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/01/28/italiaanse-klooster-steve-bannon/) Precies zoals in de achtertuin van de USA in het verdokene financiële militaire maar ook katholieke steun werd verleend aan de Argentijnse, Salvadoraanse en Chileense dictaturen, kunnen vandaag de Europese dictators in opgang rekenen op de kerk die in de samenzwering met superpopulisten zonder twijfel een kans ziet om uit het diepe dal te klimmen waarin zij ingevolge de huidige wereldwijde schandalen is beland. (Zie onder meer: Frédéric Martel,Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, Uitgeverij Balans Amsterdam 2019(oorspr.: éditions Robert Laffont, Parijs 2019).
14-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 3
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 3
Zoals eerder betoogd, is het goede een maaksel1 en omstreeks het jaar vierhonderd van onze tijdrekening stelde Augustinus van Hippo dat het kwaad geen entiteit op zich is doch een tekort aan het goede. Als deze stellingen kloppen - en er is geen reden om aan te nemen dat ze dat niet zouden doen - dan is de oorlog niet iets dat wordt gefabrikeerd maar een gevolg van een tekort aan welbepaalde constructieve menselijke bedrijvigheden. Oorlog steekt met andere woorden de kop op waar zekere activiteiten en meer bepaald deze die de vrede handhaven, achterwege zijn gebleven.
Het grootste kwaad van deze tijd bestaat erin dat de idee dat het goede een constructie is, dat het gemaakt moet worden en onderhouden, niet met open armen wordt ontvangen door een blasé menstype dat niets minder nastreeft dan goddelijke almacht en onsterfelijkheid. De tragiek van die absolutistische drang werd reeds in de Oudheid opgemerkt en heeft figuren gecreëerd zoals de weetgierige Pandora, de hoogvlieger Icarus en de opstandige Sysiphus, die de goden naar de kroon staken en daarvoor stuk voor stuk met een gruwelijk lot werden bestraft - alleen Prometheus werd van zijn ketens bevrijd maar hij was dan ook goddelijk van oorsprong.
Het inzicht dat de mens niet onbestraft de goden hun almacht kan benijden was eigen aan de Hellenen maar niet aan de aanhangers van de openbaringsgodsdiensten die daarentegen via de menswording van hun godheid, de grote verleiding van de vergoddelijking van de mens als zijn doel voorop hebben gesteld. De les die de Griekse tragedies ons leren is er een van nederigheid en van aanvaarding van het menselijk lot, zijnde het gegeven dat wij schepselen zijn en nimmer in goden kunnen veranderen; de openbaringsreligies daarentegen propageren een hoogheidswaanzin door het schepsel mens te verleiden tot een geloof in zijn goddelijkheid. Ook het Hindoeïsme en het Boeddhisme houden de massa aan het lijntje met die perversie in de gedaante van een reïncarnatiegeloof dat focust op het bereiken van de verlichting via stadia die corresponderen met maatschappelijke kasten welke specifieke plichten meebrengen met voor wie ze nakomen de belofte op het opklimmen in de pikorde na elke wedergeboorte.
Die religies teren echter op beloften gedaan door mensen, niet door goden, en zij functioneren als verborgen machtsinstrument zoals het geloof in 'the Amercan dream' dat vandaag doet of het geloof in winst in het spel van de economie maar ook in dat van de lotto. Het zijn beproefde methoden van massamanipulatie naar het model waarvan ook de steekproeven worden aangewend die immers eveneens de factoren onwetendheid en heil (of dreiging) inzetten om met de controle en de sanctionering van een klein gedeelte van de mensen, de massa in de greep te houden en waarvan de tactiek van de belastingcontroleur wellicht de meest bekende is.
Dat wij er kennelijk maar niet achter komen dat het er zo aan toe gaat, heeft als reden dat we ons maar moeilijk kunnen inbeelden dat de mens tot een dergelijk kwaad in staat is: deden wij dat wel, dan werden we ons tevens bewust van de mogelijkheid van het kwaad in onszelf terwijl wij veel liever een struisvogelpolitiek voeren waarbij we ook en in de eerste plaats de zelfkennis ontvluchten en aldus ook de wijsheid moeten missen die daarmee sinds oudsher in verband wordt gebracht. Een weetje is licht om te dragen maar in ware kennis of in wijsheid is veel smart.2
2Cf. Prediker 1:18: “Want in veel wijsheid ligt veel verdriet, en als iemand kennis vermeerdert, vermeerdert hij smart.” (Nederlandse vertaling volgens het NBG: https://www.bible.com/nl/bible/328/ECC.1.18.NBG51 ).
12-02-2026
Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 2
Over de oorsprong van de oorlog
Aflevering 2
Het is niet in de eerste plaats de economie die de ethiek bepaalt en waar zij dat alsnog doet, wordt zij niet gestuurd door zichzelf maar door nog andere invloeden: een hoogconjunctuur leidt niet noodzakelijk tot verval en rijkdom is geen poort naar de ondergang zoals ook armoede en ziekte de mens niet noodzakelijk beter maken; daarentegen is uiteraard de aanwending van de middelen doorslaggevend voor hun betekenis en dat is een morele kwestie die echter keuzevrijheid vereist om zich te kunnen manifesteren.
Eertijds werd de moraal gedicteerd door religies die een zekere maatschappelijke orde wisten te handhaven maar dan wel meestal op de manier waarop ook dictators dat doen, met name middels strenge sanctionering van het gedrag en dus middels vrijheidsberoving: in een dictatuur is de enige persoon met keuzevrijheid de dictator zelf, het volk werd er herleid tot een massa van allemaal gelijke, gehoorzame, willoze burgers die welhaast functioneren zoals door de dictator geprogrammeerde automaten. Volgens Plato is de allerbeste staatsvorm de dictatuur maar dan wel op voorwaarde dat de dictator goed en bekwaam is en naar dat model vormde zich de katholieke kerk in de absolute zekerheid dat zij in haar geheel, en dus als massa, het lichaam vormde van Christus, met als hoofd de paus van Rome, een man met wereldlijke macht en met in zijn zog een hele resem aan moordende dictators die zich door God zelf uitverkoren achtten en waarvan men zich bijvoorbeeld Francisco Franco nog herinnert maar evenzeer de conquistadores, de kolonisatoren en de beheerders wereldwijd van opvoedingssystemen, politieke partijen, banken en nog andere hersenknederijen. Desnoods kan Spinoza er nog worden bij gesleurd om te bepleiten dat dwang de vrijheid van de wijze helemaal niet schaadt omdat die immers het inzicht deelachtig is in de noodzaak daarvan maar naar de mening van de ontelbare dodelijke slachtoffers van het geweld van dictatoriale regimes kan uiteraard niet meer worden gevraagd en de overlevenden zwijgen als vermoord daar zij als geen ander het klappen van de zweep hebben moeten leren kennen. De dictators daarentegen blijven hun gang gaan zoals blijkt uit de plannen voor grootse festiviteiten ter gelegenheid van tweehonderd jaar België in het Jubelpark, een van de domeinen bekostigd met het bloed van naar schatting twaalf miljoen Congolezen tijdens de beroving van hun land onder Leopold II.1
En waar het geweld op de achtergrond blijft, waar de zaken met zogenaamd vreedzame middelen worden bedisseld, is meestal sprake van geïnstitutionaliseerd geweld, geweld dat ingebouwd wordt in de structuren van de instituties die het menselijk bestaan 'bewaken'. Dat kunnen zichtbare instellingen zijn zoals opvoedingsbedrijven, erkende religies en gehele staten maar het kan ook gaan om de minder tastbare doch niet minder impactrijke dwang van sociale verplichtingen en in het leven ingebakken ideologieën en gewoonten. Geen eeuw geleden kon men geen kerkgebouw voorbijgaan zonder een kruisteken te moeten slaan, waarbij dezelfde ziekelijke dwang gold als deze die men ervaart als men onder een ladder door moet lopen; de abstinentie in de zondagsmis werd bestraft met broodroof terwijl de mensen die leefden van de hand in de tand, zedig zwegen wanneer zij elke vrijdag moesten toekijken hoe de visboer het neusje van de zalm kwam afleveren bij Eerwaarde Heer pastoor die hen verbood om op vrijdag vlees te eten, alsof zij dat ook maar konden betalen. En zij die denken dat dit alles voltooid verleden tijd is, kunnen als zij niet ziende blind zijn van exact het tegendeel worden overtuigd door de krant van vandaag ter hand te nemen: die hypocrisie vindt men namelijk nog steeds terug en vooral dan bij de hoogwaardigheidsbekleders: men leest er dat een gewezen rector van een katholieke universiteit zijn achterban ervan verzekert dat hij alle rechtsmiddelen zal inzetten om zijn gelijk te halen bij een kwestie waarbij de plaatselijke gemeenschap een stukje van zijn parktuin wenst te onteigenen voor de aanleg van een weg in functie van de veiligheid van zwakke weggebruikers en in hoofdzaak schoolgaande kinderen2 onder wie nog elke dag veertien gewonden ofwel doden vallen ingevolge verkeersonveilige situaties.3
Intussen heeft de zogenaamde wetenschap de fakkel overgenomen van een althans in onze contreien zo goed als versleten kerk en de nieuwe biechtvader is de huisarts die middels medisch onderzoek van zijn patiënten, van wie hij bijvoorbeeld lichaamsvloeistoffen aftapt, een dossier opmaakt dat hun geheimen dikwijls heel wat gedetailleerder onthult dan zij zelf kunnen beseffen. Het gevecht om de wereldheerschappij tussen de kerk met haar tanende macht en het zelfverzekerde medische wereldinstituut herinnert men zich maar al te goed, tenzij men ziende blind is, van de recente coronacrisis waar tegen zwart wit moest worden gezegd terwijl alle mensen zwegen (of het zwijgen werden opgelegd) alsof de hele wereld opgeslokt was door de dystopische romans van George Orwell.4 Edoch, teruggrijpen naar de verleden toestanden waarvan de tijd het lof verveelvoudigd heeft maar de gruwel uitgewist, is wel het allerslechtste wat men kan doen: het is een bekend gegeven dat omverwerpers van dictators binnen de kortste keren zelf dictator worden en met instellingen gaat het er kennelijk eender aan toe, waarbij vooral de vergetelheid in de kaart speelt van het kwaad dat immers sowieso de grootste vijand van de waarheid is. Het eerste en meest noodzakelijke verweer tegen de afgang die ten oorlog stuurt, is om die reden het levend houden van de herinneringen aan de gruwel: niet door het organiseren van een soort van toerisme in de tijd waartoe het geschiedenisonderwijs (voor zover het nog bestaat) dreigt af te glijden maar door het onder de aandacht brengen van persoonlijke getuigenissen uit het verleden maar ook uit de eigen tijd, waarbij er alles aan gedaan wordt om de banalisering daarvan te voorkomen.
Dat die banalisering aan de gang is en op de koop toe bewust wordt in de hand gewerkt, blijkt uit het zich van krommenaas gebaren van politici die nu kennelijk geheel probleemloos dansen naar de pijpen van wapenhandelaars waarbij zij ook nog blijken weg te komen met de fabel dat de algehele vernietiging van het mensdom met als aanloop daartoe de massale omvorming van burgers tot soldaten, het enig mogelijke antwoord is op het megalomane gedrag van een handvol gekken aan de top.
De opmerkelijke evolutie van de ethiek in de moderne westerse samenleving in de richting van een heel andere definiëring van goed en kwaad dan men gewend was in de voorbije eeuwen, heeft haar wortels niet in de economie, zoals bepaalde verklaringsmodellen voorhouden: zij heeft een veel dieper gelegen oorzaak waarvan de huidige economische toestand slechts één van de vele kenmerken is.
In de meestal op de Abrahamitische godsdiensten gestoelde moraal (waartoe ook zekere atheïstische vormen van ethiek behoren) die vandaag lijken weg te deemsteren, wordt aangenomen dat het goede, samen met het ware en het schone, afkomstig is van de godheid. God, en aldus ook de goddelijke geboden die de moraal vormen, maakt zich kenbaar via Zijn Woord, met name in de Heilige Schrift, en daarnaast ook in de Natuur en door middel van het Geweten.
De ontwikkeling van de wetenschap heeft echter de absolute credibiliteit van deze ooit zo heldere en betrouwbare begrippen aan het wankelen gebracht: de natuur is niet langer het 'tremendum et fascinans' maar datgene waarin wij ingevolge een verborgen machtswellust de uitdaging zijn gaan zien om het te onderwerpen en beheersen; de Heilige Schrift werd ontmaskerd als een maaksel van mensen die zich profeten achtten omdat zij geloofden door de godheid geïnspireerd te zijn - zij geloofden stemmen te horen die in feite projecties waren van eigen gedachten in een tijd waarin het begrip daarvan nog onbestaande was; het geweten tenslotte wordt nu wetenschappelijk beschouwd als de interiorisering van wetten - destijds door de godheid gegeven (de 'tien geboden') maar vandaag door de staten (en de door de wereldgemeenschap, bijvoorbeeld als de verzameling van de mensenrechten) opgelegd en reeds in de brieven van Paulus aan de Romeinen stelt de apostel dat hij zich pas door de wet van de zonde bewust werd. De zonden van destijds die werden beleden en uitgeboet door de ziel, zijn vandaag getransformeerd in overtredingen waarvoor men op het matje wordt geroepen en beboet met (meestal) een geldsom welke arbeid en dus leed vertegenwoordigt, te betalen aan de overheid die deze schulden int. Het hiernamaals is een 'hiernumaals' geworden en de hemel werd vervangen door een aards paradijs dat zich concreet vertaalt in en evenredig is met geldelijk bezit, de bron van wereldse rechten en macht.
Uitgerekend op die manier werd de moraal van weleer totaal op zijn kop gezet want waar eertijds de wereld als 'des duivels' gold - getuige onder meer het evangelische verhaal over de verzoeking van Jezus in de woestijn waar de duivel aan de Christus in ruil voor een knieval zijn wereldrijk aanbiedt -, wordt vandaag uit de wereldse rijkdom geput voor het belonen van de 'goeden' terwijl de booswichten worden gestraft door aan hen (gedeelten van) die rijkdom te onthouden en in de zaligsprekingen - een hart onder de riem voor wie het hard te verduren hebben - wordt het derven van wereldse lusten en goederen beloond met de goddelijke belofte aan een onwerelds geluk.
De mensen hechten geen geloof meer aan beloften, ook niet als die (al dan niet vermeend) goddelijk van oorsprong zijn, maar vergeten wordt dat ook het wereldse loon (dat naar de woorden van de Heiland onverenigbaar is met het goddelijke loon - denk maar aan de uitspraken: “niemand kan twee heren dienen, niet god en de mammon” en : “zij hebben hun loon reeds ontvangen”) niets meer is dan een belofte waarvoor dan op de koop toe uiteindelijk helemaal niemand meer garant staat. Van een werelds loon gelooft men weliswaar dat het tastbaar en concreet is, het is immers een zeker gewicht aan goud, vertaald in een som geld en dan verder vertaald in een getal op een persoonlijke bankrekening maar de waarde die dit vertegenwoordigt, is louter ruilwaarde en dat betekent dat in kwesties die er echt toe doen, het gaat om een waarde van nul komma nul: waar honger heerst, zal geen mens die een brood bezit, dit aan een vreemde verkopen, ongeacht de omvang van de aangeboden som. De band tussen wat leeft (in casu: ons lichaam en het broodnodige brood) is van levensbelang en stelt de afspraken die onder mensen (als burgers) worden gemaakt (in casu: omtrent de ruilwaarde van het geld) in zijn schaduw.
Vaak moeten zich tragedies voordoen om ons in staat te stellen om te begrijpen dat het werelds loon een kostelijke illusie is maar de begoochelingskracht van het wereldse voedt zich met zelfbedrog: geen mens laat zich om de tuin leiden als hij niet eerst zichzelf bedriegt, met name door voor de verleiding in kwestie te bezwijken. En dat is in het bijzonder het geval inzake de lusten waarbij de machtswellust de kroon spant.
Hierbij dient men in het achterhoofd te houden dat lusten wezenlijk regelovertredingen zijn, zoals ook de moderne psychologie moet bekennen en zoals blijkt uit de praktijk van het verleggen van grenzen: de naakte enkel verschafte slechts lust zolang hij bedekt hoorde te zijn en een steeds toenemende permissiviteit met het oog op meer vrijheid resulteert paradoxaal genoeg in het totaal verdwijnen van de lust in het lichamelijke en derhalve in het verdwijnen van de lichamelijkheid zelf, namelijk via de weg van de perversies. Het begint met het verdwijnen van het verbod om de enkel te ontbloten en de permissies schuiven op totdat het ganse lichaam 'opgebruikt' werd en dus als lustobject verdwenen maar de wil tot lust kan niet worden gestopt en dient derhalve steeds verder liggende verboden op te heffen en na de totale ontkleding van de mens kan men alleen nog verder gaan door hem te vellen. Het is misschien alles behalve kort door de bocht om hier te stellen dat op die manier alleen nog het geweld overschiet als ultieme manifestatie van de vrijheid: het geweld en de oorlog.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 11 februari 2026)
08-02-2026
Big Brother en de golem
Big Brother en de golem
Gezondheid is een privézaak behalve waar het gaat om besmettelijke aandoeningen: ziedaar een simplistisch voorbeeld van hoe zich een grensgebied opdringt tussen eigendom en gemeenschappelijk bezit.
Er bestaat geen eenvoudige oplossing voor de kwestie van de eigendom, enerzijds omdat wij er niet aan uit kunnen voortdurend in elkanders vaarwater te zitten en anderzijds omdat het leven afhankelijk is van levensmiddelen die schaars zijn, wat bijvoorbeeld meebrengt dat roodkapje moet oppassen voor de boze want hongerige wolf.
Niemand kan er aan uit, de natuur is wispelturig, misoogsten zijn onvermijdelijk en bij hoogconjunctuur rijst de bevolkingsdruk alras de pan uit: waar tekorten zijn, neemt het leed toe en als strijd noodzakelijk is voor het terugdringen van die tekorten, zal het leed dat de tekorten meebrengt worden afgewogen tegen het leed van de oorlog en gaat men misschien aan het vechten. Op die manier lijken oorlogen even onvermijdelijk als misoogsten, ze zijn warempel bijna een natuurfenomeen, alleen zijn het meestal niet tekorten die aan de basis liggen van vijandigheden onder mensen maar wel ongeremde hebzucht en grootheidswaanzin.
Maar wat betreft privézaken en gemeenschappelijk bezit oppert zich nog een ander probleem, met name dat van de vertegenwoordiging van het gemeenschappelijke goed. Wie immers is bekwaam én betrouwbaar genoeg om uit te maken wanneer het nodig is dat wij een stuk van onze privacy inleveren voor het welzijn van allen? Eigenbelang en machtsmisbruik, om slechts die twee te noemen, kunnen immers nimmer worden uitgesloten.
Een dictatuur is pas verkieslijk al de dictator zelf bekwaam is (en dat ook blijft!) en als hij het goed voorheeft met het volk, wat wel een uitzonderingstoestand mag heten en hetzelfde geldt voor de monarchie en de theocratie: zij staan in de schaduw van de democratie waarbij het volk zelf de gemeenschappelijke goederen beheert maar om heel praktische redenen moet men zich laten vertegenwoordigen en dat doet men door zijn vertegenwoordigers te kiezen. Onvermijdelijk botst ook die staatsvorm op zekere grenzen maar op een beter alternatief is het tot op heden wachten: de verfijning van de vertegenwoordiging is alles waarop men hopen mag.
Hierbij oppert zich nog een extra onvermijdelijke malaise, namelijk het kwaad inherent aan de systematisering van processen welke nodig zijn voor het bestuur van een gemeenschap. In zijn Götzen-Dämmerung uit 1895 stelt Friedrich Nietzsche: “Der Wille zum System ist ein Mangel an Rechtschaffenheit.” Systemen immers zijn geen mensen en kunnen niet ter verantwoording geroepen worden, zij kunnen niet gestraft worden omdat zij niet kunnen lijdenen leren, terwijl taken van levensbelang op hun 'schouders' worden gelegd.
Men moet daarom altijd voor ogen blijven houden dat systemen werktuigen zijn: de verantwoordelijkheid voor hun werking ligt bij degenen die deze werktuigen maken en hanteren en zij kunnen zich niet zomaar aan hun verantwoordelijkheid onttrekken door de zwarte piet door te schuiven naar het 'helaas' onvolmaakte systeem, zoals onlangs een universiteitsrector meende toe mogen doen met betrekking tot het werktuig dat Artificial Intelligence heet, wat getuigt van onbegrip inzake de vertrouwenskwestie in het proces van het delegeren en wat uiteraard niet uitnodigt tot credibiliteit want voor hetzelfde geld wordt de relatie tussen de mens en zijn gebruiksvoorwerpen omgekeerd met onvermijdelijk de totale ondergang tot gevolg. Men mag geen macht in handen geven van Big Brother maar nog veel meer geldt dat men geen macht mag delegeren aan een golem.
(J.B., 8 februari 2026)
07-02-2026
De detectie van de Untermensch
De detectie van de Untermensch
Hitler maakte zich sterk dat de uitroeiing van de 'onvolmaakten' een zaak was die uiteindelijk het volk ten goede kwam: hij verving de hoogopgeleide artsen, paramedici, sociale werkers en nog andere zorgverleners door ongeletterde beulen en bespaarde op die manier fortuinen die anders uitgegeven werden aan de verpleging van ouderlingen, andersvaliden, zieken, marginalen, asielzoekers en nog andere zogenaamd 'verlieslatende' groepen uit de samenleving. De Führer wilde Duitsland weer groot maken na de nederlaag ingevolge de Eerste Wereldoorlog en hij stelde zich niet tevreden met een herstel van de economie: hij beoogde niets minder dan de wereldheerschappij, met zijn zogenaamde 'Derde Rijk', een imperium in de lijn van het eerste, het Heilig Roomse Rijk, en het tweede, het Duitse Rijk.1 Zichzelf en zijn trawanten, verenigd in een geheim genootschap, jutte hij op met onder meer een krankzinnige rassenleer om aldus zichzelf tot de messias van het uitverkoren volk te kunnen uitroepen en alle middelen, inclusief genocide, te kunnen inzetten als gewettigd voor de onderwerping van de zogenaamde 'Untermenschen': andere volkeren maar dus ook de hoger genoemde groepen uit de eigen natie. Hitler werd gefinancierd door het grootkapitaal dat dan ook deze besparingspolitiek ten koste van talloze onschuldige mensenlevens wilde en bepaalde. En vandaag lijkt het monster waarvan men geloofde dat men het verslagen had, zich te hebben vermenigvuldigd: de huidige leiders van China, Rusland, de V.S. en nog andere staten delen eenzelfde megalomanie die zich pas kan realiseren door dienst aan de mammon - lees: door de onderwerping van de mens aan een (moordende) economie gericht op de verrijking en vergoddelijking van de bezittende klasse - die later door de geschiedenis zal worden ontmaskerd als een klasse van bezetenen.
Het begint allemaal met grootheidswaanzin en dat is zichzelf voorhouden dat men meer waard is dan een ander. Het is een 'spel' binnen de pikorde waar geldt dat geluk een kwestie is van sociale vergelijking maar tegelijk volgt deze waanzin ook uit de miskenning van de eigen gebrekkigheid en sterfelijkheid. De vernedering van anderen is de gemakkelijkste manier van zelfverheffing maar die verheffing is vermeend: zij berust op leugens die dan ook met hoogdringendheid in stand gehouden dienen te worden.
Tot die leugens behoren in de eerste plaats de voorwendsels voor het zich kunnen voltrekken van gigantische misdaden want snode plannen worden altijd in het verborgene gesmeed en bedrog noopt tot een dubbele boekhouding waarbij de ware, misdadige verborgen dient te blijven terwijl de geopenbaarde het publiek een rad voor de ogen moet draaien en uiteraard wordt daarbij het tegendeel voorgewend van wat er in werkelijkheid gaande is: maatregelen, zogezegd in functie van de volksgezondheid, decimeren de bevolking of wetten inzake onderwijs, houden de massa dom. Men hoeft geen hogere studies te hebben gedaan om in te zien dat waar bijvoorbeeld kapitalen worden besteed aan bevolkingsonderzoek ter preventie van darmkanker terwijl men het nalaat om de harddrug alcohol alsook nicotine te verbieden, er iets niet klopt: de genoemde inconsistentie valt echter wel te begrijpen in het licht van het feit dat de beide houdingen elkaar pas tegenspreken waar men de ware toedracht uit het oog verliest, met name louter winstbejag.2
Er zullen altijd mensen zijn die graag blijven geloven in het sprookje van the American Dream, dat een illusie te voorschijn tovert gelijkaardig aan die waarin men belandt als men op de lotto speelt, of in religies die goden vermenselijken en derhalve mensen vergoddelijken, maar het kapitalisme verkapt de hulde aan de klassenmaatschappij die, erger nog dan de natuur met zijn recht van de sterkste, dit recht ook nog eens beschermd wil zien middels in wetten vastgelegde voorrechten. De gelijkenissen tussen de gang van zaken bij de huidige grootmachten en deze ten tijde van het nazisme in Duitsland betreffen uiteraard niet alleen de propaganda maar evenzeer de misdaden, die dankzij de hedendaagse media echter veel moeilijker te verbergen zijn dan destijds terwijl om dezelfde reden het verzet daartegen veel makkelijker de kop wordt ingedrukt.
Actueel is nu de kwestie van de genetische screening die zich graag profileert als een zaak van medische ethiek terwijl het ook hier overduidelijk is dat het morele andermaal een dekmantel moet zijn voor zich verhullende economische belangen. Aan mensen gaan vertellen dat zij er bij te winnen hebben als zij zich laten nakijken op hun aanleg om in de loop van hun bestaan bepaalde ongeneeslijke ziekten te ontwikkelen, is wat commerçanten doen wanneer zij alleen maar eigen gewin op het oog hebben. De waarheid is dat slechts de bezittende klasse er (met het oog op de doeltreffendheid van hun investeringen) bij gebaat is om te weten wie voor hen wel of niet winstgevend zullen zijn en wie dan ook nog geloven dat die informatie zal gebruikt worden om de betrokkenen tijdig ter hulp te kunnen schieten, zullen terugkeren van een koude kermis.
Destijds was er alleen de reputatie als cruciale informatiebron om potentiële werknemers te screenen, weliswaar aangevuld met de gegevens uit de biecht, maar het zou onverstandig zijn voor wie hun winst tot elke prijs willen maximaliseren indien zij de informatie uit de medische sector niet te baat zouden nemen. Met respect voor ieders privacy weet elke doorgewinterde commerçant aan jan of an met de pet alras een handtekening te ontfutselen onder een verklaring die aan de behandelende artsen carte blanche geeft, want dat is wat zij nodig hebben om goede punten te scoren in een systeem dat draait om de voorrang van het geld.
2De zorg om de gezondheid van burgers en hier in het bijzonder senioren, kan pas een geloofwaardig argument zijn voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker als diezelfde zorg zich ook toont in een wetgeving die ons tegen die ziekte beschermt. Die zorg blijkt totaal afwezig in onze wetgeving inzake de handel in alcohol en tabak, overduidelijk omdat hoge taksen deze vergiften winstgevend maken voor de staat. Stoute tongen beweren dat ook preventief kankeronderzoek de staatskas spijzigt en niet omdat het de kosten voor de verpleging van die ziekte zou inperken maar omdat het onderzoek als zodanig letaal zou zijn, wat dan een besparing zou betekenen inzake pensioenen. Letaal bleken alvast reeds de maatregelen inzake de preventie van borstkanker waarvan aan het licht kwam dat screening slapende kankercellen wekt.
06-02-2026
"Dat mag" - Het goede is geen feit: het wordt gemaakt
“Dat mag”
Het goede is geen feit: het wordt gemaakt
De stelling dat verwende kinderen verkieslijker zijn dan kinderen met een waterbuikje gaat aan het wankelen als men in rekening brengt wat er van die kinderen kan worden omdat het een feit is dat wie hebben moeten vechten, het er in het leven dikwijls beter afbrengen. Verwendheid is het vanzelfsprekend vinden van het genot dat men heeft van het bevredigd zijn van zijn behoeften, wat een gevaarlijke onverschilligheid daartegenover voedt welke zich vertaalt in ondankbaarheid. Die ondankbaarheid betreft uiteindelijk een houding jegens die mensen die met hun arbeid en derhalve middels leed, gezorgd hebben en zorg dragen voor de luxe waarin men zelf mag leven.
Verwendheid maakt blind voor het feit dat het goede van het leven en uiteindelijk ook het leven zelf geen vanzelfsprekendheden zijn, geen zaken die er van nature zijn en al zeker geen zaken waar men recht op heeft. Als men met andere woorden de dingen missen moet waarvan men geniet als men verwend is, kan men nergens terecht om zijn beklag te doen, precies omdat hetgeen waarop men bogen kon, geen rechten waren doch gunsten. Het goede is derhalve een gunst, uitgaande van een of meer personen die het zonder nood of dwang geheel vrijwillig schonken.1
Het goede bestaat dan ook uitsluitend als iets dat werd of wordt gegeven, het is aldus geen entiteit op zich, het ontstaat krachtens de handeling van het geven waarin uiteraard personen betrokken zijn, met name de gever(s) en de ontvanger(s).
De gever heeft geen plicht om te geven maar hij weet dat de ontvanger, ofschoon ook hij geen plicht heeft tot ontvangen, het geschenk niet zal weigeren omdat het hem goed doet en hij dit ook weet en ondervindt. De ontvanger heeft strikt gezien geen plicht tot dankbaarheid jegens de schenker omdat die door de schenking reeds afstand deed van wat hij schonk maar het al dan niet dankbaar zijn tekent hem wel en niet zomaar oppervlakkig als iemand die al dan niet sympathiek oogt maar in die zin dat het uiteindelijk zijn eigen wezen vastlegt.
De ondankbare immers wordt spontaan geassocieerd met de dief, zij het een dief die men niet betrappen kan omdat hij zelf niets deed, niets van een ander wegnam, daar hij de schenking louter onderging, maar wel omdat hij het naliet iets te doen, met name liet hij het na om de schenker als zodanig te erkennen, wat hij had kunnen doen middels een teken van dankbaarheid. Juridisch gezien hebben gunsten geen betekenis, weldoeners azen niet op een beloning en wie hun weldaden genieten in ondankbaarheid, worden daar ook niet voor vervolgd omdat de wet zich beperkt tot het vrijwaren van de rechten - indien zij zich met gunsten inliet, dan ging het immers niet langer om gunsten doch om plichten.2
De ondankbare ontvanger miskent de schenking en derhalve ook de schenker die door zijn schenking het goede tot stand bracht en bijgevolg miskent de ondankbare ontvanger ook het goede als zijnde een persoonlijke creatie: hij doet alsof het goede een natuurlijk gegeven is, zoals een appel aan een boom - en uiteraard een boom die men tot zijn bezit kan rekenen. En hier belandt men bij het fenomeen van het privaatbezit, dat is ontstaan met handelingen die lijnrecht staan tegenover de gunsten, de schenkingen of de weldaden, met name de inbeslagnames of de veroveringen welke wezenlijk geweldplegingen zijn.
Eigendom is een complex iets omdat wij nillens willens het eigen lichaam beschouwen als het onze en we zijn er mede verantwoordelijk voor. Maar het eigen lichaam is in het verleden, in het heden en in de toekomst verbonden met dat van onze moeder en met de lichamen van onze clan maar ook met de rest van de natuur vanwege de levensnoodzakelijke behoeften want lichamen zijn niet zelfbedruipend, wij moeten ademen, eten en op velerlei wijzen onderonsen om in leven te kunnen blijven. Zolang wij kunnen erkennen dat onze clan en de natuur, incluis het hele heelal, het onze zijn, lijken problemen uitgesloten want daar vervalt dan ook spontaan de betekenis van het privaatbezit.3 Maar de werkelijkheid is om de een of andere reden niet gediend met deze al te mooie insteek die verwijst naar een toekomstig toneel waarin de wolf en het lam in vrede samenleven4: de wolf die roodkapje opeet, is boos, of wild, hij heeft geen zeg over zijn daden omdat hij instinctmatig handelt, hij gehoorzaamt zijn natuur die wij niet kennen dan door de tragedies zoals verhaald in Roodkapje en de boze wolf.
Op die manier blijkt ook dat er nog werk is aan de winkel vooraleer het Bijbelse Utopia zich realiseren kan: zoals ook de dode en blinde natuur, moeten wilde dieren worden getemd en moeten mensen worden beschaafd, en dat alles kan bezwaarlijk gebeuren zonder slag of stoot en vrij van allerlei risico's en gevaren. De wereld zoals wij die kunnen wensen, staat (nog) mijlen ver af van de wereld zoals hij vandaag aan ons verschijnt en willen wij onze wensen waar maken, dan verbinden zij ons ertoe te werken aan de toekomst. Kinderen mogen dan al denken dat hun smartphones aan de bomen groeien: al het goede van het leven en het leven zelf werden ons gegeven, het zijn gunsten. Dankbaarheid daartegenover kan worden geuit door de aanvaarding van een uitnodiging die wij geheel vrijwillig tot onze plicht kunnen maken om mee voort de werken aan de voltooiing van de realisatie van die wens. Het goede en het leven zelf, het zijn geschenken, met veel zorg tot stand gebracht en ons gegeven, door personen die het goede voor ons wensen, en uitgerekend het voortduren van die werkelijkheid komt in gevaar waar dankbaarheid niet langer als een morele plicht beschouwd wordt. Om die reden stuit het tegen de borst wanneer een nieuwsoortig gedrag zich gelden laat, dat mensen ervan weerhoudt om “dank u” te zeggen en waar hen gevraagd wordt of zij het een of andere aangebodene willen, niet langer antwoorden zoals weleer: “Ja, dank u wel” maar kort en bijna bruut: “Dat mag.”
(J.B., 6 februari 2026)
1De veronachtzaming van deze visie resulteert in inconsistenties van zekere regelgevingen, zoals bijvoorbeeld in de zogenaamde mensenrechten, omdat er geen rechten zonder plichten denkbaar zijn, zoals er ook geen ontvangers zonder schenkers kunnen zijn, want evenmin als geschenken hebben wij rechten van nature. Zo kan men geen aanspraak maken op het recht op euthanasie zonder ook de plicht tot het plegen daarvan aan mensen op te kunnen leggen, terwijl uiteraard niemand een ander onder dwang kan zetten om medemensen te doden.
2Echter, niet alles kan als plicht aan mensen worden opgelegd - zie verderop in deze tekst.
3Als iedereen alles tot zijn bezit mag rekenen, verliest het begrip 'bezit' zelf uiteraard elke inhoud.
4Bedoeld wordt hier de passage uit de Bijbel in Jesaja 11:6-9: “Dan zullen wolven en schapen bij elkaar leven. Panters en geitjes zullen samen liggen rusten. Kalveren en jonge leeuwen groeien samen op. Een kleine jongen zal ze hoeden. Koeien en beren zullen samen gras eten. Hun jongen zullen samen spelen. Leeuwen zullen net als koeien hooi eten. Baby's zullen spelen bij het hol van een adder. Kleuters zullen giftige slangen uit hun nest pakken. Niemand zal een ander nog kwaad doen op Gods heilige berg.” (Zie: https://www.biblegateway.com/passage/?search=Jesaja%2011&version=BB;HTB;LSG;NIV )
05-02-2026
Friedrich Nietzsche over goed en kwaad - Afleveringen 2 en 3
Friedrich Nietzsche over goed en kwaad
Aflevering 2. Zur Genealogie der Moral
In Zur Genealogie der Moral1(zoals vermeld in het boek: geschreven ter vervollediging en ter verduidelijking van Jenseits von Gut und Böse)vraagt Nietzsche zich af waar men het dan vandaan haalt om te stellen dat iets goed of slecht is2 en daar blijkt dat morele begrippen geen redelijke oorsprong hebben maar veeleer door toeval tot stand gekomen zijn.3
De (Griekse en Romeinse) adel leeft egoïstisch en volgens de natuur die het recht aan de sterken geeft terwijl de zwakkeren zich moeten tevreden stellen met de dienstbaarheid waarvan ze dan maar een deugd maken, wat meebrengt dat zij het daaraan tegengestelde egoïsme van de sterken als ondeugdelijk bestempelen.4
De priesterklasse, aldus Nietzsche, kweekt een ressentiment door de natuurlijke waarden om te keren. Aan slaven wordt namelijk geleerd dat zij schuld hebben tegenover hun meesters en dat ze die moeten uitboeten. Hun moraal maakt dat ze hun leed zien als een rechtvaardige straf. Uiteraard keuren zij dan de daaraan tegengestelde moraal van hun meesters af en aldus kunnen zij zich boven hen verheven achten.
Nietzsche zegt dat er geen ander, eigen fundament bestaat voor de altruïstische moraal, die dus zelfbedrog is, en men beschouwt die moraal als goed omdat men eraan gewend is. De priesterklasse die de slavenmoraal predikt, gelooft aldus dat zij de sterke tot haar moraal moet bekeren, dat zij de wilde moet temmen.
Verwant met het schuldbewustzijn is het zich binden aan beloften, wat de slaaf voorspelbaar en beheersbaar maakt en wat staat tegenover de bevrijdende kracht der vergetelheid. Het natuurlijke leedvermaak dat sterkeren hebben tegenover zwakkeren, richt zich bij de zwakkeren op zichzelf en uit die frustratie vormt zich een schuldbewustzijn, een verantwoordelijkheidsgevoel voor de eigen daden, een zichzelf met ascese straffende ziel. Ten langen leste heeft op die manier de zwakkere betekenis gegeven aan het zinloos leed van zijn slavernij.5
De wetenschapper overschat zichzelf want hij is verwant met de priester omdat hij zijn ascese van hem heeft afgekeken: beiden geloven in een waarheid die zij zoeken als een doel op zich. Nietzsches ideaal is dat de mens leert te leven zonder doel.6
Aflevering 3. Een bedenking bij Nietzsche's Genealogie van de moraal
Nietzsche beschouwt het christendom als een slavenmoraal met geen ander fundament dan een ressentiment tegenover de herenmoraal en derhalve als een perversiteit of een tegennatuurlijkheid.
Het altruïsme heeft geen ander fundament dan ressentiment, zo betoogt Nietzsche, maar hij staart zich blind op het verleden en op de koop toe wil hij ook nog dat verleden vergeten maar wat dan gezegd van het altruïsme van zovele vrijheidsstrijders: zij betalen met hun leven voor het welzijn van anderen7 met wie zij zich kennelijk identificeren, met wie zij hun lot verbonden hebben, zodat men zonder een zweem van twijfel kan stellen dat zij dat altruïsme funderen op de hoop en derhalve op de toekomst welke zij met de kracht van hun hoop uiteindelijk ook waar weten te maken.
De conclusie dat men op grond van Nietzsche inzichten dan maar moet terugkeren naar de natuurlijke, 'edele' waarden, is zodoende een bijzonder problematische stellingname. Het is immers niet de eerste keer in de loop van de evolutie dat zich een 'perverse' of een 'vreemde' kentering voordoet met kennelijk bijzonder heilzame gevolgen. De tarwe, een afwijkend gewas, voedt de hele wereld en de mens is een 'onaf' en derhalve een afwijkend dier. Maar het leven zelf is een kentering in de ontwikkeling der dingen daar de wetten die het voortdrijven, deze van de dode stof vierkant tegenspreken: de tweede wet van de thermodynamica, de vervalwet, lijkt daar te worden omgebogen tot een wet van toenemende complexiteit.
Eensgelijk kan het voortkomen van altruïsme uit egoïsme gezien worden als alleen maar een schijnbare tegenstelling. En is het overigens niet pas vanuit de realiteit van het altruïsme dat het egoïsme van de aan de cultuur voorafgaande natuur aan het licht komt, zoals het ook pas vanuit de realiteit van de complexiteit van het leven en het denken is dat aan het licht komt dat alles aan verval onderhevig zou zijn? De feiten spreken met andere woorden de theorieën tegen en in dat geval moet men uiteraard niet de feiten maar wel de theorieën laten varen.
2Nietzsche heeft het over zijn “Gedanken über die Herkunft unsere moralischen Vorurteile (...)”. Cf.: F.W. Nietzsche, Zur Genealogie der Moral. Eine Streitschrift, in: Friedrich Nietzsche, Werke III, Verlag Ullstein Gmbh, Frankfurt/M, Berlin, Wien 1976, 1969 (Oorspronkelijk: 1886), Vorrede, 2, pag. 763.
3Met dit standpunt zet Nietzsche zich af tegen een publicatie uit 1877 van zijn vriend Paul Rée, getiteld: Der Ursprung der moralischen Empfindungen. die hij pervers noemt en hij stelt: “Vielleicht habe ich niemals Etwas gelesen, zu dem ich dermaszen, Satz für Satz, Schlusz für Schlusz, bei mir Nein gesagt hätte wie zu diesem Buche (...)” (Nietzsche, o.c., pag. 766) en hij stelt een nieuwe, 'genealogische' onderzoeksmethode voor.
7Zie bijvoorbeeld: Costica Bradatan, Sterven voor een idee. Filosoferen met gevaar voor eigen leven, Ten Have, Utrecht 2016. (Oorspronkelijk: Dying for ideas. The Dangerous Lives of the Philosophers, Bloomsbury Academic, 2015.)
03-02-2026
Friedrich Nietzsche over goed en kwaad - Aflevering 1. Jenseits von Gut und Böse
Friedrich Nietzsche over goed en kwaad
Aflevering 1. Jenseits von Gut und Böse
Max Wildiers mag dan wel stellen (samen met zijn achterban, de katholieke kerk) dat aan de grondslag van een cultuur een metafysica ligt: waar Friedrich Nietzsche laat zien hoe de slavenmoraal van het christendom een overlevingsstrategie is, blijkt ten langen leste het tegendeel, namelijk de superstructuur als product van de infrastructuur: de westerse cultuur volgt weliswaar voor een groot stuk uit het geloof maar op zijn beurt is het geloof een gevolg van de onderdrukking, en wel als een verweer daartegen, waarin meer bepaald de slaaf van de nood een deugd maakt en hij zijn plicht identificeert met zijn lot. Deze analyse gebeurt in zijn Jenseits von Gut und Böse (1886) en in Zur Genealogie der Moral (1887).
Zoals het denken een verinnerlijkte dialoog is1, zo kan men het willen opvatten als een verinnerlijking van een machtsverhouding met een ondergeschikte - die opvatting past alvast bij Nietzsche's opvatting over de wil zoals verwoord in Jenseits von Gut und Böse: “Das, was "Freiheit des Willens" genannt wird, ist wesentlich der Überlegenheits-Affekt in Hinsicht auf Den, der gehorchen muss: "ich bin frei, "er" muss gehorchen" (…). Ein Mensch, der will -, befiehlt einem Etwas in sich, das gehorcht oder von dem er glaubt, dass es gehorcht.”2 (“De zogenaamde 'wilsvrijheid' is eigenlijk het superioriteitsgevoel tegenover wie moet gehoorzamen: ‘Ik ben vrij, hij moet gehoorzamen’ (…). Een mens die wil, beveelt [iets in] zichzelf [dat gehoorzaamt of waarvan hij gelooft dat het gehoorzaamt].”)
Men kan zijn wil opleggen aan zijn lichaam zoals men zijn wil kan opleggen aan wie gehoorzaamheid verschuldigd zijn, en dat zijn de zwakkeren, over wie men aldus macht uitoefent. Derhalve is moraal de leer van de machtsverhoudingen. Religie is machtsuitoefening door de omkering van de waarden (de installatie van een slavenmoraal met de plicht tot dienstbaarheid) en het socialisme kweekt een kuddemens die de moraal bepaalt - uiteindelijk legt de sterkste kudde de moraal aan iedereen op.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 3 februari 2026)
1Zie: E. de Strycker, De kunst van het gesprek. Wat waren de dialogen van Plato? De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen/Amsterdam 1976.
2F.W. Nietzsche, Jenseits von Gut und Böse. Vorspiel einer Philosophie der Zukunft, in: Friedrich Nietzsche, Werke III, Verlag Ullstein Gmbh, Frankfurt/M, Berlin, Wien 1976, 1969 (Oorspronkelijk: 1886), par. 19., pag. 582. Zie ook: https://www.gutenberg.org/cache/epub/7204/pg7204.txt
01-02-2026
De Einsteintelescoop
De Einsteintelescoop
31-01-2026
Onze cultuur en Max Wildiers
Onze cultuur en Max Wildiers
De tijd vliegt, inmiddels al dertig jaar geleden overleed de rebelse katholieke theoloog en schrijver Max Wildiers maar hij blijft actueel. In zijn essay uit 1988 heeft de kapucijn (die dan 84 is) het over cultuur en meer specifiek over de toekomst van de westerse cultuur. Cultuur ontstaat waar de mens in dialoog gaat met de natuur en Wildiers meent dat niet de economie het fundament ervan uitmaakt maar veeleer een zekere metafysica die dan ook de sleutel vormt tot het begrijpen ervan met als centrale waarden die van de zedelijkheid.1
Edoch, sinds de opgang van het mechanistisch wereldbeeld in de zeventiende eeuw telt Europa twee culturen: deze uit de oudheid en de middeleeuwen die gefundeerd is op het beeld van de wereld als hiërarchisch geordende sacrale eenheid en die (vooral) vanuit haar ethiek en esthetiek het menselijk geluk nastreeft en deze die de wereld ziet als een door de zich aldus emanciperende mens rationeel te beheersen machine.2 De eerste steunt op ontzag voor de natuur, de tweede wil hem beheersen.
Wildiers noemt het een misvatting dat Erasmus (1466-1536) de aankondiger zou zijn van een nieuwe tijd: de natuurwetenschappen interesseerden de humanist niet maar wel de oude culturele waarden.3 Pas met Bacon en Descartes krijgt het nieuwe wereldbeeld ingang door de nieuwe, experimentele methode van de fysica, een kennis die het meesterschap over de natuur in het vooruitzicht stelt, wat in de mens de machtswellust wekt en een toename van geluk belooft.4
Een viertal eeuwen later is door de technische en wetenschappelijke vooruitgang, met onder meer de kernenergie, de genetica en het communicatienetwerk, de beheersbaarheid van de wereld een vaste overtuiging geworden. Tegelijk echter geven zowel de mogelijkheid van een aanwending van de kennis voor het kwaad (kernwapens) als het vreedzaam gebruik ervan (milieubelasting) aanleiding tot onzekerheid en angst maar het kwaad zit ook dieper.5 Wildiers: “De bron van ons onbehagen is de metafysische leegte die eigen is aan een mechanistisch wereldbeeld.”6
Edoch, eveneens onder invloed van nieuwe wetenschappelijke inzichten maakt momenteel weer een nieuw wereldbeeld opgang, “een soort resacralisatie van het Universum”7, die zowel bij gelovigen als bij atheïsten bewondering wekt voor natuur en kosmos.8 “Wij hebben thans een autonoom technisch Universum (Jacques Ellul) opgebouwd [en dit] is thans onze meest vertrouwde wereld geworden. Dit (…) wordt in zijn groei en ontwikkeling niet door de menselijke willekeur maar door een innerlijke logica geleid, alsof het ging om een levend organisme.”9
Edoch, die wonderbare wereld heeft iets onmenselijks, hij is (gewild) eenzijdig en draait alleen om efficiëntie en macht in een materialisme waar geen plaats is voor dichters of metafysici. Bovendien geeft die wereld teveel macht in handen van broze mensen: “Zijn wij bij machte meester te blijven over de geesten die wij hebben opgeroepen?”10 Zullen kernwapens worden ingezet bij oorlog en betekenen de nieuwe uitvindingen ook in vredestijd geen vergiftiging van het milieu? Wij kennen een innerlijke onvrede.11 Welke finaliteit dient de technologie?
Zij is werkzaam inzake de communicatie, de kunst, het maatschappelijke leven en de techniek. Welke krachten drijven ons en waarheen? Naar bevrijding of naar vernietiging? De technologische samenleving moet gehumaniseerd worden, anders brengt zij geestelijke armoede.Wildiers verwijst naar Hans Jonas: “De voor goed bevrijde Prometheus, die dank zij de wetenschap een nooit gekende kracht en dank zij de industrie een rusteloze aansporing kreeg, roept om een ethiek die zijn macht weet te beteugelen en hem ervan weerhoudt tot onheil van de mens te dienen.”12 De technologie heeft ons op een dwaalspoor gebracht en moet ondergeschikt worden gemaakt aan de ethiek en de esthetiek en zij moet iedereen ten goede komen, het evenwicht herstellen en tot een meer humane wereld leiden.13
(J.B., 31 januari 2026)
1Max Wildiers, Het verborgen leven van de cultuur, Davidsfonds en Kredietbank, Leuven/Brussel 1988, pp. 11-25.
In het verrassend rijke essay Liefde in tijden van eenzaamheid - over drift en verlangen1, vertelt Paul Verhaeghe eerst over hoe in de clan of de familie genot en goederen verdeeld worden tussen de partijen rond de man en de vrouw, waarbij in de loop van de tijd het patriarchale in de plaats komt van het matralineaire met het tot stand komen van het monotheïstisch patriarchaat waarin de man middels strenge regels en met het onderstrepen van de tegenstelling tussen de geslachten, de (gevreesde) vrouw 'onschadelijk' tracht te maken. Vandaag is het monotheïstisch patriarchaat verdwenen en komt bij de man de angst voor de vrouw weer naar boven, getuige de agressie (zoals bij clitoridectomie) én de aanbidding tegenover haar, alsook verdwijnt de scherpe tegenstelling tussen de geslachten, er komt een meer gedifferentieerde genderidentiteit. De man vreest namelijk door de vrouw herleid te worden tot een willoos lustobject en zo zichzelf te verliezen. Maar het verdwijnen van de klassieke regelgeving inzake man-vrouwverhoudingen resulteert niet in de mogelijkheid van een totale bevrediging: in plaats daarvan blijkt men almaar minder zin te hebben in seks. Desondanks blijft de blinde drift, door Verhaeghe behandeld in het derde en laatste deel van zijn boekwerk.
Drift beduidt controleverlies en sowieso geweld, ook inzake de seksualiteit: men wordt gedreven naar iets dat men niet wil, zoals in de fascinatie voor horror en perversie maar de mens moet het (door Milgram aangetoonde2 en door onder meer Joseph Conrad3 beschreven) monster in zich in toom houden. Het gaat hier niet om een regressie4 want reptielen kennen dit niet: “[De drift] is de bron van een vreemdsoortig genieten dat door het subject niet verlangd wordt. Verlangen en drift staan tegenover elkaar zoals de schone en het beest. Beter: zoals het bekende tegenover het andere.”5 Het verlangen wil niet bevredigd worden, de drift kan niet bevredigd worden. Dieren hebben instincten, geen driften, de drift is typisch menselijk, hij treedt op bij het overschrijden van een grens en men verliest zich erin.
Inzake seksualiteit is een beveiligingsmechanisme ingebouwd: de drift stopt bij het bereiken van het orgasme. Verhaeghe: “Maar wat als een dergelijk eindpunt ontbreekt? De man of vrouw die blijvend in extase gebracht wordt tot steeds hogere niveaus, de achtbaan die blijft ronddraaien, de gillende massa die niet tot bedaren te brengen is? Elke massarevolutie eindigt in een paroxisme van bloed waarbij vergeleken voetbalhooliganisme kinderspel is. De drift is inherent traumatisch”6
“De drift drijft het subject voorbij de eigen grens”7 Daar bestaat tegelijk aantrekking en angst, tremendum et fascinans, en het verbod maakt het verbodene aantrekkelijk: men wil opnieuw regels omdat zonder maat de zin in seks verdwijnt. De “allesverslindende liefde” verwekt seksuele trauma's verwant aan de oorlogsneurosen ingevolge ongebreideld geweld door de afwezigheid van de normale regelgeving en men spreekt dan over een “orgie van geweld.”8
De groep stimuleert overgave aan (zowel het uitoefenen als het ondergaan van) geweld en verdooft het bewustzijn, het trauma ontstaat pas als de groep uiteenvalt: PTSS. “De getraumatiseerde herinnert zich het trauma niet, hij herbeleeft het.”9 In zelfhulpgroepen probeert men het onverwoordbare alsnog gezegd te krijgen en te bezweren in de eigen (scanderende) taal van lotgenoten, zoals bij rap. De wet verbiedt het verlangen dat zij uitgerekend daardoor mogelijk maakt.10 Het neoliberalisme gedoogt zowat alles waardoor niets nog begerenswaardig is en vandaag worden de clerici afgelost door de medici maar de tolerantie is illusoir want verkapt een (economische) oorlog: alles is te koop voor elkaar beconcurrerende individuen.11 Dan rijst de vraag, aldus Verhaeghe: “Wat drijft mij naar die transgressie, voorbij het punt waar ikzelf ophoud te bestaan?”12
Voor Freud streven wij naar een zo laag mogelijk spanningsniveau maar dat is het nirwana, de dood: eros en thanatos. Eencelligen en andere wezens die geen seks kennen omdat zij zichzelf quasi perfect repliceren, leven eeuwig maar vernieuwing (door reductiedeling) vergt seksualiteit en “seksualiteit impliceert dood.”13“La petite mort”, zoals het orgasme wordt genoemd, verwijst hiernaar. In tegenstelling tot wat Freud meent, zijn eros en thanatos voor Verhaeghe twee verschillende vormen van leven en zo vraagt de bioloog zich af of hij de honingbij moet bestuderen of niet veeleer de zwerm.
Ter afronding van zijn essays wijst Verhaeghe erop dat naast de blinde drift en de burgerlijke banaliteit een derde weg openligt, die van de liefdesverhouding die een sublimatie van het onmogelijke is. Maar intussen werd met de bedenkingen over de verstrengeling van de eros met de thanatos en van het individu met het volk, een kwestie aangesneden die zich vandaag14 actualiseert in Europa waar zich een oorlogsfront aan het uitbreiden is: dreigt het zich opofferen van het individu aan het volk met de aangereikte, al dan niet vermeende inzichten niet gelegitimeerd te worden en betekent een morele verantwoording daarvan middels die inzichten geen terugkeer naar de wet van de sterkste en naar de horror zoals de door de auteur aangehaalde Joseph Conrad beschreven? Want eenmaal het hek van de dam is, stokt élke dialoog, grijpt de transgressie plaats naar het uitvoeren van wat men eigenlijk niet wil, en opent zich de weg naar een nimmer te stoppen roes waarvan in ons continent niemand meer in leven is om nog te getuigen van de gruwel die hij verkapt.
(J.B., 29 januari 2026)
1Paul Verhaeghe, Liefde in tijden van eenzaamheid. Over drift en verlangen, De Bezige Bij, Amsterdam 2013 (2011).
2Stanley Milgram, Behavioral study of obedience (1963) en Obedience to Authority: An Experimental View (1974).
4Paul Verhaeghe, o.c., pag. 200: “Mijn stelling is dat wij [in de drift] juist het verst verwijderd zijn van het natuurlijk-biologische. Dieren kennen geen Auschwitz (…). Het gaat om het stuk biologie dat geen psychologie kan worden en omgekeerd. (...) De woede en agressie die [bij de drift] vaak komen kijken, zijn steeds uitingen van onmacht en onvermogen die in natuurlijke omstandigheden onbekend zijn bij het dier. (...)”
10Verhaeghe verwijst hier naar de belangrijke brief van Paulus aan de Romeinen over de relatie tussen de wet en de zonde. Cf.: Paul Verhaeghe, o.c., pag. 227.
14Ter herinnering: Verhaeghes essays dateren van 2011.
28-01-2026
Orpheus en Eurydicè film (Gia Coppola)
Orpheus en Eurydicè film (Gia Coppola)
26-01-2026
De wereld op zijn kop
De wereld op zijn kop
Het is avond en donker, een man staat onder een lantaarn de grond af te speuren.
– Wat doet u hier?
– Ik heb mijn sleutelbos verloren.
– Hier?
– Neen, ginder wat verderop.
– Waarom zoekt u ginder wat verderop dan niet?
– Omdat het hier klaarder is.
Er zit een logica in wat de speurder doet: in het donker ziet men niks en is de kans om daar iets te vinden nul, dus is alles beter dan dat.
Gelijkaardig is het volgende probleem.
In de kerk zit een weduwnaar, geknield en prevelend.
– Wat doet u hier?
– Ik bid voor mijn vrouw die overleden is.
– Gelooft u dat ze dan terug zal komen?
– Neen, maar als ik niets doe, zal ze zeker en vast niet terugkomen.
Het geloof vertrekt van de machteloosheid, onder meer en vooral tegenover de eindigheid van het bestaan. Men weet dat de dood het einde is maar er is nog de logische mogelijkheid dat dit niet zo is, derhalve houdt men met die mogelijkheid rekening. Men vergeet dat men aldus het weliswaar eindige leven zelf ondergeschikt maakt aan een onsterfelijk bestaan waarvoor men geen andere reden heeft om aan te nemen dat het waar is dan deze dat zij een louter logische mogelijkheid is, dat wil zeggen een mogelijkheid die geen rekening houdt met de werkelijkheid.
De absurditeit waaraan de gedragingen van de sleutelzoeker en de pilarenbijter onderhevig zijn, volgt uit een drang tot algehele controle over de zaken waarvoor wij sowieso de duimen moeten leggen. Die drang verplaatst het zwaartepunt van ons handelen van de concrete situatie in de wereld naar een afbeelding daarvan in ons hoofd. We stellen ons dan niet langer tevreden met schipperen, we wensen daarentegen alles te beheersen. Maar precies omdat die wens impliceert dat we gaan werken met iets dat volledig beheersbaar is, moeten we onze toevlucht zoeken tot een afbeelding van de werkelijkheid: de werkelijkheid zelf ontsnapt immers voortdurend en fataal aan onze greep. En het gevolg daarvan is dat datgene wat we dan gaan beheersen, een eigen fantasie is en zeker niet de realiteit.
Edoch, op het vlak van eigenzinnigheid en koppigheid steekt de mens de ezel naar de kroon: hij wil alsnog zijn zin doordrijven en uiteraard kan hij dat pas doen als hij de ganse werkelijkheid reduceert tot de afbeelding die hij daarvan maakt in zijn hoofd. Vergelijk het met de wegenkaart die de autobestuurder naar zijn bestemming moet gidsen: de bestuurder volgt blindelings zijn gps en belandt in de vaart.
Maar waar de ganse werkelijkheid dient herleid te worden tot het beeld dat men zich daarvan vormt, zijn de gevolgen eender en dan uiteraard ook ingrijpender. De wetenschap waarmee het mensdom zo hoog oploopt, is niets anders dan de reductie van wat echt is tot een prentje en waar men zich verlaat op wat zij allemaal uitkramen, herleidt men ook zichzelf tot een prentje van zichzelf. Het is warempel een oud zeer dat de hele westerse cultuur tekent en dat haar richting de ondergang voert.
In zijn Kritik der Grundlagen des Zeitalters1 uit 1973 heeft Rudolf Boehm het over dit foute en uiteindelijk doodlopende spoor waarop ons denken zich begeven heeft. Boehm spreekt daar over het weten dat een doel op zich geworden is, een 'weten om te weten', vanuit een drang om te zijn zoals de goden: almachtig en onsterfelijk. Wat gebeurt tegen de prijs van het offer van het leven zelf.2
(J.B., 26 januari 2026)
1Boehm, Rudolf, Kritiek der grondslagen van onze tijd, Het Wereldvenster, Baarn. (Oorspronkelijk: Kritik der Grundlagen des Zeitalters (1973)). Nederlandse vertaling door Willy Coolsaet met een taalkundige revisie d.d. 2011 van Guy Quintelier. De integrale tekst van het werk is beschikbaar op het internet op het volgende adres: https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1977/kritiek/index.htm
Iedereen is er intussen van op de hoogte dat wij allen door het 'systeem' gewantrouwd worden en dat zich overal camera's verschuilen en microfoons, dat wij doorgelicht worden bij elke sollicitatie en controle. Maar tegelijk is het, omgekeerd, ook zo dat dit systeem van ons een blind vertrouwen vereist: wij deponeren ons have en goed bij de banken, we geven onze gezondheid in handen van medische firma's en wij vertrouwen de opvoeding van onze kinderen toe aan de staat; we moeten er maar op vertrouwen dat betaalkaarten blijven werken, dat onze rekeningen niet geplunderd worden door hun onzichtbare beheerders of dat de persoonlijke informatie die van ons vereist wordt om toegang te kunnen krijgen tot diensten die wij niet kunnen missen, niet misbruikt worden - om maar enkele voorbeelden te noemen. Maar van mensen van wie blind vertrouwen wordt vereist terwijl zij tegelijk gewantrouwd en gecontroleerd worden, kan men, om het op de zachtst mogelijke manier uit te drukken, zeggen dat zij onmenselijk behandeld worden en dat betekent: niet zoals mensen. En zelfs niet als dieren want wij stellen vertrouwen in onze huisdieren. In geen geval worden wij behandeld als medestanders of als medewerkers: er wordt vanuit gegaan dat wij tegenstanders zijn, erop uit om te verslinden, te branden en te moorden, ja, misdadigers. Maar wie is het dan die ons wantrouwt, ons blind vertrouwen opeist en ons op die wijze ontmenselijkt?
Wie is degene die ons controleert, die ons fortuin beheert, die zich zegt te ontfermen over onze opvoeding, over onze gezondheid en over onze toekomst? Want stel eens dat op een dag men in een winkel zijn inkopen doet, men haalt zijn betaalkaart boven en zij werkt niet meer; daarop gaat men naar zijn bankkantoor (als dat nog bestaat want vandaag zitten al die diensten 'online') en daar krijgt men te horen dat zijn rekening op nul staat; men werpt tegen dat dit onmogelijk is maar de bediende antwoordt dat hij alleen maar kan voortgaan op wat er in de databanken genoteerd staat; hij draait zijn computerscherm naar de klager toe en wijst onder diens rekeningnummer een getal aan dat ontegenzeggelijk gelijk is aan nul komma nul.
Maar dat kan nooit gebeuren, zegt u? Wel, enkele dagen geleden hebben de burgers van een westers land van hun regering te horen gekregen dat, indien de omstandigheden dat vereisen, de staat onmiddellijk beslag kan leggen op al hun eigendommen. Het gaat hier om een Europese staat die als voorbeeld kan dienen voor alle andere Europese staten want met die 'omstandigheden' wordt uiteraard de oorlogssituatie bedoeld en die geldt voor alle lidstaten van de NAVO.
Verder is het ook zo dat de meeste landen hun burgers in het ongewisse laten over het feit dat zij die praktijken allang toepassen, zij het op een indirecte wijze en wel via de ontwaarding van de betrokken munt of via 'aanpassingen' van de wet die bijvoorbeeld het ongemerkt plegen van pensioenroof mogelijk maken.
Wie blind vertrouwen moeten schenken en tegelijk totaal gewantrouwd worden, en dan bovendien nog door een instantie waar men nimmer bij kan, worden in een toestand van totale onzekerheid gebracht en niet zomaar onzekerheid over de een of andere kwestie: het betreft de totale onzekerheid over het feit of men morgen nog zal leven en zodoende hangen allen die in dat geval zijn met een zwaard van Damocles boven het hoofd.
Edoch, vandaag is iedereen in dat geval en dit feit wordt bovendien gebruikt om die onmenselijkheid goed te praten: klaag niet want het is voor iedereen gelijk. Het burgerschap is een staat van gevangenschap en absolute slavernij.
In bepaalde omstandigheden zou het onmenselijk zijn om de dingen op hun beloop te laten en volgens sommigen getuigt dan niet het gebruik van geweld doch het afzien van geweld als ultiem redmiddel van onmenselijkheid.
Onmenselijk is bijvoorbeeld de bureaucratie die het in alle rellen en protesten niet om niets zwaar te verduren krijgt en kennelijk alleen nog met geweld valt te bestrijden. Arendt schrijft: “De aantrekkingskracht van het geweld stijgt naarmate de bureaucratisering van het openbare bestaan toeneemt. In een volledig ontwikkelde bureaucratie is er niemand overgebleven met wie men kan overleggen, bij wie men zijn klachten kwijt kan, op wie machtsdruk kan worden uitgeoefend.”1
Bureaucratie verhindert ons te handelen, het is “een tirannie zonder tiran.”2 En wie kan de filosofe tegenspreken waar Arendt wat verderop Pareto citeert: “'Vrijheid (…) waarmee ik de macht om te handelen bedoel, wordt in de zogenaamde vrije en democratische landen met de dag kleiner, behalve voor misdadigers.'”3
Maar als de machteloosheid toeneemt, wil geweld haar compenseren. Dictators die hun greep op het volk dreigen te verliezen, grijpen naar geweld. Geweld kenmerkt machteloosheid.
De bureaucratie lijkt een toonbeeld van de redelijkheid, de ratio is er versteend in wetten en in regels, alle handelen gereguleerd, geprogrammeerd door technocraten, door wetenschapslui, die op hun beurt gehoor geven aan de regerende instanties. En herinnert dit niet aan het “non posse peccare” van Aurelius Augustinus?
In een bureaucratie wordt niets meer zonder voorschriften gedaan, voorschriften of programma's uitgedokterd door specialisten en uit te voeren door mensen die verondersteld worden niets te weten en niets te kunnen, mensen die verondersteld worden geen mensen te zijn doch robots. De poging om het ideaal te verwezenlijken strandt in de hel der ontmenselijking.
En in een kapitalistisch systeem gehoorzaamt de regering aan de bezitters. Maar bezitter wordt men niet door arbeid te verrichten: bovenaan de piramide van de bezitters bevinden zich degenen die zich boven alle wetten en regels hebben verheven, die zij straffeloos overtreden, alsof zij geen burgers waren maar goden. Zij maken de voorschriften of ze laten ze maken. Aan hen is alle creativiteit, of tenminste alle initiatief. Niet middels arbeid hebben zij de top bereikt maar met geweld: zij doden wie geen gehoor geven aan hun bevelen en ze hebben op die manier altijd vrij spel.
(J.B., 24 januari 2026)
1Hannah Arendt, Over geweld, Olympus (Atlas Contact), 2021 (2004), (Oorspronkelijke titel: On violence, Harcourt 1969, pag. 104.
3Hannah Arendt, o.c., pag. 105. Vilfredo Pareto (1848-1923) naar wie het Pareto-principe is genoemd, dat zegt dat (in, Italië) 80 pct. van de bezittingen in handen is van 20 pct. van de bevolking.
22-01-2026
Woke of waan (3)
Woke of waan (3)
In de democratie of de volksheerschappij delegeert het volk zijn macht aan een of meer leiders die in naam van het volk regeren. Het verkiezen van leiders gebeurt echter niet in het openbaar (bijvoorbeeld door de hand op te steken) maar in een stemhokje waar niemand ziet voor wie de kiezer kiest: de stemming is geheim. En naast de vele voorwendsels is daar ook een echte goede reden voor, het stemhokje is immers verwant met de slaapkamer, in die zin dat daar dingen gebeuren waarmee anderen geen zaken hebben omdat ze niet redelijk te verantwoorden zijn.
De rede heeft te maken met de openbaarheid omdat denken een verinnerlijkte dialoog is terwijl men zich in de dialoog verantwoordt en waar openbaarheid geschuwd wordt, zijn altijd dingen aan de gang die het daglicht niet mogen zien omdat zij niet verantwoord kunnen worden. Niet omdat ze verkeerd zouden zijn maar wel omdat de rede niet de laatste zeg heeft over het menselijke doen en laten. Om bij de hier gehanteerde vergelijking tussen stemhokje en slaapkamer te blijven: levende wezens worden niet ingevolge redelijk overleg maar wel door hun natuur gedwongen om te copuleren en de natuur is wijzer dan de meest verstandigen onder de mensen omdat het denken anticipatie is, terwijl die anticipatie in de natuurlijke evolutie werd geïncorporeerd in een mechanisme dat gewenst of efficiënt gedrag selecteert middels gissen en missen. Het denken is met andere woorden een verinnerlijking van het proces van de natuurlijke selectie welke werkzaam is binnen elk individu apart, waarbij de afstraffing van ongewenst gedrag niet meer de slachtoffers eist die de natuurlijke proef niet hebben overleefd. Binnen het individuele denken 'herinnert' men zich het gissen en missen van voorgangers uit voorbije millennia, men hoeft zichzelf niet meer in de waagschaal te werpen, dat doet men alleen nog in zijn hoofd.
Maar de wijsheid van de natuur betreft het lot van haar geheel en niet noodzakelijk dat van het individu: het individu beschikt dan ook over de mogelijkheid om af te wijken van natuurlijke drijfveren en het doet dat door verstandelijk overleg. Uiteraard vergt dit overleg een inzicht in de wijsheid van de natuur waarbij vergissingen mogelijk zijn. Een (te) eenvoudige illustratie daarvan vindt men in de geneeskunde waar de appendix onnodig werd verwijderd: uit het feit dat men zijn functie niet kende, meende men te mogen besluiten dat hij er helemaal geen had. Onverstand gaat vaker gepaard met een teveel aan zelfzekerheid of met een gebrek aan twijfel en derhalve ook met een overschatting van het verstand of een onderschatting van de betekenis van de natuurlijke gang van zaken.
Wat in de slaapkamer gebeurt, wordt beschermd, het wordt afgeschermd van de buitenwereld of van derden die zich immers bevinden in de sfeer van het redelijke waar zij sowieso om verantwoording vragen voor alles wat anderen (en zijzelf) doen en laten. Eender is het principe dat in het stemhokje van kracht is: niemand heeft zaken met het kiesgedrag van een ander omdat, alle propaganda ten spijt, niet de redelijkheid de doorslag geeft bij het kiezen van zijn vertegenwoordigers voor de uitoefening van macht over zijn leven. Kiezen gebeurt door de band op grond van egoïstische motieven tenzij de kiezer ofwel altruïstisch stemt ofwel overtuigd werd door andermans kiespropaganda.
Egoïsme is de regel, altruïsme is de uitzondering en propaganda is een amalgaam van al het denkbare. Niemand kijkt toe en het ego krijgt zijn gading maar daar vaart het geheel wel bij volgens de 'natuurlijke' regel dat waar ieder voor zichzelf zorgt, dit egoïsme uiteindelijk de ganse groep ten goede komt. In die regel zit het recht van de sterkste vervat, dat een natuurlijke grond heeft, maar het redelijke wordt evenwel niet buitengesloten. Het is niet omdat medici soms de bal misslaan (zoals m.b.t. de functie van de appendix) dat de geneeskunde betekenisloos wordt en zo ook krijgt in het stemhokje reflectie enige betekenis.
Dit alles om te zeggen dat ofschoon het bestaan van parlementen ('parlement' is verwant met het werkwoord 'parler') het anders laat uitschijnen, de democratie niet (of niet exclusief en zelfs niet in de eerste plaats) steunt op redelijk overleg: het aandeel van redelijke argumenten in de drijfveren van het stemgedrag moet de duimen leggen voor dat van de driften. Het redelijk overleg zelf in het parlement wordt overigens ook nog eens ontkracht doordat uiteindelijk niet het sterkste argument het haalt maar wel het standpunt dat de meeste stemmen haalt: de stemming maakt het aandeel van de rede quasi ongedaan; de kwantiteit wint het van de kwaliteit omdat de stem van degenen die goede argumenten voor hun standpunt missen, evenwaardig is aan de stem van wie wél beschikken over goede argumenten en dit terwijl men met Spinoza moet beamen dat het uitmuntende even zeldzaam als moeilijk is.
De wrevel hieruit volgend vormt de basis van Plato's fabel over het narrenschip dat vierentwintig eeuwen later even triomfantelijk als dom over de wereldzeeën zwalpt maar of de redelijkheid die de idealist zo hoog in het vaandel voert, volstaat om ons heil te bewerken, valt in het licht van wie zijn visie in de politiek hebben binnengeloodst, nog altijd te bezien: ook het marxisme en het communisme met hun op redelijk overleg gebaseerde en zogenaamde planeconomie worden door corruptie aangevreten en door onverstand, meermaals uitmondend in ware rampen. De triomf is hier even misplaatst als in het neoliberaal systeem dat, alle argumenten (!) van Adam Smith ten spijt, geheel stuurloos het milieu om zeep helpt en dictators voor haar kar spant om het natuurlijke recht van de sterkte als wet in de cultuur in te planten. Blijkt dan wellicht dat wij er beter aan doen al het hoogdravende vaarwel te zeggen en vrede te nemen met... geschipper.
Bij de democratische verkiezing van de volksleiders zijn redeloze driften werkzaam en de verkozen leiders dienen blindelings te zorgen voor de uitvoering daarvan, wat betekent dat zij de rede daarvan ten dienste stellen, wat geschiedt middels de zogenaamde retorica of de welsprekendheid, die dan onvermijdelijk een leugenaarskunst zal zijn. Dat is de reden waarom aan politici geen vakspecifieke eisen worden gesteld voor de taak van het zogenaamde regeren, wat echter wel het geval is met betrekking tot de meeste andere beroepen of specialisaties waarin men zijn werkzaamheden delegeert vanuit het inzicht dat die taakverdeling loont voor iedereen. Geneesheren moeten zich bekwamen in gezondheidswetenschappen met het oog op het genezen van allerlei fysieke kwalen maar voor politici geldt slechts dat zij gedwee het programma dat zij kenbaar maken, ongeacht hoe, tot wet te zullen verheffen: dat programma hoeft helemaal niet te deugen want wijsheid is hier van geen tel, alleen de bekwaamheid om listen te verzinnen wordt vereist. De discrepantie tussen argumenten en drijfveren is nergens zo groot als in de politiek en daarom ook is het aan het licht brengen daarvan de enige methode om te verhinderen dat het monster van de hypocrisie ongeremd zijn gang kan gaan.
(J.B., 22 januari 2026)
21-01-2026
Woke of waan (2)
Woke of waan (2)
Emancipatie volgt op een re-bellie of een terug-vechten, meer bepaald tegen meestal geïnstitutionaliseerd en derhalve onzichtbaar gemaakt maar niet minder destructief geweld en rebellie is op haar beurt meestal een antwoord op verontwaardiging maar dan rijst de vraag of verontwaardiging sowieso een solide basis kan zijn voor rebellie. Uiteraard is zij dat waar men zich beschadigd weet door instituties die zich hardnekkig handhaven in dienst van zekere bevoorrechten maar verontwaardiging kan ook aangepraat zijn, zoals ook behoeften oneigenlijk kunnen zijn en wie op macht(sbehoud) belust zijn, zullen de gelegenheid niet laten liggen om ook van die list gebruik te maken.
Verontwaardiging is een morele categorie en zal derhalve te maken hebben met gedrag dat zich per definitie verhoudt tot derden en dus met het sociale maar waar de leden van een gemeenschap 'onthoofd' werden - in de betekenis van geëgaliseerd, gerobotiseerd of onderworpen - vervalst zich uiteraard de ethiek omdat zij daar het voorwendsel wordt voor depersonaliserende en op hun beurt gedepersonaliseerde autoriteiten die zich immers transformeren tot blinde mechanismen waarvan de werking in het maatschappelijke domein vergelijkbaar is met de werking van blinde driften in het domein van de psychologie. Blinde driften zijn verwant met valse behoeften omdat zij - wegens het ontbreken van een authentieke nood - nooit bevredigd kunnen worden en derhalve onbestuurbaar zijn en om die reden vergelijkbaar met een om zich heen grijpende brand of enig ander rampzalig natuurverschijnsel.
Verontwaardiging is authentiek waar de bevrediging van wezenlijke behoeften verhinderd wordt ingevolge onrechtmatige ingrepen vanwege derden maar zij kan dat niet zijn waar dat het geval is inzake valse of verworven behoeften, behoeften die werden aangepraat door uitgerekend degenen die achteraf de bevrediging ervan blokkeren - uiteraard met het oog op verslaving en onderwerping van in dit geval de massa. Verontwaardiging wordt met andere woorden een toneel waar haar object een onrechtpleger is door wie men er als het ware ingeluisd werd omdat de schuld voor het begane onrecht dan uiteindelijk niet ligt bij de 'onrechtpleger' maar bij de verontwaardigde zelf, wat betekent dat de verontwaardiging in wezen een zelfverontwaardiging is, waarvan de bron zich situeert in de instemming die men gegeven heeft met het bedrog en dus werd veroorzaakt door de eigen toegeeflijkheid of zwakheid. En waar men verontwaardigd is met betrekking tot zichzelf zal zich de rebellie richten tegen de eigen misstap en kan emancipatie niets anders meer betekenen dan het zich bevrijden van een juk dat men zichzelf heeft opgelegd en dat bestaat uit die toegeeflijkheid jegens eigen zwakheden - welke dan terug te voeren zijn tot onrechtmatige wensen of verlangens.
Het koesteren van onrechtmatige wensen of verlangens is een grotendeels onbewuste activiteit waartoe men kan worden verleid door degenen die de beschikking hebben over de middelen om het onderbewuste van de massa te infiltreren en dat zijn er vandaag heel wat. De menselijke psyche blijkt vanuit talloze pogingen om het in kaart te brengen, een bijzonder complex systeem (maar ook meer dan een louter systeem) dat samenhangt met het fysieke - met het zenuwstelsel, met de werking van de klieren, met het zintuiglijke en met het verstand - en derhalve ook met het maatschappelijke en al zijn toebehoren, waaronder het communicatieve dat zich echter (met gemak) van het stoffelijke vervreemdt zoals het geld zich van de waren vervreemdt, wat wil zeggen: zonder directe grond en dus absurd maar alsnog met effect of dus met (mogelijk of zelfs waarschijnlijk) achterliggende gronden. Het gaat hier om de werkelijkheid van de leugen en de list die, ofschoon zij onwaar zijn en geen echt bestaan hebben, er toch in slagen om de dingen te beheersen - precies zoals een natuurbrand, die in feite een activiteit is zonder dader en derhalve helemaal géén daad maar een 'negativiteit', in staat blijkt om de dingen waarvan ons voortbestaan afhankelijk is, in de as te leggen en derhalve in staat is om ons leven zelf te bedreigen, om ons te doden. De werkelijkheid van desinformatie, reclame en propaganda betreft inderdaad onbestaande dingen - want aan leugens beantwoordt in de werkelijkheid niets - terwijl hij zelf niet ontkend kan worden. Deze werkelijkheid is binnengeslopen in de communicatiesystemen, verbergt zich daar, vernietigt vanuit zijn positie de waarde van de communicatie en aldus de communicatie zelf die op haar beurt het maatschappelijke vergiftigt en daarmee ook de ethiek of wat voor ethiek gehouden wordt.
In twee woorden komt het aangekaarte kluwen hier op neer dat de massa niet verontwaardigd kan zijn, dat haar verontwaardiging per definitie gefaket is, en wel omdat zij elke grond mist, daar zij niet bestaat uit personen die in de kern van hun wezen geraakt kunnen worden, maar wel uit de fabricaten van een groepsleider, een demagoog: de leden van een massa zijn gedepersonaliseerde individuen, ontzielde lichamen, handlangers van een potentaat... die op zijn beurt een product is van de massa die hem immers in het zadel heeft geholpen en die hem aanbidt. Maar het motief dat de machthebber in zijn positie bracht, het motief van de kiezer, het motief zelf is niet ontsprongen aan verstandelijk inzicht of aan rede maar aan een zwakheid, aan een toegeeflijkheid jegens zekere krachten die het goede leven tegenstaan, die onpersoonlijk zijn en blind. De vraag is alleen of moet aangenomen worden dat deze blindheid natuurlijk is en noodlottig ofwel of er een alternatief bestaat dat op de een of andere manier deze afgrond weet te overbruggen. En uiteraard bestaat die brug maar de zaak is nu dat zij niet eens en voorgoed gebouwd wordt en vervolgens onaantastbaar blijft: precies zoals het leven zelf is haar voortbestaan afhankelijk van permanente zorg. Onze cultuur lijkt daarom kunstmatig, wat sommigen ertoe brengt om haar te verwerpen en de natuur te gaan verheerlijken maar zij is niet minder kunstmatig dan (de natuur van) het leven zelf, dat immers een bijzonder broos plantje is, in zijn verschijning, zijn bestaan en zijn voortbestaan afhankelijk van onophoudelijke toewijding en zorg. En uiteraard omsluit dit antwoord meteen een nieuwe vraag.
(J.B., 21 januari 2026)
20-01-2026
Woke of waan
Woke of waan
Het feminisme en de golf van nog andere emancipatiebewegingen, waaronder de emancipatie van homo's, bijvoorbeeld na het herstel in de jaren volgend op de tweede wereldoorlog, hebben mede te maken met de verontwaardiging over de gruwelijke gevolgen van dictatoriale en totalitaire systemen maar de grondslagen van die systemen zelf werden niet aangepakt en zijn helemaal niet verdwenen zodat op dit vlak in feite geen wezenlijke hervormingen hebben plaatsgevonden doch veeleer symptoombestrijdingen en oppervlakkige aanpassingen die als het ware een laagje vernis vormen over de rottigheid heen en dat is dan ook de reden waarom de door zekere bevolkingsgroepen bekomen vrijheden heden weer aan het wankelen gaan. In tegenstelling tot wat in menige theorie beweerd wordt, is de opvatting dat zich herhalende mentaliteitswijzigingen te maken hebben met een slingerbeweging van links naar rechts en terug, onjuist en gaat het in wezen om een hardnekkigheid eigen aan repressie die wortelt in eerder biologisch en genetisch geprogrammeerde structuren. Een mooi voorbeeld is het proces van de bevrijding van de (loon)slavernij in die zin dat een oppervlakkige beschouwing het kon laten uitschijnen dat nu eens de heren (de patroons) het voor het zeggen hebben en dan weer de slaven (de arbeiders) wat zich dan zou weerspiegelen in een beurtrol van liberale en socialistische regeringen, terwijl het wezenlijk gaat om de hardnekkigheid waarmee het (natuurlijk verankerde) recht van de sterkste zich doorzet, nu en dan gehinderd door opstootjes van de onderdrukten in gevolge onoplettendheid van de overheersers. Toen een paar duizend jaar geleden het Romeinse Rijk de wereld aan zich onderwierp, waren er alom opstanden waaronder ons door allerlei historische bewegingen deze van de joden welbekend gebleven zijn en waarvan wij onthouden dat die opstandelingen alras terug in het gareel werden gebracht met militaire maar vooral ook met politieke en ideologische middelen, namelijk door de inlijving van de opstandelingen nadat dezen eerst geïdentificeerd werden met de christenen, zijnde degenen die gehoorzaamheid boden aan een zekere slavenmoraal of dus een moraal van 'vrijwillige' onderwerping aan het Romeinse gezag. Er wordt ons geleerd dat het wereldse rijk (van de Romeinen) weliswaar de wereld veroverde terwijl het christendom de harten voor zich won maar die voorstelling van zaken doet de waarheid geweld aan, wetende dat de zogenaamd overtuigende kracht van deze religie (van dienstbaarheid) door Friedrich Nietzsche werd ontmaskerd als een ultieme overlevingsstrategie: de slaaf maakt van de nood een deugd door het hem opgelegde werk als zijn plicht te gaan beschouwen en door zijn meester, zijn onderdrukker, lief te hebben zodat hij in feite het onderdrukt worden liefheeft, wat heel duidelijk tot uiting komt in de christelijke godsdienst met als na te volgen ethisch voorbeeld de gekruisigde die door zijn marteldood het heil bereikt. Vanuit puur natuurlijk oogpunt gaat het hier om een perversiteit die intussen echter een dominante plek veroverd heeft in de geschiedenis van de mensheid en wel in die mate dat zij het zogenaamd natuurlijke bij wijlen is gaan overheersen. Als men de achtergronden uit het blikveld houdt, lijkt het dan alsof staatsvormen pendelen tussen bijvoorbeeld fascisme en socialisme maar het gaat alleen maar om een zichzelf voortdurend versterkend fascisme dat zodoende gebruik maakt van een methode waarbij zekere toegevingen in functie staan van daarop volgende verstrakkingen. Een ander en gelijkaardig voorbeeld vindt men terug waar de Britten middels Mahatma Gandhi, die de ahimsa predikte, de geweldloosheid en meer bepaald het geweldloos verzet, het Hindoeïsme zouden hebben proberen te gebruiken in hun gewezen kolonies, Zuid-Afrika en India, ter onderdrukking van opstanden. Het kastenstelsel functioneert immers sinds oudsher ter bescherming van de voorrechten van de rijken, daar men gelooft in de wet van het karma welke voorhoudt dat men zijn maatschappelijke positie in voorgaande levens verdiend heeft.
De huidige oorlogslogica toont andermaal hoe de moraal wordt bepaald door militaire suprematie en zet de hachelijke positie in de verf van de 'tegennatuurlijke' ethiek van bijvoorbeeld het christendom maar ook die van andere 'religies', incluis de humanistische. Het terugdraaien van de 'mensenrechten', die zich verzetten tegen de voorrechten welke de producten zijn van een door het neoliberalisme in de cultuur naar binnen geloodst 'recht van de sterkste' is dan onvermijdelijk aan de orde. De verontwaardiging over het onrecht lijkt dan de duimen te moeten leggen voor de angst voor de pleger ervan of de machthebber.
De maatschappelijke positie van de vrouw, de homo, de allochtoon, de anders-valide, de bejaarde, het (al dan niet reeds geboren) kind, de niet neoliberaal gerichte mens, de Wankja uit het beroemde gedicht van J. Slauerhoff1 of de kunstenaar is in gevaar en daarmee de essentie van de mensheid en haar toekomst omdat alle (dode) materie in functie staat van immateriële (levende) waarden, omdat alle mensen geboren worden uit vrouwen, omdat kinderen de toekomst van de mensheid zijn, omdat de mens niet het werktuig maar het doel is van de economie en omdat wij geen wegwerpdingen zijn.
Maar wij leven vooralsnog in een democratie, wat betekent dat de aanwending van macht in functie van megalomanie kan worden afgestraft, tenminste zolang de verontwaardiging de bovenhand behoudt op de waanzin, want het maakt deel uit van de list der potentaten om ook degenen die zij overheersen en plunderen, ertoe te verleiden te geloven in de leugen van 'the American dream', het lotto-sprookje, het fabeltje dat iedereen rijk kan worden en dat nu verteld wordt door zekere handlangers van de mammon in de vorm van de verblindende parabel dat uiteindelijk allen profiteren van de rijkdom van de rijken en die bestaat bij de gratie van de onwetendheid omtrent het feit dat arbeid de enige niet-misdadige bron van rijkdom is.
De democratie moet worden gekoesterd als enig ofschoon niet onfeilbaar verweer tegen dictaturen en totalitaire regimes, welke hun valse reden van bestaan ontlenen aan angsten die zij zelf creëren eenmaal zij met de vergiftiging van het leven begonnen zijn. Dictators eisen de hegemonie op als verweer tegen een door hen gecreëerde vijand waarvan zij de massa bang maken om die (massa) dan voor hun kar te kunnen spannen, meer bepaald als onnadenkende entiteit die vanuit zijn angst klakkeloos het bevel volgt om zich te gaan offeren aan een door hen gecreëerd oorlogsfront zoals straks een eeuw geleden door John Heartfield werd onthuld.2 Die werkelijkheid is des te meer wraakroepend omdat, zoals vandaag wereldwijd iedereen die zijn ogen en oren durft te geloven, dagelijks kan getuigen, de dictators in oost en west uitsluitend in hun eigen waanwereldje de meest voorbeeldigen onder de mensen zijn.
(J.B., 20 januari 2026)
1J. Slauerhoff, De Schalmei (Serenade, 1930), “Zeven zonen had moeder:/Allen heetten Peter,/Behalve Wanjka die Iwan heette.//Allen konden werken:/Eén was geitenhoeder,/Eén vlocht sandalen,/Eén zelfs bouwde kerken;/Maar Iwan die Wanjka heette/Wilde niet werken.//Op een steen in de zon gezeten/Bespeelde hij zijn schalmei.//'O, mijn lieve,/Mijn lustige,/Laat mij spelen/In de schaduw van mijn/Korte rustige vallei./Laat andren werken,/Sandalen maken of kerken./Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.'”
Topgangsters, zoals veel huidige potentaten-regeringsleiders, nemen weliswaar geheel schaamteloos en makkelijk het woord 'God' in de mond maar te denken dat zij religieus zouden zijn, is een kwalijke vergissing, tenzij religie wordt geherdefinieerd.
Heel wat auteurs laten zich ertoe verleiden om de huidige toestand van vrijheid in het westen op de korrel te nemen, in de zin van: vroeger was alles verboden maar nu moet alles kunnen. En die 'maar' verraadt dan dat zij eraan denken om redenen te genereren om terug te kunnen krabbelen. Wat zij dan in feite doen, is aanschurken tegen de extreemrechter zijde, die met hun angstvallige, zieke brouwsels beslist haar profijt zal doen.
Want staan wij een ogenblik stil bij die 'maar' van hierboven. Paul Verhaeghe legt (in het kader van de psychologie) de verrechtsing uit als een zoektocht naar de (verloren) oervader.1 Binnen steeds kleiner wordende groepen, gaat het Ik hoogtij vieren, het wordt van elke sociale band ontdaan: “Het tijdperk van de egocratie is een feit”2.
Niets aan de hand maar er schuilt een adder onder het gras. De auteur beschrijft de veranderende seksualiteit: ook daar worden “de klassieke normen en waarden”3 vervangen door “strikt individueel bepaalde afspraken (…) tussen twee unieke individuen”4 en Verhaeghe schrijft: “Op het vlak van de seksualiteit betreft dit de fameuze 'mutual consent' en 'informed consent': alles inzake genot mag, als er [afgezien van de leeftijd of de eis van volwassenheid van de betrokkenen] maar wederzijdse instemming is.”5
Vervolgens wijst hij op de normalisering van homoseksualiteit en hij oppert dat andere perversies, parafilieën zullen volgen en bij die gelegenheid steekt hij de draak met de normaliteit middels de introductie van het neologisme 'normofiel'.6
Zeker, dit zijn observaties en beschrijvingen van feiten maar potentaten van extreemrechts zijn er als de kippen bij om daar een welbepaalde nuance aan te geven. Er zijn al veel teveel dingen die moeten kunnen, zo suggereren zij: al dat woke-gedoe is ziek. En beslist vinden zij gehoor bij medemachthebbers die eigen voordeel ruiken.
De vraag die niet gesteld wordt, luidt dan uiteraard: wie zal onze (zuur verworven) vrijheid aan banden leggen? Wie heeft daartoe het recht? Wie heeft het recht om aan een medemens op te leggen wat hij al dan niet mag doen tussen de muren van zijn slaapkamer? Wie heeft het recht om ook daar camera's en microfoons te plaatsen? Wie heeft het recht om dan die beelden te bekijken, om die tapes te beluisteren en ze aan zijn oordeel te onderwerpen en te gaan sanctioneren?
In vroegere eeuwen (maar ook nog vandaag in zekere werelddelen) bestond er een legaal antwoord op die vraag en wel dankzij het geloof in God en in zijn délégués, dat de basis vormt van de theocratie: de mens heeft zichzelf niet gemaakt, hij is een schepsel Gods en derhalve behoort hij toe aan God die hem de wet kan opleggen. Maar wat meer is: de Bijbelse boodschap dat God de wereld zozeer liefgehad heeft dat hij er zijn eniggeboren zoon heen zond, wordt door potentaten zo geïnterpreteerd dat zij hun wereldse macht kunnen verklaren als zijnde goddelijk van oorsprong. En wie hun gezag afwijzen, zagen aldus de tak af die hen dragen moet en die zonde bewerkt uiteindelijk de dood van de ziel met als bestraffing het eeuwige vuur dat dan uiteraard alhier reeds branden moet.
Topgangsters, zoals veel huidige potentaten-regeringsleiders, nemen geheel schaamteloos en makkelijk het woord 'God' in de mond maar te denken dat zij religieus zouden zijn, is een kwalijke vergissing. Zij willen als de goden zijn.
(J.B., 12 januari 2026)
1Paul Verhaeghe, Liefde in tijden van eenzaamheid. Over drift en verlangen, De Bezige Bij, Amsterdam 2013 (2011) pag. 150.
In 1966 eindigde het tijdperk van de 'index' of de lijst met de verboden boeken van de katholieke kerk maar dat van de A.I. was toen, met als pioniers Marvin Minsky en John McCarthy, al enkele jaren aan de gang en het betreft hier meer bepaald een 'index' om u tegen te zeggen.
De uitschuiver van de UGent-rector doet een beetje denken aan de uitschuiver van die andere zogenaamde BV met die andere Porsche, want A.I. is een Porsche voor wie voor intellectueel willen doorgaan, met alle voor- en nadelen van het hoge snelheidsvoertuig in kwestie, waarbij dan de nadelen ter gelegenheid van uitschuivers aan het licht dreigen te komen.
De UGent treft hier uiteraard geen schuld - was het niet een UGent-professor die het aandurfde om in de media te waarschuwen voor deze Porsche1, wat immers heiligschennend is in deze tijd van blinde dienst aan de automaten van Elon Musk en aanverwanten uit het nieuwste totalitarisme?
De link met de oldtimer legt zich waar nu weer alles in het werk gesteld wordt om de chauffeur in kwestie te verontschuldigen en maar meteen van de nood een deugd te maken met het voorwendsel dat het allemaal met de allerbeste - zijnde pedagogische - bedoelingen gebeurde, met andere woorden: om te tonen hoe het niét moet.
Evenmin immers als die andere televisiefiguur is de huidige in opspraak gebrachte clown met deze 'vergissing' aan zijn of haar proefstuk toe want is het niet een publiek geheim dat de toespraken waarmee deze 'redenaars' applaus oogsten op hun voorstellingen (en hier stond bijna 'ludieke voorstellingen' maar het adjectief kroop rap weer weg bij de gedachte dat met dit toneel wel handenvol geld gemoeid is en dan hebben we het over miljarden), geschreven worden door artiesten die in de werkloosheid zitten of van een leefloon eten?
Maar om bij het onderwerp te blijven: hoe kan het anders dan dat A.I. en informatie uit het internetbrein, dat immers in handen is van een handvol potentaten, stante pede transformeert in propaganda? Wanneer Chomsky en Herman het in 1988 over propaganda hadden2, stond het internet nog in zijn kinderschoenen maar vandaag blijkt het verworden tot het (prompt aangewende) kernwapen van een totalitarisme dat alle voorgaanden in zijn schaduw stelt. Zonder leedvermaak, aldus mijn buurvrouw: is het dan geen schone zaak dat de leugenmachine ook hen niet spaart die er als eersten hun profijt mee doen?
2Noam Chomsky en Edward S. Herman, Manufacturing Consent. De politieke economie van de massamedia, vertaling naar het Nederlands door Jan Reyniers, Epo, Berchem 2025. Oorspronkelijk: Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass Media, Pantheon Books, New York 1988.
08-01-2026
De explosie van hersentumoren
De explosie van hersentumoren
Ter gelegenheid van de viering van het stralende kerstekind komt hoe dan ook het thema van de straling weer ter sprake. Want er is een toename van hersentumoren en, verdacht genoeg, wordt 'straling' als 'onbewezen oorzaak' in één adem genoemd met de factoren 'roken' en 'alcohol'.
Dat adres verwijst naar de onlangs overleden stralingsdeskundige prof. André Vander Vorst in een verslag van een hoorzitting van het Vlaams Parlement.
In dat verslag wordt verwezen naar een onderzoek van prof. Dirk Adang, deskundige in onder meer ecotoxicologie en medische biofysica van de Hasseltse Universiteit waarbij vastgesteld werd dat het sterftecijfer van zeventien ratten langdurig blootgesteld aan een lage dosis straling van gsm, antenne en wifi, dubbel zo hoog was als normaal en dat, op één na, hun doodsoorzaak een hersentumor bleek.
Over dat onderzoek werd overigens een artikel gepubliceerd, getiteld “Gsm-straling toch schadelijker dan gedacht” maar ook de link (via Wikipedia) naar dit artikel geeft “No results found for your search” op een Engelstalige webstek van Elsevier vol mooie prentjes.
De WHO, ons welbekend van de medische instructies uit de coronatijd, houdt vol dat de schadelijkheid van de straling in kwestie onbewezen is.
Maar mogen wij echt op beide oren slapen? Want stoute tongen hebben het alweer over belangenvermenging en doofpotoperaties. Edoch, sinds de fact check methode ingang heeft gevonden, weten wij dat dit allemaal fake news is.
(J.B., 8 januari 2026)
05-01-2026
De antichrist: het 'non posse peccare'
De antichrist: het 'non posse peccare'
De kritiek van Friedrich Nietzsche op het christendom die inhoudt dat de ethiek in deze religie de moraal is van de zich aan zijn meester onderwerpende slaaf die van de nood - de onmogelijkheid om zich van de overheerser te bevrijden - ook heel letterlijk een deugd maakt - namelijk de deugd van de dienstbaarheid of van de slavernij - werd uiteraard alsnog door de christenen zelf verworpen maar blijkt wel wortel te hebben geschoten bij de antichrist(enen) die immers, gewapend met deze gewetenssusser, gretig toehappen door het natuurlijke recht van de sterkste in te lijven binnen hun cultuur die daardoor volstrekt pervers wordt - zoals in het historisch voorbeeld van het nazisme.
Edoch, waar de diefstal een recht werd, is het privaatbezit dat niet langer. Het privaatbezit dat de ultieme grondslag vormt van de individualiteit. Althans binnen de overtuiging die gehoorzaamt aan de regel van het gouden kalf die luidt dat je bent wat je hebt. Van zodra de moraal van de antichrist opgang maakt en de wereld aan zich onderwerpt, sneuvelt in dezelfde beweging meteen de daar tegenover staande regel dat alle mensen kinderen zijn van één en dezelfde god en derhalve elkaars broeders of gelijken.
Waar in de christelijke ethiek de dief zichzelf uiteindelijk excommuniceert of buiten de gemeenschap plaatst omdat hij handelingen verricht die het licht van de openbaarheid niet mogen zien, zal de hoger genoemde perversie, welke erin bestaat dat de openbaarheid zich voortaan afspeelt in een volstrekte duisternis - een contradictie die zich alsnog wil manifesteren en die uiteraard het gesjoemel tot hoogste wet verheft - ervoor zorgen dat de diefstal het middel bij uitstek wordt waarmee men gelooft mét zijn ego zichzelf of zijn ziel te kunnen vrijwaren.
De wegbereider voor die perversie welke maakt dat de openbaarheid van geen tel meer kan zijn, is vanzelfsprekend degene die verantwoordelijk is voor de teleurgang van de schaamte en de schande en uiteraard handelt die verantwoordelijke onverantwoordelijk omdat hij niet langer een persoon is: hij vertegenwoordigt een massa, onderhevig aan ongeordende driften.
Schaamte ontstaat bij het openbaar worden van een misdaad maar dan wel op voorwaarde dat degenen die de misdadiger te kijk stellen, zich moreel van hem onderscheiden. Waar het publiek van de openbaarheid uit criminelen bestaat, kan niet langer van schaamte en schande sprake zijn; de misdaad wordt niet als zodanig onderkend omdat de massa zichzelf niet zal veroordelen en zo weergalmt het historische “Barabbas vrij!”
De huidige Amerikaanse politiek is een immer voorspelbaar geweeste consequentie van het kapitalisme dat een maatschappij heeft gegrondvest van burgers wiens individualiteit steunt op de heiliging van het privaatbezit. De verafgoding van het geld of de dienstbaarheid aan de mammon is onverenigbaar met het onder meer in het christendom gegronde broederschap dat een samenleving moet schragen die om die reden van bij het prilste begin veroordeeld was tot hypocrisie of tot ongeloofwaardigheid. Zoals elders al aangestipt, bestaat de politiek van extreemrechts erin, deze hypocrisie aan het licht te brengen, niet om ze te bestrijden maar om de daardoor verborgen misdaden voortaan ongestraft te kunnen bedrijven. Zij kunnen immers niet veroordeeld worden door een publiek dat zelf bloed aan de handen heeft, wat betekent dat het licht van de openbaarheid niet meer bestaat. En de gevolgen van de zich aldus manifesterende nieuwe realiteit zijn niet te overzien.
(J.B., 5 januari 2025)
04-01-2026
Das Lied von der Erde (Li Tai Po - Gustav Mahler)
Das Lied von der Erde (Li Tai Po - Gustav Mahler)
Die Winterreise (Film)
Die Winterreise (Film)
Schubert, Winterreise
Schubert, Winterreise
02-01-2026
K
K
Over de tijd en de eeuwigheid
Over de tijd en de eeuwigheid
Nadat zij werden verricht en niet meer wijzigbaar zijn, verheffen zich onze daden van deze aarde en zij zweven ten hemel, waar zij ons zoals sterrenbeelden stil en tot in de eeuwigheid blijven aankijken.
Eenmaligheid, onomkeerbaarheid en onherroepelijkheid culmineren in de dood en de dood is niets anders dan de manifestatie van deze zaken.
We dienen te weten dat het goede niet zomaar samenvalt met het prettige of met het aangename en menige ethiek leert ons dat het goede meestal lastig is. De kudde verschaft weliswaar een gevoel van geborgenheid maar waar roofdieren de kudde opjagen, worden wie niet hard genoeg kunnen rennen, prompt door die kudde achtergelaten.
Wie de massa als een instrument bespelen, zien niet om naar mensen, zij kennen alleen aantallen; zij malen niet om waarheid en kennen slechts waarschijnlijkheid; de plaatsen van het goede en het schone worden ingenomen door die van de smaak van het ogenblik, een verwante van de windhaan.
Wie niet geloven in de komst van God op aarde, verdwijnen in het alsmaar zwarter wordende gat van de tijd maar ook de gelovigen worden door de slokop niet gespaard: op de keper beschouwd weten zij tenslotte niet of aan hun geloof ook maar een greintje werkelijkheid beantwoordt, afgezien van deze die zij zelf tot stand brengen. Alles is zodanig vloeibaar dat elke vaste grond wel een illusie moet zijn. Onvaster nog dan vloeibaar, zijn de dingen als van damp of gas of lucht. Of nog onvaster: het zijn geesten.
IJzer en koper zijn vaste stoffen maar in een radiootje staan zij in dienst van de elektriciteit die minder materieel is, het is de verplaatsing van elektronen in aan elkaar grenzende atomen van bijvoorbeeld koper in de buitenste schil, het zijn dus golven. En op hun beurt staan in dat radiootje de elektrische golven in dienst van de muziek: de geluidsgolven die dan weer in dienst staan van betekenisgolven. De betekenis van muziek is de emotie die zij teweeg brengt in wezens van menselijke makelij. Emoties zijn bewegingen die nog fijnstoffelijker zijn dan de golven van het geluid, zij zijn de vormen waarin geluidsgolven door een componist gegoten worden. Of door de muzen die de componisten de muziek inblazen. En muzen zijn wezens uit een immateriële wereld.
Hoe men het ook draait of keert, dit is geen fantasie maar dagelijkse realiteit: de stof ontleent haar betekenis aan het onstoffelijke dat zij dient. En vanaf dat punt verliest ons verstand elke denkbare greep op het gebeuren.
Van dat gebeuren zijn de handelingen die aan de vrijheid van de wil ontspringen, de meest betekenisvolle maar ook de minst materiële zaken. En uitgerekend die ontsnappen aan het alsmaar zwarter wordend gat van de tijd. Nadat zij werden verricht en niet meer wijzigbaar zijn, verheffen zich onze daden van deze aarde en zij zweven ten hemel, waar zij ons zoals sterrenbeelden stil en tot in de eeuwigheid blijven aankijken.
(J.B., 2 januari 2025)
01-01-2026
Het slechte voorbeeld
Het slechte voorbeeld
Dat het huidige Amerikaanse regime (naast nog enkele andere) een tijdelijke plaag is die met nieuwe verkiezingen eventueel tot de niet allerfraaiste jaren van de geschiedenis zal gaan behoren, is een wat al te optimistische opvatting waarmee sommigen het gigantische probleem dat zich nu stelt, als opgelost beschouwen. Twee en misschien drie termijnen van telkens vier jaar Trump betekenen acht of twaalf jaar aan een stuk het enige en hoogst mogelijke voorbeeld voor een hele generatie van televisiekijkende kinderen in de V.S. en in een nog veel groter deel van de wereld. Niemand kan ontkennen dat de topgangster alle aandacht van zowat iedereen, dagelijks en de wereld rond, naar zich toe trekt en het is geen geheime vrees dat dit fataal zal zijn voor opgroeiende kinderen die dat voorbeeld immers zonder meer klakkeloos imiteren, als ook hun ouders dat al niet doen, wat zeker geldt voor zowat de helft van de opvoeders in de V.S. Want wat kinderen te zien krijgen tijdens hun cruciale vormingsjaren, zoveel is zeker, gaat er nooit meer uit. Nevermore.
Nu dient men zich eerst rekenschap te geven van het feit dat het maatschappelijke voorbeeld altijd een constructie is, een constructie van de machthebbers, met het oog op het behoud en de uitbreiding van hun macht. Zo bijvoorbeeld is de paus van Rome, het voorbeeld bij uitstek voor elke katholiek ter wereld, geen spontaan handelende persoon maar zelfs meer dan letterlijk 'a puppet on a string', een constructie van een instituut dat zich handhaaft middels een heel leger van specialisten en dat nauwgezet alle voorschriften uitdoktert waaraan het toonbeeld of het voorbeeld dient te voldoen. Aan het decor van het hele santenkraam werd eeuwen gewerkt door de beste architecten, schilders en decorateurs die de mensheid ooit heeft opgeleverd; de verkleedpartijen die ermee gepaard gaan alsook de balletten die door de hele entourage opgevoerd worden, werden door genieën gecomponeerd; alle woorden die het Voorbeeld in de mond neemt, werden door de eeuwigheid zelf geselecteerd, gewogen en gekozen; kortom: het voorbeeld is een kunstwerk waaraan tallozen vijlen en schaven om het zo echt mogelijk te laten lijken, zo geloofwaardig mogelijk - wat uiteraard wil zeggen dat het een kostelijke leugen is.
De natuurpracht is geen leugen want het is geen menselijk maaksel en het is de grootste frustratie van elke schilder en van elke artiest zonder meer dat hij die nooit zal evenaren. De spontaneïteit van het kleine kind is allerminst een maaksel en dat geldt voor al wat onverbloemd en naakt is: dat en niets anders maakt dat de dingen schoon zijn, waar en goed. Het zijn pas de verkleedpartijen en de opsmuk die het schone perverteren; het is de hooggeleerde welsprekendheid die aan leugens vleugels geeft; het zijn de verzonnen verzen van papier die het Woord verbergen en gekunstelde muziek probeert het vogelengezang naar de kroon te steken. Maatschappelijke voorbeelden zijn telkenmale opnieuw constructies, weldoordacht, en met het oog op het wegkapen van de spontane menselijke bewondering voor al wat uit de hand van de Schepper komt. De blikken worden omgeleid, weg van het Licht, naar stegen vol met lampionnen, glitter en glamour, geschetter en gebrul, pruiken, ronkende titels en nog andere valluiken en valkuilen.
Zijn laarzen lappen aan het milieu is ontkennen dat men lucht moet inademen om te kunnen blijven leven. Parfum is wat de huidige heerser roemt. Het zal onze tijd nog wel duren, zo bazuint de egoïst het uit, en wat anders kunnen de kinderen daaruit leren dan dat hij hen gewoon laat stikken?
De vraag of men die voorbeelden moet blijven eren, vecht met de angst om af te moeten rekenen met de wraak van de duivel. Chantage immers is wat de massa in de tang houdt en daartoe is dreiging nodig, dat wil zeggen: wapens, alsook het toneel waarop zij actief zijn - de oorlog. Het slechte voorbeeld dringt ons zijn wil op met op de achtergrond als waarschuwing het oorlogsgeweld dat ons verlamt, financieel droog legt en in de rij doet lopen. Te vrezen valt dat, alle goede voornemens ten spijt, deze gang van zaken zich onverminderd doorzet in het nieuwe jaar.
(J.B., nieuwjaar 2026)
31-12-2025
Gastvrijheid
Gastvrijheid
Wie door een wereldstad wandelt, wordt geconfronteerd met een grote variëteit aan mensen die allemaal op pad zijn. Onder hen is er de speciale groep van de toeristen, zoals zij genoemd worden, degenen die op toer of op tournee zijn. Deze mensen zijn in de stad niet thuis, zij zijn er op bezoek - te gast zoals men zegt.
Zoals het verhaal Philemon en Baukis van Ovidius (†17 P.X.) bewijst1, is het aanbieden van gastvrijheid aan vreemden of bezoekers sinds oudsher een heilige plicht. Zij bestaat in het verschaffen van onderdak en voedsel, zodat de gasten zich thuis voelen en de eik en de linde die tot voor kort de toegang tot elk boerenhof sierden, herinnerden daaraan: in Ovidius' verhaal ontvangen twee oudjes buiten hun weten de goden Zeus en Hermes die hen voor hun gastvrijheid belonen, onder meer met hun metamorfose in deze twee elkaar eeuwig omstrengelende bomen.
Dat toeristen gasten zijn, is maar een halve waarheid omdat een gast een genodigde is, terwijl een toerist eigenlijk zichzelf heeft uitgenodigd: hij koopt de gastvrijheid die hij geniet. Met andere woorden wordt in het toerisme de gastvrijheid geperverteerd: zij is verworden tot handelswaar. Immers, in Ovidius' verhaal betuigen de gasten aan hun gastheren hun dank na de goede ontvangst maar in het toerisme dwingen de gasten met geld de gastvrijheid van hun gastheren af. Zij stellen hen te werk en zo perverteren ze de rollen: zij zorgen ervoor dat zij hun gastheer niet hoeven te danken en dat, andersom, hij degene wordt die dank verschuldigd is.
De werkgever bedankt zijn werklieden niet: hij geeft hen een loon en zorgt er zo voor dat zij hem dank verschuldigd zijn. Het geld zorgt voor de vlekkeloze omkering van de plichten en de rechten maar dan wel tegen de prijs van de ontheiliging van elke menselijke onderneming die aldus tot een mechanische transactie wordt gedegradeerd.
Ook en vooral ter gelegenheid van allerlei festiviteiten lijkt de gastvrijheid tot een handel verworden, een ruilhandel in dit geval, een handeltje in relatiegeschenken, een geldspel waarvan alleen de mammon beter wordt, gereserveerd voor de bezittende klasse die hem dient en die de ontmenselijking van de wereld bespoedigt.
Een half miljoen mensen of tien percent van de arbeidsbekwame bevolking van het land zullen vanaf nieuwjaar hun werkloosheidsuitkering verliezen, wat een gevolg is van het zogenaamde 'koninginnenstukje' van de huidige rechtse regering die zich hiermee bekent tot de vleugel van extreemrechts. Tegen elke logica in gelooft die regering te mogen verwachten dat een derde van de van den dop geschrapten gauw werk zullen zoeken en vinden maar zelfs als dat het geval zou zijn, resten er dan nog driehonderdduizend mensen over wie de vraag hoe zij dan moeten overleven.
Wie elke dag zijn buikje rond kan eten, stelt zich geen vragen en in dat geval zijn zonder ook maar één uitzondering alle leden van de regering van dit land: zij genieten uitkeringen, noem het voor mijn part inkomens, om u tegen te zeggen, aangevuld met nog allerlei onkostenvergoedingen en fiscale voordelen. Zij beseffen niet dat jan met de pet het vandaag moet rooien met een bedrag dat allang niet meer volstaat om gezond van te eten: twee stukken fruit per dag, tenminste eens in de week vis, dagelijks verse groeten en melkproducten zit er voor de meesten onder ons niet meer in. Zij moeten winkelen in derderangssupermarkten die rijk worden van de verkoop van ronduit brol waarvan men alleen maar ziek kan worden. Naar geneeskundige zorgen kunnen zij ook fluiten en waar die alsnog voorhanden zijn, liggen zij buiten het bereik van heel wat mensen.
Mensen die zwak zijn, ziek of slecht te been, geraken niet tot aan het ziekenhuis dat weliswaar minimale dienstverlening garandeert maar dat uiteraard geen rekening kan houden met het probleem van het vervoer of met het gegeven dat de zieken dikwijls niet in staat zijn om uren in een lange gang hun beurt af te wachten tussen andere zieken van wie zij dan ook nog eens worden besmet met verkoudheden, longziekten en dies meer, wat maakt dat een volgende afspraak met de dokter afgebeld zal moeten worden, tenminste als zij telefonisch verbinding kunnen krijgen met de kliniek en als hun belkrediet de lange wachttijden overleeft.
Dat iedereen aan de slag kan in een maatschappij die de economie moet dienen in plaats van andersom, is een illusie omdat concurrentiebekwaamheid een ijzersterk zenuwstelsel vergt - bovenop de eis dat men ook voor al het overige verkeert in topconditie. Maar van de sportlessen in de schooltijd herinnert men zich dat een zeker deel van de klasgenoten 'zwak' is: buiten beschouwing gelaten of dat te maken heeft met erfelijkheid, met ondervoeding of met stress en ziekte, is dat een aan iedereen bekend gegeven. Wie niet sterk is, moet slim zijn, maar ook dat spreekt niet vanzelf: elke klas telt enkele knappe koppen maar een zeker fragment van de leerlingen kunnen gewoon niet mee en vandaag weet men dat dit meestal helemaal niet de schuld is van de kinderen die daarvan de slachtoffers zijn en niet de daders. Edoch, zonder een zeker intellectueel vermogen is men in deze concurrentiemaatschappij een vogel voor de kat en ook dat weet iedereen. Echter, bij de aflevering van koninginnenstukjes, doen de mensen alsof hun neus bloedt: zij kijken of zij onder de veroordeelden vallen en is dat niet het geval, dan trekken zij verder hun eigen plan en zien niet naar de anderen om.
De honderdduizenden mensen die in dit land vanaf overmorgen geen inkomen meer ontvangen, zullen aankloppen bij de zogenaamde openbare commissies voor maatschappelijk welzijn in de gemeente waar zij wonen want, de misdaad buiten beschouwing gelaten, missen zij elke andere keuze. In die commissies zetelen door het volk verkozenen en derhalve burgers die gehoor moeten geven aan de wensen van het volk. Maar die wensen zijn, zoals wij weten uit de cijfers, hoe langer hoe minder fraai. Immers, zowat de helft van de burgers stemmen voor extreemrechts dat de partijen van de onverdraagzamen verzamelt. Dat zijn degenen die niet verdragen dat de centen waarvoor zij hard hebben gewerkt, in handen komen van mensen die niet werken. Maar de OCMW's moeten hun geld halen bij deze onverdraagzamen, wat gebeurt door het heffen van belastingen en die zullen, dankzij het koninginnenstukje, uiteraard gelijk een raket de hoogte in schieten.
Wat aan de gang is, is de verplaatsing van de last van het steungeld van de staatskas naar de gemeentekassen. Dit lijkt op hetzelfde neer te komen maar te denken dat dit verschil niet zonder gevolg zal blijven, is wel bijzonder optimistisch gegokt. De werkende jan met de pet zal nu zeer zichtbaar zijn centen afstaan aan de niet werkende jan met de pet die bijvoorbeeld zijn broer zal zijn, zijn neef, zijn zuster of zijn buurvrouw. Nog één stap in die richting en aan de familieleden van de niet werkenden zal worden gevraagd om in te staan voor het inkomen van de 'luiaards'.
Nu is genoegzaam bekend dat de solidariteit waarop onze maatschappij boogt, een bijzonder precair gegeven is dat alsnog bestaat met dank aan zaken zoals bijvoorbeeld de anonimiteit. Valt die weg, dan is gegarandeerd het hek van de dam. Frustraties, haat en ruzies zullen ongetwijfeld ongeziene proporties aannemen en binnen de kortste keren is een burgeroorlog aan de gang. We kenden al de Franse Revolutie en de Amerikaanse Burgeroorlog, om slechts die twee bekende gebeurtenissen te vernoemen - en moet het nog vermeld dat burgeroorlogen nog veel wreder zijn dan oorlogen tussen naties? - maar wat ons nu te wachten staat zal de bijtende spot aan het licht brengen die in de benaming van het 'koninginnenstukje' schuilt.